OPEN BRIEF (light) aan directeur GGZ

Aan de directeur GGZ Nederland

De heer P. van Rooij

p.a. Sociale media

 Duiven, 18 juni 2011

 Betreft: Uiting bezorgdheid naar aanleiding van uw lezing bij de conventie van Achlum

Geachte heer Van Rooij,

Woord Vooraf

Onlangs schreef ik u een open brief, eigenlijk te lang, vandaar een OPEN BRIEF light. Dezelfde strekking, iets hoekiger verwoord.

Inleiding

Fijn dat onze minister duidelijk is, we weten nu dat ze een deel van de DSM 4 ontkent ende psychiatrie niet serieus neemt. Leven is immers lijden en daarmee geen taak voor de overheid. Door de vakinhoud te ontkennen is het gemakkelijk beleidmaken en bezuinigen. Als we het kabinetsbeleid ridiculiseren, zie ik kansen voor bezuinigingen bij hart- en vaatziektes of oncologie. Leven is immers ook doodgaan, operaties zijn daarom overbodig.

Achlum

Bij de conventie van Achlum zei u: ‘Er is werk aan de winkel om de buitenwereld te overtuigen van het belang van de GGZ.’ U had gelijk, want met ‘vrienden’ als deze minister, heeft de GGZ geen vijanden nodig. Bedrijfseconomisch levert een goede GGZ op termijn geld op, bijvoorbeeld door vermindering van het arbeidsverzuim en criminaliteit. Bovendien is preventie altijd beter dan genezen. Ik schrijf deze brief echter vanuit humanitair oogpunt. Tegenstanders van het kabinet Rutte noemen dat beschaving. Ik ben graag een radertje in het beschavingsoffensief.

In Achlum maakte u bovendien cijfers bekend: ’40 % van de psychiatrisch zieken worden niet bereikt, 30 % maakt oneigenlijk gebruik van de voorzieningen. Ik wil een derde groep toevoegen, zij die wel bereikt worden, maar waarvoor de GGZ niets wil, durft of kan doen. In deze brief zult u merken dat naast professionele betrokkenheid, wij ten aanzien van onze oudste zoon soms het absolute failliet van de GGZ willen proclameren. In ieder geval heeft de GGZ nog heel wat te reflecteren, zoals de titel van uw lezing was.

DE GGZ HEEFT EEN MISSIE

GGZ Nederland bevordert de goede geestelijke gezondheid(szorg) en komt op voor alle randvoorwaarden die noodzakelijk zijn om dit te bereiken.

Met minister Schippers zeilt de GGZ tegen de wind. Maar moeten we louter naar de boze buitenwereld kijken? Intern is er ook een wereld te winnen, want mijn indruk is dat de arbeidssatisfactie bij veel medewerkers en daarmee goede de cliëntenzorg, snel afneemt. ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf.’

Onlangs kreeg ik een boekje onder ogen van een bestuurder van de Riagg Rijnmond, Jos Lamé e.a.1 Op de achterkant staat het volgende:

‘Jos Lamé, bestuurder van de Riagg Rijnmond, is volgens de Rotterdamse wethouder Jantine Kriens een spookrijder in zijn kritiek op het overheidsbeleid (NRC 17-7-2010). “De weg waarop hij rijdt is inmiddels verlegd.”

Zoals zo vaak wordt een ‘scheldnaam’ als geuzennaam gehanteerd. Zal GGZ Nederland meegaan in het bitter noodzakelijke spookrijden, of accepteert het dat ‘de weg waarop het moet rijden verlegd is’ met desastreuze gevolgen voor cliënten en medewerkers en daardoor voor de maatschappij? Als professional schaam ik me soms kapot voor de GGZ, als ouder moet ik alle zeilen bijzetten om te voorkomen dat de GGZ een psychisch smetje niet ombouwt tot onherstelbare vervuiling.

Dus ik heb ook een missie namelijk:

  • Het schrijven van blogs

  • Professionaliteit inzetten om geconstateerde misstanden onder aandacht brengen.

  • Opkomen voor onze zoon en met hem vele duizenden, afhankelijk van goede GGZ zorg

Mijn professionele bezwaren tegen de GGZ wereld

Slechts één woord bureaucratie en ik zal massaal collegiale bijval krijgen. Er volgt geenaanmatigend lesje bestuurskunde, ik volsta met een opsomming van gerelateerde oneliners: verkokering van de zorg, regelzucht, controlezucht, productieeisen, productieafspraken, overhead, externe adviezen, indicatiebesluiten, geldstromen, vermarkten, timemanagement, protocolliseren, meer met minder etc.etc.

Ik ervaar bij steeds meer collega’s berusting, langzaam overgaand in een overlevingsstrategie van vervlakking en cynisme. Dat kan niet goed zijn voor cliënten. Met name bij jonge collega’s zie ik, mochten zij zich handhaven in de geestelijke gezondheidszorg (!!) dat zij in toenemende mate bevreemd zijn met het ‘object van zorg’ en zich gaan vereenzelvigen met de bureaucratische eisen.

Met de missie van GGZ Nederland in het achterhoofd, is er intern een wereld te winnen. Pas dan kun je je op een ordentelijke manier naar de buitenwereld presenteren. En dat betekent niet een paar procentpunten minder bezuinigen in de onderhandelingen met de overheid, of het openhouden van een enkele voorziening. Dat is winst voor de bühne. Jezelf profileren als een gezonde GGZ organisatie, begint bij je eerste vertegenwoordigers, de werknemers op de werkvloer. Zonder hen, geen geestelijke gezondheidszorg, want in het contact met cliënten is hun mededogen van belang. In bureaucratische en megalomane fusie-organisatie zie ik het mededogen verdwijnen. Mededogen is niet alleen iets voor de werkvloer, mededogen is voor de hele organisatie, inclusief minister, wil het effect sorteren.

