Boekbespreking: MIJN DROOM VOOR ONS LAND

Met een dubbel gevoel leg ik het grote inspiratieboek voor de koning weg als ik de laatste bladzijde heb gelezen. Wij Nederlanders hebben dromen kenbaar gemaakt als inspiratiebron voor onze nieuwe Koning Willem-Alexander en zijn beminnelijke echtgenote Koningin Maxima. Al die dromen zijn in een boek vervat. Mijn droom voor ons land is daarmee ook weer een inspiratiebron voor ons zelf. Bijvoorbeeld om een blogje (boekbespreking) te maken. En daar zit ‘m de kneep, want eigenlijk ben ik na lezing van de dromen al op weg naar de keuken om flessen azijn te halen. Het gevaar van een zuur stukje van een regelrechte azijnpisser is levensgroot.

Ik zal trachten een balans te zoeken. Want wie ben ik om andermans dromen te bekritiseren, zeker als het gaat om kinderwensen, zal ik de laatste zijn om ze zurig te benaderen. Toch krijg ik hetzelfde jeukerige gevoel dat ook bij Miss-verkiezingen ontstaat bij mij. Je weet dat de mooiste dames achter de coulissen elkaar het liefste de ogen uitkrabben of op zijn minst een gemene haal over andermans (je zegt trouwens nooit andervrouws) mooie snoetje te halen. Eenmaal op het podium pleiten de dames voor wereldvrede, honger uit de wereld en andere lovenswaardige wensen. Ik vind ons volkje namelijk helemaal niet uitblinken in positieve gedachten en medeleven naar anderen. Misschien ook niet minder dan andere landen, maar we staan ons er zo op voor, ook in dit boek. Stiekem denk ik dat de organisatoren van dit initiatief heel hard hebben moeten zoeken naar de positivo’s in ons land om hun dromen in te zenden.

VRIENDELIJKHEID IN EEN KONINGSGEZIND LAND

Ik begrijp best dat als er sprake is van het verzamelen van dromen dat de kans op positivisme groot is. Natuurlijk passen bij kroningsfeestelijkheden geen nachtmerries. Het is niet kies om een Nationaal Horror Boek af te leveren en aan te bieden aan het kersverse koningspaar. Maar er zijn momenten dat ik denk dat zoiets best eens een gezonde spiegel zou kunnen zijn en als inspiratiebron kan dienen om het anders te gaan doen. In de wensen kom ik regelmatig tegen dat we een gidsland waren en weer moeten worden. Ik denk dat we onze invloed behoorlijk overschatten en mogelijk een ander nationaal zelfbeeld hebben dan de rest van de wereld ons ervaart. Is de werkelijkheid van Nederland niet de koopman en de dominee? De combinatie haalt niet altijd het fraaiste naar boven. Zijn we met zijn allen ondanks onze welvaart niet een groep ratten die te dicht op elkaar gehuisvest zijn en daardoor last van elkaar hebben? Om dit niet te laten escaleren hebben we ons bekwaamt in onverschilligheid naar een ander. Hoezo een voortrekkersrol in Europa en de wereld? Heeft het afgelopen decennium niet gezorgd voor zeer negatieve beeldvorming veroorzaakt zelfs op kabinetsniveau met de PVV voorop? Ik denk dat het domineesvingertje op ons zelf gericht moet zijn, een momentje van introspectie lijkt me zeer op zijn plaats. Al jaren hoor ik dat we het gelukkigste volkje van de wereld zijn, een paar Scandinavische landen daargelaten, maar we grossieren in ontevredenheid. We wijzen naar de instabiele politiek, maar ik denk dat onze nationale gemoedstoestand slechts weerspiegeld wordt door diezelfde politiek en niet andersom.

Op bladzijde 27 van het boek schrijf Mathil Kuiper (1947) als afsluiting van haar droom: ‘Mijn droom voor Nederland is stoppen met vooroordelen en weten dat we met zijn allen deel uitmaken van het stuk grond, de prachtige tuin, het land dat Nederland is. Dagelijks heeft dit land vriendelijkheid nodig, zoals een tuin water.’ Deze droomster hoopt dat Willem Alexander en Maxima de inspiratiebron zullen zijn voor ons. Emriye Yildiz (1961) pleit op pagina 37 naar de terugkeer van de sfeer voor 2000. Een positieve afsluiter op dit gebied (pagina 38) is Ben Visser (1993) die de Samencoupé in de trein bepleit. Een mooie en realistische droom die heel recent vorm heeft gekregen bij de NS.

We blijken met zijn allen nog wel koningsgezind te zijn en hebben klaarblijkelijk geen moeite ook het tegengeluid in deze een kans te geven, zelfs in dit boek. Er zijn dromers die een Republiek voorstaan. Het zou democratischer zijn. Ik heb mijn twijfels, maar als ik moest kiezen tussen Republiek of Monarchie in de huidige vorm, dan laat de Oranjes nog maar een tijd zitten. Ons land met zijn dwalende electoraat kan wel wat ankerpunten gebruiken, en vriendelijkheid. Als ik het koningsgezin op de cover van het boek zie lachen weet ik genoeg. Ik zet de azijnfles snel weer in het keukenkastje. En ik gun Willem-Alexander en Maxima met het vervullen van hun zware taak voldoende rust toe. Hetzelfde geldt voor de drie A-tjes, want op pagina 53 zie ik de afgetrokken vermoeide koppies van de meisjes. Dan denk ik: ‘Arme drommels’.

