Bornwater’s Brillemans: De kruisiging van Christus 1554, Jacob Gerritsz. Bornwater

De Kruisiging van Christus, 1554 door Jacob Gerritsz. Bornwater, Dordrechts Museum

Jacob Gerritsz. Bornwater, wie kent hem niet? Ik wel vanaf zaterdag 7 maart 2026. Al weet ik nog niet zoveel, maar daar ga ik de komende tijd verandering in brengen.

We hadden gehoord dat Dordrecht een hele mooi stad is. Wat we niet wisten is dat de oudste stad van Holland een verborgen parel bleek. Met relatief weinig toeristen, de afwezigheid van Nutellawinkels en vrijgezellenfeesten, hebben we genoten van de historische entourage. Een van de doelen was het Dordrechts Museum. Dit stond al een tijd op ons wensenlijst, maar de expositie van William Turner bracht het in een stroomversnelling. Een goed gevuld weekend dus, mooi weer en als toetje op de maandag nog een wandeling door de Dordtse Biesbosch. Ik zal eens kijken of deze inleiding de VVV in Dordrecht wat waard is.

Naast de mooie expositie van de werken van William Turner, zijn tijdgenoten en inspiratiebronnen, wilden we uiteraard ook de vaste collectie bezichtigen. In de eerste zaal kwamen we een 16e -eeuws schilderij tegen van de vermoedelijk Dordtse schilder Jacob Gerritsz. Bornwater. Het heet de kruisiging van Christus uit 1554. Een weinig verrassend onderwerp uit die tijd. Ik las het bijschrift: “Het lijden van Christus, letterlijk, een lijdensweg. Als in een stripverhaal gaf Bornwater het weer, van begin tot eind. Met veel gevoel voor drama.”  

De eerlijkheid biedt mij te zeggen dat ik niet meteen aansla op kerkelijke kunst. Ik weet inmiddels voldoende van de kunstgeschiedenis dat de functie van schilderijen en beelden voor de middeleeuwers heel belangrijk waren. Dit was een periode waarin de ongeletterdheid nog sterk aanwezig was en alle middelen gebruikt werden om het geloof inzichtelijk te maken. 1554 was al iets later, de Reformatie had zich al in al haar glorie vertoont in ons land met alle gevolgen van dien voor de mensheid en de kunst.

Ik sloeg vooral aan op het woord stripverhaal en wilde de kruiswegstaties eens goed bekijken. Ik ging ervan uit dat ik die aan zou treffen. Met mijn neus op het doek bekeek ik het werk van Bornwater. Mijn blik trof meteen een van de figuranten. Een mannetje met bril, direct achter de paarden. Zit hij ook op een paard, of staat hij erachter geschilderd zonder acht te slaan op de perspectiefregels. De mannen zijn in oosterse kledij getooid. Het mannetje waarop ik aansla, heeft een bril op. Een bril? Ik vraag aan mijn partner, bestonden er toen al brillen? Zij bevestigt het na snel op haar mobiel te hebben gekeken, vanaf de eind 13e eeuw een uitvinding uit Noord-Italië.

Maar waarom afgebeeld op een schilderij dat zich zo’n 1500 jaar eerder heeft afgespeeld? Wie is die man, waarom had hij een bril op en wat was er zo belangrijk aan die man om hem met bril op te tekenen. Daar moet ik meer van weten, dus thuis maar een beetje googelen.

Eenmaal thuis was er even de angst dat ik bij het openbaar maken van het brilletje beticht zou worden van vernieling. Het brilletje lijkt er min of meer op gekladderd met balpen. Op internet zag ik gelukkig ook hetzelfde stripbrilletje getekend, dus het bijschrift had niets te veel gezegd. Nu een potentiële verdenking niet op mij zou vallen, ga ik verder met mijn zoektocht. Allereerst naar de schilder, Jacob Gerritsz. Bornwater.

