Beschaaft en Handhaaft

Ik zie puistige Marokkaantjes, s’avonds laat op straat bij de voetbalkooi. Ze spelen hun spelletjes dromend van het Nederlandse elftal, liever nog het Marokkaanse. Vriendjes zitten in groepjes in de buurt en hebben het gezellig. Buitenstaanders worden achterdochtig bekeken, eigenlijk niet geduld. Een stoere scheld ‘hoer’, een nog stoerdere dreigt met zaken waar een 13-jarige Marokkaan van zijn ouders niet over mag denken. En als het uit de hand loopt komt oom agent misschien. De gezamenlijke morele woede tegen de hele wereld komt naar boven. Hun onzekere toekomst maskerend, krijgt de Hermandad het voor de kiezen. Schelden, middelvingers en misschien wordt er eentje meegenomen naar het bureau. De held en statusverhogend voor de volgende keer. Ze zijn een fijne groep vrienden voor het leven. Ze worden echte goede kut-Marokkaantjes en als ze goed hun best doen belanden ze bij de Mocromaffia. De toekomst onzeker, een slechte pers en volhardend in hun anti-maatschappelijke afkeer, maar ze hebben elkaar als troost en vrienden voor het leven.

Ze staan immers toch maar nabij het afvoerputje van de maatschappij.

Elkaar herkennend aan de verbeten trek, wandelen ze ’s zondags in aangewezen reservaten naar hun clubgebouw. Ze weten van elkaar dat het goed is, de buitenwereld deugt niet, want komt immers toch niet in de hemel. De gemeenschap dekt elkaar met de mantel der liefde als het gaat om onverantwoordelijke zaken. De buitenwereld moet zich er niet mee bemoeien. Ze begrijpen incest immers niet en als het over de scheef is, lees ontdekt wordt, dan grijpt de gemeenschap in, liever nog God. De rol van Vrouwe Justitia is te werelds om serieus te nemen. Fundamentalistische enclaves zijn, gelijk het Rijke Roomsche leven, nauwelijks vatbaar voor de wet en kunnen zo hun anachronistische kwaad verspreiden, het liefst achter gesloten deuren en als het moet even in de openbaarheid om weer snel te opteren voor oplossingen in hun eigen sektarisch denken bij vermeende misstanden. De anderen roepen och en wee, veroordelen de strafrechtelijke praktijken en als de storm is overgewaaid dan gaan ze gewoon weer verder in de beslotenheid van hun goddelijke sektes. Ze blijven volharden in hun goddelijke gelijk en dromen van het leven in de hemel.

Ze leven toch maar in gesloten gemeenschappen waar de meesten meestal geen last van hebben.

Ze zijn jong, slim en omringd door de ware zeden en de juist normen, netjes meegekregen vanuit de betere wijken en dorpen in het land. Hun gedrag is voor het oog onberispelijk. Kritiek op al dan niet vermeende arrogantie glijdt van hen af alsof ze opgebouwd zijn uit teflonlagen. Ze hebben immers de macht, de kennis en het immorele gelijk van hun (voor)ouders georven. Op de leeftijd des onderscheids mogen ze nog even spelen. De latere wereld nabootsen, zonder waarlijke verantwoordelijkheden. En alle “zoontjes van” willen meedoen, de boot niet missen voor het machtige leven later. Een paar hersencellen minder maakt niet uit, ze hebben immers toch genoeg, dus drinken ze sloten bier. Hun geweten wordt vertroebeld door de bacchanalen, ze proeven ‘gleuven’ of zo u wilt bespringen herten, spelen niets ontziend bedrijfje en bepalen eigen waarde en normen. En iedereen doet mee, gekker, doller, dwazer. De gezamenlijke drek van immoreel gedrag naar elkaar is het bewijs van vriendschap voor het leven en aanleiding voor een sektarische vrijmetselarij, de rest van de maatschappij verachtend. De hand wordt ze boven het hoofd gehouden, want hun vaders zitten op posities die ze vrijwaren van maatschappelijke hoon voor misdadig en immoreel gedrag. De pappa’s doen dat immers zelf ook dagelijks, op hun eigen legale wijze in politiek, bedrijven en bestuur. Hun kracht, door gebrek aan gebrek aan eigenheid en individualiteit, wordt ruim gecompenseerd door geld, macht en vriendjespolitiek. Hun wereldse gelijk glorieert.

