39. De grote Stad uit de serie de kabbelende 100

Af en toe overkomt je dat. Terwijl het waterkoud miezert, loopt je op een plek die de plaatselijke VVV niet op de cover van een toeristisch reclameboekje zou zetten. Bovendien is het in Arnhem. Toch zie je de omgeving ineens anders. Of het nu komt door sporadische oplettendheid, autonome prettige gedachten of de belichting van dat moment? Ik weet het niet, maar ineens ben ik blij met de aanwezigheid van de techniek middels een mobieltje die mijn oplettendheid in combinatie met mijn prettige gedachten en de juiste belichting probeert vast te leggen. In eerste plaats voor mezelf, maar ook anderen gun ik het delen van mijn momentopname in de grote stad. De plek had bij het invallen van de avond iets heel kosmopolitisch.  Met mijn verlichte gemoed zag ik grootstedelijke lampen en een mooie symmetrie. Achteraf zie ik vooral dat ikzelf de fotograaf ben in de grote stad Arnhem.
20141216_165659

Met de voortschrijdende technische verfijning kan iedereen fotograaf spelen. De sociale media wordt vooral gevuld met allerlei groepjes vriendinnen die gezellig op de foto staan in een uitgaansgelegenheid, of voetbalmatties die stoer een clubje vormen op de gevoelige plaat. Het is niet anders dan vroeger alleen vluchtiger en iedereen kan het delen. Het mobiele gemak zorgt ook voor meer ‘kunstzinnige’ foto’s van wannebee artistiekelingen, soms niet eens onverdienstelijk. Zelf schaar ik me niet onder die groep kunstzinnigen, ik ken mijn beperkingen en wordt bij het eindresultaat hierin bevestigd. Toch voel ik ook de drive om ‘het moment’ te willen delen en op dusdanige wijze dat anderen mee kunnen genieten. Dat zij ook voelen, zien en ervaren wat ik op dat moment ervoer. Ik had geen last van de miezerige koude regen, mijn gedachten waren bij het zojuist opgehaalde rapport van mijn zoon en dat stemde tevreden. Ik was op weg naar een provisorische kerstborrel bij ons vrimibo-kroeg en voelde me één met het beton, asfalt en de lichtval van dat moment bij het Arnhemse station. Het vertalen en overbrengen van (kunstzinnige) gevoelens is toch echt een vak apart besef ik. Was het niet Winnie-the-Pooh die zei: “When you are a Bear of Very Little Brain, and you Think of Things, you find sometimes that a Thing which seemed very Thingish inside you is quite different when it gets out into the open and has other people looking at it.”

Misschien is dat wel het wezen van vele menselijke emoties en communicatie.

Kakelkrant 71 Ook mijn omgeving is ernstig besmet

Zeg ik iets raars dat ondanks de afwezigheid van een confessionele meerderheid in de hedendaagse politiek, de betutteling hand over hand toeneemt in Nederland? Partijen die we Paars noemen zijn op veel fronten wel heel benepen aan het worden. Een vettaks is al een veel besproken onderwerp. We worden inderdaad met zijn allen te dik, ontegenzeggelijk waar. Maar komt dat door het vette eten of zijn heel andere oorzaken hier debet aan? Te weinig bewegen, te veel sociale media, een zittend beroep, onveilige speelplaatsen in steden en/of een te druk leven kunnen ook oorzaken zijn. Of misschien wel het voor de meesten onhaalbare beeld van dun, fit en mooi. Als we het dan toch niet kunnen waarmaken, heeft je best doen om gezond te eten ook geen zin. Nog daargelaten dat vet eten halen relatief goedkoper is dan gezond en gevarieerd koken als je er tijd voor hebt. We beginnen al aardig op de Amerikanen te lijken, waar obbesed zijn ook een armoedecomponent heeft.
2013-12-05 09.09.55

Dat de sigaret al jaren onder vuur ligt, begrijp ik heel goed. En sinds kort ook de alcohol voor minderjarigen, want nieuwe onderzoeken hebben aangetoond dat in principe de generatie van decisionmakers eigenlijk massaal hersenafwijkingen hebben. Zij mochten nog lekker ongestoord zuipen op hun zestiende, nu is dat levensgevaarlijk. Maar waarom krijg ik bijna een hartverzakking als ik daadwerkelijk geconfronteerd wordt met het bord van de NIX18 campagne op het station van mijn eigen woonplaats. Tegelijkertijd krijg ik bultjes van ergernis en ik overweeg in de DSM alle ernstige psychiatrische ziektes op te zoeken. Ik bekijk dan welke me het beste past om ongegeneerd de eerste de beste tuthola van deze regering zeer agressief te benaderen. Want met een psychiatrisch stempel heb ik in ieder geval een legitimatie om iemand helemaal stijf te schelden. Maar eigenlijk is deze campagne alleen al reden genoeg om een massale revolutie uit te schrijven in ons almachtige truttenland.