OPVALLENDE ZAKEN IN ONS DROMENLAND

In het bovenstaande heb ik de azijnfles met beleid gehanteerd en tijdig weggezet. Er zijn ook een aantal zaken die me zijn opgevallen. In het afsluitende woord van Paul Schnabel (CPB) noemt hij het verschil in dromen tussen mannen, vrouwen en kinderen. Wat de categorisering betreft kan ik me scharen bij de mannen. Op bladzijde 74 en 75 heb ik gebiologeerd staan kijken naar de megalomane bouwdromen van Frank Loer (1986), Jaap van Ballegooy (1938) en Johannes Den Dekker (1929). Ik houd daar wel van, vooral als het heel multifunctioneel is en veel mensen ervan kunnen genieten. Uit dit dromenboek is het gedicht van Geert Bax (1964) dat voor mij het meest tot de verbeelding spreekt:

EN PASSANT

O Koning, laat ons land geen schaakbord zijn,

waar hij die koning wordt zijn

stukken schuift naar links of rechts

of erger nog: naar voren.

Laat dit land wat ons bezit

niet worden tot een land van zwart of wit.

Laten torens, paarden, lopers zijn:

cultuur, natuur, de sport.

Laat ons pionnen mensen zijn,

maar nooit de stukken op een bord.

Droom altijd van een land van samen;

samen er iets mooiers van gaan maken.

Bescherm uw Koningin als dame;

laat nooit een ander haar toch schaken.

O Koning, dit moment zal weer voorbijgaan,

dit moment van trouw aan ambt en wet.

Weet dat u en wij als stukken staan,

maar dat een ander ze verzet.

En als ik dus een droom had moeten inzenden, dan is dat de droom van de relativering. Een kleurrijke droom met veel ruimte voor grijstinten, passend bij ons weer en humeur, met plaats voor het onverwachte en het onbekende dat het leven kleurt. Maar ik heb het niet gedroomd, dus wens ik alle dromers en de koning veel inspiratie toe. Het boek gaat in de boekenkast en over x-jaar, bij de kroning van Amalia, zal ik kijken wat er van terecht is gekomen. Misschien pak ik dan mijn kans om als oude man alsnog mijn droom toe te vertrouwen aan ons fijne kolere land.

Weldadige wereldvrede met kokosolie

 

Zeker weten doe ik het niet, maar wij hebben de weg naar wereldvrede gevonden. En dan niet via conferenties op hoog niveau, geheime besprekingen tussen wereldleiders of militaire interventies in de vele mondiale brandhaarden. Gewoon op huis-, tuin en keukenniveau bestrijden wij de mores van het oorlogvoeren. Ze zeggen toch niet voor niets, verbeter de wererld, begin bij jezelf. Sinds dit weekend gaan we dat in gezinsverband in de praktijk brengen, met kokosolie.

 

 

In een aandrang om iets gezonder te leven en onze ecologische voetafdruk te verkleinen, weet de marketing via vele wegen ons te verleiden. Sinds kort hebben wij biologische kokosolie. Gewoon omdat het beschikbaar gesteld was door de dichtstbijzijnde supermarkt. Het predicaat geurloos en biologisch heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat het in ons winkelwagentje belandde. We waren al jaren af van de boter om te bakken en braden, olijfolie gebruikten we. Dat was gezonder. Nu zijn we, naar het schijnt, overgestapt naar de kokosolie om te bakken en braden.

 

Maar wat wil het geval, de kokosolie is voor veel meer geschikt dan alleen bakken en braden. Nu weet ik dat cosmetische producten vaak met kokos wordt aangeprezen. Het ruikt lekker en het geeft in ieder geval een exotisch gevoel als je je haren wast met kokosshampoo. De geur zal ongetwijfeld uit een chemische laboratorium komen, maar voor ons, niet kritische consument, maakt dat weinig uit. Maar sinds vandaag niet meer. Want een klein onderzoekje leert dat de kokosolie ook gebruikt kan worden voor de verzorging van de huid. In één keer kunnen alle huidverzorgende producten van onze badkamer geweerd worden door de Biologische Kokosolie. Twee vliegen in één klap, een sterke vereenvoudiging van ons boodschappenbeleid, ecologisch verantwoord, mogelijk een bezuiniging en heel gezond. Dus eigenlijk vier vliegen in één klap. We winnen in ieder geval tijd door ons nu nog te richten op één product voor de huidverzorging en bakken en braden. Voor alle marketingmanagers ten spijt die ons allerlei vernieuwde en verbeterde producten willen aansmeren voor zowel de keuken als de badkamer, wij hebben de rust gevonden in Biologische Kokosolie.

 

 

Tevreden als we zijn met de zojuist verworven inzichten, speuren we nog even verder op internet om de juistheid van onze beslissing bevestigd te zien. En wat schetst onze verbazing. Het helpt tegen jeugdpuistjes en spataderen, ja zelfs tegen aambeien, psoriasis en ander dermatologisch ongemak. We kunnen nog meer producten verbannen en we geven ons helemaal over op de biologische kokosolie. Maandagochtend, zullen wij met een flinke doos naar het ‘chemisch afval’ rijden om ons te ontdoen van alle rommel die we al jaren gekocht hebben. Daarna zorgen we voor een passende voorraad van het biologische wondermiddel. Wat kan het leven toch eenvoudig zijn. Een allesomvattend ZEN-gevoel maakt zich meester van me. De inwendige mens wordt aangesterkt door biologische kokosolie waarmee we nu alles bakken en braden, het uiterlijk wordt versterkt en verfraaid door diezelfde olie.

