Albapad, te mooi voor selfies

De herfst hangt in de lucht, maar het was nog voldoende veelbelovend om een klompenpad te trotseren. In Oosterhuizen bij Apeldoorn begint het Albapad en ik loop al even vooruit op de eindconclusie, een hele fijne wandeling hebben mijn meissie en ik gemaakt. Genoten van de afwisseling, bos, coulissen en open velden. Tijdens deze wandeling werd mij weer eens duidelijk hoe behoedzaam in Nederland omgegaan moet worden met de spaarzame ruimte. Maar op minder dan 50 meter van de A50 loop je toch in een prachtig stukje bos. Toegegeven, allesomvattende stilte was er niet, maar vogels waren duidelijk te horen, boven het wegverkeer. En hoe was het vroeger trouwens, toen maakte een stoomtrein toch ook ontzettend veel herrie. De stoomtrein hebben we niet gezien vandaag, mogelijk rijdt de trein ook niet in het coronatijdperk, het station onder de A50 voor betere tijden was weer een van de verrassingen tijdens de wandeling.

Ik noemde het al, de herfst hangt in de lucht, maar niet alleen de herfst. Hier en daar pakten in de verte donkere wolken zich samen. Een regenbui of stortbui is niet gevallen. Maar de donkere luchten symboliseerden voor ons ook een beetje de ongelooflijk stomme streek die onze koning heeft uitgehaald. Wanneer zullen de gevolgen van zijn onnadenkende (ik hoop dat het onnadenkend is) neerdalen op de Nederlandse bevolking. Hoe zal de toch al gepolariseerde samenleving in Coronatijd uiteindelijk reageren? Als de donkere wolken symbolisch zijn, dan wordt het een fikse slagregen. We kunnen ook moed putten uit de zonnestralen die ook af en toe aanwezig waren. Misschien gaat het meevallen. Maar ik heb een tip voor de koning en zijn gezin. Vlak bij het Albapad in Apeldoorn staat een groot gebouw waar eens zijn voorouders leefden. Voor een welverdiende vakantie zullen ze vast nog wel wat kamertjes vrij kunnen maken. En wandelen maar. Klompen aan, rugzak op (nu met thermoskan in verband met de sluiting van de horeca) en wandelen maar.

Mijn vrouw was in de stemming voor het maken van selfies. Ik ben daar niet zo van. Ik ben al lang blij dat de selfie-stick al weer een paar jaar op zijn retour is. Is het u wel eens opgevallen dat hele grote groepen vrouwen allemaal op dezelfde manier op zo’n selfie staan? Ze hebben allemaal het geheime handboek gelezen blijkbaar: je kin naar beneden, schalks kijken en je tong dubbelgevouwen achter je holle kies of zoiets. Ik weet het niet precies hoor, heb dat boek nooit gelezen. Maar goed, een kleine dissonant van deze wandeling is dat ik ook moest poseren voor een prachtige romantische selfie. Dat gaat nooit goed. Bovendien is het Albapad veel te mooi om de tijd te verdoen met selfies.

Republikeins op het klompenpad in Ugchelen.

20200427_132722

‘Oranje boven, oranje binnen’ las ik op meerdere plekken. Ik weet niet wat Willem aan het doen was, maar ik heb vandaag op Koningsdag mijn portie vitamine D weer opgepakt samen met mijn vrouw. Het volgende klompenpad was in Ugchelen. Het Ugcheler Markenpad was mijn veertiende uitdaging op klompen en met rugzak, in ieder geval met rugzak. Op een goede 20 minuten van thuis begon de wandeling bij een van ’s lands grootste hotelketens. Als ik nu zeker wist dat met het benoemen van Van der Valk Apeldoorn er sponsorgelden zouden binnenstromen, zou ik het niet zo omslachtig hebben beschreven. Daar dus begon de wandeling nadat we getuige waren van een drive-in horecagelegenheid door de hotelketen. Het was er nog niet zo druk.