Om beslagen ten ijs te komen voor dit blog, speur ik internet af voor wat achtergrond-informatie. En als ik dan al niet boos was, dan zou ik het wel worden. De webpagina van NIX18 begint met de zinsnede:

Heel Nederland is het er over eens, onder de 18 moet je gewoon niet roken en drinken. Daarom hebben we een afspraak: de afspraak van NIX.

Wat nu heel Nederland, mij is niets gevraagd hoor! Ik krijg hier nu bultjes van. Ik ga snel naar de Quiz op de webpagina en vrees het ergste: ‘Duik terug in de tijd en ontdek hoe Nederland op een positieve manier is veranderd door afspraken over roken en drinken.’

Het enige juiste hier is dat Nederland is veranderd, maar vooral in een fundamentalistisch zeurland met een gigantisch overschot aan dominees. En als ik in het voorbij gaan van de veel te jolige website de kop van Freek de Jonge langs zie komen, stop ik ermee. Als dit zogenaamde geweten van de babyboomers zijn naam en gezicht heeft gelieerd aan deze onzin, dan is het ook onzin. En dat is dan wel een waarheid als een koe, predik ik bij deze.

In toenemende mate hebben we partijen, opiniemakers en BN-freaks die vooral zeggen hoe een ander moet leven en hoe zij de ware geest hebben gevonden om het wel goed te doen. Zij willen graag het stichtende voorbeeld geven. Het viel me de laatste tijd al op dat ik de EO zo’n aangename omroep vond. Met enige regelmaat zeg ik tegen mezelf, die Andries Knevel valt best wel mee. Nu weet ik dat Andries waarschijnlijk helemaal niet is veranderd,  de rest van zijn (linkse en liberale) omgeving is veranderd in zeer vervelende bevindelijke dominees.

Ook ik weet dat (te) veel drinken niet goed is en hoe later je er aan begint, des te beter. Zelf zal ik ook echt geen zuigeling sterke drank in zijn melk doen om hem rustig te krijgen. En een dronken bakvis van veertien is inderdaad geen verheffend gezicht, mee eens. Maar is er geen andere methode dan de zuurpruimerij in onze volksaard te blijven aanspreken? Ook ik zou willen dat ik nooit mijn eerste sigaret heb genomen. Maar met deze campagne zou ik de sigaretten desnoods opgegeten hebben om maar aan te tonen dat ik niets moet hebben van de mismaakte overheids marketeers. Hoeveel kost zo’n campagne wel niet in tijden van crisis, toenemende armoede en bezuinigingen?

Weet je wat trouwens echt ongezond is. Ouders die kinderen door geestelijke of materiële armoede zonder eten naar school sturen; Vluchtelingen zonder geldige documenten op straat te laten zwerven in de koude; lange wachtlijsten in de jeugdzorg, wachtlijsten die alleen door cosmetische en statistische manipulatie verdwijnen; of erger nog mensen gaan niet meer naar de dokter, tandarts of andere specialist door de eigen bijdrage die verplicht is gesteld. En als je dan ziek wordt, is het vast je eigen schuld. Ook daar zal te zijner tijd dan wel weer een dure campagne aan besteed worden.

Goed dus ook in de openbare ruimte in mijn eigen woonplaats ligt het besmettingsgevaar van Truttigheid 2.0 op de loer. Ik kots er op.

5. ARNHEMSE LUCHTEN uit de serie de kabbelende 100

En dan kom je uit je werk, de afstand naar het station is niet voldoende om mijn werkbalast van die dag van me af te gooien. Waarom bestaat er eigenlijk niet een cooling down voor werksituaties en dan in de baas zijn tijd natuurlijk. De cooling down van ’s avonds languit op de bank liggen is natuurlijk gesneden koek. Maar echt in mezelf gekeerd ben ik echter ook weer niet niet, blijkt uit de opmerkzaamheid mijn omgeving waar te nemen. De hele dag had het gestormd, al mochten we in het oosten des lands amper meepraten vergeleken met de windsnelheden langs de kust. Toch leverde het een pracht van een foto op. Tenminste ik was zelf lyrisch over de ondergaande zon in de razende wolkpartijen waarbij de aanstormende donkere woestenij nog even wordt tegengehouden door het laatste zonlicht van de dag. De herfst dient zich definitief aan, de zomer heeft uiteindelijk verloren.

