Dilemma’s op het Appelpad.

Soms heb je als klompenpadder dilemma’s. Niet zo groot als een politicus in coronatijd of zoals de lijsttrekker van D66 wier grootste levensdilemma was of ze nu naar Oxford, Cambridge of Harvard moest gaan voor haar studie. Nou meid, wat je ook gekozen had, het was in alle gevallen goed gekomen. Zo ook bij mijn eerste dilemma. Doe ik een jas aan op 24 februari of niet? Meenemen vond ik geen optie. Het kwam goed, het was zalig weer. Zo lossen veel dingen zich vanzelf wel op. Zo ook het tweede dilemma van de dag, een logistiek probleem. Ik schatte in dat ik niet hoefde te tanken op weg naar Appel. Maar in mijn achterhoofd had ik wel de sigaretten nodig, ze waren bijna op. Blinde paniek, en een uitleg aan alle fundamentalistische gezondheidsfreaks, een klompenpadloper is niet meteen een gezondheidsfreak. Niet tanken betekende dus ook geen voorraad sigaretten bij een gezonde wandeling. Even al mijn relativeringsvermogen aanspreken en ik kwam met de volgende wijsheid voor mezelf: In der Beschrenkung zeigt sich der Meister. Het heeft geholpen. Het werd derhalve toch een fijne wandeling daar in Appel. Maar er kwamen meer dilemma’s.

De eerste drie kilometer zag ik heel veel rijen met knotwilgen. Zou er in Appel een grote groep vrijwilligers zijn om ze te knotten? Ik ken dat wel in Duiven en omgeving. Je weet het niet, maar het zet je wel aan het denken. Of het onderstaande bord op de route!

Ben ik nu in overtreding en zet ik nu alle klompenpadder voor gek om gewoon te lopen langs de sloot met knotwilgen. Je weet het niet. Ik heb geen kaart, wel een klompenpadapp. Zou dat genoeg zijn?

Toen de weilanden plaats maakte voor een drassig en moerassig bos met dito paden volgde het ene dilemma het andere op. Kan ik door de drassigheid heenlopen of moet ik toch van het pad afwijken?

En als je dan besluit door de bosschages heen te lopen en je wordt geconfronteerd met een een hol. Wat hoort er in dat hol? Het is te groot voor konijnen, maar zouden het vossen zijn? Wolven leven niet in holen volgens mij, maar wat dan wel? Je weet het niet.

Heeft iemand het antwoord? De wandeling werd steeds mooier, de zon werd zelfs warm voor een februarizonnetje en het wandelen smaakte naar meer. Dat brengt me bij het laatste dilemma’s dat ik met u wilde delen. Natuurlijk zijn er al lopende best wel vragen die rijzen bij het zien van gedragingen van medewandelaars, maar die overpeinzingen laat ik graag voor mezelf. Nee, het laatste dilemma is, ga ik in de buurt nog een klein klompenpadje lopen? Het antwoord is ja, we gaan dus op weg naar Leusden naar het Schutpad. Zonder sigaretten weliswaar.

Begrip, van de dag (126) Vies land

 

 

VIES LAND

 

,,Ik vind het stinken in Duitsland. Het is een vies land!”
Het boek van Jan Brokken, De wil en de weg, leerde me het belang van de beginzin voor je verhaal. De eerste zin zet de toon. Nu heb ik nog geen flauw benul waar het verhaal naar toe moet, maar de toon is gezet. Ik zou een ander verhaal schrijven met de beginzin: ,,Het duurde nog tientallen jaren na de hoogtijdagen van het Naturalisme voordat de Freikörperkultur haar intreden deed in Duitsland.” Overigens heb ik geen enkele notie of er daadwerkelijk een verband is tussen het Naturalisme en nudisme uit die tijd. Ik weet wel dat de klankkleur van mijn verhaal anders zou zijn. Datzelfde geldt voor beginzinnen met ‘de fiets van mijn opa’ of ‘Bier en Bratwurst’ of ,,Bernd Hölzenbein besluit na 42 jaar eindelijk zijn voorjaarsvakantie in Zandvoort te vieren.” Dit zou een heel specialistisch zuur stukje proza opleveren trouwens. Ik heb anders besloten. Het stinkt in Duitsland.

