Don’t fuck ‘de weergoden’!

‘Don”t fuck with the wethergods’ is mijn devies en u weet wel waarom. In een tijd van vergaande secularisering en ontkerkelijking is het aanbidden van De Allesbestierende geen gemeengoed meer. Maar verder terug in de geschiedenis hadden we de weergoden die we al eeuwen hebben veronachtzaamd. Nu zitten we met de gebakken peren. De ‘vooruitgang’ heeft ons van de natuurelementen afgedreven. Wij als mens hebben de natuur overwonnen en alles is maakbaar. Behalve dus de lente op tijd laten beginnen, zoals de afgelopen weken is gebleken.

We verzuchten nu onder de Gesel van de weergoden, als straf. Volgens mij zit er een gigantische groeimarkt in het onderricht en de evangelisering van de Germaanse, Scandinavische, of van mijn part Romeinse of Griekse weergoden. (Zouden er trouwens Cypriotische weergoden bestaan of vallen die onder de Griekse gesel?)                                            weergod Thialfi,  wie kent hem niet

Volgens mij bestaat er zoiets als een soort van 10 geboden om de weergoden te behagen.

  1. Wij bestaan echt, don’t fuck with us, don’t mess around
  2. Probeer ons niet te verbeteren, te vervolmaken of na te maken in welke vorm dan ook.
  3. Misbruik onze gaven niet
  4. Een regendans of zonneverering is minder ver weg van onze Goddelijke werkelijkheid dan u denkt. Eer onze gaven constant
  5. Heb eerbied voor de herkomst van alle Aardse Gaven verkregen door zon, wind en water.
  6. Ontken ons niet, wij bestaan en zijn niet uit te roeien. Wij zijn als katten en hebben meerdere levens en komen zo nodig in een Geselende verschijningsvorm terug.
  7. Eer ons, wij zijn niet vervangbaar, dus lonk niet met het kunstmatige.
  8. De weergoden zijn voor iedereen, dus deel onze gaven met een ieder.
  9. Gelooft in waarachtige weermannen, niet in commerciële ‘ik voorspel wat u horen wil’- gedoe.
  10. Gun een ieder een plekje in de zon, zoals jij zelf ook een warm plekje wil hebben.

Ik ga bij mezelf na, wat is mijn ecologische voetafdruk. Hoe spaarzaam ben ik? Hoe serieus neem ik het woord broeikaseffect nog? Heb ik meegedaan aan Earth-hour? Europa gaat economisch naar de verdoemenis, dus is verdere groei noodzakelijk om verder ongemak (oorlog!) af te wenden?

Voorlopig zit ik, samen met miljoenen anderen met onaangenaam klote weer en misschien is het wel een beetje ons eigen schuld, sneeuw in Zuid Nederland, bergen sneeuw in Engeland, stormachtige poolwind in de lente, Siberisch koud in Kiev, depressieve storingen over heel Zuid-Europa. Misschien moet ik me eens verdiepen in de kunst en kunde van de IJsheiligen, dat heb ik nog nooit gedaan. Het gevolg is dus dat ik stomme blogjes bij de kachel schrijf in plaats van een frisse lentewandeling te maken of de tuin te bewerken. Komt er nog wel een lente vraag ik me af en zullen de seizoenen met slechts graduele koele overgangen in elkaar overgaan. Is er in het muziekstuk van Vivaldi geen plek meer voor de vier jaargetijden. Is de lente geen toekomstmuziek meer, maar slechts een voetnoot in onze meteorologische geschiedenislessen?

YOLO, gadverdamme!!!

 

Je hebt jeukopmerkingen en jeukopmerkingen. Ik zie duidelijk gradaties. Soms is het een tergend langzame opeenhoping van ergernis en in één keer denk je, gadverdamme. Heel soms zijn er uitdrukkingen die je van af het eerste moment ernstig tegenstaan. YOLO dus. You only live once, dus wat maak je je druk zult u denken. Niets is minder waar, toegegeven ik denk niet de hele dag aan die verfoeide YOLO’s denk, maar af en toe wil ik toch blijk geven van een portie intolerantie. Op dit moment wordt de ergernis veroorzaakt door de opkomst van het begrip YOLO dat naadloos aansluit bij de mismaakte staat van de Westerse samenleving. YOLO, gadverdamme.

In de wat geletterde kringen hebben ze het al vanaf de jaren negentig over het hedonistische tijdperk, dat eigenlijk al sinds de opkomst van de babyboomers als ideologische maatstaf geld, helaas. Tegenwoordig hebben we Henk Krol met zijn 50+ die over de ruggen van echte ouderen en armere bejaarden, plechtstatig de belangen van de rijke babyboomers verdedigd. Echt YOLO en ze wensen geen rekening te houden met anderen. Hedonisme pur sang.

Met YOLO beleven we de popularisering van het hedonisme. Hele volksstammen die het woord hedonisme amper kunnen uitspreken, laat staan de betekenis kunnen reproduceren, hebben instintiefmatig blijkbaar wel begrepen waar het om draait. YOLO.

Je moet alles in je leven geprobeerd hebben, want je leeft maar één keer. Lekker gek doen, niet nadenken, korte termijn doelen nastreven, geen verantwoordelijkheid nemen, meedoen met de meute dus. YOLO is een schaamlap voor een beperkt, maar onnadenkend leven. YOLO is een reden om met de schreeuwende meute mee te lopen. YOLO is bij uitstek een reden om tegen conventies te zijn, want die beknotten dat enige leven. YOLO is zelfs reden voor thrill-seeking activiteiten al laat je persoonlijkheid het absoluut niet toe met alle psychische gevolgen van dien. Lekker op vakantie in Timboektoe, terwijl je de weg naar de kerktoren van het naburige dorp eigenlijk al een hele reis vindt. Lekker drugs gebruiken en experimenteren, lekker seksen zonder grenzen omdat de media je laat geloven dat het de standaard is, bovendien: YOLO!!!!!