Ik weet dat ik een luie onderzoeker ben en als ik niet meteen op een duidelijke wikipagina kom, ga ik er van uit dat er niet zoveel is. Er was geen wikipagina en er waren maar heel weinig bronnen over Bornwater te vinden. Wel kwam dit schilderij steeds naar boven. Er waren bronnen die zeiden dat dit het enige stuk van de schilder is, maar anderen meldden ‘St. Jerome in his study’, ook uit die tijd. De kruisiging, of inmiddels ònze kruisiging, was een onderdeel van een altaarstuk in het Augustijnerklooster in Dordrecht.

Voorlopige conclusie, Jacob Gerritsz. Bornwater komt uit Dordrecht of heeft er langere tijd gewerkt. Zijn kunstzinnige nalatenschap is beperkt en zijn vader heette waarschijnlijk Gerrit. De essentie van mijn zoektocht is echter niet de schilder, maar het brilletje en de vragen van het hoe en waarom van het brilletje van het mannetje bij de paarden. Het mooie van kijken naar kunst en haar geschiedenis is, dat het mij in dit geval brengt naar de oorsprong van de bril! Mijn eega had gelijk, er wordt vanuit gegaan dat rond 1280 de bril in Italië is uitgevonden. Dit is de zogenaamde nietbril, waarbij twee geslepen glazen gebruikt werden voor verziendheid. In de klassieke oudheid was er al veel kennis van de optometrie, maar van een bril was nog geen sprake. Ook is de uitvinding wel aan China toegeschreven. Daar was de kennis rondom glas, glasslijpen en optometrie op een hoogstaand niveau, maar de Chinese bril is waarschijnlijk vanuit Europa gekomen. In ‘In de Naam van de Roos’ (film naar het boek van Umberto Eco) droeg Sean Connery een nietbril!

Conclusie, historisch kan het brilletje geschilderd zijn door Jacob Gerritsz. Bornwater. De vraag blijft, waarom op dit schilderij. Wie was deze brillemans. Was het een grap van de schilder, immers een soort van stiptekenaar, was het mogelijk een bekende van hem of is er tussen 1554 en heden toch een onverlaat geweest die deze vernieling heeft aangebracht?

Wie iets meer weet mag het melden. Ik ga de vragen ook stellen aan het Museum Dordrecht en de ondersteuners bij de aankoop van dit werk, de Vereniging Rembrandt. Wordt vervolgd, alsof het een striptekening is.

Dit blog is een onderdeel van VinDoré, Kunst beleven we samen. Interesse in de nieuwsbrief VinDoré of meer weten over VinDoré, laat het ons weten via vindore2026@gmail.com. De eerste nieuwsbrief verscheen op 31 januari 2026.

Meer weten over de geschiedenis van de bril, een zeer lezenswaardig blog, volg de link:

Plaatjes en kletspraatjes: Raalte Kunsthoofdstad?

Even een bloemetje kopen voor mijn moeder, ze wordt 90 jaar nota bene. En wat geef je een 90-jarige? Wij kwamen niet veel verder dan een abonnement op de Libelle, want een ballonvaart of ‘skydiven’ is een gepasseerd station oordeelden we zelf. Misschien is dat leeftijdsdiscriminatie, maar ze was blij met de het abonnement en een bijpassend bloemetje. We moesten dus even ‘Raalte’ in. Op de Plas was een alleraardigst marktje van streekproducten, maar de Plaskerk was vooral ook een reden voor een kort bezoekje. Als liefhebber van klompenpaden googelde ik onlangs op klompen en kwam bij de Nachtwacht in Raalte uit. De nachtwacht in Raalte? Ja, en helemaal opgebouwd uit klompen. Dat moest ik zien, als kunstliefhebber, als klompenpad-loper en als ex Raaltenaar natuurlijk!

