
Nog net op tijd voor de aankomende hittegolf want ik had er geen zin meer in. Dat wil zeggen, in het werken. Volgende week begint mijn vakantie. Ik heb voldoende overuren gespaard en die moeten bij voorkeur opgemaakt worden schrijft het protocol voor. Ook de lijst met zaken die voor mijn vakantie afgewerkt moet worden is te overzien, dus wandelen maar. Ik had mijn zinnen gezet op Hattem, het Hoenwaardsepad. Lekker wandelen in mijn eentje met het vooruitzicht later die middag bij moeders pappot aan te schuiven. Ze woont immers in de buurt.

Nu vind ik ieder Klompenpad per definitie een cadeautje. Je komt in plaatsen waar je anders nooit komt, je ziet kleine en soms grote verrassingen tijdens het wandelen en wandelen is per definitie een ontspannende bezigheid. Dat laatste heb ik eigenlijk pas sinds een jaar ontdekt dus ik heb nog heel wat te winnen. Nu is het ook bij ieder Klompenpad, het is wat het is. Hier bedoel ik mee, als er weinig water is, dan moet je niet klagen dat er te weinig water is. Is er te veel asfalt volgens de hardline klompenpaders dan trek ik de conclusie dan zullen er geen andere mogelijkheden zijn. Is er op cultuurlandschappelijk of historisch gebied niet zoveel te zien, dan is het er gewoon niet. Toch kan de wandeling best mooi of ontspannen zijn. Het is zoals het is. Maar sommige paden hebben geluk en die hebben van zichzelf veel te bieden. Het Hoenwaardsepad is er zo één. Water, uiterwaarden, stadsgezicht, landhuizen, historische gebouwen en bos. Het was er allemaal.

Zoals gebruikelijk hanteer ik mijn mobiel om een stukje op mijn blog van een paar foto’s te voorzien. Een paar foto’s zijn meestal voldoende. De mooiste kiekjes deponeer ik op mijn Instagram account. (titiissprakeloos) Iedere keer ben ik nog in gevecht om de horizon recht te krijgen. Soms lukt dat, vaak ook niet. Het mag mijn pret niet drukken. Met de veelzijdigheid van de wandeling was er op dit pad veel te kieken. Overal zag ik wel weer een plaatje om mijn nog niet ontdekte fotografeertalent te kunnen etaleren. Het is nog niet zover gekomen, hoewel ik zelf tevreden ben hoe de soms wel veertig foto’s een mooie impressie geven van de dag. Zo weet ik over een jaar nog hoe ik de wandelsfeer heb beleefd.

De genoemde afwisseling was prachtig. Verrassend was echter dat het uiterste puntje van de Veluwe bij Hattem ligt, dat realiseer ik me nu pas. Hattem associeerde ik vooral met de rivier. Opvallend was de overgang van de uiterwaarden naar het bosgebied. Dat ging door de ‘buitenwijken’ van Hattem, de suburbs zullen we maar even zeggen. Het is er goed wonen in dit bosrijke gebied. Of hoe zeg je dat ook al weer een beetje dichterlijk, lommerrijk. Want je wandelt in een bos, maar als er huizen in staan heet het ineens lommerrijk. Goed en in één keer was ik in het bos, gewoon dus nog een stukje Veluwe.












Afgelopen zaterdag durfde ik het weer aan, de hooikoorts negerend met behulp van de chemie. Dat is gelukt, al is de weerslag de dagen erna nadrukkelijk aanwezig. Vandaar niet de dag zelf een stukje, maar twee dagen later.




Ik viel van mijn stoel van verbazing of om in stijl te blijven, mijn klomp brak. Na het verdedigen van een schoolopdracht over export van Calsberg bier naar Kenia via ZOOM, Skype of Teamspeak, kwam mijn oudste zoon beneden met een goed resultaat. ,,Pa, wat ga je vanmiddag doen.” Hij noemt me altijd bij mijn voornaam die grote kleine van ons, maar dat past niet zo lekker in het verhaal. Hij wist dat ik vrij was. Ik gaf hem te kennen dat ik tot twaalf uur zou werken en daarna een klompenpaadje zou pakken. ,,Zal ik meegaan?” Tja, dè dag was aangebroken. Het heeft 25 jaar geduurd, maar ik mag het meemaken dat hij vrijwillige met zijn vader een klompenpad wil betreden. Hij die nooit wilde wandelen als kind, of het moest met een nadrukkelijke belofte dat er aan het eind een Horecagelegenheid zou zijn. En dan was het vaak nog feest met 100 keer de vraag of we er al zijn. Hij die bij een route toch heel graag wist hoe die precies liep en boos werd als er een fout in zat of erger nog, dat zijn ouders zich ergens vergisten. Hij die buiten stadswandelingen, veelal op zich zelf, de laatste 15 jaar toch geen bos meer is doorgelopen, hij die wat meewarig kijkt als zijn vader beweert dat hij alle 121 paden wil gaan lopen en het inschat als een seniorenziekte. Hij zegt in alle onschuld en oprechtheid mee te willen.
































