Zomerschoenen

Licht gebogen kijkt de man naar beneden en vraagt zich vertwijfeld af:

– ,,Zijn ze nu rood, of toch rosse?”

Twintig minuten ervoor was hij in de hem vertrouwde winkel binnengelopen. De man moest een nieuw paar hebben. Zijn vrouw had hem op het hart gedrukt rekening te houden met de zomervakantie. Ze bedoelde dat de nieuwe schoenen ook onder een korte broek moesten passen. Logisch, ook hij vindt het onesthetisch dat de wereldgemeenschap getuige moet zijn van blote benen in degelijke mannenschoenen. Gemakshalve gaat de man er vanuit dat zijn harige benen wel toonbaar zijn. Trouwens, een overbodig verzoek van zijn vrouw, in jaren heeft hij geen degelijke zwarte of bruine stappers gekocht.

– ,,Typische vrouwelijke controlezucht.”

Zijn aankoop van nieuwe schoenen is een welbeproefd procedé. Hij stapt de winkel binnen en gaat naar het rek met maat 45. Op het eerste oog pakt hij een paar geschikte, niet te dure schoenen. Binnen tien minuten staat hij weer buiten met de nieuwe schoenen aan. Hij heeft hiervoor geen vrouw nodig. Altijd zijn het sportieve schoenen, soms blauw, een andere keer met een eigenwijs streepje of een nutteloos versiersel. De laatste keer had hij felrode schoenen gekocht. Een fijn stel en de man mocht diverse complimenten in ontvangst nemen, sommige gemeend, andere met een spottende ondertoon. Het kan hem weinig schelen. Hij is niet modebewust, integendeel. Zelf oordeelt hij over zijn verschijning als weinig opvallend, gewoon een veertiger met overgewicht, meestal met een spijkerbroek en een overhemd, uiteraard door zijn vrouw gekocht via internet. Hij heeft een hekel aan kledingzaken, maar snel even een schoenenwinkel binnenlopen is geen probleem. Bovendien voedt zo’n blitzbezoek zijn afkeer voor de nette schoen van de zakenman of de onopvallende bruine gevallen die ambtenaren vaak dragen. Het allerergste zijn de ‘ballenschoenen’.

– ,,Later als ik groot ben, zoek ik wel uit waar die afkeer vandaan komt.”

Op dit moment heeft de man een ander probleem. In de winkel was hij overtuigd rode schoenen te hebben aangeschaft. Na de goede ervaringen met de vorige, kocht hij wederom rode schoenen, nu geen suède, maar canvas, voor de zomer. Hij was gevallen voor de rode zool. Op de terugweg naar zijn werk, hij had immers de lunchpauze gebruikt voor dit onbeduidende, maar noodzakelijke karweitje, viel het hem op dat mensen naar hem keken. In het volle zonlicht observeerde hij zijn zomerschoenen nog eens goed.

– ,,Ze lijken wel rosse.”

Twee middelbare dames onderbreken hun geanimeerde gesprek en houden de pas even in.

– ,,Mooie schoenen, mijnheer.”

– ,,Euhh, dank u dames.”

Hij tovert een opgeluchte glimlach op zijn gezicht en besluit dat de schoenen rood zijn, ondanks een passerend groepje bakvissen dat besmuikt giechelt terwijl ze naar hem kijken. Zijn lichtvoetige tred wordt zelfs even zwevend als een mooie mediterrane dame van helft zijn leeftijd een volle lach naar hem toezendt.

– ,,Dit zijn sjansschoenen, rode sjansschoenen,” besluit de man.

Ook als twee gesoigneerde heren hem vriendelijk toeknikken, blijft hij bij zijn beslissing dat het rode sjansschoenen zijn. De collega’s vragen zich af waar zijn goede stemming vandaan komt, maar als ze zijn schoenen zien, weten ze genoeg. ’s Avonds krijgen de zomerschoenen de goedkeuring van zijn vrouw. Ze moest eens weten wat de schoenen teweegbrengen. De man houdt wijselijk zijn mond. Zijn zoon, meestal paraat met een snijdende opmerking over zijn nieuwste aanwinsten, zwijgt gelukkig.

20131102_134027

Enkele dagen later is er een schoolfeest. Zijn zoon wacht het moment af waarop zijn moeder weg is en vraagt tussen de bedrijven door:

– ,,Pap, mag ik je nieuwe schoenen lenen. Ze zijn ontzettend hip.”

Zorgvuldig heeft hij het moment afgewacht en de woorden gewogen. In zijn beleving is het woord hip dat het beste past bij zijn vader. Zijn moeder is er niet om er een stokje voor te steken en met het opzichtige gevlei over de schoenen, is hij zeker van zijn zaak.

– ,,Wees er zuinig op, ze moeten mee voor op vakantie.”

’s Avonds ziet de man zijn rode schoenen weggaan. De drager van zijn sjansschoenen loopt met gepaste trots de deur uit.

– ,,Ik zie je morgenvroeg wel, je hoeft niet op me te wachten vannacht.”

Dat was de man ook niet van plan, hij wenst zijn zoon een fijn feest toe en pesterig zegt hij nog:

– ,,Morgenvroeg? Morgenvroeg zal wel in de middag worden, want de uitdrukking ‘s Avonds de kerel, ‘Morgens de kerel! ken je zeker niet?”

Zijn zoon reageert niet.

De volgende ochtend wordt de man gewekt door galmend gezang van zijn zoon die onder de douche staat. Bij het ontbijt kijkt hij zijn vader triomfantelijk aan met een blik die zegt ‘Hier staat de kerel!’. Tijdens de ochtendkoffie en de broodjes, kondigt het ochtendzonnetje aan dat hij een afspraak heeft om te gaan fietsen die middag. De man en zijn vrouw kijken elkaar zo verbaasd aan dat zoonlief begrijpt dat dit enige toelichting vereist.

