Mijn filmblik op Parasite

20200420_160030

Een trailer kwam langs en een interview met de regisseur, bood voldoende aanknopingspunten om de Koreaanse film Parasite in de bioscoop te bezoeken. Niet meteen met hele hoge verwachtingen, maar voldoende voor een avondje bioscoopplezier. In mijn omgeving waren er ook mensen die de film wilde zien, dus dat gaf al de voorpret om erover van gedachten te wisselen. Even later werd de film dè winnaar van de Oscar voor beste film, nota bene als niet Amerikaanse film. Dan moet ie wel heel goed zijn. De beslissende factor om de woorden in daden om te zetten was de reclame die Mr. Trump maakte door zijn walging uit te spreken dat het geen Amerikaans product is. Op naar de bioscoop dus. Maar dit was in het laatste jaar BC, Before Corona. Inmiddels zijn de bioscopen gesloten. Ik weet niet eens of de film het in Nederland wel goed heeft gedaan. Een collega is voor een tweede keer geweest, dus aan hem kon het niet liggen. Hij vermoedde een diepere laag die de tweede keer pas duidelijk zou worden. Ik moet het hem nog vragen.

 

In het Corona-tijdperk, het jaar nul zullen we maar zeggen, was het niet mijn eerste reflex om te onderzoeken of ik de film op een andere manier kon bekijken. Maar afgelopen weekend vertelde mijn oudste zoon dat via onze thuisbioscoopmogelijkheden Parasite te bekijken was. Ben benieuwd, want eerdere ervaringen met Aziatische films waren wisselend. Of ze intrigeerden bovengemiddeld zonder dat ik echt het verhaal of de kern kon na vertellen, of ze waren mij wezensvreemd hoewel ik mijn best deed om met een interculturele filmblik te kijken. Bij Parasite is het vanaf het eerste moment totaal anders. Het is een duidelijk niet Westerse film, waar alle thema’s, humor en sociale relaties toch heel herkenbaar zijn. Niet westers, mogelijk niet specifiek Koreaans, misschien wel mondiaal is de beste aanduiding. Armoede, de moderniteit, standsverschillen en maatschappelijke mobiliteit of juist het gebrek eraan komen heel herkenbaar over. De humor is soms heel subtiel. Geen dijenkletsers, eerder glimlachhumor of plaatjes waarvan je denkt wat geniaal bedacht. Andere momenten is de overdrijving erg nadrukkelijk, bijna poep en pieshumor. De geur van het klootjesvolk, bijna een centraal thema in de film, moet ook getoond worden immers. Het verhaal van de familie die in het souterrain leeft en op handige wijze binnendringt bij een zeer gefortuneerde familie is vermakelijk. Het is bovendien een film waarbij klassenverschillen op humoristische wijze worden uitvergroot. Heel apart is de constatering dat ik eigenlijk nooit stil heb gestaan bij de man-vrouw verhoudingen in dit land. De film geeft namelijk een soortgelijk beeld dat wij kennen in de Westerse samenleving. Zo oogt in eerste aanleg. Misschien is dat wel de vraag die nu het meest bij mij naar bovenkomt, hoe zijn de sociale verhouding binnen gezin en tussen man en vrouw in Zuid-Korea. Ik weet het oprecht niet.

 

Goed, de film stemt tot nadenken en is ondanks wat overdreven geweld op het einde, vooral ook lichtzinnig. Het heeft me over een drempel heen geholpen meer open te staan voor niet Europese films. Ik heb me vermaakt en zal mijn collega vragen wat ik bij een tweede keer anders zou zien. Vooralsnog heb ik niet de neiging de film een tweede keer te zien in de jaartelling na het Coronatijdperk (AC).

Dat neemt niet weg dat de film met mijn filmblik een 8 krijgt.

Voor een overzicht van alle filmblikken zie ook de hele lijst.

Filmblik op: The Big Short

 

Het blijft een fenomeen, het gedoe met aandelen, obligaties en andere producten. Ik begrijp er relatief weinig van, alleen met mijn macro-economische kennis van de middelbare school, weet ik dat grote banken de hele mondiale economie naar de kloten kan helpen. Vorig jaar heb ik al gekeken naar The Wolf of Wall Street, waarin vooral het zedelijk verval en de regressie van de mensheid getoond werd. Hoewel die film hogelijk geprezen werd, vond ik hem wat aan de magere kant. Gisterenavond een herkansing, The Big Short van regisseur Adam McKay. Dit maal niet een orgie van uitwassen met blote wijven en coke snuivende bankiers, maar een ‘technische’ een uiteenzetting van de achtergronden van de val van de huizenmarkt in de VS.

 

 

 

 

Nu moet je niet meteen denken aan een documentaire die dienst zou kunnen doen op de middelbare school, maar eerder een thriller op zoek naar de mogelijkheden om slimmer uit de crisis te komen, waarmee  het frauduleuze bancaire systeem meteen onder de loep wordt genomen. Enkele financiële lichten gaan in de aanloop van de hypotheekcrisis oorzaken zien van een mogelijke bubbel. Ze vechten tegen het systeem of proberen daar met alle risico’s van dien een slaatje uit te slaan in de hoop c.q. verwachting dat de bubbel inderdaad doorgeprikt gaat worden.

