Begrip, van de dag (153) Nutteloze ontmaagding

elst u

NUTTELOZE ONTMAAGDING

Het is anders dan anders. Zondag is voor uitslapen, niet meer zoals vroeger omdat de kater je in de weg zit als je te vroeg wakker bent. Nee, gewoon om half tien of zo. Vandaag was het anders. Ik ben alleen thuis, mijn oudste zoon is er ook, maar we hoeven absoluut niet met elkaars agenda rekening te houden. De jongste had voor vannacht een beter slaapadres en moeder de vrouw heeft een soort van studieweekend in Buxton. De hele zondag voor mezelf, niet onverwacht maar wel een aparte ervaring die onwennig aanvoelt. Gisteren had ik dat ook al. Ik dacht, wie houdt me tegen. Ruim veertig jaar kom ik langs Isselburg als ik Duitsland inrijd, vroeger met mijn ouders, later met mijn gezin. Ik wil wel eens kijken hoe het eruit ziet. Zo gezegd, zo gedaan. Isselburg of all places, maar ik ben er geweest.

Maar gisteren was zaterdag, dat is anders. De ochtendronde voor de hond is altijd voor mijn vrouw, nu was ik aan de beurt. We hebben gelukkig een uitslaaphond, maar helaas vanochtend was het half negen raak. Daarna ontbijten, krant lezen, douchen, bed afhalen en een wasje draaien. Deze ochtend de eitjes zelf gekookt, want exclusief op zondag smeer ik mijn brood niet en krijg ik twee gekookte eitjes geserveerd. Ik weet het, ieder huisje heeft zijn kruisje, maar je beseft dat deze zondag anders is. Vooral de vrijheid die in de ochtend voor je ligt. Een vrijheid die je in principe iedere zondag hebt, maar vandaag anders aanvoelt. Alsof je de verplichting hebt om er iets mee te doen, het mag niet maagdelijk blijven.

Ik kan natuurlijk fietsen, naar mijn ouders gaan in Raalte, in de tuin werken of een klote klus in huis aanpakken. Theoretisch heb ik de tijd om dit allemaal te doen, dan had er echter een planning onder moeten liggen. Ik besluit echter om op Google maps te kijken en te zoeken naar de dichtstbijzijnde plaats waar ik volgens mij nog niet geweest ben. Ik twijfel tussen Lienden of Elst(Utrecht) en bij het meten van het aantal kilometers is het lood om oud ijzer. Ik besluit voor Elst te gaan. Na nog even boodschappen doen en met de hond uit, mijn zoon slaapt nog en we hebben geen afspraken gemaakt, ga ik op avontuur in Elst Utrecht. Volkomen zinloos, nuttige klussen achter me latend en de maagdelijke zondag bezoedelen.

Begrip, van de dag (94) Genept

20160109_113923.jpg

GENEPT

 

Ik ben zuinig opgevoed durf ik te stellen, maar meestal vergeet ik mijn opvoeding als het om zuinigheid gaat. Ik denk niet zo erg na over veel ogenschijnlijk marginale zaken, hoewel ik weet dat daar zuinigheid in zit. Eén ding probeer ik wel, het combineren van reisjes. Als ik in in Enschede, Zwolle of Deventer moet zijn voor mijn werk ga ik zoveel mogelijk even langs bij mijn ouders in Raalte. Dat combineren was echt iets van mijn ouders. Van de week zag ik op de website van Rohda Raalte dat de B1 tegen een jeugdelftal van Feyenoord zou spelen. Hèt Feyenoord wel te verstaan, de club die ik sinds 1974 aanhang, tegen mijn jeugdclub waar ik tussen 1974 en 1984 heb gespeeld. Op naar Raalte dus, en mijn ouders uiteraard.

Ik droomde ervan als een soort Johan Boskamp goede jeugdspelers te kunnen scouten, je schijnt daar heel leuk mee te kunnen verdienen. Of in ieder geval de sterren voor het wereldkampioenschap in 2022, waar die ook gespeeld mag worden, te aanschouwen. Want laten we eerlijk zijn, met de huidige staat van het Nederlands Elftal moet de hoop toch uit Rotterdam komen. Durf dat maar eens tegen te spreken. Op tijd dus opstaan om vanuit Duiven naar sportpark Tijenraan te rijden met mijn zoon, die ik qua voetbalvoorkeuren netjes heb opgevoed als niet-Rotterdammer. Hij is ook voor de club van Nederland. Vlak voor we in Raalte zijn, kijkt hij op twitter en zegt met een diepe zucht: Rectificatie!

In tegenstelling tot eerdere berichten die ook verspreid zijn in de lokale media, speelt de Rohda-jeugd niet tegen het Feyenoord uit Rotterdam, maar tegen de amateurtak uit Rotterdam, SC Feyenoord. Voor degene zonder voetbalkennis, dat is echt heel wat anders. Rijd ik met mijn zoon dat hele eind om een paar snotneuzen te zien voetballen. Best leuk als het je neefjes zijn, maar toch. Gelukkig bij moeders nog een bammetje eten, dat dan wel, maar toch voel ik me in mijn zuinigheid een beetje genept. Zo hebben mijn ouders me niet opgevoed.

De plattelandskapper/Spargo You en Me

Halfweg de jaren zeventig was mijn kapper al een soort fossiel. De beste man was niet eens zo oud, hij had kinderen van mijn leeftijd. Midden in het centrum van Raalte, met een heuse wandelpromenade, had hij zijn nering, waarschijnlijk al meer dan 25 jaar. Zijn zaak zag er ouderwets uit. Via een gewone voordeur kwam je in een soort voorportaal waar het volstond met stinkende jassen, petten op de kapstok en een enkele wandelstok. De kapper keek dan op van zijn arbeid, stak zijn hand op ter verwelkoming. Tegelijkertijd voorzag hij de andere klanten van informatie wie er binnen kwam, zo nodig opgesmukt met saillante details. De meeste klanten waren op leeftijd. Anderen werden door hun moeder gestuurd al dan niet samen met hun vader. Dat was net zo gemakkelijk. Ik was er dus zo een.

Eenmaal in de zaak, hel verlicht met tl-balken, stonden twee grote leren kapperstoelen voor twee identieke wasbakken die rijk omlijst waren met donkergrijs marmer. Daarnaast stond een hoge knipstoel voor knapen. De winkel was voorzien van grote ramen met bruinige vitrage die het zicht naar buiten bemoeilijkte. Maar ook de shag- en sigarenlucht was oorzaak van gezichtsbeperking. De rooklucht vermengde zich met Brylcreem, Fresh-up aftershave en als je pech had kwam er een oud mannetje binnen die de indringende lucht van pestvoer bij zich droeg. Aanvankelijk had ik weinig bezwaar tegen mijn kappersbezoeken. Ik luisterde met plezier naar de verhalen van de kapper die mogelijk meer blaren op zijn tong had dan op zijn vingers. Wat kon die man (mee)lullen met Jan en Alleman, maar nooit kwaadaardig. De kapper was een vriendelijke man met pretoogjes die zichtbaar tevreden was met zijn dagelijkse gedoetje, waar knippen slechts een onderdeel was. Er stonden vier stoelen langs het raam opgesteld, twee aan weerszijde van een formica tafel met tijdschriften en het Sallands Dagblad. Om de zoveel tijd ging de deur naar het achterruim open en bracht de kappersvrouw een verse pot koffie in een doffe ouderwets roestvrijstalen kan met gekruld schenkgedeelte. Dit ging meestal onopgemerkt, want zelden kregen we de kappersvrouw te zien. De kapper schonk dan koffie voor de wachtenden, soms wel vier mensen. Ze wisten allen dat ze het eerste uur niet weg konden.

