Wandelen rond de hoogmis, St. Stephanuskerk te Heel (L)

HET BEGIN

Om te zeggen dat mijn opvoeding pro-Rooms is geweest, durf ik niet te beweren. Katholiek ben ik wel opgevoed en dat begon op 5 juni 1966 in de Stephanuskerk te Heel. Ik ben naarstig op zoek geweest naar de foto waarin ik in een wit doopkleed in de armen van mijn moeder lag met mijn kersverse peettante ernaast. Mijn vader staat niet op de foto uiteraard, hij legde mijn kerkelijke verbintenis vast. Een oudere pastoor doopte mij. Onlangs heb ik die foto nog gezien om te scannen en te gebruiken voor dit blogje. Het zou een mooi tijdsdocumentje zijn geweest naar het heden toe. Ik heb het te goed achteruit gelegd, want het is onvindbaar.

20131230_154420 (2)(Als alternatief heb ik de eerste bladzijde van mijn foto-album maar genomen in plaats van de doopfoto)

Die verbintenis van 5 juni 1966 wilde ik zo’n twee jaar geleden verbreken. Zoals gezegd, het Roomse heb ik niet van mijn ouders meegekregen en de ontevredenheid over het reilen en zeilen van de Roomsen liep op. De zedenzaken en de afhandeling ervan, maar vooral de in mijn ogen vaak met de rug naar de mensen staan, ergerde mij. Maar ook berichten van pastoors die liever een kleine kerk hadden met ‘echte katholieke gelovigen’ in plaats van hun ogen te openen voor wat er daadwerkelijk gaande is met de geloofsbeleving. Of wat te denken van foto’s in het kerkportaal hangen van ‘afvalligen’ zodat zij door kerkgangers aangesproken kunnen worden op het verzaken van de plicht. De zeer conservatieve uitstraling van Paus Benedictus en zijn kerkfilosofische woordgebruik stemde mij niet vrolijk. Van zo’n club wilde ik geen lid zijn. Lid of geen lid, mijn waarden of normen zullen hierdoor niet veranderen. Uitschrijven zou bij mijn geen tastbare emoties opleveren. Ik ben niet zo’n clubmens. Mijn serie Wandelingen rondom de Hoogmis moest natuurlijk langs mijn doopkerk gaan. Het leek me wel aardig om via dit blog een statement te maken, mijn statement.

Door logistieke oorzaken moest een bezoek aan Heel steeds uitgesteld worden. De 2013-12-07 14.16.26eerlijkheid gebied me te zeggen dat 9 uur ’s ochtends ook wel wat vroeg was, ik moest per slot van rekening uit Duiven wegrijden. Later bleek dat door reorganisatie de diensten niet meer op zondagmorgen waren in de Stephanuskerk. Ik moest uitwijken naar de zaterdagavond wat weer andere problemen opleverde namelijk mijn aversie om in het donker te rijden. Dus het duurde nog even om mijn ‘Wandelingen’ een vervolg te geven.

 