 

Maar dan slaat de schrik om het hart. Zal er altijd wel voldoende kokosolie zijn en dan nog wel biologische? Want als wij enthousiast zijn, zullen ook anderen dit ongetwijfeld worden. Ook zij willen gezonde voeding, een veerkrachtige huid zonder rimpels en een passende olie voor alle dermatologische ongemakken. Ik vrees in eerste instantie het ergste, maar dan komt er ook een Eureka gevoel. De kokosnoot groeit toch vooral in die gebieden die wij ‘de 3e wereld’ plachten te noemen? Een tropisch vakantieparadijs daargelaten, associeer ik de kokosnoot met relatieve armoede en behendige Afrikanen die een klapperboom inklimmen om aan hun dagelijkse voedsel te komen. Ik krijg vergezichten dat juist het arme deel van de wereld door ons kokosoliegebruik, nieuwe kansen krijgt aangeboden. Niets geen acties voor nooddruftigen, maar een krachtige economische impuls door het opzetten van een kokosnootimperium door de derde wereld zelf. Wij moeten met zijn allen aan de Biologische Kokosolie en wel per direct. Geef het een kans voor de wereldvrede of zoals je het met een variant op het nummer van Third World, Now that we found zou kunnen zeggen:

 

 

Let’s give coconuts a try

 

Let coconuts control, control your destiny

 

Owe it to ourselves, yes we do

 

Live happy eternally

 

Niet strafbaar bericht van een legale PvdA’er

Ik zal maar met de deur in huis vallen, ik ben me een PvdA’er van lik-mijn-vestje. Jarenlang was ik lid, tot dat het Paars van de jaren negentig me een wel heel flets gevoel gaf van wat in mijn ogen sociaaldemocratie moest zijn. In het stemhokje ben ik sindsdien wel eens vreemdgegaan met Femke (Halsema) of Jan Marijnissen, echter dat is ook niet echt mijn cup-of-tea. Bij de meest recente verkiezingen heb ik de stoute schoenen weer aangetrokken. Ik ben lid geworden en voor de gein meteen maar gesolliciteerd voor een baantje onder leiding van Diederik. Ik ben afgewezen, al weet ik niet precies op grond waarvan, er waren vast betere kandidaten en misschien hadden ze wel gelijk. Zeker met de kennis van nu, want zou ik meteen een PvdA-dissident zijn geworden.

To be or not to be (illegal), that’s the question.

Bij het prilste congres bleken de leden en het partijkader van de PvdA mijlenver uit elkaar te staan over de legitimiteit van het kabinetsbesluit illegaliteit strafbaar te stellen. En Diederik Samsom lult zich nu de blaren op zijn tong om alle gelederen weer op één lijn te brengen. Als ik de berichtgeving zo hoor bij de verschillende bijeenkomsten, lijkt hem dat nog te lukken ook. Eigenlijk zou ik mijn stem moeten gebruiken om morgen (zondag 12 mei 2012) te gaan stemmen op het ingelaste partijcongres. Maar het is Moederdag, ik zei al ‘ik ben een PvdA’er van lik-mijn-vestje’. En als ik niet door mijn rug was gegaan, zat ik met mijn broer bij Feyenoord-NAC, dus schrijf ik mijn noden maar op mijn blogje.

Polderen

Wij, als leden van de PvdA, dienen te begrijpen wat polderen is en dat compromissen sluiten nu eenmaal noodzakelijk is voor een werkbare regering in Nederland. En dat is ook heel logisch, want zonder compromissen zou de PvdA een blauwdruk kunnen maken van gestaalde vakbondstaal en de VVD zal Nederland veranderen in één grote onderneming met welvaart voor de few.

Polderen maakt grote groepen in Nederland drammerig ontevreden, maar ze zien voldoende van hun standpunten terug. Een partij moet het dan wel heel slecht doen, willen ze hun compromissen vertaald zien in een zeer slechte verkiezingsuitslag. Zo is het jarenlang gegaan en zo zal het in principe moeten blijven gaan zolang er geen meerderheidspartij is. We zien de laatste tien jaar echter wel grote afstraffingen voor de verschillende partijen en de PvdA is zo’n partij die een aantal klappen heeft gekregen. Niet altijd terecht, maar ik voorzie bij de strafbaarstelling van illegaliteit wel weer een forse verkiezingsnederlaag in het verschiet. Voor mezelf zou het mogelijk een klein financieel voordeeltje opleveren, want de contributie hoef ik niet meer te betalen, want van zo’n club wil ik geen deel uitmaken. En zoals gezegd, al zitten er ook voordelen aan, aldus Samsom, als een optel- en aftreksom wordt gemaakt van alle samenhangende besluiten (kinderpardon bijv.) Maar wat is dan de waarden van je principes? Hoe normerend moet je jezelf in de spiegel kijken bij het strafbaar stellen van illegaliteit? Kun je daarmee leven? Ik in ieder geval niet, want deze polderuitslag lust ik niet.

Polder je mee of niet.

Het poldermechanisme is al zo oud als de weg naar Rome, of in ieder geval bijna, want waren het niet de voorlopers van de huidige waterschappen aan het einde van de Middeleeuwen die noodgedwongen moesten polderen om tot kloeke besluiten te komen? Polderen zit ons in het bloed en dat is juist de reden waarom dit zo’n slechte polderuitslag is. En ik denk te weten hoe dit komt. Je moet je namelijk heel goed realiseren met wie je poldert.

Laat ik voorop stellen dat het huidige Paars niet het Paars is van de jaren negentig uit de vorige eeuw. Dat heeft niets te maken met de afwezigheid van D66. Dat heeft vooral te maken met de samenstelling van de huidige regeringspolderaars.

Om te beginnen, de PvdA was in de jaren negentig natuurlijk zeer flets sociaaldemocratisch. Ze hebben het laatste decennium niet voor niets electorale verliezen geleden. In het meest gunstige geval zou je kunnen stellen dat in de praktijk de PvdA nog net zo flets is, al belijden ze met de mond dat ze terug willen naar vaste sociaaldemocratische principes. Bijvoorbeeld door groepen mensen te criminaliseren? Maar de PvdA is niet het grootste oorzaak van het slechte poldersoepje, al krijgen ze er wel de meeste problemen mee. De identiteit van de VVD is vooral de oorzaak van een stinkende en zompige polderprut op dit beleidsdossier van de Vreemdelingenwet. Want beseft de PvdA niet dat zij niet meer met de liberalen in een regering zitten. Sinds de opkomst van de partij van Geert Wilders worden deze partij al jaren lang begiftigd met de xenofobische ideeën van Geert Wilders. Of de VVD dit nu doet uit gemakzucht, gebrek aan liberale inborst of uit electoraal strategische overweging, dat mogen ze daar zelf uitzoeken. Een feit is dat de PvdA hier te weinig van doordrongen is en zoals nu geconfronteerd wordt met een gedrocht dat heel ver van de eigen principes afstaat. Tenminste dat zou het moeten staan.