Na verloop van tijd begon het me tegen te staan, die kappersbezoeken. Het was niet de entourage, maar naarmate mijn puberteit zich nadrukkelijker aandiende was het bloempotmodel niet goed genoeg meer. En veel meer kon hij ook niet, want meestal verdeed hij zijn tijd met het knippen van bijna kale mannetjes of boeren die überhaupt geen oog hadden voor wereldse coupes. Ook schoor hij met regelmaat nog de klanten, maar dat hoefde bij mij nog niet.
Ik wilde een eigentijds uiterlijk, geen bloempotmodel dat na enkele weken helemaal rampzalig was, zeker als je haar halfweg de oren geknipt werd, waarmee er spatborden aan de zijkant van je hoofd groeiden. Ik wilde dus een model, maar vooral een andere kapper. Maar die was waarschijnlijk duurder. Ik opperde bij mijn moeder dat ik een model geknipt wilde hebben. ,,Dat is goed, vraag het maar aan de kapper.” Daar had ik niet op gerekend, ik dacht dat ze wel begreep dat ik bij de plattelandskapper weg wilde. Bovendien moest ik nog nadenken over het model, want wist ik veel. Het duurde nog een aantal knipbeurten voordat mijn aversie groot genoeg was. Ik moet dertien zijn geweest, in 1980, toen ik de stoute schoenen aantrok. Ik wilde een scheiding in het midden. Dat was hip, hoorde ik van mijn vrouwelijke klasgenoten die allemaal kwijlden bij die blonde lange man van Spargo. Ik had niks met disco, want immers net lid van de Status Quo-fanclub, maar in het gevlei komen bij de meisjes wilde ik wel.

Bij het volgende kappersbezoek mompelde ik iets dat ik een model wilde, een scheiding in het midden. De kapper knikte, trok een bedenkelijk gezicht, maar zijn ogen bleven vriendelijk naar mijn veel te lange haren met spatborden langs mijn oren kijken. ,,Zo” zei hij, ,,Dat kan.” Vervolgens liep hij naar een kast bij de deur waar zijn vrouw af en toe de koffie bracht. Het duurde even voordat hij gevonden had wat hij zocht, namelijk een groot boek dat hij op de marmeren platen bij de wastafels neerlegde. Aandachtig bladerde hij in het boek en begon hier en daar iets te lezen. Het was een oud boek, wel van na de oorlog, maar niet zo heel ver daarna schatte ik in. Hij maakte een snel knippend geluid met zijn schaar en duwde twee kammen in zijn witte kappersjas. Hij klikte nog even met zijn tong en toen liep hij op mij af. De operatie zou beginnen. Hij maakte mijn haren nat met een zilverkleurig potje voorzien van een rood pompje. Hij staakte zelfs zijn gesprekken met de wachters. Met het puntje van zijn tong tussen zijn lippen was hij met me bezig, af en toe terugvallend op de aanwijzingen in het boek. Ik heb volgens mij gedachteloos in de stoel gezeten, immers ik had nog geen lenzen dus ik kon via de spiegel niet nagaan of ik er al als de Spargo-zanger uitzag. Heel abrupt, veel sneller dan ik gedacht had, zei de kapper dat het klaar was. Nog steeds zonder bril moest ik van hem mijn coupe beoordelen. Ik zei dat het goed was, want ik wilde niets liever snel naar huis fietsen om in alle rust het resultaat op me in te laten werken.

Eenmaal thuis schrok ik me een ongeluk. De haren zaten in een strakke scheiding in het midden. Het leek in het geheel niet op de losse scheiding met opgekamde ponnie van de populaire zanger. Toen ik het mislukte model weg wilde kammen, kwam de volgende klap. In het boek van de kapper had blijkbaar gestaan dat een scheiding in het midden alleen gemaakt kan worden met het knippen van een flinke hap in het midden van je haarlijn. Er zat een soort driehoek in mijn haarlijn op het voorhoofd. Ik denk dat ik een keer flink gevloekt heb, huilen deed ik niet meer in die tijd. Mijn moeder kwam poolshoogte nemen en zonder iets te zeggen zei ze dat ik de volgende keer maar naar de moderne kapper moest gaan. ,,Morgen?” vroeg ik hoopvol. Ze knikte.

 

 

 

 

1. KNIPBEURT uit de serie de kabbelende 100

Op mijn twaalfde had ik genoeg van de oude mannetjeskapper in ons dorp. De hormonen speelden op en mijn kapsel had een model nodig. Ik had ook de balen van de kabbelende conversatie. Mijn moeder kon de wens billijken, maar gaf te kennen dat ik dit maar met de kapper moest bespreken. Ik verzocht dus om een losse scheiding in het midden zoals dat hip was op dat moment. De vriendelijke kapper plukte eens aan zijn kin. Hij liep naar achteren en kwam terug met een gedateerd boek. Hij knipte mij met opperste concentratie, zijn tong tussen zijn lippen persend. Veelvuldig bestudeerde hij de aanwijzingen in het boek dat naast hem lag. Eenmaal thuis keek ik in de spiegel en ik wist zeker dat dit het laatste bezoek was geweest. Het volgende kappersbezoek kostte mijn ouders het dubbele bedrag, hun spaarzin ten spijt, want ik wilde bij een gewone kapper.

2013-10-16 12.36.13

Tegenwoordig kies ik de kapper zelf. De dichtstbijzijnde kapsalon kan op mijn klandizie rekenen. Soms ga ik wel eens vreemd als ik toevallig ergens langs kom waar geen afspraak noodzakelijk is. De ijdelheid die mij parten speelde als puber is verdwenen. Ik wacht op het moment dat ik tot de conclusie moet komen dat er slechts één model mogelijk is namelijk kort en zo gedekt mogelijk. Misschien is het al zover, maar de vriendelijke kapsters hebben me nog niet meewarig aangekeken als ik verzoek, kort van achteren en opzij, aan de voorkant iets langer en nonchalant laten springen. Ze zien er gelukkig nog steeds brood in. De conversatie is meestal een stuk levendiger dan bij de ouderwetse herenkapper. Dat komt natuurlijk dat er ook vrouwen komen. Die hebben ingewikkelde verhalen om hun haarwensen kenbaar te maken. Ze praten sowieso meer dan mannen. Hedenmiddag werd er tussen de kapsters en clientèle hevig gegrapt over schoonmoeders. Ik was getuige van een hilarische, maar zeer vileine conversatie zoals alleen vrouwen die kunnen voeren. Ik luisterde terwijl een vrouw van ongeveer veertig me knipte en me voorzag van de noodzakelijk aanvullende informatie over de schoonmoeders. Bij het afrekenen gaf ik mijn zegelkaartje. Iedere knipbeurt geeft recht op een zegel die nu verzilverd kon worden met een korting. Zolang de scheiding in het midden niet te breed wordt, blijf ik naar de gewone kapper komen. De oude mannetjeskapper bestaat niet meer, spaarzin middels een knipkaart wel en de vrouwenpraat? Die neem ik maar voor lief.