20200427_141321

 

Onderweg luisterden we naar de alternatieven op de radio om het oranjegevoel nog enige glans te geven. Uit de geschiedenis werden een aantal zaken opgediept. Met name de verhouding tussen rood (socialisten) en oranje is niet altijd lekker geweest. De Oranjes stonden/staan symbool voor het grootkapitaal. Het koningshuis was dus een gruwel in de ogen van de rooien. Er werd over een aanklachtspamflet gesproken met de welluidende titel koning Gorilla. Het gaat over de verkrachtingen, onvoorspelbaarheid en andere wandaden van Willem 3. Zijn schoonzoon Hendrik was qua hoeren en snoeren niet veel beter, hij had alleen weinig invloed. Dat had de schoonzoon van Willemina dus wel. We hebben het dan over prins Bernard senior. Zijn reputatie is genoegzaam bekend. En de belichaming van het oranjekwaad is tegenwoordig zijn kleinzoon prins Bernard jr. die half Amsterdam bezit en bovendien ons een grand prix in Zandvoort heeft ingerommeld tegen alle milieueisen in.

20200427_154145

 

Maar op zo’n mooie zonnige dag met een wandeling op de ‘net geen Kroondomeinen’ in het vooruitzicht, geen onvertogen woord over Willem en Maxima. Het moge duidelijk zijn dat er in de bossen van Ugchelen een man met een latent republikeinse inborst wandelt. In zijn verhalen schreef Simon Carmiggelt al regelmatig met enige minachting over kinderachtige ‘oranjeleut’. Hij moest eens weten hoe dat er tegenwoordig uitziet in de grote steden. Dit jaar dus niet. In coronatijd wandelen we volgens de regels, of misschien net niet, op het Ugcheler Markenpad.

20200427_161237

Caesarea, opvang van ex-verslaafden van het Leger des Heils

 

Het was een goed bestede Koningsdag, of zo u wilt, een goed bestede zomaar een dag in april. Het was bosrijk, licht geaccidenteerd en veel mul zand. Dat wordt nog wat deze zomer en de droogte. Heel omslachtig met een fles water bij de hand heb ik toch nog een sigaret gerookt in die bossen om met het oranje puntje van de peuk me toch niet al te bitter anti-oranjegezind te tonen.

 

Trouwens, zit ik net buiten in mijn tuin te genieten van de opkomende schapenwolken. Ze zijn mooi en beloven de broodnodige regen. Bovendien staan de eerste knoppen van de pioenroos in mijn tuin op springen. Misschien bedoelt Mark dat wel met binnen blijven en volhouden. Er is rondom het huis nog genoeg te genieten.

20200427_200144

20200427_200249

Begrip, van de dag (159) Oranjeleut

 

 

 

ORANJELEUT

 

De vader van Simon Carmiggelt verbood zijn zoon op jonge leeftijd mee te doen met de oranje-festiviteiten rondom Koninginnedag. Dat moet in die tijd op 31 augustus zijn geweest, want de kleine Simon is opgegroeid onder de Wilhelmien. Als rechtgeaard sociaaldemocraat, misschien toen nog socialist, was die oranje-leut volgens ‘de ouwe’ Carmiggelt een schertsvertoning en droeg zeker niet bij aan de heilstaat. De toen nog kleine Simon had het er best moeilijk mee, want hij kreeg geen limonade, mocht niet mee doen met de spelletjes en hij kreeg ook geen herdenkingstegel of andere oranje-prullaria. Graag had ik hem willen citeren hoe hij dat opschreef, maar in zijn oneindige oeuvre is dat zoeken van een speld in een hooiberg. U moet het maar van me aannemen.

Ik denk dat Carmiggelt zijn hele leven Republikein is gebleven, maar zeker geen fundamentalistische anti-oranje adept. Hoe zou hij naar de huidige beelden op tv hebben gekeken van Willem-Alexander, Maxima en de 3-a-tjes? Hoe zou hem dat herinnerd hebben aan zijn anti-oranje opvoeding van huis uit? Mogelijk dat het een mild spottend cursiefje zou hebben opgeleverd, verholen kritisch maar met mededogen. Zelf kijk ik eventjes mee naar het Zwolse gebeuren. Het thuisfront wilde weten hoe ze gekleed zijn. Enige goedkeuring over Maxima’s uitdosting en die van de prinsesjes komt van de bank. Ik denk vooral, wat zullen ze het koud hebben.