Het verbaast me trouwens dat de SGP jongeren hun PR machinerie niet in stelling hebben gebracht tegen YOLO met OYLT. OYLT? Ja, OYLT, Of Course You Live Twice, om het hiernamaals te promoten door een gelovig en ascetisch leven. Maar op de keeper beschouwt zijn ook de SGP-jongeren ook al besmet met YOLO. Op zaterdag zuipen en snuiven ze zich klem in hun tot bierketen omgebouwde kippeschuren, om hun OYLT gevoel met een kater in de kerk te beleven.

Het is ‘Living On The Edge’ (LOTE!) met een immer groeiend verwachtingspatroon van avontuur, hedonistische zelfverwezenlijking, gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel en vooral geen rekening houdend met de gevolgen voor jezelf en je medemens. Schaamteloos gedrag wordt tot norm gemaakt onder het mom: YOLO.

Ik ben niet zo zeer van de YOLO, al zou ik soms willen dat het leven een eeuwig durende vakantie is met de beschikking over genoeg geld en vrije tijd en het seksleven van een bonobo. Heel soms lijkt dat een aantrekkelijk vooruitzicht. Maar in het algemeen stel ik niet zulke hoge eisen aan het leven, al duld ik het begrip YOLO niet in mijn dagelijkse vocabulaire. Ik ben meer van de EVVAV en KWW oftewel zet je Ene Voet Voor de Andere Voet en ‘Kieken Wat het Wordt’. Misschien wat ambitieloos, het is niet anders. Tot die tijd zal ik YOLO niet hanteren. YOLO, driewerf gadverdamme.

Sprakeloos Bloggers Speakerscorner 5: Een relatie van niks…….

En in één keer weet ik waar het mis gaat met Nederland op relationeel gebied en daarmee onze hedonistische maatschappij logischerwijs naar de verdoemenis gaat. Hedenochtend boven de krant zag ik het licht. In een fractie zie ik mezelf als onheilsprofeet, dominee en de alwetende maatschappij socioloog. Bovendien……op al deze fronten heb ik gelijk, feitelijk en moreel.

 

Al lezend ploeg ik de Volkskrant door en bij de tweede kop koffie lees ik als toetje het Volkskrantmagazine. Hierin word ik geconfronteerd met de rubriek van Machteld van Gelder die lezersvragen door lezers laat beantwoorden. (zie onderstaande afbeelding)

Heimelijk wist ik dat de financiële huishouding, naast natuurlijk de praktische huishouding, een foeilelijk construct is in veel relaties, dat tot heftige botsingen kan leiden. Maar het bovenstaande relaas is exemplarische voor ‘Het Pompeii’ op relatiegebied. Op financieel gebied is de rationaliteit dusdanig doorgevoerd, dat de rijke partner lekker op vakantie gaat, terwijl het ‘arme’ deel van de relatie op de vingers wordt getikt als er iets te veel wordt uitgegeven. Ik vind dit onbegrijpelijk, maar dit soort constructen komt volgens mij veel vaker voor dan ik voor mogelijk had gehouden. Hoe kun je vakantie vieren terwijl je levensgezel, je partner, je ‘allusie’ om louter economische redenen niet mee kan? Volgens mij heb je dan geen relatie. En hoe kun je je laten koeioneren binnen een relatie omdat je financieel minder inbrengt. Dan ben je een bange sukkel die de schijnrelatie in stand houdt omdat je berekenend wilt blijven profiteren van de kruimels die je mag opsouperen van je rijke partner. Als we dan toch met zijn allen naar de ‘kloten’ gaan is dit wel het culturele hellende vlak in onze maatschappij.

Als hedendaagse partners niet meer holistisch kunnen kijken naar zichzelf en hun relatie, als op financieel gebied de teller in een relatie altijd op nul moet staan en liever nog meer nemen dan geven, hoe zit het dan op andere vlakken. Hoe deel je lief en leed dan op het gebied van huishouden, opvoeding, op seksueel gebied, qua vriendschappen etc. Als de balans van een relatie bestaat uit allemaal uitgesplitste deelrekeningen die voor de hedonist allemaal positief moeten uitslaan wil de houdbaarheidsdatum toereikend blijven, dan is het droevig gesteld met je relatie en daarmee onze maatschappij.

Ben ik ouderwets dat als je een relatie aangaat en kinderen hebt, dat jou inkomen en vermogen voor het hele gezin is? Dat zelfde geldt voor je partner. Het delen van lief en leed is toch de basis voor iedere gezonde verhouding? Als er financiële problemen zijn dan zijn dat toch gezamenlijke problemen en als er een voordeeltje is, dan heeft iedereen er toch lol van. Geven en nemen naar vermogen en draagkracht is toch de basis voor iedere relatie en als dat niet kan, is er domweg geen relatie.

De wijze waarop het voorbeeld in het Volkskrantmagazine beschreven is, komt mij helaas niet als onrealistisch voor en is het ultieme voorbeeld van de doorgeschoven rationalisering van de maatschappij, die tot op relatieniveau is doorgevoerd. Het vermaledijde productiedenken dat de gezondheidszorg, onderwijs en andere publieke taken al heeft vermalen tot bureaucratie gevoelloze molochen, treedt met rasse schreden de liefdesrelatie binnen om daar zijn destructieve werk te doen. Het voelen en vinden in een relatie heeft plaatsgemaakt voor hedonistisch meetinstrumenten. Het is ieder voor zich en God voor ons allen, maar omdat we in toenemende mate niet meer in God geloven, wordt een relatie wel een hele trieste aaneenschakeling van eenakters waar maar zoveel mogelijk rendement uitgehaald moet worden.

