Pushberichten leiden tot hersendood

Mijn werk als reclasseringswerker brengt met zich mee dat ‘ik’ af en toe in de krant verschijn. Niet als persoon, heel soms als professional maar vooral de mensen met wie ik werk halen het nieuws. Boeven en boevinnen halen kattenkwaad uit en moeten dat verantwoorden bij de rechtbank. Een seintje van een collega of mijn eigen oplettendheid zorgen er voor dat ik wel wil weten hoe de rechtbank geoordeeld heeft en wat de maatschappij ervan vindt. Op mijn werkaccount heb ik derhalve een keer De Gelderlander online aangevraagd en sindsdien krijg ik alle pushbericht. Om ze allemaal te lezen moet ik betalen en dat doet mijn werkgever vast niet. Gemiddeld zo’n vijftien berichten ploppen er tijdens mijn werk op. Ik kan u verzekeren, daar word je niet vrolijk van als mens en dan druk ik me voorzichtig uit.

Een bloemlezing van de oogst van 21 april 2023

  1. Grondwater voor drinkwater is té vervuild. (Provincie wil strengere regels voor boeren)
  2. Lonneke scant twee flessen wijn niet en krijgt een winkelverbod van twee jaar: Dat ik een dief zou zijn vind ik zo erg..
  3. Scheuren in huis en gekmakende trillingen (bewoners pislink om tijdelijk bushalte)
  4. Rob de Nijs opgenomen in ziekenhuis (toestand van de zanger is zorgelijk)
  5. Angstige hond achtergelaten en met riem aan……. (Wie doet nu zoiets?)
  6. Leestip: Ik zal u missen (Twintig jaar lang speelde Bulgaarse straatmuzikant in Arnhem, nu gaat hij naar huis.)
  7. Ik heb me hier letterlijk kapot gewerkt, dit mag niet, dit mag niet verdwijnen (Actievoerders bezetten Zutphense ziekenhuishal)
  8. Geamputeerde vleugels en illegaal bezit (Honderden vogels in beslag genomen bij handelaar in Gelderland)
  9. Belg krijgt zeven snelheidsboetes na dagtripje naar de kust (,,Ik ga nooit meer terug.”)
  10. (éentje gemist in een automatisme te snel weggeklikt)
  11. Advocaat Inez Weskik opgepakt. (Arrestatie zou te maken hebben met Marengo-proces)
  12. Schrik dat kabinet benzine fors duurder wil maken. Rekening bij gewone Nederlander leggen.
  13. Democratie kan weer draaien. (Richard de Mos’vrijspraak wordt door zijn aanhangers gevierd als een nieuw begin. Dit verandert de wereld, we horen er weer bij.)

Of bovenstaande nieuws is en over de wijze waarop het geformuleerd is laat ik aan het oordeel van de lezer. Ik word er eigenlijk redelijk onpasselijk van en dan met name ook in de wetenschap dat de inhoud van de pushberichten vaak maar ten dele de lading dekt. En dan hebben we het hier over het nog over een respectabele regionale krant, De Gelderlander. Ik weet, en u ook, dat er nog veel ergere informatiebronnen en juice-channels zijn.

En er hoeft geen betweter met het vingertje te wijzen en te zeggen, zo werkt nu eenmaal het systeem, er moeten zoveel mogelijk clicks worden bewerkstelligd voor de winst. Ik ben ook niet van gisteren. Ik begrijp dat fake-news niet alleen een politiek middel is, maar vooral ook een winstgevende zaak. Ik realiseer dat nieuwsgaring en het verheffen van het volk een hopeloos ouderwets concept is geworden. Ik wil eigenlijk niets zeggen over communicatie en over de kwaliteit van het nieuws. Ik ben alleen heel erg bezorgd over ons aller publieke geestelijke gezondheid. Heel erg bezorgd en we zien het dagelijks om ons heen voor wie het wil zien. Algoritmes maken de maatschappelijke geestelijke misvorming bovendien nog erger.

Moderne slavernij zomaar op vrijdagmiddag!

Doodmoe word ik ervan en doodziek tegelijk. Van die mensen die elke nuance missen in welke discussie dan ook. Die groepen mensen die elkaar onderling maar bevestigen in hun eigen bubbel en de ‘anderen’ verketteren. Of het nu over de landbouwhervorming gaat, de coronamaatregelen of het slavernijverleden van Nederland. Ik heb er geen zin meer in. Inclusie of exclusie, ik heb mijn conclusie getrokken. Ik doe niet meer mee! Ze polariseren maar raak, de ‘goeden’ van links en rechts.