Ik vind het vooral een beetje sneue vertoning, maar ik weet niet eens voor wie het sneu moet zijn. Voor de Oranjes? Het zou toch allemaal anders worden, maar volgens mij is het gewoon weer een variatie op een thema met koekhappen en zaklopen. Misschien dat er tijdens de wandelroute meer eigentijdse beats en muziek wordt gespeeld, zodat de Koning en zijn gezin zich ook op zijn 21e-eeuws kunnen tonen. Of is het sneu voor de organisatoren om dezelfde shit te moeten fabriceren? Of misschien wel voor de beveiliging die een zware taak hebben vandaag? Gisteren hoorde ik dat de populariteit van de Oranjes drastisch is gedaald, slechts 65% is positief over onze nationale poppenkast. Het zegt me niet zoveel, Nederland is in zijn algemeenheid ondergedompeld in een nationaal chagrijn, dus ook hier laten we ons niet onbetuigd en blijkt dat de ‘ouwe’ Carmiggelt veel meer medestanders heeft dan een kleine honderd jaar terug.

Begrip, van de dag (130) Het land van Rutte

 

 

 

HET LAND VAN RUTTE

 

Al weer de derde aflevering vanavond over ‘het Land van Lubbers’. Dat zijn wij dus, zo’n dertig jaar geleden. Het lijkt me heerlijk om zoiets te maken, want ik heb begrepen dat Ruud Lubbers zelf niet bij de scriptmakers behoorden. Lekker spelen met de actualiteit van toen, grasduinen in de verschillende autobiografieën en andere achtergrondinformatie en dan de mens Ruud Lubbers neerzetten met zijn sterke en minder sterke kanten. De insinuatie van een mogelijk affaire met Beatrix, ze is ook maar een mens van vlees en bloed, lijkt me niet onwaarschijnlijk. Ruud Lubbers hield wel van vlees. Maar niet alleen de schuinsmarcheerder Lubbers en zijn vrouw Ria zijn vermakelijk, ook de hot items van toen. Vandaag kwamen de kruisraketten en de opkomst van Gorbatsjov ter sprake.

Ik zit wel eens te denken hoe zo’n serie er over dertig jaar uit zou zien? Het land van Rutte, we mogen alleen hopen dat Mark Rutte de 12 jaar niet vol zal maken. Wat zullen de persoonlijke clashes zijn tussen de bewindspersonen, zou Rutte ook zo goedlachs zijn onder diens (bijna) gelijken of zal hij ook wel eens met de vuist op tafel slaan? Wat zal onze huidige premier drijven? Was het echt wel nodig de Grieken financieel de duimschroeven aan te draaien? Zal Merkel hem een moedergevoel geven of juist helemaal niet. Welke rare beslissingen moet hij tegen zijn gevoel innemen om te voorkomen dat PVV nog meer macht krijgt? Wie is zijn trouwe gesprekspartner? Wie is zijn grote rivaal binnen het kabinet of binnen de VVD? Hoe zal hij spreken over Willem Alexander, zou hij knipogen naar Maxima of stiekem dromen over een tango met de koningin. Allemaal ingrediënten voor een prachtige soap. Tenminste als Nederland er dan nog een beetje florissant bij staat.

Als we dan op zijn gegaan in een groter geheel van Europa, dan is Rutte een onbelangrijke voetnoot in de geschiedenis. Als we achter dichte grenzen heel hard ons best moeten doen om onze polders een beetje droog te houden, zal de soap er heel bitter en verwijtend uitzien. Misschien is de tsunami van islamieten dan wel een feit en krijgt Rutte zware verwijten dat hij niet naar zijn rivaal Wilders heeft geluisterd. Maar dan zal er geen serie zijn vermoed ik. Wie zal de heimelijke muze zijn voor Rutte die ongetwijfeld op zal duiken? Eerst het land van Lubbers maar afkijken, morgen leven we wel verder.