– ,,Ik ga fietsen met Sarah, van school, je weet wel.”- ,,Oh, Sarah van school……?”

De man kent geen Sarah van school. Hij gaat ervan uit dat zijn vrouw meer weet. De sportieve instelling van zijn zoon daarentegen bevreemdt hem des temeer. Maar het vraagstuk is snel opgelost als andermaal gevraagd wordt zijn rode zomerschoenen beschikbaar te stellen. Voor zijn vrouw kan reageren, werpt hij haar een strenge blik toe en zegt tegen zijn zoon dat het goed is. De man beseft dat hij geen prille liefde in de weg mag staan, zeker niet die van zijn zoon met ‘Sarah van school’. Zijn vrouw weet hij te overtuigen dat de blauwe schoenen van vorig jaar nog wel kunnen en dat hun zoon voorzichtig is met zijn nieuwste aanwinst. Ondertussen heeft hij zich verzoend dat hij zijn zomerschoenen voorlopig niet zal dragen. Zoiets voelen vaders aan, zeker bij zoons met rode schoenen

– ,,Komt Sarah ook hier?” vraagt zijn vrouw nieuwsgierig.

– ,,Nee, want jullie doen dan altijd zo stom.’

Het gezicht van zijn zoon kleurt bijna net zo rood als de schoenen, maar de beslissing zijn ouders niet voor te stellen aan ‘Sarah van school’ is definitief.

20131102_133850

Die zomer gaan de rode zomerschoenen gewoon mee op vakantie al zitten ze niet aan de voeten van de man. Lopend door de straten van het Portugese vakantieplaatsje ziet hij zijn zoon op de rode schoenen lopen, een aantal meters achter hen aan. De arme jongen probeert zijn gevoel ergens anders te willen zijn, te onderdrukken. Hij fleurt helemaal op als ‘Sarah van school’ weer apt of sms’t. Hij kan niet wachten totdat hij met de rode schoenen weer fietstochtjes kan maken.

De man moet eerlijk toegeven, de schoenen zien er nog heel netjes uit, amper bezoedeld ondanks de vele fietstochtjes.

Inmiddels heeft de man nieuwe schoenen, voor de winter. Een soort bergschoenen, blauw met een geel stiksel. Zijn rode schoenen zijn naar school en op het eind van de week gaan ze op kamp. Ter kennismaking wordt het schooljaar opgeleukt met een survivalweekend in de Ardennen.

Overbodig verzoekt de man voorzichtig te zijn met ‘zijn’ rode schoenen als hij zijn zoon wegbrengt voor het weekend. In de verte vangt de man een blik op van ‘Sarah van school’ hoewel ze nog steeds geen kennis hebben gemaakt. Per ongeluk had hij zijn rode schoenen die zomer een keer zien fietsen. Achterop de fiets zat een beeldschoon meisje met opvallend lang kastanjebruin haar. Ze viel op, ook in de grote massa. Tevreden kijkt hij naar het stoere gezicht van zijn zoon en dan naar de rode zomerschoenen. Ze passen hem ook beter.

– ,,Ik zie je over een paar dagen, dan haal ik je op.”

20131102_134113

Op zondagavond staat hij bij school, onopvallend zoals zijn zoon dat wenst. Als de bus arriveert, stappen jongens en meisjes uit de bus. Ze overschreeuwen hun vermoeidheid om te tonen hoe leuk het is geweest. Zijn zoon is aan het dollen met andere jongens, terwijl ze hun bagage uit de bus pakken. Geen Sarah van school te zien in de buurt van zijn zoon.

Terwijl de man helpt de rugzak in de kofferbak te doen, kan hij zich niet inhouden.

– ”Waar is Sarah?’

Hij stelt de vraag zachtjes om zijn zoon niet voor gek te zetten. Die kijkt hem even gepijnigd aan, heel even maar.

,,Sarah wie? Ik ken helemaal geen Sarah.”

Hij neemt luidruchtig afscheid van zijn vrienden voordat hij de auto instapt. Op dat moment kan hij toegeven aan zijn vermoeidheid en zwijgt de rit naar huis, een zeer begrijpelijk zwijgen. De man stelt dan ook geen vragen. Even voor ze thuis zijn zegt de zoon:

– ,,Sorry pa, maar je schoenen waren de eerste dag al helemaal nat en onder de modder. Ik had bovendien nieuwe blauwe sokken aan en die hebben afgegeven. Ik heb de schoenen maar achtergelaten. Je kon ze niet meer aandoen. Sorry.”

Even is de man stil, heel even maar en zegt dan:

,,Jammer, maar als het op is, dan is het op. Trouwens de zomer is toch ten einde.”

5. ARNHEMSE LUCHTEN uit de serie de kabbelende 100

En dan kom je uit je werk, de afstand naar het station is niet voldoende om mijn werkbalast van die dag van me af te gooien. Waarom bestaat er eigenlijk niet een cooling down voor werksituaties en dan in de baas zijn tijd natuurlijk. De cooling down van ’s avonds languit op de bank liggen is natuurlijk gesneden koek. Maar echt in mezelf gekeerd ben ik echter ook weer niet niet, blijkt uit de opmerkzaamheid mijn omgeving waar te nemen. De hele dag had het gestormd, al mochten we in het oosten des lands amper meepraten vergeleken met de windsnelheden langs de kust. Toch leverde het een pracht van een foto op. Tenminste ik was zelf lyrisch over de ondergaande zon in de razende wolkpartijen waarbij de aanstormende donkere woestenij nog even wordt tegengehouden door het laatste zonlicht van de dag. De herfst dient zich definitief aan, de zomer heeft uiteindelijk verloren.

