Mijn Filmblik: Bon Dieu

 

Kerst 2014 is officieel afgesloten, net zoals die begonnen is, met een Franse Film. Twee dagen terug met veel plezier na Samba gekeken in het filmhuis, vandaag de geneugten van een film uit je televisie trekken. Bon Dieu werd onze keuze. We hadden de voorfilmpjes al gezien, of eigenlijk heet de film Qu’est-ce on fait au Bon Dieu. Laat ik het maar vrij vertalen in wat gebeurt er in hemelsnaam! (de google vertaalmachine vertaalt wel heel letterlijk, daarmee zou je een zwaar kerkelijke discussie verwachten: Wat gebeurt er in de Goede God!) Bon Dieu was beslist geen zware film, integendeel.

 

Met Franse lichtvoetigheid wordt een heel arsenaal aan stereotyperingen over rassen en klassen in het scenario gegooid. Een plattelandsgezin van goede komaf heeft vier huwbare dochters. In plaats van te matchen met de andere notabelen, vinden de dochters een Noord-Afrikaan, een Jood en een Chinees als huwelijkspartner. De ouders hebben de hoop gelegd bij hun vierde dochter. Een goed katholieke schoonzoon is welkom en die gaat er ook komen belooft de dochter. Een dingetje heeft ze verzwegen, de roots van de goed katholieke schoonzoon liggen in Ivoorkust.
Als dan blijkt dat de bruiloft in gezamenlijkheid met de Afrikaanse familie georganiseerd moet worden, bij de vooroordelen en verwachtingspatronen ook gebaseerd zijn op stereotyperingen, zijn alle ingrediënten aanwezig voor een aangename komedie.

Een film die ik iedereen kan aanraden als de focus gericht moet zijn op de lichtheid van het bestaan, bijvoorbeeld na het zware tafelen tijdens twee  kerstdagen. Over de cast kan ik weinig vertellen, de grootheid van de acteurs ken ik niet. De huwbare dochters zijn met name gekozen om hun maatje richting anorexia, wat zijn ze allen ontzettend mager. Het is blijkbaar een dingetje in het Franse filmcircuit. De heren die de schoonzonen vertolken zijn ongeacht hun afkomst allemaal ideale schoonzonen. Humor is mijns inziens een sterk middel om vooroordelen en onderliggend racisme aan de oppervlak te brengen.

Mijn waardering voor de film is een 7 +.

Andere filmblikken

Urlaub wie der Kölner Dom

Een niet winnend verhaaltje over vakanties in Duitsland. Niet winnend, maar wel weer een verhaaltje dus…..

Hans en Elze, vrienden van mijn vader, waren lieve mensen. Hij kende ze sinds 1956 toen hij in Köln werkte. Door hen vierden we ieder jaar vakantie in Duitsland. Sauerland, Moezel of Schwarzwald, altijd kwamen we ‘noodgedwongen’ langs Keulen. Even “Kaffee mit Kuchen” of genieten van een uitgebreide maaltijd bij Önkel Hans en tante Elze, of  aardappelkoeken bij de Dom, vaste prik in de jaren zeventig. Voor mij was ‘de Duitser’ synoniem voor aimabele mensen die van goed eten en drinken hielden.

De wereldkampioenschappen van 1974 gaf een rimpeling in dat beeld, maar ondanks allerlei Nederlandse  karikaturale geluiden over fietsen die werden opgeëist, had ik als kind een louter positief beeld van onze oosterburen. Duitsland was exotisch, Duitsland was Pommes mit Wienerschnitzel en vooral veel bergen. Natuurlijk droeg mijn vader bij aan het positieve beeld. Hij wilde zijn Duitse taalkennis testen. Volgens mij kregen we altijd een ijsje als zijn Duits werd geprezen met de vraag of hij uit de buurt van Bremen kwam.

