Kakelkrant van Sprakeloos 20: Rattevanger, mag deze Rat ook mee?

Ik kakel wel, maar dientengevolge ben ik geen rat. Zonder omhaal van woorden lek ik de strekking van mijn brief aan het CPB en de verschillende andere eerbiedwaardige instituten aan u door. Ik ben het zelf die lekt, het is maar dat u het weet. Hiervoor heb ik geen spindokters nodig, zelfs geen gerenommeerde krant. Ik gebruik gewoon mijn eigen Kakelkrant. Daar kan Maxime Verhagen nog een puntje aan zuigen. Want als het over cijfermatige ontevredenheid gaat, denk ik veel meer recht van spreken te hebben dan dat Limburgse mannetje dat acteert als een groot politicus. Verhagen wiens partij veel minder dan 10 procent van de virtuele kiezers vertegenwoordigt, onder de duim wordt gehouden door een ander raar Limburgs mannetje en in de schaduw staat van ’s land grootste PR-marionet. Maxime Verhagen reageert zijn onkunde en onmacht af door te spuien naar de brenger van de slechte boodschappen, het CPB, terwijl hij en passant zijn vileine boodschap waarschijnlijk ook nog doorlekte naar de Telegraaf.

Ik schreef hedenmiddag over mijn ontevredenheid aan het CPB ten aanzien van:

  • de hoogte en doelmatigheid van de door mij te ontvangen PGB gelden voor mijn zoon
  • de belachelijke hoeveelheid geld die in bureaucratische processen wordt gestopt zodat mensen als Maxime Verhagen denkt beleid te kunnen maken en te kunnen controleren. De corebusiness doet niet meer ter zake, bijvoorbeeld in de GGZ. Geld wordt ingezet in nutteloze procedures, systemen, interim-managers, onderzoeksbureaus en afkoopregelingen voor Jan Doedels die ver boven de Balkenende-norm krijgen, niet verdienen uiteraard.

Ook heb ik een brief geschreven naar de belastingdienst omdat ik te weinig terug krijg op basis van verkeerde cijfers inzake het loongebouw waarbij ik kan onderbouwen dat ik te weinig verdien. Verder heeft de Radboud Universiteit in Nijmegen een gepeperde brief van mij gekregen omdat ik met terugwerkende kracht niet eens ben met de beoordeling van mijn scriptie. Bovendien mocht het onderwijs beter, toen al, zodat ik niet van die rare stukjes zou hoeven te schrijven. Het zijn zo maar enkele zaken, waarover ik jarenlang gezwegen heb. Maar nu een Excellentie een aanval op de instituties doet, kan ik niet achter blijven. Een goed voorbeeld doet goed volgen.

 

Ik heb nog één suggestie voor een boze brief van de hand van Verhagen zelf, namelijk, misschien kan hij het CPB laten uitrekenen of in de Raad van Elf, naast de Oppernar, wel elf ministers zitting hebben. Ook kan hij laten uitrekenen hoeveel het iedere Nederlander kost dat ze die bruine schaduw rondom dit kabinet blijven gedogen. Meten is namelijk weten.

Kakelkrant van Sprakeloos 19: Gangbang van dit kabinet

 

De liefde van de PVV voor de regering is zeer betrekkelijk. Dat wist een ieder die maar een greintje mensenkennis heeft. De liefde is zeker niet onvoorwaardelijk en dat is ook goed te zien aan de krampachtige lichaamshouding van de verschillende CDA en VVD politici. Eigenlijk willen ze niet, maar dorsten geen nee te zeggen. De PVV-ers hebben ogenschijnlijk minder last van de koelte binnen het gedoogconstruct. Wilders gaf  andermaal woorden aan zijn verhouding met het CDA en de VVD door te spreken van een verstandshuwelijk.

Er is natuurlijk niets mis met een verstandhuwelijk an sich al heeft het mijn voorkeur niet, een beetje gevoel erbij lijkt me wel prettig. En weet je, als je zo overduidelijk koketteer dat het gevoelsmatig niets voorstelt, is dat niet goed voor de mensen die er afhankelijk van zijn. In een gewoon huwelijk zijn dat vaak de kinderen, in dit geval is dat de samenleving als geheel. Tja, beslissingen moet je met je verstand èn je hart nemen, ook in de politiek, want anders resteert slechts kilte.