Persoonlijke noot.

Als het gaat om mijn ervaring als consument, permitteer ik me minder terughoudendheid. De bejegening van individuele professionals en gerenommeerde instellingen classificeer ik als volgt: Ondeskundig, leugenachtigheid, niet aan afspraken houden, niet aansluiten bij cliënt, lompheid en de bureaucratie als schaamlap hanteren.

Soms komt persoonlijke rancune bovendrijven. Ik wil dan het liefst enkele professionals en vooral een gerenommeerde instelling openbaren, maar onze zoon is er niet meegeholpen. Mede door toedoen van de niet te noemen instelling, de wachtlijsten en valse verwachtingen, lukt het al drie jaar niet om de aansluiting met het onderwijs te bereiken. De GGZ staat dit in de weg in verband met het uitblijven van adequate behandeling. De PR van genoemde instelling is uitstekend en de website gelikt. Voor wie? Niet voor de cliënten. De PR is om de politiek te paaien en geld te krijgen met handhaving van de eigen organisatie als doel. De missie van GGZ Nederland kennen ze niet.

Ik wijs u op een rapport van de Nationale Ombudsman?2 Daarin trof ons het volgende citaat

“…De boos ebt weg, de vermoeidheid van ons als ouders is dan wat rest. De energie die overblijft hebben we hard nodig om de BV Thuis drijvende te houden. En dat lukt tot op heden in emotioneel en in materieel opzicht, maar ten koste van veel (…) Momenteel valt T. tuseen wal en schip als het gaat om hulpverlening en scholing. Het lukt niet om naar school te gaan en we wachten al heel lang op hulp. We zijn als gezin de gevangenen van de beperkingen van onze zoon en dat zou niet nodig zijn geweest indien er beter naar ons, de ouders, was geluisterd en/of afspraken beter waren nagekomen. …” schrijven de ouders van een andere thuiszittende zoon in een brief in oktober 2010 aan de Nationale Ombudsman.

En het is niet zo raar, want als ouders hebben wij de Nationale Ombudsman geschreven en hen het recht gegeven indien nodig passages uit onze brief te gebruiken. Aldus geschiedde.

Zonder onze professionele ervaring waren wij mogelijk minder kritisch. In de volle wetenschap dat we niet de enige zijn in Nederland zou deze brief ook niet geschreven zijn, aan pathetisch gedrag hebben we een hekel. Eigenlijk willen wij helemaal geen klaagweblog. We kunnen onze tijd wel beter verdoen, echter we oordelen dat er iets wezenlijks fout is in de geestelijke gezondheidszorg.

AFRONDING

Wij hopen dat onze zoon zijn plek gaat vinden in de maatschappij, mogelijk zonder hulp van de GGZ. Want enkele positieve ervaringen ten spijt, is het aan ons als ouders te danken dat de BV Thuis nog draait. Wij hebben alle ondeskundigheid tot op heden kunnen pareren om onherstelbare schade door de GGZ te voorkomen. Toch weten wij al jaren dat wij het niet alleen kunnen. Drie en half jaar wachten op deskundigheid heeft uiteindelijk geleid tot een ‘drol van een behandelingsaanbod’, niet afgestemd op onze zoon, enkel om geld te verdienen. Onze zoon past blijkbaar niet in hun mal. Wij laten hem niet misvormen door gebrek aan een adequaat aanbod. Zorg op maat blijkt geen zorg voor de individu, het beperkte aanbod van de zorgaanbieder is maatstafgevend.

 Als wij over tien jaar tot de conclusie komen: ‘Thank God, we hebben het gered zonder de GGZ’, kunt u zich voorstellen dat wij geen constructief kritisch houding meer hebben. In dat geval zullen wij alsnog een ode brengen aan minister Schippers. Voorlopig wil ik er nog niet aan denken, maar er moet echt werk verzet worden voor een gezonde geestelijke gezondheidszorg in Nederland.

Geachte heer Van Rooij, met Achlum als aanleiding en mijn persoonlijke drijfveren als motor, is deze brief tot standgekomen. Ik heb geprobeerd me te beperken, want ik zou een boekwerk kunnen schrijven doorspekt met vermakelijke maar trieste anekdotes uit privé- en werksfeer. Ik doe dat niet. Ook besef ik dat u niet verantwoordelijk bent voor de toestand van GGZ Nederland de afgelopen jaren, u bent wel verantwoordelijk voor het huidige GGZ beleid en daarom het aanspreekpunt. Deze light versie breng ik u andermaal onder aandacht en hoop via de sociale media op suggesties ter verbeteringen. Ik ben ervan overtuigd dat een inhoudelijk goede GGZ organisatie alleen dan kan functioneren als het kritische geluiden vanuit het werkveld op een organische manier kan integreren. Pas dan is het mogelijk om stupiditeiten van de minister te pareren.

Ik dank u voor uw aandacht en roep andere lezers op te reageren of deze brief verder te verspreiden.

Met vriendelijke groet,

SprakeloosID

brief is ook verschenen op dolgedraaid met twitteradres @donderwolken

Noten:

1. SPOOKRIJDERS in de zorg, Pleidooi voor een gezondheidszorg zonder meldplicht, privacyschending, afbraak van instituties, en zonder megalomane systemen. Uitgeverij Eburon, Delft 2011

2. Hoera, ik ga weer naar school. Leerlingen met psychische of gedragsproblemen die thuiszitten, Nationale Ombudsman 24 januari 2011

OPEN BRIEF aan de directeur GGZ Nederland

Aan de directeur GGZ Nederland

De heer P. van Rooij

p.a. Sociale Media

Duiven, 13 juni 2011

Betreft: Uiting bezorgdheid naar aanleiding van uw lezing bij de conventie van Achlum

(Voor mensen die schrikken van de lengte van de brief, hier een verkorte versie)