wind en zon

De lucht doet me vooral denken aan het gedicht van Liselore Gerritsen dat wij passend vonden toen onze oudste zoon werd geboren. We plaatsten enkele regels ervan op het geboortekaartje.

oktoberkind oktoberkind

opdat je niet vergeet

de allerlaatste zoete braam

is de eerste die jij eet

een laatste warme zonnestraal

verwarmd jou eerste dag

en een laatste zwaluw die vertrekt

is de eerste die jij zag

dat is waarom een oktoberkind

niet geloofd in laatste dingen

’t zal een herfstdag als een lentedag bezingen

De aanstormende herfst maakt mij op zijn zacht gezegd melancholisch, waarbij de seizoensgebonden dip altijd op de loer ligt. Ik ben dan ook geboren in mei, dat verklaard voldoende. Maar met de schoonheid van dit natuurgeweld en met de herinnering aan het optimisme van het oktoberkind, zal ik me er wel door heen slaan, de aankomende donkere maanden. Want als zelfs de lucht boven Arnhem zo mooi kan kleuren, dan moet het wel goed komen. De foto is gemaakt op het mooiste plekje van Arnhem zoals insiders zullen herkennen, aan de Sonsbeekzijde van het station. Hier vertrekt de trein naar Nijmegen, beter is er niet in de Gelderse hoofdstad. Ik mijmer in stilte hoe mooi de lucht op dat moment zou zijn met zicht op de Waal en Sint Stevenstoren. De kwestie is derhalve: Arnhemse luchten of het Arnhemse niet luchten. Dan komt de forens in mij naar boven, ik wandel naar het perron, want Arnhemse luchten of niet, de trein vertrekt ook zonder mij.

Eerder verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME

4. CANDY CRUSH CALVINISME uit de serie de kabbelende 100

Ogen turen naar het scherm op zoek naar een opening om dit level alsnog te halen. Het mag niet nog meer levens kosten, want anders sta ik weer voor uren in de wachtstand. Of ik moet natuurlijk leuren bij mijn facebookvrienden om nieuwe levens te krijgen. ‘Yes, een onverwachte knal van zo’n gespikkelde bonbon, het veld ligt weer open.’ Nu is het een kwestie van uitspelen. ‘Shit, zo’n tijdbom over het hoofd gezien.’ Het treurige achtergrondmuziekje, dat ik meestal afzet, klinkt. Niet naar het volgende level. Herkent u dit, dan bent u met zekerheid een CandyCrush speler. Mocht u het idee hebben dat hier een vreemde taal wordt gesproken, dan hoort u niet tot de groep die zich heeft ingelaten met de Candy Crush Saga. Mogelijk dat u met dedain neerkijkt op al die leeghoofden die bezig zijn met drie op een rij en knallende snoepjes. Het zij zo.

Screenshot 2013-10-29 22.31.24

Een sigaret is verslavend, zeker weten. Drugs, werk, seks en alcohol zijn bewezen stoffen en/of activiteiten die als verslavend bestempeld kunnen worden. Ik ga u niet vermoeien met de definitie van verslaving, maar de essentie daarbij is dat jezelf of je omgeving last heeft van je verslavingsgedrag. Criminaliteit bij gokken of drugs geeft maatschappelijke problemen, roken geeft kanker en van drank is het duidelijk dat de drinkebroer en/of zijn omgeving in de problemen kan komen, de verslaving wordt manifest. Maar Candy-Crush Saga zou ook een verslavende werking hebben? Vind ik het leuk om op mijn beeldscherm allerlei knallen te zien? Word ik een gelukkiger mens als ik vele levels beter ben dan anderen in mijn facebookclubje? Het antwoord is nee. Hebben anderen last van mijn gedrag? Ik zorg immers nog voor geld op de plank middels werk, vervul mijn maatschappelijke rol als vader, echtgenoot en zoon. Zelfs van afkickverschijnselen is geen sprake als er niet gespeeld kan worden. Ik speel het sinds enkele maanden en toch voelt het verslavend. Wat is dat dan? Weet ik niets anders te doen? Ik kan een boek lezen, in de tuin werken of een taal leren. Candy Crush appelleert aan leegte en leegte mag niet bestaan. Je moet nuttig bezig zijn is mij ingeprent. Maar wat is nuttig? Candy Crush bijvoorbeeld, want ik ben liever een leeghoofd dan een calvinistische dwangneuroot. Dan doe ik maar mee met het leger van huisvrouwen voor wie Candy Crush een vervanger is voor hun dagelijkse portie sherry. Proost!

Eerder verschenen in de kabbelende 100

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

3. HET BRILLENPERSPECTIEF uit de serie de kabbelende 100

Het is de leeftijd des onderscheid, want mijn verzameling brillen begint uitbundig te worden. Nu was ik anderhalf toen ik mijn eerste brilletje kreeg. Een lui oog en loensen, als je het netjes uitdrukt. Het is nooit meer goed gekomen, het luie oog noch mijn loensende blik op de wereld. Ik heb er weinig last van, want dubbel zien met een blind oog is moeilijk. Zodra de financiën het toelieten, heb ik lenzen genomen. Meestal ideaal, maar sinds enkele jaren heb ik ook weer een leesfok. Geen nood, voor een paar grijpstuivers heb je al een exemplaar. Natuurlijk heb ik er meerdere. In mijn jaszak, op het werk en in de auto. Daarnaast heb ik ook een reservebril voor mijn reguliere oogafwijking en sinds kort een computerbril. Ik werd namelijk knettergek van die overgangen van lezen naar beeldscherm. De vraag is nu steeds, welke bril zet ik op.