Ze leven met de rug naar de maatschappij, ontberen verantwoordelijkheid en hebben werkelijk schijt aan de rest, maar ze hebben wel de macht binnen en buiten de sociëteit.

Vindicat, oftewel Handhaaft en Beschaaft. Het handhaven lukt ze goed, de beschaving van onze ‘fine fleur’ is ver te zoeken, want immers de basis voor hun handhaving.

LEKKER WEG IN EIGEN LAND

Op afstand ben je dan bezig met het plannen van je reis naar Thailand. De vlucht is geboekt, maar nu de rest. Hoe gaan we reizen, welke steden gaan bezoeken. Kun je komen van A naar Beter en zo ja, is dat een beetje te doen. Met al die exotische namen is de vakantie al een beetje begonnen. En dan besef ik ineens dat ik nog nooit in Volendam ben geweest. Ik kan mijn bek breken over Ayutthaya, Chiang Mai of Kanchanaburi, maar Volendam, waar hele hordes toeristen voor naar Nederland komen, ken ik niet. Ik moest me tot dusver behelpen met de palingsound van Nick & Simon, Jan Smit en de 3J’s. Als je die samen hoort dan is er ook sprake van bekbrekende toeren, want hoe genetisch de Volendamse bevolking ook behept is met gouden keeltjes, ergens moet dat rechtgetrokken worden. Ze hebben allemaal een spraakgebrek.

Zijn er nog meer zaken die ik wil zien in Nederland? De meeste grote steden ben ik geweest en die steden die nog bezocht zouden kunnen worden, zijn vooralsnog niet uitnodigend. Delfzijl? Tilburg? Kerkrade, Geleen of Heerlen? Heerhugowaard? Geef mijn portie maar aan Fikkie. Maar er zijn naast Volendam vast zaken die mijn aandacht vereisen. Dat hoeft niet dit jaar, maar ooit, al weiger ik het een bucketlist te noemen, want dat woord haat ik. Bovendien ik kan er wel mee leven om nog nooit in Volendam te zijn geweest, maar een beetje nieuwsgierig ben ik wel. Even nadenkend kan ik het lijstje verder uitbereiden met andere bezienswaardigheden.

Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik ook nog nooit in de Keukenhof ben geweest, zelfs twijfel ik of ik wel echte tulpenvelden heb gezien. Misschien ooit vanuit het vliegtuig op weg naar een oord ver weg.
Wat me verder interessant lijkt om eens in Amsterdam Noord een kijkje te nemen. Mijn bezoeken aan Amsterdam per trein kenmerken zich door uit te stappen op het Centraal Station en na een heleboel puinhoop en bouwsels kom je een keer bij de grachten. Misschien is het inmiddels beter, maar zo vaak hoef ik niet in de hoofdstad te zijn. Maar de nieuwe architectuur en bouw van Amsterdam Noord wil ik wel eens zien, kan ik meteen Pampus bekijken, want nog nooit gezien.
Over architetuur gesproken, de gemiddelde Vinex-wijk interesseert me niet, Leidsche Rijn kan met gestolen worden, of Almere als een grote Vinex-stad van Amsterdam, maar wel ben ik benieuwd naar Kattenbroek in Amersfoort. Heb er veel over gehoord en het zou in de jaren 90 van de vorige eeuw baanbrekend zijn geweest. Ik ben benieuwd of ik dat ook zo ervaar, of dat er alle tientallen nieuwboekwijken lijken op deze wijk.

 