 

Verhagen voorzag dit en prompt reageert hij op Wilders’ uitspraak. In zijn visie is er sprake van een LAT-relatie en niet zomaar een LAT-relatie, maar een open LAT-relatie. Anderen mogen als het uitkomt, meehelpen het huwelijk (of de relatie) te consumeren. Als er meerderheden nodig zijn worden GroenLinks of de PvdA van harte uitgenodigd. Een soort gang-bang is dat in mijn voorstelling. Al blijft het tot op heden nog beperkt tot een enkele beurt van slechte kwaliteit. Vraag dat maar aan Jolande Sap en haar Kunduz- vrijage.

Nee, dat hele gedoogmonster is vooralsnog een grote ‘Dark Room’ waar af en toe een muurbloempje verwachtingsvol in de donkere diepte kijkt, maar van een echte gang-bang is ogenschijnlijk nog geen sprake, al doet Maxim Verhagen wel heel stoer als wannebee gangbanger.

 

Ik heb het niet zo op die openlijke ‘Spuiten en Slikken’ taal, maar als ze zo nodig moeten, denken ze dan wel aan de bescherming. Want als braaf burger word ik wel graag beschermd tegen welke (seksuele) escapade van deze regering. De vraag is alleen, wanneer beginnen ze over die bescherming? Van mij mag er in ieder geval één grote condoom over Rutte 1 heen, want je kunt er nooit vroeg genoeg over praten.

Kakelkrant van Sprakeloos 18: Volkskrant de VVD van de media?

 

Twijfels bij mijn ochtendkrantje heb ik al langer, maar macht der gewoonte alsmede een zekere loyaliteit zorgen voor de jaarlijkse donatie aan de Volkskrant. Ik krijg daarvoor iedere ochtend een papieren versie van de krant in de bus. Gisteren fronste ik mijn wenkbrauwen bij een citaat van een Brusselse diplomaat die zou hebben gesproken over kut-Grieken en lamlendigheid. Nu kan ik dit nog scharen onder nieuwsgaring, maar het populistische karakter van de berichtgeving is evident. Hedenochtend las ik het artikel op de voorpagina met als kop: “Grieks bankroet is plots taboe af.” Nu ga ik niet over de taboes op economisch gebied. Verder schaar ik met achter Nellie Kroes die oproept te stoppen met roeptoeteren over de Euro en Griekenland, want als nota bene de beste (vrouwelijke) premier die Nederland nooit gekregen heeft het allemaal niet meer begrijpt, dan staak ik ook iedere moeite mij de materie meester te maken.

Wat mij verbaasde is de teneur van het artikel, ik heb het meerdere keren gelezen en ik ontkom niet aan de indruk dat Geert Wilders als een groot economisch visionair wordt afgeschilderd. De PVV wilde van meet af aan de Grieken eruit gooien, zonder zich verder te bekommeren over de gevolgen voor de Grieken, voor de rest van Europa en ook niet voor Henk en Ingrid. De politieke onwil, de weerbarstigheid van de economische materie en de ingebakken weeffouten in de EU hebben gezorgd voor een impasse en mogelijk dus het ongewenste bankroet voor Griekenland. Vanuit het benepen anti-Europese standpunt van de PVV begrijp ik de opstelling van Wilders heel goed. De voorpagina van de Volkskrant kan ik echter niet duiden.

 

Waarom? Zijn de toekomstperspectieven van de Volkskrant zo slecht, dat ze de concurrentie aan willen gaan met De Telegraaf, moeten Henk en Ingrid nu worden overtuigd met De Volkskrant. Of is het zinloze beuken van de rechtse propaganda dat De Volkskrant van de Linksche Kerk is de redactie te veel geworden? Dit alles onder het motto: If you can’t beat them, join them’. Ik hoop van niet, want dan moet ik mijn krantje echt vaarwel gaan zeggen, want met deze onzin wil ik ’s morgens in mijn eigen huis niet geconfronteerd worden. De Volkskrant lijkt wel de VVD van de media te worden, die hun liberale standpunt ook bij de vuilnis hebben gegooid om zich te warmen aan de potentiële Henk en Ingrids. Dat is toch niet nodig, over een paar jaar is de onzinnigheid van het populisme hopelijk weg. In Noorwegen en Denemarken zijn de eerste signalen al in die richting. Ook in Nederland is de houdbaarheid van het gedoogmonster niet oneindig, maar ik hoop dat dit wel geldt voor De Volkskrant.

