43. HET MIJNHEER WESTERINK GEVOEL uit de kabbelende 100

In een keer zit het in de lucht, maar ik kon het nog niet duiden. Het is niet de lente, hoewel de zon schijnt, was het nog bitterkoud. Zonder te weten waarom moest ik denken aan vervlogen tijden, in mijn geval de lagere schoolperiode in 1973/74. Na een paar seconde zie ik de reden waarom ik veertig jaar terug ga in de tijd. Het zijn de duiven op de brugrand. Ik ga terug naar de Paulusschool in Raalte van die jaren. Voor die tijd moderne laagbouw, inmiddels al weer afgebroken. In mijn gedachte was het toen bijna altijd mooi weer, dus de ramen boven in het lokaal zijn met een lange stok geopend. En mijnheer Westerink staat voor de klas. Wij zeiden geen meester, maar voor de rest was mijnheer Westerink zelfs in die tijd al een soort van anachronisme.

20150228_134457
Het zijn er dan ook precies tien en dat kan geen toeval zijn. Mijnheer Westerink droeg altijd grijze, wijd zittende pakken. Het was een klein mannetje met een grijze haardos, netjes bij elkaar gebrilcreamed of anderszins in een streng kapsel gegoten. Volgens mij hebben wij als derde klas zijn 63e verjaardag gevierd en was hij uiteindelijk eerder van school dan ik. Mijnheer Westerink was streng en in mijn optiek niet altijd rechtvaardig. Een enkele keer sloeg hij zelfs een leerling met de vlakke hand in het gezicht. Mijn ouders hadden mij duidelijk gemaakt als dat zou gebeuren, ik linea recta naar huis moest komen. Hoewel ik zeker niet zijn lievelingetje was, want verbaal nog wel eens op een beleefde manier tegendraads en mijn blik zal de ouderlijke boodschap zeker hebben uitgestraald. Toch had hij mij als strebertje een keer helemaal tuk. Hoofdrekenen vond mijnheer Westerink een belangrijk vak. De gemiddelde opgaven vond ik verre van moeilijk, dus altijd een hoog cijfer. Behalve die ene keer toen ik een 10 verwachtte, ik had ze allemaal goed dacht ik. Maar ik vergiste me, want ik had buiten het venijn van mijnheer Westerink gerekend. De laatste opgave luidde: Er zitten tien mussen op het dak, er kwam een jager aan en die schoot er eentje neer. Hoeveel blijven dan nog over? Blindelings schreef ik 9 op, maar ik had geen rekening gehouden met de biologie van mussen bij het horen van een geweerschot. Toen mijnheer Westerink mijn verontwaardiging waarnam bij het antwoord 0, heb ik hem stiekem zien gniffelen. Nu dat gevoel had ik bij het zien van de duiven, het was nog steeds een onbestend gevoel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s