HET KAN VERKEREN

De nieuwe Paus, Jorge Mario Bergoglio uit Argentinië was inmiddels aangetreden als Paus Fransiscus. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet onberoerd ben gebleven door diens optreden. Cynici zeggen dat dit een doorzichtige marketingstrategie van de katholieke kerk is. Anderen maken zich zorgen over de man omdat machtspolitiek binnen de Kerk zo’n ‘nieuwlichter’ niet kan gebruiken. Ik weet helemaal niet of hij echt zo’n nieuwlichter is want op het gebied van homoseksualiteit, vrouwen binnen de kerk en andere non-materiële vraagstukken zullen de Paus en ik het echt niet met elkaar eens zijn. Dat hoeft ook niet, geen Paus of Kerk kan mij hierin op gebiedende wijze veranderen. Zelf heb ik ook niet de roeping om ‘mijn evangelie van liberalisering’ als voorwaarde te stellen om lid te blijven van de Club. Met andere woorden, de Paus en de kerk mogen van mij best conservatief zijn zolang ze maar met hun poten in de modder staan, oog en oor hebben voor mensen en dat ook daadwerkelijk in daden omzetten waarbij mededogen de leidraad is. Ik vind dat Paus Fransiscus dit uitstraalt en ik word daar vrolijk van. De Kerk is het middel om een menselijk geloof te verspreiden in een maatschappij die verandert, maar waarbij (kerkelijke) waarden en normen op een hedendaagse wijze gebracht en geïntegreerd worden, of mensen nu lid zijn van de Club of niet, of mensen nu praktiserend zijn of niet, maar gewoon louter en alleen omdat het mensen zijn. De Kerk mag in mijn optiek nooit het doel zijn, want dan liggen de verstikkende dogma’s op de loer zoals al vaak is gebleken. Ik denk dat Paus Fransiscus meer dan een raampje kan openen in het katholieke Bastion en uiteindelijk zal dat de kerk goed doen. Ik heb dus geen reden meer om een statement te maken en me nadrukkelijk van het lidmaatschap te ontdoen. Lid of geen lid, mijn waarden of normen zullen hierdoor niet veranderen. Het lid blijven levert mij geen tastbare emoties op. Al ben ik niet zo’n clubmens, ik hoef niet te provoceren. Sterker nog, ik heb er vertrouwen dat de katholieke kerk in staat moet zijn om mondiaal voor te gaan in maatschappelijke verbeteringen op het gebied van vrede en armoede, door vooral te doen. Paus Fransiscus kan hierbij een belangrijke rol spelen, net zoals majoor Bosshardt dat voor mijn werkgever Het Leger des Heils ook jarenlang heeft vervuld in Nederland.

Het is voor mijn Wandeling dus slechts een juiste datum prikken, een chauffeur regelen en het nuttige met het aangename te verenigen. 7 december 2013 was het zover, samen met mijn vrouw combineren we mijn Wandeling met een weekendje samen. Hotel geboekt in Maaseik, beetje op tijd in Heel om overdag al wat foto’s te kunnen maken en de volgende dag zouden we wel zien wat de dag ons brengt.

2013-12-07 14.17.14


DE WANDELING deel 1

De kinderen waren geïnstrueerd voor de komende 24 uur en op de wat druilerige zaterdagmorgen reden we weg uit Duiven nadat wij zelf de hond nog even hadden uitgelaten. Ik koos bewust voor de snelwegen waarmee we binnen anderhalf uur op de plaats van bestemming waren. Vroeger, met mijn ouders, reden we altijd via Nijmegen en Malden Limburg in, om zo uiteindelijk plaats voor plaats het landschap ‘Limburgser’ te zien worden. De Napoleonsbaan heb ik trouwens wel een keer gezien. Hoewel ik de afgelopen tien jaar een aantal keer in Heel was geweest, staat het me toch niet helder op het netvlies gegrift. Met de bordjes Heel in zicht, was het slechts rijden richting de kerktoren om wat foto’s te maken. Bij de andere Wandelingen had ik meestal mijn kleine digitale cameraatje bij me, nu ben ik aangewezen op mijn nieuwe mobiel. Mobiel en ik hebben nog wel eens ruzie en dit zal hier en daar ook blijken, maar geen enkele wandeling gaat zonder horten of stoten. Bij het gemeentehuis zetten we de auto neer om foto’s te schieten van de kerk. In de verte moet één van de ‘gestichten’ liggen waar mijn vader heeft gewerkt en wat mijn ouders naar Heel heeft gedreven. Het miezerige weer nodigde niet uit tot een wandeling. Enkele jaren terug had ik er met mijn zoon nog gewandeld, hetgeen me terugbracht naar mijn geboortehuis. Het leverde een stukje familiegeschiedenis op dat mijn ouders toentertijd met veel plezier hebben gelezen. (Voor de echt geïnteresseerden van Heel door de ogen van een Ollander een must, volg de link).

Het was inmiddels half drie, we moesten nog lunchen en we wisten dat het avondeten pas na de mis van 7 uur genuttigd zou worden. Nu nemen we in gezinsverband het woord 2013-12-07 14.17.56‘ungry’ vaak in de mond, een gevoel van lichte agitatie door hongergevoel (hungry en angry) dus heel fit waren we niet. We reden langs ‘Vethous ’t Lekker Hepke’. We stopten maar niet. We besloten naar ons hotel te gaan en in Maaseik iets te eten. Achteraf bleek ik het niet goed gelezen te hebben en was de naam Aethoes ’t Lekker Hepke, sorry.