Nu heb ik als Feyenoorder meer met Rotterdam dan met Amsterdam, en als de drukte rondom de enerverende nieuw Markthal een beetje minder is, zal ik het zeker bezoeken. Maar de Euromast was zo’n weetje van de lagere school die onlosmakelijk verbonden is met de havenstad. Ik moet er maar eens naar toe. Net zoals het waddeneiland Schiermonnikoog, al is het alleen maar omdat je er niet met de auto mag komen. Dat lijkt me ook wel een aparte gewaarwording. De mij bekende waddeneilanden zijn sowieso de moeite waard is mijn ervaring, dus een keer naar Schiermonnikoog daar kan ik me geen buil aan vallen.
Op natuurhistorische gebied heeft Nederland niet zo heel veel te bieden, dus alle groepjes bomen die ze bos noemen, bekoren mij niet in het bijzonder, hoewel als je er loopt is het er vast heel aangenaam. Maar de Biesbosch, ik ben er nooit geweest. Als kind leerde ik over de St. Elizabeth-vloed in 1421. Een feitje dat ik nooit vergeten ben, maar het heeft nog niet geleid tot een bezoek aan de gevolgen van deze watersnood, de Biesbosch.
Naast ergens naar toe gaan zijn er nog een aantal zaken, die voor mij interessant zouden kunnen zijn of waarom buitenlanders naar Nederland toekomen. Een ervan is natuurlijk het Venetië van het Noorden, Giethoorn. Ik ben er regelmatig geweest, heb er zelfs in de jaren tachtig geschaatst. De omgeving is prachtig op de ijzers en Giethoorn is zoals ze dat plachten te zeggen, pittoresk. Maar ik ben vooral nieuwsgierig naar een ander fenomeen. Het schijnt een hotspot te zijn voor Chinezen, die er dan ook in grote getalen komen. Dat fenomeen zou ik wel eens willen observeren, hoe Giethoorn verwordt tot een soort China Town.
Verder, hoewel ik het tegenwoordig buitenlanders niet aanraad om per openbaar vervoer te reizen, wil ik nog wel eens van het noordoosten (Roodeschool) naar het zuidwesten en dan kom je uit bij Vlissingen. Alleen al om het gevoel te ervaren dat Nederland best wel groot is en dat reizen per trein een beleving is. Deze reis doet er ongeveer 5,5 uur over. Die andere van het noordwesten (Den Helder) naar het uiterste zuidoosten (Kerkrade) duurt slechts 4,5 uur. Met de NS dus een totaal beleving van Nederland.

Waar de meeste buitenlanders voor naar Nederland komen, heeft natuurlijk te maken met de (soft)drugs. Zelf heb ik nimmer wiet gekocht, laat staan gerookt in een heuse coffeeshop. (Voor het geval ik later minister-president zal worden en mijn verleden wordt doorgezaagd, ik heb wel eens softdrugs gebruikt en ook nog geïnhaleerd. Ik vond er gewoon niks aan, maar een keer relaxt doen in een coffeeshop zal ik nog wel eens willen, ooit. Als laatste en dat is misschien het wel meest kenmerkende van Nederland, maar er zal geen toerist ervoor naar toekomen, is ons calvinistische grondslag. Een sfeer kun je niet bezichtigen, maar slechts voelen, als je er tenminste vatbaar voor bent. Dus een bezoek aan een langdurige zware kerkdienst op zondag in Staphorst lijkt me ook een hele beleving.

 

Er is nog veel te doen en ik kan nog lekker weg in Nederland, echter voorlopig richt ik me maar op Thailand, al houd ik me aanbevolen om bovenstaande lijst nog uit te bereiden, graag hoor ik meer opties van lekker weg in Nederland.

 

Wandelen rond de hoogmis. Kölnerdomkirche te Keulen

Een hotel op nog geen vijf minuten lopen van de Kölner Dom, zorgt ervoor dat de wandeling voor de kerkdienst van zondag 3 oktober om 12.00 uur al twee dagen ervoor begint. Menigmaal heb ik in het verleden de magnifieke kerk bezocht, voor het eerst begin jaren zeventig. In mijn beleving waren de torens toen veel meer zwartgeblakerd en was het binnen donkerder en de vloeren nog onbetegeld. Maar ik kan me vergissen.

Samen met vele toeristen ga ik, in bij zijn van mijn vrouw, de kerk in en loop er doorheen, we steken een kaarsje op bij het eerste Maria-altaar en snuiven de mengeling van historie, godsdienst en commercie op.

De kaarsjes moeten betaald worden natuurlijk, dus pak ik mijn portemonnee en stop wat geld in de gleuf. Terwijl ik de beurs in mijn zak aan de zijkant van de broek peuter, zie ik in mijn ooghoek twee vrouwen, knielend voor het Mariabeeld. Een oudere, hevig prevelende vrouw met de ogen dicht en een jongere vrouw, mogelijk haar dochter. Zij bidt niet en heeft haar ogen, felle donkere kijkers open en ziet toe hoe ik mijn centen wegstop. Onmiskenbaar Romavrouwen en onmiskenbaar ben ik op mijn qui-vive misschien wel mede dankzij de Franse president die het stigma over Roma en hun grijpgrage handen de media in heeft geslingerd. Het is maar een moment en toch betrap ik me erop, schandalig. Gewoon een jonge vrouw die haar moeder begeleid bij de gang om Maria te aan bidden.

Indrukwekkend groot, maar hoe krijg je de toren in beeld zonder het perspectief te verliezen. Dit is dan de beste poging geworden.