Geachte heer Van Rooij,

INLEIDING

Voor ik start over de aanleiding van deze brief, namelijk de conventie van Achlum waar u een lezing hebt gegeven met als titel ‘De directeur van GGZ reflecteert’, wil ik graag beginnen over de actualiteit. Het zal u niet ontgaan zijn. Voor mij een ‘mediahoogtepunt’, maar voor de GGZ ontegenzeggelijk het dieptepunt, is de uitspraak van onze minister van

VWS mevrouw Edith Schippers. Zij vindt dat het psychiatrisch ziek zijn, meer geaccepteerd moet worden als een onderdeel van het leven. Tja, leven is lijden en dit kabinet wil er niet voor betalen. Met één uitspraak, uiteraard een hele domme vinden wij als kenners van de GGZ, wordt een deel van de DSM 4 teniet gedaan. Psychiatrisch ziek zijn wordt door deze minister niet als ziek zijn beschouwd. Zo zie ik tenminste de uitspraak van mevrouw Schippers. Nu is het in dit gedoogkabinet niet ongewoon om belangrijke boeken, bijvoorbeeld de Koran te decimeren tot de Donald Duck, maar van een VVD-er had ik toch meer inhoud verwacht. Stel dat er nog verder bezuinigd moet worden, moet volksziekte nummer, hart- en vaatziektes, er aan geloven? Ga maar eens na, dat in 2012 besloten wordt dat 50% van de hartoperaties niet meer uitgevoerd mogen worden. Bij leven hoort immers ook doodgaan, dus het verlengen van het leven door dure operaties wordt niet meer gezien als een overheidstaak. Ik kan doorgaan in de redenatie van mevrouw Schippers en het hele overheidsbeleid gaan ridiculiseren, maar dat is wat minister Schippers zegt over het psychiatrisch ziek zijn. Er is dus werk aan de winkel voor GGZ Nederland.

ACHLUM

En dat er werk aan de winkel is, vermeldde u al op de bijeenkomst in Achlum. De bezuinigingen pakten zich al als donkere wolken boven GGZ land. U gaf te kennen dat uw organisatie moest werken aan het imago bij de beleidsmakers, dat een goede geestelijke gezondheidszorg op termijn meer geld oplevert voor een land, dan dat het geld kost. Ik ben geen bedrijfseconoom, maar ik denk hierin met u mee te kunnen gaan als het gaat om het voorkomen van langdurig werkverzuim, criminalisering in de maatschappij en dat preventie per definitie altijd goedkoper is dan genezing. Ik wil het echter in deze brief vooral bekijken vanuit de humanitaire kant. Tegenstanders van het kabinet Rutte noemen dat beschaving. Ik ben graag een radertje in het beschavingsoffensief. Als inleiding van uw reflectie die dag gaf u een aantal getallen, bijvoorbeeld dat 40 % van de psychiatrisch zieken niet bereikt worden en dat 30 % oneigenlijk gebruik maakt van de voorzieningen. Ik wil daar een derde groep aan toevoegen, namelijk de groep die wel bereikt wordt, waarvoor de GGZ gelden ontvangt, maar voor wie de GGZ niets kan, wil of durft te doen. Hoe groot deze groep is, durf ik niet in percentages uit te drukken, alleen bij de jeugdigen zijn er velen die hierdoor bijvoorbeeld niet naar school kunnen. In de loop van deze brief zult u tussen de regels door bemerken dat een persoonlijke motivatie voor het schrijven van deze brief is, al zal ik nooit ‘man en paard’ noemen omwille van de privacy van onze oudste zoon.

U vertegenwoordigt 85.000 mensen, werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Met o.a. een achtergrond als psychiatrisch verpleegkundige en in het dagelijks werk veel van doen met de GGZ, is dat de tweede motiverende reden om in Achlum speciaal bij u op bezoek te gaan. Want ik ben van mening dat de GGZ nogal wat te reflecteren heeft.

DE GGZ HEEFT EEN MISSIE

De missie van GGZ Nederland is: GGZ Nederland bevordert de goede geestelijke gezondheid(szorg) en komt op voor alle randvoorwaarden die noodzakelijk zijn om dit te bereiken.

Dat is niet mis en na de uitspraak van minister Schippers is deze missie nog eens substantieel zwaarder geworden. De randvoorwaarden zijn verslechterd, nota bene door onze eigen minister. Wil de inhoud van het werk in de GGZ voorop staan, dan moet er keihard gewerkt worden tegen het politieke gezag in. Zit dat opgesloten in de missie van GGZ Nederland, of zijn de verslechterde randvoorwaarden goed genoeg? Tijdens de bijeenkomst op 28 mei 2011 vroeg ik u of u als directeur weet wat er daadwerkelijk op de werkvloer afspeelt en hoe de gemiddelde werker in GGZ het hedendaagse werk ervaart? Ik heb zelf wel een idee en daarbij zijn de nieuwste bezuinigingen niet verdisconteert. En hoewel mijn idee niet gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek, heb ik slechts de dagelijkse werkpraktijk als uitgangspunt. En ik kan u mededelen dat ik heel veel hardwerkende collega’s zie, met het hart op de juiste plaats en ruim voldoende opleiding en ervaring, maar bij wie de werksatisfactie langzaam maar zeker wegsijpelt. Er is wat mij betreft werk aan de winkel, zowel naar de ‘boze en kortzichtige(politieke) buitenwereld, maar zeker ook intern. Misschien wel allereerst intern, want zelf ben ik opgevoed met de slogan: ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf.’ En soms zijn oneliners heel treffend en werkzaam.

Onlangs kreeg ik een boekje onder ogen van een bestuurder van de Riagg Rijnmond, Jos Lamé e.a.1 Op de achterkant staat het volgende:

‘Jos Lamé, bestuurder van de Riagg Rijnmond, is volgens de Rotterdamse wethouder Jantine Kriens een spookrijder in zijn kritiek op het overheidsbeleid (NRC 17-7-2010). “De weg waarop hij rijdt is inmiddels verlegd.”

Onder de geuzennaam ‘Spookrijders in de zorg’ vond Lamé in korte tijd een groot aantal wetenschappers en praktijkmensen bereid om in hun bijdragen zichtbaar te maken dat hij bepaald niet alleen staat in zijn zorgen over het gewelddadig overheidsoptreden.

Zal GGZ Nederland, na ook eerst de hand in eigen boezem te hebben gestoken, meegaan in het bitter noodzakelijke spookrijden, of accepteert het dat ‘de weg waarop het moet rijden verlegd is’ ook al is de kennis aanwezig dat die weg langs diepe ravijnen loopt en waarbij met zekerheid velen in de afgrond zullen vallen, medewerkers en cliënten?

Ik denk dat we het eens zijn dat de GGZ nog een wereld te winnen heeft in de Nederlandse maatschappij, te beginnen bij de onwetendheid van de minister. Dat neemt niet weg dat ik als professional me af en toe groen en blauw erger aan de werkwijze van de GGZ, zowel op institutioneel vlak en dientengevolge ook op het niveau van de individuele werknemer, maar bovenal heb mogen ervaren als consument (als vader van een zoon met een psychisch smetje) welk een rampzalige lompigheid de GGZ ook in zich herbergt.

MIJN MISSIE

Mijn aanwezigheid op de conventie van Achlum was vooral ter ontspanning en van nieuwsgierigheid. Geheel onverwacht kreeg ik een uitnodiging en ik zag de mogelijkheid een aantal blogjes te schrijven voor mijn weblog  www.sprakeloosverhalen.wordpress.com . Schrijven is een hobby van me. Voor alle bijeenkomsten een passend verhaal is het doel, zo

ook ‘de directeur van de GGZ reflecteert’. De vorm waarin het verhaal gegoten wordt, is altijd een verrassing, ook voor mezelf. In dit geval drong zich langzaam maar zeker de open brief-vorm bij me op. En dat kan u nauwelijks verbazen, mocht u de tijd hebben gehad om op mijn (ons) andere weblog te kijken. Ik heb u immers na afloop mijn kaartje gegeven met alle gegevens erop. Als gevolg van kennis van de geestelijke gezondheidszorg als professional (ook bij mijn echtgenote) was de praktijkervaring die we meemaken ronduit onthutsend, de aanleiding om onze ervaringen van ons af te schrijven. Ongenuanceerd soms, recht uit

het hart, maar bovenal met als functie al schrijvend een uitlaatklep te hebben. Een beetje kennis van de menselijke psyche leert dat dit een gezonde manier is om ongezonde gevoelens kwijt te geraken. Ons blog www.dolgedraaid.wordpress.com heeft geen wetenschappelijke pretenties, maar wij zijn ervan overtuigd dat onze ervaringsdeskundigheid niet zomaar uit de lucht gegrepen is. Het is in ieder geval lezenswaardig voor hen die in de GGZ werken. Deze open brief is derhalve het samengaan van een aantal persoonlijke missies te weten: de wens om te schrijven, op te komen voor ons zoon en hart voor de GGZ in het algemeen.

WAAR ZIJN WE NU IN GODSNAAM MEE BEZIG?

Twee drijfveren zijn er om een ‘ventilatie’ blog te schrijven en dus deze open brief aan u. Allereerst uiteraard vanuit mijn professionele kijk op de GGZ, ten tweede wordt deze brief gevoed door persoonlijke ervaringen. Te beginnen met mijn (onze) professionele kijk op de geestelijke gezondheidszorg.

Ik hoef slechts een woord te noemen en menig collega zal me bijvallen, te weten bureaucratie. ‘Als er geen bureaucratie zou zijn, konden we gewoon ons werk doen.’ Iedereen ervaart de dagelijkse bureaucratie natuurlijk anders en vooral gaat er anders mee om. Ik ga in deze brief geen aanmatigend lesje bestuurskunde geven, nog daargelaten of ik dat op een objectieve wijze kan. Ik volsta met een opsomming van gerelateerde woorden en begrippen: verkokering van de zorg, regelzucht, controlezucht, productie-eisen, productie-afspraken, overhead, externe adviezen, indicatiebesluiten, geldstromen, vermarkten, timemanagement op de werkvloer, protocolliseren etc.etc.

Ieder individu gaat er anders mee of ervaart het anders. In eerste instantie lijkt het heel gezond om alle bureaucratische belast van je af te laten glijden als werker in de GGZ. ‘Het is nu eenmaal een gegeven in de hedendaagse samenleving.’ Als overlevingsstrategie kun je dit natuurlijk een tijdje volhouden, maar hoe ver kom je dan af te staan van je eigen gevoel en/of professie. De beleids- en managerscultuur gaat in toenemende mate de inhoud van het werk bepalen. Het is mijn ervaring dat het aantal managers met inhoudelijke kennis steeds minder wordt dan wel opgeslokt wordt door de eisen van de zelfstandige dynamiek van de ‘bureaucratie’. Het meest levendige bewijs is in deze brief al genoemd, de minister zelf.

Ik ervaar bij steeds meer collega’s berusting, langzaam maar zeker overgaand in een overlevingsstrategie die een vervlakking met zich meebrengt die niet goed kan zijn voor cliënten. Bij anderen zie ik nog wel enige passie, maar ik moet tot mijn spijt constateren dat

het dan vooral het ‘bevredigen van de bureaucratie’ is. Zij lopen in de pas met de actuele eisen, maar zoals gezegd, heeft het steeds minder met de daadwerkelijke inhoud van de geestelijke gezondheidszorg te maken. Met name bij jonge collega’s zie ik, mochten zij zich na enkele jaren kunnen handhaven in de geestelijke gezondheidszorg (!!) dat zij in toenemende mate bevreemd zijn met het ‘object van zorg’ en zich steeds meer gaan vereenzelvigen met de protocollen en andere bureaucratische eisen. Ik constateer een robotisering van de geestelijke gezondheidszorg, in een pessimistische bui wil ik het zelfs de autismisering van de zorg willen noemen.

En natuurlijke zijn er onverbetelijke optimisten, maar ook zij zullen moeten constateren dat het zoveel beter kan, misschien wel met hetzelfde geld. Het moge duidelijk zijn dat ik mezelf niet onder die optimisten schaar als het de geestelijke gezondheidszorg betreft.

Met de missie van GGZ Nederland in het achterhoofd, denk ik dat er intern nog een wereld te winnen is, wil je in staat zijn om je naar de buitenwereld inhoudelijk te presenteren. En daar bedoel ik niet mee het winnen van een paar procentpunten minder bezuinigen in de onderhandelingen met de overheid, of het openhouden van een enkele voorziening. Dat is winst voor de bühne, maar jezelf profileren als een gezonde GGZ organisatie, begint bij je eerste vertegenwoordigers, de werknemers op de werkvloer. Zonder hen, geen geestelijke gezondheidszorg, want in het contact met cliënten is naast opleiding en ervaring vooral mededogen van belang. In bureaucratische en megalomane fusie-organisatie zie ik het mededogen verdwijnen. Mededogen is niet alleen iets voor de werkvloer, mededogen is iets dat door de hele organisatie moet zitten, wil het effect sorteren.

DE PERSOONLIJKE NOOT

In het bovenstaande spreek ik niet over ondeskundigheid, ongeïnteresseerd gedrag en respectloosheid van collega’s naar cliënten toe, als gevolg van door mij gesignaleerde ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg. Het zal met zekerheid wel gebeuren, maar ik zie hier vooral de actuele ontwikkeling als veroorzaker. In de meest positieve

benadering is de verzakelijking van de bedrijfscultuur de veroorzaker van het ontnemen van het noodzakelijke mededogen naar cliënten. In de literatuur wordt in deze ook wel gesproken van parallelle processen in de organisatie. Als het gaat om mijn ervaring als consument, permitteer ik me toch minder terughoudendheid. Persoonlijk getroffen door de bejegening van individuele professionals en gerenommeerde instellingen kan ik ook nu met een rijtje begrippen en classifiseringen komen: Ondeskundigheid, leugenachtigheid, niet aan afspraken houden, niet aansluiten bij cliënt, lompheid en vooral het bedienen van de bureaucratie, niet de inhoud van de geestelijke gezondheidszorg volgend.

Af en toe komt persoonlijke rancune bovendrijven en het liefst zou ik enkele persoonlijke professionals en vooral een gerenommeerde instelling nadrukkelijk willen benoemen. Niets liever dan dat. Maar onze zoon is er niet meegeholpen, maar mede door toedoen van de niet te noemen instelling, gehanteerde wachtlijsten en worsten die voorgehouden zijn, lukt het al drie jaar niet om de aansluiting met het onderwijs te bereiken. De GGZ staat dit in de weg in verband met het uitblijven van adequate behandeling. De PR van genoemde instelling is waanzinnig goed, de website gelikt, maar het blijken loze beloftes, misschien alleen voor de bühne, om centen los te krijgen van de minister, met als doel handhaving van de organisatie in plaats van het bedienen van de missie van GGZ Nederland.

Onze persoonlijke ervaring dus als drijfveer. Kent u het begin dit jaar verschenen rapport van de Nationale Ombudsman2 ? Daarin trof ons het volgende citaat:

 En het is niet zo raar dat deze passage ons trof, want als ouders hebben wij de Nationale Ombudsman geschreven en hen het recht gegeven indien nodig passages uit onze brief te gebruiken. Aldus geschiedde.

Zonder onze professionele ervaring waren wij mogelijk minder kritisch geweest. Zonder de wetenschap dat er duizenden kinderen als onze zoon in Nederland zijn, ieder met een eigen verhaal, zouden wij waarschijnlijk helemaal niet in de pen geklommen zijn op enig moment. Wij weten als geen ander dat pathetisch gedrag geen goede probleemoplossende ingrediënten bevat. Eigenlijk willen wij helemaal geen weblog met als titel www. dolgedraaid.wordpress.com , integendeel. We kunnen onze tijd wel beter verdoen. We voelen en weten dat er echter iets wezenlijks niet goed gaat in de geestelijke gezondheidszorg. En trouw aan mijn eigen opvoedingsnormen,verbeter de wereld en begin bij jezelf.

Met mijn persoonlijke missies als drijfveren, is deze open brief tot standgekomen.

AFRONDING

Soms hebben wij vergezichten. De ene keer zijn ze donkerder gekleurd dan de andere keer. Wij hopen dat het onze zoon over tien jaar goed gaat en dat hij zijn plek heeft gevonden in de maatschappij. En misschien heeft hij die plek wel gevonden zonder de GGZ. Want naast ook enkele positieve ervaringen met individuele begeleiders, is het aan ons als ouders te danken dat de BV Thuis het hoofd boven water kan houden. Wij hebben alle ondeskundigheid tot op heden kunnen pareren zodat het psychische plekje bij onze zoon, niet uitgroeit tot onherstelbare vervuiling door de GGZ. Toch weten wij al jaren dat wij het niet alleen kunnen, maar drie en half jaar wachten op deskundigheid heeft uiteindelijk geleid tot een ‘drol van een behandelingsaanbod.’ Het is toch te gek voor woorden dat geestelijke gezondheidszorg in een mal moet passen om zodoende op beleidsniveau beheersbaar te kunnen zijn en dat er niet meer gekeken kan worden naar de persoon die hulp nodig heeft. Zorg op maat is geen zorg toegespitst op het individu, bij zorg op maat is vooral de aanbodzijde maatstafgevend geworden. Als zorgaanbieder meten zij de maat.

