Begrip, van de dag (149) Herkenbare misdaad

 

 

 

HERKENBARE MISDAAD

 

Afgelopen donderdag werd Nederland opgeschrikt door een vechtpartij tussen twee motorbendes. In het Van der Valk-Hotel te Rotterdam bewezen leden van de Hells Angels en de Mongols dat de twee jongensclubs rivaliserende opvattingen hadden. Waarover is mij als argeloze lezer niet duidelijk, maar berichten hebben het over marktaandelen in drugshandel en prostitutie. Het toch al geplaagde Ministerie van Justitie, met Van der Steur voorop, heeft er weer een hoofdpijndossier bij. Onze staatssecretaris belooft motorbendes hard aan te gaan pakken en dan weten we dat de daad bij het woord gevoegd gaat worden. Trouwens de Mongols kende ik niet en is in Nederland verboden, maar mogelijk dat deze club vanuit Duitsland opereerde.

Wat mij vooral altijd opvalt bij motorclubs is hun opvallende herkenbaarheid in relatie tot vermeende onderwereldpraktijken. Als je dan toch zaken doet die het daglicht niet kunnen verdragen, waarom doe je dat niet onherkenbaar? Het volgen van jongensclubs die boze dingen doen, moet volgens mij niet zo moeilijk zijn. Zouden andere clubjes dat ook hebben? De mocro-maffia met hippe brommertjes, vastgoedmakelaars met foute hummers, niet deugende boerenzonen met oude Golfjes GTI en jihadisten op kamelen. Voor justitie dus gewoon het spoor der herkenbaarheid volgen.

Eén (jongens)club heeft de herkenbaarheid tot op heden heel goed weten te ontlopen lezen we nu uit de Panama-Papers. Een wereldwijd vertakte bende van legale wereldleiders, CEO’s en andere kapitaalkrachtigen wist op magistrale wijze geldstromen op gang te brengen om belasting te ontduiken. In het jargon heet het trouwens niet belastingontduiking maar belastingontwijking want het was ook nog legaal. Legaal omdat die zelfde wereldelite de regels zelf heeft opgesteld en de mogelijkheden gecreëerd. Dat is nog eens een vermenging van de boven- en onderwereld. Dit is geen kwestie van hoe de onderwereld zich vermengt met de bovenwereld. Het is vooral een uiting van hoe de onderwereld een metamorfose ondergaat en zich presenteert als bovenwereld. Kom daar maar eens mee aan bij Henk en Ingrid, als ze al weten waar Panama ligt. Je zou haast zeggen dat iedereen die een stropdas draagt net zo herkenbaar is voor foute zaken dan iemand die een Harley-Davidson tussen zijn benen heeft.

Begrip, van de dag (33) Conflicttoerisme

 

CONFLICTTOERISME

Op zaterdagochtend mag ik graag luisteren naar het radioprogramma De Taalstaat van Frits Spits. Valse tongen beweren dat dit een programma is voor 50-plussers en hoewel ik nog net niet bij die doelgroep hoor, laat ik het langs me heen glijden. Wel denk ik, het zou best goed zijn voor veel 50-minners als ik het gebrabbel om me heen aanhoor. Keuvelend over oude woorden, taalbegrippen en wat al niet meer, kwam het woord van dag ter sprake: Conflicttoerisme. Het woord is gebruikt in een artikel in de Volkskrant van 3 november. En als het maar genoeg gebruikt wordt, zal het ooit in de Dikke Van Dale staan.

Conflicttoerisme, proef dat woord maar eens goed. Al langer bekend is natuurlijk ramptoerisme, waarbij hele volksstammen ‘och en wee’ roept bij een afgebrand gebouw, een overstroming of ander dagelijks leed. Nu hebben we dus conflicttoerisme, waarbij gespecialiseerde reisbureaus belangstellende voor hun lol naar oorlogsgebieden vervoert. Om te ervaren wat doodsangst is, of om te helpen, of om de mensheid te begrijpen. Je kunt dus naar de Westelijke Jordaanoever, Syrië, Afghanistan of Irak als de Spaanse Costa’s niet meer bevallen. Het wachten is op tv-programma’s waarbij toeristen klagen dat het sanitair niet aan de verwachtingen voldoet of dat het eten ver onder gewenste niveau is.

De Volkskrant bericht over een onderzoek om te achterhalen wat deze mensen beweegt. Ik zou het wel weten en het geld voor dit onderzoek anders besteden. Als conflicttoerisme echt ingeburgerd raakt in onze samenleving en dus de Nederlandse taal, zou ik willen voorstellen om het meteen maar op te nemen in het DSM 5 en de ramptoerist te classificeren als een psychiatrisch beperkte. Meegaan met een verzorgde reis naar oorlogsgebieden is wel een hele twijfelachtige afwijking. Ik wil in deze nog niet eens een oordeel vellen over de aanbieders van deze reizen. Of wat te denken van de Jihadisten die vanuit hun luxe leven in West-Europa naar Syrië trekken om te ‘helpen’. Zijn dat de moderne backpackers die niet van groepsreizen houden? Ik denk dat we de afwijking conflicttoerist maar hetzelfde moeten benaderen als de Jihadisten, volgen door de AIVD en een fors begeleidingsprogramma voor herintegratie in de Nederlandse samenleving.