spiegel van het leven

Met het klimmen der jaren mag je aannemen dat ook het onderscheidende vermogen van de mens groeit. Je weet steeds beter hoe je situaties moet inschatten en hoe te reageren. Het is allemaal al een keer gezien. Je kunt dat heel negatief duiden als het lopen op platgetreden paden. Of erger nog het risicoloze leven leiden van een inflexibele penopauzer voor wie alles vast staat. Iemand die zijn leeftijd gebruikt als schaamlap voor onwetendheid maar tegelijkertijd wijsheid veinzend. Zo kun je het zien, ik noem het een vermogen om te weten wanneer je welke bril moet opzetten. Het geeft een hoop rust. Dat wil nog niet zeggen dat je nooit mis tast, tenminste ik niet. Regelmatig komt het voor dat ik door de verkeerde bril kijk of helemaal niet goed kan zien als de juiste bril ontbreekt. Dit geldt zowel visueel als ook mentaal. Onlangs in de Zwartepieten discussie had ik een bril op die mij een hele scherp blik verschafte en op andere momenten een troebele blik waarbij ik dingen zag die mogelijk niet waar zijn, maar wel een nieuwe waarheid creëerde. Dat is geen ramp hoor, het geeft me even een inkijkje in mijn eigen zielenroerselen. Een soort ‘introspiegeling’ noem ik het maar. Toch is het voor je rust veel beter om de juiste bril bij de hand te hebben. Een troebele, of juist een verscherpte blik op de wereld, dat moet je psychisch wel aankunnen. Een kwestie van organisatie dus, om altijd de juiste bril bij je te hebben.

Eerder verschenen in de kabbelende 100

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

Zwarte Piet in moerassig Nederland.

Natuurlijk is de wereld gek, dat kan niet anders. Als we VN gezanten in zetten voor het onderzoeken van een kinderfeest in Nederland, terwijl in Afrika clitorale verminking van jonge meisjes gemeengoed is onder het mom van traditie, kinderarbeid al dan niet in de seksindustrie in veel landen eerder regel dan uitzondering is en dan hebben we het nog niet eens over de onmacht die de VN laat zien in oorlogsgebieden. De gekte in de wereld is me te groot om in een blog te vervatten, dus beperk ik me tot de Zwarte Piet-gekte in Nederland. En die is al bijna niet te overzien.

 

DE OUVERTURE

Buiten het jaarlijkse Sinterklaasfeest is er een nieuwe traditie aan het ontstaan, namelijk het kapotmaken van een Nederlandse traditie. De PR-machine van enkele gefrustreerde BN-ers komt ieder jaar beter op gang. De giftige gevolgen worden derhalve steeds ernstiger. Zij kunnen zich verheugen op een warm Sinterklaasfeest. Sterker nog, zij laten zien hoe je met non-issues heel wat te weeg kunt brengen. Geert Wilders kan hier nog een puntje aan zuigen. Sterker nog, onze Geert kan zijn propaganda-machine laten rusten, want door mensen als Prem Radhakishun en Quincy Gario en hun grachtengordelgevolg, krijgt de PVV gratis propaganda. En nu hebben ze eens een punt, want de het is natuurlijk je reinste onzin om Zwarte Piet te koppelen aan de slavernij.

                                                                                                                                      SLAVERNIJ

Het laatste wat ik wil doen is me bezig houden met de ontkenning van de Nederlandse geschiedenis. Deze kent zwarte bladzijdes, inktzwarte bladzijdes zelfs. We hoeven maar te kijken naar de Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen. Ik ga ook niet ontkennen dat de historische feiten zoals de slavernij, nog generaties kan doorwerken op bevolkingsgroepen. Maar moet ik daarvoor mijn excuus aanbieden? Even gravend in mijn stamboom leert dat in de periode dat de slavernij in Suriname is afgeschaft, mijn voorouders niet veel meer waren dan landarbeiders, mogelijk afkomstig net over de grens met Duitsland uit Münsterland. Wie ga ik verantwoordelijk stellen voor mijn vermeende achterstand omdat mijn voorouders kansarme paupers waren zoals de meesten in Nederland. Ze wisten, omdat ze geen onderwijs hadden genoten, waarschijnlijk helemaal niets af van het bestaan van Suriname. Ik wil wel kijken naar het hier en nu, gegeven de geschiedenis, hoe we met zijn allen in Nederland het beter kunnen krijgen. Dat lukt absoluut niet door Sinterklaasvierders te betichten van racisme of in ieder geval onwetendheid. Dan sla je de plank volledig mis.

                                                                  HISTORIE VAN SINTERKLAAS

De gedupeerden van het Sinterklaasfeest zetten het boek van Jan Schenkman in als beginpunt van het huidige Sinterklaasfeest. Geheel ten onrechte mijns inziens, maar ook historische feiten logenstraffen deze gedachte. Jan Schenkman was onderwijzer en kinderboekenschrijver in Amsterdam. Ik durf niet te beweren dat de man niets wist van de situatie rondom de slavernij in de voormalige Nederlandse koloniën. Mogelijk wel, maar of hij dat gebruikt heeft waag ik te betwijfelen. De totstandkoming van zijn figuren Sinterklaas en Zwarte Piet zouden mogelijk ontleend zijn aan de boeken van Ivanhoe (Walter Scott). Maar scherpslijperij over het gedachtegoed van Jan Schenkman is niet nuttig, historisch gezien heeft het sinterklaasfeest zijn roots al in de oudheid. Nadien is het feest geëvolueerd en geïncorporeerd door de katholieke kerk en het christendom. Veel gebruiken, symbolen en ook figuren, ook die van Zwarte Piet, zijn hierop terug te voeren. Maar ook na 1850 is het sinterklaasfeest nog lang gebonden aan plaatselijke gebruiken en tradities die soms van elkaar verschilden. Na de Tweede wereldoorlog is er pas enige eenheid in het sinterklaasfeest tot stand gekomen en is verworden tot het hedendaagse volksfeest. Dit heeft derhalve niets, maar dan ook helemaal niets te maken met een vermeende koloniale traditie die bewust of onbewust in stand wordt gehouden.

