Dutch male pussy’s with power

Thailand krijgt een vrouw als premier, Yingluck Shinawatra. Nu ook Thailand, al is ze de broer van. Enige jaren terug, toen het er naar uit zag dat Ségolène Royal de huidige Franse premier Sarkouzy zou doen verbleken, maakte ik al eens een kleine opsomming. Vrouwen op de hoogste posten in de Scandinavische landen is eerder regel dan uitzondering. In het conservatieve Engeland galmt het feminiene van Margaret Thatcher nog door in de 21e eeuw. De Duitsers hebben Angela Merkel. In Zuid-Amerika is inmiddels ongeveer de helft van de presidenten een vrouw. Het zwaar Islamitische Pakistan is al door een vrouw geleid, de Filippijnen idem dito en welk zich zelf respecterend land heeft geen vrouwelijk chef of the country gehad? Sinds gisteren doet Thailand mee, maar Nederland? Beatrix tel ik natuurlijk niet mee. Ik vraag het me af of ik het in mijn leven nog mee ga maken. Statistisch moet ik nog een kleine 35 jaar mee gaan, mijn rookgedrag daargelaten, dus mijn verwachtingen zijn niet hoog gespannen op dit gebied.

Dat gelul over dat glazen plafond dat deugt niet meer, want als het in vele landen kan, waarom dan niet in Nederland. Wij zijn echt geen betere glasblazers dan elders in de wereld. Vrouwen zijn, zeggen feministische kenners, niet ambitieus genoeg in Nederland. Zij verkiezen kinderen boven carrière, prefereren deeltijdbaantjes en hebben het dol op het schoolplein met hun VINEX-vriendinnen. Waarom is dat in Nederland zo anders?

Ik denk het geheim te kennen. Wij Nederlandse mannen zijn misschien wel de grootste watjes ter wereld, echte non-macho’s en geboren softies. Dat lijkt een vreselijk pakket aan verderfelijke eigenschappen en dat is het natuurlijk ook. Het heeft echter ook voordelen. Naast de vrouwelijke communicatieve touch die ons geëmancipeerd maakt, zorgt het ervoor dat vrouwen een loer wordt gedraaid. Die vermeende zachtheid zorgt ervoor dat zij minder ambitieus worden, minder hoeven te vechten voor hun positie en sneller tevreden zijn met kroost en zelfontplooiing in afgepaste deeltijdbaantjes. Dolletjes, vooral voor ons mannen. We hoeven onze posities niet af te staan en worden niet versleten voor een stelletje ploerten. Goed we zijn geen macho’s, maar wel mannetjes met macht en positie. Zo zit dat in Nederland en niet anders. En ik denk dat het goed is.

Met heel mijn hart, ik heb u TOCH lief, mijnheer Rutte

Wat doet een normaal mens op een zweterige avond achter zijn computer? Zich verbazen over weer zo’n rare kabinetsmaatregel dat 35 procent van de muziek op Radio 2 Nederlandstalig moet zijn. Alsof dat zo moeilijk is, maar het feit dat volwassen clowns die zichzelf serieuze politici noemen, met dat soort zaken bezig zijn.

Goed ik ben ervan overtuigd dat het Nederlandse lied veel te bieden heeft. Eind 2009 vroeg ik aan de Volkskrantblogger om hun voorkeuren op te sturen. De respons van een kleine dertig mensen leek leuk, maar daar stel je geen top 40 mee samen. Met veel kunst en vliegwerk kwam ik tot de volgende samenstelling. (ik heb geen zekerheid of alle linkjes het nog doen)

Herman van Veen – Liefde van Later (Ik hou van jou)

Daniël Lohues –Hier kom ik weg

Acda en de Munnik – Andere Maan

Klein Orkest – Later is al lang begonnen

Ben Cramer – De clown

Boudewijn de Groot – Avond

Twarres – Wêr Bisto

Wim Sonneveld – Het Dorp

Paul de Leeuw – Vlieg met me mee naar de regenboog

Skik – Op Fietse

 

Ook genoemd werden de volgende nummers

Conny VandenBos – Ik ben gelukkig zonder jou

Conny VandenBos – Ome Arie

Conny VandenBos – Ik zal er zijn als jij het vraagt

Ramses Shaffy – Sammy kijk omhoog

Ramses Shaffy – Laat me  2x

Ramses Shaffy – Joshua, Joshua

Verdronken Vlinder – Boudewijn de Groot

Wim Sonneveld – Tearoom Tango

Herman van Veen – Hé, kleine meid op je kinderfiets

Jacques Brel – Het vlakke land

De dijk – Mag het licht uit     2x

Ede Staal – Hoogeland

Gerrit Dijkzeil – Geld, drank en lekkere wijven 

Circus Custers – Monica

Circus Custers – Wilde Ganzen

Liesbeth List & Ramses Shaffy – Pastorale

Leen Jongewaard & Andere van den Heuvel – Op een mooie Pinksterdag

Boudewijn de Groot – Meisje van 16

Gerard Cox – Het is weer voorbij die mooie zomer

Egbert Douwe – Kom uit de bedstee mijn liefste

Lenny Kuhr – De Troubadour

Rob de Nijs – Malle Babbe

Doe Maar – Is dit Alles

Het Goede Doel – Vriendschap

Johnny Hoes – O was ik maar bij moeder thuis gebleven  2x

Zangeres zonder Naam – Ach vaderlief (toe drink niet meer)

Anneke Grönloh – Brandend Zand

Peter Blanker – ’t Is moeilijk bescheiden te blijven

De dijk – Onderuit  2x

Wilma – Zou het erg zijn lieve opa

Ge Reinders – Bloasmuziek

Henny Vrienten – Blij en Bang

Herman van Veen – Wie heeft de zon uit jou gezicht gehaald

Rowwen Heze – November

Jack Poels/Nynke Laverman – Droemvlucht

Frank Boeyen – Kronenburgpark

Jacques Brel – De Burgerij

Limburgs volkslied – Groenbrons eikenhout

Johnny Jordaan – Bij ons in de Jordaan e.a.

