Een gros woorden voor de week (27 juni 2021)

Voetbal verbroedert en alle Menschen werden Brüder (und Schwester en alles wat er tussen in zit of nog niet te definiëren is). We zijn me een stelletje in Europa zeg. Terwijl de bal over alle Europese velden rolt, wordt, als het aan Rutte ligt, de Hongaarse Victor Orban eigenhandig uit Europa gekegeld. Onze Victor verdedigt de Hongaarse volksaard en wil zijn onderdanen beschermen tegen de degeneratie uit het Westen. Hij wil ze trouwens ook beschermen tegen hem niet gezinde media, tegen Covid met het Russische Spoetnik. Kortom Orban is de mondiale beschermengel tegen al het kwaad. Zijn rol mag hij spelen van de UEFA want voetbal is immers geen politiek? Georginio Wijnaldum onderstreept dat vanavond. Voetbal is geen politiek en dus van iedereen. Ook voor alle gekleurde paprika’s in Hongarije. Wat zijn ze mooi. Misschien is die oranje de allermooiste. Misschien ook wel niet.

Republikeins op het klompenpad in Ugchelen.

20200427_132722

‘Oranje boven, oranje binnen’ las ik op meerdere plekken. Ik weet niet wat Willem aan het doen was, maar ik heb vandaag op Koningsdag mijn portie vitamine D weer opgepakt samen met mijn vrouw. Het volgende klompenpad was in Ugchelen. Het Ugcheler Markenpad was mijn veertiende uitdaging op klompen en met rugzak, in ieder geval met rugzak. Op een goede 20 minuten van thuis begon de wandeling bij een van ’s lands grootste hotelketens. Als ik nu zeker wist dat met het benoemen van Van der Valk Apeldoorn er sponsorgelden zouden binnenstromen, zou ik het niet zo omslachtig hebben beschreven. Daar dus begon de wandeling nadat we getuige waren van een drive-in horecagelegenheid door de hotelketen. Het was er nog niet zo druk.

20200427_141321

 

Onderweg luisterden we naar de alternatieven op de radio om het oranjegevoel nog enige glans te geven. Uit de geschiedenis werden een aantal zaken opgediept. Met name de verhouding tussen rood (socialisten) en oranje is niet altijd lekker geweest. De Oranjes stonden/staan symbool voor het grootkapitaal. Het koningshuis was dus een gruwel in de ogen van de rooien. Er werd over een aanklachtspamflet gesproken met de welluidende titel koning Gorilla. Het gaat over de verkrachtingen, onvoorspelbaarheid en andere wandaden van Willem 3. Zijn schoonzoon Hendrik was qua hoeren en snoeren niet veel beter, hij had alleen weinig invloed. Dat had de schoonzoon van Willemina dus wel. We hebben het dan over prins Bernard senior. Zijn reputatie is genoegzaam bekend. En de belichaming van het oranjekwaad is tegenwoordig zijn kleinzoon prins Bernard jr. die half Amsterdam bezit en bovendien ons een grand prix in Zandvoort heeft ingerommeld tegen alle milieueisen in.

20200427_154145

 

Maar op zo’n mooie zonnige dag met een wandeling op de ‘net geen Kroondomeinen’ in het vooruitzicht, geen onvertogen woord over Willem en Maxima. Het moge duidelijk zijn dat er in de bossen van Ugchelen een man met een latent republikeinse inborst wandelt. In zijn verhalen schreef Simon Carmiggelt al regelmatig met enige minachting over kinderachtige ‘oranjeleut’. Hij moest eens weten hoe dat er tegenwoordig uitziet in de grote steden. Dit jaar dus niet. In coronatijd wandelen we volgens de regels, of misschien net niet, op het Ugcheler Markenpad.

20200427_161237

Caesarea, opvang van ex-verslaafden van het Leger des Heils

 

Het was een goed bestede Koningsdag, of zo u wilt, een goed bestede zomaar een dag in april. Het was bosrijk, licht geaccidenteerd en veel mul zand. Dat wordt nog wat deze zomer en de droogte. Heel omslachtig met een fles water bij de hand heb ik toch nog een sigaret gerookt in die bossen om met het oranje puntje van de peuk me toch niet al te bitter anti-oranjegezind te tonen.

 

Trouwens, zit ik net buiten in mijn tuin te genieten van de opkomende schapenwolken. Ze zijn mooi en beloven de broodnodige regen. Bovendien staan de eerste knoppen van de pioenroos in mijn tuin op springen. Misschien bedoelt Mark dat wel met binnen blijven en volhouden. Er is rondom het huis nog genoeg te genieten.