En wat als de PvdA zich electoraal net zoveel zou aantrekken van de SP en hun gepeperde uitspraken vanuit de oppositiebanken? Dan durf ik er om te wedden dat er helemaal geen tweede kabinet Rutte zou zijn geweest met de PvdA.

Water bij de wijn

Polderen is water bij de wijn, maar niet een paar druppels wijn toevoegen en dan oreren dat je dronken bent van het sociaaldemocratische goedje dat we een regeerakkoord noemen, zeker niet op dit dossier. Principes zijn wat mij betreft heilig, zonder meteen tot fundamentalistische retoriek over te gaan. Ik besef terdege dat de economische constellatie van Nederland (en Europa) niet van dien aard is dat we een kabinetscrisis moeten riskeren. In deze ben ik het eens met Diederik Samsom. Maar wat is er mis mee om ook opkabinetsniveau te beslissen dat je het met elkaar eens bent om het over dit punt oneens te zijn. Laat de voltallige Tweede Kamer dan op dit punt beslissen wat er moet gebeuren op dit beleidsterrein. Je kunt dan ‘verliezen’ qua meerderheid, maar je verliest dan niet je waardigheid en geloofwaardigheid. Dat begrijpt een gemiddelde kiezer echt wel. (Fictief: Je vraagt aan een meeregerende ChristenUnie toch ook niet of ze abortus (een beetje) willen toestaan?)

Zijn er alternatieven?

Ik begon mijn betoog met enige zelfkennis dat ik een sociaaldemocraat van niets ben. Of beter gezegd een PvdA’er van niets. Sociaaldemocratie is in mijn beleving een groot goed in Nederland, maar weer laat de PvdA me weer ernstig twijfelen in hun geloofwaardigheid. Maar zijn er alternatieven in het huidige politieke spectrum, met mijn sociaaldemocratische achtergrond als uitgangspunt?

Nee, want als ik nu een aantal ‘verwante’ partijen de revue laat passeren kom ik tot de volgende slotsom:

D66: Nog meer water bij de wijn.

GL: Crypto liberalen met een groene marketing om hun elitaire grachtengordelgeurtje te verdoezelen.

SP: Pretenderend het sociaaldemocratische gedachtegoed te hebben overgenomen, maar heel snel om te vormen tot een licht xenofobisch kneutersocialisme dat blind is voor de mondiale veranderingen.

50+: Ik heb de leeftijd (nog) niet, maar ik ben zeker niet genegen om gemiddeld de meest gefortuneerde generatie te ondersteunen die de echte ouderen slechts misbruiken om hun eigen bevoorrechte positie te handhaven. Tegen de tijd dat ik 75+ ben, hebben ze daadwerkelijk hun hele leven lang het meest uit de ruif gevreten.

Ik zie geen alternatieven, al ken ik het partijprogramma van Mens & Spirit niet. Alleen om de naam is er dus nog een uitvlucht mogelijk. Echter ik hoop dat het PvdA-congres morgen tot de juiste beslissing komt.

Republieksoep, een onbeproefd recept

Nu de dagen oranje kleuren, moet ik onwillekeurig terugdenken aan de verhaaltjes van Simon Carmiggelt. Hij beschrijft, op de hem bekende wijze, zijn socialistische opvoeding. Hierin was geen enkele ruimte voor monarchistische gevoelens. Zo ging dat in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Voor de ‘kleine’ Simon was dat spijtig, want hij mocht niet meedoen aan de festiviteiten op Koninginnedag. Voor hem geen gratis limonade, koek en een herdenkingstegeltje van staatswegen gefinancierd. Voor vader Carmiggelt was het duidelijk dat zijn zoon niet participeerde met die ‘infantiele oranjeleut’.

Als latent Republikein onderga ik het Oranjenieuws en de lading propaganda van bedrijven in deze dagen gelaten. Vaak zie ik de humor er nog wel van in. Ik denk dat vader Carmiggelt in het huidige tijdperk ten onder was gegaan aan de overproductie kapitalistische ‘Oranjeleut, maar dit terzijde.

Hedenochtend moest ik bij ’s lands grootste grutter zijn. Uiteraard stond alles in het teken van Oranje. En als dank voor het bezoek kreeg je ook nog een koningswuppie mee, voor thuis. Mijn geluk kon niet op. In de winkel viel mijn oog bij de groenteafdeling op een pakket om ‘Koninginnensoep’ te vervaardigen. Wortels, een oranje paprika en een sinaasappel zijn er voor nodig. Achterop de verpakking stond hoe je dit culinaire hoogstandje moest bereiden.

Bij mij rees meteen de vraag: “Bestaat er eigenlijk Republieksoep?” En zo ja, hoe zou dat dan smaken en eruit zien? Het mag niet rood zijn want dat zou betekenen dat het socialistische deel van de republikeinen het alleenrecht zou hebben op antimonarchistische gevoelens. Vader Carmiggelt zou dan in zijn vuistje hebben gelachen. Bovendien hebben we al een politieke partij die zich vereenzelvigd met ‘rooie soep met ballen.’ Ook bruine soep, met bruine bonen of linzen bijvoorbeeld, zou, ondanks de voortreffelijke smaak, niet mijn voorkeur hebben. De combinatie bruin en Republikeins heeft in de politiek een wrange en besmettelijke bijsmaak.

Mijn voorkeur zou uitgaan naar een lichtgroen lenteachtig soepje, waarbij de lichte kleur symbool staat voor prille en mogelijk nog onvolwassen Republikeinse gevoelens.