De WANDELING deel 2

2013-12-08 10.26.41Zeer tevreden over de kamer en entourage bij Hotel Van Eyck op een van de leukste pleinen van Vlaanderen, wandelden we door de gladde en glibberige straatjes van het stadje. Mijn versleten zolen hadden een slechte grip, dus na een gedegen lunch snel op zoek naar een paar nieuwe schoenen dat wandelt lekkerder.2013-12-30 16.16.39 Kwart over zes vertrokken we uit het hotel, maar we hadden geen rekening gehouden met de grensoverschrijdende onmogelijkheden van internet. Mijn chauffeur nam de eerste de beste afslag waar Nederland stond vermeld, maar dat was niet de weg die we ’s middags hadden gereden. Snel de mobiel erbij voor de routebeschrijving en toen ging het mis, geen ontvangst. Het was aardedonker en niet direct borden als houvast. Bij de eerste het beste kruispunt waar we Roermond zagen, namen we die richting echter geen idee hoe Heel zich topografisch verhield met Roermond. Bovendien moest ik nog rekening houden met de Maas. Na tien minuten rijden was er ontvangst met dien verstande dat op een kaartje te zien was waar wij reden. Gelukkig ben ik het kaart lezen nog niet verleerd, dus vijf minuten voor zeven, de klokken luidden gelukkig nog, parkeerden we onze auto. We waren niet te laat en dat is bij mijn wandelingen al vaker een thema geweest.

DE DIENST

Acclimatiseren

Bij binnenkomst is mijn eerste reflex altijd waar kan ik rustig zitten en af en toe wat aantekeningen maken. Bijna tegelijkertijd ben ik op zoek naar een misblaadje die me langs het spirituele aanbod kan leiden en het is altijd gemakkelijk om dit later als leidraad te gebruiken bij het schrijven. Het eerste was geen probleem, hoewel de kerk kleiner was dan ik dacht, was er ruimte genoeg ergens halverwege. Boekjes waren er echter niet. Niemand had boekjes, dus ik mag hieruit concluderen dat we te maken hebben met getrainde bezoekers. We begonnen dus met een kleine handicap, nu maar hopen dat de elektrische versterking goed werkt. Het orgel werkte wel uitstekend want ik voel het trillen aan mijn2013-12-07 19.54.13 voeten. Of zullen het mijn nieuwe schoenen zijn die wat afknellen? In het protestantisme komt hier volgens mij de term ‘vol op het orgel’ vandaan. De Gregoriaanse zangkunst van een klein mannenkoor doet weldadig aan. Onze mede-aanwezigen zijn de gebruikelijke 60 plussers, maar voorin ontwaar ik twee twintigers in casual kleding en de jongedame heeft wild roodgeverfd haar. Na afloop horen we een onmiskenbare Oost-Europese tongval, Polen is onze conclusie.

Dan komen de pastoor en de misdienaar binnen. Vanuit mijn werkervaring als misdienaar weet ik dat je de werkzaamheden in je eentje afkan. Wij deden het standaard met zijn vieren. Als ex-ambtgenoot zag ik dat hij het inderdaad gemakkelijk alleen kon, gelukkig maar. Ik zag hem zelfs nog even duimendraaien. Zou het verveling zijn geweest of bad hij intens of zijn voetbalclub die avond zou winnen? Waar zijn ze eigenlijk voor in Heel, kijken ze naar het noorden en juichen ze voor VVV of toch naar het zuiden waar iets meer keuze is? De nog jonge pastoor, volgens mij is dat iedere pastoor onder de vijftig, opent de dienst met te refereren aan de twee kaarsjes voor de advent. Hij vertelt over Johannes de Doper die een rare man zou zijn in die tijd. Hij benoemde namelijk dat het belangrijker is je druk te maken over hoe je bent aan de binnenkant. Ik kan niet meer met hem eens zijn en moet voor het eerst denken aan de nieuwe Paus.

