Ik hoor er bij

20170815_224250Als toetje, of zo u wilt de kers op de taart drie dagen Lissabon. Na Santarém, Castelo de Vide, Évora, Moura, Mertola en Santiago de Cacém eindelijk weer in de bewoonde wereld. Dat is trouwens niet helemaal waar, want in welke stad of plaats je ook komt, altijd verbaas ik me weer dat er leven is. En dat leven is voor een belangrijk deel herkenbaar en Europees. Maar nu dan Lissabon. Om de taxi uit te sparen zijn we gewoon met het openbaar vervoer naar één van de oude populaire volkswijken getrokken. Alfama kenden we al en het hotel ook. We wisten dat het van het eindpunt van de metro lijntje blauw (linha azul) even flink doorbijten is. De vorige keer was het negen uur ’s avonds en flink afgekoeld. Nu op het heetst van de dag met zo’n 30 graden. Toen met een handkoffertje, nu met een volwassen rolreiskoffer. Per persoon wel te verstaan. De luchtmaatschappij Vueling doet niet kinderachtig, dus de maximale 23 kilo’s zijn gevonden. Wij moeten ook niet kinderachtig doen met stijgingspercentages lopen richting de 25% of trappen beklimmen met ons halve kledingkast. Schaamteloos kwam ik kletsnat aan in het hotel, maar na een douche kan de pret beginnen.

20170816_103158

 

Het viel me al op dat de drukte anders was dan in april of november. Maar de eerste wandeling door de wijk leerde me dat Lissabon een beetje op Amsterdam begint te lijken. Bijna geen Portugees meer te zien, of ze rijden in de honderdduizend tuk-tuks voor de luie toeristen. Wat een hoop Italianen, Spanjaarden, Duitsers, Engelsen, Fransen en natuurlijk Nederlanders. Je haalt die er trouwens zo uit zonder dat ze hun muil opentrekken. Op een van de plekken in de buurt van het Castelo de S. Jorge was het zo druk. Gillend gek werd je van dat toeristenvolk, zeker na zeer rustige oorden de dagen ervoor. Het kan geen toeval zijn dat ik op de muren bij een van de haltes van de toeristentreintjes de volgende tekst zag staan.

20170815_120329

Niets is minder waar kon ik hardgrondig beamen. Maar, zorgt massatoerisme nu voor vervuiling, zowel voor de omgeving als ook voor de cultureel-maatschappelijke normen en waarden. Of zorgt het massatoerisme voor de vervuiling van de mensen? Of toch door de mens? En betreft het dan de toeristen zelf die zichzelf te kakken zetten of moet ik nu medelijden hebben met de Lissabonners (hoe zeg je dat trouwens?)  Voor al die tuk-tukrijders, kelners, restauranthouders, straatartiesten, koffiehuisuitbaters en vooral ook die oude besjes en mennekes die er tussen door schuifelen.

20170815_184933

 

Ik weet het niet, het viel ons een beetje rauw op het dak. Zo rauw dat we gedachteloos bij het biermuseum snel een biertje namen om de bittere smaak een beetje weg te spoelen. In Portugal naar het biermuseum met 500 man op een veel te duur terras zitten met ons biertje dat een kilometer verder op 25% van de prijs is. Ongewild ben je zo onderdeel van die onnadenkende massa die verantwoordelijk is voor de menselijke vervuiling. In welke zin dan ook. Toch blijft Lissabon een mooie stad en rustige plekken zijn echt wel te vinden. Toch, eerlijk is eerlijk. Nooit meer in de zomer naar Lissabon als uitknijpcitroen voor de lokale economie en gelijk hebben ze. In voor- of najaar, van mijn part in de winter heb ik het gevoel dat je iets meer een welkome gast bent em casa Portugues. Of dat zo is weet ik niet, maar die illusie wil ik graag behouden.