wind en zon

De lucht doet me vooral denken aan het gedicht van Liselore Gerritsen dat wij passend vonden toen onze oudste zoon werd geboren. We plaatsten enkele regels ervan op het geboortekaartje.

oktoberkind oktoberkind

opdat je niet vergeet

de allerlaatste zoete braam

is de eerste die jij eet

een laatste warme zonnestraal

verwarmd jou eerste dag

en een laatste zwaluw die vertrekt

is de eerste die jij zag

dat is waarom een oktoberkind

niet geloofd in laatste dingen

’t zal een herfstdag als een lentedag bezingen

De aanstormende herfst maakt mij op zijn zacht gezegd melancholisch, waarbij de seizoensgebonden dip altijd op de loer ligt. Ik ben dan ook geboren in mei, dat verklaard voldoende. Maar met de schoonheid van dit natuurgeweld en met de herinnering aan het optimisme van het oktoberkind, zal ik me er wel door heen slaan, de aankomende donkere maanden. Want als zelfs de lucht boven Arnhem zo mooi kan kleuren, dan moet het wel goed komen. De foto is gemaakt op het mooiste plekje van Arnhem zoals insiders zullen herkennen, aan de Sonsbeekzijde van het station. Hier vertrekt de trein naar Nijmegen, beter is er niet in de Gelderse hoofdstad. Ik mijmer in stilte hoe mooi de lucht op dat moment zou zijn met zicht op de Waal en Sint Stevenstoren. De kwestie is derhalve: Arnhemse luchten of het Arnhemse niet luchten. Dan komt de forens in mij naar boven, ik wandel naar het perron, want Arnhemse luchten of niet, de trein vertrekt ook zonder mij.

Eerder verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME

Une femme (pas) fatale

Frequent kom ik op het station van Arnhem. Soms neem ik de auto en in sportievere tijden fiets ik naar het werk. Dat laatste is dit jaar nog maar een enkele keer gebeurd. Ze zeggen dat Nederland vlak is, maar een enkele IJstijd heeft gezorgd voor ogenschijnlijk nietszeggende stuwwallen en met mijn rokerslongen zijn de heuvels een pittige aanslag op mijn fysieke gesteldheid. Dus neem ik vaak de trein.

Het station van Arnhem is al jarenlang een bouwput en daarmee een nog desolater oord dan de meeste stations in Nederland.

 

Deze zomer is besloten extra hard te werken aan het station. Een maand lang rijden er geen treinen richting Utrecht en Nijmegen. Met het feit dat er geen treinverkeer mogelijk is naar de Keizerstad, vervalt ook een van de schoonheden van Arnhem, want dat is natuurlijk de trein naar Nijmegen. U weet nu waar mijn voorkeur ligt. Maar ik hoef niet naar Nijmegen, maar richting de Achterhoek en die trein rijdt nog wel.

De vakantieperiode, in combinatie met beperkt treinverkeer, maakt de perrons leeg. Je kunt wel, wachtende op de trein, kijken naar de werkzaamheden op en rond het spoor.

 

 

 Met oprechte bewondering aanschouw ik het leger mannen dat bezig is met een nieuwe overkapping op de eerste perrons. Anderen zijn bezig met graafwerkzaamheden of voeren puin af. Met mij zijn er meer bewonderaars van de bouwwerkzaamheden, vooral oudere mannen die helemaal niet met de trein ergens naar toe moeten. Ze zijn door hun vrouw het huis uit gestuurd omdat ze toch maar voor de voeten lopen. Deze zomer kunnen ze zich vermaken op het Arnhemse station.

 Ik heb de trein gemist, dus er is bijna niemand. Een kwartier later komt de volgende trein pas. Als de eerste medereizigers zich aandienen, zie ik in mijn ooghoek een grote blonde jonge vrouw aanlopen. Nu heb ik bewondering voor bouwwerkzaamheden, echter ik snap er niet zoveel van. Met grote blonde vrouwen is dat precies hetzelfde. Meestal hoeft dat gelukkig ook niet. Deze vrouw is bijna net zo groot als ik, zeker 1.80. Ze draagt bovendien hoge gehakte laarzen van een stoer soort. Dit maakt haar verschijning nog imposanter. Haar stevige, volgens de Sonja Bakker-normen iets te dikke lijf, wordt geaccentueerd door een zwarte katoenen strechjurk die tot even boven haar knieën komt. Ze heeft gave, mooi gebruinde benen. Voor dat ik haar gezicht kon zien, liep ze al langs me heen. Wat rest, is uitzicht op een Goddelijk bouwwerk van de achterkant. Omdat ik me sterk bewust ben van mijn primitieve focus, besluit ik niet langer te kijken. Ik ben immers geen Neanderthaler. Bovendien schuif ik zo aan tafel bij moeder de vrouw.