Louis Davids – Zuiderzeeballade

Theo Nijland – Wanneer gaan we weer naar huis

Theo Nijland – Boerenjongensverdriet

Brigitte Kaandorp – Blijf altijd bij me

Brigitte Kaandorp – Ik ben hem kwijt

Marco Borsato – Dochters

Leeuwenhart (close harmony) – Kindje van een zilvr’n maan

Och mijnheer Rutte, u bent toch verantwoordelijk voor dit rariteitenkabinet, u gedoogd dit zaakje, u houdt de liberale principes op de rails, u bent de premier van alle Nederlanders. TOCH! O nee, dat nadrukkelijke toch hoort bij uw voorganger. Voor u en alle andere Nederlanders, medelanders, landgenoten, allochtonen, autochtonen en lijstje NL muziek. Ik stel het maar vast samen mocht u op het idee komen Twitter ook aan benepenheid te onderwerpen. Regeren is vooruitzien, TOCH. Wat doet u nu mijnheer Rutte? Ja geachte landgenoot, u spreekt wijze woorden: Regeren is vooruitzien, die moet ik onthouden.

Nederlanders, opnieuw de Chinezen van Europa?

Ik wil niet stigmatiseren, maar soms vind ik ons een stelletje viespeuken. Op school leerde ik dat wij de Chinezen van Europa zijn. Dat werd dan met gepaste VOC-trots gezegd, want wij Nederlanders weten altijd onze handeltjes wel ergens weg te halen. Nu ervaar ik ons nog steeds als de ‘Chinezen’ van Europa, maar ik constateer dat met een diepgeworteld ongenoegen. Want sinds wanneer spugen wij zo massaal in het publieke domein?

Is dat u nu ook opgevallen dat we de laatste tien jaar behoorlijk van ons af spritsen. Het kan u haast niet ontgaan zijn. Vaak zie ik groepen jongeren, onachtzaam langs sjokken en met enige regelmaat wordt achteloos overtollig speeksel weggezeild. Soms gaat daar zelfs een uitgebreid keel- en neusconcert aan vooraf en worden omstanders getrakteerd op een fluim die een kwart stoeptegel beslaat. Gelukkig zijn dit uitzondering, maar niet minder onsmakelijk als je ’s morgens op de trein staat te wachten. Nee, waar ik me hogelijk over verbaas is de achteloosheid waarmee veel jongeren (en in dit kader hanteer ik het begrip jongere tot de leeftijd van zo’n 35 jaar) te pas en te onpas van zich af tuffen. Meestal zijn het mannen, maar tot mijn grote leedwezen is een substantieel deel van de spritsers ook vrouw. En ik garandeer u dat mijn wereldbeeld wankelde toen ik een bloedmooie bakvis, haar hakken tikkend op het trottoir, even opzij kijk en een beetje mondinhoud aan de openbaarheid gaf. De nonchalance waarmee ze vervolgens heupwiegend doorliep met een air van er is niets aan de hand, verbaasde mij misschien nog wel het meest.

Waar is het misgegaan in de Nederlandse samenleving dat we de onsmakelijke gewoonte van de Chinezen hebben overgenomen? Het kan toch niet de fluim van Frank Rijkaard op de Duitse voetballer Völler(1990) zijn geweest die we met zijn allen zijn gaan waarderen als zijnde een verzetsdaad tegen de bezetter. Als hommage aan Rijkaard ketsen we er publiekelijk maar op los? Zo groot acht de invloed van de voetballer niet, hoewel zijn jongere collega’s week in, week uit ook geen stichtend voorbeeld zijn. Trouwens ik vraag me ter plekke af, volleyballers en basketballers spuwen toch ook niet aan de lopende band, maar dit terzijde.

Waar de Chinese autoriteiten tijdens de recente Olympische Spelen getracht hebben hun eigen bevolking op te voeden door het publiekelijk rochelen te verbieden, neemt het hier hand over hand toe. Wat is de psychologische achtergrond van deze noviteit. Goed, vroeger gebeurde het ook wel, maar het werd vooral gezien als iets van boeren en lomperiken. Nu ben ik opgegroeid in een landelijke omgeving, maar het was toch algemeen gangbaar niet te spugen, al nam niemand het een oud pruimend mannetje kwalijk dat hij zijn diepbruine inhoud af en toe moest lozen. Het waren uitzonderingen en toen al iets van heel vroeger.

Hebben we soms een hekel aan onze omgeving, de grond waarop we lopen, dus bespugen we het? Of is het een nieuw elan van aanpakken met zijn allen, handen uit de mouwen, spuug in uw handen, rug rechten en aan het werk. We komen er wel uit in tijden van crisis, van welke aard dan ook. Maar voorlopig ziet het er niet zo uit en blijf ik het uitermate smerig vinden, een antropologische crisis als het ware. Ik hoop dat we in de nabije toekomst geen mondiaal spektakel naar ons land halen, want dan zouden we de Chinezen, of all people, moeten inhuren, om ons van dat onsmakelijke gedrag af te helpen.

Spugen, ik spuug erop.