Informatief filmpje over Sinterklaasgebruiken en hun herkomst

                                                                                                                                                                         De antiZwarte Pieten misbruiken het feest om zaken op de politieke agenda te zetten. Ik wil hiermee niet beweren dat er geen racisme en discriminatie bestaat. Hierover later meer, eerst een korte uitstap naar aanverwante tradities.

                                                                                                                                                                                                 IEDER ZIJN EIGEN (ZWARTE) PIET

In Europa is het sinterklaasfeest veel wijder verbreid dan slechts het Nederduitse gebied. Gesteld kan worden dat vanuit de oudheid en/of middeleeuwen gelijksoortige figuren een rol spelen op 6 december. Naast de sinterklaasfiguur is er vaak een knecht. Soms is er sprake van een roodbaardige man, op andere momenten is de knecht of de andere figuranten in het verhaal de duivel of engel. Om de duivel herkenbaar te maken, wordt hij in sommige streken zwart geschminkt. Verder weg, Iran en omliggende landen, kennen ook hun (zwarte) Piet. De achtergrond van deze traditie is niet hetzelfde als de Europese, maar ook hun Piet is zwart met rode lippen. Deze mythische figuur is in 2009 op de VN-werelderfgoedlijst gekomen.(!) Trouwens weet je wat pas echt racistisch is? Die voorzitter van de VN Human Right Watch haar werk te laten doen als donkere vrouw, terwijl ze publiekelijk haar onwetendheid en onkunde al geëtaleerd heeft.

RACISME?

Mijn stelling is dus dat het sinterklaasfeest niet racistisch is, inclusief de figuur van Zwarte Piet. Mensen die dit beweren en mij en vele anderen daarmee als racist wegzetten, of onwetend, trekken een zware wissel op mijn solidariteit. Ik zeg daarmee niet dat er in Nederland geen racisme is en er wordt met zekerheid gediscrimineerd. Maar ik durf te beweren in Nederland niet meer of minder dan in andere landen, inclusief Afrika, Suriname of de zwarte gemeenschap in Amerika. Mensen onderscheiden zich van elkaar, of groepen onderscheiden zich van elkaar. Verschillen onderling vallen op en worden zo nodig benoemd. Volgens mij is dit onderscheidend vermogen van mensen inherent aan het mens zijn. Is het erg dat een klein kind in Lutjebroek dat voor het eerst een donkere man of vrouw ziet, zegt: Zwarte Piet!’ Nee, natuurlijk niet want voor dat kind is het referentiekader zijn kinderidool. Is het erg dat een kind dat blijft doen, of nog kwalijker een volwassen mens dit doet? Ja, natuurlijk want dan zet je mensen weg. Je moet beter weten. Om eens een flauw voorbeeld te noemen, de shows van Jürgen Rayman zul je eens tegen de lat van discriminatie, of erger nog, racisme moeten zetten. Zonder met een strikte definitie te komen van racisme, ik denk dat met de stereotypering die in zijn shows aanwezig zijn, heel wat tere zieltjes geraakt kunnen worden.

Het is belangrijk dat er misstanden aan de kaart gesteld worden. Waarom is de werkeloosheid onder Surinamers, Antillianen, Turken en Marokkanen groter dan bij de allochtone bevolking. Ik ben ervan overtuigd dat er gediscrimineerd wordt naar afkomst met alle gevolgen van dien. Wat is er met Nederland en de Marokkaanse gemeenschap aan de hand, als ‘kut-Marokkaan’ een algemeen bekend verondersteld begrip is geworden? Dat zijn zaken om je druk te maken. Zoeken naar oorzaken van de problemen en oplossingen zoeken, al geloof ik niet in de volledig egalitaire samenleving. En valse koppeling maken tussen het sinterklaasfeest en gesignaleerde problemen werkt averechts.

                                                                                                                                                       OPEN ZENUW OF KERSVERSE WOND?

Waar komt die ongekende reactie op het anti-pietenfundamentalisme vandaan? Mijn antwoord is gelegen in het fundamentalistische van de roergangers; of is het toch een open zenuw in de Nederlandse samenleving? In dat laatste geloof ik niet. Als ik zie op de sociale media dat zogenaamde multiculti’s zich fel keren tegen de anti-Piet-sentimenten, dan denk ik niet dat er een open zenuw wordt geraakt. Eerder geloof ik dat er een kersverse wond bewust is aangebracht en dat het besef en de kennis hoe die wond te genezen nog niet aanwezig is met alle gevolgen van dien. Vuil dat nooit bij die wond zou kunnen komen, heeft nu vrijelijk spel. Ik denk maar zo dat Wilders nu met zijn benen op tafel ligt nu hij gratis argumenten heeft gekregen. Ook ben ik maar weinig overtuigd van de slappe reactie van bijvoorbeeld Minister Plasterk op 22 oktober bij Pauw & Witteman dat er hier en daar een gekleurde Piet moet komen. Een typische polderoplossing om mensen te paaien. Durf nu eens stelling in te nemen denk ik dan in plaats van meteen naar een compromis te zoeken. Ik weet niet hoe het sinterklaasfeest er over 50 jaar uit zal zien. Vast anders dan nu en dat hoeft wat mij betreft geen probleem te zijn, maar dan wel op basis van een rustig evolutionair proces, niet met de gifpijlen van enkele subversieve elementen die door de grachtengordel zijn omarmd. Het voorkomt in ieder geval dat ik op waanzinnige ideeën kom om het Caraïbisch Carnaval in Rotterdam te verbieden.

Kakelkrant van Sprakeloos 69: Einde Caraïbisch Carnaval in zicht!