 De blonde dame is al weer uit mijn gedachten, als ze geheel onverwacht weer langs komt wandelen. Ze luistert naar muziek en gunt me ogenschijnlijk geen blik waardig. Haar blonde opgestoken haren omlijsten een fijn, maar gesloten gezicht. Ze gaat op anderhalf meter van me staan, leunend tegen hetzelfde hekwerk en kijkt ook naar de mannen.

Mijn aandacht geldt niet meer de werkzaamheden. Ik voel me ongemakkelijk omdat ze in mijn aura staat. Ik weet niet of ik dat aangenaam moet vinden. Hoewel ik de blonde femme fatale nu beter kan bekijken, stoort het me dat ze zo dicht bij me staat. Andere mensen staan minstens twintig meter verder. Waarom zo dichtbij? Wat moet ze van me?

Volgens mij zeggen ongeschreven regels in liften en ruimtes dat onbekenden altijd een plaats zoeken op gepaste afstand zodat de ruimte gelijkelijk is verdeeld tussen de mensen. Volgens deze ongeschreven regel had ze tien meter van me af moeten staan. Nu voel ik haar lichaamswarmte bijna, of wordt de verhitting veroorzaakt door mijn eigen psychische onbehagen.

 ‘Naar wicht’ denk ik, terwijl ik haar en profil begluur. Lange wimpers zie ik en een gedistingeerde make-up, zeker niet ordinair.

‘Zit daar een beetje ongenaakbaar te zijn in mijn aura.’

Haar ronde vormen worden nu ook door andere voorbijgangers waargenomen, zowel door mannen als vrouwen.

Een van hen kijkt jaloers en lijkt het leeftijdsverschil van bijna twintig jaar niet te kunnen bevatten. Ik wil hem naroepen dat hij dit goed zit, maar voel me ook een beetje trots.

‘Och, misschien is ze alleen onzeker en zoekt ze de nabijheid van een vaderfiguur en niet de drukte van meerdere reizigers’, vergoelijk ik haar gebrek aan fysieke distantie.

Mijn vaderlijke gevoelens verdwijnen echter als sneeuw voor de zon als ik haar delicate parfum waarneem.

‘Wat is het reukorgaan toch een sterk onderschat zintuig.’

Haar fijne neusje prijkt arrogant in de lucht en mij heeft ze nog niet zien staan.

‘Zou er zoiets bestaan als auravredebreuk’ vraag ik me af.

Ik vrees dat je hiermee niet bij de politie kunt aankomen en als ze de hemelse verschijning van de verdachte zien, zullen ze me zeker besmuikt uitlachen.

 ‘Ben ik nu een gevaar voor deze dame of is deze dame nu fataal voor een onschuldige 44- jarige penopauzer?’

Ik voel me bijna verplicht een openingszin te plaatsen, maar ik heb net gerookt, ik heb geen verstand van mode om een compliment over haar kledingkeus te geven en een seksuele toespeling over haar ronde vormen is natuurlijk per definitie ongewenst, nog daargelaten of ik dat zou durven.

In Brazilië is er een spreekwoord voor als je Rio de Janeiro bezoekt. Naast allerlei wereldlijk vermaak in de metropool, kun je je ogen wassen door naar al het fraaie vrouwelijke schoon te kijken dat rijkelijk paradeert in de straten en op de boulevards.

 Deze gedachte brengt de rust weer bij me terug en durf nu zonder gêne de jonge vrouw te observeren.

‘Vergis ik me nu, of is de vrouw iets meer ontspannen?

Een vage glimlach krult haar lippen en maakt haar iets minder ongenaakbaar. Of is de licht spottende lach naar mij gericht? Heeft ze me door?

Het kan me ook niet schelen, ik heb de zekerheid dat ik met gewassen ogen thuis kom en dat is toch ook wat waard. Eenmaal in de trein raak ik haar kwijt.

Ze stapt niet tegelijkertijd uit. Lopend langs de raampjes, zie ik haar weer zitten. Ze gaapt en wrijft in haar ogen, vast een vuiltje. Waar zal zij dan naar gekeken hebben?