Begrip, van de dag(170) Retraite

yurt binnen

yurt buiten

RETRAITE

 

Op wikipedia heb ik even opgezocht wat ik aan het doen ben. Retraite is volgens wiki: een afzondering voor spiritueel zelfonderzoek en geestelijke oefening. Spiritualiteit is volgens de wikimeesters: in de breedste zin heeft spiritualiteit te maken met zaken die de geest (Latijn spiritus) betreffen. Het woord wordt op vele manieren gebruikt en kan te maken hebben met religie of bovennatuurlijke krachten, maar de nadruk ligt op de persoonlijke innerlijke ervaring. En dan komt mijn wetenschappelijke achtergrond naar boven, bij een goed onderzoek hoort een vooropgezet plan? Ik vind trouwens dat politicologie, mijn afstudeerrichting, weinig met spiritualiteit heeft te maken. Wel bedenk ik dat politici meer aan geestelijke oefening zouden moeten doen.

 

Een vooropgezet plan is er dus niet, misschien uitrusten maar dat heeft weinig te maken met spiritualiteit en we zeggen ’s avonds ook niet ik ga met retraite als je je bedstee opzoekt. Wat ben ik dus eigenlijk aan het doen? Gewoon even uit de realiteit stappen, de extra gewerkte dagen opsouperen en geen verantwoordelijkheid dragen dan alleen voor mezelf en dat is best gemakkelijk. En wat we dan vinden aan zelfonderzoek of geestelijke oefening dat zien we dan vanzelf wel. Misschien kunnen we een onderzoeksvraag vinden de komende dagen en die over een tijdje gaan uitwerken in een nieuwe retraite week. Strak plan lijkt me zo.

 

Toch was de weg ernaar toe best heftig. Met de fiets in de trein is niet supercomfortabel al had ieder station gelukkig een lift. Per ongeluk de verkeerde trein gepakt die niet in Hoogeveen stopte, dus in Assen met het boemeltje rechtsomkeer. Twintig kilometer in miezerige regen met een aanzienlijke tegenwind was niet gepland. Mijn baggerconditie ten spijt, het is me wel gelukt. De behuizing en omstandigheden waarin de retraite moet plaatsvinden zijn goed. Een gerieflijke yurt, geestelijke en niet-geestelijke bijstand, dat wil zeggen natje en droogje zijn geregeld. Nu alleen het weer nog. Wat hoor ik, het is droog kan ik lekker een sigaretje roken buiten. Roken, misschien kan ik daar iets mee de komende dagen. Zou een fijne bijkomstigheid zijn.

LEKKER WEG IN EIGEN LAND

Op afstand ben je dan bezig met het plannen van je reis naar Thailand. De vlucht is geboekt, maar nu de rest. Hoe gaan we reizen, welke steden gaan bezoeken. Kun je komen van A naar Beter en zo ja, is dat een beetje te doen. Met al die exotische namen is de vakantie al een beetje begonnen. En dan besef ik ineens dat ik nog nooit in Volendam ben geweest. Ik kan mijn bek breken over Ayutthaya, Chiang Mai of Kanchanaburi, maar Volendam, waar hele hordes toeristen voor naar Nederland komen, ken ik niet. Ik moest me tot dusver behelpen met de palingsound van Nick & Simon, Jan Smit en de 3J’s. Als je die samen hoort dan is er ook sprake van bekbrekende toeren, want hoe genetisch de Volendamse bevolking ook behept is met gouden keeltjes, ergens moet dat rechtgetrokken worden. Ze hebben allemaal een spraakgebrek.

Zijn er nog meer zaken die ik wil zien in Nederland? De meeste grote steden ben ik geweest en die steden die nog bezocht zouden kunnen worden, zijn vooralsnog niet uitnodigend. Delfzijl? Tilburg? Kerkrade, Geleen of Heerlen? Heerhugowaard? Geef mijn portie maar aan Fikkie. Maar er zijn naast Volendam vast zaken die mijn aandacht vereisen. Dat hoeft niet dit jaar, maar ooit, al weiger ik het een bucketlist te noemen, want dat woord haat ik. Bovendien ik kan er wel mee leven om nog nooit in Volendam te zijn geweest, maar een beetje nieuwsgierig ben ik wel. Even nadenkend kan ik het lijstje verder uitbereiden met andere bezienswaardigheden.

Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik ook nog nooit in de Keukenhof ben geweest, zelfs twijfel ik of ik wel echte tulpenvelden heb gezien. Misschien ooit vanuit het vliegtuig op weg naar een oord ver weg.
Wat me verder interessant lijkt om eens in Amsterdam Noord een kijkje te nemen. Mijn bezoeken aan Amsterdam per trein kenmerken zich door uit te stappen op het Centraal Station en na een heleboel puinhoop en bouwsels kom je een keer bij de grachten. Misschien is het inmiddels beter, maar zo vaak hoef ik niet in de hoofdstad te zijn. Maar de nieuwe architectuur en bouw van Amsterdam Noord wil ik wel eens zien, kan ik meteen Pampus bekijken, want nog nooit gezien.
Over architetuur gesproken, de gemiddelde Vinex-wijk interesseert me niet, Leidsche Rijn kan met gestolen worden, of Almere als een grote Vinex-stad van Amsterdam, maar wel ben ik benieuwd naar Kattenbroek in Amersfoort. Heb er veel over gehoord en het zou in de jaren 90 van de vorige eeuw baanbrekend zijn geweest. Ik ben benieuwd of ik dat ook zo ervaar, of dat er alle tientallen nieuwboekwijken lijken op deze wijk.

 

Nu heb ik als Feyenoorder meer met Rotterdam dan met Amsterdam, en als de drukte rondom de enerverende nieuw Markthal een beetje minder is, zal ik het zeker bezoeken. Maar de Euromast was zo’n weetje van de lagere school die onlosmakelijk verbonden is met de havenstad. Ik moet er maar eens naar toe. Net zoals het waddeneiland Schiermonnikoog, al is het alleen maar omdat je er niet met de auto mag komen. Dat lijkt me ook wel een aparte gewaarwording. De mij bekende waddeneilanden zijn sowieso de moeite waard is mijn ervaring, dus een keer naar Schiermonnikoog daar kan ik me geen buil aan vallen.
Op natuurhistorische gebied heeft Nederland niet zo heel veel te bieden, dus alle groepjes bomen die ze bos noemen, bekoren mij niet in het bijzonder, hoewel als je er loopt is het er vast heel aangenaam. Maar de Biesbosch, ik ben er nooit geweest. Als kind leerde ik over de St. Elizabeth-vloed in 1421. Een feitje dat ik nooit vergeten ben, maar het heeft nog niet geleid tot een bezoek aan de gevolgen van deze watersnood, de Biesbosch.
Naast ergens naar toe gaan zijn er nog een aantal zaken, die voor mij interessant zouden kunnen zijn of waarom buitenlanders naar Nederland toekomen. Een ervan is natuurlijk het Venetië van het Noorden, Giethoorn. Ik ben er regelmatig geweest, heb er zelfs in de jaren tachtig geschaatst. De omgeving is prachtig op de ijzers en Giethoorn is zoals ze dat plachten te zeggen, pittoresk. Maar ik ben vooral nieuwsgierig naar een ander fenomeen. Het schijnt een hotspot te zijn voor Chinezen, die er dan ook in grote getalen komen. Dat fenomeen zou ik wel eens willen observeren, hoe Giethoorn verwordt tot een soort China Town.
Verder, hoewel ik het tegenwoordig buitenlanders niet aanraad om per openbaar vervoer te reizen, wil ik nog wel eens van het noordoosten (Roodeschool) naar het zuidwesten en dan kom je uit bij Vlissingen. Alleen al om het gevoel te ervaren dat Nederland best wel groot is en dat reizen per trein een beleving is. Deze reis doet er ongeveer 5,5 uur over. Die andere van het noordwesten (Den Helder) naar het uiterste zuidoosten (Kerkrade) duurt slechts 4,5 uur. Met de NS dus een totaal beleving van Nederland.

