Plaatjes en Kletspraatjes: De Catwalk lonkt!

Met kleding kopen ben ik heel gemakkelijk. Binnen een minuut weet ik wat ik wil, en vooral wat ik niet wil. Ik moest een broek. Maar ik was nu niet alleen en dan wordt het in de regel iets gecompliceerder. Mijn ongelooflijke koopsnelheid wordt dan geremd door ,,O dit is leuk!, of dat kan absoluut niet! of nog erger ,,Dit is helemaal in!” Vooral die laatste opmerking slaat bij mij helemaal dood. Als ik twee jaar geleden een broek mooi vond, dan vind ik het nu nog steeds mooi ook al zeggen ze op TikTok, in Milaan of het modeblad KNIP dat een broek die ik mooi vind zo 2021 is, dan word ik recalcitrant. Natuurlijk ga ik niet in een wijde rode tuinbroek uit de jaren zeventig lopen. Niet omdat het uit de jaren zeventig is, maar omdat ik niet van een wijde rode tuinbroek houdt. Nu niet, tien jaar geleden niet en over 20 jaar nog steeds niet.

Na twee winkels had ik er al genoeg van, maar gewillig liet ik me meevoeren naar nog een winkel. Ik moest nog steeds een broek. Een vriendelijke dame met winkelpekinees monsterde ons en schatte ons in. ,,Ik wil een broek.” Ze trok mijn polo een beetje omhoog om te kijken welke maat ik had. Samen kwamen we uit op maatje 36, of maat 36 zo u wilt. Ze legde me uit dat ze ieder klant qua postuur vergeleek met haar echtgenoot en ze  zat er zelden naast. De eerste de beste broek die ze pakte beviel me. Ze wees me voor de zekerheid nog op een artificiële beschadiging. Ik kon er mee leven, modieus of niet, zolang er maar geen gat in zit. Hij paste, zat lekker en eigenlijk een beetje te lang. Maar geen nood, de mode schrijft voor dat het omslaan van de broek in is. Mijn recalcitrante ik wilde reageren, maar och. Ze bracht het vol overtuiging en mijn eega was blij met een medestander om mijn eigenwijze modebeeld een beetje bij te schaven. En toen kwam het, hoe ze het wist weet ik niet, maar ze wilde me een wit overhemd laten passen. Om te laten zien hoe je die, ondanks wat welvaartsproblemen rond de navel, goed kunt dragen. Ik houd van witte overhemden. Netjes met het overhemd in de broek kwam ik aan paraderen. ,,Nu moet ik even met de hand achter je broekrand, vind ik niet erg hoor!? Mijn hele Victoriaanse inborst protesteerde, maar allez, mijn vrouw was erbij dus ik voelde me veilig. Mijn mouwen werden eigentijds in orde gebracht, een paar kekke schoenen voor het plaatje, een bijpassende riem en twee kettinkjes om het zaakje te complementeren.

En het plaatje kwam. Mag ik een foto maken voor Facebook en Instagram? Dat is een slimme zeg, je geeft de eerste de beste Sallandse boer het gevoel dat ie fotomodel is en hij wordt zo toegeeflijk als wax. Ik zei al, de dame monsterde ons en heeft dat goed gedaan. Ik een meegaand type en mijn vrouw die met mij als lijdend voorwerp graag wat mode-educatie in mij wilde pompen. Met een belangrijk deel van de outfit liepen we de winkel uit en we hebben ook de foto’s nog. Al met al een geslaagde vakantiedag en stof tot nadenken om mijn loopbaan misschien nog een andere draai te geven. Wie weet word ik nog wel een modepoppetje, of modepop zo u wilt.

Begrip, van de dag (183) Drol op je kop

 

 

 

DROL OP JE KOP

 

Ineens was het er. De drol op je hoofd is hip. Uit de boeken over indianen, bijvoorbeeld de laatste der Mohikanen, ken ik de plaatjes van woest kijkende krijgers met een drol op hun hoofd. De lange sluike haren worden tot een klein drolletje verwerkt op de hersenpan. Echt belachelijk zag het er niet uit, want je had immers het beeld van de stoere krijger op je netvlies. Een enkel onafhankelijke autonoom van het type eenling, dwaas of recalcitrant had hem ook. Maar mode was het zeker niet. Nu wel, we zien het dagelijkse op de tv met Zlatan Ibrahimovic en Bale als voorbeelden. Nu schijnt het bij Bale ook bedekking te zijn voor een kale plek. Bij Zlatan weet ik het niet.

