Een gros woorden voor de week (25 oktober 2020)

De donkere maanden zijn begonnen, een uurtje extra om terug te blikken op de week. We kregen een inkijkje in de familieverhoudingen van de Oranjes. Willem-Alexander mocht van oma niet meedoen aan Juul’s amateurtoneel op paleis Soestdijk. Oma had het door, een onpeilbaar gebrek aan acteertalent. Met meel in de mond vergoelijken politici de wanprestatie van het koningspaar. En wij, de onderdanen? Wij buitelen verder over elkaar heen. De brute moord in Frankrijk moet meer aandacht zegt Fidan Ekiz, ze is een nestbevuiler zegt een ander. Nederland, niet meer dan het decor van een grotesk kooigevecht van 17 miljoen virologen. Ik zeg, stop de lockdown. De humanitaire schade door sociale media is vele malen groter dan de pandemie. Eén wintertijd geen Facebook en Twitter en het departement van de geestelijke gezondheid is niet meer nodig. Het goede nieuws is, ik heb 30 jaar verkering.

Republikeins op het klompenpad in Ugchelen.

20200427_132722

‘Oranje boven, oranje binnen’ las ik op meerdere plekken. Ik weet niet wat Willem aan het doen was, maar ik heb vandaag op Koningsdag mijn portie vitamine D weer opgepakt samen met mijn vrouw. Het volgende klompenpad was in Ugchelen. Het Ugcheler Markenpad was mijn veertiende uitdaging op klompen en met rugzak, in ieder geval met rugzak. Op een goede 20 minuten van thuis begon de wandeling bij een van ’s lands grootste hotelketens. Als ik nu zeker wist dat met het benoemen van Van der Valk Apeldoorn er sponsorgelden zouden binnenstromen, zou ik het niet zo omslachtig hebben beschreven. Daar dus begon de wandeling nadat we getuige waren van een drive-in horecagelegenheid door de hotelketen. Het was er nog niet zo druk.

20200427_141321

 

Onderweg luisterden we naar de alternatieven op de radio om het oranjegevoel nog enige glans te geven. Uit de geschiedenis werden een aantal zaken opgediept. Met name de verhouding tussen rood (socialisten) en oranje is niet altijd lekker geweest. De Oranjes stonden/staan symbool voor het grootkapitaal. Het koningshuis was dus een gruwel in de ogen van de rooien. Er werd over een aanklachtspamflet gesproken met de welluidende titel koning Gorilla. Het gaat over de verkrachtingen, onvoorspelbaarheid en andere wandaden van Willem 3. Zijn schoonzoon Hendrik was qua hoeren en snoeren niet veel beter, hij had alleen weinig invloed. Dat had de schoonzoon van Willemina dus wel. We hebben het dan over prins Bernard senior. Zijn reputatie is genoegzaam bekend. En de belichaming van het oranjekwaad is tegenwoordig zijn kleinzoon prins Bernard jr. die half Amsterdam bezit en bovendien ons een grand prix in Zandvoort heeft ingerommeld tegen alle milieueisen in.

20200427_154145

 

Maar op zo’n mooie zonnige dag met een wandeling op de ‘net geen Kroondomeinen’ in het vooruitzicht, geen onvertogen woord over Willem en Maxima. Het moge duidelijk zijn dat er in de bossen van Ugchelen een man met een latent republikeinse inborst wandelt. In zijn verhalen schreef Simon Carmiggelt al regelmatig met enige minachting over kinderachtige ‘oranjeleut’. Hij moest eens weten hoe dat er tegenwoordig uitziet in de grote steden. Dit jaar dus niet. In coronatijd wandelen we volgens de regels, of misschien net niet, op het Ugcheler Markenpad.

20200427_161237

Caesarea, opvang van ex-verslaafden van het Leger des Heils

 

Het was een goed bestede Koningsdag, of zo u wilt, een goed bestede zomaar een dag in april. Het was bosrijk, licht geaccidenteerd en veel mul zand. Dat wordt nog wat deze zomer en de droogte. Heel omslachtig met een fles water bij de hand heb ik toch nog een sigaret gerookt in die bossen om met het oranje puntje van de peuk me toch niet al te bitter anti-oranjegezind te tonen.