 

Ter compensatie, mijn Internationale Vrouwendag

Internationale Vrouwendag 2013, helemaal langs me heen gegleden, schandalig. Om het goed te maken, maar snel een blogje uit 2009 opgepoetst.

Voor de internationale vrouwendag gebruik ik dit blog als een persoonlijke ruimte. Dat heb ik niet vaak hoor, meestal vind ik iets en probeer daar een verhaaltje van te maken. Soms serieus en op andere momenten probeer ik de getapte jongen uit te hangen.
Op deze speciale dag, 8 maart Internationale vrouwendag, gebruik ik dit blog op een beetje puberale manier. Want gisteren heb ik geleerd wat motieven kunnen zijn om te bloggen en ik heb besloten dat mijn blog voor vandaag mijn eigen puberslaapkamer voorstelt. Niet schrikken hoor, geen afbeelding van een van nietjes ontdane poster waarbij een dame, wulps en verbaast achterom kijkt met haar wijsvinger in de mond alsof ze wil zeggen: ‘Hé, kijk mij nu, sta ik hier even met de billen bloot’. Integendeel, zo zal ik vrouwendag niet bezoedelen.

Nee, ik heb me bedacht als ik posters op mijn puberkamertje zou willen hebben, welke posters zullen dat dan zouden zijn. En nu kan ik net doen alsof ik heel lang na zou moeten denken, maar dat is niet zo. Er is maar een vreemde en onbereikbare vrouw die op de wanden van mijn kamertje mag prijken en dat is: Juliette Binoche.

Als 20 jarige zag ik de film ‘The unbearable lightness of being’ naar het boek van Milan Kundera. Een prachtige film met Juliette in de hoofdrol en ik vond haar in één woord geweldig in die film. Later is ze nog in verschillende grote films te zien geweest (The English Patient, Chocolat en Mauvais Sang) en al waren de films niet allemaal van het gehalte van The unbearable ligthness of being’ om Juliette Binoche toch al de moeite waard om te bekijken.

Ruim twintig jaar later ben ik nog steeds Juliette-fan. Mocht ik een dochter hebben gehad, dan zou ze ongetwijfeld Juliette hebben geheten. Mevrouw Sprakeloos was het daar uiteraard niet mee eens. Mijn jongste zoon heeft ter compensatie als tweede naam Milan, dat dan weer wel.

Mijn bijdrage op deze Internationale vrouwendag is dus het plaatsen van een paar mooie foto’s op mijn blog van de Franse actrice als eerbetoon aan alle vrouwen. Gelijk een puberjongetje het doet met zijn onbereikbare supervrouwen. Juliette Binoche dus.

Waarom niet mevrouw Sprakeloos of de moeder van Sprakeloos zult u denken. Daar kan ik kort over zijn die willen niet op deze manier geadoreerd worden. Bovendien zijn die heel benaderbaar en stellen zij bovenal andere eisen aan mij.
Dus mijn supervrouw, veilig op mijn puberblogkamertje.

 

 

Teruggevonden: In 2007 schreef ik over Beppe Grillo

ORA ET LABORA en wel veel!!!!

0

zaterdag 22 september 2007 22:53 door sprakeloos

Weet je wat ik voel na een week werken, op zaterdag de boodschappen gedaan te hebben en bovendien de kinderen naar hun sportclub gebracht,  ter plekke blijven kijken en weer terug naar huis? Vermoeidheid. Misschien is dan de conclusie gerechtvaardigd om te stellen dat ik hard gewerkt heb? Tenminste dat is met een beetje eigenwaarde een oprechte conclusie. Dus ik mag me vereenzelvigen met de kritiek van de rechtse oppositie naar aanleiding van de kabinetsplannen die deze week gepresenteerd zijn. Als ik hen mag geloven wordt ik, de hard werkende Nederlander, genaaid, belazerd en bedonderd waar ik bij sta en waarschijnlijk alle drie tegelijk. Waarom voel ik me niet zo? Wel moe ja, maar niet belazerd door dit kabinet. Misschien omdat ik in een sector werk waar arbeidstekorten zijn?

Dat ‘betalen, betalen, betalen’ van belastingen is misschien wel goed, bijvoorbeeld voor de verpleegkundigen in ziekenhuizen die de veiligheid van hun patiënten voor een deel niet meer kunnen garanderen. Onze veiligheid welteverstaan, die van u, uw gezin en uw ouders. Maar daar wilde ik het eigenlijk niet eens over hebben. Het is slechts een bruggetje naar het volgende onderwerp, want ik ben onder voorbehoud eigenlijk best wel tevreden over dit kabinet. Wel moe natuurlijk.

Een volkje dat niet zo tevreden is, zijn de Italianen op dit moment. Een cabaretier, te weten Beppe Grillo, staat op dit moment sterk in de schijnwerpers. Als de verhalen waar zijn, schijnt de gevestigde orde aldaar op de grondvesten te schudden. En wat is die gevestigde orde? Maffiabazen zoals Berlusconi, zakkenvullende socialisten en hoerenlopende christendemocraten. Cocaïnegebruik schijnt meer regel dan uitzondering te zijn en het drugsgebruik is financieel ook nog makkelijk voor de heren en dames politici op te brengen. Het gerucht gaat namelijk dat Italiaanse parlementariërs al snel €15.000,- netto per maand incasseren, exclusief representatiekosten natuurlijk. Bovendien zou 10% een serieus strafblad hebben.