Het is een film die tot het eind weet te boeien. Je weet dat de crash gaat komen, dat de hele wereldeconomie wordt meegetrokken en dat we 8 jaar na dato nog niet ‘genezen’ zijn. Sterker nog louche maar legale bankiers en andere witteboordencriminelen blijven nog steeds zoeken naar mogelijkheden om rijk te worden met een fictieve economie. Kenners spreken over een economische veenbrand waarbij het niet de vraag is of, maar wanneer die weer gaat oplaaien. Na het zien van de film geloof ik niet dat ik zou slagen voor een tentamen bancaire zaken, wel begrijp ik dat de Amerikaanse belastingbetaler goed ziek moet zijn van het systeem. Misschien is dat wel de reden dat Donald Trump zo’n hoge populariteit heeft bij een cynisch geworden Amerikaans electoraat.

Omdat de film bleef boeien, met hoofdrolspelers als met Steve Carell, Christian Bale en Ryan Gosling, beoordeel ik de film positief. Brad Pitt had overigens een bijrol, al herkende ik hem niet. Ik weet dan ook knap weinig van de Amerikaanse sterren. Juist de onnavolgbaarheid van de financiële producten in een wereld waar de prikkels en stimuli gigantisch zijn, werd mooi uitgebeeld. De film ging snel, bijna bij het irritante af, zeker het eerste deel. Deze snelheid maakte je bijna deelgenoot van de jachtige wereld van die tijd, 2006 en later en eigenlijk tot op de dag van vandaag. Misschien is juist dit waarom ik de film met een ruime zeven waardeer.

Waardering: 7,5

Alle andere filmblikken

 

 

 

Mijn Filmblik op: Youth

 

 

Zijn emoties nu wel of niet wel of niet belangrijk in het leven, dat is de vraag waarmee ik uit de bioscoop stapte na het zien van de film Youth (regisseur Paolo Sorrentino). De componist Fred Ballinger (gespeeld door Micheal Caine) stelt zich die vraag en lijkt er ook naar te leven. Een ietwat nurkse oude man, niet onvriendelijk maar het is overduidelijk dat hij weinig meer van het leven verwacht. Investeren in (oude) emoties is dan ook zonde van je tijd. Gewoontegetrouw gaat hij naar een vakantieresort in Zwitserland waar de idyllische omgeving in schril contrast staat met de overwegend bejaarde clientèle in het kuuroord. Ook aanwezig is zijn boezemvriend Micke Boyle (gespeeld door Harvey Keithel) die de vakantie gebruikt voor zijn laatste filmische meesterwerk. Hun vriendschap blijft door de hele film doorlopen met een belangrijke vraag of Micke nu wel of niet het bed gedeeld heeft met een gezamenlijke jeugdvriendin. Het geheugen laat hierin de heren in de steek. Het drukt de vriendschap evenals het uit elkaar gaan van zoon en dochter van beide heren. De dochter Lena Ballinger (Rachel Weisz) blijft bij vader in het hotel, als dochter en zijn persoonlijk assistente.

 

De waarheid mag geen geweld aangedaan worden als ik in eerste instantie vooral onder de indruk was van de filmaffiche waar een stel prachtige vrouwenbillen pontificaal in beeld te zien waren. ,,Ik wilde wel eens weten welk gezicht er bij die billen hoorden.” Natuurlijk hielp het wel om te horen van anderen dat de film de moeite waard was om te aanschouwen. En ik heb met volle teugen genoten. In de eerste plaats om de conversaties tussen de beide oude heren over het leven, hun prostaatklachten en de onderlinge weddenschappen met betrekking tot de gebeurtenissen in het kuuroord. Maar ook de verschillende, soms persiflage-achtige rollen van de andere gasten. Te denken valt dan aan de crew van Micke, maar ook de het bijrolletje van de nietszeggende masseuse, die beweert dat haar kennis gelegen is in de aanraking en daarmee de emoties kan ontleden. Ook Maradonna moest waarschijnlijk voor de zoveelste keer bijkomen van de overdaad en vet en andere geneugten des levens. Ook hij logeerde in het hotel. Ik kan oprecht genieten van dit soort portretjes in de film. Met de aanwezigheid van dochter Lena komen we hortend en stotend ook iets te weten van het ogenschijnlijke emotieloze leven van Fred Balanger. Zijn gehele gevoelsleven lijkt hij in de muziek te hebben gelegd, met name de compositie van zijn zogenaamde Simpel Songs. Queen Elizabeth wenst ten behoeve van haar echtgenoot prins Philip dat Fred Balanger nog een keer als dirigent zijn opwachting maakt en de Simpel Songs voor het koningspaar ten gehore brengt. Daarmee stel ik dat de muziek (componist David Lang) de toch al mooie film film draagt en naar een hoger level brengt.

 

Al met al een prachtige film die bij mij hoog scoort. Bij het zoeken naar de naam die bij de blote billen horen, kwam ik een recensie van mijn collega’s van de Azijnbode tegen. Met het negatieve commentaar kan ik traditiegetrouw dus stellen dat ik gelijk heb en dat ieder negatief commentaar van de Volkskrant voor mij een aanrader is om te gaan. Om volledig te zijn en trouw te blijven aan mijn onderzoeksvraag de dame met de billen was in de film Mădălina Diana Ghenea en speelde Miss Universe. Rest mij een vraag die ik niet beantwoord heb gekregen. Waarom speelde Fred Ballinger met een rood snoeppapiertje tijdens verschillende momenten in deze film. Misschien heeft iemand het antwoord? Het belang van emoties in het leven van een mens zal volgens mij een eeuwigdurende vraag blijven voor ieder weldenkend mens.

Al met al geef ik de film een dikke acht (8+)

 

Voor alle filmblikken van Sprakeloos