Ik vond het prachtig en kunstenaar Martin Dijkman uit Luttenberg, in stijl gekleed met een passend giletje, wilde ook best even poseren voor zijn werk. Het Melkmeisje is inmiddels ook klaar, gaf hij te kennen. Mijn advies aan hem, nog even doorwerken om De zonnebloemen van Van Gogh, een paar landschapsschilders uit de buurt zoals G.H. Göbel, Paul Bodifée of Jan Voerman ook in klompjes te vervaardigen en we hebben een museum op wereldniveau. Ik zou zeggen, Raalte denk innovatief……

Maar voor we bij de Nachtwacht kwamen, struikelden we over de schilderijen van een andere kunstenaar. Jan Ophof zat in het midden van de kerk met zijn werk. Een hobbyschilder noemt hij zichzelf in een filmpje. Met rustige passie vertelt hij over zijn werk, geen woord te veel. Nee, volgens mij is Jan geen ‘schrettbuul”, maar wel een fantastische schilder met zeer realistisch aandoend werk. We waren meteen onder de indruk. We zijn nu dan ook de trotste bezitters van een ‘echte’ Ophof’ die al een prominente plaats inneemt in onze kamer. Een weggetje, de Speelmansweg in Boetele, uit de jaren vijftig, heeft hij treffend neergezet. En ik zweer u, als het begint te schemeren in de huiskamer, zo na half tien op dit moment, dan schemert het schilderij mee. En als er meer kunstwerken met klompjes worden gemaakt, raad ik aan het werk van Jan Ophof hierin mee te nemen.

Het was zo maar een onverwachte onderbreking op weg naar mijn lieve moeder. Wij zijn een schilderij rijker. We kregen andermaal een prettige indruk van het zomerse Raalte en weet u, zelfs de Plaskerk is een mooi historisch kunstwerk. Raalte, kunsthoofdstad is misschien een wat overdreven kop, maar wat niet is, kan natuurlijk altijd nog komen. Aan mij ligt het niet.

Eigen foto uit juni 2023, de Plaskerk op de voorgrond, de Kruisverheffing op de achtergrond.

O sexto dia: Mijn liefde voor de zee

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, ik heb een haat-liefde verhouding met de kust en de zee, waar ook ter wereld. Met name de strandcultuur staat me tegen. Het is kijken of gezien worden door allerlei hippe types met cocktails in protserige strandpaviljoens. Bakken in de zon heb ik ook altijd al een heel merkwaardige hobby gevonden. Ik ben niet zo’n gebronsd type, nu niet en ook 25 kilo geleden niet. En toch vind ik de zee mooi, machtig en rusteloos intrigerend. Ik herinner me levendig het wegdoezelen op het strand, met de zee op de achtergrond waarbij geluiden van spelende kinderen en jongens en meisjes die wel gezien willen worden langzaam wegvagen.

Ruim vijftien jaar geleden hadden we een fijne gezinsvakantie in de Algarve. Ik was toen gecharmeerd van het kustlandschap in het Zuidwesten van Portugal, zowel de kust als de weg ernaartoe. Deze herinnering bleek geen hersenspinsel te zijn, want ook nu, op weg naar de Atlantische Oceaan vond ik de kronkelige bergweggetjes als ook de baaien langs de kust erg mooi. Maar wat ik ook nog heel goed weet dat we bij zo’n baai met twee overenthousiaste jongetjes arriveerden (9 en 12) en ze waren niet te houden bij het zien van de hoge golven. De zee heeft hier niet alleen hoge golven, maar is ook behoorlijk koud. Zelf wijs ik al het zwemwater onder de 25 graden systematisch af als zijnde pure marteling en zelfkastijding. We hadden weliswaar geen surfbenodigdheden, maar ze wilde het water in. Van het ijskoude water hadden de jongetjes pas na 25 minuten last, zelf had ik het na 1 minuut al helemaal gehad, maar ja er is zoiets als vaderverantwoordelijkheid want de zee was wel zeer ruig. Het was zeker geen hoogtepunt in mijn leven, maar als vader was ik wel een held voor zolang het duurde. De schoonheid van de zee alhier is me ondanks dit trauma wel bijgebleven.