We lopen verder, kijken rond en stoppen ander maal bij een kaarsjesaltaar, dit maal van de Heilige Antonius, die zorg draagt voor het vinden van verloren zaken. Ook nu weer een kaarsje opsteken, want er is altijd wel wat kwijt dat teruggevonden moet worden. En omdat me niet meteen wat te binnen schiet, probeer ik het maar voor een ander te doen, ver weg in Nederland. Ik weet niet of dat mag, maar niet geschoten is altijd mis.

Ik sluit mijn ogen en vraag, ik vraag of het verstand bij Rutte terug mag komen en het geweten van Verhagen. En voor Geert Wilders? Tja, wat is Geert Wilders kwijt, ik zou het niet weten. Misschien mag je ook vragen of hij van iets, een pietsie minder mag hebben, ego bijvoorbeeld?

De combinatie van vooroordelen ten aanzien van Roma en aanmatigende gedachten ten aanzien van de nieuwe poldertrojka, geven me niet zo’n vroom gevoel. Bij het verlaten van de kerk donneer ik wat geld aan een bedelende vrouw. Het blijkt de jonge Romadame uit de kerk te zijn, pure gerechtigheid dus. En mijn wensen ten aanzien van de Nederlandse politici zijn niet uitgekomen, zoals ik inmiddels weet.

De spoorbrug over de rijn, een van de vele bruggen die Keulen rijk is. Om dit zicht te bereiken zijn eerst 509 traptreden te overwinnen.

Op naar de toren die we uiteraard in willen. We betalen €2,50 en lopen op zoek naar een lift totdat we een bordje zien dat er geen ‘Aufzug’ is en dat de toren uit 509 treden bestaat. Niets wegdromen en meditatieve momenten, terwijl we over de stad heen kunnen kijken. Eerst aan het werk, al die treden zullen bestegen moeten worden. Niets geen geestelijke bevrijding, maar fysieke inspanning en ik ben mezelf met mijn rokersconditie tegengekomen op die trappen. Gelukkig ben ik niet de enige, ook anderen hoor ik hijgen en zie zweetdruppels op hun voorhoofden staan. Maar het uitzicht is prachtig.

De volgende dag lopen we er een aantal keer langs als we de stad in lopen of het museum Ludwig bezoeken. Op zondag gaan we er weer in. Ruim op tijd staan we op het kerkplein waarlangs de Keulse Marathon plaatsvindt. Een loopfestijn voor allerlei categorieën atleten. De binnenstad is voor een belangrijk deel afgesloten voor autoverkeer. Ik leef met de atleten mee want de eerste groepen zien er niet uit als doorgewinterde atleten. Enkelen lopen hun parkoer zelfs af in carnavalskledij. Ik heb enkele dagen ervoor mijn inspanningen verricht bij het beklimmen van de toren, nu ga ik voor mijn meditatieve moment.

Lopen, lijden en evangelie

Reeds om half twaalf treden we naar binnen en zien een grote groep mensen achter in de kerk staan. Ze worden tegengehouden door een drietal priesters gekleed in rode priesterkleding. Terwijl de wierook van voorgaande diensten nog nadrukkelijk aanwezig is, begrijp ik dat de rust voor de komende dienst al voorbereid wordt. Mondjesmaat mogen mensen doorlopen. Zij geven aan de dienst te willen bijwonen. Ook wij maken ons los van de grote groep toeristen en met jaloerse ogen van de achterblijvers zoeken wij een plaats.

De toeristen blijven achter in de kerk.

Er is nog keus volop, want slechts enkelen zitten pas in de kerkbanken. Bijna een half uur hebben we de tijd om te kijken naar de bebouwing, de andere kerkgangers of te lezen in het gebedsboek. Mondjesmaat komen geluiden van de marathon en enkele sirenes van ambulances naar binnen. Hopelijk is er niets ernstigs gebeurd met een van de lopers?

En ja hoor, ze zijn er weer, de gekleurde lichtstralen door de zon die schijnt in de prachtige glas- in loodramen. En wederom schiet ik een aantal foto’s en kan niet echt beoordelen of ze mislukt zijn. Dat wordt pas duidelijk als ik ze via de computer groter in beeld heb. Afwachten maar. De klokken luiden en de dienst zal snel beginnen.

De “heilige geest” laat zich maar moeilijk vastleggen met een eenvoudig digitaaltje gehanteerd door een eenvoudig fotograaf.