Ik zit te denken aan de volgende ingrediënten:

(bij 2 liter water)

  • 6 stukken prei

  • 200 gram jonge spruitjes

  • klein blikje erwtjes

  • 4 frisse Granny Smiths

  • mint

  • bieslook

  • groene peper

Koken en pureren en naar eigen voorkeur vleesproducten toevoegen.

Zelf heb ik de soep nog niet gemaakt, maar mijn vermoeden is dat er een grote winderigheid gaat ontstaan die op de Kroningsdag als rook- en stinkbommen gezien kunnen worden door de verschillende veiligheidsfunctionarissen. Ik maak de soep dus nog maar niet, maar ik hoor graag over uw ervaringen.

De Kroningsdag van 30 april 2013 wil ik eigenlijk ook niet verstieren, zo latent Republikein ben ik dan ook wel weer. Bovendien heb ik historische belangstelling en daarin past ook de idee dat het Republikeinse gevoel erg latent moet blijven, we leven immers al zo lang met de Oranjes. Ook vind ik WA eigenlijk een prima vent met wie het waarschijnlijk goed een biertje drinken is. En toegeven, ook ik ben als een blok gevallen voor de tsunami van Argentijnse charmes. De 3-atjes moeten we dan vooral niet traumatiseren met onze republikeinse peristaltische narigheid. Ik denk dat we het de komende jaren wel redden, het koningshuis en ik. Het blijft weliswaar een raar fenomeen, misschien is het wel een onvermijdelijk soort gekke liefde die niet weg te vlakken is, maar waar je je ook een beetje voor schaamt.

PS. Maar mochten de Republikeinse gevoelens in de toekomst echt toeslaan, dan is de Republieksoep te alle tijden aan te passen natuurlijk. Ook de kleur is dan niet meer belangrijk, dus voeg vooral rode pepers, bonen en uien toe. Laat het dan maar knallen en roken.

Don’t fuck ‘de weergoden’!

‘Don”t fuck with the wethergods’ is mijn devies en u weet wel waarom. In een tijd van vergaande secularisering en ontkerkelijking is het aanbidden van De Allesbestierende geen gemeengoed meer. Maar verder terug in de geschiedenis hadden we de weergoden die we al eeuwen hebben veronachtzaamd. Nu zitten we met de gebakken peren. De ‘vooruitgang’ heeft ons van de natuurelementen afgedreven. Wij als mens hebben de natuur overwonnen en alles is maakbaar. Behalve dus de lente op tijd laten beginnen, zoals de afgelopen weken is gebleken.

We verzuchten nu onder de Gesel van de weergoden, als straf. Volgens mij zit er een gigantische groeimarkt in het onderricht en de evangelisering van de Germaanse, Scandinavische, of van mijn part Romeinse of Griekse weergoden. (Zouden er trouwens Cypriotische weergoden bestaan of vallen die onder de Griekse gesel?)                                            weergod Thialfi,  wie kent hem niet

Volgens mij bestaat er zoiets als een soort van 10 geboden om de weergoden te behagen.

  1. Wij bestaan echt, don’t fuck with us, don’t mess around
  2. Probeer ons niet te verbeteren, te vervolmaken of na te maken in welke vorm dan ook.
  3. Misbruik onze gaven niet
  4. Een regendans of zonneverering is minder ver weg van onze Goddelijke werkelijkheid dan u denkt. Eer onze gaven constant
  5. Heb eerbied voor de herkomst van alle Aardse Gaven verkregen door zon, wind en water.
  6. Ontken ons niet, wij bestaan en zijn niet uit te roeien. Wij zijn als katten en hebben meerdere levens en komen zo nodig in een Geselende verschijningsvorm terug.
  7. Eer ons, wij zijn niet vervangbaar, dus lonk niet met het kunstmatige.
  8. De weergoden zijn voor iedereen, dus deel onze gaven met een ieder.
  9. Gelooft in waarachtige weermannen, niet in commerciële ‘ik voorspel wat u horen wil’- gedoe.
  10. Gun een ieder een plekje in de zon, zoals jij zelf ook een warm plekje wil hebben.

Ik ga bij mezelf na, wat is mijn ecologische voetafdruk. Hoe spaarzaam ben ik? Hoe serieus neem ik het woord broeikaseffect nog? Heb ik meegedaan aan Earth-hour? Europa gaat economisch naar de verdoemenis, dus is verdere groei noodzakelijk om verder ongemak (oorlog!) af te wenden?

Voorlopig zit ik, samen met miljoenen anderen met onaangenaam klote weer en misschien is het wel een beetje ons eigen schuld, sneeuw in Zuid Nederland, bergen sneeuw in Engeland, stormachtige poolwind in de lente, Siberisch koud in Kiev, depressieve storingen over heel Zuid-Europa. Misschien moet ik me eens verdiepen in de kunst en kunde van de IJsheiligen, dat heb ik nog nooit gedaan. Het gevolg is dus dat ik stomme blogjes bij de kachel schrijf in plaats van een frisse lentewandeling te maken of de tuin te bewerken. Komt er nog wel een lente vraag ik me af en zullen de seizoenen met slechts graduele koele overgangen in elkaar overgaan. Is er in het muziekstuk van Vivaldi geen plek meer voor de vier jaargetijden. Is de lente geen toekomstmuziek meer, maar slechts een voetnoot in onze meteorologische geschiedenislessen?

Ter compensatie, mijn Internationale Vrouwendag

Internationale Vrouwendag 2013, helemaal langs me heen gegleden, schandalig. Om het goed te maken, maar snel een blogje uit 2009 opgepoetst.