Dagje Kuip is Puik: Feyenoord-FC Twente 18-12-2011/ Met een Raalters tintje

Er waren twee opvallende zaken op zondag 18 december 2011 in De Kuip. Allereerst, Feyenoord speelde een fantastische eerste helft tegen de FC Twente. Je zou zelfs kunnen stellen dat de Tukkers van Co geld mee moesten nemen omdat ze hogeschool voetballes kregen, met de daarbij behorende vechtersmentaliteit. De tweede helft was beduidend minder. Ik zou willen dat ik Ronald Koeman hierover wat tips kon geven, maar wie ben ik?

Het tweede opmerkelijke die zondag was de aanwezigheid van een nadrukkelijk Raalters tintje. Natuurlijk, omdat ik, getogen in Raalte, als 1/45.000 deel de twaalfde man was, maar er was meer. Ook heel belangrijk was de mascotte van de dag, een pupil van Rohda Raalte. Een van de grensrechters, ik blijf die term gewoon gebruiken, had zijn wieg in Raalte Last but not least, de reservekeeper van Twente komt van Rohda Raalte. Die werd niet ingezet. Rohda uit Raalte is een goede hoofdklasse club, al heeft dat mezelf nooit een voetballoopbaan opgeleverd. Dat lag niet aan de club trouwens. De goede flow uit Raalte heeft vast een bijdrage opgeleverd voor de wedstrijd.

In de eerlijke verdeling van de wedstrijden met mijn broer, kan ik stellen dat mijn zoon en ik tot nu toe aan het langste eind hebben getrokken. De resultaten van Feyenoord in aanwezigheid van mijn broer zijn tot nu toe iets minder. Dat is sneu voor hem en zijn zoon, maar hij krijgt Ajax en AZ nog, dus er gloort hoop. Mocht het verschil in resultaten bij mijn en zijn aanwezigheid echt significant bestaan, dan moet ik maatregelen nemen. Ik overweeg dan om me aan te melden voor de “Kameraadjes” en te ijveren voor een functie als permanent mascotte. Ik besef dat zoiets geen gezicht is, een belegen 45 jarige buik, maar goed als het helpt.

Trouwens al schrijvend begint zich een idee te ontwikkelen voor de zorgen die er ook zijn bij mij als supporter. De wisselvalligheid is nog aanwezig bij Feyenoord. Het verschil tussen de verschillende wedstrijden is gigantisch. Sterker nog, in één wedstrijd kun je je als supporter in het voetbalparadijs wanen, terwijl even later de afgrond nadert. Waar zal dat aan liggen? Ervaring, vermoeidheid of concentratie? Misschien moet Ronald Koeman eens een alternatieve training voor dit aspect ontwikkelen. Ik heb wel een ideetje, yoga voor de mannen. Lijkt me het proberen waard. Mocht het zover komen, toevallig woon ik samen met een uitstekende yogadocente, de moeder van mijn kinderen. Ze weet bijna niets van voetbal, maar dat hoeft geen beletsel te zijn voor een loopbaan bij een grote voetbalclub, dat is hedentendage te zien bij die gasten van 020. Mijn vrouw zal door een uurtje ontspannende yoga trouwens geen enkele schade berokkenen.

Zondag 18 december 2011, met een goed gevoel terug naar huis, Duiven, nabij de roots van keeper Erwin Mulder. Dit keer met de trein in de wetenschap dat pas half februari 2011 onze beurt weer is. Mogelijk dat Feyenoord zich dan definitief bij de beste 3 heeft geplaatst, misschien al wel meer?

Wandelen rond de hoogmis: Vrij Katholieke ChristusPantocrator Kerk te Raalte

Inleiding

Ik ben spaarzaam opgevoed en verspilling is een zonde. Ik durf niet te beweren dat ik dit in alle aspecten nog volg. Het bewustzijn is er echter nog wel. Zo zijn mijn ouders altijd, nu nog steeds, bezig met het doelmatig plannen van uitstapjes. Als je toch van A naar B rijdt, dan neem je C ook meteen mee, want dat ligt op de route, hoef je maar één keer te rijden. Zo wilde ik op zondag 2 oktober mijn ouders een bezoek brengen, wist ik dat mijn echtgenote interesse had om eens een Vrij Katholieke dienst mee te maken en zelf vond ik dat mijn serie ‘Wandelen rond de hoogmis‘ een kwijnend bestaan leed. Bezoek ouders, spirituele interesse bij mijn vrouw en een stukkie schrijven, konden gecombineerd worden in één rit, naar Raalte dus. Op een zomerse zondag in oktober togen wij naar de Vrij Kathollieke Christus Pantocrator Kerk.

Vrije Katholieke Kerk

Zoals ik in eerdere ‘Wandelingen rond de hoogmis’ heb gedaan, bezoek ik een kerkdienst zonder specifiek doel. Ik laat me verrassen door het spirituele aanbod, ik kijk om me heen en laat mijn gedachten gaan. Zelfs bij de uitwerking kan het idee van de wandeling op papier weer helemaal anders worden, al naar gelang de inspiratie ter plekke. De prikkels om een stukje te schrijven kunnen van mezelf komen, de radio op weg naar de kerkdienst of nadien, bijvoorbeeld door een opmerking van mijn zoon.

Sinds kort heb ik een een alles-is-mogelijk telefoon. Er is echter één voorwaarde aan zo’n ding, de eigenaar moet ook compatible zijn en ik heb mijn zoons daarbij nog wel nodig. Zo heb ik een App genaamd dropbox. Een foto die ik maak wordt met een relatief eenvoudig handeling, ongeacht de plek waar ik ben, op mijn computer gedropped. De finesse zit hem in het woord ‘relatief’, want het aantal handelingen voor deze hocuspocus is me toch te groot, dus roep ik de hulp in van mijn zoon. Hij bekijkt de foto’s en leest: ‘Vrij Katholieke Kerk?’ Hij kijkt me bedenkelijk aan en concludeerd spottend: ‘Ze zijn dus behoorlijk katholiek.’