O NASCIMENTO DO MENINO JESUS De vijfde Portugese wandeling

20161129_141357

De feestdagen komen er aan en dat is in de etalages in Lissabon te merken. Voor mij is het nog even wennen om de aanstormende kerstsfeer met een stralende zon en koffiedrinkend op een terrasje te moeten meemaken. En sommige zaken wennen snel. Ik ben vandaag op zoek naar de geboorte van kindje Jezus (O nascimento do menino Jesus) En wie niet in deze dagen? Zijn we na een moeilijk jaar 2016 niet allemaal toe aan een beetje bezinning? Ik wel, maar of de zoektocht naar menino Jesus vandaag bezinning zal geven, waag ik te betwijfelen. Ik zocht de nieuwgeborene in de Igreja São João de Deus. Een relatief nieuwe kerk, in een gegoede buitenwijk, op zo’n vijftien minuten met de groene lijn van de metro (ligna verde). In de kerk, achter het altaar hangt een fresco, een drieluik van de schilder Doningos Rebêlo. Nu ga ik niet doen alsof ik deze schilder ken, dus moet ik het ook hebben van de wikipediapagina. En op deze pagina staat niet vermeld, wat mijn collega wel wist.

20161129_135906

Op de linker fresco staat het nog jonge kindje Jezus, ogenschijnlijk tegen gevangenen te praten. Daarbij de tekst: João de Dues, Granada sera a tua cruz. Ik ga niet duiden of op andere wijze de tekst en fresco religieus verklaren. Ook de geboorte van Jezus is geen onderwerp van gesprek, hoewel. Het ging mij niet om de geboorte van Jezus, al weer ruim 2000 jaar geleden, maar om de kunstzinnige geboorte van Jezus door de schilder Rebêlo. Ik had er nooit bij stil gestaan dat een schilder ook voor kerkelijke kunst modellen nodig heeft. Ik dacht dat juist deze kunst door de hand van God tot stand zou komen. Mijn collega gaf aan dat haar moeder op jeugdige leeftijd model heeft gestaan voor het kindje Jezus. Dat wilde ik wel even bekijken. En die kans kreeg ik.

20161129_140255

Toen ik aankwam, zette ik me even in de kerkbanken neer, maar voor ik er erg in had kwam de pastoor er aan en begon een dienst. Ik had het kunnen weten, want het aantal, met name vrouwen van zekere leeftijd dat in de kerk zat, was zelfs voor Portugese begrippen op een willekeurig tijdstip, groot. Met goed fatsoen kon ik geen foto’s meer maken en diende de dienst uit te zitten. Of ik het verstaan heb? Zoals in alle kerken is de galm van de versterker een storende factor, anders had ik het natuurlijk woordelijk kunnen meemaken. In gedachte was ik al bezig om de pastoor uit te leggen dat Jezus een vrouw is, zeker in zijn kerk. Hoewel het een vriendelijk man oogde, en heel vals zong, weet ik niet of hij mijn nieuwlichterij op waarde zou schatten. Heftige discussies in het Portugees bereidde ik al voor, maar het zou niet nodig zijn. De man was snel verdwenen. En na tien minuten kon ik foto’s maken, want eerst hadden de dames nog een eigen dienstje. Ik weet niet of ze de rozenkrans afwerkten, maar ze konden het af zonder de voorganger. Misschien bezworen ze wel dat Jezus een vrouw is? Ik heb het ze niet gevraagd, dat durfde ik niet.

Toen de foto’s gemaakt waren, bleek de kerk verder een bron van inspiratie voor een leerling Portugees. Op het middenpad lagen grote tegels met opschrift die ik bijna zonder 20161129_135808woordenboek wist te herleiden. (Dar de comer, dar de beber, Vestir os indigentes, Acolher peregrinos, cuidar dos doentes, visitar os presos en sepultar os mortos) Allemaal stichtelijke teksten, zo vlak voor de viering van de geboorte van kindje Jezus.Het kan geen toeval zijn dat ik naast de tegel zat met ‘visitar os presos’ oftewel bezoek de gevangenen. Zo kon ik de hele tijd ook nog aan mijn werk denken.