Een mensen-mens, GADVERDAMME

 

Ik ga mezelf niet afficheren als een misantroop, hoewel ik op gezette tijden wel last heb van mensen in het algemeen. Omdat dit niet chronisch is, maak ik me geen zorgen. Sterker, ik vind het soms een prettige, hoewel geen gemakkelijke, instelling. Het maakt je kritisch, hoewel dat doodvermoeiend kan zijn. Het zogenaamde mindfucken ligt altijd op de loer en dat is destructief.

In zo’n misantropische bui, kan ik een gloeiende hekel krijgen aan bepaalde termen. Ik krijg bijvoorbeeld acuut rode bultjes van de term ‘mensen-mens’, wat een godvergeten jeukterm is dat. Gadverdamme. Op dit moment ben ik niet misantropisch, kun je nagaan hoe ik over mensen-mensen denk op mindere dagen.

Wat is nu een mensen-mens? In een eerste opwelling zou ik denken dat is iemand die van mensen houdt? Maar doen we dat in wezen niet allemaal, uitgaande van de goedheid van mensen en het zijn van een sociaal wezen. Ziet u, ik ben geen geboren calvinist, zo misantropisch ben ik niet.

Of zou een mensen-mens iemand zijn die goed met andere mensen kan omgaan? Volgens mij kunnen de meeste mensen dat in meer of mindere mate. Je eigen socialisatieproces maakt dat je met de ene minder goed kan, dan met anderen. Zolang je dat van elkaar accepteert, is er niets aan de hand. Gelukkig zijn de mensen met ernstige psychische defecten of anderszins persoonlijkheidsgestoord, ver in de minderheid, tenminste dat denk ik nu, maar in een misantropische bui denk ik er beslist anders over.

Of kan een mensen-mens met iedereen opschieten, een soort kameleon die qua omgangsvormen zich constant aanpast en niet zich zelf is. Ik zou dat soort mensen ernstig wantrouwen, misschien wel misantropisch worden. Niets mooier dan een oorspronkelijk mens met zijn hebbelijkheden en zijn onhebbelijkheden.

Soms zijn het wat zweverige types die zichzelf tot mensen-mens bombarderen. Nu moet ik bekennen dat ik deze mensen niet serieus neem, maar ze zijn in het algemeen totaal ongevaarlijk, vaak zelfs charmant in hun naïviteit. Het wordt anders als managers of directeuren, politici of bestuurders zich mensen-mens gaan noemen. Dan moet je gaan oppassen. Je ziet ze zo staan voor een groep werknemers op de dag dat ze zichzelf moeten introduceren. Handenwrijvend noemen ze hun naam, ratelen hun hele CV op alsof ze niet doorhebben dat niemand daar in geïnteresseerd is. Bovenal gaan ze uit van een goede samenwerking. Breed gesticulerend, zoals ze hebben opgepakt tijdens de peperdure seminars human resource, zetten ze hun woorden kracht bij, zoiets als Mark Rutte nog iedere keer doet en daarbij steeds ongeloofwaardiger wordt. “Dat zal toch wel lukken, dat samenwerken?” roept de man of vrouw naar het gehoor. ‘Ik ben immers een echte mensen-mens.’ Een teiltje moet worden aangesleept, maar tot echte vomeren ga ik over als de toevoeging komt, ‘A peoplesmanager.’ Het zweet breekt me van alle kanten uit bij die kretologie: ‘Een mensen-mens, a peoplemanager, gadverdamme, je bent niet goed wijs.’

Als je van mensen houd, dan moet je dat je dat zeker niet uitroepen, want daarmee geef je je gebrek aan mensenkennis al bloot. En als je met iedereen kunt omgaan, of te vriend wilt houden, dan ben je bij voorbaat al een slecht manager. Maar het gevaar dreigt dat een mensen-mens-manager zich vooral gaat ontpoppen tot een onbetrouwbare kameleon. Zo één die helemaal niet van mensen houdt, volstrekt onbetrouwbaar is en vooral van zichzelf houdt, of dat zelfs niet eens. Mensen-mensen, driewerf gadverdamme, ik word er subiet misantropisch van.