Aan zijn stem hoor ik het puberale geluid. Hij is eigenlijk tegen ieder vorm van godsdienst en we laten hem daar vrij in. De scheiding van Kerk en Staat is voor hem heilig, en dat je op vrijwillige basis iets met een kerk wil vindt hij best, maar begrijpen doet hij het niet. Hij heeft inmiddels voldoende vertrouwen in zijn ouders dat ze niet zomaar in één of ander sektarische gemeenschap belanden, maar verder hij heeft er niets mee.

‘Vrij katholiek, nee dat zijn ze niet’, doceer ik hem.

Maar wat zijn ze dan wel? Ik vaar in deze voor een deel op het kompas van mijn vrouw en heb ter voorbereiding van het schrijven van dit stukje wat foldertjes doorgebladerd. En weet je wat zo fijn is van het ‘lekker niet weten’? Ik krijg zo’n gevoel van een kleine jongen, die er vrede mee heeft het niet te begrijpen, maar geconfronteerd wordt met iets relatief nieuws en pogingen doet die beperkte informatie toch handen en voeten te geven. En omdat ik degene ben die de regie over dit blog heeft, hoeft het nergens aan te voldoen, alleen aan mijn eigen voorwaarde. Ik ga vanuit mijn onkunde, misschien wel beperkte spiritualiteit, u meenemen in een inleidende cursus ‘Vrij Katholiciteit’. En dat heeft dan weer helemaal niets met Rome te maken. Voor velen is dat positief. Ook voor mij, want ik verbaasde me als kind al over het keurslijf van Rome. De hiërarchische opbouw van veel protestantse kerken oordeelde ik als veel positiever, maar daar spat de levensvreugde ook niet door de kerkmuren heen.

De wandeling naar de ‘hoogmis

Op weg naar Raalte speken we kort over de zaken waar mijn vrouw zich mee bezig houdt. Sinds ze serieus yogadocente is, komt haar spirituele interesse meer naar voren. Ik ben vooral volger, niet zozeer van de spiritualiteit, meer van haar en haar kennis. Ze praat over non-dualisme en gnostische stromingen. Ik weet dat er boeken vol geschreven zijn, maar zelf heb ik er nog nooit één ter hand genomen. Op spiritueel gebied ben ik nu eenmaal lui, maar niet ongeïnteresseerd. Dus af en toe pak ik wel enige kennis van haar op. Vooral als het gaat om de vorming van de vroeg katholieke kerk, dat al gebaseerd is op politieke keuzes welke evangeliën wel of niet tot de richtinggevende geschriften moesten behoren. Nieuwe vondsten van oude geschriften geven inzichten die mogelijk de mores van de katholieke kerk niet welgevallig waren en nu zeker niet populair zijn, want het christendom, verankerd in onze samenleving, kent veel waarheden. En deze waarheden zijn niet bijvoorbeeld: Dat Jezus getrouwd was met Maria Magdelena en mogelijk kinderen heeft, dat er aan het laatste avondmaal ook dames aanwezig waren. En het feit dat ik dit interessant vind, om vooral ook een tegengeluid te laten horen tegen het machtsdenken van de Rooms Katholieke Kerk geeft al aan dat mijn nondualistische onderstroom nog niet geworteld is in mij. Meer kennis is noodzakelijk, dus meer gnostische onderbouwing is wenselijk. En dat doen ze ook bij de Vrij Katholieke Kerk middels lezingen op velerlei gebied en met behulp van wijsheden en geschriften, ook die van andere geloven.

‘Weet je precies waar het is?’

‘Ja natuurlijk, ik heb 16 jaar in Raalte gewoond, maar ik was altijd in de overtuiging dat het de Oud-Katholieke Kerk was die gevestigd was in de Stationsstraat.’ Navraag bij mijn ouders leerde me dat zij dat ook dachten. Niets is minder waar. Het gebouw is van oorsprong een synagoge, maar sinds 1943 definief in onbruik geraakt. Nadien heeft de Vrij Evangelische Kerk het gebouw betrokken en sinds 1985 de Vrij Katholiek Kerk. Een jaar nadat ik uit Raalte vertrok.

De hoogmis’

Entourage

Het is voor de meeste mensen altijd even zoeken naar een houding in nieuwe situaties, bij ons binnentreden in het kerkje is dat niet anders. In een flits tel ik vijf mensen in een ruimte waar volgens mij 27 zitplaatsen zijn. We gaan meteen in de eerste bank zitten en kijken mogelijk onwennig om ons heen. Voordat we ons bewust waren van die onwennigheid, kwam een vriendelijke dame naar ons toe met het nodige lees- en zangvoer en werden we wegwijs gemaakt in het abc van de dienst. Een man, waarvan ik dacht dat het de priester was, heette iedereen welkom, om vervolgens opnieuw op te komen, maar dan nu met de echte priester en nog een misdienaar, of eigenlijk misdienette, al weet ik niet of dat van toepassing is in deze kerk.

Het feit dat we met volgens mij twaalf mensen aanwezig waren, de priester, twee ‘misdienaars’, een organist en een 1 hoofdig koor en 7 kerkgangers, had voor mij als observant een groot nadeel. Ik kon niet terugvallen op de door mij zo gekoesterde anonimiteit. Voor mijn gevoel wordt iedere beweging waargenomen en om nu de helft van de dienst schrijvend door te brengen, vond ik niet erg respectvol. Terugkijkend op mijn korte aantekeningen, moet ik het doen met mijn algemene ervaring. Hetgeen me in eerste instantie opviel is de zang onder begeleiding van het orgel en vol geluid gaf. Nu was het gebouw niet groot, maar de muziek vulde de lichte en heldere kerk. Want tien mensen zongen uit volle borst, er was geen sprake van meemurmelen zoals ik dat regelmatig heb ervaren.

Beperkte observaties

Trouwens ik leerde dat het getal twaalf een magisch, heilig of anderszins een belangrijk getal is. Er wordt gesproken over twaalf leerlingen van Jezus, twaalf aartsengelen, maar ook zijn er twaalf ridders van de ronde tafel en 12 sterrebeelden, en nu dus ook 12 mensen bij mijn première in de Vrije Katholieke Kerk. Dat kan geen toeval zijn.

Bij de start van de dienst werd uitgebreid stil gestaan bij een klein Maria, laten we het kapelletje noemen, en Moeder Gods geëerd. Verder stond de dienst in het teken van Michaël en de Engelen. In verband met de reeds genoemde spirituele luiheid in combinatie met de beperkte aantekeningen, kan ik de dienst lithurgisch niet duiden en ik wil al helemaal niet nadrukkelijk ingaan op allerlei vergelijkingen met de mij meer bekende katholieke kerk. In dit kader benadruk ik dat ik ‘ergens’ heb gelezen ter voorbereiding dat de Vrij Katholieke Kerk uitgaat dat het Christendom geen vervanging is van andere bestaande kerken, maar hooguit een aanvulling.