20161129_162221

’s Middags bezocht ik een andere goddelijkheid. Ook die is er niet meer. In de woning waar de koningin van de Fado, Amalia Rodrigues, de laatste veertig heeft gewoond, kreeg ik een persoonlijke rondleiding van een jonge Portugese. Nadat ze vernam dat ik dit mijn eerste wankele schreden heb gezet, wisselde ze Engels en Portugees af. Ze waarschuwde me voor de vele valkuilen van de taal en legde me uit dat cozer en coser (koken en naaien) voor buitenlanders verdomd moeilijk is. Verder gaf ze af op de Spanjaarden die er maar aan wennen moesten dat haar generatie de arrogantie van de Spanjaarden niet meer pikte. Als ik haar zo beluister, is het maar goed dat ik geen Spaans leer, maar Portugees.

Laatste twee foto’s van de tuin bij het Amaliahuis, binnen mochten helaas geen foto’s worden gemaakt.

20161129_162228

A BUSCA DA MULHER COM… De vierde Portugese wandeling

20160401_132127

Lissabon, april 2016

Ik ga vandaag op zoek naar een ontdekking die ik eerder dit jaar in Portugal heb gedaan. In april was ik met mijn lief voor de eerste keer in Lissabon. De toeristische high-lights hebben we gezien en dus liepen we ook in de buurt van het Castelo de Sã0 Jorge. Op zich geen nieuwswaardig feit, honderdduizenden doen dit. Bij het kasteel speelde net als elders in de stad artiesten of semi-artiesten om toeristen te vermaken. Op de plek bij de ingang van het kasteel, speelde een dame op een instrument dat bleek de handpan te zijn. Eigenlijk is dit voor mij niet te vertalen, maar ik doe een gooi, panela de mão. Ik was helemaal verkocht voor dit instrument en eenmaal terug in Nederland wilde ik er een kopen en me bekwamen in dit magnifieke instrument, ritmisch en melodieus. Het is er niet van gekomen. En dat is maar goed ook, want nu leer ik Portugees. Naast een werkzaam leven zijn twee nieuwe hobby’s  wel een beetje te veel van het goede.

 

Mijn oudste zoon vindt trouwens dat ik een fiep heb als het gaat om het leren van deze nieuwe taal. Ik houd hem voor dat ik voor hetzelfde geld, hoewel een goede handpan heel prijzig is, ook de handpan als fiep had kunnen hanteren. Dat geeft veel meer decibels en waarschijnlijk ergernis van mijn huisgenoten. Nu zijn ze me hooguit af en toe een paar dagen kwijt voor een reisje naar Lissabon en dat levert vast geen ergernis op. Dus vandaag ben ik op zoek naar de dame met de handpan oftewel a busca da mulher com…….. Het weer was stralend, blauwe luchten en eigenlijk te warm voor mijn colbert. Maar mijn paspoort zat er in en waardevolle spullen draag ik graag op mijn lijf en niet in de rugzak (mochila). Je zult het maar kwijtraken, je paspoort of telefoon met al je pasjes. Om van een voetbalkaartje nog maar niet te spreken.

 