 

Trouwens, zit ik net buiten in mijn tuin te genieten van de opkomende schapenwolken. Ze zijn mooi en beloven de broodnodige regen. Bovendien staan de eerste knoppen van de pioenroos in mijn tuin op springen. Misschien bedoelt Mark dat wel met binnen blijven en volhouden. Er is rondom het huis nog genoeg te genieten.

20200427_200144

20200427_200249

Begrip, van de dag (159) Oranjeleut

 

 

 

ORANJELEUT

 

De vader van Simon Carmiggelt verbood zijn zoon op jonge leeftijd mee te doen met de oranje-festiviteiten rondom Koninginnedag. Dat moet in die tijd op 31 augustus zijn geweest, want de kleine Simon is opgegroeid onder de Wilhelmien. Als rechtgeaard sociaaldemocraat, misschien toen nog socialist, was die oranje-leut volgens ‘de ouwe’ Carmiggelt een schertsvertoning en droeg zeker niet bij aan de heilstaat. De toen nog kleine Simon had het er best moeilijk mee, want hij kreeg geen limonade, mocht niet mee doen met de spelletjes en hij kreeg ook geen herdenkingstegel of andere oranje-prullaria. Graag had ik hem willen citeren hoe hij dat opschreef, maar in zijn oneindige oeuvre is dat zoeken van een speld in een hooiberg. U moet het maar van me aannemen.

Ik denk dat Carmiggelt zijn hele leven Republikein is gebleven, maar zeker geen fundamentalistische anti-oranje adept. Hoe zou hij naar de huidige beelden op tv hebben gekeken van Willem-Alexander, Maxima en de 3-a-tjes? Hoe zou hem dat herinnerd hebben aan zijn anti-oranje opvoeding van huis uit? Mogelijk dat het een mild spottend cursiefje zou hebben opgeleverd, verholen kritisch maar met mededogen. Zelf kijk ik eventjes mee naar het Zwolse gebeuren. Het thuisfront wilde weten hoe ze gekleed zijn. Enige goedkeuring over Maxima’s uitdosting en die van de prinsesjes komt van de bank. Ik denk vooral, wat zullen ze het koud hebben.

Ik vind het vooral een beetje sneue vertoning, maar ik weet niet eens voor wie het sneu moet zijn. Voor de Oranjes? Het zou toch allemaal anders worden, maar volgens mij is het gewoon weer een variatie op een thema met koekhappen en zaklopen. Misschien dat er tijdens de wandelroute meer eigentijdse beats en muziek wordt gespeeld, zodat de Koning en zijn gezin zich ook op zijn 21e-eeuws kunnen tonen. Of is het sneu voor de organisatoren om dezelfde shit te moeten fabriceren? Of misschien wel voor de beveiliging die een zware taak hebben vandaag? Gisteren hoorde ik dat de populariteit van de Oranjes drastisch is gedaald, slechts 65% is positief over onze nationale poppenkast. Het zegt me niet zoveel, Nederland is in zijn algemeenheid ondergedompeld in een nationaal chagrijn, dus ook hier laten we ons niet onbetuigd en blijkt dat de ‘ouwe’ Carmiggelt veel meer medestanders heeft dan een kleine honderd jaar terug.

Begrip, van de dag (130) Het land van Rutte

 

 

 

HET LAND VAN RUTTE

 

Al weer de derde aflevering vanavond over ‘het Land van Lubbers’. Dat zijn wij dus, zo’n dertig jaar geleden. Het lijkt me heerlijk om zoiets te maken, want ik heb begrepen dat Ruud Lubbers zelf niet bij de scriptmakers behoorden. Lekker spelen met de actualiteit van toen, grasduinen in de verschillende autobiografieën en andere achtergrondinformatie en dan de mens Ruud Lubbers neerzetten met zijn sterke en minder sterke kanten. De insinuatie van een mogelijk affaire met Beatrix, ze is ook maar een mens van vlees en bloed, lijkt me niet onwaarschijnlijk. Ruud Lubbers hield wel van vlees. Maar niet alleen de schuinsmarcheerder Lubbers en zijn vrouw Ria zijn vermakelijk, ook de hot items van toen. Vandaag kwamen de kruisraketten en de opkomst van Gorbatsjov ter sprake.