Het voorstel om op zondag met zijn tweeën richting de zee te rijden werd met algemene stemmen aangenomen. Ik had er zelfs een zwembroek voor gekocht al wist ik echt wel dat ik de zee niet in zou duiken. Zelf had ik romantische ideeën om er om negen uur al te zijn, het was slechts drie kwartier rijden. Het liefst wilde ik er om half acht al zijn, maar de haalbaarheid van dat plan was bij voorbaat kansloos. Ondanks dat we om half negen wakker waren, lukte het ons ook zonder kinderen pas om rond kwart voor elf te vertrekken. Met nog even tanken arriveerden we om 12 uur bij Praia da Arrifana. Nu moeten we dat natuurlijk wel even in de juiste context plaatsen. Ons eerste gezamenlijke uitje was in januari 1991 naar Amsterdam. We sliepen op de studentenkamer van mijn broer in Uilenstede. Anne Frankhuis was ons eerste geplande museumbezoek. Om kwart voor vijf arriveerden we ter plekke, een kwartier later was het Anne Frankhuis gesloten. Lekker dan, maar ruim dertig jaar later zijn we wel mooi vijf uur eerder op de plek van bestemming. Progressie lijkt me dus, maar dit ter zijde. We hadden een half uur eerder kunnen vertrekken ware het niet dat mijn lief nog een gedichtje moest maken over ooievaars die we gisteren hier vlak in de buurt in grote getale hebben gezien. Heel mooi, maar was dit nu het uitgesproken moment? Kunst laat zich niet dwingen natuurlijk.

Ik wist
Niet
Waarom
Ooievaars
Klepperen
 
Nu
Weet ik
Het wel
Ze tonen elkaar
Hun Liefde
 
Laten
Wij ook
Vooral
Met overgave
Klepperen

Dat dus, Klepperen vandaag. Om twaalf uur zagen we inderdaad een lieflijk strandje van boven op de rotsrand, een lieflijk surfstrandje, maar ik zei het al, ik ben geen strandjongen en al helemaal geen surfjongen. Fysiek ben ik er niet toe in staat, ik heb geen half lang geblondeerd haar of een kek knotje op mijn kop en de zonnebrandcrème van factor 100 of meer hadden we niet bij ons toevallig. Ook ontbeer ik een buitenissig grote tattoo om te showen bij het aan- en uittrekken van het surfpak. Bovendien, over surfpakken gesproken, zo te zien hebben ze die niet in mijn maat. En mocht er een XXL pak te koop zijn, dan word ik echt geen jongen die graag gezien wordt/wil worden op het strand. Ik zei het al, ik ben geen strandjongen.

Maar dit allemaal bij elkaar mijmerend hoor ik de golven hun hypnotiserende mantra bulderen en de stemmen verstommen. Misschien moeten we in het najaar toch maar eens een weekje boeken in de Algarve, een huisje aan de kust. Zal maar eens flink klepperen de komende tijd.

Eerder verschenen in deze reeks:

O primeiro dia: Vind ik me toch zomaar terug in de Algarve. Errug

O sedundo dia: Back to the future.

O terceiro dia: Boven op de berg

O quarto dia: De dag van Portugal

O quinto dia: Daar is ie….Het klompenpad op zijn Portugees

Begrip, van de dag (186) Een gezellige racismediscussie

 

 

 

EEN GEZELLIGE RACISMEDISCUSSIE

 

Ha, gezellig we hebben weer een nationale racismediscussie. Net nu ik definitief heb besloten dat de Zwarte-Pieten discussie een grachtengordeldingetje is en ik Silvana Simons niet zo’n dappere DENK vrouw vind, hebben we iets nieuws gevonden. Een kunstwerk in de Keukenhof houdt de gemoederen de hele dag al bezig. Ik weet niets van kunst, ik vind er soms wat van al zul je me nooit horen zeggen van mijn neefje van drie die ook heel handig is met potloden. Een neefje van drie kan in ieder geval niet zo’n beeld maken, dus het moet wel kunst zijn.