Nu zegt de Italiaanse premier Prodi, zelf vaak het doelwit van genoemde Beppo Grillo en door hem gekscherend Prodi Alzheimer genoemd, dat een bevolking de politieke constellatie krijgt die ze verdienen. ‘De politieke arena is een afspiegeling van de samenleving.’ De Italiaanse bevolking schrikt dus heel erg van hun spiegelbeeld, dat wil zeggen de misdragingen van de politieke kaste. Beppe Grillo maakt dat op een populistische wijze goed duidelijk.

Als Prodi gelijk heeft dan zijn wij in ieder geval een serieus hardwerkend volkje dat de neiging heeft tot enig sociaal beleid.
Maar, in alle eerlijkheid vraag ik me dan wel af wat het taalgebruik en de manieren van de oppositie zegt over een volk?

Sprakeloos Blogger Speakerscorner 4: De baard van de koning

Kent u die uitdrukking, “Bij de baard van de koning, zweer ik dat ik me zal inzetten voor Volk en Vaderland.” Waarschijnlijk niet, want in Nederland leven geen mensen meer die levendige herinneringen hebben aan een koning. In 1890 kregen we regentesse Emma en sindsdien leven we met vrouwelijke staatshoofden. Ik durf geen uitspraken te doen over de gezichtsbeharing van onze lieftallige koninginnen, al dan niet met ‘uitzaaiingen’ op hun tanden. De foto’s laten in ieder geval nette onbehaarde gezichten zien. Maar binnenkort hebben we een koning en kan de uitdrukking “Bij de baard van de Koning, zweer ik…..etc” in zwang geraken.

Er hoeft in Nederland namelijk niets te gebeuren, of er wordt wel een actiegroep opgericht. Een verworvenheidje van mondigheid van onze volkscultuur, zo door de eeuwen heen verkregen. Als we tegen zijn laten we ons horen en vaak is dat voldoende, want van de echte harde acties zijn we niet. De revolutie prediken ligt minder in onze volksaard, als we maar gehoord worden met ons ongerief, dan zijn we tevreden. Naast actiegroepen zijn er ook adhesiebetuigingen. Dit zijn mensen die hun goedkeuring willen betonen bij een bepaalde gebeurtenis of in het ergste geval op ludieke wijze een accent zetten bij een belangrijke historische gebeurtenis. Op dit moment haken bekende en minder bekende Nederlanders aan bij de Facebookactie: ‘Geen baard, geen koning.’

Zij willen dat onze aanstaande koning in navolging van zijn illustere voorgangers overgaattot respectabele gezichtsbedrog. Het lijkt me dat hier maar één iemand over gaat en dat is Maxima, die naar ik aanneem zelf moet oordelen of ze nu opgewonden raakt van een prikkende omhelzing, dan wel afziet van iedere knuffel in de toekomst. Misschien zullen op korte termijn de drie A-tjes ook enige invloed uitoefenen. Maar nee, een deel van de natie zet zich voor een bebaarde koning.

Historisch kan ik het plaatsen, want vroeger had ongeveer iedereen een baard. De vierbladige scheermesjes van Gilette lagen niet op de schrappen van een winkel, een dagelijkse scheerbeurt was niet vanzelfsprekend. De voorgangers van Willem Alexander hadden baarden en/of snorren, zoals iedereen in meer of mindere mate. Ik vraag me zelfs af, wanneer is het scheren historisch gezien begonnen? De Romeinen en Grieken, maar ook de Egyptenaren worden afgebeeld met en zonder haar in het gezicht. Mijn voorzichtige conclusie is dat er al iets van een barbiersopleiding moet zijn geweest. De Germanen, onze voorvaderen, zien wij vooral met baarden. Het imago van woest, mannelijk en onverschrokken dringt zich op. Eeuwen later zijn het Jan, Piet, Joris en Corneel die tot de vaderlandsche verbeelding spreken met hun baarden. Maar ook Jezus en zijn apostelen hadden baarden. Of Mohammed een baard had weet ik niet, maar zijn volgelingen prefereren ook massaal woeste gezichtsbeharing, al weet ik niet of dit een kwestie van geloof is, of de afwezigheid van scheermesjes op iedere hoek van de straat? Ook de grondleggers van de Linksche Kerk waren hevig bebaard, maar moeten we dat onze nieuwe monarch aandoen?

In een tijd dat je hopeloos ouderwets bent om buiten je hoofdhaar, nog een vorm van lichaamsbeharing waar dan ook te accepteren, begint de cultus van de gezichtsbeharing op te komen. Nu probeert men de kroning luister bij te zetten, door van koning Alexander I een baard te eisen: “Geen baard, geen koning”. Het is een aardige parodie op de leuze uit de jaren tachtig bij de kroning van Beatrix waarbij gold ‘Geen woning, geen kroning’. Ik zei u al, een hoop holle woorden, Beatrix is er gewoon gekomen. Ook nu is de woningmarkt weer actueel en jonge gasten kunnen moeilijk een hypotheek krijgen. Misschien moeten zij ook een actie ontketenen: Geen hypotheek, geen koningssteek.’ Maar dit terzijde.

De prangende vraag is natuurlijk, moeten we een koning met baard? Ik denk aan een Salomons’ oordeel oftewel een echte polderoplossing, een halve baard en/of snor, voor ieder wat wils. Bij openbare optredens kan men zelf bepalen om het beeld van links of rechts te nemen, behaard of onbehaard (of andersom). Ik denk dat Nederland dan lekker trendsettend bezig is. ‘Bij de halve baard van de koning, ik zweer dat we dan mondiaal weer een lekker woordje meespreken.’