Kakelkrant van Sprakeloos 17: A Tribute to John and all the others (9/11)

 

Ik stel me zo voor, op 10 september 2011, een vreedzaam tafereel, in een modaal gezin. Man, vrouw en twee kinderen. Janette is medewerkster in een grote supermarkt, John is brandweerman en hun twee zonen, Mark en Pete, gaan naar de Highschool in één van de voorsteden van de Big Apple. Wat zullen ze eten? Fried chicken, salad en aardappelpuree en natuurlijk Diet Coke, want ze willen niet te dik worden. Bovendien houden ze van sport. Het aankomende weekend staat in het teken van de baseballgame op school, een grote happening. De jongens spelen mee en vader en moeder komen uiteraard hun kinderen aanmoedigen. Het is er niet van gekomen, door omstandigheden.

De volgende dag had John geen dienst, maar door de omstandigheden zijn alle brandweerlieden opgeroepen als ze al niet uit hun zelf kwamen. Sindsdien ziet het leven van John er anders uit, maar niet alleen van John, van veel New Yorkers. Eigenlijk is de hele wereld ingrijpend veranderd. Maar John is mogelijk een van de vele New Yorkers met een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) als gevolg van de aanslag op de Twin Towers. En dat is niet zo raar, want iedereen heeft de beelden waarschijnlijk nog helder in zijn geheugen staan.

Vandaag hoorde ik dat 70.000 New Yorkers lijden aan PTSS en het aantal zal nog toenemen, want de psychische aandoening kan nog jaren na een traumatische gebeurtenis opdoemen. Terecht is er veel aandacht voor en hulp zal nog tot in lengte van dagen beschikbaar moeten blijven.

Hoe zal het aantal PTSS gevallen in Bagdad zijn? Wat te denken van Afghanistan en Pakistan, bij de Palestijnen en Israeli’s. Is er in Libië op dit moment een epidemie van PTSS? Of Syrië? Kent iemand het boek Congo van David van Reybrouck? Een absolute aanrader, maar na lezing weet je dat er in het voormalige Zaïre en Rwanda het goed zoeken is mensen te vinden zonder een PTSS. Deze bescheiden lijst is gemakkelijk aan te vullen met actuele en minder actuele oorlogen.

Mijn conclusie is eigenlijk dat PTSS mogelijk volksziekte nummer één is. Misschien lijden er wel meer mensen aan PTSS dan aan de gevolgen van malaria? Ik durf het niet te zeggen. Ik heb de World Health Organisation er nog nooit zo over gehoord. Het zou een schone zaak zijn als ons kabinet zich hard gaat maken voor de mondiale bestrijding van PTSS. Maar was het niet onze minister van Volksgezondheid die psychiatrisch ziek zijn op een kwalijke manier bagatelliseerde, dus veel heil uit die hoek verwacht ik niet. Daarom kakel ik maar om aandacht. Aandacht voor allen die lijden aan PTSS. Op de eerste plaats natuurlijk alle New Yorkers omdat het morgen tien jaar geleden is dat Osama Bin Laden op een gruwelijke manier van zich deed spreken. Maar even zo goed aan alle andere wereldburgers die lijden aan PTSS, of ze dit nu zelf weten of niet.

Kakelkrant van Sprakeloos 16: Steenmarter in school. Wie betaalt de Tol (kamer)

 Hot news natuurlijk, aan het begin van het schooljaar bedremmelde kindergezichtjes bij de gesloten schooldeur staan. Hun vakantie wordt verplicht verlengd door een vlooienplaag in het schoolgebouw. Een plaag die voorafgegaan werd, of beter gezegd, vergezeld gaat met een steenmarterplaag. En het gebeurt allemaal in Tolkamer.