Voor de internationale vrouwendag gebruik ik dit blog als een persoonlijke ruimte. Dat heb ik niet vaak hoor, meestal vind ik iets en probeer daar een verhaaltje van te maken. Soms serieus en op andere momenten probeer ik de getapte jongen uit te hangen.
Op deze speciale dag, 8 maart Internationale vrouwendag, gebruik ik dit blog op een beetje puberale manier. Want gisteren heb ik geleerd wat motieven kunnen zijn om te bloggen en ik heb besloten dat mijn blog voor vandaag mijn eigen puberslaapkamer voorstelt. Niet schrikken hoor, geen afbeelding van een van nietjes ontdane poster waarbij een dame, wulps en verbaast achterom kijkt met haar wijsvinger in de mond alsof ze wil zeggen: ‘Hé, kijk mij nu, sta ik hier even met de billen bloot’. Integendeel, zo zal ik vrouwendag niet bezoedelen.

Nee, ik heb me bedacht als ik posters op mijn puberkamertje zou willen hebben, welke posters zullen dat dan zouden zijn. En nu kan ik net doen alsof ik heel lang na zou moeten denken, maar dat is niet zo. Er is maar een vreemde en onbereikbare vrouw die op de wanden van mijn kamertje mag prijken en dat is: Juliette Binoche.

Als 20 jarige zag ik de film ‘The unbearable lightness of being’ naar het boek van Milan Kundera. Een prachtige film met Juliette in de hoofdrol en ik vond haar in één woord geweldig in die film. Later is ze nog in verschillende grote films te zien geweest (The English Patient, Chocolat en Mauvais Sang) en al waren de films niet allemaal van het gehalte van The unbearable ligthness of being’ om Juliette Binoche toch al de moeite waard om te bekijken.

Ruim twintig jaar later ben ik nog steeds Juliette-fan. Mocht ik een dochter hebben gehad, dan zou ze ongetwijfeld Juliette hebben geheten. Mevrouw Sprakeloos was het daar uiteraard niet mee eens. Mijn jongste zoon heeft ter compensatie als tweede naam Milan, dat dan weer wel.

Mijn bijdrage op deze Internationale vrouwendag is dus het plaatsen van een paar mooie foto’s op mijn blog van de Franse actrice als eerbetoon aan alle vrouwen. Gelijk een puberjongetje het doet met zijn onbereikbare supervrouwen. Juliette Binoche dus.

Waarom niet mevrouw Sprakeloos of de moeder van Sprakeloos zult u denken. Daar kan ik kort over zijn die willen niet op deze manier geadoreerd worden. Bovendien zijn die heel benaderbaar en stellen zij bovenal andere eisen aan mij.
Dus mijn supervrouw, veilig op mijn puberblogkamertje.

 

 

Teruggevonden: In 2007 schreef ik over Beppe Grillo

ORA ET LABORA en wel veel!!!!

0

zaterdag 22 september 2007 22:53 door sprakeloos

Weet je wat ik voel na een week werken, op zaterdag de boodschappen gedaan te hebben en bovendien de kinderen naar hun sportclub gebracht,  ter plekke blijven kijken en weer terug naar huis? Vermoeidheid. Misschien is dan de conclusie gerechtvaardigd om te stellen dat ik hard gewerkt heb? Tenminste dat is met een beetje eigenwaarde een oprechte conclusie. Dus ik mag me vereenzelvigen met de kritiek van de rechtse oppositie naar aanleiding van de kabinetsplannen die deze week gepresenteerd zijn. Als ik hen mag geloven wordt ik, de hard werkende Nederlander, genaaid, belazerd en bedonderd waar ik bij sta en waarschijnlijk alle drie tegelijk. Waarom voel ik me niet zo? Wel moe ja, maar niet belazerd door dit kabinet. Misschien omdat ik in een sector werk waar arbeidstekorten zijn?

Dat ‘betalen, betalen, betalen’ van belastingen is misschien wel goed, bijvoorbeeld voor de verpleegkundigen in ziekenhuizen die de veiligheid van hun patiënten voor een deel niet meer kunnen garanderen. Onze veiligheid welteverstaan, die van u, uw gezin en uw ouders. Maar daar wilde ik het eigenlijk niet eens over hebben. Het is slechts een bruggetje naar het volgende onderwerp, want ik ben onder voorbehoud eigenlijk best wel tevreden over dit kabinet. Wel moe natuurlijk.

Een volkje dat niet zo tevreden is, zijn de Italianen op dit moment. Een cabaretier, te weten Beppe Grillo, staat op dit moment sterk in de schijnwerpers. Als de verhalen waar zijn, schijnt de gevestigde orde aldaar op de grondvesten te schudden. En wat is die gevestigde orde? Maffiabazen zoals Berlusconi, zakkenvullende socialisten en hoerenlopende christendemocraten. Cocaïnegebruik schijnt meer regel dan uitzondering te zijn en het drugsgebruik is financieel ook nog makkelijk voor de heren en dames politici op te brengen. Het gerucht gaat namelijk dat Italiaanse parlementariërs al snel €15.000,- netto per maand incasseren, exclusief representatiekosten natuurlijk. Bovendien zou 10% een serieus strafblad hebben.

Nu zegt de Italiaanse premier Prodi, zelf vaak het doelwit van genoemde Beppo Grillo en door hem gekscherend Prodi Alzheimer genoemd, dat een bevolking de politieke constellatie krijgt die ze verdienen. ‘De politieke arena is een afspiegeling van de samenleving.’ De Italiaanse bevolking schrikt dus heel erg van hun spiegelbeeld, dat wil zeggen de misdragingen van de politieke kaste. Beppe Grillo maakt dat op een populistische wijze goed duidelijk.

Als Prodi gelijk heeft dan zijn wij in ieder geval een serieus hardwerkend volkje dat de neiging heeft tot enig sociaal beleid.
Maar, in alle eerlijkheid vraag ik me dan wel af wat het taalgebruik en de manieren van de oppositie zegt over een volk?

En we gaan nog niet naar huis

Ken je die mop van die twee die naar Parijs gingen? Het is nauwelijks humor te noemen en het kan alleen gedijen bij de herhaling uiteraard. Zo is er een alternatief voor deze dijenkletser in de huiselijke sfeer van Sprakeloos. ‘Ken je die twee culturele hoogvliegers die naar het Boymans van Beuningen gingen?