Waar de meeste buitenlanders voor naar Nederland komen, heeft natuurlijk te maken met de (soft)drugs. Zelf heb ik nimmer wiet gekocht, laat staan gerookt in een heuse coffeeshop. (Voor het geval ik later minister-president zal worden en mijn verleden wordt doorgezaagd, ik heb wel eens softdrugs gebruikt en ook nog geïnhaleerd. Ik vond er gewoon niks aan, maar een keer relaxt doen in een coffeeshop zal ik nog wel eens willen, ooit. Als laatste en dat is misschien het wel meest kenmerkende van Nederland, maar er zal geen toerist ervoor naar toekomen, is ons calvinistische grondslag. Een sfeer kun je niet bezichtigen, maar slechts voelen, als je er tenminste vatbaar voor bent. Dus een bezoek aan een langdurige zware kerkdienst op zondag in Staphorst lijkt me ook een hele beleving.

 

Er is nog veel te doen en ik kan nog lekker weg in Nederland, echter voorlopig richt ik me maar op Thailand, al houd ik me aanbevolen om bovenstaande lijst nog uit te bereiden, graag hoor ik meer opties van lekker weg in Nederland.

 

Kakelkrant van Sprakeloos 73: OV-kaart ellende

 

Maandag 6 oktober 2014: De trein van kwart voor negen net gemist, tien minuten wachten op de volgende. Kan me even vermaken met mijn telefoon en ik ben getuige van een echtelijke kibbeltwist. Een ouder stel van rond de zeventig heeft ruzie met de digitale kaartjes en vooral met elkaar. Zij ziet het dagje uit ogenschijnlijk niet meer zitten met haar hangen schouders. Hij is vooral boos op de hele wereld en kijkt vooral boos naar zijn vrouw.

Dinsdag 7 oktober 2014: Het is wat winderig, maar een met regenjassen voorzien stel, zo te zien zussen van dik in de zeventig kijken glazig naar het stempelautomaat. Er boven staat nadrukkelijk ‘Buiten Gebruik’. Hoewel ze geen ruzie maken met elkaar, kijken ze mismoedig voor zich uit met een stuk papier in hun handen. ‘We vragen het wel aan de conducteur, ‘ zegt de oudste van het stel. De andere knikt:, Als er eentje is.’ Samen staren ze naar de vertrekkende trein die de andere kant op gaat.

Woensdag 8 oktober 2014: Ik hoef niet met de trein, maar moet wel boodschappen doen. Ik passeer daarbij het station en zie een groepje fitte zestigers, allen van vrouwelijke Kunne. Onder hen heeft zich een soort van akela ontpopt die omstandig uitlegt hoe zij de reisbescheiden heeft georganiseerd voor die dag. De anderen kijken gelaten en vertrouwen erop dat het goed komt. Ik zal het niet weten, want ik hoef, zoals ik al zei, niet met de trein die dag.

Donderdag 9 oktober 2014: Ruim op tijd voor de trein van kwart voor negen, dus ik mag nog even wachten. Een typisch babyboomstel komt met kaki-broek, stevige stappers en rode sportieve jassen, soort uniseks waarbij alleen de maten onderling verschillen. Zij is klein, hij is reusachtig met een rood hoofd. Ik dacht dat het misschien een ongezonde levensstijl was, maar het tomatenhoofd wordt waarschijnlijk veroorzaakt door opzichtige woede. Ze waren al een paar keer op en neer gelopen van de kaartjesautomaat naar de scanpaal. De kleine vrouw verdwijnt bijna in de pompeuze woede van haar levensgezel. Ze zeggen niets tegen elkaar.

Vrijdag 10 oktober 2014: Wederom een man en vrouw, potentiële omroep MAX liefhebbers, hebben woorden met elkaar. Nu laat de vrouw zich niet onbetuigd en verwijt haar man dat hij had moeten luisteren naar hun zoon. “Je had ze op de computer moeten activeren.” De man geeft haar van repliek:,, We hebben ze besteld via de computer, we moeten ze alleen maar scannen.” Dat scannen lukt blijkbaar niet. ‘Bovendien moeten we wachten tot het negen uur is.” zegt zijn vrouw jennerig. Ze stappen inderdaad niet in, mogelijk ook niet in de trein later. Ik zal het niet weten.