De vlooienplaag is mogelijk nog wel te bestrijden, al duurt dat ook een aantal dagen, maar met de steenmarters is dat wat anders, immers een bedreigde diersoort. Even puur theoretisch: een ethische vraag, wat is de verhouding van tussen het aantal steenmarterlevens in relatie tot duizenden vlooien waard, volgens dieractivisten? Ik weet het niet, al begrijp ik best dat we heel voorzichtig met dier en natuur moeten omgaan, zeker als het een bedreigde diersoort is. Maar met de steenmarter blijven de vlooien aanwezig.

Op de radio hoorde ik nuchtere vertegenwoordigers van de basisschool Overlaat in Tolkamer praten over de directe overlast van de steenmarter. Buiten het ‘vrolijke’ lawaai vanuit de ruimtes in het plafond, er schijnt eens nest met jongen te zijn, dient zich een acuut mestprobleem aan. Urine sijpelt langs de muren en door het plafond, steenmarterpoep hoopt zich op en kadavers van overleden steenmarters maken de stank ondraaglijk. Een normale schoolgang is niet meer mogelijk. Maatregelen zijn noodzakelijk. Naast de vlooien, moeten de steenmarters geweerd worden, dus alle kleine gaten in de school worden gedicht en tot overmaat van ramp zal een deel van het plafond vervangen worden. Kortom, geen kattepis, of om in goede sferen te blijven, steenmarterpis.

Nu hoorde ik van de directrice dat het probleem al vanaf 2007 in meer of mindere mate aanwezig was. 2007!!!!! Ik ken niet alle ins en outs en ik ben zeker geen groot rekenkundige, maar wat heeft het allemaal al niet gekost en wat gaat het de komende maanden nog kosten. Ik word hier heel zurig van en om dan toch maar in urinesferen te blijven, ik word er zelfs een beetje Pissed off van. Was het niet mogelijk geweest om meteen rigoureuzere maatregelen te treffen ter preventie van de soap die Tolkamer nu overkomt? Hadden we niet een tikje minder ethisch kunnen handelen in plaats van de zoölogische moraalridders uit te hangen? Hoe bedreigd is een diersoort, want mogelijk leven er elders in de wereld nog wel voldoende van die krengen, moeten ze dan ook nog in Nederland leven en dan nog wel in een school te Tolkamer? Wat voor een prachtige donatie had het WereldNatuurFonds of Greenpeace niet kunnen innen, als er minder angstig beleid was gevoerd om dierfundamentalisten te paaien?

Kakelkrant van Sprakeloos 15: IKEA met Man Cave grootse innovator

 

Soms zijn er innovaties bij grote bedrijven die net zo doeltreffend als simpel zijn. IKEA heeft er zo één bedacht. Ik ben jaloers op de genialiteit van hun nieuwste service. Iedereen, die regelmatig bij IKEA komt, weet dat bijna iedere relatie op hoogspanning komt te staan. Ik heb me laten vertellen dat in Stockholm de vestiging aldaar een heuse psycholoog in dienst heeft om relaties die op knappen staan te redden of huiselijk geweld te voorkomen. Voor de kinderen hebben ze al een oplossing bedacht, zoals meer gerenommeerde bedrijven, namelijk een speelpaleis met ballenbak. De IKEA-variant heet Småland.

Nu hebben ze iets gecreëerd voor mannen, want mannen komen nu eenmaal van Mars en vrouwen van Venus. En omdat IKEA nu eenmaal meer heeft met Venus, worden de Marsianen in Australië op een speciale manier bediend. Down Under is in de eerste IKEA vestiging een heuse Man Cave gemaakt. Voor een half uurtje krijgen vrouwen een buzzer mee, terwijl ze er zeker van zijn dat hun man prettig vermaakt wordt. Samen met andere ‘slachtoffers’ kunnen ze flipperen, tafelvoetbal spelen, mannenmagezines lezen en ze worden gefêteerd op heuse hotdogs. Hun partners kunnen ontspannen winkelen, de relatie loopt niet op de klippen en na een half uur zal iedere man met plezier de rekening van hun koopzieke echtgenote betalen en de dozen inladen. Zelfs het gevecht met de schroefjes en nippeltjes is op deze wijze voor de mannen gemakkelijker te dragen. Leve IKEA.