45. MIJN KONINGSDAG uit de serie de kabbelende 100

Ik heb zelfs geen oranje tompouce gekocht. Geen Oranjegekte dit jaar. Eigenlijk is dat al jaren zo, hoewel als vader van twee kleine kinderen ontkom je er niet aan om langs de plaatselijke vuilnisbelten te lopen die ze gemakshalve omdopen tot vrijmarkten. Eufemistisch taalgebruik is toch eigen aan Koningsdag, want onze vorst noemde het botendefilé ook Grande Parade. Ook heb ik twee jaar op zo’n dekentje moeten zitten om de handelsgeest van mijn eigen zonen op te krikken. De rotzooi op mijn eigen zolder werd daardoor wel even wat minder, maar de winst werd steevast uitgegeven aan troep die een ander verkocht. Inmiddels zijn mijn kinderen oud en wijs geworden, ze kunnen er zelf op uit. Bij terugkomst hoor ik van beide dat ze de massa in de stad verafschuwen en dus geen liefhebbers zullen worden. Ik weet niet of het opvoeding is of dat het in de genen zit. De kwestie nature or nurture is altijd al discussiewaardig. Ik houd ook niet van grote massa’s en ben diep in mijn hart ook nog eens republikein. In een recalcitrante bui komt dat republikeinse gevoel snel naar de oppervlakte en volg ik mijn grote held Simon Carmiggelt die van zijn rooie vader niet mòcht deelnemen aan de Oranjefestiviteiten in de jaren dertig van de vorige eeuw. Het werd afgedaan met flauwe Oranjeleut, en zo is het. Van mij mag Maxima best de eerste president worden, zo consequent ben ik dan ook wel weer.

20150428_092802

Ik was in het weekend begonnen om de tuin te fatsoeneren en van de wintertooi te verlossen. Het leek me voor Koningsdag een zinvolle dagbesteding om daar mee verder te gaan. Ik moest de schlagermuziek die vanuit het dorp de hele dag te horen was accepteren. Eenmaal op gang in de beschutting van de tuin, was het zelfs nog lekker in de zon, al was het amper tien graden. Dat is wel eens beter geweest in het verleden op Koninginnedag. Ik ben ook nog zo’n man die tot in lengte van dagen Koninginnedag blijft roepen.
De tuin zag er trouwens per uur beter uit en als mijn oudste zoon ook nog helpt om mos en gras tussen de stenen weg te halen, ben ik op het einde van de dag dik tevreden, al schalt Corry Konings, het zal ook niet op deze dag, dat ze een heel apart gevoel van binnen heeft.
Een uitgebloeide tulp trekt mijn aandacht, is die rijp om neergesabeld te worden, of mag de bloem nog even blijven staan? Goed, omdat ie oranje kleurt mag de tulp blijven. Daarnaast staat trouwens nog een exemplaar in de knop, het ziet er naar uit dat het een rode wordt. Die zal op 1 mei wel open gaan, maar dan is er geen vrij dag. Ik bedoel maar.

Associating Pressure 2: God is geen vent

Onder druk van drie actuele steekwoorden associeer ik er op los en verwacht van mezelf binnen een uur een verhaaltje van maximaal 500 woorden.

19 mei 2013 zijn de woorden: Pinksteren, weer, bijbel

Pinksteren is misschien wel het meest onduidelijke christelijke feest dat er is, of zo u wilt de meest onbegrepen Hoogtijdag. Tenminste dat was het voor mij als kind en eigenlijk nog steeds. We houden er een vrije dag aan over om de onduidelijkheid te benadrukken, maar om nu te zeggen dat Pinksteren leeft, zal ik niet beweren. Op Twitter, is Kerst en zelfs Pasen altijd ‘trending topic’ en leven mensen er naar toe. Bij Pinksteren is dat minder vanzelfsprekend. Een groot deel van de mensheid weet niet wat er gevierd wordt en als ze het al weten, produceren ze iets van ‘De Heilige Geest’. Daar kunnen ze vervolgens niets mee en prompt komen er flauwe grapjes van pauselijke verspreking over de ‘Geilige Geest’.

In alle eerlijkheid, ik weet het ook niet precies. In de tijd dat ik de bijbel nog een beetje letterlijk nam, voorvoelde ik wel dat er ‘meer’ achter moest zitten. Zeker bij dat gedeelte van de Heilige Geest wist ik zeker dat een mens op zoek moest gaan naar het spirituele en niet naar de letterlijke waarheid geciteerd door de bijbel. Met die wetenschap heb ik vanaf 12e nimmer meer bewust gezocht in de bijbel. Dat is niet erg, maar daarmee moet ik constateren dat ik Pinksteren niet echt kan duiden. Maar tegenwoordig is er internet voor de vlugge antwoorden.

Ik lees er:

Plotseling kwam er uit de hemel een geluid dat leek op een enorme windvlaag en het vulde het hele huis, waar zij zaten. Op hun hoofden vertoonden zich tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen. Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, zoals de Geest het hen gaf uit te spreken.

Handelingen:2:1-4

De mensen die nu vervuld zijn met de Heilige Geest gaan naar buiten en spreken tongentaal, profeteren en verkondigen het Evangelie in allerlei talen. Ter gelegenheid van het feest van de eerstelingen was er veel volk in Jeruzalem, afkomstig uit alle delen van het Romeinse Rijk en daarbuiten, en door alle geluiden wordt een grote menigte aangetrokken.

Ik kom er niet veel verder mee. Het eerste wat ik denk dat in het verre verleden stommiteiten zijn begaan die de apostelen nu moeten bezuren. Want was de toren van Babel niet gebouwd, zouden de mensen nu geen verschillende talen spreken en hoefde de Heilige Geest niet in tongentaal verdeeld te worden onder de apostelen. Een en dezelfde boodschap in dezelfde taal zou een hoop gemak hebben opgeleverd.

Onbevredigd begeef ik me naar het Pinksterontbijt. Alleen dat woord al klinkt niet echt lekker in tegenstelling tot paas- of kerstontbijt. Het kan geen toeval zijn, maar in de bijlage van de Trouw legt dominee Ter Linden uit wat de Heilige Geest in zijn beleving betekent. Hiervoor moet ik het interview op een aantal punten in mijn eigen woorden uitleggen.

Dominee Ter Linde spreekt niet van een God als een manspersoon, maar hij heeft het over het Essentiële. In de bijbel staan boodschappen, de mens heeft immers de behoefte aan houvast, die niet zo zeer letterlijk genomen moeten worden en zeker niet vaststaan. Er is sprake van een evolutie van ‘bijbelse’ verhalen en die zullen naar tijd en tijdsgeest opnieuw vertolkt dienen te worden. Daarbij is het uitgangspunt ook niet dat iedereen christen moet worden, wel mens. De veel gehoorde (fundamentalistische) zinsnede: ‘De mens is geneigd tot al het kwaad’ wordt mogelijk bewust niet afgemaakt want dient aangevuld te worden met ‘Tenzij wij door de Heilige Geest wedergeboren worden’. In mijn optiek betekent dit dat wij ons lerend opstellen en mogelijk daarbij de Bijbel als inspiratiebron gebruiken zonder anderen wetten op te leggen.

In dit kader leert dominee Ter Linden, de hofpredikant, me en passant nog de taalkundige achtergrond van het woord ‘zonde’. Ditis afgeleid van het Griekse werkwoord ‘je doel missen’. Dat klinkt toch heel wat vriendelijker dan het zwartekouserige zonde. Ik kijk mijmerend naar buiten. Het is mooi weer. Prachtig pinksterweer, maar of ik het nu helemaal bevat, durf ik niet te zeggen. Zou de traan van Maxima, de traan der tranen, die de dominee live heeft mogen meemaken, een uiting van de Heilige Geest zijn? Ik denk dat ik daar niet over kan oordelen en me met mezelf bezig moet houden. Voorlopig is dat maar eens eenvoudig genieten van de mooie Pinksterdag.