 

IMG-20200728-WA0006

Voor de meesten van ons is het voor hun geestelijke gezondheid beter om in grijstinten te denken. Zwart-wit denken vraagt voor de meesten van ons een ondraaglijke verantwoordelijkheid. Sommigen worden door de omstandigheden helaas gedwongen.

 

Naïef

Dat wil niet zeggen dat ik blind ben voor bijvoorbeeld slavernij. In mijn naïviteit dacht ik op de middelbare school, en nog ver daarna, dat slavernij niet meer bestond en iets uit de geschiedenisboekjes was. De oude Grieken en Romeinen, de horigen in de Middeleeuwen en in het feodale Rusland. Uiteraard werd ik al onderwezen over onze eigen geschiedenis met mondiale slavenhandel van de 17e eeuw tot bijna de twintigste eeuw. Ik heb echter niet het goede geschiedenisonderricht gehad begrijp ik nu. De zinloze discussies, oorverdovende scheldpartijen en publieke veroordelingen op de (sociale) media zullen ongetwijfeld uitmonden in het herschrijven van de geschiedenis. Ik koop over twintig jaar wel een nieuw geschiedenisboek. Als de versie me bevalt zal het in mijn boekenkast prijken, zo niet dan verdwijnt het boek ergens achter in een hoek op de zolder.

Moderne slavernij

De jaren van naïviteit liggen alweer vele jaren achter me. Natuurlijk was er oorlog, armoede en ander sociaal onrecht, maar dat noemde ik geen slavernij. Misschien ten onrechte. Ik schrok daarom van artikelen die ik las de afgelopen jaren over kinderarbeid en vrouwenhandel. Moderne slavernij dus. Maar ook Noord-Koreaanse levens worden ingezet voor het hogere doel van Kim Jung Un in het land zelf en als exportproduct gaan mensenlevens naar het buitenland. Goedkope arbeid om het BNP van de heilstaat een beetje te stutten. Wat te denken van de Oeigoeren in China of de massale uitbuiting van arme buitenlandse arbeiders in Qatar. Ze werken onder zware omstandigheden, deels on(der)betaald en zeker zonder bewegingsvrijheid en met een reëel risico om te sterven tijdens het werk. Wat zullen we genieten met onze Oranje-leeuwen volgend jaar in Qatar!

De rauwe werkelijkheid

En toen kwam de moderne slavernij direct in mijn werksituatie kwam binnenvallen. We schrijven 17 juli 2020 aan de rafelranden van de werkweek. Het is bijna weekend en de gedachten waren al bij de komende vrije dagen. Nog even met een collega kijken naar de stapel adviesrapporten*. De collega ziet dat er in detentie een Spaans sprekende man zit. ,, Leuk, dan kan ik mijn Spaans een beetje ophalen.” Deze Mexicaanse man zat vast voor opium gerelateerde delicten. De fantasie over Escobar-achtige taferelen zat al in onze hoofden. Dat veranderde snel toen mijn collega het proces-verbaal las. Inderdaad Escobar-achtige toestanden, maar dan wel de scenes met de meeste emotionele impact. De man, hij verbouwt citrusvruchten en handelt in jonge stiertjes, heeft vijf kinderen en een echtgenote. Ogenschijnlijk een gewoon Mexicaans gezin, woonachtig in een gebied waar drugskartels het voor het zeggen hebben. Jonge mannen worden daar geronseld en gedwongen te vechten voor het leidende kartel. De man zegt: ,,Laat mijn zoon met rust, ik zal zijn plaats innemen.” De man wordt gedwongen naar Nederland te gaan om in een drugslaboratorium te werken. De gezinsleden zijn het onderpand voor volgzaam gedrag. Als het laboratorium wordt ontmanteld is hij primair verantwoordelijk, zo krijgt hij te horen. Zijn vrouw mag het dorp niet uit op straffe van mishandeling of erger. Bellen vanuit de gevangenis is moeilijk, want de kans dat er wordt meegeluisterd is groot, verzekert de man. Hij is zeer achterdochtig, wie kan hij vertrouwen? De Nederlandse politie, de Nederlandse rechtsstaat, zijn advocaat of misschien de reclassering? De angst voor represailles zit er goed in begrijp ik van mijn collega. Hij heeft immers vaak genoeg gezien waartoe de kartels in staat zijn in het dagelijkse leven. Hij heeft Netflix daarvoor niet nodig gehad.

We heffen het glas, deden een plas en alles bleef zoals het was.