Ik zit wel eens te denken hoe zo’n serie er over dertig jaar uit zou zien? Het land van Rutte, we mogen alleen hopen dat Mark Rutte de 12 jaar niet vol zal maken. Wat zullen de persoonlijke clashes zijn tussen de bewindspersonen, zou Rutte ook zo goedlachs zijn onder diens (bijna) gelijken of zal hij ook wel eens met de vuist op tafel slaan? Wat zal onze huidige premier drijven? Was het echt wel nodig de Grieken financieel de duimschroeven aan te draaien? Zal Merkel hem een moedergevoel geven of juist helemaal niet. Welke rare beslissingen moet hij tegen zijn gevoel innemen om te voorkomen dat PVV nog meer macht krijgt? Wie is zijn trouwe gesprekspartner? Wie is zijn grote rivaal binnen het kabinet of binnen de VVD? Hoe zal hij spreken over Willem Alexander, zou hij knipogen naar Maxima of stiekem dromen over een tango met de koningin. Allemaal ingrediënten voor een prachtige soap. Tenminste als Nederland er dan nog een beetje florissant bij staat.

Als we dan op zijn gegaan in een groter geheel van Europa, dan is Rutte een onbelangrijke voetnoot in de geschiedenis. Als we achter dichte grenzen heel hard ons best moeten doen om onze polders een beetje droog te houden, zal de soap er heel bitter en verwijtend uitzien. Misschien is de tsunami van islamieten dan wel een feit en krijgt Rutte zware verwijten dat hij niet naar zijn rivaal Wilders heeft geluisterd. Maar dan zal er geen serie zijn vermoed ik. Wie zal de heimelijke muze zijn voor Rutte die ongetwijfeld op zal duiken? Eerst het land van Lubbers maar afkijken, morgen leven we wel verder.

Begrip, van de dag (14) Zwakke ruggengraat

 

ZWAKKE RUGGENGRAAD

Bij deze ga ik mijn eigen ruggengraat en de mate van sterkte niet ter discussie stellen, tenminste niet met betrekking tot het mentale gedeelte. Mijn fysieke gesteldheid is in ieder geval niet atletisch te noemen en het disfunctioneren van mijn rug is daar mede schuldig aan. Maar ik zat zo eens te peinzen wat nu eigenlijk de spreekwoordelijke ruggengraat van onze samenleving is? Ik zou het niet durven zeggen.

Is dat de Nederlandse Taalunie die vanuit stoffige kamertjes ons dwingt ruggengraat te schrijven in plaats van het veel natuurlijke ruggegraat? Is dat het gezin zoals bepleit wordt in bevindelijke kringen of juist de economie als we haar maar ongehinderd haar gang laten gaan.  Misschien wel Wilders die weet wat de Nederlander wil en bovendien een uitstekende topografische kennis heeft van zijn en/of ons vaderland? Onze Oranje jongens zijn het in ieder geval niet. Mogelijk is het wel ons grote spreekwoordelijke absorptievermogen om vreemdelingen gastvrij te ontvangen. Of Koning Willem Alexander en wat te denken van Rutte. Ik weet het niet.

En het is best belangrijk om het te weten. Als je een oordeel wilt vellen over de staat van onze staat, moet je duidelijk voor ogen hebben wat er goed gaat en waar onze maatschappelijke ruggengraat zit. Waar zijn we plooi- en rekbaar en waar zit onze zwakte. En als we de diagnose kennen, moeten we ruggengraat tonen ons maatschappelijk gedrag te veranderen. Als we dit allemaal weten, kunnen we een zondebok aanwijzen. (Tenminste bij mijn weten is het nog steeds zondebok en geen zondenbok, toch?) Of zijn al die vragen volstrekt overbodig en gaat het sociaal, cultureel, politiek en sociaal allemaal heel lekker in Nederland? In dat geval zal ik mijn rug rechten en accepteren dat het goed gaat.