Voor het bijbehorende propagandafilmpje, gebruik de volgende link: ballenbak voor mannen

 

Nu nog de poppenhoek in garages voor vrouwen en in de voetbalstadions een huiskamer waar vrouwen die tijdens de voetbalwedstrijd alleen maar kakelen, kunnen kijken naar herhalingen van Hart voor Nederland en GTST terwijl ze bladeren in hun bijbel, de nieuwste IKEA catalogus. Wat kan de wereld toch mooi zijn.

Ouverture in Hoofdklasse: Keienslöppers tegen de Stoppelkaters

Op weg naar de keienslöppers

Nauwkeurig bestudeer ik de buienradar en weeronline en kom tot de conclusie dat hedenmiddag de weergoden ons goed gezind zijn, dus besluit ik de openingswedstrijd van ROHDA Raalte te bezoeken. Eenmaal aangekomen kan ik het ‘stadion’ niet missen, want groots wordt de ‘voetbalhoofdstad’ van de Achterhoek gepresenteerd. Om de pretenties moet ik glimlachen en bij de voetbalhoofdstad denk ik nog altijd aan de Superboeren, twintig kilometer verderop. Aan de andere kant begrijp ik dat het nabij gelegen Groenlo met hun stadse fratsen, paars aanloopt van jaloezie en daar is het mogelijk ook om te doen.

Overigens is het complex van Longa ’30 vriendelijk, verzorgd en redelijk bezocht en al zijn het geen Superboeren, het programmaboekje werd wel meteen ondergescheten door de eerste de beste vliegende kip. Over boeren gesproken, ik herinner me dat er vroeger bij ROHDA op de wijs van ‘We’ve got the whole world in our hand’ werd gezongen: ‘Wi bunt een boerencluppie uut Roalte, Wi bunt een boerencluppie uit Roalte, moar wi stoat lekker bôvenan.’

Lang vervlogen tijden, maar waarom zou deze middag de ouverture van een geweldig seizoen niet beginnen in Lichtenvoorde. Bijvoorbeeld door de voormalige eersteklassers eens te laten proeven aan het echte Hoofdklasse niveau. Pretenties? Dat mag in de voetbalhoofdstad van de Achterhoek.

Tussen de feesten door

Zelf ben ik nog wel even bang dat Stoppelhaene nog in de benen zit, maar dat wordt dan mogelijk gecompenseerd doordat Longa ’30 ook al met één been in hun kermis verkeert. Na de aftrap starten twee elftallen die wel willen, maar niet kunnen. Daarbij is het balbezit het eerste half uur net iets meer voor de Raaltenaren, maar om nu te zeggen dat er iets substantieels meegedaan wordt, nee. Het tikje opzij, soms afgewisseld met een lange bal, opzij, weet ROHDA de bal in zijn gelederen te houden. Aandrang om naar voren te gaan, is er niet. Ik doceer mijn oudste zoon dat dit vragen om problemen is. Naast voetbalvisie leer ik hem ook een deugdelijk spreekwoord: ‘Wie wind zaait, kan storm oogsten.’ En zoals het met spreekwoorden is, ze komen uiteindelijk altijd uit of bevatten een kern van waarheid. In de 31e, 32e en 35e minuut kroop ROHDA door het oog van de naald, weer zo’n spreekwoord dat allesomvattend de waarheid in zich herbergt. Dankzij keeper Ruben Tepperik (Jens Veldwachter?) bleef het doel schoon, de Lichtenvoordse storm van bijna orkaankracht, bleef zonder schade voor ROHDA. De kramp in de ROHDA verdediging is het logische gevolg van het ontbreken van aansluiting met het middenveld. Het aantal ballen terug op de keeper was groot en dat is voor Longa’30 natuurlijk het sein dat er iets te halen is. De laatste tien minuten luwde de storm en hielden de ploegen elkaar in evenwicht.

De scheids

In de pauze luisterde ik naar de gesprekken van een aantal autochtone Lichteenvoorders die het niet begrepen hadden op de scheidsrechter. De jongens van Raalte gingen steeds zomaar liggen, het leek nergens op. Nu was het mij ook opgevallen dat er veel onderbrekingen waren, maar om het arbitrale trio daar nu de schuld van te geven, vind ik met al mijn ‘objectiviteit’ zeer ten onrechte. Wat mij opviel is, hoewel de wedstrijd zeker niet hard was, dat de spelers van Longa vaak net iets te laat waren en daarmee onbedoeld op incorrecte wijze op ROHDA spelers stuitten. Niet erg, de handelingssnelheid komt misschien in de loop van het seizoen nog wel, beste collega-supporters van de Achterhoekse voetbalhoofdstad, maar wel even de hand in eigen boezem steken. (Ja, warempel geheel spontaan weer een spreekwoord) In de tweede helft zou het nog erger worden, waarbij de vermoeidheid bij een aantal spelers zorgde dat het aantal onderbrekingen verder toe nam.