Mijn toen vijfjarige zoon wenste in de auto te blijven bij iedere pauze op weg naar verre vakantieoorden. Alleen bij hele hoge nood rende hij onder mijn begeleiding het restaurant van de Rastätte in. Hij wist dat hij niet in de bosjes mocht. Wij als volwassenen weten immers wat de mensheid allemaal kan doen in de bosjes langs de autobaan. Als ouders zagen wij geen kleuterkoppigheid, zijn stemming bleef te goed met het vooruitzicht van een camping in Italië of tussenstop in Zuid-Duitsland met Pommes en Schnitzel. Op de vraag waarom hij niet even zijn benen wilde strekken, gaf hij resoluut antwoord: ,,Ik vind het stinken in Duitsland. Het is een vies land!” Wat wist hij meer dan wij, zijn vader en moeder? Welke wijsheden kon een vijfjarige nu hebben over oorlog, vooroordelen en een voetbalverleden? Er moest wat anders zijn. Onze zoon had besloten dat het stinkt langs de autobaan met zijn benzinedampen, diesellucht en volle afvalbakken. De stank associeerde hij met Duitsland.

De beginzin heeft me tot dusver hier gebracht en nu zal ik het verder ook moeten volbrengen. Het stinkt dus langs de autobaan, mijn gevoelige kereltje is er niet van gediend en heeft zijn conclusies getrokken. Gelukkig is hij verder wars van vooroordelen over onze Oosterburen. Als iedereen, behalve mijn zoon, naar de WC is geweest, de stramme benen heeft losgeschud, de kleffe broodjes zijn weggewerkt en de overvolle afvalbakken ook met onze vuilnis zijn gevuld, kunnen we gaan. Iedereen zit in de auto en dan komt het exclusieve machtsmoment van de chauffeur. Ik herinner me opeens waarom ik juist deze plek had uitgekozen. Gevaar dreigde namelijk, het nicotinegehalte in mijn lichaam daalde zorgelijk. Met gespeelde verontschuldiging zeg ik: Was ich noch zu sage hätte dauert nur eine Zigarette. Met het instappen inhaleer ik de laatste trek en druk de sigaret achteloos uit op de grond. ,,Kom we gaan verder voor de volgende etappe.” De vakantiemuziek wordt aangezet en we zingen mee, behalve de jongste.
,,Nu stinkt het ook in de auto!”

55. INTROSPECTIEF ROKEN uit de serie de kabbelende 100

Heb ik het in de kabbelende 100 wel eens gebabbeld en gekabbeld over roken? Vast niet, al houdt het me iedere dag bezig. Weet je wat het voordeel van roken is? Het geeft je een aantal introspectieve momenten op de dag. Voor niet rokers heet dat dagdromen of nietsnutten, voor rokers zijn dat een aantal sacrale momenten die ik voor geen goud zou willen missen. Ondanks een tijdelijke vermindering van zuurstof, ook in mijn hersenen, heb ik oprecht het idee dat geniale vondsten bij mij vooral tijdens het roken plaatsvinden, en natuurlijk vlak voor het inslapen. In beide gevallen ben je ‘het ei van Columbus’ meestal snel weer kwijt. Bij het slapen gaan natuurlijk omdat je dan echt op een andere modus overstapt. Maar bij het roken, dwingt de realiteit zich weer aan en kost het mij moeite om de gedachten vast te houden, of ik zou natuurlijk moeten kettingroken. Er zijn trouwens schrijvers die beweren zonder sigaret geen roman te kunnen schrijven. Het is maar dat u het weet.

20151101_115533

Niet alleen scherpe gedachten, ook de opmerkzaamheid en het waarnemen van je omgeving wordt groter door roken. En daar dan weer van genieten is ook een kwaliteitsmoment van grote waarde. Zo had ik op zondagochtend de rozen in mijn eigen tuin nooit zo nadrukkelijk gezien en ervan kunnen genieten. Het voordeel van deze esthetische momenten is dat je ze vast kunnen leggen in tegenstelling tot gedachten die bij mij minder fotografisch blijven hangen. Zo ziet u, ieder nadeel heb zijn voordeel, al is de uitspraak van Johan Cruijff heden ten dage wel een beetje wrang natuurlijk.  De diagnose bij de nationale nummer 14 heeft mij ook wel weer aan het denken gezet, vooral denken tussen de sigaretten door en dat is gelukkig nog wel het grootste deel van de dag. Misschien moet ik eens een serie maken de ‘Rochelende 100’ over roken en niet roken? Dat is voor later. O ja, ik wil u een fotogeniek momentje niet onthouden, zeker als niet roker zult u er zelden mee van doen hebben. Ook dit geeft aanleiding tot overpeinzing. Mijn introspectieve momentjes tijdens het wachten op de trein.
20151030_174335