Lezing en evangelie|

En dan komt het zoekplaatje in het geheel, de eerste lezing en het evangelie. Heb ik de accuratesse op te schrijven welk gedeelte uit de bijbel wordt gelezen. Bij de eerste lezing was ik op tijd, het betrof het boek Jesaja, hoofdstuk 11. Tijdens het lezen viel me de tegenstelling tussen gerechtigheid en straffen al op. De zinsnede ‘hij geeft de geringen hun recht en de armen in het land krijgen een eerlijk vonnis. Hij kastijdt de verdrukkers met de roede van zijn mond en de bozen doodt hij met de adem van zijn lippen.’ Je bent mij 2013-12-07 19.53.08dan al een beetje kwijt dus ik geloof het dan wel met het feit dat je je kind in een slangennest kunt leggen en dat het rund en de berin samen kunnen leven. Dat straffen en de harde taal passen mij niet. Natuurlijk zal het overdrachtelijk bedoeld zijn en een dieperliggende theologische duiding hebben, ik beluister het als ‘oppervlakkige’ toehoorder puur taalkundig. ‘Je mag meedoen als…., en je wordt gestraft als….’

Voordat het Evangelie wordt gelezen volgde een stukje muziek door een fluitist en een cellist, die in elkaars nabijheid waren, maar elkaar niet altijd konden vinden. Ik kon achteraf de tekst van het Evangelie niet met zekerheid terugvinden. Het was uit het boek van Matheas, waarschijnlijk hoofdstuk 3 of 4, maar ik durf me er niet aan te wagen. Mogelijk omdat ik op dat moment in gedachte was over de aanwezigen in de kerk. Hoe zullen zij het beleven dat hun kinderen en kleinkinderen niet meer aanwezig zijn? Hoe past dat in hun geloofsbeleving met betrekking tot gerechtigheid en straffen? Maakt het ze bang, verdrietig of is hun geloofsbeleving geruststellend genoeg dat zij later een ieder weer terug zullen zien in de Hemel, of waar dan ook?

Voorleesbrief van de bisschoppen

De weken vooraf heeft er met enige regelmaat een stuk over de Paus en het bisschoppenbezoek (Ad-Limina-bezoek) in de krant gestaan. De teneur was een beetje dat de bisschoppen in een defensief zouden afreizen naar Rome. Zorgen over de afwikkeling van allerlei schandalen, maar vooral ook het leegstromen van de Nederlandse Kerkprovincie, al decennialang. Wat doen ze fout? De brief van bisschop Franz Wiertz, die op 7 december werd voorgelezen, ademt echter helemaal geen bestraffing uit vanuit Rome,2013-12-07 19.54.30 maar lijkt op een brief van hoop en vooral een nieuwe opdracht. De brief benoemt vooral ook de geest van Paus Fransiscus waarbij ‘De Kerk‘, zo zegt paus Franciscus, ‘moet als “een veldhospitaal” zijn, waar mensen in de strijd van hun leven genezing vinden van hun kwetsuren.’ Even verderop haalt de bisschop de volgende passage aan: ‘Net als Jezus zelf laat paus Franciscus het niet bij woorden alleen. In zijn leefstijl van grote soberheid heeft hij voorgoed afscheid genomen van een barokke hofcultuur. “Een Kerk voor de armen” staat hem voor ogen.’

De kerk mag geen oordelende kerk zijn en een ander niet de maat meten. Hierbij moet ik denken aan de verplichte introductiedagen bij mijn werkgever Het Leger des Heils. De kerkgemeenschap van het Leger is relatief klein, maar in Nederland hebben ze de plicht op zich genomen om samen te werken met professionals die ze in de reguliere hulpverleningscircuit laten werken onder de vlag van Het Leger. Voorwaarde is uiteraard wel een Christelijke achtergrond. Hoe deze achtergrond eruit moet zien daarover verschillen de mening nogal. Katholiek zijn is al een rekkelijk begrip in zekere zin, maar als we daarbij de verschillende geloofsgemeenschappen uit het protestantisme naast zetten, is het een breed pallet. Op mijn introductiedag sprak een nogal streng uitziende grote heilsoldaat met baard – hij zou in mijn vooroordelen een strenge ouderling kunnen zijn in een van de meest bevindelijke gereformeerde kerken – de volgende wijze woorden uit: ‘We hebben allemaal dezelfde missie, maar laten we elkaar daarin niet de maat meten.’

Bisschop Franz Wierts doet het voorstel om de daad bij het woord te voegen om op parochie-niveau zogenaamde Fransiscus-groepen in het leven te roepen om de diaconie (mogelijk opnieuw) tot leven te roepen en de kerk een meer maatschappelijk gezicht te geven. Mijn zegen heeft hij.