Met die wetenschap vielen mij de woorden van de priester op dat bij de Vrij Katholieke Kerk engelen bijvoorbeeld geen mensachtige figuren zijn met vleugeltjes. De basis voor het geloof, of mogelijk kun je beter beleving zeggen, is de kracht in ieder mens zelf. Je mag dat wat de priester betreft engelen, noemen. Het zoeken naar kennis en wijsheid moet vanuit de mens zelf komen, daar heeft hij een heel leven voor en als dat niet voldoende is, dan mag hij zijn taak in een volgend leven vervolbrengen. En zie daar, het element van reïncarnatie wordt ingebracht. Nadrukkelijk wordt voor de eerste en enige keer volgens mij het vergelijk met de Roomse Kerk door de priester zelf gemaakt. Rome legt de menselijke verantwoordelijkheid veel meer bij het correct opvolgen van wetten en dictaten voor het Eeuwige Leven. Ik denk dat de Vrij Katholieke Kerk daarmee niet meteen een kerk is voor luie of mensen met een lethargische inslag.

Op zoek naar mijn definitie

Tijdens de dienst ben ik hevig zoekend naar een definitie van het Vrij Katholiscisme. Volgens mij is het een persoonlijke zoektocht met het leven van Jezus Christus als leidraad, waarbij kennis en kunde van andere godsdiensten gebruikt worden, of waarvan kennis mag worden genomen, misschien wel ‘het husselen van meerdere godsdiensten’ of eigenlijk misschien wel een universele zoektocht van, door en met mensen naar het Goddelijke in jezelf.

Dat maakt de communie bijvoorbeeld ook vrij toegankelijk voor iedereen, mits de basishouding er een van respect is. En dat is mooi, heel mooi.

Verder mag gesteld worden dat er tijdens de dienst niet op een minuutje meer of minder wordt gekeken, dus de afspraak met mijn ouders dreigt in het gedrang te komen, hetgeen de nondualistische elementen in mezelf enigszins op de proef stelde.

De wandeling terug

Het einde van de dienst vond ik mooi. In het dienstboekje werd er al gewaarschuwd, alsof de Vrij Katholieken ervaring hebben dat er met regelmaat Roomse passanten in hun kerk zitten. Tja, en daar is het vrij gebruikelijk dat na het laatste belletje een ieder zijn eigen leven weer in sjokt. ‘De kerkganger wordt gevraagd te blijven zitten, nadat de priester met zijn gevolg is verdwenen.’ Ze komen terug en in serene rust en met gevoel voor timing, worden alle kaarsen gedoofd. Een fijn introspectief moment. Het is jammer dat we niet in konden/ wilden gaan op de uitnodiging koffie te drinken, want ik wilde toch niet te laat bij mijn ouders aankomen. Een gesprek achteraf met aanwezigen had met zekerheid een ander verhaal opgeleverd. Bovendien hadden ze me mogelijk de volgende termen kunnen uitleggen ‘Checibim’ en Serafim. Nu moet ik het doen met Google. Checibim kan ik al helemaal niet vinden en bij Serafim kom ik terecht bij een Hulporganisatie voor ontwikkelingswerk en een bisschop uit de jaren twintig van de vorige eeuw.

Het is ook goed zo, ik heb de eerste kennismaking als zeer zinvol ervaren.

 

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Mijn eerste multiculti-verrassing

Naar aanleiding van de uitzending van Pauw&Witteman van 30 september 2011, maakte ik kennis met Karin Amatmoekrim die haar belevenissen beschrijft als allochtoon op een kakkersgymnasium met honderd procent blanken. 100% – Karin natuurlijk. Haar belevenissen heeft ze in een boek gegoten. Ik zal het zeker gaan lezen. Het deed me denken aan een verhaaltje dat ik schreef in 2004 dat teruggreep op mijn eerste ervaringen met Surinamers. We hebben het dan over 1976 in Raalte.

“Groningen met Groningen, Friesland met Leeuwarden, Drenthe met Assen, Overijssel met Zwolle,……..”
Zo worden alle provincies op aanwijzing van de meester opgedreund. Veel inspiratie heeft de klas niet, gezien het slome tempo. Buiten is het ook ongewoon weer voor april, de zon schijnt en de warmte komt met vlagen binnen via de openstaande ramen, boven in de klas. Ramen die alleen met een lange stok zijn te openen en weer dicht te doen. Deze ochtend heeft de meester voor het eerst dit voorjaar de bovenramen geopend. Een teken voor alle kinderen van de dorpsschool dat de lente echt is begonnen.
“Noord-Brabant met Ben Bosch en Limburg met Maastricht.”
“Hans opletten, buiten is het helemaal niet interessant, hierbinnen gebeurt het. Omdraaien!”
De meester uit op een gedoceerde manier zijn professionele boosheid. Het maakt dan ook niet veel indruk op Hans. Ook andere kinderen proberen te ontwaren waar de aandacht van Hans naar uit gaat.
Ze kijken naar de hoofdingang waar meester Pietersen, het hoofd der school, afscheid neemt van een donkere man. Meester Pietersen is nog zo’n ouderwets hoofd der school dat zelfs in de jaren zeventig al in onbruik dreigde te geraken. Netjes in het pak, een bril die minstens tien jaar uit de mode is en die hem zo mogelijk nog strenger maakt dan hij in de ogen van de meeste kinderen al is.
De donkere man heeft geen last van de strengheid. Hij glimlacht zijn witte tanden bloot en geeft het hoofd der school vriendelijk een hand ten teken dat het gesprek is afgelopen.
“Hè, zwarte piet loopt daar.”
Na deze opmerking van Fred, is er geen houden meer aan. Kinderen verdringen zich voor het raam en kijken met open mond naar de donkere man. Geroezemoes gaat over in gepraat en een enkeling begint zelfs al Sinterklaasliedjes te zingen. Anderen staren gebiologeerd naar buiten. De belevingswereld van velen in de klas is niet ingespeeld op donkere mensen.

De meester overziet de situatie en begrijpt de consternatie. Hij komt tot een wijs besluit als de meeste herrie is overgewaaid.
“Jongens en meisjes, boeken opruimen. De aardrijkskunde les is afgelopen voor vandaag.”
Toch haalt hij een landkaart uit een andere klas. Het is de wereldkaart. De vierdeklassers zijn nog niet zover, dus kijken verbaasd naar hun meester.
“Wie van jullie weet waar Suriname ligt?”
De meeste kinderen kijken glazig naar de landkaart, een enkele wijsneus steekt de vinger in de lucht en hoopt een beurt te krijgen om zo zijn of haar wijsneuzigerheid te tonen.
Gezamenlijk komen de slimmeriken er uit en zo wordt het kennisniveau deze middag onverwacht omhoog gekrikt in de klas.
“De meneer die jullie net zagen, komt uit Suriname.”
De meester legt vervolgens uit dat hij drie dochters heeft en die komen vanaf morgen op school. Eentje in de eerste klas, eentje in de derde klas en eentje in vijfde klas. De vierde klas heeft dus zijdelings te maken met het verschijnsel van donkere klasgenootjes. Toch heeft de meester het verstandig geacht ook zijn klas een eerste les te geven in het multicultureel samenleven.