Gründlich als Duitsers spreekwoordelijk zijn, komt om twaalf uur van linksachter een vijftal mannen aanlopen. Ze lopen niet gedragen zoals ik gewend ben, maar ik begrijp het wel, ze moeten immers een behoorlijke afstand afleggen in de immense Dom. Het lijkt bijna een mild marstempo. Volgens mij zijn er drie priesters en twee misdienaars c.q. kosters, mannen die de veertig zeker zijn gepasseerd. De kerk is inmiddels behoorlijk vol gelopen met echte kerkgangers, terwijl de toeristen nog steeds achterin staan.

Het verloop van de dienst is niet wezenlijk anders dan ik gewend ben in Nederlandse katholieke kerken. Ook het Duits is redelijk te volgen al valt voor mij met enige regelmaat het laatste woord weg omdat de hoofdpriester in zijn toon omlaag gaat bij iedere zin en door het rondzingen van het geluid, mis ik soms enkele woorden.

Bij het zingen van de liederen ben ik even confuus. Terwijl iedereen meezingt, verbaas ik me erover dat ik als enige niet weet wat er gezongen wordt en hoe ik hierachter moet komen. Een kerkganger achter me stoot me vriendelijk aan en wil me een kerkboek overhandigen, maar dat heb ik wel. En opeens kom ik er achter dat op een van de pilaren de nummers van de gezangen digitaal, als een soort van bingonummer, worden weergegeven. Dat had ik niet verwacht en dus natuurlijk nog niet opgemerkt.

De preek gaat over de liefde voor God. De pastoor spreekt over dat het zaad van de liefde gezaaid moet worden en dat daaruit mooie akkers en sterke bomen kunnen ontstaan, maar dat regen de akkers kan laten onderlopen en sterke wind kan zelfs de sterkste bomen ontwortelen, maar ook dan blijft het zaad der liefde voor God over om verder te gaan. En liefde voor de ‘lebendige Gott’ is ook liefde voor andere mensen, juist ook voor andere mensen. Op de dag van de Duitse eenheid (dat blijkt 3 oktober te zijn, nu twintig jaar geleden) is die bewustwording van liefde van belang. Het geeft geen pas om je te keren tegen die ander, verwijzend naar de Ossies. We moeten niet treuren om iets minder welvaart door een ander te helpen, we mogen niet wegkijken. Dat hebben we twintig jaar geleden ook niet gedaan.

Laten we daarom bidden voor de verantwoordelijke politici en economische grote spelers en hen helpen in het wij- denken wij en niet in wij en zij.

Op dat moment denk ik dat de priester ook maar eens in Arnhem had moeten preken bij het CDA congres, of elders in Nederland bij degene die het kabinet in elkaar gaan timmeren.

De preek eindigt met de vraag of we moeten vechten tegen de ander of dat liefde en geloof het antwoord is.

Voor de pastoor is het klaarblijkelijk een retorische vraag, maar mijn mededogen ten aanzien van de Nederlandse regering in aanbouw ligt nog niet op de lijn van deze Duitse priester.

Kerkgangers en toeristen worden weer een eenheid.

Even later komen de ‘misdienaars’ langs voor de collecte en worden de voorbereidingen getroffen voor de communiegang. En dat laatste is altijd even opletten hoe de gewoontes in deze zijn, maar lang hoef ik er niet over na te denken. Op het moment dat de drie priesters zich verdelen vanaf het hoofdaltaar, lopen de mensen in een wanordelijke groep naar voren en wachten totdat de hostie hen wordt aangereikt. Ze wurmen zich dan door de menigte om zo ook plaats te maken voor de gelovigen achter hen. Dit is even een heel on-Duits tafereel.

Aan het einde van de dienst komen altijd de mededelingen zo ook in Keulen. De kerkgemeenschap wordt gewezen op de mis de week erop ten behoeve van motorrijders. Na afloop van de dienst zullen de motoren ook ingezegend worden. En dat is dan weer lekker vertrouwelijk katholiek. Met het sein van het einde, worden de toeristen ‘losgelaten’ en vermengen zich heel snel met de kerkgangers. De Keulse Dom is weer de hoofdattractie voor alle aanwezige dagjesmensen. Ook ik probeer nog enkele foto’s te maken en dat is niet eenvoudig. In normale omstandigheden zie ik mezelf al als een vrij beperkte amateurfotograaf, maar ik worstel echt met de maten van de Dom. Ik vind het moeilijk passende plaatjes te schieten. Wel neem ik me voor ’s avond vanaf één van de rijnbruggen nog een foto te maken van de verlichte kerk en de skyline’, want ambities moet je blijven houden.