2013-12-07 19.53.28Kijk hier had ik nu duidelijk ruzie met mijn mobiel

IN GESPREK MET DE PASTOOR

Al heb ik geen boekje, maar als de collecte is geweest, de communie is uitgereikt, weet ik dat het einde van de dienst in zicht is. Tussendoor worden alle aanwezigen nog opgeroepen elkaar vrede te wensen. Theoretisch is dat een geweldige geste, maar het komt mij nog steeds wat vreemd over. Het gebeurt in bijna alle missen in Nederland weet ik inmiddels proefondervindelijk. Vroeger was dat niet. Het past echter niet zo heel goed bij mij. Op dat moment ben ik namelijk vooral observator en bezig met mijn eigen gedachten. Maar dat is niet eerlijk, want natuurlijk ben ik ook een deelnemer, dus onderdeel van de groep. Bij eerdere bezoeken liep een kloeke dame uit haar kerkbank om mij vrede te wensen. Ik kon dat erg waarderen, moest zelfs een beetje lachen. Nu wensten mijn vrouw en ik elkaar vrede. Gelukkig doen we dat wel vaker maar dan in andere bewoordingen. Het is tijd om nog snel wat foto’s te maken. Achteraf bleek dat ik weer ruzie had met de belichting van mijn mobiel, dus het was niet zo heel best. Mijn verrichtingen en onze aanwezigheid was de pastoor opgevallen, want hij kwam na de dienst even naar ons toe om de hand te schudden en, zoals ze in het oosten van het land zeggen, ‘het vernuil’ op te nemen. Even polshoogte nemen wie dit zijn, wat ze willen en komen doen in de parochie. Ik vind dat altijd heel erg vanzelfsprekend dat ‘de baas van de parochie’ deze verantwoordelijkheid op zich neemt. Het gebeurt echter niet altijd, vaak moeten de pastoors snel naar de volgende dienst bij gebrek aan collega’s. Het napraten was bij mijn weten vroeger veel normaler en zou mogelijk onderdeel moeten zijn van de vermaatschappelijking van de kerk. Ik weet echter niet of die behoefte er bij iedereen is. In Limburg was vroeger het café nabij de kerk spreekwoordelijk natuurlijk heel belangrijk.

Pastoor Mark Hooijschuur stelde zich voor en in een kort gesprek legde ik mijn missie uit. Hij was nieuwsgierig naar het stuk. Toen het gesprek over de Paus ging, vertelde hij over zijn ervaringen in Rome en de geloofsbeleving in Zuid-Amerika. Echter bij ons enthousiasme over de Paus nam hij een neutralere houding aan, alsof hij vanuit zijn functie er geen oordeel over kon/mocht innemen. Zowel mijn vrouw als ik kwamen er niet uit of hij ons enthousiasme nu deelde of niet.

WANDELING TERUG

Onze wandeling terug ging naar Maaseik. We wisten dat er nog restaurants waren die hun keuken tot tien geopend hadden. Onderweg bespraken we de mis, die de pastoor als een eenvoudige dienst bestempelde. Onwillekeurig moet ik denken aan de tegenpolen in de boeken van over Don Camillo en de burgemeester Peppone als we het over de Paus hebben. In het na-oorlogse Italië schreef het boek de strijd tussen de dorpspastoor en de communistische burgemeester. Eigenlijk is dit raar, want beide komen ze op voor armen en onderdrukten, “hun bijbel’ verschilt dan misschien. Het is dan ook niet zo raar dat een spotprent over de Paus verschijnt in de Trouw waarbij hij als aanhanger van de Occupy-beweging wordt gezien. Ik zou bijna willen zeggen dat het woord ‘spotprent’ in deze bijna onheus is. In mijn optiek zou ik het als Paus Fransiscus het als een ‘geuzenprent’ zien, maar wie ben ik? Ik ben in ieder geval aangenaam verrast als enkele weken na ons bezoek de Paus door Time wordt uitgeroepen als de man van het jaar. Uiteraard is tussen beide gebeurtenissen geen oorzakelijk verband.

