Republikeins op het klompenpad in Ugchelen.

20200427_132722

‘Oranje boven, oranje binnen’ las ik op meerdere plekken. Ik weet niet wat Willem aan het doen was, maar ik heb vandaag op Koningsdag mijn portie vitamine D weer opgepakt samen met mijn vrouw. Het volgende klompenpad was in Ugchelen. Het Ugcheler Markenpad was mijn veertiende uitdaging op klompen en met rugzak, in ieder geval met rugzak. Op een goede 20 minuten van thuis begon de wandeling bij een van ’s lands grootste hotelketens. Als ik nu zeker wist dat met het benoemen van Van der Valk Apeldoorn er sponsorgelden zouden binnenstromen, zou ik het niet zo omslachtig hebben beschreven. Daar dus begon de wandeling nadat we getuige waren van een drive-in horecagelegenheid door de hotelketen. Het was er nog niet zo druk.

20200427_141321

 

Onderweg luisterden we naar de alternatieven op de radio om het oranjegevoel nog enige glans te geven. Uit de geschiedenis werden een aantal zaken opgediept. Met name de verhouding tussen rood (socialisten) en oranje is niet altijd lekker geweest. De Oranjes stonden/staan symbool voor het grootkapitaal. Het koningshuis was dus een gruwel in de ogen van de rooien. Er werd over een aanklachtspamflet gesproken met de welluidende titel koning Gorilla. Het gaat over de verkrachtingen, onvoorspelbaarheid en andere wandaden van Willem 3. Zijn schoonzoon Hendrik was qua hoeren en snoeren niet veel beter, hij had alleen weinig invloed. Dat had de schoonzoon van Willemina dus wel. We hebben het dan over prins Bernard senior. Zijn reputatie is genoegzaam bekend. En de belichaming van het oranjekwaad is tegenwoordig zijn kleinzoon prins Bernard jr. die half Amsterdam bezit en bovendien ons een grand prix in Zandvoort heeft ingerommeld tegen alle milieueisen in.

20200427_154145

 

Maar op zo’n mooie zonnige dag met een wandeling op de ‘net geen Kroondomeinen’ in het vooruitzicht, geen onvertogen woord over Willem en Maxima. Het moge duidelijk zijn dat er in de bossen van Ugchelen een man met een latent republikeinse inborst wandelt. In zijn verhalen schreef Simon Carmiggelt al regelmatig met enige minachting over kinderachtige ‘oranjeleut’. Hij moest eens weten hoe dat er tegenwoordig uitziet in de grote steden. Dit jaar dus niet. In coronatijd wandelen we volgens de regels, of misschien net niet, op het Ugcheler Markenpad.

20200427_161237

Caesarea, opvang van ex-verslaafden van het Leger des Heils

 

Het was een goed bestede Koningsdag, of zo u wilt, een goed bestede zomaar een dag in april. Het was bosrijk, licht geaccidenteerd en veel mul zand. Dat wordt nog wat deze zomer en de droogte. Heel omslachtig met een fles water bij de hand heb ik toch nog een sigaret gerookt in die bossen om met het oranje puntje van de peuk me toch niet al te bitter anti-oranjegezind te tonen.

 

Trouwens, zit ik net buiten in mijn tuin te genieten van de opkomende schapenwolken. Ze zijn mooi en beloven de broodnodige regen. Bovendien staan de eerste knoppen van de pioenroos in mijn tuin op springen. Misschien bedoelt Mark dat wel met binnen blijven en volhouden. Er is rondom het huis nog genoeg te genieten.

20200427_200144

20200427_200249

Begrip, van de dag (159) Oranjeleut

 

 

 

ORANJELEUT

 

De vader van Simon Carmiggelt verbood zijn zoon op jonge leeftijd mee te doen met de oranje-festiviteiten rondom Koninginnedag. Dat moet in die tijd op 31 augustus zijn geweest, want de kleine Simon is opgegroeid onder de Wilhelmien. Als rechtgeaard sociaaldemocraat, misschien toen nog socialist, was die oranje-leut volgens ‘de ouwe’ Carmiggelt een schertsvertoning en droeg zeker niet bij aan de heilstaat. De toen nog kleine Simon had het er best moeilijk mee, want hij kreeg geen limonade, mocht niet mee doen met de spelletjes en hij kreeg ook geen herdenkingstegel of andere oranje-prullaria. Graag had ik hem willen citeren hoe hij dat opschreef, maar in zijn oneindige oeuvre is dat zoeken van een speld in een hooiberg. U moet het maar van me aannemen.

Ik denk dat Carmiggelt zijn hele leven Republikein is gebleven, maar zeker geen fundamentalistische anti-oranje adept. Hoe zou hij naar de huidige beelden op tv hebben gekeken van Willem-Alexander, Maxima en de 3-a-tjes? Hoe zou hem dat herinnerd hebben aan zijn anti-oranje opvoeding van huis uit? Mogelijk dat het een mild spottend cursiefje zou hebben opgeleverd, verholen kritisch maar met mededogen. Zelf kijk ik eventjes mee naar het Zwolse gebeuren. Het thuisfront wilde weten hoe ze gekleed zijn. Enige goedkeuring over Maxima’s uitdosting en die van de prinsesjes komt van de bank. Ik denk vooral, wat zullen ze het koud hebben.

Ik vind het vooral een beetje sneue vertoning, maar ik weet niet eens voor wie het sneu moet zijn. Voor de Oranjes? Het zou toch allemaal anders worden, maar volgens mij is het gewoon weer een variatie op een thema met koekhappen en zaklopen. Misschien dat er tijdens de wandelroute meer eigentijdse beats en muziek wordt gespeeld, zodat de Koning en zijn gezin zich ook op zijn 21e-eeuws kunnen tonen. Of is het sneu voor de organisatoren om dezelfde shit te moeten fabriceren? Of misschien wel voor de beveiliging die een zware taak hebben vandaag? Gisteren hoorde ik dat de populariteit van de Oranjes drastisch is gedaald, slechts 65% is positief over onze nationale poppenkast. Het zegt me niet zoveel, Nederland is in zijn algemeenheid ondergedompeld in een nationaal chagrijn, dus ook hier laten we ons niet onbetuigd en blijkt dat de ‘ouwe’ Carmiggelt veel meer medestanders heeft dan een kleine honderd jaar terug.

46. WAAR STAAT PAARS VOOR uit de serie de kabbelende 100

God, of wie dan ook straft meteen als je loopt te fucken met het koningshuis. Dat was mijn eerste gedachte gisteren 2 mei bij de volgende ronde in de tuin. Maak ik op 27 april nog 20150428_092802gekscherend gewag van een verwelkte oranje tulp als mijn ultieme bijdrage aan de Oranjeleut, mijn dag zou nog komen. Naast de verwelkte tulp stond een nieuw exemplaar op het punt van openbarsten, jong, krachtig en zo op het oog zeer rood. De Dag van de Arbeid zou snel gevierd worden overal in de wereld, behalve in het koningsgezinde Nederland. Ik kon niet wachten dat het gestaalde rode kader zich zou laten gelden in de vorm van een rode tulp. We zullen ze eens een poepie laten ruiken.
Nadat we 30 april gelukkig niet meer vrij zijn, heb ik op 1 mei ook hard gewerkt en me gekweten aan mijn dagelijkse bezigheden als loonslaaf. Niet gedacht aan (internationale) solidariteit, onderdrukking van de arbeidende klasse en andere revolutionaire gedachten. Niets van dat alles, gewerkt ten behoeve van de BV Thuis.

20150502_145855

Nu dat heb ik geweten, want dan neemt de voorzienigheid wraak, zoete wraak. De wannebee rode tulp weigerde rood te worden. Ik kwam erachter toen ik andermaal in de grond aan het wroeten was. Paars is het geval geworden, pimpelpaars en op dat moment wist ik het: Ik heb de Internationale Dag van de Arbeid verwaarloosd, niet alleen Oranjeleut langs me af laten glijden, maar ook de revolutionaire gedachten veronachtzaamt. Het schaamrood staat op mijn kaken, dat dan weer wel.

Waar staat paars eigenlijk voor? In de katholieke kerk heeft paars de betekenis van boetedoening. Paars als het broertje van rose heeft vaak ook een vrouwelijke betekenis. Tja, en dan de politiek, paars staat voor eens een onverwacht goed concept van samenwerking tussen de rooien en de liberalen. Das war einmaal! Tegenwoordig is het een impopulaire mix van verwaterde sociaaldemocratie en PVV-light liberalisme. Niemand lust het, maar we hebben geen alternatief. Een onverwachte aanwezige in de tuin. Ik geloof dat ik maar een rozenstruik met rode rozen ga planten, als boetedoening voor mijn (telepathische) afwezigheid op 1 mei en volgend jaar zal ik oogsten, rode rozen.

45. MIJN KONINGSDAG uit de serie de kabbelende 100

Ik heb zelfs geen oranje tompouce gekocht. Geen Oranjegekte dit jaar. Eigenlijk is dat al jaren zo, hoewel als vader van twee kleine kinderen ontkom je er niet aan om langs de plaatselijke vuilnisbelten te lopen die ze gemakshalve omdopen tot vrijmarkten. Eufemistisch taalgebruik is toch eigen aan Koningsdag, want onze vorst noemde het botendefilé ook Grande Parade. Ook heb ik twee jaar op zo’n dekentje moeten zitten om de handelsgeest van mijn eigen zonen op te krikken. De rotzooi op mijn eigen zolder werd daardoor wel even wat minder, maar de winst werd steevast uitgegeven aan troep die een ander verkocht. Inmiddels zijn mijn kinderen oud en wijs geworden, ze kunnen er zelf op uit. Bij terugkomst hoor ik van beide dat ze de massa in de stad verafschuwen en dus geen liefhebbers zullen worden. Ik weet niet of het opvoeding is of dat het in de genen zit. De kwestie nature or nurture is altijd al discussiewaardig. Ik houd ook niet van grote massa’s en ben diep in mijn hart ook nog eens republikein. In een recalcitrante bui komt dat republikeinse gevoel snel naar de oppervlakte en volg ik mijn grote held Simon Carmiggelt die van zijn rooie vader niet mòcht deelnemen aan de Oranjefestiviteiten in de jaren dertig van de vorige eeuw. Het werd afgedaan met flauwe Oranjeleut, en zo is het. Van mij mag Maxima best de eerste president worden, zo consequent ben ik dan ook wel weer.

20150428_092802

Ik was in het weekend begonnen om de tuin te fatsoeneren en van de wintertooi te verlossen. Het leek me voor Koningsdag een zinvolle dagbesteding om daar mee verder te gaan. Ik moest de schlagermuziek die vanuit het dorp de hele dag te horen was accepteren. Eenmaal op gang in de beschutting van de tuin, was het zelfs nog lekker in de zon, al was het amper tien graden. Dat is wel eens beter geweest in het verleden op Koninginnedag. Ik ben ook nog zo’n man die tot in lengte van dagen Koninginnedag blijft roepen.
De tuin zag er trouwens per uur beter uit en als mijn oudste zoon ook nog helpt om mos en gras tussen de stenen weg te halen, ben ik op het einde van de dag dik tevreden, al schalt Corry Konings, het zal ook niet op deze dag, dat ze een heel apart gevoel van binnen heeft.
Een uitgebloeide tulp trekt mijn aandacht, is die rijp om neergesabeld te worden, of mag de bloem nog even blijven staan? Goed, omdat ie oranje kleurt mag de tulp blijven. Daarnaast staat trouwens nog een exemplaar in de knop, het ziet er naar uit dat het een rode wordt. Die zal op 1 mei wel open gaan, maar dan is er geen vrij dag. Ik bedoel maar.

Republieksoep, een onbeproefd recept

Nu de dagen oranje kleuren, moet ik onwillekeurig terugdenken aan de verhaaltjes van Simon Carmiggelt. Hij beschrijft, op de hem bekende wijze, zijn socialistische opvoeding. Hierin was geen enkele ruimte voor monarchistische gevoelens. Zo ging dat in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Voor de ‘kleine’ Simon was dat spijtig, want hij mocht niet meedoen aan de festiviteiten op Koninginnedag. Voor hem geen gratis limonade, koek en een herdenkingstegeltje van staatswegen gefinancierd. Voor vader Carmiggelt was het duidelijk dat zijn zoon niet participeerde met die ‘infantiele oranjeleut’.

Als latent Republikein onderga ik het Oranjenieuws en de lading propaganda van bedrijven in deze dagen gelaten. Vaak zie ik de humor er nog wel van in. Ik denk dat vader Carmiggelt in het huidige tijdperk ten onder was gegaan aan de overproductie kapitalistische ‘Oranjeleut, maar dit terzijde.

Hedenochtend moest ik bij ’s lands grootste grutter zijn. Uiteraard stond alles in het teken van Oranje. En als dank voor het bezoek kreeg je ook nog een koningswuppie mee, voor thuis. Mijn geluk kon niet op. In de winkel viel mijn oog bij de groenteafdeling op een pakket om ‘Koninginnensoep’ te vervaardigen. Wortels, een oranje paprika en een sinaasappel zijn er voor nodig. Achterop de verpakking stond hoe je dit culinaire hoogstandje moest bereiden.

Bij mij rees meteen de vraag: “Bestaat er eigenlijk Republieksoep?” En zo ja, hoe zou dat dan smaken en eruit zien? Het mag niet rood zijn want dat zou betekenen dat het socialistische deel van de republikeinen het alleenrecht zou hebben op antimonarchistische gevoelens. Vader Carmiggelt zou dan in zijn vuistje hebben gelachen. Bovendien hebben we al een politieke partij die zich vereenzelvigd met ‘rooie soep met ballen.’ Ook bruine soep, met bruine bonen of linzen bijvoorbeeld, zou, ondanks de voortreffelijke smaak, niet mijn voorkeur hebben. De combinatie bruin en Republikeins heeft in de politiek een wrange en besmettelijke bijsmaak.

Mijn voorkeur zou uitgaan naar een lichtgroen lenteachtig soepje, waarbij de lichte kleur symbool staat voor prille en mogelijk nog onvolwassen Republikeinse gevoelens.

Ik zit te denken aan de volgende ingrediënten:

(bij 2 liter water)

  • 6 stukken prei

  • 200 gram jonge spruitjes

  • klein blikje erwtjes

  • 4 frisse Granny Smiths

  • mint

  • bieslook

  • groene peper

Koken en pureren en naar eigen voorkeur vleesproducten toevoegen.

Zelf heb ik de soep nog niet gemaakt, maar mijn vermoeden is dat er een grote winderigheid gaat ontstaan die op de Kroningsdag als rook- en stinkbommen gezien kunnen worden door de verschillende veiligheidsfunctionarissen. Ik maak de soep dus nog maar niet, maar ik hoor graag over uw ervaringen.

De Kroningsdag van 30 april 2013 wil ik eigenlijk ook niet verstieren, zo latent Republikein ben ik dan ook wel weer. Bovendien heb ik historische belangstelling en daarin past ook de idee dat het Republikeinse gevoel erg latent moet blijven, we leven immers al zo lang met de Oranjes. Ook vind ik WA eigenlijk een prima vent met wie het waarschijnlijk goed een biertje drinken is. En toegeven, ook ik ben als een blok gevallen voor de tsunami van Argentijnse charmes. De 3-atjes moeten we dan vooral niet traumatiseren met onze republikeinse peristaltische narigheid. Ik denk dat we het de komende jaren wel redden, het koningshuis en ik. Het blijft weliswaar een raar fenomeen, misschien is het wel een onvermijdelijk soort gekke liefde die niet weg te vlakken is, maar waar je je ook een beetje voor schaamt.

PS. Maar mochten de Republikeinse gevoelens in de toekomst echt toeslaan, dan is de Republieksoep te alle tijden aan te passen natuurlijk. Ook de kleur is dan niet meer belangrijk, dus voeg vooral rode pepers, bonen en uien toe. Laat het dan maar knallen en roken.