20200427_200144

20200427_200249

Begrip, van de dag (14) Zwakke ruggengraat

 

ZWAKKE RUGGENGRAAD

Bij deze ga ik mijn eigen ruggengraat en de mate van sterkte niet ter discussie stellen, tenminste niet met betrekking tot het mentale gedeelte. Mijn fysieke gesteldheid is in ieder geval niet atletisch te noemen en het disfunctioneren van mijn rug is daar mede schuldig aan. Maar ik zat zo eens te peinzen wat nu eigenlijk de spreekwoordelijke ruggengraat van onze samenleving is? Ik zou het niet durven zeggen.

Is dat de Nederlandse Taalunie die vanuit stoffige kamertjes ons dwingt ruggengraat te schrijven in plaats van het veel natuurlijke ruggegraat? Is dat het gezin zoals bepleit wordt in bevindelijke kringen of juist de economie als we haar maar ongehinderd haar gang laten gaan.  Misschien wel Wilders die weet wat de Nederlander wil en bovendien een uitstekende topografische kennis heeft van zijn en/of ons vaderland? Onze Oranje jongens zijn het in ieder geval niet. Mogelijk is het wel ons grote spreekwoordelijke absorptievermogen om vreemdelingen gastvrij te ontvangen. Of Koning Willem Alexander en wat te denken van Rutte. Ik weet het niet.

En het is best belangrijk om het te weten. Als je een oordeel wilt vellen over de staat van onze staat, moet je duidelijk voor ogen hebben wat er goed gaat en waar onze maatschappelijke ruggengraat zit. Waar zijn we plooi- en rekbaar en waar zit onze zwakte. En als we de diagnose kennen, moeten we ruggengraat tonen ons maatschappelijk gedrag te veranderen. Als we dit allemaal weten, kunnen we een zondebok aanwijzen. (Tenminste bij mijn weten is het nog steeds zondebok en geen zondenbok, toch?) Of zijn al die vragen volstrekt overbodig en gaat het sociaal, cultureel, politiek en sociaal allemaal heel lekker in Nederland? In dat geval zal ik mijn rug rechten en accepteren dat het goed gaat.

Begrip, van de dag (8) De druk niet voelen

 

DE DRUK NIET VOELEN


Stel, je bent vijf keer op geweest voor je rijexamen en het rijbewijs is een vereiste voor je nieuwe baan. Een goedbedoelde vriend vraagt je of je zenuwachtig bent. Heel laconiek antwoord je: ,, Nou, nee ik voel die druk niet zo.” Of je bent gezonde Hollandse jongen van twintig jaar en gaat al jaren om met dezelfde vriendengroep, tegenwoordig testosteronbommen genoemd. Iedere zaterdagavond is het gezellig, biertjes, lachen en vrouwen. Je vrienden verdwijnen soms om tegen een hekwerk aan te vozen of hun Golf GTI in een dampende condens te veranderen. En jij loopt het ene blauwtje na het andere. Het begint de vrienden op te vallen en kameraadschappelijk proberen ze je aan een chickie te helpen. Op de dansvloer beweegt een schone brunette.  Nonchalant neem je nog een biertje en deelt je kameraden mee dat je geen druk voelt. Nu dan zeg ik, in beide gevallen ben je niet goed bij je hoofd, heb je geen binding met je eigen gevoel en mis je ieder gevoel met de realiteit.

Op weg naar huis hoorde ik een interview met onze bondscoach Danny Blind. Voor de niet voetballiefhebber, het Nederlands elftal speelt wedstrijd na wedstrijd als een dweil, ze verliezen van tegenstanders van wie dit theoretisch niet eens voor mogelijk wordt gehouden, bovendien komt er na de wedstrijd geen zinnig woord uit die duurbetaalde nepvedetten. In de wetenschap dat heel Nederland ons land Oranje wil kleuren, de economie een boost krijgt bij deelname en dat bovendien alle nieuwe Syrische Nederlanders van harte mee zullen juichen. Dat laatste bevordert dan weer de integratie. Op de vraag of onze bondscoach enige druk voelt bij de wedstrijd tegen Kazachstan morgenavond antwoord hij:,, Nee, dit is een wedstrijd als alle anderen, ik voel geen extra druk!” Dan durf ik toch te stellen dat je iedere vorm van realiteitszin verloren bent.

Natuurlijk is voetbal geen zaak van leven op dood, er zijn belangrijkere zaken. Maar als meest belangrijke bijzaak mag mijnheer Blind zich er wel iets meer rekenschap geven dat hij speelt met het humeur van vele miljoenen in ons land. Hij vergooit door zijn lakse en onverschillige houding het cumulatieve effect van Oranje uitgelatenheid in ons land. En Danny Blind voelt de druk niet? Nu mijnheer Blind, ik voel de druk heel erg om die oogkleppen van je kop te halen en om te  winnen voor de laatste kans om Nederland te redden.