Hoe anders was het in 1982 te Grafenhausen. Een ervaring die mijn positieve beeld deed wankelen. Jaren tachtig, crisis, een gezin moest op de kleintjes letten en een hotel was duur. Naast Duits, was mijn vader ook goed in rekenen. Hij had bedacht dat de kinderen misschien wel zin hadden in ‘zelten’. Dat scheelde een hotelkamer. Omdat wij hem niet tegenspraken, volhardde hij. De hoteleigenaresse wist via de burgemeester dat bij het meer verderop, kamperen mogelijk was.
We togen er naar toe, niet dat mijn broer en ik zin hadden, een groot Duits bed sliep gerieflijker. Een plekje was snel gevonden. Er waren hoegenaamd geen mensen, laat staan tenten. Hoewel dit vreemd was, hadden we geen argwaan. De hotelhoudster had het immers aangegeven.

Mijn vader regelde de hotelformaliteiten, terwijl wij de tent opzetten. In de verte hoorden we blaffende honden. Een man met jagershoedje, strenge bril en dito gezicht, kwam in stevige pas aanlopen. Een Herder en een Dobberman stonden hun baasje bij in het ‘vies kijken’. Op onaangename wijze snauwde hij dat we niet mochten kamperen. In mijn beste Duits verwees ik naar de toezeggingen vanuit het dorp. Zijn ogen spuwde vuur, mijn moeder kreeg nog iets toegebeten en hij verdween. We haalden de schouders op en met ons morele gelijk gingen we verder. Vijf minuten later, de tent stond inmiddels, stoof een politie-auto in onze richting. Twee grote blonde agenten stapten uit en op vijftig meter afstand lieten ze op brute wijze weten dat we moesten oprotten. Nog sneller dan ze kwamen, verdwenen ze. Hun woorden ‘verschwinde’ en ‘schnell’ echode nog tussen de dennenbomen.

Verbouwereerd braken we af. Vader kwam kijken hoe het ‘zelten’ vorderde, maar begreep al snel dat de vakantie duurder zou uitvallen. Mijn broertje en ik waren, ondanks de  bevestiging van alle karikaturen over Duitsers, erg blij. Een groot Duits bed lonkte.

Vele bezoeken en vakanties verder is de onaangename smaak gewist. Een vakantie in Duitsland staat nog steeds als de “Kölner Dom”.

Frida Kahlo en de seksistische zwijnerij

Dit is geen Kunstblog en zeker geen kunst met kapitalen. Integendeel, want ondanks de titel gaat dit stukje tekst niet verder dan een huis, tuin en keukenblogje van wel een heel pruttelend burgermansbestaan. Hoewel, voor de goede verstaander zit er genoeg voer in om de derde, of vierde, of vijfde (waar waren we ook al weer gebleven) emancipatiegolf op te roepen. Ik heb het dan over de vrouwenemancipatie in Nederland en de bestrijding van allerlei onbewuste vooroordelen die veel mannen hebben.

 

We schrijven een willekeurige zaterdagavond een gesprek tussen Sprakeloos en mevrouw Sprakeloos

–          Ik heb een paar films gehaald, ga je mee kijken?

–          Ligt er aan, zit nu ff te bloggen.

–          Ik begin met een film over Coco Chanel, een Franse film.

–          Getver, weer zo’n typische vrouwenfilm, nee, kijk jij maar, ik blijf nog wel even achter de computer zitten.

–          Jij zegt dat je altijd zo’n brede interesse hebt.

–          Ja, maar mode, wees nu reëel daar heb ik toch niets mee.

Nee, dat klopt hoor ik nog zeggen. Tijdens de film krijg ik nog fijntjes toegeworpen dat ik toch altijd die man wàs die meer van Franse films hield dan die Amerikaanse clichétroep. Het is echt een hele mooie film, hoor ik op het einde.

–          Ga je wel mee naar de tweede film kijken. ‘Frida’, het gaat over Frida Kahlo.

–          Frida, wie?

–          Frida Kahlo!

–          Die ken ik niet.

 Frida Kahlo met haar man, kunstenaar Diego Rivera. Beide in de film uitstekend gecast

De verbazing op het gezicht van mevrouw Sprakeloos is niet geveinsd.

–          Je weet wel die schilderes uit Mexico, ze heeft nog wat met Trotski gehad. Dat moet jij weten als politicoloog.