100_1523Hedenochtend met nog twee NS-tickets voor vrij reizen, kwam het plan bovenborrelen om gebruik te maken van de reisbiljetten. De keus viel op Rotterdam. Ik kom er vrij frequent, minimaal tien keer per jaar voor een wedstrijd in De Kuip. Daarna is het meteen weer terug naar Duiven. Prachtige omgeving daar in Zuid en misschien zal ik in mei 2013 van daaruit naar de Coolsingel trekken en dus wat langer in Rotterdam blijven. Wie weet? Rotterdam een prachtige stad, dus, maar ik ken het eigenlijk niet. Slechts één keer ben ik op de Kop van Zuid geweest voor mijn werk en in de jaren tachtig moest ik eens naar de universiteitsbibliotheek voor mijn studie.

“Het Boymans” heeft ons nog nimmer mogen ontvangen en de planning is vandaag 4 100_1524januari. Een goede start van het nieuwe jaar. Eerder dan één uur konden we niet weg, we misten een aansluiting in Arnhem en vlak voor Rotterdam was er vertraging. We hoopten kwart over drie bij het museum te staan, maar het werd een half uur later. Eenmaal binnen waren we typische Nederlandse calculerende burgers. €32, – voor slechts 70 minuten Cultuur vonden we te veel.

100_1526Onze eerste culturele uitjes komen weer bovendrijven. Amsterdam 1991. Andere stad, andere tijd en een andere voetbalclub, maar nog steeds dezelfde mensen, zij die uiteindelijk niet gingen. Ook toen hebben we het Anne Frankhuis gemist, het Rijksmuseum van de buitenkant aanschouwd en door een chagrijnige suppoost van het Vincent van Goghmuseum werden we al heel snel naar de uitgang gekeken. Het liep tegen sluitingstijd. We zouden drie dagen cultureel besteden op ons eerste gezamenlijke uitje, we sliepen op de studentenflat Uilenstede van mijn broer. Oorzaak was dat diep in de nacht, vaak ’s morgens vroeg werd en er uitgebreid ontbeten moest worden, want op een lege maag kun je niet de stad in. Amsterdam ‘by night’ was voldoende toen.

Zo ook vandaag, op de kop af 22 jaar later is eventjes Rotterdam ‘opsnuiven’ uiteindelijk100_1530 voldoende. Als je de skyline alleen vanuit de verte kent, of erger nog van plaatjes, dan kun je concluderen dat Nederland slechts één wereldstad heeft en dat is Rotterdam. En de cultuur met hoofdletter C die kwamen we onderweg wel tegen. De feeërieke taferelen op de Westersingel ‘by night’ waren leuk, of ze nu met kapitalen geschreven worden of niet. Bovendien heerlijk gegeten bij ‘De Unie’ voor slechts een beetje meer dan de entree die we bespaard hadden. Wat wil een mens nog meer in Rotterdam?

Misschien de clou van de evergreen? Ken je die mop van die twee culti’s die naar het Boymans van Beuningen gingen? Ze gingen weer niet. L’ histoire se repete en dat is de kracht van humor. Toen vanwege jeugdige overmoed, nu door volwassen verplichtingen……..

100_1531‘When two ducks go to town’

Met Gémak naar Roodeschool, deel 1 tot Arnhem

Duiven Arnhem

Waarom? Je kunt het je haast niet voorstellen, maar Roodeschool klonk bij mij als kind exotisch in de oren. Ik ben van zo’n tussengeneratie die nog wel iets van topografische kennis heeft, maar voor het betere stampwerk van de lagere school moet ik bij mijn ouders zijn. Maar met Roodeschool begon voor mij de provincie Groningen in de vierde klas bij juffrouw W.

De naam Roodeschool is ingedaald in mijn geheugen en is er nooit meer weggegaan. Enige jaren terug schreef ik al een blogje met de veelbelovende term: ‘ Roodeschool zien en dan sterven.’ Zover wil ik het niet laten komen. Echter als aan het einde van 2011 de goede voornemens ter sprake komen voor het nieuwe jaar, weet ik dat 2012 in het teken staat van Roodeschool. In november 2012 was het zover. Met fototoestel, pen en papier, bammetjes en een beetje zakgeld, ging ik op stap. Natuurlijk een onderneming van niets, je vraagt je af waarom je het niet eerder hebt gedaan?

Omdat het nieuwste boek van Geert Mak als leesvoer is meegenomen krijgt mijn reis naar Roodeschool als werktitel: “Met Gémak naar Roodeschool.”

Koud is het niet, het miezert slechts een beetje. Een grijze dag is beloofd, maar veel neerslag zal er niet vallen zeggen de weerdeskundigen. Het station in Duiven maakt zich klaar voor de 21e eeuw, het plein is opgeleukt met bankjes en kunst. Vervoerder Syntus mag nog een maand Duiven aandoen, want in oneindige wijsheid heeft men besloten dat het Openbaar Vervoer geprivatiseerd moet worden. Omdat Syntus niet voldeed en/of te duur was, maar Arriva het vanaf 9 december 2012 doen, ik mag nog met Syntus. En dat is maar goed ook, weten we met de kennis van nu. Ik moet nog een kaartje kopen en dat ik natuurlijk knap stom. Even niet op de aanbiedingen gelet, dus de volle prijs is voor mij, 47 euro en een beetje. Jammer van het geld, maar het vaste en vertrouwde gezicht achter het loket bezorg ik op de valreep van haar loopbaan nog primeur: “Retourtje Roodeschool alstublieft!” Een over een maand moet ze bij haar nieuwe baas kaartjes knippen, de bemensing op de stations van Arriva zijn wegbezuinigd.

blog roodeschool 1

Nog even kijk ik mijn rugzak na of alles er is en ik dub nog over het fototoestel. Moet ik dat bij de hand houden om vooral pro-actief, o wat heb ik de schurft aan die term, foto’s te maken. Of maak ik zo maar wat kiekjes in de wetenschap dat mijn foto’s niet meer zijn dan wat versiering voor het blog. Accuraat of slonzig foto’s maken, voor de kwaliteit zal het in mijn geval niet zoveel uitmaken.