In het dorp wonen eigenlijk geen donkere mensen. In de nabijgelegen provinciestad kun je ze wel zien. Meestal zijn ze dan niet eens zo donker. Ze bewonen een huizenblok nabij het station en komen uit Turkije, al worden ze meestal wel zwarten genoemd. Dus enige uitleg van de meester is wel op zijn plaats. Duidelijk is echter dat ook de meester niet precies weet hoe hij zijn klas duidelijk moet maken dat het heel gewone kinderen zijn en dat ze Nederlands spreken. De meester komt ook uit het dorp.
“Dus gewoon mee spelen net als met alle andere kinderen.”
Dit waren zijn laatste woorden toen de bel ging.

Bij het naar buiten gaan heerste er een opgewonden stemming in de klas. Maar ook in andere klassen heeft de aardrijkskundeles langer geduurd dan gebruikelijk.
“Mijn vader zegt dat ze in Suriname nog in bomen wonen.”
Een ander beweert:
“Ze lopen daar allemaal op blote voeten en zijn beresterk.”
“Ja en ze kunnen allemaal judo en zijn heel snel.” zegt weer een ander.
Het hoofd der school maant een ieder tot rust, maar laat zijn strenge blik achterwege. Ook een streng hoofd der school begrijpt de opgewonden stemming een beetje. Hij is ook niet geheel gerust over de pedagogische aanpak, die vooraf strategisch is gepland met alle onderwijskrachten.

De volgende ochtend om half negen stroomt het schoolplein langzaam vol. Het is nog steeds prachtig voorjaarsweer. De opwinding en nieuwsgierigheid van gisteren hangt nog steeds op het schoolplein. Niemand mag naar binnen want een donkere vader, de man van gisteren, een donkere moeder en drie donkere meisjes worden ontvangen door het hele onderwijsteam. Het hoofd der school heeft duidelijk de regie, want breed gesticulerend wijst hij naar de juf van de eerste klas die het jongste meisje een hand geeft. Zo wordt er ten overstaan van meer dan honderd kinderen een soort pantomime opgevoerd.
Want bijna het hele schoolplein is naar de ramen toegestroomd. Overwegend blonde koppies en snotneusjes staan met hun voorhoofd tegen de ruiten het toneelstuk gade te slaan. De pantomime wordt van zeer mild commentaar voorzien door de aanwezige kinderen.
“ Jeetje, wat zijn ze donker.”
“ Wat een leuke vlechtjes heeft dat kleine meisje.”
“  Die grote heeft een stadse spijkerbroek aan.”

Het hoofd der school heeft door dat er een enigszins absurde situatie ontstaat en neemt een kloek besluit. De drie meisjes worden afgevoerd door ieder hun eigen meester en juf en de deur wordt voor de overige kinderen tien minuten te laat opengedaan. Alle kinderen worden geacht zo snel mogelijk naar een eigen klas te gaan.

In het eerste daaropvolgende speelkwartier dringen grote groepen kinderen zich op aan de Surinaamse meisjes. Met een mengeling van nieuwsgierigheid en gehoorzaamheid, de meester had immers gezegd dat je gewoon met ze kon spelen, hebben de meisjes vriendinnetjes in overvloed. De jongens bekijken de situatie op een afstand, maar al snel is de aantrekkingskracht van een bal groter dan die van donkere meisjes. Want donker of niet, het blijven meisjes per slot van rekening.

Het heeft amper een week geduurd en de nieuwigheid is eraf en de situatie normaliseert zich. De eerste les in multicultureel samenleven heeft het dorp met glans doorlopen.

Ik vraag me wel eens af, hoe zou het de meisjes zijn vergaan en hoe hebben zij het ervaren?

Ouverture in Hoofdklasse: Keienslöppers tegen de Stoppelkaters

Op weg naar de keienslöppers

Nauwkeurig bestudeer ik de buienradar en weeronline en kom tot de conclusie dat hedenmiddag de weergoden ons goed gezind zijn, dus besluit ik de openingswedstrijd van ROHDA Raalte te bezoeken. Eenmaal aangekomen kan ik het ‘stadion’ niet missen, want groots wordt de ‘voetbalhoofdstad’ van de Achterhoek gepresenteerd. Om de pretenties moet ik glimlachen en bij de voetbalhoofdstad denk ik nog altijd aan de Superboeren, twintig kilometer verderop. Aan de andere kant begrijp ik dat het nabij gelegen Groenlo met hun stadse fratsen, paars aanloopt van jaloezie en daar is het mogelijk ook om te doen.

Overigens is het complex van Longa ’30 vriendelijk, verzorgd en redelijk bezocht en al zijn het geen Superboeren, het programmaboekje werd wel meteen ondergescheten door de eerste de beste vliegende kip. Over boeren gesproken, ik herinner me dat er vroeger bij ROHDA op de wijs van ‘We’ve got the whole world in our hand’ werd gezongen: ‘Wi bunt een boerencluppie uut Roalte, Wi bunt een boerencluppie uit Roalte, moar wi stoat lekker bôvenan.’

Lang vervlogen tijden, maar waarom zou deze middag de ouverture van een geweldig seizoen niet beginnen in Lichtenvoorde. Bijvoorbeeld door de voormalige eersteklassers eens te laten proeven aan het echte Hoofdklasse niveau. Pretenties? Dat mag in de voetbalhoofdstad van de Achterhoek.

Tussen de feesten door

Zelf ben ik nog wel even bang dat Stoppelhaene nog in de benen zit, maar dat wordt dan mogelijk gecompenseerd doordat Longa ’30 ook al met één been in hun kermis verkeert. Na de aftrap starten twee elftallen die wel willen, maar niet kunnen. Daarbij is het balbezit het eerste half uur net iets meer voor de Raaltenaren, maar om nu te zeggen dat er iets substantieels meegedaan wordt, nee. Het tikje opzij, soms afgewisseld met een lange bal, opzij, weet ROHDA de bal in zijn gelederen te houden. Aandrang om naar voren te gaan, is er niet. Ik doceer mijn oudste zoon dat dit vragen om problemen is. Naast voetbalvisie leer ik hem ook een deugdelijk spreekwoord: ‘Wie wind zaait, kan storm oogsten.’ En zoals het met spreekwoorden is, ze komen uiteindelijk altijd uit of bevatten een kern van waarheid. In de 31e, 32e en 35e minuut kroop ROHDA door het oog van de naald, weer zo’n spreekwoord dat allesomvattend de waarheid in zich herbergt. Dankzij keeper Ruben Tepperik (Jens Veldwachter?) bleef het doel schoon, de Lichtenvoordse storm van bijna orkaankracht, bleef zonder schade voor ROHDA. De kramp in de ROHDA verdediging is het logische gevolg van het ontbreken van aansluiting met het middenveld. Het aantal ballen terug op de keeper was groot en dat is voor Longa’30 natuurlijk het sein dat er iets te halen is. De laatste tien minuten luwde de storm en hielden de ploegen elkaar in evenwicht.