–          Sorry, nog nooit van gehoord. Kahlo bedoel ik, Trotski ken ik wel natuurlijk.

–          Onder welke steen heb jij de laatste tijd geleefd.

–          Bij mijn weten huizen we al een tijdje onder dezelfde steen, toch.

–          Weet jij niet wie Frida Kahlo is?

Ik ga nog eens hartgrondig op zoek op mijn harde schijf, maar geen Kahlo te vinden. En nu wil ik niet beweren dat ik een kunstkenner ben. Maar buiten Van Gogh, Rembrandt en Vermeer zitten er nog meer dan een dozijn schilders (alleen mannen) die ik qua werk zou herkennen. Trouwens vorig jaar heb ik een poging gedaan een kunstblog te maken, een echt kunstblog welteverstaan, naar aanleiding van een bezoek aan het Arnhems Museum voor Moderne Kunst. Er was op dat moment een expositie van Nicolaas Wijnbergen en Melle (Johannes Oldenrigter). Wijnbergen vond ik wel aardig, Melle’s kunst was niet aan mij besteed. Het blogje is niet van de grond gekomen en ik denk dat het ook beter is dat ik mij niet ga toeleggen op kunstzinnige blogjes. Dat kunnen anderen beter.

–          Nee, ik weet niet wie Frida Kahlo is.

–          Vorig jaar had Desigual haar werken nog gebruikt.

Voor de andere modebarbaren, Desigual is een merk jurk/kleding dat heel populair is/was. En ik moet toegeven, en zo ben ik dan ook wel weer, het zijn leuke kleedjes.

–          Ooooohhhhh, moet ik het in die hoek zoeken, dan is het toch niet gek dat ik niet weet wie Frida Kahlo is?

–          Nee, dat is een wereldberoemde schilderes uit Mexico. Ken je die echt niet?

Mevrouw Sprakeloos loopt naar de boekenkast om onze A tot Z van de Schilderkunst te raadplegen in de overtuiging dat haar Frida een prominente plaats zou innemen in het dikke boekwerk. Ze blijft bladeren en ik heb het vermoeden dat Frida Kahlo er niet in staat tenzij mevrouw Sprakeloos in een keer acuut het alfabet kwijt is natuurlijk.

–          Staat er niet in, dat is raar?

–          Dat is helemaal niet raar, als jij een smoezelig artikeltje leest in de Esta, dan mag je er niet van uitgaan dat de hele wereld in een keer Frida Kahlo kent. Trouwens hoeveel vrouwen kunnen eigenlijk goed schilderen?

–          Jij bent een cultuurbarbaar, een lompe Sallandse boer en een seksistisch zwijn.

Scene uit de film Frida met actrice Salma Hayek

 In volledige harmonie gaan we de film kijken over het leven van Frida. Frida Kahlo wel te verstaan. Een goede film, absoluut niet zo’n vermaledijde vrouwenfilm. Ik krijg een kijkje op het werk van Frida Kahlo en ik moet toegeven, dat smaakt naar meer, zeker als afbeeldingen op het internet mij nog verder overtuigen. Tot 18 april 2010 is er een expositie in Brussel, dat ga ik helaas niet meer halen.

Maar wat is dat in het hoofd van mannen, of in ieder geval van mij? Hoe kan het zijn dat ik in bijna 44 jaar mevrouw Frida Kahlo niet heb waargenomen? Zijn mijn onbewust seksistische observaties dan zo selectief? Ik weet het niet.

Trouwens een onderzoekje bij meer dan 14 collega’s waren er maar 3 die volmondig wisten wie Frida Kahlo was. Drie anderen wisten iets van een film en o ja, die kunstenares uit Zuid Amerika en de rest. Frida wie? Bij die laatste groep zaten trouwens meer vrouwen dan mannen, dus potentiële Desigual-jurkjesfans.

Of is het niet mijn boerenonbenulligheid, maar is ook de mondiale marketing voor vrouwelijke kunstenaars, die niet deugt en getuigt van mannelijk seksisme?

 

Illustraties willekeurig van het internet geplukt