Met de beperkte middelen vind ik dit een geslaagde foto, maar de miggezifter zal ongetwijfeld suggesties ter verbetering hebben, te beginnen met het grote zwarte vlak op de voorgrond.

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Wandelen rond de hoogmis. Neder. Herv. Kerk te Achlum

Even buiten Achlum (Fr) was ons vakantieverblijf, ’t Nije Bûthús, een woning op het Friese platteland. Bijna iedere avond probeerde ik de ideale foto te maken van de ondergaande zon, met het kleine dorpje en de kerk als middelpunt in de skyline. De eerste avond was de rode ondergaande zon overweldigend, een vuurrode bal, direct naast het dorp. Enkele minuten later was de bal verdwenen en een felrode gloed verscheen als een soort ‘Heilige Geest’ boven Achlum. Helaas had ik geen fototoestel bij me. De poging de zon te vangen was voor mij de reden om op 22 augustus 2010 de Nederlands Hervormde kerk te bezoeken in mijn reeks ‘Wandelen rond de hoogmis’.

 

 

 Aanvankelijk wilde ik een katholieke kerk bezoeken, want voor mij geldt een beetje ‘onbekend maakt onbemind’. Naast een aantal oecumenische diensten heb ik slecht één keer een protestantse dienst meegemaakt. Een beetje drempelvrees was er wel. Ik wilde me beter voorbereiden, dus aanvankelijk koos ik voor de katholieke kerk aan de haven in Harlingen. Maar ja, de zon bleef maar ondergaan in Achlum. Dus het diepe maar in en ik toog naar de Nederlands Hervormde Kerk van Achlum.

 

 

 Tijdens de vakantie bezocht ik de elf steden in Friesland. De provincie, maar ook rondom Achlum, viel me de gemoedelijkheid al op. In Achlum groette bijna iedere automobilist of fietser. Achlum is een zeer kleine gemeenschap, die heel hard moet werken om het dorp leefbaar te houden. Een eigen website moet een bijdrage bieden. In het achterhoofd heb ik het boek van Geert Mak over Jorwerd en hoe God er verdween. God is in Achlum nog niet verdwenen, de Hervormde kerk staat midden in de gemeenschap, al is er geen supermarkt of snackbar meer. Dat is allemaal geschiedenis. Trouwens de historie van Achlum is prachtig gedocumenteerd door Klaas van der Pol, eveneens op internet te vinden. Een absolute aanrader voor geschiedenisfreaks.

 

Zondagmorgen dus, en ik mag mezelf een schouderklopje geven voor de plichtsbetrachting. Ik geef u te doen om half negen op te staan in de wetenschap dat vijf uur ervoor het laatste borreltje nog verorberd werd. Eigenlijk best calvinistisch dat plichtsbesef, niet die biertjes natuurlijk, dat was eerder Bourgondisch.

Alleen de buurvrouw was bezig in de tuin, verder was het stil, alsof de ochtend voor de mensheid nog niet begonnen was. Een wandeling van een klein kwartiertje was nodig om de kerk te bereiken en halverwege klonken de kerkklokken. Ik zou zeker op tijd komen. 

 

De historie van de kerk in Achlum gaat ver terug.

 Via de zijdeur kwam ik in een gangetje en aan het einde links de kerk in om zo spoedig mogelijk in de laatste kerkbank kruipen om een totaaloverzicht te hebben. Een compleet andere kerkindeling bracht me ernstig van mijn stuk. Over de hele lengte stond een soort van tribuneopstelling met zicht op de preekstoel. Licht verbouwereerd liep ik de hele kerk door en wilde zo snel mogelijk de achterste kerkbank induiken, maar de klapdeuropening was aan de andere kant. Een vriendelijke Friese kerkganger onderbrak zijn gesprek en wees me de weg. Nog even werd ik opgehouden door een knipje om het deurtje te kunnen openen, maar dan kon ik toch plaatsnemen op de tribune, mijn luister- en observatiestek voor de komende tijd. Ik was namelijk op de hoogte van de spreekwoordelijke lengte van de preken, dus de gebruikelijke drie kwartier in de katholieke kerk kon ik op mijn buik schrijven. 

 

Foto uit het archief van website van en over Achlum zelf. Mijn eigen foto’s waren mislukt, te veel beweging. Maar deze is ook bijzonder mooi en veel is er nog niet veranderd volgens mij. 