 

En we gaan nog niet naar huis

Ken je die mop van die twee die naar Parijs gingen? Het is nauwelijks humor te noemen en het kan alleen gedijen bij de herhaling uiteraard. Zo is er een alternatief voor deze dijenkletser in de huiselijke sfeer van Sprakeloos. ‘Ken je die twee culturele hoogvliegers die naar het Boymans van Beuningen gingen?

100_1523Hedenochtend met nog twee NS-tickets voor vrij reizen, kwam het plan bovenborrelen om gebruik te maken van de reisbiljetten. De keus viel op Rotterdam. Ik kom er vrij frequent, minimaal tien keer per jaar voor een wedstrijd in De Kuip. Daarna is het meteen weer terug naar Duiven. Prachtige omgeving daar in Zuid en misschien zal ik in mei 2013 van daaruit naar de Coolsingel trekken en dus wat langer in Rotterdam blijven. Wie weet? Rotterdam een prachtige stad, dus, maar ik ken het eigenlijk niet. Slechts één keer ben ik op de Kop van Zuid geweest voor mijn werk en in de jaren tachtig moest ik eens naar de universiteitsbibliotheek voor mijn studie.

“Het Boymans” heeft ons nog nimmer mogen ontvangen en de planning is vandaag 4 100_1524januari. Een goede start van het nieuwe jaar. Eerder dan één uur konden we niet weg, we misten een aansluiting in Arnhem en vlak voor Rotterdam was er vertraging. We hoopten kwart over drie bij het museum te staan, maar het werd een half uur later. Eenmaal binnen waren we typische Nederlandse calculerende burgers. €32, – voor slechts 70 minuten Cultuur vonden we te veel.

100_1526Onze eerste culturele uitjes komen weer bovendrijven. Amsterdam 1991. Andere stad, andere tijd en een andere voetbalclub, maar nog steeds dezelfde mensen, zij die uiteindelijk niet gingen. Ook toen hebben we het Anne Frankhuis gemist, het Rijksmuseum van de buitenkant aanschouwd en door een chagrijnige suppoost van het Vincent van Goghmuseum werden we al heel snel naar de uitgang gekeken. Het liep tegen sluitingstijd. We zouden drie dagen cultureel besteden op ons eerste gezamenlijke uitje, we sliepen op de studentenflat Uilenstede van mijn broer. Oorzaak was dat diep in de nacht, vaak ’s morgens vroeg werd en er uitgebreid ontbeten moest worden, want op een lege maag kun je niet de stad in. Amsterdam ‘by night’ was voldoende toen.

Zo ook vandaag, op de kop af 22 jaar later is eventjes Rotterdam ‘opsnuiven’ uiteindelijk100_1530 voldoende. Als je de skyline alleen vanuit de verte kent, of erger nog van plaatjes, dan kun je concluderen dat Nederland slechts één wereldstad heeft en dat is Rotterdam. En de cultuur met hoofdletter C die kwamen we onderweg wel tegen. De feeërieke taferelen op de Westersingel ‘by night’ waren leuk, of ze nu met kapitalen geschreven worden of niet. Bovendien heerlijk gegeten bij ‘De Unie’ voor slechts een beetje meer dan de entree die we bespaard hadden. Wat wil een mens nog meer in Rotterdam?

Misschien de clou van de evergreen? Ken je die mop van die twee culti’s die naar het Boymans van Beuningen gingen? Ze gingen weer niet. L’ histoire se repete en dat is de kracht van humor. Toen vanwege jeugdige overmoed, nu door volwassen verplichtingen……..

100_1531‘When two ducks go to town’

Met Gémak naar Roodeschool, deel 1 tot Arnhem

Duiven Arnhem

Waarom? Je kunt het je haast niet voorstellen, maar Roodeschool klonk bij mij als kind exotisch in de oren. Ik ben van zo’n tussengeneratie die nog wel iets van topografische kennis heeft, maar voor het betere stampwerk van de lagere school moet ik bij mijn ouders zijn. Maar met Roodeschool begon voor mij de provincie Groningen in de vierde klas bij juffrouw W.

De naam Roodeschool is ingedaald in mijn geheugen en is er nooit meer weggegaan. Enige jaren terug schreef ik al een blogje met de veelbelovende term: ‘ Roodeschool zien en dan sterven.’ Zover wil ik het niet laten komen. Echter als aan het einde van 2011 de goede voornemens ter sprake komen voor het nieuwe jaar, weet ik dat 2012 in het teken staat van Roodeschool. In november 2012 was het zover. Met fototoestel, pen en papier, bammetjes en een beetje zakgeld, ging ik op stap. Natuurlijk een onderneming van niets, je vraagt je af waarom je het niet eerder hebt gedaan?

Omdat het nieuwste boek van Geert Mak als leesvoer is meegenomen krijgt mijn reis naar Roodeschool als werktitel: “Met Gémak naar Roodeschool.”