De scheids

In de pauze luisterde ik naar de gesprekken van een aantal autochtone Lichteenvoorders die het niet begrepen hadden op de scheidsrechter. De jongens van Raalte gingen steeds zomaar liggen, het leek nergens op. Nu was het mij ook opgevallen dat er veel onderbrekingen waren, maar om het arbitrale trio daar nu de schuld van te geven, vind ik met al mijn ‘objectiviteit’ zeer ten onrechte. Wat mij opviel is, hoewel de wedstrijd zeker niet hard was, dat de spelers van Longa vaak net iets te laat waren en daarmee onbedoeld op incorrecte wijze op ROHDA spelers stuitten. Niet erg, de handelingssnelheid komt misschien in de loop van het seizoen nog wel, beste collega-supporters van de Achterhoekse voetbalhoofdstad, maar wel even de hand in eigen boezem steken. (Ja, warempel geheel spontaan weer een spreekwoord) In de tweede helft zou het nog erger worden, waarbij de vermoeidheid bij een aantal spelers zorgde dat het aantal onderbrekingen verder toe nam.

Hopen op een geniepige tegenwind

Als argeloze supporter hoop je altijd dat de thee in de pauze vergezeld gaat met een donderpreek. Ik vond het nodig, want in essentie zou ROHDA een maatje te groot kunnen zijn voor Longa’30, het kwam er niet uit. In de tweede helft probeerden de RoodGelen het wel, maar tot echte doelrijpe kansen kwam het niet. En nu ga ik even de zeurkous spelen, je weet wel, van die beste stuurlui die aan wal staan. En met dit vierde spreekwoord meld ik dat ook hier de linies niet aansloten, drie eenzame aanvallers kwamen tot de achterlijn of richting het zestienmeterlijn gebied zonder ondersteuning. En ik zit niet uit mijn nek te lullen, want de eerste en enige echte goede kans van ROHDA was in de 62e minuut een schot op de paal (van nummer 9, volgens mij Dirk Jan Klijn Velderman) De kans was vooraf gegaan door opkomende middenvelders waardoor het spel over meer schijven gespeeld kon worden. (Tjemig ik zou zomaar coach kunnen worden) Met de inbreng van de nieuwste aanwinst Teje ten Den op rechts bleef er nog even dreiging komen, maar van een echter Raalter Wind was zeker geen sprake. Als supporter hoop je stiekem nog op een geniepig doelpunt, onverwachte tegenwind. Schietgebedjes mochten niet baten, sterker nog, op het einde waren de beste kansen voor Longa’30 waarbij Django Ngutra (5) de Allesbestierende op zijn blote knieën mocht bedanken dat hij slechts geel kreeg.

Een matige openingswedstrijd, waarbij ik nog net durf te zeggen dat een gelijkspel een terechte uitslag is, maar het blijft met vuur spelen als er zo weinig initiatief wordt genomen, terwijl de tegenstander wel de mogelijkheden biedt. De weergoden hielden hun woord, de voetbalgoden in Lichtenvoorde lieten het afweten. Misschien een volgende keer wanneer ik mijn oude cluppie weer eens bezoek, gaat het beter. Of is het roeien met de riemen die je hebt.

 

En wat zijn onze lokale bestuurders van plan in Duiven?

Als enthousiast blogger over heel veel zaken, maar ook politiek, kijk ik nog wel eens bij collega bloggers in de keuken en vond bij Roalte.net een onderzoekje over de actualiteit van de websites van politieke partijen op lokaal niveau. Dat moet voor Duiven dan ook maar even gebeuren lijkt me dan. Ik baseer me daarbij op de links die de gemeente Duiven op haar site heeft staan. Uiteraard zal ik alle betrokken partijen berichten van mijn bevindingen.

Inmiddels ook een onderzoekje bij de buren in Zevenaar

Alsmede bij de buren in Westervoort

Resultaten voor Duiven:

CDA

Bij het CDA dateert het laatste nieuws van 28 februari 2011. Op die dag verschenen er twee berichten over actuele zaken namelijk de windmolens in ’t Broek en nieuws inzake Huize Welleveld. Nieuwsbrieven zijn er bij het CDA niet te vinden over eerdere berichten. En voor het plannen van je agenda, kom je met de CDA agenda ook niet erg ver. Eén vergadering van 4 april 2011 staat vermeld, maar verder gaan ze bij het CDA blijkbaar uit van flexibele geesten, die à la minuut worden opgeroepen voor ingelaste vergaderingen, want na 4 april is de agenda helemaal leeg. Niet erg uitnodigend voor passieve leden, belangstellenden of aspirant leden.

GroenLinks

GroenLinks Duiven meldt kort over de samenwerkingsvergadering van de verschillende Liemerse gemeenten. Het nieuws daarvoor is van een maand eerder, te weten 23 februari 2011 toen ze een Linde plantte om de doortrekking van het tracé A15 tegen te gaan. Zou er tussendoor niets gebeurd zijn? En wat de Groenlinksers verder gaan doen, blijft voor de buitenstaander een groot geheim. Of er moeten andere wegen gevonden worden dan de website om erachter te komen. De agenda op de website is namelijk helemaal leeg.

Lokaal Alternatief

De agenda tot aan de zomervakantie is erg duidelijk bij Lokaal Alternatief. Op de homepage staat in ieder geval iets over de carnaval van de eerste week van maart 2011, met daarboven twee stukjes over de aanwijzing van natuurgebieden in relatie met de doortrekking van de A15 en een stuk over de Verordening Leerlingenvervoer. Een datum zou handig zijn geweest. Op de site zijn een aantal Pdf bestanden te vinden vanaf november 2010. Het vermoeden bestaat dat de site nog niet zo oud is.

ProDuiven

Agenda is goed aanwezig en qua standpunten over actuele zaken is er wekelijks wel iets te melden vanuit deze partij. Het meest recente bericht is zelfs van 1 april 2011.

PvdA

Voor de onbekende volger maakt de PvdA er een potje van. De agenda is niet in te zien. Actuele standpunten zijn niet beschreven en het laatste bericht dateert van 21 december 2010. Daarvoor was het ook al weer een half jaar geleden.

SP

De SP site van Duiven is geïntegreerd in de landelijke site. De regionale / lokale items betreffen nog de provinciale verkiezingen en teleurstelling over de Gelderse formatie. Andere informatie is voor een vluchtige lezer niet te vinden op de site. Ook geen agenda, wel veel landelijk nieuws uiteraard.

VVD

Op 28 maart 2011 bericht de VVD hun standpunt over de herindeling binnen de Liemerse gemeenten. Er is een duidelijke agenda aanwezig. Iedere maand verschijnt er wel een bericht over een actueel lokaal item.

Sportverslag? Of gewoon een sfeertekening?