De dominee kwam met vijf casual geklede mensen binnen. Twee van hen, een man èn een vrouw, bleken later met de collectezakjes rond te gaan. Een lange blozende en gebruinde man heette de gemeente welkom. Hij is met zekerheid een ouderling, maar kwam toch ontspannen over. De gezangen en Psalmen waren via een schoolbord bekend en ik was alert genoeg het gezangenboek mee te nemen in de consternatie bij binnenkomst. Toen de organist inzette bij het eerste gezang dacht ik:

‘De volumeknop mag wel een beetje zachter.’

Maar tot mijn verbazing wist de gemeente er wel weg mee en de pakweg vijftig aanwezigen galmden lustig mee, alsof ze een wedstrijdje deden met de organist. En gezien de leeftijd van de meesten, weliswaar iets jonger dan ik gewend ben in de katholieke kerk, een hele prestatie. De meeste liederen waren ouder dan 200 jaar, dus hier geen gedoe dat de liedjes te nieuwbakken zijn. Het zal beslist interessant zijn om de kerkelijke historie van de gezangen aan een inspectie te onderwerpen. Ik besluit me echter te richten op de preek, die als ik goed heb opgelet door dominee Kroon uit Beetgemermolen ‘Verkondiging’ werd genoemd.

Na de dienst hoorde ik dat hij niet de vaste voorganger is, maar deze week mevrouw Reitsema-Ferwerda vervangt.

 

Dominee Kroon kondigde tijdens de opening aan dat hij Genesis 3 wilde bespreken. Een hele uitdaging. want heel lang heeft hij niet over Adam en Eva durven preken.

‘Het roept zoveel vragen op.’

Dat klopt, want met een beetje logistieke en biologische kennis is de geschiedenis van Adam en Eva gemakkelijk te ontkrachten. Ik ben benieuwd. De voorganger memoreerde nog de heerlijkheid van de stilte in de kerk, in tegenstelling tot de drukte van alledag. Ik kan het beamen, al vind ik Friesland behoorlijk stil.

In de preek kwam hij terug op de stilte, het Huis van Stilte, in dit geval de kerk van Achlum. De heer Kroon veralgemeniseerde de wens tot stilte tot de maatschappelijke context.

 

‘Wanneer ben je maar met één ding bezig in een tijd van multitasken? Wie gaat er tegenwoordig in de tuin zitten en doet niets, geen radio, geen boek en geen telefoon?

Niemand, we luisteren niet meer naar één stem, er zijn altijd meerdere stemmen aanwezig.

 Ik kan niet meer met hem eens zijn, we zijn druk, druk, druk. We stapelen de prikkels op en als we niet uitkijken, worden we horendol. In eerdere stukken op mijn blog heb ik al eens afgevraagd of autisme nu toeneemt of dat de maatschappij autistisch wordt. Een eensluidend antwoord op die vraag heb ik niet, maar ik weet wel dat de maatschappij rusteloos is met negatieve gevolgen voor veel mensen. Een contemplatief moment in de kerk kan ik dus erg waarderen.

 

Op momenten dat ik niet naar de dominee keek of geen aantekeningen maakte was dit het beeld dat ik had. Een model van de kerk op een oude piano.

 

‘Zelfs in de kerk zijn we vaak met meerdere dingen bezig, al is het maar om het pepermuntje te zoeken.’

 

Ik had geen pepermunt, maar ben wel bezig met mijn nek. Ik vond de preekstoelopstelling niet prettig. Ik kijk graag naar de plek waar het geluid vandaan komt en moest constant schuin naar boven kijken, een belasting voor mijn nekspieren. De volgende keer ga ik hoger zitten. Ik vind het trouwens sowieso vervelend, een dominee boven de gemeente, maar dat is vast een kwestie van wennen. Desondanks lukte het me goed te luisteren en vooral veel aantekeningen te maken, ik durf alleen niet te beweren of dit de gewenste ‘stilte’ is.

 

 

 ‘Adam en Eva in de Tuin van Eden kenden al meerdere stemmen, naast de stem van God was er de stem van de slang. Toen waren er al twee stemmen door elkaar. En ik vertel dit verhaal niet om nog eens aan te tonen dat de hedendaagse last allemaal veroorzaakt wordt door de slang die Eva zou hebben verleid. Het verhaal van de slang is niet dat de mens hopeloos verloren is, machteloos in zijn doen en laten en troosteloos in het lijden. Dat is niet de boodschap.’

