Plaatjes en kletspraatjes: Sociale cohesie in Duiven

Ons dorp bestaat niet meer echt toch? Wim Sonneveld zong er zo lyrisch over. Iedere dertigplusser kent het vast wel, mogelijk de jongere generatie ook. Misschien onderschat ik hen? Je weet wel van En langs het tuinpad van m’n vader. Dit suggereert dat ik dat meegemaakt heb. Niets van dat alles. Ik ben gewoon volwassen geworden in de jaren tachtig. Punk, walkman en tegen de bom. De televisiequiz was al voor ouderen vond ik toen. Dus ik leefde al in Het dorp dat is gemoderniseerd. Maar het is natuurlijk de hang naar nostalgie, het oude vertrouwde van vroeger. Voor mij was dat U2 en The Cure en als klein kind De Willem Ruis show(dus toch een quiz, sorry). Maar wie zingt daar nu nostalgische liedjes over. Dus ik heb decennialang mijn nostalgische gevoelens moeten putten uit Wim Sonneveld en met mij velen.

Dat dorp van toen, het is voorbij,

Dit is al wat er bleef voor mij

Een ansicht en herinneringen.

Om de cohesie van de gemeenschap te stimuleren hebben de kleinere dorpen nog wel een kermis  of schuttersfeesten. In Vinex wijken zorgen enthousiaste buurmannen nog wel eens voor een straatfeest en ons aller Douwe Egberts zorgt voor een heuse burenkoffiedag. Gezelligheid kent geen tijd? Of je kunt ook met de buurt eendrachtig onder aanvoering van Willy en Max meedoen met NLdoet. Lekker klussen voor het goede doel. We leven in een geïndividualiseerde samenleving, corona nog niet achter de rug of een oorlog van formaat klopt aan. Een beetje cohesie is niet verkeerd, dus ik kon het initiatief van de boer aan de rand van ons dorp, boerinnen trouwens, wel waarderen. Voor in ieder geval de tweede keer maakten zij reclame voor hun koeien die de wei in mochten. De buurt was welkom in hun stal en op de afgesproken tijd mochten de koeien hupsen als dartele kalfjes in de lentezon. Voor het eerst in hun leven. Dat was vandaag.

En er kwamen mensen op af. De hondenbezitters die langs de Veldstraat in Duiven lopen kende ik wel zo’n beetje. Maar ook nieuwe gezichten. Mensen maakten een praatje of onderwezen hun kinderen over hoe het vroeger was, met de koeien in de wei en zo. Ik niet, ik probeerde heel krampachtig een foto te maken met mijn mobieltje van een hossende koe. Dat is niet echt gelukt. Zo zie je maar weer, vroeger was echt alles beter. Koeien poseerden nog gewoon in de lentezon. Volgend jaar maar weer opnieuw proberen.

ONS DORP: Duiven, Roosbeef, Koeioneur

Een grootheid in de Nederlandse cultuurwereld, Wim Sonneveld, zong het lied ‘Ons Dorp’ en menig 50 plusser verdrinkt voor eventjes in zijn nostalgische verleden. Ons Dorp is zo herkenbaar dat ook voor nieuwe generaties altijd weer veilige en vroegkinderlijke gevoelens naar boven komen bij het horen van dit liedje. Iedereen heeft wel een beetje een Ons Dorp-gevoel, ongeacht leeftijd of plaats van herkomst.

Zelf woon ik nu zo’n tien jaar in Duiven. Ik woon er goed, maar mijn dorp zal het nooit worden. De gemeente Duiven heeft zich in de jaren 80 aangemeld als groeikern en dat is dan ook rigoureus aangepakt. Uiteraard betekende dat logischerwijs een enorme aanwas van nieuwbouw. Mooi is het niet altijd, maar nogmaals het woont zeer prettig. Maar de projectontwikkelaars zijn zo ver gegaan dat bijna ieder historisch pand en/of dorpsgezicht er aan moest geloven. Van het oorspronkelijke lintdorp is hoegenaamd niets meer over. De oudere Duivenaar zal met zeer veel weemoed terugdenken aan vroeger en ik durf niet eens te zeggen of hij kan zwijmelen boven een oude ansichtkaart om zijn geheugen op te frissen.

Nu is Duiven geen trieste moderne vinexlocatie, de sfeer is er overwegend nog gemoedelijk en soms zelfs nog dorps, al ligt Arnhem op slechts 10 minuten per trein. En toch heeft Duiven het niet en dat komt mede door een irrationele vernieuwingsdrang en daarmee is het oude inmiddels grotendeels verdwenen. Historie en cultuur staan bij de gemeenteraadsleden niet in zo’n hoog aanzien, de hoofden hangen vaak naar de (beurs) van projectontwikkelaars.

Aan de rand van Duiven, naast de nieuwbouwwijken stond nog een oude boerderij. De boer was al weg, maar de sfeer van de boerderij was nog zichtbaar. Sterker nog de bewoners (familie Rebergen) bouwde het uit tot een ware theaterboerderij. Het mocht niet zo blijven. De nieuwbouwwijk mocht niet een fractie kleiner worden zodat de boerderij geïntegreerd kon worden in de vernieuwingsdrang. De boerderij is niet meer, na een lange strijd. Historie wordt in Duiven gesloopt en cultuur mag er niet zijn. Jammer, heel jammer.

Maar op de resten van het overgebleven schroot bloeit wat moois op, maar niet meer in Duiven. Van dit moois is de basis gelegd op de theaterboerderij ‘De Koeioneur’ waar de dochter des huizes, Roos, de artiesten heeft gezien en de vrijheid van de boerderij heeft mogen ervaren. Thans treedt ze op met haar band Roosbeef door het hele land. Onlangs is de CD verschenen met alleen al een prachtige titel: ‘Ze willen wel je hondje aaien maar niet met je praten.’

Een nummer van Roosbeef wil ik graag onder de aandacht brengen. Roos Rebergen beschrijft daarin op dichterlijke wijze de afbraak van haar boerderij. De nostalgie van ‘Ons dorp’ komt bij mij naar boven. Grote hulde voor Roos Rebergen, maar niet voor Duiven. Roosb(l)eef niet in Duiven en dat is jammer, heel jammer.