Eenmaal in Maaseik parkeren we de auto op het plein dat in een feestelijke kerststemming is getooid. Voordat we bij een Italiaans restaurant kunnen plaatsnemen, is er een kleine dissonant. Een medeweggebruiker zag ons auto niet staan bij het achteruit rijden en tikte tegen de achterdeur. Een tikje van niks dat al snel €600, – kostte, bleek later. We hebben het in goede harmonie kunnen regelen en we hebben maar besloten niet te oordelen, want toen de man in onze auto zat, was de alcoholdamp nadrukkelijk aanwezig. Het heeft de maaltijd bij Con Passione in ieder geval niet bedorven. Het nachtleven van Maaseik hebben we aan ons voorbij laten gaan.

2013-12-07 22.35.58

 

AFTERPARTY

2013-12-08 11.52.45In het voorbijgaan hadden we al gezien dat er in Thorn een kerstmarkt was die zondag. Al ben ik niet zo ‘kerstmarktig’ , het is nooit onaangenaam even door Thorn te lopen. Na het ontbijt haalden we de spullen en liepen naar de auto. We nemen de schade bij daglicht nog even op en ergerden ons aan de publieke muziek die door de luidsprekers schalde op zondagochtend in Maaseik. Tijdens het winkelen is het soms al heel onaangenaam om constant geconfronteerd te worden met verplichte afname van allerlei popsterretjes, maar op zondagochtend hoort er een serene rust te zijn, ook op het plein in Maaseik en geen commerciële zender. Jammer. In Thorn werden we geconfronteerd met een andere vorm van commercialiteit2013-12-08 12.03.39 namelijk dat er toegang wordt gevraagd voor de kerstmarkt, met andere woorden je moet betalen om te kunnen kopen. We zijn niet gek en gelukkig waren er ook nog straten wel bereikbaar. Bovendien was er een soort van kunstroute die vrij toegankelijk was, dat is altijd leuk om even te kijken. Bij de Abdijhof werden we welkom geheten door een kleine vriendelijke man. Het bleek Frans Geelen te zijn die enthousiast vertelde over de herwaardering van het Keramische erfgoed van zijn huidige woonplaats, het nabij gelegen Beesel. Aanvankelijk wilde hij zijn betoog in het Limburgs houden, maar onze onmiskenbare oostelijke o’s hielden hem tegen. Geboren zijn in de streek zorgt zeker niet voor een tongval uit de regio. En passant werden we geïnformeerd over de historische achtergrond van de witte huisjes in Thorn. Dit vindt zijn oorzaak uit de Napoleontische Tijd, toen uit de oude stenen de huizen opnieuw opgebouwd moesten worden. Met met witte verf werden de grote verschillen tussen de stenen van de nieuwe huizen verdoezeld. De VVV van Thorn zal eeuwig dankbaar zijn met deze beslissing. Ook eigen werken van Frans Geelen werden door de kunstenaar voorzien van de nodige uitleg. Nadrukkelijk wijst hij op zijn werken onder de titel ‘Signs of Religion’. Frans Geelen weet dat zijn werken nogal een donker randje hebben. Een korte biografie op zijn weblog leert de mogelijke herkomst van deze donkerte. (zie hieronder een youtubefilmpje van zijn weblog)

2013-12-08 12.06.21

We wandelen nog even door Thorn, bekijken de indrukwekkende St. Michaëlskerk die vooral van binnen prachtig en rijkelijk versierd is (wat zal Paus Fransiscus ervan vinden?), schieten wat foto’s en gaan, heel toepasselijk via de Napoleonsbaan naar het noorden…….nee hoor we hadden een afslag gemist en besloten de oude route maar te nemen.

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Impressie van het werk van Frans Geelen

https://www.youtube.com/watch?v=vlOfXPYM6pY

K*tjelekker25, veel is er in veertig jaar niet veranderd

De herinnering aan je eigen geboorte is voor de meeste mensen een onmogelijke opgave. Tenminste, dat is mijn mening, al beweren kleine groepjes spirituelen het tegendeel. Je eigen komst op Aarde is een enorme leegte die hooguit opgevuld kan worden met de informatie die je ouders kwijt willen. In mijn tijd was het nog niet gebruikelijk van de bevallingssereniteit een multimediaal circus te maken om de kraamvisite te trakteren met foto’s en video’s van het moment suprême. Ik geloof dat ik niet rouwig ben over het gemis van de beelden van mijn Aardse landing.

