29. GEEN TWEE HONDJES uit de serie de kabbelende honderd.

2014-03-30 18.56.10

‘Ik wou dat ik twee hondjes was, dan konden we samen spelen.’ Dat is een evergreen die voor deze twee copulerende ooievaars niet opgaat, tenminste met mijn beperkte vogelkennis denk ik dat ze al aan het ‘spelen’ zijn. Op deze koeler wordende lente-avond, de nacht ervoor is de zomertijd ingegaan, hebben deze langstelten geen last van de kou en zeker niet van een voyeuristische fietser die gebiologeerd toekijkt. Het ene moment lijken ze mee te doen aan een living-statues voor dieren, beide kijken dromerig in de einder. Maar een tel later is er veel gefladder van twee paar vleugels. Ze beesten proberen een torentje te bouwen met zijn tweeën. Heel lang duurt het niet. Na het recht pikken van een veertje op hun verenvacht, kijken ze weer synchroon onverstoord verder. “Is hier wat gebeurd dan?” Het spreekwoord van twee hondjes komt zeker niet voor in het idioom van het stel.

2014-03-30 18.57.48

Het is nog steeds een vreemde gewaarwording die toename van koppeltjes ooievaars in het Nederlandse landschap. Deze majestueuze beesten zijn een bezienswaardigheid. Je zou bijna denken dat het goed gaat in Nederland, in ieder geval op ecologisch gebied. In de jaren zeventig was het een zeldzaamheid een ooievaar aan te treffen. Ik weet nog dat we heel opgewonden waren toen we dachten er eentje te zien overkomen. We spraken er dagen over, maar hebben hem (of haar) niet meer waargenomen. Volgens mij was dat de laatste die gewoon wegvloog uit het Nederland vol met hippies die de vrije seks propageerde. Bloemetjes en bijtjes waren niet meer nodig en zeker geen ooievaars om jonge kinderen van onkuise kennis over de daad af te houden. Ooievaars hadden geen functie meer en hebben de polder met hun vergaande ontbloting achter zich gelaten. Begin jaren negentig ben ik ze weer tegengekomen in Turkije. Hippies hadden de Turkse jonge ziel nog niet verpest met voorlichting, dus boden de ooievaars hun diensten weer aan door er gewoon in grote getale te zijn. Nu in de laatste jaren de ooievaar Nederland opnieuw heeft herontdekt, moet daar een reden voor zijn. Misschien zijn we klaar met al dat plastische open- en blootgedoe en hebben we weer zin een het verbloemen en versluieren van de voortplanting. Mogelijk dat mijn kleinkinderen weer in sprookjes gaan geloven? Ik hoop het, maar dan moeten deze twee hun circusact minder pontificaal gaan vertonen, want ik krijg er allerlei ongewenste flowerpower gedachten van. Bah!

2014-03-30 18.58.05

 

Misantropie, fade away

Indien misantropie als norm zich nestelt onder de huid

dan is er bijna geen enkel genezend kruid

ter bescherming

tegen misvorming

van het belaste ego

 haat krijg je dan cadeau

zover laat ik het niet komen

en zoek naar paradijslijke dromen

ter verdrukking

van persoonlijke mislukking

ter bevrijding van de belaste geest

druk op de onderstaande link en het is feest.

Een prachtige link, gekregen van Joshua, die het weer van Kitty kreeg, maar ook zij heeft het niet zelf gemaakt, kortom, muziek voor en van ons allemaal.

Werkschuw tuig, twee hits uit de musical HAIR

Ik zal het maar eens ronduit en hardop zeggen. Ik heb een hartgrondige hekel aan de jaren zestig en zeventig, of in ieder geval het hippiedom, de flowerpower en het toen geldende politiek en maatschappelijke engagement. Natuurlijk waren er ook goede dingen zoals daar zijn Pipi Langkous, Q & Q, Kunt u mij de Weg naar Hamelen vertellen en wat te denken van de Stratemaker op zeeshow, maar dit terzijde.

De reden om een blogaccount bij de Volkskrant te starten was deze afschuw en mijn onkunde om te reageren op een column van de heer Vreken (volkskrant, link werkt mogelijk niet meer na 1 maart 2011). Het lukte mij niet om het juiste mailadres te vinden om hem te mailen. Wel vond ik deze blogmogelijkheid en zo is mijn eerste blog ontstaan. Mijn bloggeschiedenis is sindsdien gegroeid en mijn hekel aan de overheersing van toonaangevende linkse babyboomers is niet afgenomen. De aanmatigende toon van Marcel van Dam, Jan Pronk en Bram Peper doen mij braken. Ciska Dresselhuijs, Sonja Barend en Hedy D’Ancona, ik word er niet vrolijk van.

De herhalende mantra van hun jeugd blijft hoorbaar. En op zich is dat niet erg, net zo als de generatie ervoor hun spruitjeslucht en wederopbouw mag blijven uiten. Maar de intolerantie voor andere geluiden, jongere generaties en andere strijd- en werkmethodes om doelen te bereiken. Altijd dat eeuwige gezeur over zaligmakende idealen, terwijl ze in hun grachtenpanden of buitenverblijven hun link(s) bij elkaar gegraaide geld verorberen, onderwijl de seksuele revolutie verkondigen, hun linkse ideeën als geboden prediken en jongere generaties voor dom, lui en gemakzuchtig verslijten.

Tja, u begrijpt het. Ik heb het er niet zo mee. Ook in de minder hoge echelons is de betweterigheid nadrukkelijk aanwezig. In onderwijs, zorg en andere publieke sectoren zijn het vaak de mensen die de marktwerking propageren, terwijl ze zelf in hun vrije tijd met weemoed terug kijken op hun studententijd met vrije seks, bezettingen en papieren revoluties.

Love and Peace, laat me niet lachen. Bah.

Maar toch een van mijn favoriete stukjes film en muziek ziet u hieronder.

 

Tja, en als ik dat dan weer zie, dan past slechts mededogen, ook aan hen. Hoe kan ik mezelf weer zo laten gaan? Ik mag niet haten en ik mag geen hekel hebben. De film Hair heb ik misschien al wel 6 keer gezien en ik blijf het leuk vinden. Dit staat in schril contrast met hetgeen hierboven staat. Ik sta over deze tegenstrijdigheid in mezelf soms compleet versteld van mezelf. Sprakeloos als het ware.