Nostalgie naar de jaren tachtig

Een affiche, begin jaren tachtig in Raalte, met daarop ROHDA- Rheden, deed je als vaste supporter van de roodgelen sidderen. Al had ROHDA inmiddels zijn sporen verdiend, de topclub van de hoofdklasse B (toen nog) was Rheden. Een grote club voor mij als tiener. Sinds 1984 ben ik weg uit Raalte, maar via de verschillende media volg ik de uitslagen nog wekelijks, al zeggen de namen me niets meer. De laatste jaren heb ik af en toe een wedstrijd gezien in de buurt van mijn woonplaats. Onlangs zag ik het eerste elftal niet onverdienstelijk spelen tegen RKHVV. Vanmiddag dus in Rheden en ik ken de stand op dit moment. Een voetbalthriller zal het niet worden.

Als hobbyschrijver en blogger over van alles en nog wat, ga ik mijn primeur maar eens maken op het gebied van de sportverslaggeving. Hoewel, mezelf kennende zal het eerder een sfeerverslag worden.

Vroeger was alles beter?

De ambiance van het sportpark in Rheden voldeed in de verste verte niet aan mijn hooggespannen verwachtingen van zo’n club met naam en faam. Weliswaar een vriendelijke uitstraling, maar onmiskenbaar een dorpsclub met bijpassende belevingscultuur. Bij binnenkomst werden alle namen opgenoemd, te laat om dit snel mee te schrijven in het programmaboekje, dus mijn eerste foutje als sportverslaggever. Gelukkig had ik mijn zoon als co-supporter meegenomen, dus we probeerden tijdens de wedstrijd de namen en nummers met elkaar te corresponderen.

 

Vlak voor de aftrap keek ik eens om me heen. Ik wist dat 1500 toeschouwers van vroeger niet meer gehaald werd. Nu zijn er ruim honderd. Ik tel de voetballers zelf gemakshalve maar mee. Een dame zat in de zon te studeren, anderen genoten in het begin vooral van de zon.

 ROHDA speelde de eerste twintig minuten met een indrukwekkend veldoverwicht. Ze wisten elkaar tot aan de zestien meterlijn goed te vinden, maar een echte kans werd er nog niet gecreëerd. Mogelijk dat dit ook aan de assistent-scheidsrechter lag. Hij vlagde drie keer buitenspel, waarvan twee keer onjuist en de derde keer was discutabel. Vanaf onze positie was dit onweerlegbaar duidelijk.

Nu weet ik weer waarom ik als keeper nooit furore heb kunnen maken. Mijn ogen waren (en zijn) te slecht, want de op de shirts gedrukte namen, waren amper leesbaar voor mij (en mijn co-supporter) en daarmee komt er geen contentieus voetbalverslag.

In de 28e minuut scoort Sander Kok de verwachte 0-1.

Terwijl we toch ons best doen de namen te vinden bij de juiste nummers, constateer ik dat naast echt Sallandse namen, ook meerdere buitenlandse namen in ‘loondienst’ zijn van ROHDA. En dat is natuurlijk heel logisch, maar in mijn gedachten speelt het kampioensteam van toen. ‘We’ hadden één donkere jongen, de Parel van Salland en omstreken, Fons van Gorkum, als ik het me goed kan herinneren. Een andere held uit die tijd, was Frans Leushuis, die ondanks zijn weinig atletische voorkomen regelmatig belangrijke doelpunten meepikte.

Met in de 38e minuut het eerste schot op doel van Rheden, blijft ROHDA de duidelijk sterkere partij.

Twee supporters op leeftijd van de thuisclub merken dat ook en mopperen aan een stuk door over het spelniveau van hun cluppie. Dat zijn ze in het verleden wel anders gewend. Terwijl ze de wedstrijd zeer kritisch bekijken, verhalen ze over vroeger tijden als twee volleerde Muppets, die zitting hebben op het balkon van de gelijknamige show.

Met 0-1 wordt de rust ingegaan.

 

 

 

Rust

Op de nauwelijks bezette tribune staat een heel sympathiek hokje waar je koffie kunt halen. Dat is handig, dan hoef je niet naar een drukke kantine. In ‘Willy’s Hôkske’ wordt er gelijk nog een plak koek bij geserveerd. Een clubman loopt langs het veld en ruimt hier en daar een blikje en een prulletje op. En ik, ik verbaas me over de grote hoeveelheid dovenetel lang het veld. Tenminste, ik denk dat het dovenetel is. Wat in al die jaren trouwens niet veranderd is, zijn de cassettebandjes met pauzemuziek. Maar hoe aftands de muziek ook is, het heeft wel iets vertrouwds.

Kom op ‘Réje’ 

Bij aanvang van de tweede helft blijven we in de buurt van Willy’s Hôkske zitten. Bij gebrek aan klandizie gaat, waarschijnlijk Willy zelf, ook maar op de tribune zitten, keuvelen over voetbal en andere zaken met een clubgenote. Bijna smekend klinkt er vanaf de tribune enkele keren ‘Kom op, Reje’. Het mag niet baten.

 Andermaal scoort Sander Kok, 2-0 voor de roodgelen. Heel terecht roept een van de ROHDA-spelers. “We zijn nog niet klaar.”

En dan gebeurt er toch wat ik als voetbalkenner verwacht, maar natuurlijk niet hoop. De thuisclub lijkt zich al verzoend te hebben met de aanstaande degradatie en in plaats van door te drukken, overvalt gemakzucht het elftal uit Raalte. Een collega van Willy schreeuwt vanuit het ‘hôkske’  bijna wanhopig ‘Kop Réje. Het helpt. Alle spelers van ROHDA zitten het derde doelpunt al te bedenken.

Een van de eerste uitvallen van Rheden, levert een corner op, Branco de Kock scoort voor de thuisclub in de 53e minuut. 1-2.

Er gloort weer hoop, het ‘kom op Réje klinkt minder wanhopig. Langs de kant belooft Willy een van de spelers een lekker drankje na afloop van de wedstrijd. ‘Er hoeven er nog maar twee in.’ Het smeergeld van Willy was niet genoeg.

Puntjes op de i

In de 68e minuut vervolmaakt Sander Kok zijn hattrick, 1-3. Daarna is het een kwestie van uitspelen en ruim vijf minuten later scoort Melvin Velthuis uit een goed genomen corner. De hoofden van de Rhedenspelers zijn al bij de eerste klasse. Ze zijn echt een flinke maat te klein voor ROHDA. 1-4 tevens de eindstand.

Willy hoeft geen drankje te betalen, hooguit een troostborreltje. En ROHDA, ik blijf het volgen. Ik vind dat er een goed combinerend team stond vandaag, met fysiek sterke en snelle jongens. Het afwerken kan over de hele linie scherper. De ploeg lijkt, op basis van deze wedstrijd, voor doelpunten te afhankelijk van één speler. Dit jaar zit er geen kampioenschap meer in, misschien volgend jaar. Ik hoop trouwens dat de ambities verder reiken en ROHDA binnen enkele jaren weer bij de topclubs uit Groesbeek in de overgangsklasse komt te voetballen. Ook Groesbeek is relatief gemakkelijk te bereizen voor me.