45. MIJN KONINGSDAG uit de serie de kabbelende 100

Ik heb zelfs geen oranje tompouce gekocht. Geen Oranjegekte dit jaar. Eigenlijk is dat al jaren zo, hoewel als vader van twee kleine kinderen ontkom je er niet aan om langs de plaatselijke vuilnisbelten te lopen die ze gemakshalve omdopen tot vrijmarkten. Eufemistisch taalgebruik is toch eigen aan Koningsdag, want onze vorst noemde het botendefilé ook Grande Parade. Ook heb ik twee jaar op zo’n dekentje moeten zitten om de handelsgeest van mijn eigen zonen op te krikken. De rotzooi op mijn eigen zolder werd daardoor wel even wat minder, maar de winst werd steevast uitgegeven aan troep die een ander verkocht. Inmiddels zijn mijn kinderen oud en wijs geworden, ze kunnen er zelf op uit. Bij terugkomst hoor ik van beide dat ze de massa in de stad verafschuwen en dus geen liefhebbers zullen worden. Ik weet niet of het opvoeding is of dat het in de genen zit. De kwestie nature or nurture is altijd al discussiewaardig. Ik houd ook niet van grote massa’s en ben diep in mijn hart ook nog eens republikein. In een recalcitrante bui komt dat republikeinse gevoel snel naar de oppervlakte en volg ik mijn grote held Simon Carmiggelt die van zijn rooie vader niet mòcht deelnemen aan de Oranjefestiviteiten in de jaren dertig van de vorige eeuw. Het werd afgedaan met flauwe Oranjeleut, en zo is het. Van mij mag Maxima best de eerste president worden, zo consequent ben ik dan ook wel weer.

20150428_092802

Ik was in het weekend begonnen om de tuin te fatsoeneren en van de wintertooi te verlossen. Het leek me voor Koningsdag een zinvolle dagbesteding om daar mee verder te gaan. Ik moest de schlagermuziek die vanuit het dorp de hele dag te horen was accepteren. Eenmaal op gang in de beschutting van de tuin, was het zelfs nog lekker in de zon, al was het amper tien graden. Dat is wel eens beter geweest in het verleden op Koninginnedag. Ik ben ook nog zo’n man die tot in lengte van dagen Koninginnedag blijft roepen.
De tuin zag er trouwens per uur beter uit en als mijn oudste zoon ook nog helpt om mos en gras tussen de stenen weg te halen, ben ik op het einde van de dag dik tevreden, al schalt Corry Konings, het zal ook niet op deze dag, dat ze een heel apart gevoel van binnen heeft.
Een uitgebloeide tulp trekt mijn aandacht, is die rijp om neergesabeld te worden, of mag de bloem nog even blijven staan? Goed, omdat ie oranje kleurt mag de tulp blijven. Daarnaast staat trouwens nog een exemplaar in de knop, het ziet er naar uit dat het een rode wordt. Die zal op 1 mei wel open gaan, maar dan is er geen vrij dag. Ik bedoel maar.

Republieksoep, een onbeproefd recept

Nu de dagen oranje kleuren, moet ik onwillekeurig terugdenken aan de verhaaltjes van Simon Carmiggelt. Hij beschrijft, op de hem bekende wijze, zijn socialistische opvoeding. Hierin was geen enkele ruimte voor monarchistische gevoelens. Zo ging dat in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Voor de ‘kleine’ Simon was dat spijtig, want hij mocht niet meedoen aan de festiviteiten op Koninginnedag. Voor hem geen gratis limonade, koek en een herdenkingstegeltje van staatswegen gefinancierd. Voor vader Carmiggelt was het duidelijk dat zijn zoon niet participeerde met die ‘infantiele oranjeleut’.

Als latent Republikein onderga ik het Oranjenieuws en de lading propaganda van bedrijven in deze dagen gelaten. Vaak zie ik de humor er nog wel van in. Ik denk dat vader Carmiggelt in het huidige tijdperk ten onder was gegaan aan de overproductie kapitalistische ‘Oranjeleut, maar dit terzijde.

