Een gros woorden voor de week (8 mei 2021)

We vierden deze week de vrijheid. Baudet deed dat weer misselijkmakend anders dan de rest van Nederland. Maar wat is vrijheid eigenlijk? Op mijn ‘to-do-list staat al dertig jaar het boek van Erich Fromm, Angst voor de vrijheid. En omdat het op mijn to-do-list staat, weet ik niet wat vrijheid is. Dus ter lering bestudeer ik een citatenlijst. De eerste aansprekende uitspraak was van Sully Preudhomme: De geboorte van een recht betekent bijna altijd de dood van een vrijheid. De tweede opvallende was van Pierre Joseph Proudhon: De vlag van de vrijheid heeft altijd gediend om de tirannie te bedekken. Met deze brainkrakers van 19e eeuwse Fransen, weet ik nog niet wat vrijheid is. Dat angstige van Fromm komt weer bovendrijven. Dus  op bevrijdingsdag permitteerde ik me een steigerhouten tuinset. Leve de vrijheid! Ik had ook bij de Primark in de rij kunnen staan.

35. PRIMARK-BELEVING uit de serie kabbelende 100

Het was opvallend rustig in de stad. Het was nog vroeg, maar rond half elf had ik het toch drukker verwacht in een van de leukste steden van Nederland. Ik was er wel blij mee, want er moesten boodschappen gehaald worden. Mijn humeur is dan breekbaar en als het druk is, krijg ik schopneigingen. Dus Nijmegen, here I come, maar wel lekker relaxt. Bij De Waag zaten er nog weinig mensen op het terras en bij de HEMA was ik meteen aan de beurt bij de kassa. Ondanks het mooie weer en de vakantieperiode had men blijkbaar nog geen zin in de stad. Richting Plein 1944 bleef het rustig. Ik zag grote, voor mij nieuwe gebouwen, verschijnen. Al een tijdje niet echt in de stad geweest. Tot mijn positieve verwondering was het Plein na zoveel jaar echt opgeknapt. Er zullen mensen zijn die het minder vinden, maar ik denk WAUW.

20140731_104812_Android

,,Zullen we even naar de Primark gaan” opperde mijn wederhelft. Mijn gezicht zal boekdelen hebben gesproken, maar ik zei zo cynisch mogelijk: Joepie! Ik was er nog nooit geweest, maar ik weet uit verhalen dat de ene helft van de mensheid helemaal losgaat bij het horen van het woord Priemark of is het toch Praimark? Het kan me niet schelen. Mijn jongste zoon had enige weken ervoor in Berlijn zijn vuurdoop gehad en het was hem niet bevallen. En hij is een geëmancipeerde jongeling die bovengemiddeld tijd besteedt aan het uitkiezen van de juiste kleding. Maar dit fenomeen van vechtende oestrogenen en progesteron heeft hem een dubieuze kijk op de mensheid gegeven. Ik had het hem kunnen vertellen, maar wie luistert er naar een brommende penopauzer? Hij heeft nu vooral principiële bezwaren, want hij twijfelt of de goedkope textielverdwazing niet op het conto komt van veel kinderhandjes. Ik weet het niet.
Goed om een oordeel te vellen moet je er toch een keer zijn geweest. Het pand is veelbelovend en bovendien op een echte A-locatie. Ik slik een keer en loop naar binnen. ,, O, hier zitten dus al die mensen op dit tijdstip van de dag!” Mijn zoon verzekert me dat het qua drukte niets voorstelt. Goed, je kunt niet over de hoofden lopen, maar de helft van het winkelende publiek is die ochtend toch geconcentreerd in ‘the hell for men’. Ik trek me terug en geniet van het lege plein. Tip, als je je vrouw kwijt bent in de stad, weet je waar je moet zoeken, mocht dat je intentie tenminste zijn.

20140731_104457_Android

17. PARADIJS VAN DE VROUW? uit de serie de kabbelende 100

Wandelend door de winkelstraten kom ik bedrijvigheid tegen bij het pand waar De Bijenkorf gevestigd was. Een bestelbusje, mannen achter geblindeerde deuren maken lawaai en een beveiliger ziet erop toe dat de geheimen van achter de blindering ook geheim blijven. De Bijenkorf is het Walhalla voor de meeste vrouwen, te vergelijken met een pot voetbal voor mannen. Een zinnig gesprek is dan niet meer te voeren, de hersenen zijn uitgeschakeld en alle zintuigen zijn gericht op de koopwaar van het meest vermaarde warenhuis van Nederland. Met de dolle dwaze dagen, alleen de naam al, is het allemaal nog een graadje erger. Maar het kan niet meer in Arnhem. Ik kan er niet om treuren, er zijn nog genoeg andere winkels. Bovendien er komt iets anders moois voor meisjes en vrouwen, de Primark. Ik vraag me daarbij af of het om dezelfde vrouwen gaat die de Bijenkorf als hun clubhuis beschouwden?

2014-01-10 10.22.09

Ik moet denken aan mijn middelbare schooltijd toen ik het Frans probeerde machtig te worden. Het is nooit echt gelukt. Ik kan een volzin fabriceren. Mocht een Fransman mij verstaan dan zal de vloed aan Frans dat me tegemoet komt te machtig zijn. Ook moest ik boeken lezen. Het is nooit duidelijk geworden of dat percé in het Frans moest, of dat je ook de vertalingen mocht lezen. Gezien mijn staat van Frans, was ik aangewezen op de vertalingen. Dapper begon ik aan ‘Het Paradijs van de Vrouw’ geschreven door Emil Zola. Mijn ouders hadden het in de boekenkast staan. Ik vond er geen klap aan. Het ging over de verwikkelingen rondom het warenhuis Lafayette, één van de eerste in zijn soort. Misschien is dat ook geen leesvoer voor een 17-jarige jongeman. Toch moest er minimaal één dik boek gelezen worden naast de Franse leesliflafjes. Opnieuw de boekenkast van mijn ouders nagespeurd en ja, Simone de Beauvoir. Na de mislukking van Au Bonheur des Dames moest het met de Mémoires d’une jeune fille bien rangée toch lukken. Mogelijk was door het existentialistische gehalte de kost nog zwaarder, maar ik heb me erdoor heen geworsteld. Het eindexamen was zowaar een succes omdat één van de bijpersonen in het boek nog les had gegeven aan de rector, pater Bos. Ik zou zijn laatste kandidaat zijn, ik kon zijn oud-leraar benoemen. Het stemde hem mild.

Zouden de zogenaamde welopgevoede jongedames tegenwoordig wel naar de Primark gaan, of is dat te min voor ze.