Het gesprek met de reclassering heeft inmiddels plaatsgevonden. Wat kan mijn collega? Wat kunnen wij vanuit onze positie als reclasseringswerkers? Niets is mijn voorlopige conclusie. Uiteraard zullen wij het verhaal van de Mexicaanse man op papier zetten voor de rechtbank. Maar wie kijkt en luistert mee? Ik kan een column schrijven over moderne slavernij. Ik ben mij zeer bewust dat dit wel een zeer beperkte bijdrage is voor het leed van deze man. Maar ik ben wel ‘woke’ voor het bestaan van dit leed, de impact voor zijn gezin en de wetenschap dat er vele Mexicaanse slaven zijn zoals onze client. Gelukkig gebruik ik geen drugs en hoef me als zodanig niet te schamen.

 

*adviesrapporten van de reclassering worden geschreven ten behoeve van de zitting van een verdachte. Een plan van aanpak wordt gepresenteerd al dan niet met een strafadvies.

Ik beloof…….

In mijn maandelijkse column op het intranet van mijn werkgever (reclassering Leger des Heils) hieronder de weergave.

 

Bij mijn vorige column werd er al gemord: Kan het over iets anders gaan dan de coronacrisis? Nee, vond ik. Ook nu blijkt waar het hart van vol is. Dus ik ga niet beloven dat het niet over Corona gaat. Ter compensatie beloof ik niet over politiek, economie en voetbal te schrijven of dat ik als verdekt colporteur ga fungeren. Een faire deal. Toch?

Tijdens de lockdown werd uitgeroepen: ‘We komen er ‘ineens’ achter dat er onvoldoende opvang is voor dak- en thuislozen’. We wisten dat het beleid ruim onvoldoende was voor de inmiddels 40.000 mensen die onvrijwillig op straat leven. Met de slogan ‘Thuisblijven, hoe dan?’ vroeg het Leger des Heils aandacht voor de nood voor 10.000 structurele woonplekken voor de groepen die tijdelijk bivakkeerden in hotels en de ingerichte sporthalen. Onze directeur verscheen op diverse plekken in de media en ieder dag opende ik mijn computer nog met het bericht van de campagne. De overheid deed een belofte: in 2022 moet het doel gerealiseerd zijn. De campagne zou eigenlijk actief moeten blijven totdat de 10.000 woningen zijn gerealiseerd. Ik beloof hierbij dat ik ieder jaar voor de zomervakantie een vervolg zal schrijven op deze column, zolang het nodig is.

40.000 menselijke verhalen

Ik besef dat daarmee niet al het leed verdwenen is. Er zullen altijd Swiebertjes blijven, er zullen altijd mensen door pech tijdelijk huisvestingsproblemen hebben en ook verslavingsproblemen sluit je niet uit door 10.000 woningen. Achter de 40.000 daklozen schuilen 40.000 menselijke verhalen. Een aanpak op maat is nodig. En dan beloof ik je, dat het werk van de reclassering er anders uit gaat zien bij de realisering van de beloofde huizen. Mijn ervaring is dat bij tijdige constatering van (huisvestings)problemen en een passende huisvestingsoplossing veel mensen niet hoeven te stelen, wel een uitkering kunnen krijgen en hun leven al dan niet met tijdelijke ondersteuning opnieuw kunnen opbouwen.

Ook voor mensen met LVB of andere psychische problemen is het hebben van passende huisvesting sterk recidive verminderend. Ik word al helemaal blij dat er wordt gesproken over passende huisvesting met bijbehorende begeleiding in plaats van uitbreiding van maatschappelijke opvang. Maatschappelijke opvang is een pleister voor een te grote wond.

Fantoomgroei

Twee weken geleden wilde ik hiermee mijn column naar een einde brengen, totdat ik hoorde van het boek Fantoomgroei van de auteurs Sander Heijne en Hendrik Noten. Het boek heeft als ondertitel: ‘Waarom we steeds harder werken voor steeds minder’. Ik was op slag verliefd op het woord Fantoomgroei en uiteraard heel geïnteresseerd in de uitleg waarom de economie sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw booming is, maar de meeste mensen niet meeprofiteren.

