Republieksoep, een onbeproefd recept

Nu de dagen oranje kleuren, moet ik onwillekeurig terugdenken aan de verhaaltjes van Simon Carmiggelt. Hij beschrijft, op de hem bekende wijze, zijn socialistische opvoeding. Hierin was geen enkele ruimte voor monarchistische gevoelens. Zo ging dat in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Voor de ‘kleine’ Simon was dat spijtig, want hij mocht niet meedoen aan de festiviteiten op Koninginnedag. Voor hem geen gratis limonade, koek en een herdenkingstegeltje van staatswegen gefinancierd. Voor vader Carmiggelt was het duidelijk dat zijn zoon niet participeerde met die ‘infantiele oranjeleut’.

Als latent Republikein onderga ik het Oranjenieuws en de lading propaganda van bedrijven in deze dagen gelaten. Vaak zie ik de humor er nog wel van in. Ik denk dat vader Carmiggelt in het huidige tijdperk ten onder was gegaan aan de overproductie kapitalistische ‘Oranjeleut, maar dit terzijde.

Hedenochtend moest ik bij ’s lands grootste grutter zijn. Uiteraard stond alles in het teken van Oranje. En als dank voor het bezoek kreeg je ook nog een koningswuppie mee, voor thuis. Mijn geluk kon niet op. In de winkel viel mijn oog bij de groenteafdeling op een pakket om ‘Koninginnensoep’ te vervaardigen. Wortels, een oranje paprika en een sinaasappel zijn er voor nodig. Achterop de verpakking stond hoe je dit culinaire hoogstandje moest bereiden.

Bij mij rees meteen de vraag: “Bestaat er eigenlijk Republieksoep?” En zo ja, hoe zou dat dan smaken en eruit zien? Het mag niet rood zijn want dat zou betekenen dat het socialistische deel van de republikeinen het alleenrecht zou hebben op antimonarchistische gevoelens. Vader Carmiggelt zou dan in zijn vuistje hebben gelachen. Bovendien hebben we al een politieke partij die zich vereenzelvigd met ‘rooie soep met ballen.’ Ook bruine soep, met bruine bonen of linzen bijvoorbeeld, zou, ondanks de voortreffelijke smaak, niet mijn voorkeur hebben. De combinatie bruin en Republikeins heeft in de politiek een wrange en besmettelijke bijsmaak.

Mijn voorkeur zou uitgaan naar een lichtgroen lenteachtig soepje, waarbij de lichte kleur symbool staat voor prille en mogelijk nog onvolwassen Republikeinse gevoelens.

Ik zit te denken aan de volgende ingrediënten:

(bij 2 liter water)

  • 6 stukken prei

  • 200 gram jonge spruitjes

  • klein blikje erwtjes

  • 4 frisse Granny Smiths

  • mint

  • bieslook

  • groene peper

Koken en pureren en naar eigen voorkeur vleesproducten toevoegen.

Zelf heb ik de soep nog niet gemaakt, maar mijn vermoeden is dat er een grote winderigheid gaat ontstaan die op de Kroningsdag als rook- en stinkbommen gezien kunnen worden door de verschillende veiligheidsfunctionarissen. Ik maak de soep dus nog maar niet, maar ik hoor graag over uw ervaringen.

De Kroningsdag van 30 april 2013 wil ik eigenlijk ook niet verstieren, zo latent Republikein ben ik dan ook wel weer. Bovendien heb ik historische belangstelling en daarin past ook de idee dat het Republikeinse gevoel erg latent moet blijven, we leven immers al zo lang met de Oranjes. Ook vind ik WA eigenlijk een prima vent met wie het waarschijnlijk goed een biertje drinken is. En toegeven, ook ik ben als een blok gevallen voor de tsunami van Argentijnse charmes. De 3-atjes moeten we dan vooral niet traumatiseren met onze republikeinse peristaltische narigheid. Ik denk dat we het de komende jaren wel redden, het koningshuis en ik. Het blijft weliswaar een raar fenomeen, misschien is het wel een onvermijdelijk soort gekke liefde die niet weg te vlakken is, maar waar je je ook een beetje voor schaamt.