Hedenochtend moest ik bij ’s lands grootste grutter zijn. Uiteraard stond alles in het teken van Oranje. En als dank voor het bezoek kreeg je ook nog een koningswuppie mee, voor thuis. Mijn geluk kon niet op. In de winkel viel mijn oog bij de groenteafdeling op een pakket om ‘Koninginnensoep’ te vervaardigen. Wortels, een oranje paprika en een sinaasappel zijn er voor nodig. Achterop de verpakking stond hoe je dit culinaire hoogstandje moest bereiden.

Bij mij rees meteen de vraag: “Bestaat er eigenlijk Republieksoep?” En zo ja, hoe zou dat dan smaken en eruit zien? Het mag niet rood zijn want dat zou betekenen dat het socialistische deel van de republikeinen het alleenrecht zou hebben op antimonarchistische gevoelens. Vader Carmiggelt zou dan in zijn vuistje hebben gelachen. Bovendien hebben we al een politieke partij die zich vereenzelvigd met ‘rooie soep met ballen.’ Ook bruine soep, met bruine bonen of linzen bijvoorbeeld, zou, ondanks de voortreffelijke smaak, niet mijn voorkeur hebben. De combinatie bruin en Republikeins heeft in de politiek een wrange en besmettelijke bijsmaak.

Mijn voorkeur zou uitgaan naar een lichtgroen lenteachtig soepje, waarbij de lichte kleur symbool staat voor prille en mogelijk nog onvolwassen Republikeinse gevoelens.

Ik zit te denken aan de volgende ingrediënten:

(bij 2 liter water)

  • 6 stukken prei

  • 200 gram jonge spruitjes

  • klein blikje erwtjes

  • 4 frisse Granny Smiths

  • mint

  • bieslook

  • groene peper

Koken en pureren en naar eigen voorkeur vleesproducten toevoegen.

Zelf heb ik de soep nog niet gemaakt, maar mijn vermoeden is dat er een grote winderigheid gaat ontstaan die op de Kroningsdag als rook- en stinkbommen gezien kunnen worden door de verschillende veiligheidsfunctionarissen. Ik maak de soep dus nog maar niet, maar ik hoor graag over uw ervaringen.

De Kroningsdag van 30 april 2013 wil ik eigenlijk ook niet verstieren, zo latent Republikein ben ik dan ook wel weer. Bovendien heb ik historische belangstelling en daarin past ook de idee dat het Republikeinse gevoel erg latent moet blijven, we leven immers al zo lang met de Oranjes. Ook vind ik WA eigenlijk een prima vent met wie het waarschijnlijk goed een biertje drinken is. En toegeven, ook ik ben als een blok gevallen voor de tsunami van Argentijnse charmes. De 3-atjes moeten we dan vooral niet traumatiseren met onze republikeinse peristaltische narigheid. Ik denk dat we het de komende jaren wel redden, het koningshuis en ik. Het blijft weliswaar een raar fenomeen, misschien is het wel een onvermijdelijk soort gekke liefde die niet weg te vlakken is, maar waar je je ook een beetje voor schaamt.

PS. Maar mochten de Republikeinse gevoelens in de toekomst echt toeslaan, dan is de Republieksoep te alle tijden aan te passen natuurlijk. Ook de kleur is dan niet meer belangrijk, dus voeg vooral rode pepers, bonen en uien toe. Laat het dan maar knallen en roken.

Sprakeloos Blogger Speakerscorner 4: De baard van de koning

Kent u die uitdrukking, “Bij de baard van de koning, zweer ik dat ik me zal inzetten voor Volk en Vaderland.” Waarschijnlijk niet, want in Nederland leven geen mensen meer die levendige herinneringen hebben aan een koning. In 1890 kregen we regentesse Emma en sindsdien leven we met vrouwelijke staatshoofden. Ik durf geen uitspraken te doen over de gezichtsbeharing van onze lieftallige koninginnen, al dan niet met ‘uitzaaiingen’ op hun tanden. De foto’s laten in ieder geval nette onbehaarde gezichten zien. Maar binnenkort hebben we een koning en kan de uitdrukking “Bij de baard van de Koning, zweer ik…..etc” in zwang geraken.