Welgemoed loop ik door de Portugese hoofdstad alsof ik die ken als mijn eigen broekzak. Het laatste stukje nam ik met ligna 28. Richting het kasteel hoorde ik geen muziek. Misschien houdt ze even pauze maakte ik mezelf wijs. Maar nee hoor, ze was er niet. Wel een verveelde hippie-achtige Zweed die zijn elektrische orgel net aan het inpakken was. ,,Rot op”, dacht ik. Maar tegelijkertijd bracht dit hoop. Misschien mag hij maar tot elf uur spelen en was het nu tijd voor de handpandame? Ik ga op een bankje zitten en schrijf nog wat Portugese woorden op die ik onderweg was tegengekomen. Maar dat had ik niet moeten doen. Ik ben al snel het slachtoffer van straatverkopers, bedelaars en andere nooddruftigen.  Dat heb ik Nederland, maar de kans in Lissabon is vele malen groter. Nu ik eenmaal vijftig ben heb ik inmiddels een beperkt arsenaal aan ontwijk-strategieën. Maar als ik ergens ga zitten is het feest. Bedelaars komen geld vragen, maar een sigaret is ook altijd goed. Een zonnebril of afgelopen zaterdag met regen (chuva) is een paraplu uiteraard iets dat ik nodig heb. Resumerend heb ik vandaag wiet, coke, parfum voor ‘minha mulher‘, een zonnebril, stomme selfie-sticks en zelfs een laserpen kunnen kopen zonder dat ik er om vroeg. Zittend bij de ingang van het kasteel kwam een lange magere donkere man op me af. Hij gaf me een hand, stelde zich voor en zij dat hij uit Senegal kwam. Toen ik Vincent en Nederland zei met het inmiddels geleerde muito prazer, schatte hij me in op een armband (uma pulseira). Waarom Afrikanen denken dat een middelbare te dikke man zonder hipster uitstraling nu een kralenketting om moet doen, vraag ik me af. Het was niet de eerste keer. Met de hoop dat mijn ‘date’ nog zou komen, was ik goedgemutst. Hij deed nogal wat moeite om de juiste maat voor mijn pols te vinden. Hij maakt ze blijkbaar op zijn eigen smalle polsen en dat is dan weer niet handig met de vele toeristen. We keuvelen nog wat, uiteraard in het Engels. Hij zoekt na een paar minuten, als hij door heeft dat ik het bij slechts een armband laat, weer andere slachtoffers. Ik blijf uiteraard nog wachten.

20161128_124232

Lissabon, november 2016

Na een kwartier geef ik de hoop op. Maar goed het zonnetje schijnt en er is nog veel te zien in Lissabon. Een teleurstelling kan ik vandaag goed aan. En als een echte Feyenoordfan bij het verlies met 4-0 tegen Manchester United zingt ‘Let’s pretend we scored o goal’ en dan feestend uit zijn dak gaat, bedenk ik: Let’s pretend we had a date.

20161128_202148

de buit

Begrip, van de dag (146) Lekker nationalistisch sausje

 

20160402_114246.jpg

LEKKER NATIONALISTISCH SAUSJE

 

Panteão Nacional in de Igreja de Santa Engrácia em Alfama, dat bekt eventjes lekker. We hebben daar zo’n twee uur doorgebracht, met heel veel plezier. In de prachtige kathedraal met uitzicht over de Taag, is een nationale herdenkingsplaats ingericht voor Portugese helden van velerlei pluimage. Bij het binnentreden klinkt de muziek van Amália Rodrigues, Eusebio wordt herdacht als ook Humberto da Silva Delgado, presidentskandidaat in de strijd tegen de dictator Salazar. Ik kan me niet voorstellen dat ik in Frankrijk of Duitsland een Nationaal Pantheon met zoveel plezier zou bezoeken. Niets geen opgeklopt nationalisme, maar ogenschijnlijk gewoon menselijke trots op de vaderlandse helden.

 

In een van de vertrekken waar de fado-zangeres Amália Rodrigues wordt geëerd, is een typische Portugese dame aan het werk om een prachtige bos bloemen aan het construeren. De dame in het zwart, een bril met paarse glazen, gaat onverstoorbaar door als we binnenkomen. In mijn beste Portugees vraag ik een foto te nemen. De dame knikt vriendelijk en maakt dat ze wegkomt. Nu was het mijn bedoeling om haar al werkend  op de foto te vereeuwigen. Ze had het anders begrepen. Ik bedank haar voor haar medewerking als ze terugkomt. Ze gaat meteen weer aan het werk. Stiekem maak ik toch nog een foto bij het weglopen. Een grenzeloze bewondering voor de zangeres uit ze door haar onverzettelijke werk. Later die dag hoor ik wie Amália echt voor de Portugezen is in het Fado museum. Haar fado’s doorboren de ziel van ieder menselijk wezen.