Hopen op een geniepige tegenwind

Als argeloze supporter hoop je altijd dat de thee in de pauze vergezeld gaat met een donderpreek. Ik vond het nodig, want in essentie zou ROHDA een maatje te groot kunnen zijn voor Longa’30, het kwam er niet uit. In de tweede helft probeerden de RoodGelen het wel, maar tot echte doelrijpe kansen kwam het niet. En nu ga ik even de zeurkous spelen, je weet wel, van die beste stuurlui die aan wal staan. En met dit vierde spreekwoord meld ik dat ook hier de linies niet aansloten, drie eenzame aanvallers kwamen tot de achterlijn of richting het zestienmeterlijn gebied zonder ondersteuning. En ik zit niet uit mijn nek te lullen, want de eerste en enige echte goede kans van ROHDA was in de 62e minuut een schot op de paal (van nummer 9, volgens mij Dirk Jan Klijn Velderman) De kans was vooraf gegaan door opkomende middenvelders waardoor het spel over meer schijven gespeeld kon worden. (Tjemig ik zou zomaar coach kunnen worden) Met de inbreng van de nieuwste aanwinst Teje ten Den op rechts bleef er nog even dreiging komen, maar van een echter Raalter Wind was zeker geen sprake. Als supporter hoop je stiekem nog op een geniepig doelpunt, onverwachte tegenwind. Schietgebedjes mochten niet baten, sterker nog, op het einde waren de beste kansen voor Longa’30 waarbij Django Ngutra (5) de Allesbestierende op zijn blote knieën mocht bedanken dat hij slechts geel kreeg.

Een matige openingswedstrijd, waarbij ik nog net durf te zeggen dat een gelijkspel een terechte uitslag is, maar het blijft met vuur spelen als er zo weinig initiatief wordt genomen, terwijl de tegenstander wel de mogelijkheden biedt. De weergoden hielden hun woord, de voetbalgoden in Lichtenvoorde lieten het afweten. Misschien een volgende keer wanneer ik mijn oude cluppie weer eens bezoek, gaat het beter. Of is het roeien met de riemen die je hebt.

 

Kakelkrant van Sprakeloos 14: Wolf in Duiven? Het is koning Izegrim

 

De koning is dood, leve de koning. Hij is gesignaleerd in zijn natuurlijk habitat, de koningsresidentie Duiven. Na ruim honderd jaar is een nazaat van koning Izegrim de zoveelste weer terug. Hij kwam natuurlijk po(o)lshoogte nemen en constateerde dat er veel bossages zijn weggehaald. De vooruitgang hè! We wisten dat hij zou komen, want in Duitsland waren neven en nichten al jaren gesignaleerd. Aanvankelijk kon koning Izegrim Duiven niet vinden, want hij is gewend aan compacte bebossing, dus vanuit Duiven hadden we al een welkomscommité bij Nijmegen en in Zuid-Limburg neergezet. Daar hadden we koning Izegrim per limousine graag opgehaald en hem feestelijk ontvangen in Duiven.

 

Het mocht niet zo zijn, onze koning heeft zelfstandig besloten te zoeken naar de koninklijke woonplek in Duiven, in weerwil van grote hindernissen, heeft hij via de Rijn gelopen en is gestuit op snelwegen. De vooruitgang hè! Maar hij is terug en is Duiven dus blijkbaar niet vergeten. Ik denk dat de gemeentelijke plantsoenendienst het druk gaat krijgen om onze Izegrim voorgoed binnen onze grenzen te krijgen. Er is voldoende ruimte voor koning Izegrim en zijn roedel. Vanaf volgend jaar zullen wij 31 augustus derhalve weer instellen als koningsdag, dat voelt na ruim vijftig jaar ook weer heel vertrouwd.