PS. Maar mochten de Republikeinse gevoelens in de toekomst echt toeslaan, dan is de Republieksoep te alle tijden aan te passen natuurlijk. Ook de kleur is dan niet meer belangrijk, dus voeg vooral rode pepers, bonen en uien toe. Laat het dan maar knallen en roken.

Maxima(al) Nederlander/ 06-10-2007

Er zijn van die momenten waarop ik in opperste verbazing, misschien wel maximale verdwazing, verkeer bij het aanhoren van sommige nationale discussies en hypes. Deze week stond de media weer vol van zo’n hype, de lezing van prinses Maxima, waarin haar uitspraak: ‘Dè Nederlander bestaat niet!’ wordt uitgelicht. Waar gaat het over?????

Vele soorten emoties maken zich meester van me. Mijn eerste reflex is, dat we ons hièr mee bezig houden. Onwillekeurig denk ik dan, eigenlijk zouden alle salarissen gehalveerd moeten worden. ‘De Nederlander’ zou dan gedwongen worden op een meer basaal niveau te existeren. Natuurlijk is dat onzin in optima forma. Dat is van het niveau zoals mijn vader in soortgelijke situaties placht te zeggen: ‘Die zouden de oorlog een mee moeten maken!’ Buiten het feit dat ik persoonlijk eens na moet gaan hoe dat vergelijk tussen mij en mijn vader zit, groei ik snel over zo’n eruptie heen. Maar als ik in dit geval verder over de inhoud van ‘het gedoe’ nadenk, komt de ergernis toch snel boven drijven.

De Nederlander bestaat niet! Hoe ver kan de deur geopend zijn om hem nog in te kùnnen trappen? Natuurlijk bestaat de Nederlander niet. Als u alleen maar kijkt naar uw eigen situatie in vergelijking met die van uw buurman. U lijkt toch in niets op hem! Het enige dat u zou willen overnemen is die dure leasebak en hooguit droomt u van een affaire met zijn vrouw. Voor de rest bent u vooral anders. Heel anders. Verder is onlangs bekend geworden dat ouders over het algemeen heel tevreden zijn over hun eigen opvoeding. Het gros van de andere ouders doet het helemaal verkeerd. Wij zijn dus allemaal anders.

U kunt tegenwerpen dat er gemeenschappelijke kenmerken zijn die de echte Nederlander aanwijsbaar maken. Een aantal generaties dat de familie al in Nederland is? De mate waarin er een ‘zuivere bloedlijn’ van Nederlandse voorouders is? Het volume waarmee we schreeuwen tijdens de wedstrijden van het Nederlands elftal? Of onze gemeenschappelijke liefde voor het koningshuis? In dat laatste geval zijn Duitsers ook Nederlanders. Gemeenschappelijke kenmerken kunnen hooguit gevoeld worden. Zodra je ze gaat benoemen kom je niet verder dan lachwekkende generalisaties van het niveau tulpen, klompen en natuurlijk coffeeshops.

Dan is er nog het Schefferiaanse argument dat een wereldburger als Maxima haar situatie niet mag vergelijken met die van ‘De Nederlander. Dus eigenlijk alleen tante Truus mag er iets van zeggen omdat zij weet heeft van de materie omdat een zus van haar buurvrouw en daar weer een goede vriendin van…..etc. etc. Nee, natuurlijk is prinses Maxima niet te vergelijken met ‘De Nederlander’ Maar is Willem Alexander, de polderprins bij uitstek dat dan wel? Of wat te denken van die top 200 invloedrijkste Nederlanders, die weten uitstekend wat er speelt in de (probleem)wijken en kunnen daarmee haarfijn vaststellen wie of wat de Nederlander is.

Ik denk dat prinses Maxima gerechtigd is om verstandige en soms ‘een beetje domme’ opmerkingen te maken. In dit geval is het een uitstekende en sympathieke poging om een bijdrage te leveren om de polarisatietendensen te verminderen in Nederland. En natuurlijk moet Maxima dat blijven doen. Daar betalen we haar per slot van rekening voor. Wij allemaal, als Nederlandse belastingbetaler.