In tegenstelling tot de geboorte, behoort een bezoek aan je geboorteplaats wel tot de reële mogelijkheden. In mijn geval is dat Heel, nabij Roermond. Soms zijn er momenten dat je heel even een glimp wil opvangen van het huis waar het eens allemaal begon. Een rationeel argument voor deze oprisping kan ik niet bedenken. Maar goed, de ratio van het leven zelf is niet altijd even gemakkelijk, echter omdat levenstwijfel zo’n vermoeiende bezigheid is, zoeken we maar naar wat verstrooiing. Bijvoorbeeld in een weekend met je zoon langs je geboortehuis rijden. In het Limburgse Heel dus.

Welwillend zit je zoon naast je in de auto, na een lunch op het marktplein in het nabij gelegen Belgische Maaseik. Samen keuvelen we een beetje, de radio is aan met hedendaagse muziek. Het is behaaglijk warm in de wagen, in tegenstelling tot de natte waterkou in het Limburgse Maaslandschap.

‘ Zullen we even naar mijn geboortehuis rijden?’

‘ Is goed, maar zijn we daar acht jaar geleden ook al niet geweest?’

‘ Goh, weet je dat nog?’

‘ Ja, maar ik wil er nog wel eens heen.’

Bij binnenkomst in Heel is het noodzakelijk om de plaatselijke plattegrond even te raadplegen, want de weg weet ik niet meer. Ik heb dan ook maar 18 maanden in Heel gewoond. De zachte G is dan ook niet aan me blijven kleven. Gelukkig is het een klein dorpje en het adres is zo gevonden.

Ondertussen vermaakt mijn zoon zich met het lezen van de routernamen in de omgeving. Via zijn mobiele telefoon kan hij al rijdend alle draadloze internetverbindingen traceren. Vaak hebben deze verbindingen voor de hand liggende namen die refereren naar de naam van de bewoners van het pand. Het was ons al opgevallen dat naast Janssen, de naam Gijssen en Hendriks veelvuldig voorkomen. Soms wordt slechts het adres de routernaam en in enkele andere gevallen is er iets creatievers bedacht.

‘ Pierke, Ge Fransen, vlaaibaai, Janssen.’

De namen in Heel worden opgelezen via het mobiele wonder van mijn zoon.

‘ We zijn er bijna.’

Mijn zoon kijkt op en zegt terecht dat het niet zo’n beste buurt is.

‘ Och, dat valt wel mee,’ zeg ik tegen beter weten in.

De vorige keer was het me al opgevallen dat de straat waarin ik geboren ben er wat sjofel uitzag.

‘ Gewoon een arbeidersbuurt, niets mis mee.’

Mijn ouders, komend van ver buiten Limburg, waren altijd erg content met het nieuwbouwhuis dat zij toentertijd betrokken,. In de tijd van woningnood van de jaren zestig was een knap huisje belangrijker dan een baan. Toen het huis via een landelijke advertentie gevonden was, werd de baan er gewoon bijgezocht.

‘ Frans Schoenmaker, Arie&Truus, Kutjelekker……….hè?

Mijn zoon barst in lachen uit.

‘Die zijn niet wijs, Kutjelekker25, dat doe je toch niet? Wat een kansloze lui. Op welk nummer ben jíj geboren pa?’

‘ Op nummer 25.’

De hilariteit was compleet. Met een korte blik op het huis, de vleselijke voorkeur van de huidige bewoners tonend, rijden we maar door, de verloedering achter ons latend.

‘ Het is niet meer wat het geweest is,’ verweer ik me zachtjes zonder dat mijn zoon het hoort.

De laatste zin blijft in mijn hoofd hangen. Hoe was het eigenlijk, toen, in het jaar 1966?

Over Heel heb ik altijd lovende verhalen gehoord als het gaat om het eerste huis van mijn ouders. De omgeving vonden ze bovendien geweldig, maar daarmee hield de loftrompet over Heel eigenlijk wel op.