So gehen die Gauchos! Und wir?

Krap 24 uur terug van een lang weekend Berlijn en de maagdelijke kranten zijn vluchtig doorgespit. En inderdaad, voor zover ik kan nagaan, heeft er in Nederland geen inhuldiging plaatsgevonden voor onze Oranjehelden. Dat is dan weer een pluspuntje voor onze nationale trots, want de hysterie van vier jaar geleden zorgt ervoor dat ik nog steeds vol gene ongemakkelijk op mijn stoel wip. De teleurstelling na de penaltyreeks heb ik nog meegekregen in Nederland. Ik wist dus dat de reeds langer geplande reis naar Berlijn op zaterdagavond onderbroken zou worden met een voetbalwedstrijd. Wie had dat gedacht bij aanvang van de wereldkampioenschappen. In het hotel waar we verbleven was uiteraard zorg gedragen voor een aantal grote schermen. Het werd een gemakkelijke winst van onze jongens op de zeer geplaagde Brazilianen. Een viertal Brazilianen in het restaurant van het hotel droeg het verlies gelaten. Ik denk net als de meeste Brazilianen. Wat moet je ook anders? De aanwezige Duitsers waren vooral bezig met de dag erop. Volgens mij waren ze aanvankelijk nog wel voor de underdog en dat was niet Nederland. Eigenlijk kon het ze niet zoveel schelen.

De dag erop toog ik met beide zoons naar Friederichhayn en ruim op tijd vonden we een tafeltje bij een pizzeria met goed zicht op de aanwezige beeldschermen. Beide zoons, eten, bier en voetbal, wat wil een man nog meer? De spanning in de stad was al dagen voelbaar, maar vooral ook zichtbaar. De idioterie van het carnavaleske oranje haalde het gelukkig niet. Ook hier veel witte voetbalshirts en uitdossingen voor de hippe voetbalvrouw in de nationale driekleur. Het lijkt erop dat de Duitse marketing op dit gebied nog veel te leren heeft van hun Nederlandse collega’s. Of misschien kennen ze hun vak goed en weten ze dat het percentage randdebielen mogelijk minder groot is in Duitsland. Natuurlijk waren er hier en daar enorme vuurwerkknallen. De trams die langsreden waren zo goed als leeg. Duitsland keek voetbal. Thuis, bij de Brandenburger Tor, de voetbalstadions die hier en daar voorzien waren van het eigen bankstel of in de kroeg.

De tijd dat we massaal anti Duitsvoetbal zijn, ligt gelukkig achter ons. Mijn generatie (48 jaar) heeft dan nog net het debacle in 1974 meegemaakt. Natuurlijk was 1988 het moment van ‘unsere Rache’, maar nadat Rijkaard zich als een lama gedroeg en Ronald Koeman zijn achterste fictief afveegde met een Duits shirt dat hij zojuist geruild had na een gewonnen interland, is het wat mij betreft klaar. Natuurlijk is het leuk om te winnen en zeker van de Duitsers, maar eigenlijk spelen zij sinds 2006 in toenemende mate het ‘totaalvoetbal’ dat Nederland propageerde. Dit toernooi waren zij veruit de beste en de winst is ze van harte gegund. Ik weet dat de oudere generatie het er nog niet mee eens is en een ‘diehard’ wil nog steeds zijn fiets terug. Ik zie graag vrolijke mensen dus ook vrolijke Duitsers.  Als ze het carnaval maar achterwege laten, verzekerd het mij van een behouden terugreis naar het hotel. Het was trouwens maar goed ook dat het slechts 1-0 werd, want bij ieder Duits doelpunt ‘keerde’ het restaurant een ‘shotje’ uit. Vijf halve liters en één shotje was meer dan voldoende.

Toen wij terugkeerden, kwam de Mannschaft aan op vliegveld Tegel. Mensenmassa’s bij de Brandenburger Tor en de rest van de binnenstad. Een half miljoen naar verluid. Dat is toch beduidend minder dan die bijna miljoen van vier jaar geleden in Amsterdam voor de vice-Weltmeister. De ‘Jungs’ hadden zelfs een dansje ingestudeerd met de welluidende tekst: So gehen die Gauchos met daarbij een gebogen en verslagen stier nabootsend om daarna fier op te veren met de tekst: Und so siegen die Deutschen. Een niet boosaardige kwajongensstreek die ook al weer op lange tenen mag rekenen, maar dat terzijde.