Republieksoep, een onbeproefd recept

Nu de dagen oranje kleuren, moet ik onwillekeurig terugdenken aan de verhaaltjes van Simon Carmiggelt. Hij beschrijft, op de hem bekende wijze, zijn socialistische opvoeding. Hierin was geen enkele ruimte voor monarchistische gevoelens. Zo ging dat in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Voor de ‘kleine’ Simon was dat spijtig, want hij mocht niet meedoen aan de festiviteiten op Koninginnedag. Voor hem geen gratis limonade, koek en een herdenkingstegeltje van staatswegen gefinancierd. Voor vader Carmiggelt was het duidelijk dat zijn zoon niet participeerde met die ‘infantiele oranjeleut’.

Als latent Republikein onderga ik het Oranjenieuws en de lading propaganda van bedrijven in deze dagen gelaten. Vaak zie ik de humor er nog wel van in. Ik denk dat vader Carmiggelt in het huidige tijdperk ten onder was gegaan aan de overproductie kapitalistische ‘Oranjeleut, maar dit terzijde.

Hedenochtend moest ik bij ’s lands grootste grutter zijn. Uiteraard stond alles in het teken van Oranje. En als dank voor het bezoek kreeg je ook nog een koningswuppie mee, voor thuis. Mijn geluk kon niet op. In de winkel viel mijn oog bij de groenteafdeling op een pakket om ‘Koninginnensoep’ te vervaardigen. Wortels, een oranje paprika en een sinaasappel zijn er voor nodig. Achterop de verpakking stond hoe je dit culinaire hoogstandje moest bereiden.

Bij mij rees meteen de vraag: “Bestaat er eigenlijk Republieksoep?” En zo ja, hoe zou dat dan smaken en eruit zien? Het mag niet rood zijn want dat zou betekenen dat het socialistische deel van de republikeinen het alleenrecht zou hebben op antimonarchistische gevoelens. Vader Carmiggelt zou dan in zijn vuistje hebben gelachen. Bovendien hebben we al een politieke partij die zich vereenzelvigd met ‘rooie soep met ballen.’ Ook bruine soep, met bruine bonen of linzen bijvoorbeeld, zou, ondanks de voortreffelijke smaak, niet mijn voorkeur hebben. De combinatie bruin en Republikeins heeft in de politiek een wrange en besmettelijke bijsmaak.

Mijn voorkeur zou uitgaan naar een lichtgroen lenteachtig soepje, waarbij de lichte kleur symbool staat voor prille en mogelijk nog onvolwassen Republikeinse gevoelens.

Ik zit te denken aan de volgende ingrediënten:

(bij 2 liter water)

  • 6 stukken prei

  • 200 gram jonge spruitjes

  • klein blikje erwtjes

  • 4 frisse Granny Smiths

  • mint

  • bieslook

  • groene peper

Koken en pureren en naar eigen voorkeur vleesproducten toevoegen.

Zelf heb ik de soep nog niet gemaakt, maar mijn vermoeden is dat er een grote winderigheid gaat ontstaan die op de Kroningsdag als rook- en stinkbommen gezien kunnen worden door de verschillende veiligheidsfunctionarissen. Ik maak de soep dus nog maar niet, maar ik hoor graag over uw ervaringen.

De Kroningsdag van 30 april 2013 wil ik eigenlijk ook niet verstieren, zo latent Republikein ben ik dan ook wel weer. Bovendien heb ik historische belangstelling en daarin past ook de idee dat het Republikeinse gevoel erg latent moet blijven, we leven immers al zo lang met de Oranjes. Ook vind ik WA eigenlijk een prima vent met wie het waarschijnlijk goed een biertje drinken is. En toegeven, ook ik ben als een blok gevallen voor de tsunami van Argentijnse charmes. De 3-atjes moeten we dan vooral niet traumatiseren met onze republikeinse peristaltische narigheid. Ik denk dat we het de komende jaren wel redden, het koningshuis en ik. Het blijft weliswaar een raar fenomeen, misschien is het wel een onvermijdelijk soort gekke liefde die niet weg te vlakken is, maar waar je je ook een beetje voor schaamt.