Overtuig jezelf

Ook ik dacht altijd ‘we hebben het toch goed’. Misschien wel beter dan dertig jaar geleden. Tegelijkertijd beseffen en voelen steeds meer mensen dat de publieke sector is uitgekleed. We zien het in het onderwijs, de stand van de verpleegkundige zorg, de ouderenzorg en hoe we met onze daklozen omgaan. Economische groei is dus niet gelijk aan welzijn. In dit zeer leesbare boek, ook voor niet politicologen, economen of historici, wordt op een duidelijke manier de vraag beantwoord waar het verschil tussen het gevoel van niet mee te kunnen komen en de exorbitante economische winsten die bij een beperkt deel van de mensheid terecht komt. Dit wordt dus fantoomgroei genoemd. Ik ga zoals beloofd geen economisch relaas houden, ook zijn de uitkomsten niet richting een specifieke politieke voorkeur geschreven. Overtuig jezelf maar.

Als je niet geïnteresseerd bent, moet je het vooral niet aanschaffen. Ik zeg niet aanschaffen! Ik wil het trouwens best uitlenen hoor.

Zoals een groot denker uit Amsterdam ooit heeft gezegd, ieder nadeel heb zijn voordeel. Zo is het misschien ook wel met de coronacrisis. Jammer dat die denker bij de verkeerde club speelde, maar zoals beloofd: ik ga het ook niet over voetbal hebben.


Filmblik op: The Shawshank Redemption

 

Een blinde vlek in mijn bewustzijn, ik zal er vast velen hebben. Je weet het pas op het moment dat die vlek blootgelegd wordt, als je er tenminste open voor staat. Bij een collegiale bijeenkomst werd er over films gesproken één collega was wild enthousiast over een film. Ze kreeg bijval van enkele anderen. Er ging bij mij geen lampje branden en zelfs de titel The Shawshank Redemption was voor mij in eerste instantie een bekkenbreker. De film is gebaseerd op een boek van Stephen King. Die ken ik dan weer wel al heb ik nog nooit wat van hem gelezen. The Shawshank Redemption is uit 1994, staat op enkele lijsten als de beste film ooit en ik heb er nog nooit van gehoord.

 

De eerste reactie is natuurlijk onder welke steen heb ik geleefd. Terug redenerend kunnen we stellen dat de film gemaakt is in 1994, het jaar dat onze oudste zoon is geboren. Met baby’s en kleine kinderen heb je wel wat anders te doen dan cultureel lopen te wezen. Dat is bij mij dus blijkbaar niet anders geweest. Ruim twintig jaar later heb ik dus hard mijn best gedaan om het gemis van misschien wel de beste film ooit in te halen. Op Netflix hebben we de ruim tweeënhalf uur durende film met plezier aanschouwd. Het is inderdaad een wereldfilm, maar ik betwijfel of die in mijn top 10 ooit zal eindigen.

Een onterecht veroordeelde bankier, Andy gespeeld door Tim Robbins en bajesmaat Red ( Morgan Freeman) spelen de sterren van de hemel in de gevangenismovie. Alle facetten van het harde gevangenisleven komen ruim aan de beurt. Agressie van gevangenen onderling, gedwongen sex en verkrachting, handel, mishandeling en machtsmisbruik door het personeel tot zelfs moord toe. Maar ook vriendschap was een terugkerend thema in een omgeving zonder hoop en toekomst. Hoewel de twee maal levenslang veroordeelde bankier zich een luxe positie verworven had door zijn (financiële) kennis en kunde heeft hij de hoop nooit opgegeven.

Het vreemde is dat de film eigenlijk verplichte kost zou moeten zijn voor mijn beroepsgroep binnen de reclassering, maar zelfs daar heb ik tot vorige week mijn blinde vlek zorgvuldig gekoesterd. Vanuit dat perspectief was het ook een goede film die het gebrek aan socialisatiemogelijkheden binnen het gevangeniswezen pijnlijk blootlegt. Ik ben blij dat ik de film gezien heb, maar het ‘te veel’ Amerikaanse en Hollywood in de film zorgt er voor dat de 8,5 niet gehaald wordt, maar toch ga ik voor een dikke acht.

Eindoordeel: 8+
Alle filmblikken bij elkaar, volg de link.

 

Begrip, van de dag (65) Nek omdraaien

 

NEK OMDRAAIEN

Een grofgebekt persoon ben ik niet. Aan de andere kant ben ik ook niet heel teergevoelig als de gvd’s of vleeswaren van beider kunne bij mijn gesprekspartner over tafel rollen. Ik gebruik zelf ook wel gvd’s, k** en kl****. Het behoort immers bijna bij de hedendaagse conversatie. Nu heb ik ook werk waarbij het klantenbestand (reclassering) niet altijd even fijnbesnaard is in hun woordkeuze. Er zijn een aantal strategieën die je dan kunt hanteren. Negeren, opvoeden of meegaan in het taalgebruik. Zelf heb ik de neiging om een mix van de drie te gebruiken al naar gelang de persoon tegenover me. Bovendien, wie met pek omgaat wordt er mee besmeurd.

Als ik terug ga in mijn eigen taalontwikkeling, denk ik dat ik synchroon loop met de maatschappelijk ontwikkeling, verloedering zo u wilt. Vloeken is in mijn omgeving geen dagelijkse kost, maar een doodzonde vind ik het niet. Als kind schold ik iemand uit voor rotzak, pas op de middelbare school was iemand een klootzak of een lul. Een onvoldoende voor je proefwerk was natuurlijk wel ‘zwaar klote’. Het was ver in de jaren tachtig, ik studeerde inmiddels, dat ik voor het eerst het woord ‘kut’ gebruikt als iets me niet beviel. Inmiddels heb ik me dit vocabulaire ook toegeëigend, een kwestie van emancipatie. Een mij onwelgevallige vrouw een ‘kut’ noemen als tegenhanger van lul, gaat me nog een stap te ver, hoewel ik het steeds regelmatiger hoor.

Eufemistisch kunnen we zeggen dat het taalgebruik veranderd is. Daarnaast constateer ik dat er bij de gebruikers een emancipatiegolf gaande is de afgelopen decennia. Een vloekende en scheldende man was een bootwerker, maar goed een man. Het was een zeldzaamheid dat een vrouw als een viswijf tekeer ging in het openbare leven. Ik denk inmiddels dat de inhaalslag bijna compleet is en dat mannen en vrouwen gelijkelijk met vleeswaren gooien. Vandaag werd ik in mijn werkomgeving (geen klant) geconfronteerd met een vrouwspersoon die me een gunst verleende op voorwaarde dat ik alles in dezelfde staat moest teruggeven. Bij wijze van grap zei ze, anders draai ik je [piep] om. Ze sprak het niet uit. Maar ik ben er bijna zeker van dat ze niet mijn nek bedoelde. Bovendien in ons jargon zou dat een regelrechte  bedreiging zijn en dus strafbaar. Ik zal er nooit achter komen. Er staat ons nog wat te wachten volgens mij en niet alleen van mannen. Viva la emancipación!

Begrip, van de dag (45) Systemen

 

SYSTEMEN

Het was vandaag een typisch geval van ‘another day at the office’ met dien verstande dat een prangende vraag in mij opkwam. Ik zal de oorsprong van die vraag even uitleggen. Ik ben werkzaam bij een organisatie die in toenemende mate afhankelijk is van computersystemen. Op zichzelf is dat niet uitzonderlijk want welke beroepsgroep is dat tegenwoordig niet. Je bent sporter, kunstenaar of acteur en je voelt misschien niet zo goed aan wat ik bedoel. De rest van Nederland zal me begrijpen. Het is eigenlijk triest maar eigenlijk ben je zonder computer, in mijn geval bij de reclassering, als een boer zonder tractor, een bakker zonder meel of een taxichauffeur zonder auto.

Alles is vastgelegd in de computersystemen die tot je beschikking staan. Je actuele voortgang over cliënten, je verantwoording over klanten en als je even pech hebt, en je hebt geen schaduwboekhouding, zelfs je agenda en telefoonnummers. Natuurlijk kun je de afspraken van die dag te woord staan, maar uiteindelijk moet alles in de computer worden geklopt. Je kunt iemand aanmelden voor de hulpverlening, maar dat mag/kan niet meer telefonisch. Je kon vandaag je bureau opruimen of de mails bijwerken. Another day at the office was vooral een beetje klusjes doen om de dag maar door te komen. Mijn prangende vraag is, wat kost dat allemaal,zo’n verloren dag?

Een snel rekensommetje, een kleine 3000 werknemers die een hele dag hooguit een kwart van hun productiviteit halen. Op zo’n 200 effectieve werkdagen verlies je op een dag zo’n halve procent omzet op jaarbasis. Als het bij die ene dag blijft is dat te overzien. Erger vind ik de constatering hoe afhankelijk we zijn geworden van de systemen. Hoe het zogenaamde werk gerelateerd is aan een systeem, juist als je met mensen moet werken. Nu heeft de overheid geen goede naam als het gaat om het implementeren van computersystemen. Wat als de zogenaamde ‘oorlog’ in cyberland gaat plaatsvinden? Ik zou in deze geen goede soldaat zijn, ik begrijp in principe een goed elektriciteitsnet niet eens. Ik weet slechts dat je een knop moet indrukken en dan doet het licht. Vandaag hielp een knop indrukken niet op het werk en ik was hulpeloos.