De week resumerend, vraag ik me af of het in de lucht zit, al die echtelijke twisten van allerlei bejaarden. Of zijn de mensen in Duiven boosaardiger of stommer dan in andere regio’s omdat ze geen weet hebben hoe te reizen met de trein. Maar ik weet heel goed dat een dagje uit met het openbaar vervoer geen sinecure is tegenwoordig, zeker niet voor ouderen. Ze begrijpen het vaak niet, Duivenaren zijn geen negatieve uitzondering hoor. Mijn ouders bijvoorbeeld zijn al drie keer met de auto naar Deventer gereden om hun kaart te activeren of anderszins de trein-hocusspocus te ontrafelen. Ze zijn niet zo sterk met de computer, want inmiddels tachtig. Ze willen het nog wel graag zelfstandig doen, heeft iets met autonomie te maken. Zolang ze vooral nog met de auto reizen, laat ik het ook maar zo. Maar ik voel heel erg mee met hun frustraties en soms zelf woede op de eens zo betrouwbare vervoerder.

En als ik diep in mijn ziel kijk, vind ik het ook een gedoe. Spontaan reizen is er niet meer bij. Noodgedwongen hebben we in ons gezin een gepersonificeerde OV-kaart omdat een trajectabonnement noodzakelijk was, nota bene ook nog bij een andere vervoerder dan de NS. Tel uit je winst. We zullen er waarschijnlijk toch aan moeten, want voor reisdeclaraties bij je werkgever heb je bewijzen nodig. Een onpersoonlijke OV-kaart is niet toereikend, of je moet die laten uitlezen op het station. Dat kan heb ik me laten vertellen, maar ik denk: Een hoop gedoe en mogelijk zullen ze daar een vergoeding voor vragen. En als het nu nog niet is, dan wel in de toekomst. Een dagkaartje, dat kan, maar een euro extra per rit. Ik zal het woord dieven niet in mijn mond nemen. Bovendien wil ik helemaal niet dat mijn reisgedrag geregistreerd staat bij welke instantie dan ook, laat staan bij die klaplopers van de NS. 16 miljoen hebben ze al ‘verdiend’ aan het vergeten uit te checken. Op sommige trajecten mag je trouwens voor een retourtje soms wel dertig keer in- en uitchecken. Ronduit belachelijk en zeker niet ontspannen voor een dagje uit voor veel mensen die dan gebruik maken van de trein.

Ik ben wel de laatste die compassie wil prediken voor babyboomers, maar eigenlijk zou die zelfbenoemde protestgeneratie massaal moeten gaan zwartrijden onder de bezielende begeleiding van omroep MAX. Want het hele instituut NS met zijn privatiseringsgedoe is toch een grote catastrofe voor een gemiddelde sterveling. Voor het promoten van het OV hoeft geen geld meer uitgetrokken worden, want dat is bij voorbaat verspilde moeite. Toeristen maak je ook niet lekker met ons OV-stelsel. Zelf heb ik het afgelopen jaar al twee keer kaartjes voor bezoekers uit ons buurland voorgeschoten. Ik pinde en zij betaalde mij met heuse euro’s. Ze bedankte me hartelijk, maar bij mij stond het schaamrood op mijn kaken. Ik moet hen bedanken dat ze ondanks de trein toch nog naar Nederland komen. En hoe gaat dat straks met al die stations, die zogenaamd een onderdeel van de stad moeten worden. Je hebt een OV-kaart nodig om de poortjes te openen in de nabije toekomst. Niets meer gezellig doorgangen, maar in kilte wachten op treinen die te duur zijn. Ik zal vast een ‘grumpy old man’ zijn met mijn 48 jaar, het zij zo. Deze balkonmuppet vindt de NS wel een van de meest uitgerangeerde bedrijven in Nederland en toch moet ik er helaas regelmatig gebruik van maken.

De NS als metafoor voor de zemelende Nederlander

We kunnen naar de maan en nog veel verder. Op grote afstand weten we precisie-bombardementen uit te voeren en de gemiddelde mobiele telefoon is een toverkastje, maar de NS laat het traditioneel afweten bij de eerste de beste tegenslag. Beloftes worden jaar in jaar uit gebroken met als gevolg briesende ministers en staatssecretarissen die met het schaamrood zich moeten verantwoorden bij de Tweede Kamer.

 

En als een pavlowreactie keert de hele Nederlandse opinie zich tegen de Nederlandse Spoorwegen en/of Prorail. Het zijn hoogtij dagen om onze Nederlandse volksaard tot wasdom te laten komen: zeuren, zeiken en zemelen. Off the record, een goeden tip voor de heer Wilders om niet met het onzalige idee te komen de Elfstedentocht tot nationale feestdag uit te roepen, maar de dag dat de eerste stremmingen bij het spoorwegverkeer zich openbaren. Dan ben je ieder jaar verzekerd van een feestje op nationaal niveau: De verenigde nationale ontevredenheidsdag.

Ik ga de NS in winterse dagen zeker niet vergoelijken, integendeel, want het verbaasd mij ook, al besef ik dat in Nederland de spoordichtheid ongeëvenaard is. Maar als we eens naar de essentie van van het probleem gaan. Vroeger had een NS-er een zekere status, kinderen wilden conducteur of treinmachinist worden, de werknemers hadden een baan voor hun leven, waarbij je je kon afvragen wie belangrijker was de partner of het spoor. Ik herinner me eind jaren tachtig nog goed, mijn inmiddels Poolse schoonzus prepareerde zich altijd op tijd voor een treinreis, want je wist maar nooit wanneer de trein zou komen. Wij lachten haar uit, de trein rijdt gewoon op tijd. We twijfelden niet eens. Goed, het was wel een staatsbedrijf en dat is heel erg.

Sindsdien zijn er inhaalslagen gemaakt onder de noemer van privatisering, rationalisering, specialisaties met als gevolg meer directeuren en (deel)verantwoordelijken. Communicatie tussen de verschillende onderdelen wordt steeds belangrijker want binnen de grote moloch Nederlandse Spoorwegen blijken enorme belangentegenstellingen te ontstaan. We gaan vooruit met al die modernisering, maar niet als er een vlokje sneeuw valt. De essentie van het probleem is volgens mij het ontbreken van bezieling. Niemand heeft meer overzicht ondanks de vergaande digitalisering, of misschien wel dankzij de digitalisering. Werknemers zijn niet meer betrokken genoeg. Ze voeren hun deel uit en zijn klaar. Ze kunnen (of mogen) niet meer over de muur van een andere afdeling kijken. De NS is ontzield en heel Nederland constateert dat en met slecht weer komt er een tsunami van klachten.

Maar ik wil het volgende vragen aan de hulpverlener in de geestelijke gezondheid, of aan de docent op de middelbare school, of aan de politie-agent, eigenlijk allen die gebruik maken van de Nederlandse Spoorwegen en lustig mee-ageren tegen de NS. Kijk naar uw eigen beroepspraktijk. Hoeveel docenten klagen niet over het feit dat ze niet meer aan les geven toekomen? Het is geen zeldzaamheid dat een mentor van een middelbare school in geval van een ‘probleemkind’ zijn kostbare lestijd moet opofferen voor gesprekken met wel vijf verschillende instanties zonder dat het iets oplevert. We gaan vooruit met die modernisering, maar het onderwijs wordt niet beter. En dan de treinreizende hulpverlener in de GGZ (mijn stokpaardje). Ze moeten zeker iets in bovenstaand verhaal over de NS herkennen: Geen bezieling, fragmentatie van de werkzaamheden, ‘succesjes op deelgebieden’ maar het zicht op de context kwijt zijn. En misschien wel het allerergste, berusting door onmacht, want het is niet anders.

Gelukkig zijn wij als Nederlandse bevolking niet zo, wij berusten niet en klagen er lustig op los als het om de NS gaat. Maar is er niet een bijbelse wijsheid dat je pas klaagt over de splinter bij een ander als je je eigen balk verwijderd hebt? Ik zou zeggen aan alle lezers, doe wat aan die balk.

(NB. En ik heb het zeker niet over het Friese Balk, een van de crisisplaatsen voor de elfstedentocht)

 

 

Omdat ook de GGZ ter sprake komt,  zal dit stuk ook geplaatst worden op ons weblog http://www.dolgedraaid.wordpress.com