Zo’n eerste startplek is eigenlijk niet zo heel anders dan een werkdag naar Arnhem, dus eigenlijk niet zoveel ‘uitgevoel’ lijkt er te zijn. Deels dezelfde koppen, waaronder ‘haantje-net-niet-de-voorste’.  Een van de medepassagiers die me is opvallen met name door zijn vriendelijke uitstraling terwijl hij niet vooraan heeft gestaan bij de bedeling. Hij heeft flaporen, zijn neus is op zijn minst fors, zijn huid pokdalig en bovendien draagt hij een bril, vandaar de bijnaam in gedachten, die ik vooral voor mezelf houd. En ondanks alles valt vooral zijn vriendelijke uitstraling op.  Andere gezichten komen me bekend voor, al neem ik een trein of wat later dan normaal. De idee van vandaag Roodeschool te zien, maakt al het dagelijkse iets feestelijk, zelf het station van Arnhem.

arnhem station roodeschool eindImpressie station Arnhem, voor de liefhebber. Het mooiste van Arnhem is trouwens hier te vinden,  namelijk de trein naar Nijmegen.

Arnhem

Snel een koffie halen en de Spits meegenomen. De kop van de krant meldt een en al arnhem muskensrampspoed. Als het al zo slecht gaat, hoe lang kan een gewone kiosk de koffiemelk, roerstaafjes en melk nog vrijelijk laten staan. Wanneer slaat de geest van bisschop Muskens toe en nemen we op weg naar huis en passant suiker en melk mee. Dan hoeven we dat niet meer te kopen met de wekelijkse boodschappen.  De foto is gemaakt in de wetenschap dat er commentaar gaat komen op de nonchalante manier waarop de beurs voor het grijpen ligt. Ik kan u verzekeren het had al mijn aandacht.

Urlaub wie der Kölner Dom

Een niet winnend verhaaltje over vakanties in Duitsland. Niet winnend, maar wel weer een verhaaltje dus…..

Hans en Elze, vrienden van mijn vader, waren lieve mensen. Hij kende ze sinds 1956 toen hij in Köln werkte. Door hen vierden we ieder jaar vakantie in Duitsland. Sauerland, Moezel of Schwarzwald, altijd kwamen we ‘noodgedwongen’ langs Keulen. Even “Kaffee mit Kuchen” of genieten van een uitgebreide maaltijd bij Önkel Hans en tante Elze, of  aardappelkoeken bij de Dom, vaste prik in de jaren zeventig. Voor mij was ‘de Duitser’ synoniem voor aimabele mensen die van goed eten en drinken hielden.

De wereldkampioenschappen van 1974 gaf een rimpeling in dat beeld, maar ondanks allerlei Nederlandse  karikaturale geluiden over fietsen die werden opgeëist, had ik als kind een louter positief beeld van onze oosterburen. Duitsland was exotisch, Duitsland was Pommes mit Wienerschnitzel en vooral veel bergen. Natuurlijk droeg mijn vader bij aan het positieve beeld. Hij wilde zijn Duitse taalkennis testen. Volgens mij kregen we altijd een ijsje als zijn Duits werd geprezen met de vraag of hij uit de buurt van Bremen kwam.

Hoe anders was het in 1982 te Grafenhausen. Een ervaring die mijn positieve beeld deed wankelen. Jaren tachtig, crisis, een gezin moest op de kleintjes letten en een hotel was duur. Naast Duits, was mijn vader ook goed in rekenen. Hij had bedacht dat de kinderen misschien wel zin hadden in ‘zelten’. Dat scheelde een hotelkamer. Omdat wij hem niet tegenspraken, volhardde hij. De hoteleigenaresse wist via de burgemeester dat bij het meer verderop, kamperen mogelijk was.
We togen er naar toe, niet dat mijn broer en ik zin hadden, een groot Duits bed sliep gerieflijker. Een plekje was snel gevonden. Er waren hoegenaamd geen mensen, laat staan tenten. Hoewel dit vreemd was, hadden we geen argwaan. De hotelhoudster had het immers aangegeven.

Mijn vader regelde de hotelformaliteiten, terwijl wij de tent opzetten. In de verte hoorden we blaffende honden. Een man met jagershoedje, strenge bril en dito gezicht, kwam in stevige pas aanlopen. Een Herder en een Dobberman stonden hun baasje bij in het ‘vies kijken’. Op onaangename wijze snauwde hij dat we niet mochten kamperen. In mijn beste Duits verwees ik naar de toezeggingen vanuit het dorp. Zijn ogen spuwde vuur, mijn moeder kreeg nog iets toegebeten en hij verdween. We haalden de schouders op en met ons morele gelijk gingen we verder. Vijf minuten later, de tent stond inmiddels, stoof een politie-auto in onze richting. Twee grote blonde agenten stapten uit en op vijftig meter afstand lieten ze op brute wijze weten dat we moesten oprotten. Nog sneller dan ze kwamen, verdwenen ze. Hun woorden ‘verschwinde’ en ‘schnell’ echode nog tussen de dennenbomen.

Verbouwereerd braken we af. Vader kwam kijken hoe het ‘zelten’ vorderde, maar begreep al snel dat de vakantie duurder zou uitvallen. Mijn broertje en ik waren, ondanks de  bevestiging van alle karikaturen over Duitsers, erg blij. Een groot Duits bed lonkte.

Vele bezoeken en vakanties verder is de onaangename smaak gewist. Een vakantie in Duitsland staat nog steeds als de “Kölner Dom”.