Als wij over tien jaar tot de conclusie komen: ‘Thank God, we hebben hem niet laten misvormen door de GGZ’, kunt u zich voorstellen dat wij geen constructief kritisch houding meer hebben. In dat geval zullen wij mogelijk alsnog een ode brengen aan minister Schippers. Ik kan het me nu nog niet voorstellen, maar er moet heel veel gebeuren met een gezonde geestelijke gezondheidszorg in Nederland.

 Beste mijnheer Paul van Rooij, met Achlum als aanleiding en mijn persoonlijke drijfveren als motor, is deze brief tot standgekomen. Ik hoopte vooraf me te kunnen beperken tot een brief, want ik zou een boekwerk kunnen schrijven doorspekt met vermakelijke maar eigenlijk zeer trieste anekdotes uit privé- en werksfeer. Ik doe dat niet. Ook besef ik dat u niet verantwoordelijk bent voor de toestand van GGZ Nederland de afgelopen twintig jaar, u bent echter wel verantwoordelijk voor het huidige GGZ beleid en daarom een gemakkelijk aanspreekpunt. En ondanks de lengte, mogelijk te lang voor een weblog, hoop ik dat de open brief gelezen zal worden en via de sociale media verder verspreid gaat worden en dat er meerdere mooie suggesties voor verbeteringen gaan komen. Want ik ben ervan overtuigd dat een inhoudelijk goede GGZ organisatie alleen dan kan functioneren als het kritische geluiden vanuit het werkveld op een organische manier kan integreren. Pas dan is het mogelijk om stupiditeiten van de minister te pareren.

Ik dank u voor uw aandacht en roep andere lezers op om te reageren of deze brief verder te verspreiden (via direct mail op twitter, zal ik me alsnog aan u bekend maken, mocht u mijn kaartje niet meer hebben. In verband met privacyredenen, onderteken ik met mijn twitternaam)

Met vriendelijke groet,

SprakeloosID

Op beide blogs is de brief geplaatst

www.sprakeloosverhalen.wordpress.com

corresponderend met twitteradres @sprakeloosID

www.dolgedraaid.wordpress.com

corresponderend met twitteradres @donderwolken

1SPOOKRIJDERS in de zorg, Pleidooi voor een gezondheidszorg zonder meldplicht, privacyschending, afbraak van instituties, en zonder megalomane systemen. Uitgeverij Eburon, Delft 2011

2Hoera, ik ga weer naar school. Leerlingen met psychische of gedragsproblemen die thuiszitten, Nationale Ombudsman 24 januari 2011

Opening, sfeer en verloop van Mijn conventie van Achlum

ICH BIN EIN ACHLUMMER

Wie heeft mij iets te bieden op de conventie van Achlum? En waarover ga ik een stukje schrijven? Twee belangrijke vragen bij de keuze van sprekers in Achlum. Geert Mak en Herman Pley heb ik nog niet zo heel lang geleden in Duiven aangehoord. Femke Halsema, altijd helder aanwezig, zowel visueel als ook auditief? Jolande Sap dan. Begin dit jaar schreef ik naar aanleiding van Kunduz een stukje over haar, Jolande Sap geeft zich bloot. Ik kan u verzekeren, het was één van de best lopende stukjes die ik op het blog geschreven had. Ik weet niet of het door de inhoud of de titel kwam. Wel kwam het stukje recht uit mijn hart en de komende jaren stem ik met zekerheid geen GroenLinks, zoals blijkt uit mijn blog. Of zal ik haar nog een kans geven? Hoe vaak zou Job Cohen uhh zeggen, lijkt me ook erg interessant om te vermelden in een blog. André Rouvoet dan? De ChristenUnie stond vaak op nummer vier bij het invullen van de kieswijzer. Ik waardeer hem als politicus, de grap om de jeugdzorg naar de gemeentes te trekken, vind ik minder en verwacht voor de toekomst een hoop narigheid. De aankondiging van de mastodonten Wiegel en Van Thijn klinkt erg aantrekkelijk. Wie zou het meest mastodonterig zijn? Of wat hebben de vertegenwoordigers van Achmea te melden? Ook ben ik nieuwsgierig naar Gerda Havertong, Adriaan van Dis en Herman van Veen. Of de gebroeders Anker over jeugdcriminaliteit, een beetje mijn eigen vakgebied per slot van rekening.

Kortom, de avond ervoor kwam ik er niet uit. Ik besloot het maar ter plekke te bekijken. Bovendien, achterdochtig als ik soms ben, had ik nog geen honderd procent zekerheid om binnen te komen. Het vouchersysteem was ten einde en via de media bereikte het bericht dat de controle heel streng zou zijn. En Nederland mag dan klein zijn, om voor niets van Duiven naar Achlum te rijden, was geen aantrekkelijk idee. Echter de eenvoudige aankondiging dat ik, als eenvoudige sterveling, samen met mijn introducé op de gastenlijst zou staan, was voldoende. Ruim op tijd konden we acclimatiseren en om het thuisfront op de hoogte te brengen, maakte mijn zwager een foto van me, terwijl ik zat te SMS-en. (Bij de afwerking van dit stuk beslis ik of die foto toegevoegd gaat worden, want hoewel ik zo blij was als een kind om in Achlum te zijn, laat de foto van alles zien, maar geen kind en vooral niet weinig. Soms zijn foto’s in Achlum confronterend.)

 

 

DE OPENING

Achlum is een klein pittoresk dorp, maar niet zo klein dat de bijna 3000 bezoekers elkaar op de hakken hoeven te lopen. De drukte op de meeste plekken kenschets ik als gezellig. Het kaatsveld is gebombardeerd tot het centrum van Achlum. Hier vindt ook de opening plaats. Met het noodzakelijke kopje koffie op een winderig, maar droog terras bij een van de tenten, bekijk ik het programma nogmaals en natuurlijk de mensen om me heen. Wie zijn het die ‘De staat en de toekomst van Nederland’ deze dag met mij gaan bepalen? Ondertussen zie ik mensen, waarbij ik de neiging heb om ze goedendag te zeggen omdat ze me bekend voorkomen. Dat doe ik natuurlijk niet, want al kom ik uit de provincie, zoals Randstedeling denigrerend zeggen, zo wereldwijs ben ik nog wel. Ik moet trouwens nadenken over de psychologische term die aangeeft dat bij een veelheid aan stimuli, de mens geneigd is om het bekende meteen op te pikken. Dat verklaart natuurlijk de neiging om te staren. Het dat geen selectieve waarneming?

Bij de opening zijn er de gebruikelijk speeches van en naar de vertegenwoordigers van Achmea. Hulde voor de ingetogenheid van deze sprekers op dat moment, want ze zijn solidair met het publiek dat net als ik nog heftig in het programmaboekje kijkt om uit te vinden wat ze allemaal willen meemaken. De overhandiging van het cadeau van de Commissaris van de Koningin (een Makkummer bord van aardewerk) geeft me nog even een Real Madrid, momentje. ‘Als dat maar goed gaat.’

 

Het openingsdebat

De inhoudelijke aftrap wordt gedaan door de sprekers Geert Mak, Femke Halsema, Heleen Depuis en Rick van der Ploeg met solidariteit als kernbegrip. In de discussie komen internationalisering en individualisering veelvuldig ter sprake en het vergelijk met de Verenigde Staten wordt snel gemaakt. En zoals vaker met dit soort vergelijkingen worden de deugden van de Amerikaanse samenleving snel geroemd, vooral de flexibiliteit wordt met afgunst bekeken. In één adem, en met de linkse meerderheid van deze sprekers ook niet zo verwonderlijk, wordt de keerzijde aangestipt, de extreme verschillen. En dat is wat geen van de sprekers voorstaat. Van der Ploeg denkt dat solidariteit steeds moeilijker wordt bij de individualisering. Geert Mak benadrukt dat solidariteit ook vooral het kijken naar eigen belang moet zijn. Hij wijst daarbij op het emigratievraagstuk. ‘Hoe ongelooflijk dom is het om zo xenofobisch te kijken naar kinderen als de Afghaanse Sahra, die van dit kabinet uiteindelijk mag blijven.’ Heleen Depuis oppert dat de Europese solidariteit zo vaak opgedrongen is en verwijst daarbij naar de wijdverbreide liefdadigheid in de Verenigde Staten. Hoewel ze snel te kennen geeft ook de verschillen te groot te vinden, repliceert ze wel dat solidariteit als deugd wel te ver op de achtergrond is gekomen. Allen zijn het met Femke Halsema eens dat er een herijking moet komen van de verzorgingsstaat en daartoe heeft GroenLinks in haar verkiezingsprogramma al aanzetten gegeven in de vorm van de hypotheekrente-aftrek en grote operaties in het onderwijs en vooral de arbeidsmarkt.

 

Korte overpeinzing

‘Herijken van de verzorgingsstaat, internationalisering en individualisering.’ Was het niet voormalig premier Lubbers die als toenmalig hoogleraar al doceerde over het opkomende regionalisme als antwoord het internationalisme, of noem het globalisering. Wijs gesproken Ruud, dat zie ik onze huidige premier nog niet doen na zijn premierschap. En buiten het feit dat ik zelf hoop dat dit snel zal geschieden, waar zou hij het over moeten hebben. Hoe, als antwoord op de internationalsering, in Nederland het regionalisme is verworden tot een hele enge dorpspolitiek met gevaarlijke destructieve elementen. En wat kan hij dan zeggen: “Ik was premier, ik stond erbij en keek ernaar en zag dat het goed was?”

Internationalisering van de samenleving is mooi en misschien wel noodzakelijk, maar als niet iedereen mee kan doen, achterstanden opgelopen worden en menigeen zijn dagelijkse overzicht ziet verdwijnen, kunnen de dorpse tegenkrachten heel pervers worden en zelfs gevaarlijke voor iedere gewenste (internationale) ontwikkeling.

 

Tijdens het luisteren bedenk ik me dat een fotootje voor het blog ook wel aardig is. Ik ben geen goede fotograaf, maar uit ervaring weet ik dat een beetje kleur het altijd leuk doet bij die zee van letters. Terugkijkend naar het resultaat zie ik dat het in een keer nacht is geworden en de maan is gaan schijnen. Nadere beschouwing leert dat Herman van Veen voor me is gaan staan. Zijn haardracht is uit duizenden herkenbaar en ik neem verder waar dat het een man met een energieke uitstaling is. ‘Ik denk dat hij het goede beroep wel heeft gekozen, die komt er wel.’ Misschien zie ik hem later wel in een van de tenten, zalen of huiskamers in Achlum. Ik heb besloten om eerst naar Mei Li Vos e.a. te gaan.

 

DE BIJEENKOMSTEN

 

Het generatievraagstuk

 

 

 

De titel spreekt met enorm aan: Wisseling van de macht.

Mei Li Vos, Nynke de Jong en Kees de Lange spreken over generatieconflicten ten aanzien van het pensioenbeleid.. Ooit ben ik fanatiek aan het bloggen geslagen omdat ik een negatieve eruptie had ten aanzien van babyboomers. Ik, als vertegenwoordiger van de sociologische generatie Nix, kan aardig fulmineren tegen babyboomers, zeker in columns op mijn blog. Bloggen is een goede uitvlucht, omdat een eeuwige staat van boosheid niet gezond is, bovendien ben ik op dit punt ook niet redeloos of radeloos, hooguit soms wat sprakeloos. Al met al kijk ik terug op een goede bijeenkomst, leerzaam en vooral, ik weet dat er een aardig blogje inzit.