Het einde is in zicht. Met een paar jaar is de viering van het Caraïbisch Carnaval nog slechts een louche feest dat in de rafelranden van Rotterdam gevierd zal worden. Het algemene volksgevoel is er nog niet klaar voor en de publieke opinie zal het niet begrijpen, maar het moet maar eens gezegd worden. Iemand moet de eerste zijn. Het feest bezorgt veel onzichtbaar leed en dat moet maar eens boven tafel komen. Nog afgezien van het feit dat er een vergelijk is te maken tussen de bijna blote dames van Antilliaanse komaf die dansen in de straten van Rotterdam gelijk hun betovergrootmoeders dat deden voor hun blanke heersers. De blanke heersers van toen hebben plaats gemaakt voor de hele Nederlandse samenleving middels tv en de sociale media. Bijna blote vrouwen maken wulpse bewegingen en tarten de goede zeden, niet alleen voor het voormalige koloniale deel van de Nederlandse bevolking. Ook Medelanders uit Turkije, Marokko en andere moslimgebieden worden geconfronteerd met deze aanstootgevende uitingen, verpakt in een ogenschijnlijk onschuldig feest, het Caraïbische Carnaval.

Over smaak valt niet te twisten, dus over de moraliteit van de feestuitingen wil ik niet eens praten. Leven en laten leven is mijn devies. Hier zit echter de angel van het probleem. Het wordt namelijk anders als mensen moedwillig gekwetst worden. Tenminste dat blijkt uit het verborgen leed dat langzaam maar zeker boven tafel komt. Zoals gezegd het is nog niet algemeen bekend.. Wat voor een beeld geven al die dames die hupsend de straten van het zomerse Rotterdam bevolken? Rotterdam is in die dagen een publieke nachtclub met maar een boodschap. “Pak me, ik ben een heerlijke tropische vrucht om te nemen.” Als dit op vrijwillige basis gebeurd, dan zal ik daar geen oordeel over vellen, maar substantiële groepen mogen geschaard worden onder het spreekwoordelijke Latino-machismo. Zij zien een vrijbrief hun liederlijke lusten bot te vieren. Het gevolg is vele stille slachtoffers die niet durven en kunnen praten over het seksuele leed dat hen is aangedaan. Maar ieder jaar worden zij weer geconfronteerd met de valse vrolijke beelden van dansende vrouwen aangevuurd door opzwepende ritmes. Oude wonden worden opnieuw opengereten. Ze hebben inmiddels geleerd om er over te zwijgen, want ze worden weggezet als puriteinse zeurkousen. Maar nu is het klaar met het beschaamde zwijgen. De eerste gerichte actie betreft de kleding van de dames. De minuscule broekjes en de te kleine bovenstukjes moeten maar eens plaats maken voor een gemakkelijk zittende joggingbroek en een ski-jack. Ook hierin kun je gewoon lekker dansen als je dat zo nodig moet doen in de publieke ruimte. Heel veel leed wordt ermee bespaard en er gaat een preventieve werking vanuit.

Een eerste aanzet is hiermee gegeven om een ogenschijnlijk onschuldig volksfeest in een ander daglicht te stellen. Zo onschuldig is het namelijk niet. Wat het nog op te richten Platform ‘Stop de poedelnaaktheid bij het Caraïbisch Carnaval’ rest is het zoeken van een paar historische feiten ter fundering, die ze op een gekunstelde manier moeten koppelen aan het hoger gestelde doel. We zullen hiervoor contact zoeken met hoogbegaafde manipulanten op dit gebied. Hun kennis en kunde hebben zij laten zien bij de Zwarte Pieten discussie. Het heeft zijn vruchten afgeworpen. Het gaat immers primair niet om de historische juistheid, maar om de ego’s te strelen middels het misbruiken van de publieke opinie.

En de discussie is inmiddels al weer enkele dagen verder: Nederland moesland, een nieuwe column

2. PEURNO AAN DE MUUR uit de serie de kabbelende 100

‘Erst komt das Fressen, dann die Moral’. Een waar Duits gezegde dat volgens mij past bij de menselijke natuur. Wij als Nederlanders hebben, rijk als we zijn, zowel het eten als ook de moraal in onze volksaard verankerd. We noemen dit de koopman en de dominee. Soms zijn we er trots op, maar vele momenten brengt het ook schaamte. En als we voldoende gemoraliseerd hebben, komt de kunst om de hoek kijken. De Gouden Eeuw bracht een hausse aan kunstuitingen. In tijden van bezuinigingen is de kunst vaak het eerste waarop bezuinigd wordt. Wat rest is de Die Moral und Das Fressen. Over het eten hoeven we ons geen zorgen te maken voorlopig, de moraal verdeeld ons al meer dan een decenniumlang. Maar toen het nog goed ging, heb ik ook kunst gekocht. Het hangt nog steeds aan de muur, ook nu de prioriteiten qua bestedingen elders liggen.

peurno aan de muur

Jaren terug kwamen we een kunstuitleen tegen in de bossen nabij Uden. We vonden het aanbod leuk en we besloten lid te worden. Voor enkele tientjes per maand had je het recht om te lenen. Hoe hoger het leenbedrag des te ‘duurdere kunst’ we konden uitkiezen. Het spaarbedrag liep lekker op. Ons nieuwe huis verfraaiden we met enkele kunststukken. Verstand van kunst heb ik niet en voor zover ik weet mijn echtgenote ook niet. We vinden iets mooi of niet. Goed, het moest een beetje bij de inrichting passen. Een van de werken (Hercules) was van C.M.C.Nagtegaal. We hadden al meerdere werken van haar aan de muur gehad. We koesterde de zoekplaatjes in het schilderij, naast uiteraard de kleurstelling. Maar met dat zoeken ging het na enige maanden mis. Ineens zaten we naar een vagina in het zoekplaatje te kijken en later met wat fantasie meerdere. Was dat nu gezichtsbedrog (What’s on a man’s mind)? Maar eenmaal op mijn netvlies gebeiteld, bleef ik het zien. Andere huisgenoten zagen het ook. Wat nu? Ik wil geen zedenprediker zijn, maar als zelfverklaarde Victoriaan had ik toch een probleem. Het schilderij hangt aan de muur bij de eettafel. Ik besloot tijdens het eten maar met de rug naar het schilderij te zitten. Zo kon de kunst blijven hangen, het eten doorgang vinden en de moraal hoefde niet getart te worden.