Er hoeft in Nederland namelijk niets te gebeuren, of er wordt wel een actiegroep opgericht. Een verworvenheidje van mondigheid van onze volkscultuur, zo door de eeuwen heen verkregen. Als we tegen zijn laten we ons horen en vaak is dat voldoende, want van de echte harde acties zijn we niet. De revolutie prediken ligt minder in onze volksaard, als we maar gehoord worden met ons ongerief, dan zijn we tevreden. Naast actiegroepen zijn er ook adhesiebetuigingen. Dit zijn mensen die hun goedkeuring willen betonen bij een bepaalde gebeurtenis of in het ergste geval op ludieke wijze een accent zetten bij een belangrijke historische gebeurtenis. Op dit moment haken bekende en minder bekende Nederlanders aan bij de Facebookactie: ‘Geen baard, geen koning.’

Zij willen dat onze aanstaande koning in navolging van zijn illustere voorgangers overgaattot respectabele gezichtsbedrog. Het lijkt me dat hier maar één iemand over gaat en dat is Maxima, die naar ik aanneem zelf moet oordelen of ze nu opgewonden raakt van een prikkende omhelzing, dan wel afziet van iedere knuffel in de toekomst. Misschien zullen op korte termijn de drie A-tjes ook enige invloed uitoefenen. Maar nee, een deel van de natie zet zich voor een bebaarde koning.

Historisch kan ik het plaatsen, want vroeger had ongeveer iedereen een baard. De vierbladige scheermesjes van Gilette lagen niet op de schrappen van een winkel, een dagelijkse scheerbeurt was niet vanzelfsprekend. De voorgangers van Willem Alexander hadden baarden en/of snorren, zoals iedereen in meer of mindere mate. Ik vraag me zelfs af, wanneer is het scheren historisch gezien begonnen? De Romeinen en Grieken, maar ook de Egyptenaren worden afgebeeld met en zonder haar in het gezicht. Mijn voorzichtige conclusie is dat er al iets van een barbiersopleiding moet zijn geweest. De Germanen, onze voorvaderen, zien wij vooral met baarden. Het imago van woest, mannelijk en onverschrokken dringt zich op. Eeuwen later zijn het Jan, Piet, Joris en Corneel die tot de vaderlandsche verbeelding spreken met hun baarden. Maar ook Jezus en zijn apostelen hadden baarden. Of Mohammed een baard had weet ik niet, maar zijn volgelingen prefereren ook massaal woeste gezichtsbeharing, al weet ik niet of dit een kwestie van geloof is, of de afwezigheid van scheermesjes op iedere hoek van de straat? Ook de grondleggers van de Linksche Kerk waren hevig bebaard, maar moeten we dat onze nieuwe monarch aandoen?

In een tijd dat je hopeloos ouderwets bent om buiten je hoofdhaar, nog een vorm van lichaamsbeharing waar dan ook te accepteren, begint de cultus van de gezichtsbeharing op te komen. Nu probeert men de kroning luister bij te zetten, door van koning Alexander I een baard te eisen: “Geen baard, geen koning”. Het is een aardige parodie op de leuze uit de jaren tachtig bij de kroning van Beatrix waarbij gold ‘Geen woning, geen kroning’. Ik zei u al, een hoop holle woorden, Beatrix is er gewoon gekomen. Ook nu is de woningmarkt weer actueel en jonge gasten kunnen moeilijk een hypotheek krijgen. Misschien moeten zij ook een actie ontketenen: Geen hypotheek, geen koningssteek.’ Maar dit terzijde.

De prangende vraag is natuurlijk, moeten we een koning met baard? Ik denk aan een Salomons’ oordeel oftewel een echte polderoplossing, een halve baard en/of snor, voor ieder wat wils. Bij openbare optredens kan men zelf bepalen om het beeld van links of rechts te nemen, behaard of onbehaard (of andersom). Ik denk dat Nederland dan lekker trendsettend bezig is. ‘Bij de halve baard van de koning, ik zweer dat we dan mondiaal weer een lekker woordje meespreken.’