Koud is het niet, het miezert slechts een beetje. Een grijze dag is beloofd, maar veel neerslag zal er niet vallen zeggen de weerdeskundigen. Het station in Duiven maakt zich klaar voor de 21e eeuw, het plein is opgeleukt met bankjes en kunst. Vervoerder Syntus mag nog een maand Duiven aandoen, want in oneindige wijsheid heeft men besloten dat het Openbaar Vervoer geprivatiseerd moet worden. Omdat Syntus niet voldeed en/of te duur was, maar Arriva het vanaf 9 december 2012 doen, ik mag nog met Syntus. En dat is maar goed ook, weten we met de kennis van nu. Ik moet nog een kaartje kopen en dat ik natuurlijk knap stom. Even niet op de aanbiedingen gelet, dus de volle prijs is voor mij, 47 euro en een beetje. Jammer van het geld, maar het vaste en vertrouwde gezicht achter het loket bezorg ik op de valreep van haar loopbaan nog primeur: “Retourtje Roodeschool alstublieft!” Een over een maand moet ze bij haar nieuwe baas kaartjes knippen, de bemensing op de stations van Arriva zijn wegbezuinigd.

blog roodeschool 1

Nog even kijk ik mijn rugzak na of alles er is en ik dub nog over het fototoestel. Moet ik dat bij de hand houden om vooral pro-actief, o wat heb ik de schurft aan die term, foto’s te maken. Of maak ik zo maar wat kiekjes in de wetenschap dat mijn foto’s niet meer zijn dan wat versiering voor het blog. Accuraat of slonzig foto’s maken, voor de kwaliteit zal het in mijn geval niet zoveel uitmaken.

Zo’n eerste startplek is eigenlijk niet zo heel anders dan een werkdag naar Arnhem, dus eigenlijk niet zoveel ‘uitgevoel’ lijkt er te zijn. Deels dezelfde koppen, waaronder ‘haantje-net-niet-de-voorste’.  Een van de medepassagiers die me is opvallen met name door zijn vriendelijke uitstraling terwijl hij niet vooraan heeft gestaan bij de bedeling. Hij heeft flaporen, zijn neus is op zijn minst fors, zijn huid pokdalig en bovendien draagt hij een bril, vandaar de bijnaam in gedachten, die ik vooral voor mezelf houd. En ondanks alles valt vooral zijn vriendelijke uitstraling op.  Andere gezichten komen me bekend voor, al neem ik een trein of wat later dan normaal. De idee van vandaag Roodeschool te zien, maakt al het dagelijkse iets feestelijk, zelf het station van Arnhem.

arnhem station roodeschool eindImpressie station Arnhem, voor de liefhebber. Het mooiste van Arnhem is trouwens hier te vinden,  namelijk de trein naar Nijmegen.

Arnhem

Snel een koffie halen en de Spits meegenomen. De kop van de krant meldt een en al arnhem muskensrampspoed. Als het al zo slecht gaat, hoe lang kan een gewone kiosk de koffiemelk, roerstaafjes en melk nog vrijelijk laten staan. Wanneer slaat de geest van bisschop Muskens toe en nemen we op weg naar huis en passant suiker en melk mee. Dan hoeven we dat niet meer te kopen met de wekelijkse boodschappen.  De foto is gemaakt in de wetenschap dat er commentaar gaat komen op de nonchalante manier waarop de beurs voor het grijpen ligt. Ik kan u verzekeren het had al mijn aandacht.

Sprakeloos Blogger Speakers corner 3: Oorverdovende misantropie met kerst

 

Gelukkig moet ik maandag 24 december werken. De ‘finishing touch’ van de kerstinkopen is voor mijn wederhelft. Ik benijd haar niet. Maar goed, ik mocht vandaag en gisteren het bulkwerk doen. Ik doe de boodschappen het liefst, maar vandaag lukte dat niet. Even na twaalf uur vocht ik om een parkeerplaats om vervolgens in een karretjespolonaise de plaatselijke grootgrutter in te gaan. Heel irritant, maar als al die koeiekoppen zich tijdens de inkoop van hun ladingen calorieën die polonaise vasthielden, dan zou mijn misantropie niet zo’n enorme boost hebben genomen. Nu dus wel. Eenmaal voorbij de elektronische klapdeurtjes verandert de winkel in een complete anarchistische bende. Meteen al bij de groente-afdeling ontspinnen zich discussies tussen hoogst ontvlambare stellen over welke groente bij hun rollade gegeten moet worden. ‘Had dat thuis even afgekaart en op een briefje geschreven’ denk ik dan. Een ouderwets briefje is trouwens ook zo iets dat nog maar weinig mensen meenemen. De in te kopen overdaad moet allemaal op hun smartphone gedropt worden. Als een 16 jarige bakvis nu even snel kijkt op haar mobiele speeltje is er niets aan de hand. Dat gaat al lopende. Nee het zijn van die overjarige meno (en soms peno)pauzers die, zoekend naar hun leesbril, midden op het gangpad de kerstingrediënten nog nalopen op een speeltje dat ze ternauwernood begrijpen. Schuin over de hippe brilletjes wordt er geërgerd gekeken naar de rennende kinderen die te hard tegen hun karretje aanlopen. ‘Rot toch op oude taart’ denk ik dan. Het is inderdaad irritant dat jengelende onopgevoede kroost. ‘Maar zo’n takketeef stuwt mijn tollerantie-intolleratie tot ongekende hoogte’. Ik zei u al, de misantropie groeit als kool bij mij.

Terwijl de zoetgevooisde ‘Serious Request’ onderbroeken humor te nadrukkelijk op de achtergrond door de luidsprekers komt, pak ik snel mijn boodschappen in. Kan mij het schelen dat een paar meisjes uit Nijverdal met hun heitje voor karweitje actie €20, – heeft opgehaald voor het goede doel. Ik ben bezig met een heidens karwei en dat is de menselijke maat te houden in het gekkenhuis bij de plaatselijke grutter. ‘Fijne feestdagen’ zegt het alleraardigste kassameisje. Met moeite pers ik er nog uit dat ik haar ook het allerbeste is gun. Wat is dat toch met kerst samen te moeten zijn, terwijl bij mij alle signalen staan op ‘blijf-bij-mij-uit-de-buurt, ik-heb-een-pesthekel-aan-mensen-en-als-je-me-irriteert-ben-jij-de-klos’. Kerst zou een tijd van pure introspectie moeten zijn en niet van gezelligheid.