Wie bedenkt nu zo iets. Vrouwen hebben ook knotten en knotjes in alle maten. Die zijn niet per definitie mooi, maar de meeste vrouwen hebben voldoende haar om er iets van te maken en ze nemen bovendien de tijd. Mannen hebben de haardos meestal niet en gezien de creaties op hun hoofd nemen ze de tijd ook niet. Waarom dan toch? Met een haardspeld, kram of van mijn part een postbode-elastiek draaien ze een drol op hun kop, of meestal een drolletje. Het ziet er niet uit, ook niet als je de ongenaakbare Zlatan bent. Sterker nog, je weet nu al dat in terugblikprogramma’s op tv in 2031 meewarig wordt gekeken. ”Och weet je nog, 2016 van die uitvergrote konijnenkeutel op de kop!” Hoe konden ze het bedenken?

Dat de meeste mensen niet zelfstandig kunnen nadenken is een publiek geheim. Dat voor het uiten van een geheel zelfgekozen en onafhankelijke zelfbeeld en lifestyle blijkbaar iconen nodig zijn, voetbalsterren of muzikanten, is het logische gevolg. Vroeger zeiden ze nog: “Als Pietje in de sloot springt, spring jij toch ook niet in de sloot?” De levensles was duidelijk, denk zelfstandig na. Nu is dat niet meer. We hebben van overheidswege allerhande schoonheidscommissie als het gaat om woningbouw en regels. Ik pleit niet voor nog meer regels, maar soms zou je toch een soort van commissie van waarden, normen en esthetiek mogen verwachten. Ja, want vooral dat laatste, mensen denken echt dat het mooi is, dat ze origineel zijn en dat ze het bovendien zelf bedacht hebben. Naast strijd tegen de hondendrol, zeg ik: BAN DE KOPDROL!!!

De scheurspijkerbroek, om je te bescheuren!

 

Ik monster de spijkerbroek van een collega. Hoewel zonder foute bijgedachten, zal ik zeker te lang hebben gekeken. De broek zit vol met scheuren. Ongetwijfeld is de compositie van scheuren zorgvuldig bij elkaar gebracht. Het is mode en al enige jaren. Ik durf niet te beweren of de scheuren in de jeans in 2010 anders gecomponeerd zijn dan in 2014.

 

 

Enkele weken terug had ik met mijn zoon, die zich ook een scheurenbroek had aangemeten, een discussie. Uiteraard niet over de scheuren zelf, ik begrijp dat ik, hoe absurd ik het kopen van een scheurenbroek ook vind, die discussie niet kan winnen. Ik sprak met hem over de grootte van een van de gaten. Ik opperde dat zo’n gat snel veel groter zal worden. Bovendien, hoewel de winter nog niet streng was, vreesde ik de kou voor het gestel van mijn zoon. De wind zou vrij spel hebben over zijn linkerbovenbeen. Ik begreep er niets van, maar vond dat wel best.

,,Is er iets?” vraagt mijn collega. Ik herhaal de discussie enkele weken daarvoor met mijn zoon. Ze beaamt dat bij het aantrekken van de broek enige voorzichtigheid geboden was, want de kleine teen kan ongemakkelijk blijven haken. Buiten dat zoiets pijnlijk kan zijn, is verder uitscheuren niet ondenkbeeldig. Verder kan ze me niet uitleggen waarom zo’n broek nu mooi is en gedragen wordt, ook door haar.

Ik probeer die vraag voor mezelf te beantwoorden. In vroeger tijden was een scheur natuurlijk niet wenselijk, zelfs een ramp voor arme gezinnen. Menig vlijtig huisvrouw was derhalve heel handig met draad en naald om scheuren te herstellen en gaten te verhelpen. Soms moesten er nieuwe stukken gezet worden op knieen en ellebogen. Ook dat heeft geleid tot modetrends waarbij nieuwe kledingstukken werden verkochten met stukken (!?!). Nu dus met de spijkerbroek die gescheurd moet zijn. Ondanks de crisis, dragen de meeste dragers de gescheurde spijkerbroek niet uit armoede. Wat is in deze het ‘retro-gevoel’ bij dit kledingstuk?

Is het sexy, is het stoer? Ik google en kom op enkele beduimelde fora die dit vraagstuk bespreken. Inderdaad, veel verder dan dat het ‘gûwôhn’ cool is, komen de meeste bakvissen niet. Vind ik het zelf stoer? Eigenlijk niet, al zie ik er wel veel stoere jongens in lopen zoals mijn zoon, maar dat heeft niets met het kledingstuk te maken. Is het sexy, stukjes blote benen of soms zelfs billen te zien? Misschien, hoewel er kledingsstukken op grote voorraad te koop zijn die veel meer bloot vrouwenvlees laten zien. Dus dat kan niet de reden zijn. En zoals met meer modetrends, ik leg me erbij neer. De mening van een onmodieuze ‘midlifecriser’ is in deze niet relevant. Echter wat mij triggert, is de massale adhesie bij groepen (jonge) mensen om zoiets in een keer leuk te vinden.

Het is eigenlijk bizar dat er ogenschijnlijk een macht in/boven de mensheid aanwezig is, die ons dingen laat doen die rationeel niet te bevatten zijn. Want wees nu eerlijk, het dragen van een gescheurde spijkerbroek heeft weinig rationeels, het kopen ervan is zelfs bovenmatig irrationeel. Als je dan toch zo nodig als een zwerver erbij wilt lopen, dan scheur je toch een oude spijkerbroek en gaat er geen geld aan uitgeven. Nu heb ik al ‘vodden’ gezien die een heel palet aan draadjes geven. De term ‘ton sur ton’ komt bij mij naar boven. Geinig hoor, maar geld hieraan uitgeven, ik begrijp het niet. Om mezelf van repliek te dienen, gooi ik de termen mode & marketing in de discussie. Misschien is dat de sleutel, maar toch vraag ik me af of alles dan maar geslikt wordt door de modieuze mens?

 

Nu zijn het gescheurde spijkerbroeken, vorig jaar het laaghangende kruis en ooit de foeilelijke broekrokken. Heeft de moderne mens dan geen vrije wil? Of denken we allemaal hetzelfde, zijn we helemaal niet zo uniek? Als er maar genoeg reclame, of zelfs misleidende propaganda tegenaan wordt gegooid, dragen we alles? En dan niet omdat het moet, maar omdat we blijkbaar ergens voelen dat het ook nog mooi is? Dus, om maar een dwarsstraat te noemen zonder in extremen te schieten, als die grote onbekende macht in/boven de mensheid bedenkt dat we allemaal een handdoek als assecoires mee moeten tronen, dan kan zoiets in enkele jaren bewerkstelligd worden. ,,Gûwôhn, lekker nonchalant een rood handdoekje over je schouders laten waperen, is heel handig en kleed zo lekker af.” Voor de feestdagen wordt een witte voorgesteld en voor jonge kinderen is een fluoriserende helemaal vet. Het lijkt raar, maar zo moet het toch ook gegaan zijn met de scheurspijkerbroek. Mijn conclusie is dat de mensheid, inclusief ikzelf, geen eigen mening heeft als het gaat om mode(grillen). De mens is blijkbaar niet in staat om na te denken. Ik dan wel een beetje meer dan de gemiddelde mens, want ik draag geen scheurspijkerbroek.

 

Bericht van een modehork. Of toch een kenner.

En soms komt de hulp uit onverwachte hoek en dat is fijn. U kunt zich voorstellen dat van een gemiddelde man de kennis en kunde op het modevlak door de andere sekse niet hoog wordt aangeslagen. Ik kan er mee leven en ze hebben groot gelijk als het om mijn persoontje gaat. Ik weet er weinig van en het interesseert me ook niet zo. Natuurlijk kijk ik wel om me heen, als het om mijn eigen kleding gaat, maar ik vind ‘middleoftheroad’ meestal goed genoeg. Ik ben inmiddels getrouwd en wervend gedrag hoef ik niet meer te vertonen en bovendien geldt: “Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.” Spreekwoordelijke tegenargumenten in de vorm van: “Kleren maken de man”, glijden moeiteloos langs mijn confectiekloffie af.

Toch ben ik af en toe een beetje op de hoogte, ik kijk in ieder geval wel om me heen en vind nog wel eens wat. Maar zoals ik zei, een autoriteit op dit gebied ben ik niet, dus wie luistert er naar mij.

Zo ben ik bijvoorbeeld een uitgesproken tegenstander van broekrokken die eind jaren zeventig in zwang raakten. Mijn afkeer was dusdanig groot, dat ik dit niet eens onder woorden kon brengen. Gelukkig zijn het slechts enkele hippe dames uit de Biblebelt die zich nog durven te tonen in deze kledij. Ik heb bovendien een hartgrondige afkeer van wijde pijpen. Dit kan ik wel verklaren, want met het hippiedom heb ik niet zo veel.

Het gebruik van leggings heeft ook, in mijn optiek, grootschalige beperkingen en is voor de meesten sterk af te raden. Ik heb sowieso ernstige twijfels bij zulke strakke kleding, voor hem en haar. Want wanneer je je kunt afvragen of je bloter bent zonder kleding, of met die nietsverhullende leggings, dan zit je fout. Maar dit terzijde.

Ik ben nooit op de hoogte van de aanstaande mode, mode overvalt me meestal. Als het om mezelf gaat, word ik pijnlijk geconfronteerd met te nauwsluitende shirts en overhemden. ‘Die is wel getailleerd’ hoor ik een winkeldame dan al roepen. Gelukkig meestal op tijd, zodat ik me er niet in hoef te wurmen als een volle varkensrollade. Was er vijf jaar geleden ook al ‘getailleerd’?

Ook het straatbeeld is soms in één keer anders, alsof er afspraken gemaakt worden op een geheime plek, waar ik blijkbaar niet uitgenodigd ben. Enkele jaren terug was het blijkbaar noodzakelijk om massaal je bouwvakkersdecolleté te showen, voor hem en haar. Belachelijk, het zit niet lekker zo’n zakkende broek. Jongens en jongensachtige mannen lieten daarbij niet zelden een exclusief duur onderbroekenmerk zien, nog belachelijker. Vrouwen lieten de wereld massaal weten dat ze een reetveter droegen. De zin van een reetveter is me tot op de dag van vandaag niet duidelijk en ik hoef het ook niet te weten. Gelijktijdig moesten de navelpiercings gepromoot worden. U begrijpt het al, ik was slechts zeldzaam een liefhebber.

Ook harembroeken vind ik het toppunt van vervuiling van de openbare ruimte en in een onhebbelijke bui zou ik kunnen uitroepen dat ze verboden moeten worden. In landen waar de sharia heel gebruikelijk is begrijp ik de ratio van een harembroek nog wel, maar waarom zouden we die hier tolereren?

Heel recent schijnen vrouwen zich uiterst hip en hot te voelen in een modernere versies van de harembroek, namelijk de harembroek in denim. Als ze dan gedragen worden met laarzen tot of soms zelfs boven de knieën, dan komt mijn geschiedkundige kennis goed van pas, want ik krijg allerlei rare associaties met de Tweede Wereldoorlog en het Derde Rijk van Hitler. En als ik dit van me af kan zetten, blijft de prangende vraag over: ‘Heeft ze nu in de broek gedaan of niet?’

En wat schetst mijn verbazing toen mijn vrouw lachend een stukje uit de Elle (Maart 2011, pagina 102) voorlas, mijn gelijk wordt door dit blad bevestigd.

Ik citeer letterlijk:

‘Mannen en mode zijn twee hobby’s die niet echt te combineren zijn. Ben je op je hipst uitgedost in een luipaardgewaad dan wel bloemensalopette gecombineerd met torenhoge fluoplateaulaarzen (?) waarvan je zelf dacht dat ze reuze sexy waren, en de mannen in je omgeving schieten onmiddellijk in de fight or flightpositie.’

Of

‘Vrouwen die wij vereren om hun uitgekiende cocktail van nonchalance en up-to-the-minute stijlvermogen vindt hij meestal raar en soms zelfs afstotelijk.

De conclusie van het stuk is dat mode voor vrouwen is en dat ook maar zo moet blijven. Een open deur uiteraard, want dat wist ik al. Echter mijn modegevoel is op één vlak feilloos: “Wat ik nu afschuwelijk, let op draagsters van denim spijkerbroeken, vinden veel dames soms een jaar later al, afschuwelijk.”

Dat ik zoiets heb kunnen dragen, onbegrijpelijk.

Mind my words.