PS. Maar mochten de Republikeinse gevoelens in de toekomst echt toeslaan, dan is de Republieksoep te alle tijden aan te passen natuurlijk. Ook de kleur is dan niet meer belangrijk, dus voeg vooral rode pepers, bonen en uien toe. Laat het dan maar knallen en roken.

Maxima(al) Nederlander/ 06-10-2007

Er zijn van die momenten waarop ik in opperste verbazing, misschien wel maximale verdwazing, verkeer bij het aanhoren van sommige nationale discussies en hypes. Deze week stond de media weer vol van zo’n hype, de lezing van prinses Maxima, waarin haar uitspraak: ‘Dè Nederlander bestaat niet!’ wordt uitgelicht. Waar gaat het over?????

Vele soorten emoties maken zich meester van me. Mijn eerste reflex is, dat we ons hièr mee bezig houden. Onwillekeurig denk ik dan, eigenlijk zouden alle salarissen gehalveerd moeten worden. ‘De Nederlander’ zou dan gedwongen worden op een meer basaal niveau te existeren. Natuurlijk is dat onzin in optima forma. Dat is van het niveau zoals mijn vader in soortgelijke situaties placht te zeggen: ‘Die zouden de oorlog een mee moeten maken!’ Buiten het feit dat ik persoonlijk eens na moet gaan hoe dat vergelijk tussen mij en mijn vader zit, groei ik snel over zo’n eruptie heen. Maar als ik in dit geval verder over de inhoud van ‘het gedoe’ nadenk, komt de ergernis toch snel boven drijven.

De Nederlander bestaat niet! Hoe ver kan de deur geopend zijn om hem nog in te kùnnen trappen? Natuurlijk bestaat de Nederlander niet. Als u alleen maar kijkt naar uw eigen situatie in vergelijking met die van uw buurman. U lijkt toch in niets op hem! Het enige dat u zou willen overnemen is die dure leasebak en hooguit droomt u van een affaire met zijn vrouw. Voor de rest bent u vooral anders. Heel anders. Verder is onlangs bekend geworden dat ouders over het algemeen heel tevreden zijn over hun eigen opvoeding. Het gros van de andere ouders doet het helemaal verkeerd. Wij zijn dus allemaal anders.

U kunt tegenwerpen dat er gemeenschappelijke kenmerken zijn die de echte Nederlander aanwijsbaar maken. Een aantal generaties dat de familie al in Nederland is? De mate waarin er een ‘zuivere bloedlijn’ van Nederlandse voorouders is? Het volume waarmee we schreeuwen tijdens de wedstrijden van het Nederlands elftal? Of onze gemeenschappelijke liefde voor het koningshuis? In dat laatste geval zijn Duitsers ook Nederlanders. Gemeenschappelijke kenmerken kunnen hooguit gevoeld worden. Zodra je ze gaat benoemen kom je niet verder dan lachwekkende generalisaties van het niveau tulpen, klompen en natuurlijk coffeeshops.

Dan is er nog het Schefferiaanse argument dat een wereldburger als Maxima haar situatie niet mag vergelijken met die van ‘De Nederlander. Dus eigenlijk alleen tante Truus mag er iets van zeggen omdat zij weet heeft van de materie omdat een zus van haar buurvrouw en daar weer een goede vriendin van…..etc. etc. Nee, natuurlijk is prinses Maxima niet te vergelijken met ‘De Nederlander’ Maar is Willem Alexander, de polderprins bij uitstek dat dan wel? Of wat te denken van die top 200 invloedrijkste Nederlanders, die weten uitstekend wat er speelt in de (probleem)wijken en kunnen daarmee haarfijn vaststellen wie of wat de Nederlander is.

Ik denk dat prinses Maxima gerechtigd is om verstandige en soms ‘een beetje domme’ opmerkingen te maken. In dit geval is het een uitstekende en sympathieke poging om een bijdrage te leveren om de polarisatietendensen te verminderen in Nederland. En natuurlijk moet Maxima dat blijven doen. Daar betalen we haar per slot van rekening voor. Wij allemaal, als Nederlandse belastingbetaler.