Om ethische redenen heb ik de bijbehorende foto niet gefotoshopt en van discrete afstand genomen. Ik wil immers geen verspreider zijn van mijn peurno aan de muur.

Eerder verschenen

1. KNIPBEURT

1. KNIPBEURT uit de serie de kabbelende 100

Op mijn twaalfde had ik genoeg van de oude mannetjeskapper in ons dorp. De hormonen speelden op en mijn kapsel had een model nodig. Ik had ook de balen van de kabbelende conversatie. Mijn moeder kon de wens billijken, maar gaf te kennen dat ik dit maar met de kapper moest bespreken. Ik verzocht dus om een losse scheiding in het midden zoals dat hip was op dat moment. De vriendelijke kapper plukte eens aan zijn kin. Hij liep naar achteren en kwam terug met een gedateerd boek. Hij knipte mij met opperste concentratie, zijn tong tussen zijn lippen persend. Veelvuldig bestudeerde hij de aanwijzingen in het boek dat naast hem lag. Eenmaal thuis keek ik in de spiegel en ik wist zeker dat dit het laatste bezoek was geweest. Het volgende kappersbezoek kostte mijn ouders het dubbele bedrag, hun spaarzin ten spijt, want ik wilde bij een gewone kapper.

2013-10-16 12.36.13

Tegenwoordig kies ik de kapper zelf. De dichtstbijzijnde kapsalon kan op mijn klandizie rekenen. Soms ga ik wel eens vreemd als ik toevallig ergens langs kom waar geen afspraak noodzakelijk is. De ijdelheid die mij parten speelde als puber is verdwenen. Ik wacht op het moment dat ik tot de conclusie moet komen dat er slechts één model mogelijk is namelijk kort en zo gedekt mogelijk. Misschien is het al zover, maar de vriendelijke kapsters hebben me nog niet meewarig aangekeken als ik verzoek, kort van achteren en opzij, aan de voorkant iets langer en nonchalant laten springen. Ze zien er gelukkig nog steeds brood in. De conversatie is meestal een stuk levendiger dan bij de ouderwetse herenkapper. Dat komt natuurlijk dat er ook vrouwen komen. Die hebben ingewikkelde verhalen om hun haarwensen kenbaar te maken. Ze praten sowieso meer dan mannen. Hedenmiddag werd er tussen de kapsters en clientèle hevig gegrapt over schoonmoeders. Ik was getuige van een hilarische, maar zeer vileine conversatie zoals alleen vrouwen die kunnen voeren. Ik luisterde terwijl een vrouw van ongeveer veertig me knipte en me voorzag van de noodzakelijk aanvullende informatie over de schoonmoeders. Bij het afrekenen gaf ik mijn zegelkaartje. Iedere knipbeurt geeft recht op een zegel die nu verzilverd kon worden met een korting. Zolang de scheiding in het midden niet te breed wordt, blijf ik naar de gewone kapper komen. De oude mannetjeskapper bestaat niet meer, spaarzin middels een knipkaart wel en de vrouwenpraat? Die neem ik maar voor lief.

Kakelkrant van Sprakeloos 68: Duurzaam koken

Het is de maand van het niet kopen van nieuwe dingen. Een initiatief dat premier Rutte niet kan bekoren waarschijnlijk, want euro’s moeten rollen, dat is goed voor de economie. Maar in het kader van duurzaamheid, tegen verspilling en herijking van ons consumptiepatroon is oktober de maand van het niet kopen. We moeten eens kritisch kijken wat we allemaal al hebben en daadwerkelijk nodig hebben. Misschien is het een begin van een andere tijd omdat we het nooit meer zo goed krijgen, of mogelijk worden we wel overtuigd dat het met minder moet? Mark Rutte maak je borst maar nat.

Mijn geld is bijna altijd op, echte spaarzin heb ik niet. Nu heb ik niet zulke hoge eisen, weduurzaam1 sparen voor een reis naar de VS. Dan zit er geen nieuwe keuken in. Jammer, maar we ondervinden wel enige medelijden, want een keuken is een statussymbool. Tegenwoordig met al die keukenprogramma’s moeten we allemaal heel goed koken met hele dure keukenmachines in een gestileerde keuken. Onze keuken ziet er op foto misschien best nog aardig uit. Echter hier en daar wordt het met tape bij elkaar gehouden, kastjes hangen niet meer fijn, de afwasmachine is kapot en duurzaam2sinds kort doet ook de combimagnetron niet meer. Ter vervanging hebben we een goedkoop dingetje bij de Blokker gekocht. We doen het er maar mee, al begrijp ik dat we niet echt meedoen met onze keuken. Over een paar jaar tellen we onze centjes wel weer om alsnog over te gaan op een nieuwe keuken. Ik denk dat die van ons ongeveer 12 jaar oud is. We hebben hem geaccepteerd bij de koop van het huis.