Of…..

Of is hij misschien helemaal niet gesignaleerd en is dit weer een hype, gecreëerd door Rutte en de zijnen die bezig zijn met een afleidingsmanoeuvre door alle aandacht op Duiven te richten en zo zijn nieuwe bezuinigingen door te drukken. Ze spindoktoren wat af daar in Den Haag. Mocht dit echt zo zijn dan zou de Duivense bevolking erg teleurgesteld zijn en ik zal persoonlijk zorgen dat zoiets electorale gevolgen gaat krijgen. Ik wel.

Of….

Of moeten we op zoek naar schaapskleren omdat een politiek onverlaat zijn ware gezicht laat zien en mensen probeert bang te maken. Wie zal het zijn, er zijn genoeg gegadigden. In alle gevallen zullen we in Duiven oplettend blijven, om gespuis te weren, om ons geen rad voor de ogen te laten draaien of in het positieve geval onze koning koninklijk te ontvangen.

Leve koning Izegrim.

Kakelkrant van Sprakeloos 13: Europa blues op vrijdag

 

De vrijdagmiddagblues, kent u dat? Na een week intensief werken is het op. Misschien kent u het niet, want u heeft ongebreideld calvinistisch arbeidsethos of bent aanhanger van de neo-kapitalistische sekte: Time is money. Ik niet, want op is op en als je met mensen werkt, is dat soms een hele zinvolle constatering. De rek voor deze week is er uit. Ik droom een beetje weg en ga een collega lastig vallen die ook van de vrijdagmiddagblues is. Samen ‘jammen’ we een beetje over de bureaucratisering van de zorg, de politiek en ongemerkt komen we te spreken over de Europese geschiedenis. Onze conclusie is dat Europa altijd internationaal is geweest in zijn oriëntatie, dat er altijd uitwisseling is geweest van goederen, mensen, kennis en wat al niet meer. Het anti-Europese geouwehoer van o.a. de PVV is maar larie. Nationale staten zijn kunstmatig en hebben de laatste 200 jaar alleen maar ellende gebracht. Nu beweer ik niet dat er geen ellende is zonder nationale staten, maar verschillen tussen wij en zij zijn niet gelijk aan nationalisme. Zo keuvelen we over Teutonen, het vroeg Frankische Rijk, Merovingen, de opkomst van de Hanzesteden en de Elizabethsvloed van 1421. In tien minuten tijd hadden we de grote lijnen van de Europese geschiedenis te pakken en beseffen dat nationalisme binnen Europa een gevaar is voor ons allen.

We zitten in een schip dat dreigt te zinken als we niet uitkijken, we zullen dus met zijn allen moeten hozen.. Doen we dat alleen of wijzen we een enkeling aan, dan gaan we met zijn allen….naar de Filistijnen. We verworden dan mondiaal gezien een toeristisch historisch armlastige pleisterplaats, Europa.’

 

Het is even stil, we baden in ons absolute gelijk. Dan gaat de telefoon. Een indicatieorgaan belt en vraagt waarom dat ene kruisje niet gezet is op het formulier X. Het antwoord is duidelijk, omdat het nog niet bekend is. Ze namen er geen genoegen mee, attendeerden ons dat indien het kruisje over een week nog niet gezet is, de aanmelding ongeldig wordt. We moeten dan het formulier opnieuw invullen of we kunnen gebruik maken van procedure Y, dat zou sneller gaan, maar geeft geen garanties.

De vrijdagmiddagblues is weg en gaat over tot het gebruikelijke fabrieksgeluid van de machinerie der radertjes, ook in de zorg. Er gebeurt niets, als het ene radertje niet precies in het andere past. Niemand weet meer de grote lijnen, het hoe en waarom.

In ons professionele kruis getrapt over dat enige kruisje, dragen we manmoedig ons loonslavenkruis. We weten dat het formulier over drie weken pas volledig ingevuld kan worden, maar dan is het te laat. We kunnen vanmiddag niets meer doen, maar de vrijdagmiddagblues komt niet terug, al dromen we ieder apart nog wel over een begrijpelijk Europa. Dat snappen we, ons werk niet meer.

EUROPE -THE FINAL COUNTDOWN