Tot overmaat van ramp zegt een dame van Oost-Europese komaf mij buiten vriendelijk gedag. Ze leurt met een krantje, maar eigenlijk wil ze gewoon geld. Deze ochtend is ze neergezet door een van haar Roma filiaalbazen die een eind verderop een paar valse noten speelt op een accordeon. Dit zijn dus de mensen die met de botte hersens van een gemiddelde VVD minister potentiële illegalen zijn. Tja, zo misantropisch ben ik dan nog net niet. Want zeg eens eerlijk, welk mens is nu illegaal? Zou kindje Jezus, met de normen en waarden van het hedendaagse Nederland een illegaal zijn geweest? Een interessante kwestie in deze dagen. We weten allemaal dat Jezus op latere leeftijd een hippie was, maar misschien ook wel een illegaal kind al dan niet geworteld. Met een venijnige grimas tast ik in mijn broekzak. Ik geef mijn vijftig cent van het karretje. Meer heb ik ook niet bij me. Al mijn ingehouden agressie richt zich nu op de bedenkers van vermeende illegaliteit van hulpeloze mensen uit Somalië, Irak of welke landen dan ook in de wereld. Een lekkere kerstgedachte waar ik niet vrolijk van wordt. Zo zal ik mijn zieleheil even wegspoelen met een SMS naar de jongens van ‘Serious Request’, een paar grijpstuivers voor het goede doel. Dat is Nederland anno nu. Soms zou je toch hopen dat die Maya’s iets nauwkeuriger waren geweest met hun kalenderberekeningen. Dan had ik het hedendaagse ‘mededogen’ en onmetelijke kooplust van vandaag niet hoeven te ervaren. Maar ja……….Fijne feestdagen.

Vijftig tinten grijs/ E.L. James

 

Was will das Weib? Dat weten we na lezing van Vijftig tinten grijs. Of eigenlijk, ik denk het te weten omdat meer dan één miljoen vrouwen in Nederland het hebben gelezen en wereldwijd zelfs meer dan vijftig miljoen. Want met name vrouwen zijn gevallen voor het werk van E.L. James.

Willen we wel weten wat vrouwen willen? Dat vraag ik me af, voor het lezen van het boek? Moeten de geheimen van de slaapkamer nog verder ontrafeld worden? Wil ik weten of vrouwen in mijn directe omgeving balletjes, of andere toeters en bellen vaginaal inbrengen terwijl ze in vergadering zitten of me van dienst zijn met een halfje volkoren? – Zouden die balletjes geluid maken, ik ben zo naïef dat niet te weten. Ik hoop het niet, want als de verwarming op het werk tikt omdat er lucht in zit, wil ik alleen maar denken: ”De verwarming moet ontlucht worden!” Ik heb geen behoefte aan andere bijgedachten. – Of word ik gelukkig van het feit dat iedereen potentieel gebruiker is van een butt plug? Als ik de recente informatie mag geloven, vaart de erotische handel in seksspeeltjes en aanverwante artikelen hoogtij, ondanks de economische crisis.

Voor degene die nog leven met de waarden en normen van voor de seksuele revolutie kan er niet meer omheen. Ook de vrouw is een seksueel wezen. Eigenlijk wisten we het al, want ik heb wel eens statistieken langs zien komen over pornogebruik op internet, dat schijnt groot te zijn, afgezet tegen het totale www-gebruik. In de westerse wereld schijnt 35 tot 40 procent van de bezoekers van pornosites ‘gewoon’ vrouw te zijn. Het beeld van de vieze ouwe mannetjes is dus achterhaald. De verkoop van Vijftig tinten grijs is in ieder geval een indicatie van deze aanname.

Maar mag dat vergelijk wel gemaakt worden tussen klassieke visuele porno en het boek Vijftig tinten grijs? Hele volksstammen, ook op televisie bij Pauw & Witteman, beweren na lezing, dat het boek vooral gaat om de romantiek! Dûhhhhh…….In dit kader spreek ik geen oordeel uit over het nut, schade of impact van pornografie in het algemeen. Dit boek is niet minder, maar ook zeker niet hoogdravender. Hooguit is dit boek niet geschikt voor de gemiddelde man die minder in staat geacht wordt om te visualiseren en zich noodzakelijk aangetrokken voelt tot plaatjes en filmpjes.

Tijdens het lezen van Vijftig tinten grijs krijg ik visioenen. Geen seksuele visioenen, maar wel hele verheffende ideeën over de economie. Als slechts dit boek al de seksshops en internetbedrijven naar grote hoogtes weet te leiden, misschien is het wel de oplossing voor de economische malaise. Ik heb het dan niet alleen over de directe verkoop, maar vooral dat dit boek als hulpmiddel gebruikt kan worden om ‘op slot geraakte relaties’ weer een boost te geven. Moet je eens voorstellen wat voor maatschappelijke energie en creativiteit er dan vrij gaat komen. Liefde is dus uiteindelijk de aanjager voor de economie, uiteraard gedreven door de vrouw, hoe kan het ook anders in het hedendaagse feminiene tijdperk.