Ze kwamen uit Amsterdam en Utrecht en hadden inmiddels geroken aan de vrijheden die beginjaren zestig aan het ontluiken waren in Nederland. Zelf kwamen ze beide uit degelijke katholieke gezinnen uit het oosten des lands, dus eerst netjes trouwen en dan pas samenwonen. Met deze Roomse bagage dachten ze het wel te redden in Limburg. Het viel wat tegen. Mijn moeder heeft nog een tijdje gewerkt als verpleegkundige in een verzorgingstehuis voor nonnen. Menigmaal heb ik het verhaal gehoord dat de oude besjes pas dan bediend werden, hetgeen voor een plaats in het Hemelse Rijk een voorwaarde was, als het testament aan de kerk werd overgemaakt. Mijn vader was als gediplomeerd verpleegkundige aangetrokken in de zwakzinnigenzorg dat tot die tijd bestierd werd door Broeders. Ik durf niet te zeggen van welke orde ze waren, maar Broeders van Liefde voor de verstandelijk minderbedeelden waren ze zeker niet. Het vergelijk met het hedendaagse Roemenië wil ik niet maken, maar veel beter was het niet. Waarschijnlijk wel schoner, maar daar was dan ook alles mee gezegd.

In het Roomse Heel was het toen nog zeer ongebruikelijk om weerwoord te bieden tegen de geestelijkheid. Maar met diploma en eigentijdse kennis op zak, heeft mijn vader dat toch met regelmaat gedaan. Het is hem uiteindelijk duur komen te staan.

Naast de werkkring, beleefden ze ook weinig vriendschappelijke contacten met dorpsgenoten, uitzonderingen daargelaten. Ze waren ‘Òlanders’ en voor de gemiddelde bewoner van Heel deugden de Maastrichtenaren eigenlijk al niet. Mijn ouders hadden het gevoel dat ze met de nek aan werden gekeken. De hang naar hun beider roots werd snel groter. Een telefoon hadden ze nog niet, want voor een aansluiting moest rekening worden gehouden met een wachttijd van twee jaar of meer. Noodgedwongen fietste mijn vader met enige regelmaat naar het nabij gelegen Thorn om met de familie te bellen. Het alternatief was de telefoon in het plaatselijke postkantoor waarbij iedereen kon meeluisteren.

Hoewel het aan hun kerkgang niet heeft gelegen, hebben ze snel na de geboorte van mij en mijn broertje het Rijke Roomsche Limburg achter zich gelaten.

Een van de positieve uitzonderingen was de buurvrouw van mijn ouders, die van nummer 23. Niet dat ze goede vrienden zijn geworden, maar toch ze hadden een band, vooral mijn vader. Uiteraard met volledige instemming van mijn moeder. De buurman is een ander verhaal. Die zoop en sloeg zijn vrouw. Tegenwoordig zouden we dat huiselijk geweld noemen, toen blijkbaar niet. Ook ‘Blijf van mijn lijf’ huizen waren nog niet in zwang. Deugdelijke zwakzinnigenzorg moest trouwens nog uitgevonden worden.

De buurvrouw en buurman bleven gewoon bij elkaar en mijn ouders konden ongewild delen in lief en leed van het Limburgse burenpaar. Ik weet niet of de buurvrouw een knappe verschijning was. Ze had ze in ieder geval niet allemaal op een rijtje. Zo liep ze iedere keer naar buiten als mijn vader de tuin aan het sproeien was. De planten moesten nog groeien, het waren immers nieuwbouwhuizen, dus van enige privacy was geen sprake, daaraan werd gewerkt middels het sproeien. Ze bukte zich omslachtig met haar achterste naar mijn vader, die uiteindelijk bezweek voor de verleiding en de tuinslang richtte op de billen van de buurvrouw, die het uitgilde van plezier.

Op zondag had ze echter andere verplichtingen. Na de kerkgang gingen de dorpsbewoners uiteraard naar de kroeg of naar de kruidenier, die toen nog open was. Een enkeling had andere plannen. Via het achterommetje klopte ze bij de buurvrouw aan, om een half uur later weer te verdwijnen. Of buurman hier weet van had, vertelt het verhaal niet. Hij zat op dat moment in de kroeg, misschien wel van het geld dat zijn vrouw verdiende.

Eenmaal vergiste zich een klant en klopte bij mijn moeder aan met de vraag in onvervalst Limburgs:

‘ Doet de naaimachine het nog een beetje?’

Hij is onverrichter zaken weggegaan.

‘Kutjelekker25, kutjelekker25………’

Eigenlijk is er niet zoveel veranderd in die ruim veertig jaar. Toen was het ‘kutjelekker23’. Het was nog niet via een mobiel te traceren, maar veel katholieke mannen uit Heel wisten het wel degelijk te vinden.