Ik begrijp niet zo goed wat een naakte mevrouw bij de Keukenhof moet, maar dit terzijde. Nu lees ik dat het thema van dit jaar de Gouden Eeuw is. Een denkrimpel ontstaat, want de naakte mevrouw is een zwarte mevrouw. Nu zou Johan Cruijff in brons ook een zwarte Johan Cruijff geworden zijn. Dat is de eigenschap van brons. Als dit beeld nu speciaal gemaakt was voor het themajaar in de Keukenhof, dan is een discussie te rechtvaardigen. Het beeld staat er al vijf jaar. De polemiek is van vandaag. Trouwens wat ik wel weet van kunst, het moet maatschappelijke thema’s in gang zetten. Dat doet het. Argumenten van tegenstanders om het beeld weg te halen zijn dus vanuit die optiek laakbaar.

Een beeld dat al vijf jaar rustig tussen de tulpen zit, is vandaag een steen des aanstoots. Racistisch en seksistisch! Nu durf ik toe te geven dat het me meteen opviel dat het een mevrouw met grote borsten was. Om de tegenstanders tegemoet te komen, ik ben dus blijkbaar een beetje seksistisch. Ik ga er aan werken. Het blijkt dus een zwarte mevrouw. Maar als het nu een witte mevrouw was geweest, of erger nog een witte mijnheer? Wat dan? Krijgen we dan te horen dat groepen in de Nederlandse samenleving niet vertegenwoordigd zijn? Publieke fallussen in kunstvorm in de publieke ruimte is voor de overgrote meerderheid een stapje te ver. Dus een naakte witte mijnheer is geen alternatief en zou dan in marmer gemaakt moeten worden. Mijn conclusie, de discussie is de zinloze mantra die we al jaren horen. Hoe je zinloos en mantra in een beeld moet vangen weet ik niet, maar dat zou een optie zijn. Dan mag deze mevrouw, zwart of wit, wel bij mij in de tuin. Ik geef haar dan wel een mooi regenboogtruitje om iedere zweem met seksisme weg te halen.

13. KERSTKUNST uit de serie de kabbelende 100 van Sprakeloos

Keuvelen op tweede kerstdag bij je ouders op de bank. Vertrouwd, al ben je er al 29 jaar weg. Het is mijn ouderlijke huis en dat zal het altijd blijven al ben ik er net niet geboren. Gesprekken gaan over de familie, de buurt die veranderd is en onvermijdelijk over mogelijke verhuisplannen. Ze zijn per slot van rekening rond de tachtig. Helemaal vanzelfsprekend gaat het niet allemaal, maar toch zijn er nog wel plannen voor een fietsvakantie in Nederland komend jaar. ‘Count your blessings’ denk ik dan, al zou het helemaal niet doorgaan. Voorlopig blijven ze nog wonen in dit huis en eigenlijk kan ik ook niet anders voorstellen. Moeders is in de keuken de brunch aan het voorbereiden, terwijl mijn vader de tafel dekt. Ik kijk naar buiten, het is zacht, grijs en het waait. In een van de kerstdecoraties op de vensterbank zie ik ineens een kunstwerk.
2013-12-26 14.39.29

Mijn vrouw bladdert in een tijdschrift en kijkt op. Met mijn mobiel probeer ik het gewenste kunstwerk tastbaar te maken. Te pakken voor de gevoelige plaat zouden ze vroeger zeggen. Tegenwoordig moet je je digibetisme ontstijgen om iets moois uit je telefoon te halen, maar ik probeer het tenminste. ‘Misschien kan ik er een blogje van maken.’ Voor mijn vrouw is dat afdoende verklaring en leest verder. Ze zal het wel zien na de promotie op Facebook. Want naast een stel zijn we ook nog goede vrienden op Facebook. Mijn ouders schuifelen verder in huis om de kerstbrunch voor ons te prepareren en slaan geen acht op mij. Ik peins me suf hoe ik de brandende kaars in beeld kan krijgen, terwijl ik de kern van mijn kunstigheid, de weerspiegeling van tegenoverliggende huizen, in de vaas ook in beeld krijg. Ik voel dat het iets moet zijn met inzoomen, maar ik krijg niet de juiste proporties te pakken. Ik weet sowieso niet of de foto’s iets gaan opleveren, dat wordt pas duidelijk als ze groot geprojecteerd worden op mijn computer. Hoe dan ook zal ik een blogje schrijven neem ik me voor. Een herinnering aan kerst 2013 zullen we maar zeggen. Geen foto van een rijk gevulde tafel met lachende gezichten en hinderlijke weerkaatsing van de kaarsen. Een echte kunstherinnering van mijn hand. Ik schiet een foto of zes en ga weer zitten. Mijn vader vult het wijnglas van mijn vrouw bij en ik blief nog wat sinas. Ik moet rijden.