 

Kakelkrant van Sprakeloos 52: It giet oan, ook voor Bea

Eind januari nadert en de royalty-watchers hebben hun beschouwingen klaar. Gaat ze door of zal ze op haar verjaardag het stokje overdragen aan Willem Alexander (en natuurlijk Maxima)? Inmiddels is het 1 februari 2012 en ze gaat nog gewoon door. Ik, als passief Republikein, bewonder haar stiekem. Ze wordt gezien als een kille koningin, gelijk het huidige ijzige weer. Ze komt misschien zakelijk over, maar daar is niets mis mee. De mensen die haar hebben ontmoet, spreken over een betrokken en meelevende vrouw. Ik kan er niet over oordelen. Zelf heb nooit een kopje koffie met haar mogen nuttigen. Dat is geen ramp, want ik vermoed dat ik me niet aan het protocol kan houden. “Hare Maje” of “Koninklijke Hoogheid” komt niet uit mijn strot, dat zal de Republikein in mij zijn. Ze zal het moeten doen met mevrouw van Oranje, mevrouw de koningin of van mijn part mevrouw van Buren. En daarmee voor mij geen bezoekje op Noordeinde.

Toch prijs ik prijs mezelf gelukkig met ons staatshoofd. Ze is in ieder geval intelligent en uitstekend in staat ons land te vertegenwoordigen. Hoe zij onlangs verscheen, samen met haar schoondochter, bij de moskeeën in de Golfstaten. Ik was diep onder de indruk van de waardigheid en de respectvolle benadering. Eigenlijk heel vanzelfsprekend en het mag niet eens tot gespreksstof leiden. ( Hoe haalt die muppet uit Venlo het in zijn hoofd?) En met dezelfde vanzelfsprekendheid is ook 31 januari 2012 voorbij gegaan. We kunnen rustig blijven slapen onder de bezielende leiding van Bea.

Hoe zal dat gaan, de onderhandelingen tussen het staatshoofd en de kroonprins? Niemand weet het en dat geeft voeding aan allerlei tv-series. Zelf heb ik ook een vermoeden. 74 jaar is nog niet heel oud, maar op zijn minst een respectabele leeftijd. Misschien was ze het van plan om op haar verjaardag aan te kondigen om weer prinses Beatrix te worden. Mogelijk heeft ze met de gedachte gespeeld. Maar toen kwam Willem vanuit Wassenaar aanscheuren. Zijn bolide fout parkerend bij Paleis Noordeinde. Enthousiast galmt het vanuit de ontvangsthal in het Paleis:,,MA, MAMMA, LUISTER, LUISTER IT GIET OAN, IT GIET OAN.” Licht verstoord komt de koningin haar zoon tegemoet. ,,Rustig toch jongen, wat is er aan de hand Alex?” Struikelend over zijn eigen woorden herhaalde de prins. “Mamma, it giet oan.” Beatrix schudt haar hoofd en wijst op de hysterie in Friesland, een jaarlijks terugkerende mantra van Elfstedenkoorts. ,,Echt mam, dit jaar echt.”

Even is het stil. Een denkrimpel vormt zich op het gezicht van Beatrix. Ze kijkt naar haar onstuimige zoon en geeft een kort minzaam knikje. Een oerkreet ontstijgt uit Willem van Buren. ,,Je bent de liefste mamma, van de hele wereld.” Hij bedelft zijn moeder met knuffels. ,,Het is goed jongen, ga nu maar, ik heb nog veel te doen.”

Even later pakt ze een sigaret, kijkt in haar agenda en streept de afspraak met de tv-ploegen voor 31 januari door. Ze begrijpt die jongen wel. Het rijden van een elfstedentocht past niet bij de voorbereiding van het koningschap. Bovendien wil hij voor Maxima natuurlijk ook nog één keer echt onvervalst Hollands excelleren.

Terwijl ze haar sigaret uitdrukt mompelt ze: ,, It giet oan, ook voor mij nog een jaar. Och 75 jaar is een mooie leeftijd om nog volop te genieten van het leven.”