 

 

 

Ik zit alleen te mijmeren als Ron Vlaar de eerste strafschop tegen Argentinië nu niet gemist had? Als we de betere tweede helft tegen de ‘Gauchos’ nu eens hadden omgezet in een overwinning? Het had gekund. De wereld had er een stuk anders uitgezien. Wat hadden de Duitsers dan gezongen? Hadden ze überhaupt wel gezongen? Of hadden wij iets vleiends over onze Oosterburen gezonden. We hadden dan in ieder geval kunnen JUICHEN in onze pakjes. Ik wil er maar even niet aan denken. Ik geloof dat het goed is zo.

Republieksoep, een onbeproefd recept

Nu de dagen oranje kleuren, moet ik onwillekeurig terugdenken aan de verhaaltjes van Simon Carmiggelt. Hij beschrijft, op de hem bekende wijze, zijn socialistische opvoeding. Hierin was geen enkele ruimte voor monarchistische gevoelens. Zo ging dat in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Voor de ‘kleine’ Simon was dat spijtig, want hij mocht niet meedoen aan de festiviteiten op Koninginnedag. Voor hem geen gratis limonade, koek en een herdenkingstegeltje van staatswegen gefinancierd. Voor vader Carmiggelt was het duidelijk dat zijn zoon niet participeerde met die ‘infantiele oranjeleut’.

Als latent Republikein onderga ik het Oranjenieuws en de lading propaganda van bedrijven in deze dagen gelaten. Vaak zie ik de humor er nog wel van in. Ik denk dat vader Carmiggelt in het huidige tijdperk ten onder was gegaan aan de overproductie kapitalistische ‘Oranjeleut, maar dit terzijde.

Hedenochtend moest ik bij ’s lands grootste grutter zijn. Uiteraard stond alles in het teken van Oranje. En als dank voor het bezoek kreeg je ook nog een koningswuppie mee, voor thuis. Mijn geluk kon niet op. In de winkel viel mijn oog bij de groenteafdeling op een pakket om ‘Koninginnensoep’ te vervaardigen. Wortels, een oranje paprika en een sinaasappel zijn er voor nodig. Achterop de verpakking stond hoe je dit culinaire hoogstandje moest bereiden.

Bij mij rees meteen de vraag: “Bestaat er eigenlijk Republieksoep?” En zo ja, hoe zou dat dan smaken en eruit zien? Het mag niet rood zijn want dat zou betekenen dat het socialistische deel van de republikeinen het alleenrecht zou hebben op antimonarchistische gevoelens. Vader Carmiggelt zou dan in zijn vuistje hebben gelachen. Bovendien hebben we al een politieke partij die zich vereenzelvigd met ‘rooie soep met ballen.’ Ook bruine soep, met bruine bonen of linzen bijvoorbeeld, zou, ondanks de voortreffelijke smaak, niet mijn voorkeur hebben. De combinatie bruin en Republikeins heeft in de politiek een wrange en besmettelijke bijsmaak.

Mijn voorkeur zou uitgaan naar een lichtgroen lenteachtig soepje, waarbij de lichte kleur symbool staat voor prille en mogelijk nog onvolwassen Republikeinse gevoelens.

Ik zit te denken aan de volgende ingrediënten:

(bij 2 liter water)

  • 6 stukken prei

  • 200 gram jonge spruitjes

  • klein blikje erwtjes

  • 4 frisse Granny Smiths

  • mint

  • bieslook

  • groene peper

Koken en pureren en naar eigen voorkeur vleesproducten toevoegen.

Zelf heb ik de soep nog niet gemaakt, maar mijn vermoeden is dat er een grote winderigheid gaat ontstaan die op de Kroningsdag als rook- en stinkbommen gezien kunnen worden door de verschillende veiligheidsfunctionarissen. Ik maak de soep dus nog maar niet, maar ik hoor graag over uw ervaringen.

De Kroningsdag van 30 april 2013 wil ik eigenlijk ook niet verstieren, zo latent Republikein ben ik dan ook wel weer. Bovendien heb ik historische belangstelling en daarin past ook de idee dat het Republikeinse gevoel erg latent moet blijven, we leven immers al zo lang met de Oranjes. Ook vind ik WA eigenlijk een prima vent met wie het waarschijnlijk goed een biertje drinken is. En toegeven, ook ik ben als een blok gevallen voor de tsunami van Argentijnse charmes. De 3-atjes moeten we dan vooral niet traumatiseren met onze republikeinse peristaltische narigheid. Ik denk dat we het de komende jaren wel redden, het koningshuis en ik. Het blijft weliswaar een raar fenomeen, misschien is het wel een onvermijdelijk soort gekke liefde die niet weg te vlakken is, maar waar je je ook een beetje voor schaamt.

PS. Maar mochten de Republikeinse gevoelens in de toekomst echt toeslaan, dan is de Republieksoep te alle tijden aan te passen natuurlijk. Ook de kleur is dan niet meer belangrijk, dus voeg vooral rode pepers, bonen en uien toe. Laat het dan maar knallen en roken.