2. PEURNO AAN DE MUUR uit de serie de kabbelende 100

‘Erst komt das Fressen, dann die Moral’. Een waar Duits gezegde dat volgens mij past bij de menselijke natuur. Wij als Nederlanders hebben, rijk als we zijn, zowel het eten als ook de moraal in onze volksaard verankerd. We noemen dit de koopman en de dominee. Soms zijn we er trots op, maar vele momenten brengt het ook schaamte. En als we voldoende gemoraliseerd hebben, komt de kunst om de hoek kijken. De Gouden Eeuw bracht een hausse aan kunstuitingen. In tijden van bezuinigingen is de kunst vaak het eerste waarop bezuinigd wordt. Wat rest is de Die Moral und Das Fressen. Over het eten hoeven we ons geen zorgen te maken voorlopig, de moraal verdeeld ons al meer dan een decenniumlang. Maar toen het nog goed ging, heb ik ook kunst gekocht. Het hangt nog steeds aan de muur, ook nu de prioriteiten qua bestedingen elders liggen.

peurno aan de muur

Jaren terug kwamen we een kunstuitleen tegen in de bossen nabij Uden. We vonden het aanbod leuk en we besloten lid te worden. Voor enkele tientjes per maand had je het recht om te lenen. Hoe hoger het leenbedrag des te ‘duurdere kunst’ we konden uitkiezen. Het spaarbedrag liep lekker op. Ons nieuwe huis verfraaiden we met enkele kunststukken. Verstand van kunst heb ik niet en voor zover ik weet mijn echtgenote ook niet. We vinden iets mooi of niet. Goed, het moest een beetje bij de inrichting passen. Een van de werken (Hercules) was van C.M.C.Nagtegaal. We hadden al meerdere werken van haar aan de muur gehad. We koesterde de zoekplaatjes in het schilderij, naast uiteraard de kleurstelling. Maar met dat zoeken ging het na enige maanden mis. Ineens zaten we naar een vagina in het zoekplaatje te kijken en later met wat fantasie meerdere. Was dat nu gezichtsbedrog (What’s on a man’s mind)? Maar eenmaal op mijn netvlies gebeiteld, bleef ik het zien. Andere huisgenoten zagen het ook. Wat nu? Ik wil geen zedenprediker zijn, maar als zelfverklaarde Victoriaan had ik toch een probleem. Het schilderij hangt aan de muur bij de eettafel. Ik besloot tijdens het eten maar met de rug naar het schilderij te zitten. Zo kon de kunst blijven hangen, het eten doorgang vinden en de moraal hoefde niet getart te worden.

Om ethische redenen heb ik de bijbehorende foto niet gefotoshopt en van discrete afstand genomen. Ik wil immers geen verspreider zijn van mijn peurno aan de muur.

Eerder verschenen

1. KNIPBEURT

DAREO, Kunst in Duiven

Ook in Duiven is altijd wat te doen, maar de stoplichten werken hier niet meer echt mee, want het dorp gaat mee in de rotonde-mode. Niet rood en groen van de stoplichten kleuren de dag, maar de plaatselijke kunst geeft kleur aan deze zondag. Afgelopen weekend en dit weekend hielden vijftien lokale kunstenaars Open Huis in het heilige der heilige, hun atelier. Hier zomaar in Duiven blijken minimaal vijftien kunstenaars te zijn. Veel aandacht in de media is er niet geweest. Niet interessant genoeg voor de media, te weinig kunstminnend publiek in Duiven of gewoon cultuurarmoede in het algemeen? Misschien wel alle drie, maar ik was blij dat zo maar op een zondag, de dag nadat de wereld toch niet is vergaan, de mogelijkheid zich voordeed. Niet naar ‘de grote stad’ voor een beetje kunst. Het is elders niet altijd beter.