Maar dan mijn ouders (78 en 82), die zaniken niet over een nieuwe keuken. Hun nieuwbouwhuis verkregen in 1968 had een eenvoudig keukenblokje dat in 1981 echt aan vervanging toe was. Met enige spaargeld hebben ze de nieuwe standaard van de huurvereniging aangevuld met een typisch jaren 80 interieur. Na 30 jaar heb ik ze er nog nooit over horen klagen dat het vervangen moet worden. En de inbouwapparaten? Een afwasmachine hebben ze niet. ‘Die paar bordjes en een enkel pannetje wassen we zelf wel af.’   Een koffiezetapparaat hebben ze en ook een waterkoker. Enkele jaren geleden is ook een magnetron gekocht al heb ik niet de indruk dat die vaak gebruikt wordt. En koken doen ze op een ETNA gasfornuis. Dit gasstel annex oven is al meegekomen met de verhuizing uit Limburg in 1968 en functioneert nog steeds. Desgevraagd geeft mijn moeder aan dat er mogelijk hier en daar wel een schroefje mist en dat de aansluiting wel eens is vervangen. Maar op dit gasstel ben ik groot gebracht. Mijn moeder was bovendien al een keukenprinses zonder allerlei kookprogramma’s. Taarten, friet, oliebollen en heel veel gezonde maaltijden zijn op dit setje gebrouwen. Duurzaamheid is voor mijn ouders een vanzelfsprekendheid zonder daar politieke consequenties aan te verbinden.

duurzaam3

Bovendien zorgen zij ook voor sociologische orde in de maatschappij. Zij hebben een keuken die past bij hun generatie, zoals de granieten aanrechtbladen bij de generatie van mijn opa en oma paste. Tegenwoordig moet alles om de tien jaar vervangen worden, dus iedere duurzaam 4babyboomer schaft zich een nieuwe keuken aan die net zo goed door een dertiger gekocht zou kunnen worden. Ze verpesten de logische keukenverbanden en zijn in ieder geval niet duurzaam. Maar Rutte zal er wel blij mee zijn. Dat is goed voor de economie. Ik geloof dat het mijn ouders een worst zal zijn. Ze koken op hun ETNA en als het te koud is om te koken, doen ze de kachel aan, die ook al uit Limburg is meegekomen.

Kakelkrant van Sprakeloos 67: Asociaal door frisse HBO meisjes

Op een dag besef je dat je een aso bent, een onverschillige bullebak die genoeg heeft van allerlei liefdadigheidsacties langs de deur. Ik doe het niet meer en heb mezelf gepositioneerd als een lamlendige balkonmuppet. Het voelt niet slecht.

 

De laatste jaren ging een x-bedrag van het maandinkomen op aan goede doelen. Zo hoort dat, we hebben het immers goed. Nog steeds krijgt iedere goededoelenbus, ongeacht het doel een bijdrage. Soms hebben ze geluk als er voldoende cash in huis is, op andere momenten sprinten we door het huis om de muntstukken bij elkaar te verzamelen. Zo gaat dat tegenwoordig.

Sinds tien jaar storten we maandelijks ook via de bank. Op straat ben ik een gemakkelijke prooi voor allerlei colporteurs, dubbele krantenabonnementen heb ik gehad en de halve boekenkast staat vol met boeken van de verschillende boekenclubs. Zo gaat het ook met goede doelen. Onlangs heb ik de lijst drastisch uitgedund, tien maandelijkse afdrachten aan charitatieve instellingen zijn gecanceld. Misschien een beetje om te bezuinigen, maar ook uit ergernis.

Het is dan niet eens de verbazing dat directeuren van de verschillende goede doelen buitenissige salarissen hebben. Het is ook niet omdat er zo veel aan de spreekwoordelijke strijkstok blijft hangen. Zelfs de onnodige post is maar zijdelings verantwoordelijk voor mijn oplopende ergernis. Ik hoef niet per post te weten wat organisatie x allemaal doet in donker Afrika, ik geef geld en vertrouw ze. Het geeft een heel onaangenaam gevoel als je beseft een substantieel deel van je goede gaven opgaat aan postzegels om jou te overtuigen om een grotere maandelijkse bijdrage te storten. Gelukkig heb ik nooit gedoneerd aan die club die ongevraagd de maandelijkse stortingen bij wijze van proef heeft verhoogd.

De doorslag voor mijn kloeke besluit is de agressieve verkooptechnieken van de diverse organisatie. Om de zoveel tijd wordt een hele frisse kudde HBO-meisjes losgelaten in onze wijk om deur aan deur de noodzaak van hun goede doel aan te prijzen. ‘En u mijnheer, ik zie het, u kunt daar een mooie bijdrage aan leveren.’ Nooit zijn het puistige nerds die hiervoor bij mij aan de deur komen. En als ik dan opteer voor een eenmalige bijdrage vertellen ze dat je ieder moment af kunt zeggen. Ik verdenk die organisaties dat ze onder een hoedje spelen met de welzijnsopleidingen van de diverse HBO’s om misbruik te maken van de jeugdige bevlogenheid. Of erger nog, ze gaan naar allerlei bedrijfskundige opleidingen en de jonge dames krijgen zelfs studiepunten door participerende marketing technieken toe te passen.

Het zijn altijd mooie en frisse meisjes die je op flemende wijze brutaal aankijken. Een vlotte babbel is vanzelfsprekend al zijn ze nooit opzichtig opdringerig, dat niet. Ze geven je het gevoel dat je als dikke veertiger nog gerede kans maakt op een date. Seks sells. Gelukkig heb ik voldoende realiteitszin. Ik neem de pen aan en schrijf mijn gegevens op, dat wil zeggen mijn bankgegevens.

Het besef op deze manier bedot te worden, heeft mij de schellen geopend. Vanaf nu zal ik iedere mooie Madonna met zwoele blik die aan de deur komt resoluut terug de maatschappij in sturen. Ben je gek geworden, ik ben een man van stavast. Of……. in ieder geval een moppermuppet.