 

Een Nationaal Pantheon in Nederland, zou zoiets mogelijk zijn? Ik denk het niet. Zien we Cruijff al bijgezet worden in de Westerkerk in Amsterdam? Moet dan ook Willem van Hanegem. Politieke helden, wie zijn dat? Willem Drees, of toch ook Pim Fortuijn. In Nederland lijkt alles gepolariseerd te zijn en omdat weer recht te trekken moet er gepolderd worden. Met dat polderen is meteen de gehele heldenstatus weg. Ik moet er toch niet aan denken allerlei uitgepolderde minihelden te moeten herdenken in een Nationaal Pantheon. Laten we onze helden maar eren in Madame Thousseau. Als we er dan klaar mee zijn dan kunnen ze in de kelders gedumpt worden. In Portugal hoeft dat niet en ik kreeg er geen vervelende bijsmaak van.

Begrip, van de dag (145) Man met een missie

20160401_132127

MAN MET EEN MISSIE

 

Een motor zal erbij mij niet komen en ook een tweede leg zit niet in mijn planning al nader ik de vijftig met rasse schreden. Genoeg om over de ouwehoeren dus, maar geen grootscheepse plannen voor de toekomst. Ik meen mij te herinneren van ontwikkelingspsycholoog Erikson dat iedere leeftijdsfase een leertaak heeft. Over vijftien jaar moet ik tevreden zijn met wat ik gepresteerd heb in mijn leven. Met deze angst voor ogen doet menig midlifecriser de raarste dingen om jonger te zijn of moet zo nodig een miraculeuze bucketlist afwerken. Je zal rond je 65e maar niet tevreden zijn met wat je gepresteerd heb. Wie dan leeft wie dan zorgt. Maar toch, na één dag Lissabon ben ik een man met een missie.

Na de altijd vermoeiende reisdag, past de eerste dag in de hoofdstad van Portugal als een goed zittende jas. Een helder blauwe lucht, Zuid-Europese geuren maar vooral een getemporiseerde bedrijvigheid in de wereldstad. Onmiskenbaar hebben we te maken van Zuid-Europeanen, maar niet het lawaai en temperament van Italianen en in mindere mate Spanjaarden. Ik zou een Portugees kunnen zijn, al geloof ik niet dat er ook maar een Portugees zal twijfelen over het feit dat ik gewoon een kaaskop ben. Misschien een Duitser of Scandinaviër. Ik hoef ook niet mee te doen met de ‘locals’ als ik maar een beetje kan meedeinen in hun tempo tijdens mijn vakantie, vind ik het al lang prima.

We hebben al een uur of twee gewandeld en hier en daar een metro of trammetje genomen en we komen aan bij het kasteel van ene Jorge. Ik heb niet eens de moeite genomen om uit te zoeken wie die ‘gorge’ is, maar hij de ingang speelt een dame van moeilijk in te schatten leeftijd, ze heeft onmiskenbaar een alternatief uiterlijk, misschien doet ze iets met chakra’s of is ze aanhanger van een Oosterse ‘swamibami’. Een misschien ook wel helemaal niet, want wat ze ook doet is fenomenaal op een handpan spelen. Geweldig!. Ik had er wel eens van gehoord, maar dit is het helemaal. Ik wil ook een handpan en spelen. Kost maar zo’n vijftienhonderd euro en dan moet ik ook nog oefenen. Als ik 65 jaar ben en lekker kan handpannen, ben ik een tevreden mens. Ik ben een man met een missie.