Dareo

Voor een routefolder moeten we  (samen met partner) naar het Horsterpark, gelegen tussen Westervoort en Duiven, om te beslissen welke kunstenaars we gaan bezoeken. Ter plekke is het een drukte van belang in verband met een groot paardenfestijn en het circus Renz. Ik zei u al, in Duiven is altijd wat te doen. De drukte ontlopend, besluiten we meteen het verstgelegen adres aan te doen. De kunstroute onder de naam DAREO beslaat namelijk meer dan twintig kilometer, dus allemaal lukt zeker niet. DAREO is een mooie naam, dat zal ik thuis even googelen voor de achterliggende gedachte. Dit had ik me kunnen besparen, want even een momentje van oplettendheid en ik zou hebben kunnen weten dat het staat voor Duivense Atelierroute en Omstreken. Het staat op de folder, Dareo dus.

Tegen de wind in fietsen we er naar toe. Niet als kenners, niet als specifieke liefhebbers, maar gewoon verheugd dat er op een steenworp afstand ook nog mensen bezig zijn met andere zaken dan hardselling business en plat vermaak. Gewoon even een beetje cultuur snuffelen en het maakt ons niet uit of dit nu met kapitalen geschreven wordt of niet.

Huet Suet-Art

In het buitengebied, voorbij Groessen, ingeklemd tussen de rivier en de Betuwelijn, heeft Brigitte Sueters-van Huet haar atelier. Haar website belooft intuïtieve en expressieve werken. We worden bij binnenkomst naar haar hal/trappenhuis gedirigeerd voor een eerste indruk. Daarna zou ze uitleg geven en desgewenst vragen beantwoorden. In haar atelier vertelt over haar inspiratiebronnen en dat komt neer op het vertalen van emoties naar kunst. Afgelopen jaar heeft ze bijvoorbeeld meegedaan aan een competitie om een doodskist te bewerken naar de fictieve ‘bewoner’ van die kist. De dood als een emotie in het dagelijks leven brengen, een thema dat vaak niet besproken kan worden. Voor Brigitte Suesters-van Huet is het een artistieke uitdaging.

In haar atelier heeft ze overigens voor de Dareo een interactief klusje voor bezoekers ten behoeve van het goede doel. (onderzoek naar borstkanker). Ze vraagt iedere bezoeker een stukje van het klaarstaande doek te beschilderen. Kennis van zaken of anderszins artistieke gaven zijn niet noodzakelijk. De kunstenares vindt het zelf interessant om te zien met welke energie mensen aan de slag gaan. In onze aanwezigheid zijn er uiteraard ook vriendelijke weigeraars. Zelf ben ik niet zo goed om energie te onderscheiden in de ‘klodders’ van de gasten. Beter ben ik in het psychologiseren van de productie van de verschillende nieuwbakken kunstenaars. En al is het psychologie van de koude grond, ik verf mijn zwarte blokje in het midden van het ‘goedendoelendoek’. U doet er maar wat mee.

Al met al duurde het bezoek iets langer dan gedacht, dus we moeten al schrappen in ons lijstje van kunstenaars. We besluiten te gaan ‘gluren bij de buren’. Een drietal kunstenaars op een steenworp afstand van ons huis bezoeken we. We wisten echt niet dat ze er waren. Zo zie je dat een dorp als Duiven ook al heel goed is om in de anonimiteit te kunnen verdwijnen.