Moderne vrouwen

Vlak voordat ik de ‘battle of the generations’ bijwoonde, had ik ook besloten om aansluitend naar Aaf Brandt Corstius te gaan. Ik heb wel wat met haar. Toen zij weer terugkwam van zwangerschapsverlof, was er uiteraard enige media-aandacht. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik nooit iets van haar had gelezen. In, volgens mij de eerste week, schreef ze een blog over sokken en sindsdien vergeet ik haar niet meer in de Volkskrant. Het kan me dus eigenlijk niet zoveel schelen waar ze over gaat praten. Als Achlumgast bespreekt zij het zijn van een moderne vrouw. ‘Ook goed, daar kan ik vast wel wat mee.’ En de interviewer, Arie Boomsma, vond ik veel minder aanwezig in het echt dan op tv. Dat is dan maar weer mooi meegenomen.

 

Intermezzo

Op het einde van het gesprek met Aafke, begint er wat geluid rondom mijn navel hoorbaar te worden. Van andere Achlumgangers zie ik dat er lunchdoosjes zijn uitgedeeld, dus mijn doel is om op weg naar de volgende spreker ‘Ed van Thijn vs. Hans Wiegel’ of anders een bijeenkomst over ‘Eindeloze zorg’ ook zo’n doosje te bemachtigen.

OP

Een vriendelijke Achlummer, ik zie het aan het kaartje om zijn nek, verwijst me naar het kaatsveld. ‘Daar liggen worsten op het vuur.’ Ik wist het, want mijn zoon had dat ook al ge-SMSt. Hij had het, met waarschijnlijk een hongerige blik waargenomen via de livebeelden op de site.

Omdat de rijen aanzienlijk zijn en de honger duidelijk aanwezig, laat ik deze ronde maar aan me voorbij gaan. Kijkend op het programma is de keuze voor de reflectie op de GGZ van de directeur zelf, een gemakkelijke.

Reflectie of confrontatie met de GGZ

Zelf werkzaam in (of rondom) de GGZ en helaas via onze oudste zoon ook geconfronteerd met de GGZ als consument, wilde ik graag weten wat de directeur, Paul van Rooij, te melden heeft. Op ons (samen met mijn partner) andere blog ( www.dolgedraaid.wordpress.com ) ventileren we sinds kort ons ongenoegen. En ik mag stellen dat het woord ongenoegen in ons geval een eufemisme is. Heel veel nieuws heeft hij niet voor mij, maar eenmaal uitgesproken, neem ik de kans om hem toch even mijn kaartje in de hand te duwen met de verwijzing naar het zojuist genoemde blog. Dit kost echter te veel tijd zodat het klaslokaal waar Thomas van der Dunk en Frans Timmermans over ‘Het Bruto Nationaal Geluk’ spreken, helemaal vol is.

Cooling Down

Geen nood, want mijn hersenen werken op volle toeren, want wat ga ik nu doen met de bijeenkomst over de GGZ? De wind is inmiddels harder gaan waaien en de lucht wordt grijzer. Het was die dag, hoewel fris, droog gebleven. Vlak voor de komst van Bill Clinton ziet het er minder goed uit. De Achlummer lucht geeft mij het idee dat ik (eventueel samen met mijn partner) een open brief ga schrijven naar de directeur van de GGZ. In mijn hoofd zitten er velen, welke het gaat worden, zal het moment zelf wel uitwijzen. Ondertussen wandel ik nog even bij Pieter van de Hoogenband binnen, ik hoor Henk Bleeker oreren over de noodzakelijke bezuiniging op onderwijs, zie dat het drukker wordt op het veld waar de voormalige president van de VS gaat spreken en sms mijn zwager dat ik op hem wacht bij het kaatsveld om gezamenlijk naar Bill Clinton te gaan. Het is inmiddels serieus gaan regenen, maar Achmea heeft een zee aan witte paraplu’s uitgedeeld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

To Bill or not to Bill

Eenmaal op het veld, even buiten het dorp, naast de kerk, komen bijna alle Achlumgangers samen. De witte paraplu’s mogen echter niet mee binnen de afrastering, maar plastic poncho’s worden uitgedeeld. Maar er zijn er niet genoeg. Het wordt dan onbehaaglijk, met alleen een colbert. Ik krijg last van het zogenaamde egaliteitssyndroom: ‘Zou mijnheer Clinton op mij wachten onder zulke omstandigheden.’ Mijn vastbesloten antwoord is: NEE. Ik kijk mijn zwager aan en ook hij lijkt soortgelijke gedachten te hebben. We besluiten, als een van de weinigen te gaan. Misschien stom, maar ach, een slagroomtaart zonder kers is ook heel lekker. Ik heb genoten van de dag en onderweg eten we wel ergens een bordje. Want zo Hollands ben ik niet, dat alles wat gratis is, maar meegepakt moet worden.

Onderweg, discussiërend en ervaringen uitwisselend besluiten we te eten bij ‘De Koperen Hoogte’ van Hennie van der Most. Jawel, voor de kenners, die man van Kernwasser Wunderland in het Duiste Kalkar. Eenmaal in de buurt van de eetgelegenheid hebben we de stellige indruk dat het restaurant gesloten is, dus maar zo snel mogelijk verder. Achterom kijkend, zie ik dat de parkeerplaats achter de watertoren is en er gewoon gegeten kan worden. Dat moet ik de heer van der Most maar even schrijven. Want als we de staat en de toekomst van Nederland kritisch bekijken, dan mag hij ook wel zijn steentje bijdragen.

================================================================