Een hele lijn van seksattributen op de markt naar aanleiding van het boek

Maar wat moet je dan als man met dit boek? Ter voorbereiding van het lezen van Vijftig tinten grijs heb ik me die vraag gesteld op Twitter. Kreeg vrij snel antwoord. Er schijnt een parodie te zijn, speciaal voor de man: 50 sheds of grey!!! Dus mannen, we hoeven niet werkeloos toe te kijken totdat vrouwen de economie gaan redden, we kunnen ons eigen steentje bijdragen in onze ‘knutsel’schuurtjes.

Bovenstaande had ik al geschreven voordat ik ook nog maar een letter gelezen had. Vrouwelijke collega’s waren blijkbaar massaal het boek aan het lezen, de mannen spraken laatdunkend over ‘mammaporno’ of ‘over seks lees je niet, dat doe je’. Tot die tijd wist ik dat er mij nog een opgave lag te wachten, het lezen van het boek en er een stukje over schrijven. En als je zoiets beloofd hebt, dan moet je het ook doen. Zo onderdanig ben ik dan wel weer, want anders volgt er straf……..

Wat vond ik van het boek? Daar kan ik duidelijk over zijn. Allereerst het verhaal is echt bagger, of laat ik het anders stellen. Ik moet me er van bewust zijn dat voor Bouquettereeks-achtige verhalen ik niet tot de doelgroep behoor. Ik verbaasde me over het taalgebruik. Of ergeren is een beter woord. De schrijfster E.L. James vindt het blijkbaar heel belangrijk dat de broek van een man ‘lekker op de heup zit’. Ik kan me er geen voorstelling bij maken, maar dit werd meerdere keren genoemd. De kwaliteit van het orgasme kan de lezer meten aan ‘de hoeveelheid stukjes waarin de vrouwelijke hoofdpersoon ‘uiteen spat’. De eerste keer dacht ik bij 1000 stukjes: ‘Tjemig, daar is niet veel meer van over.” Verderop blijkt de orgastische hoogte ook in een miljoen stukjes gemeten te kunnen worden???? Het zal wel mijn gebrek aan inlevingsvermogen zijn, maar op dat moment denk ik: ‘Geef mijn portie maar aan Fikkie.” (Of zou het pure afgunst zijn?) Maar het meest ergerlijke vond ik de dialogen met ‘Mijn innerlijke Godin’. Van enige spiritualiteit of geloofsbeleving is in het boek geen sprake, maar ineens lijkt de ‘Innerlijke Godin’ wel ongeveer de drijfveer te zijn waarop het hele spektakel is opgebouwd. Gemakshalve ga ik er maar van uit dat het merendeel van de lezeressen ook niet vanuit een religieus oogpunt besloten heeft om Vijftig tinten grijs te gaan verorberen.

Verder is de boek te nadrukkelijk ‘gerestyled’ met het oog op de marketing. Het moet vooral verkopen. Vooral voor die vrouwen voor wie het lezen over BDSM in ieder geval nog niet over hun grenzen heengaat, moest het vooral wel smakelijk blijven en is er zorgvuldig getracht om de grens bij het betamelijke te houden. Dus eigenlijk, het stoute onbetamelijke blijft binnen betamelijke grenzen. Dit wordt vooral duidelijk bij het opstellen van de onderlinge regels tussen Anastasia Steele (Onderdanige) en Christian Grey (Dominant). Ook de onderhandelingsruimte moet blijven, want in de BDSM relatie is het niet statisch en beide partners moeten aan hun trekken komen. Wat dit aspect van het boek betreft, geeft het een aardig inzicht in hoe de ideale relatie tussen een slaaf en meester(es) zou moeten zijn. De relatie is dus meer dan de platte volksgezegdes:  ‘Pijn is fijn’ en ‘jeuk is leuk.’ Het meest positieve dat in dit kader over dit boek gezegd kan worden is dat het een inkijk geeft in deze vorm van relaties en seks. Een voorlichtingsboek dus eigenlijk.

 

Vijftig tinten grijs

E.L. James

mei 2012

Mijn overall conclusie is dus niet himmelhoch jauchzend, in tegenstelling tot de ongekende orgasmes die Christian Grey bij Anastasia weet te bewerkstelligen. Toch laat het onverwacht een dieper liggende gedachte bij me achter, of eigenlijk eerder een vraag. De thematiek met betrekking tot BDSM zou je kunnen betitelen als ‘vertrouwen‘ en ‘overgave‘. En dat brengt me bij de volgende opmerking in een tijd van individualisering, technische vooruitgang en mogelijk zelfs ontzieling van veel menselijke relaties. Zou er een verband kunnen liggen bij de enorme verkoopcijfers en de sterke behoefte aan ‘overgave’ en ‘vertrouwen’? Want eigenlijk zijn dat hele ouderwetse begrippen in tegenstelling tot de massale mee beleven van de BDSM relatie tussen Anastasia en Christian Grey. Nu ben ik niet zo naïef om te veronderstellen dat een dergelijke relatievorm van de laatste decennia is, iets nieuwerwets. De massaliteit om in het boek te duiken verbaast me wel.

Al met al kom ik tot de conclusie dat deel 2 en 3 niet aan mij besteed zijn. Ook de parodie ’50 sheds of Grey’ zal ik waarschijnlijk niet lezen. De doorontwikkeling van de relatie tussen Anastasia en Christian zal ik niet kennen. Zullen de rollen omgekeerd worden? Of ‘redt’ Anastasia haar dominante partner van zijn duivelse praktijken? Het zal me eigenlijk een rot zorg wezen. Op de beoordelingslijst van Sprakeloos kom ik niet verder dan een magere vijf, vooral te danken aan het feit dat het heel snel uit te lezen was en omdat het me nog een vraag opleverde die het waard is om over na te denken.