Marga van Haren

De folder van Dareo laat een overzicht van alle deelnemende kunstenaars zien. Bij ons boven de bank in de huiskamer hangt een schilderij dat gelijkenis vertoont met het werk van Marga van Haren. Onze nieuwsgierigheid is gewekt. En inderdaad een scala aan Afrikaanse menselijke objecten in haar werk. Marga van Haren schildert graag donkere mensen. Misschien om de kleuren, misschien weet ze het ook niet, ze is immers nooit in Afrika geweest. De statige figuren in haar schilderijen kunnen me heel erg bekoren. De figuren verdwijnen soms bijna in de achtergrond, andere zijn weer opzichtig fleurig. Naast verf, gebruikt Marga van Haren ook textiel in haar werken. Ook opgedroogde verf weet ze weer te gebruiken, bijvoorbeeld ten behoeve van een halsketting zodat haar werk nadrukkelijk driedimensionaal wordt. Tot volgende weekend is zij ook te bewonderen in Pannerden (Schoolstraat 20). Voor ons een reden om er even naar toe te gaan, maar zeker ook een aanrader voor alle mensen die niet in de buurt wonen. Volgende week naar Pannerden, fiets mee om een eindje te fietsen in de Liemers en en passant een snufje kunst meepakken. Op haar website is een goed overzicht te zien. Zelf raakte ik er even van in verwarring omdat haar achternaam op de site in Van Kerkhoff is veranderd. Ik herken haar werk wel, dus ze is het echt.

 

 

Lisette van Oorschot

Op nog geen 100 meter is de volgende Duivense kunstenaar te bewonderen, een heuse goudsmit. Ik weet het vrouwelijke woord van smit niet, maar Lisette van Oorschot heeft zich bekwaamd in het bewerken van edelmetalen, goud en zilver. Onverwacht in de eigen wijk, is een kunstenares aanwezig die mijn mogelijkheden om een cadeau voor iemand uit te kiezen enorm heeft vergroot. Lisette van Oorschot maakt o.a. hangers met thema’s op verzoek voor heel betaalbare prijzen. Voor €25,- euro kun je al bij deze enthousiaste kunstenares terecht. En daar ben ik dan weer enthousiast over. Over de achtergrond van dit metier vind ik het moeilijker om iets te zeggen dan bij beelden of schilderijen. Ook het fotograferen van de kleinnoodjes is voor mij als blogger iets te hoog gegrepen. Zij is net als Marga van Haren een heuse garagekunstenaar. Haar goudsmederij Appendiamo (wij hangen) is ook virtueel te bezoeken. Aldaar is haar werk beter te bekijken en oordeel zelf.

 

Madeleine Corbey

Voor de organisatie van Dareo is Madeleine Corbey mede verantwoordelijk. Ook zij heeft haar garage, tuin en zolder verbouwd tot het alelier Allegro. Vooral sculptures en beeldhouwwerken maakt deze kunstenares. De verschillende soorten steen, maar ook papier (pulp-art) gebruikt ze als materiaal voor haar werken. In de tuin staat zelfs een vrouwelijk naakt van kippengaas. In vroeger tijden heeft zo ook meer ‘platte werken’ gemaakt vertelt haar partner, wijzend op een schilderij dat al vijftien jaar nog steeds niet af is. Madeleine Corbey schudt wel de hand met ons, maar in verband met de aanwezigheid van andere belangstellenden, worden wij te woord gestaan door haar partner. Hij is goed op de hoogte van de ontwikkelingen in het werk van zijn eigen kunstenares, de gebruikte materialen en inspiratiebronnen. Hij is echter niet alleen haar partner, maar onderhoudt ook haar website.

Met twee minuten fietsen zijn we weer thuis en kunnen de indrukken verwerken. En zoals ik al vermeldde, een kenner ben ik niet. Kunst vermaakt mij vaak voor het moment. Ik kan genieten van het enthousiasme van mensen die gaan voor hun passie en hierover met plezier vertellen. Maar het meest ben ik onder de indruk dat zoiets veel dichter bij huis is dan ik dacht. Er zou eigenlijk een permanente (gemeentelijke) ruimte moeten zijn voor lokale kunstenaars om die kunst te promoten. Ook in Duiven voldoende lege (kantoor)ruimtes voor een doorlopende expositie. Het is maar een ideetje.

Een klein kunstzinnig fotootje van de blogger tijdens de Dareo route