 

Goed zo. Ik ben allang over het stadium dat alles uit de Bijbel letterlijk genomen moet worden. Er moet gezocht worden naar symboliek en levenswijsheden.

 

‘Veel mensen, net als Eva, horen meerdere stemmen en kunnen zich niet meer concentreren op die ene Stem. En dat is niet dankzij het lot, de natuur, de Goden of God zelf. Je hebt je lot in eigen handen om die Stem te horen. We worden te veel afgeleid door andere stemmen in het leven.’

 

Nu begrijp ik dat de core business van dominee Kroon is mensen te overtuigen van die ene Stem en ik vind dat hij dat beeldend doet met een consistent verhaal. Ik haal eruit, op basis van mijn eigen levenservaring dat luisteren naar die ene Stem heel belangrijk is. Of die stem nu God is of eerlijkheid en zuiverheid naar jezelf en je medemensen, de kern van het leven, doet niets af aan de preek. Een mens is snel afgeleid van hetgeen wezenlijk is in zijn of haar leven. Ik denk namelijk, al zou er één Stem zijn, dat de mensen die ene Stem ieder op hun eigen manier interpreteren zonder dat de ene uitleg beter of slechter is. Iedereen moet op zoek naar zijn eigen Stem. De dominee en ik zijn het hier niet helemaal met elkaar eens, maar ik kan dominee Kroon nog steeds goed volgen. Zeker als hij zegt:

 

‘Hebben Adam en Eva bestaan? Ze bestaan nog steeds, hier en nu. Heeft de slang daadwerkelijk gesproken? In 1926 heeft dit tot een van de vele scheuringen in het protestantisme geleid naar aanleiding van de bevindingen van dominee Buskus. Maar dit terzijde, ook de slang spreekt nog steeds in vele gedaanten. Maar ook God bestaat nog steeds en spreekt nog immer.’

 

Wijze woorden en een constructieve preek, maar als de dominee met een voorbeeld komt over de vele stemmen in ons leven, frons ik mijn wenkbrauwen.

 

‘Wat doe je als een collega die niet in God gelooft, vriendschap met je wil sluiten. Je vrouw is tegen, maar je accepteert de vriendschap. Je luistert naar een andere stem dan die ene Stem.’

 

Wat zegt dominee Kroon nu dan, begrijp ik het niet helemaal? Natuurlijk kan ik niet buigen op goed onderbouwde Bijbelkennis, maar mijn kennis van de Nederlandse taal is ruim voldoende. Moet de man naar zijn vrouw luisteren? Hoewel ik dit grappig vind, is dit niet conform gangbare Bijbelse opvattingen. Of mag je geen vriendschap sluiten met een niet gelovige omdat zoiets zou afleiden van die ene Stem? Als hij dat bedoelt, dan ben ik het er niet mee eens, sterker nog, ik denk dat mijn Stem de vriendschap zou aanmoedigen. Vriendschap sluiten kan nooit aanleiding zijn voor het doof worden voor de Stem.

 

 

Ik weet niet hoe hij het heeft bedoeld, ik kan het niet meer navragen. Nadat de laatste combinatie van zang en orgel wegstierven, stelde de dominee zich bij de kerkdeur op en gaf iedereen een hand. Terwijl ik de foto’s maakte, merendeels mislukt helaas, ben ik te laat om nog uitleg te vragen. Eenmaal buiten werd ik aangesproken of ik van de pers ben. Na mijn ontkenning, meld ik wel dat ik een blogje maak over de dienst en deze zeker richting Achlum, de gemeente en naar dominee Kroon zal sturen.

 

Mijn eerste niet katholieke wandeling rond de Hoogmis zit er op, na één uur en tien minuten sta ik weer buiten. Ik moet zeggen dat van de dienst werk is gemaakt. Het begin, de preek en de afsluiting hadden een duidelijk verband, hiervoor hulde. Er zat voldoende stof in om over na te denken en het is nu eenmaal zo als je veel s()preekt, is er voor de buitenstaander ook veel om het niet eens te zijn, of niet te begrijpen.

 

Terug naar ons tijdelijke huis, is het nog steeds stil en de zon schijnt niet. Gelukkig heb ik enkele foto’s kunnen maken van de zonsondergang boven Achlum al verbleken die bij die ene foto in mijn hoofd. Helaas kan ik dat niet delen, maar de wandeling wel.

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel