Mijn ideale sportavond

Ik weet wel hoe het zit in het leven. Uiteindelijk is er helemaal niets veranderd. Dat denken we, maar het gaat gewoon maar door. En omdat er niets veranderd, hanteren we ook maar weer de gewone oplossingsstrategieën. En daar hoort de sportschool voor mij niet bij. Coronatijd heeft bij mij geen levensomslag gemaakt. De rust heb ik niet gevonden, laat staan het licht. Anderen hebben dat wel als ik zo om me heen hoor, zeggen ze. Gelukkig is het ook niet zo dat ik er psychisch aan onderdoor ben gegaan. Zoals ik al zei, er is niet zoveel veranderd. Geen Coronakilo’s bij mij hoor, gewoon een beetje jojo-en in een bandbreedte van zo’n 3 à 4 kilo. Soms er een beetje onder, dan weer naar de bovengrens. En als die nadert, ben ik alert. In het verleden heb ik heel wat loze maandjes contributie voor de sportschool betaald. Dus dat doe ik nooit meer. Begrijp me goed, ieder zijn meug met Arie Boomsma voorop, maar de hedonistische cultuur in de sportschool is aan mij niet besteed. En het is zeker niet alleen om die randfiguren die er  zijn, dat is misschien nog wel het minst erg. Ook de kleedkamercultuur ervaar ik heel erg als zien en gezien worden met je hele hebben en houwen zullen we maar zeggen. Maar het allerergste vind ik misschien wel de wijze van sporten. Met zijn allen op de loopband, handdoekje om, koptelefoon op om je verder af te sluiten en maar kijken naar tv-zenders waar buiten de sportschool verder niemand verder naar kijkt. Bij mij komt het woord degeneratie boven. Bovendien hoe veilig zijn die sportscholen nu eigenlijk in deze coronatijd. Er gaan her en der wel geruchten dat de opkomende broedplaatsen daadwerkelijk van sportscholen komen, Arie Boomsma ten spijt. Ik ben niet het type dat nu gaat cancelen en tot een boycot op te roepen. Misschien is het maar een gerucht. Geruchten en fakenews zijn in tegenwoordig.

20200713_205704

Maar om helemaal veilig te zijn, heb ik mijn eigen sportcircuit voor vanavond uitgezocht. We fietsen een eindje tot buiten het dorp. Dat is stap één. We gaan even zitten om vervolgens met de fiets wat bicepsoefeningen te doen. Als ik oververhit raak kan ik altijd nog in een verse boerensloot springen. Met als ik met mijn fiets boven mijn hoofd sta, bedenk ik dat niemand mij gelooft. Snel een actiefoto, maar daar heb je een ander voor nodig. Een narcistische selfie is aan mij niet besteed en is ook zo onhandig met je fiets in de hand. De fiets maar even in de halter en wachten op een voorbijganger. Maar ik had echt een stil plekje gekozen. Ja wat auto’s, maar om die nu tegen te gaan houden? En dan slaat de twijfel toe. Is het wel een goed idee om op een bankje, bij de bosjes wildvreemden aan te spreken om een foto te maken van een powerliftende dikke man met zijn fiets boven het hoofd. Als er maar geen jonge meisjes langs komen. Die schrikken al bij het zien van een zittende man tegen de bosrand, laat staan als hij vraagt ‘dames mag ik u iets vragen’. Slecht idee, dus na twee sigaretten wachten geef ik het op om een superstrak blog te schrijven met bijbehorende foto.

20200713_211148

Maar het geluk is met me. Op weg naar huis kom ik langs een wetering waar ik even naar de zonsondergang kijk. Twee oudere dames fietsen langs. Ik was blijkbaar betrouwbaar genoeg, want ze stopten ietwat onzeker en wilde wel een foto maken. Met de fiets in de lucht poseer ik voor twee wildvreemde vrouwen. Alles voor de kunst zullen we maar zeggen, en alles voor de sportpromotie van mezelf. Ik ben tevreden met het resultaat en bedank de vrouwen. In onvervalst Duivens vragen ze ‘woar is dat veur?’ Ik zeg zonder blikken en blozen dat het voor de promotie is van de sportschool van Arie Boomsma. Een lege blik is mijn deel. ,,Dat was voor Arie Boomsma” zegt de fotografe die achter haar vriendin aanfietst. ‘Roare keerl’ is haar antwoord. Zou ze het nu over Arie hebben?

 

Aprilwilletje

DE BLOGGER

Teruggeworpen op jezelf klinkt zo melodramatisch in dit tijdperk en dat is voor de meeste ook niet waar. Of je woont met meerderen in huis en je mag/moet nog werken. Boodschappen doen is, mits aan de regels houdend, geen bezwaar. Zelf een frisse neus halen mag nog steeds.  Anders is er nog het onuitputtelijke reservoir aan sociale media. Natuurlijk is de afleiding minder of in ieder geval anders. We moeten eraan wennen.

Wat nog niet veranderd is, nog niet, is de hoeveelheid hedonistische filmpjes van vlotte, fitte en blitse mensen die van de nood een deugd hebben gemaakt. En ik begrijp best wel dat je vanuit je eigen kleine wereldje de rest van de wereld wil duidelijk maken dat je je redt en hoe je je vermaakt. Opvallend zijn de filmpjes van sporters die hun huis tot een parcours hebben omgedoopt. Ze hangen in de gordijnen, slechten de trap 150 keer en gebruiken hun partner om te powerliften. Ook de meditatiegoeroes zien hun kans schoon en roepen op om samen-apart te mediteren al dan niet via ZOOM.

Van mij is geen vlog te verwachten, geen bewegende beelden van een jonge God in wording, geen acrobatische zenhoudingen of wijsheden waarmee ik de mensheid deelgenoot wil maken. Maar ook ik ben een kind van mijn tijd, een tikje hedonistisch, dus een blog en geen vlog, dus niet vlot, fit en blits. Ik doe mijn beweeg- en meditatieoefeningen in één keer. Trouwens, het is mij opgevallen hoeveel niet geoefende mensen zijn gaan hardlopen in niet eigentijdse sportkleding. Een nieuw virus in de maak?

 

ZEN & BEWEEG

Hoe kom ik mijn tijd door, naast gewoon thuiswerken? Ik neem u mee in onderstaande foto.

20200330_114738

Mijn zolder en schuur zijn nog niet opgeruimd. Ik zie op tegen de lange rijen bij de vuilstort in deze dagen. Maar ik heb zo mijn projectjes in de tuin. Op de foto ziet u het meest verwaarloosde deel van mijn tuin en dat moet anders. Dat had ik al bedacht in het pré-Corona tijdperk. De zeer bejaarde coniferen heb ik een maand of twee geleden al gesloopt. Onlangs heeft de buurman de schutting gezet. Hij kon het alleen en moest ook wel vanwege de anderhalve meter eis. (daarvoor dank M.) Samen met een vriend heb ik een uit de kluitgewassen boom (laurier) aangepakt. Hij is gereduceerd in hoogte en breedte tot 30 procent van wat het was. Het ziet er niet uit, maar over vier weken zien we zonder kappers er allemaal een beetje uit zoals de boom. Het afval ziet u links op de foto. En met dat afval heb ik tussendoor zo mijn eigen bewegingsmomentjes. Het doel is om het laurierafval te decimeren. Het kan dan gemakkelijker in de gliko’s van mij of bij de buren. Het is monnikenwerk, maar je kunt je gedachten wel lekker laten gaan. Zo zat ik er vanmiddag nog met nieuws van mij bekende Coronaslachtoffers, hier en via Italië. Het komt wel dichterbij. Ik zit dat allemaal zo eens te overdenken op mijn krukje, even goed kijken, linksonder achter die kale takken. Dat is mijn mediteer en sportkrukje voor dit moment. Vandaag kreeg ik via de werkmail een gedicht van Judith Herzberg onder ogen, Hopen is een vorm van gekte, wanhoop ook. Ik probeer dat maar te doen, niet gek worden.

 

TOEKOMSTMUZIEK

En wat als alle laurier verwerkt is afgevoerd? De buurman merkte op, en je hoeft daar geen hogere school voor gehad te hebben, dat mijn zorgvuldig in elkaar geboetseerde border aan het verzakken is. Dat wordt nu pas zichtbaar. (zie foto) Dus de komende tijd is er nog wel werk aan de winkel en kan ik me als een verstandig, democratisch Nederlander gedragen. En anders….anders kan ik altijd nog een filmpje opnemen waarin ik accordeon speel.

20200330_114835

 

En hoe groeit de pioen (zie ook later is allang begonnen)

Hij lijkt al groter en ik zie wat knopjes.

20200331_145832

Begrip, van de dag (178) 21e eeuw kan beginnen

 

 

21e EEUW KAN BEGINNEN

 

Om te zeggen dat ik een boksfan ben, is zwaar overdreven. Natuurlijk weet ik wie Bep van Klaveren is. Waardering heb ik voor de ideale schoonzoon, Arnold Vanderlyde. Ik ken de minder ideale schoonzoon, Regilio Tuur en de laatste Nederlandse successen kwamen van de Arnhemmer Ohran Delibas. Ik denk dat veel niet-boksliefhebbers mij dit niet na zeggen. Maar daarbuiten ken ik eigenlijk geen boksers bij naam. Sorry. Behalve die ene natuurlijk, door een aantal nog steevast Cassius Clay genoemd, maar een legende geworden als Mohammed Ali. Hij is niet meer, vandaag op 74-jarige leeftijd overleden.

Dan komt de vraag op, wat heb ik met Mohammed Ali, naast het feit dat hij de enige mondiale bokser is die ik bij naam kan noemen. Er gaan dagen voorbij dat ik niet aan hem denk. Vandaag kan ik er niet om heen. Een groot sportman is heen gegaan, dat staat vast. Maar er is meer, hij werd in de jaren zestig al moslim en veranderde zijn naam in zoals de meeste hem kennen, Mohammed Ali. Hij was voorvechter, in de optiek van sommigen, radicaal voorvechter van de strijd tegen het raciale Amerika met zijn segregatie van rassen. Hij was ook een van de eerste sportmensen die een blijvende cult- en heldenstatus om zich heen wist te creëren. Een symbool voor de Afro-Amerikanen, maar ook een symbool voor persoonsverheerlijking en egotripperij. Hij, The Greatest. Een beetje bescheiden mens zou er niet opkomen. Hij vocht een titelgevecht uit nota bene ‘donker Afrika’ tegen George Foreman. (Hé, ik ken toch nog een andere naam en nu vallen ook Frazier en Tyson uit mijn geheugen). Een gevecht in Kinshasa (Congo) is natuurlijk een geweldig statement. Later kennen we vooral de ziekte van Parkinson die onlosmakelijk verbonden is met Mohammed Ali, zijn aanwezigheid bij belangrijke gebeurtenissen en ontmoetingen met vele grootheden.

In mijn optiek staat Mohammed Ali vooral voor de ontwikkeling van in eerste instantie de VS, maar misschien ook wel voor de mondiale verhoudingen. Letterlijk in gevecht, maar ook werkend aan bevrijding en emancipatie en zeker niet zonder een mate van hedonisme voor de oppervlakkige kenner zoals ik. Met Mohammed Ali wordt voor mij gevoel de 20e eeuw afgesloten en de 21e eeuw kan beginnen. Een eeuw die nieuwe gevechten en bevrijdingen zal opleveren, mogelijk kunnen we lering trekken uit het leven van Mohammed Ali.

YOLO, gadverdamme!!!

 

Je hebt jeukopmerkingen en jeukopmerkingen. Ik zie duidelijk gradaties. Soms is het een tergend langzame opeenhoping van ergernis en in één keer denk je, gadverdamme. Heel soms zijn er uitdrukkingen die je van af het eerste moment ernstig tegenstaan. YOLO dus. You only live once, dus wat maak je je druk zult u denken. Niets is minder waar, toegegeven ik denk niet de hele dag aan die verfoeide YOLO’s denk, maar af en toe wil ik toch blijk geven van een portie intolerantie. Op dit moment wordt de ergernis veroorzaakt door de opkomst van het begrip YOLO dat naadloos aansluit bij de mismaakte staat van de Westerse samenleving. YOLO, gadverdamme.

In de wat geletterde kringen hebben ze het al vanaf de jaren negentig over het hedonistische tijdperk, dat eigenlijk al sinds de opkomst van de babyboomers als ideologische maatstaf geld, helaas. Tegenwoordig hebben we Henk Krol met zijn 50+ die over de ruggen van echte ouderen en armere bejaarden, plechtstatig de belangen van de rijke babyboomers verdedigd. Echt YOLO en ze wensen geen rekening te houden met anderen. Hedonisme pur sang.

Met YOLO beleven we de popularisering van het hedonisme. Hele volksstammen die het woord hedonisme amper kunnen uitspreken, laat staan de betekenis kunnen reproduceren, hebben instintiefmatig blijkbaar wel begrepen waar het om draait. YOLO.

Je moet alles in je leven geprobeerd hebben, want je leeft maar één keer. Lekker gek doen, niet nadenken, korte termijn doelen nastreven, geen verantwoordelijkheid nemen, meedoen met de meute dus. YOLO is een schaamlap voor een beperkt, maar onnadenkend leven. YOLO is een reden om met de schreeuwende meute mee te lopen. YOLO is bij uitstek een reden om tegen conventies te zijn, want die beknotten dat enige leven. YOLO is zelfs reden voor thrill-seeking activiteiten al laat je persoonlijkheid het absoluut niet toe met alle psychische gevolgen van dien. Lekker op vakantie in Timboektoe, terwijl je de weg naar de kerktoren van het naburige dorp eigenlijk al een hele reis vindt. Lekker drugs gebruiken en experimenteren, lekker seksen zonder grenzen omdat de media je laat geloven dat het de standaard is, bovendien: YOLO!!!!!

Het verbaast me trouwens dat de SGP jongeren hun PR machinerie niet in stelling hebben gebracht tegen YOLO met OYLT. OYLT? Ja, OYLT, Of Course You Live Twice, om het hiernamaals te promoten door een gelovig en ascetisch leven. Maar op de keeper beschouwt zijn ook de SGP-jongeren ook al besmet met YOLO. Op zaterdag zuipen en snuiven ze zich klem in hun tot bierketen omgebouwde kippeschuren, om hun OYLT gevoel met een kater in de kerk te beleven.

Het is ‘Living On The Edge’ (LOTE!) met een immer groeiend verwachtingspatroon van avontuur, hedonistische zelfverwezenlijking, gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel en vooral geen rekening houdend met de gevolgen voor jezelf en je medemens. Schaamteloos gedrag wordt tot norm gemaakt onder het mom: YOLO.

Ik ben niet zo zeer van de YOLO, al zou ik soms willen dat het leven een eeuwig durende vakantie is met de beschikking over genoeg geld en vrije tijd en het seksleven van een bonobo. Heel soms lijkt dat een aantrekkelijk vooruitzicht. Maar in het algemeen stel ik niet zulke hoge eisen aan het leven, al duld ik het begrip YOLO niet in mijn dagelijkse vocabulaire. Ik ben meer van de EVVAV en KWW oftewel zet je Ene Voet Voor de Andere Voet en ‘Kieken Wat het Wordt’. Misschien wat ambitieloos, het is niet anders. Tot die tijd zal ik YOLO niet hanteren. YOLO, driewerf gadverdamme.

Sprakeloos Bloggers Speakerscorner 5: Een relatie van niks…….

En in één keer weet ik waar het mis gaat met Nederland op relationeel gebied en daarmee onze hedonistische maatschappij logischerwijs naar de verdoemenis gaat. Hedenochtend boven de krant zag ik het licht. In een fractie zie ik mezelf als onheilsprofeet, dominee en de alwetende maatschappij socioloog. Bovendien……op al deze fronten heb ik gelijk, feitelijk en moreel.

 

Al lezend ploeg ik de Volkskrant door en bij de tweede kop koffie lees ik als toetje het Volkskrantmagazine. Hierin word ik geconfronteerd met de rubriek van Machteld van Gelder die lezersvragen door lezers laat beantwoorden. (zie onderstaande afbeelding)

Heimelijk wist ik dat de financiële huishouding, naast natuurlijk de praktische huishouding, een foeilelijk construct is in veel relaties, dat tot heftige botsingen kan leiden. Maar het bovenstaande relaas is exemplarische voor ‘Het Pompeii’ op relatiegebied. Op financieel gebied is de rationaliteit dusdanig doorgevoerd, dat de rijke partner lekker op vakantie gaat, terwijl het ‘arme’ deel van de relatie op de vingers wordt getikt als er iets te veel wordt uitgegeven. Ik vind dit onbegrijpelijk, maar dit soort constructen komt volgens mij veel vaker voor dan ik voor mogelijk had gehouden. Hoe kun je vakantie vieren terwijl je levensgezel, je partner, je ‘allusie’ om louter economische redenen niet mee kan? Volgens mij heb je dan geen relatie. En hoe kun je je laten koeioneren binnen een relatie omdat je financieel minder inbrengt. Dan ben je een bange sukkel die de schijnrelatie in stand houdt omdat je berekenend wilt blijven profiteren van de kruimels die je mag opsouperen van je rijke partner. Als we dan toch met zijn allen naar de ‘kloten’ gaan is dit wel het culturele hellende vlak in onze maatschappij.

Als hedendaagse partners niet meer holistisch kunnen kijken naar zichzelf en hun relatie, als op financieel gebied de teller in een relatie altijd op nul moet staan en liever nog meer nemen dan geven, hoe zit het dan op andere vlakken. Hoe deel je lief en leed dan op het gebied van huishouden, opvoeding, op seksueel gebied, qua vriendschappen etc. Als de balans van een relatie bestaat uit allemaal uitgesplitste deelrekeningen die voor de hedonist allemaal positief moeten uitslaan wil de houdbaarheidsdatum toereikend blijven, dan is het droevig gesteld met je relatie en daarmee onze maatschappij.

Ben ik ouderwets dat als je een relatie aangaat en kinderen hebt, dat jou inkomen en vermogen voor het hele gezin is? Dat zelfde geldt voor je partner. Het delen van lief en leed is toch de basis voor iedere gezonde verhouding? Als er financiële problemen zijn dan zijn dat toch gezamenlijke problemen en als er een voordeeltje is, dan heeft iedereen er toch lol van. Geven en nemen naar vermogen en draagkracht is toch de basis voor iedere relatie en als dat niet kan, is er domweg geen relatie.

De wijze waarop het voorbeeld in het Volkskrantmagazine beschreven is, komt mij helaas niet als onrealistisch voor en is het ultieme voorbeeld van de doorgeschoven rationalisering van de maatschappij, die tot op relatieniveau is doorgevoerd. Het vermaledijde productiedenken dat de gezondheidszorg, onderwijs en andere publieke taken al heeft vermalen tot bureaucratie gevoelloze molochen, treedt met rasse schreden de liefdesrelatie binnen om daar zijn destructieve werk te doen. Het voelen en vinden in een relatie heeft plaatsgemaakt voor hedonistisch meetinstrumenten. Het is ieder voor zich en God voor ons allen, maar omdat we in toenemende mate niet meer in God geloven, wordt een relatie wel een hele trieste aaneenschakeling van eenakters waar maar zoveel mogelijk rendement uitgehaald moet worden.

 

Kluun schreef mìnstens 1 boek te veel

Het actuele fenomeen Kluun, met afgelopen vrijdag de première van de film van zijn boek ‘Komt een vrouw bij de dokter, zag ik eind oktober bij Pauw & Witteman. Hij had een vlugschrift geschreven, God is Gek, een aanklacht tegen de dictatuur van het atheïsme. Een slap gesprek met een hoop holle frases waarbij Jeroen Pauw en Paul Witteman het vleesgeworden atheïsme vertegenwoordigden. Geen boek voor mij dus, dacht ik. Totdat mijnheer Kluun verbaal en non-verbaal zich toch wat denigrerend over de Hapinezz en de Nieuwe Spiritualiteit uitliet. Geheel in tegenstelling tot de rest van zijn betoog. Mijn belangstelling was alsnog gewekt, bovendien hielp de prijs van slechts €2, 50 ook heel goed mee.

 Kluun

 God is gek

Uitgeverij Podium 2009

In het kader van de week van de spiritualiteit

 Kluun, ik heb zijn boek ‘Komt een vrouw bij de dokter’ en het vervolg, ‘de Weduwnaar’ gelezen. Gemakkelijk en snel geschreven boeken, met een droevig thema. En toch ergerde ik me groen en geel aan de boekjes. Ik interpreteerde zijn leefstijl en levenshouding heel negatief. Ik heb het dan niet over het vreemd gaan terwijl zijn vrouw ernstig ziek was. Vooral het Randstedelijke hedonisme – kijk mij eens hip en werelds wezen – gaf mij een vieze smaak in de mond. Ik zou bijna zeggen, hij propageerde een leefstijl waarbij God noch gebod bestond, maar dat klinkt zo veroordelend maar in het kader van zijn nieuwe boekje wel typerend.

Terwijl hij zat te ‘hoeren en snoeren’ in het wereldse Amsterdam en waar dan ook nog meer, draaide de rest van de wereld gewoon door. Geloofsbeleving en spiritualiteit evolueerden, fundamentalisme bloeide op en Kluun zag het blijkbaar niet. Eigenlijk niets nieuws onder God’s verwarmende zon. De ontkerkelijking dateert al vanaf de jaren zestig, maar het is van alle tijden dat mensen, groepen en individuen, zoeken naar vervanging, de ene keer wat heftiger en fanatieker dan in andere periodes. Het is volgens mij eigen aan het mens zijn.

Een dramatische gebeurtenis in het leven van Kluun, de dood van zijn vrouw die aan kanker leed, brengt Kluun in een meer spiritueel vaarwater. Ook dit is heel menselijk en niets menselijks blijkt Kluun vreemd te zijn. Vanuit deze inzichten of noem het van mij part geestelijke verrijking constateert Kluun een dictatuur van het atheïsme. Wetenschappers en opiniemakers zouden met dedain over geloof en spiritualiteit praten?

Ze zullen er vast zijn, maar heb ik iets gemist? Heb ik niet opgelet? Waar heb ik zitten slapen of waar heb ik woorden of zinsneden van opiniemakers niet begrepen? Of wanneer lag het internet eruit?

Dit zijn vragen die Kluun ook stelt in het begin van zijn boek “God is Gek” als hij blijkbaar constateert dat de richtinggevende publieke opinie de conclusie heeft getrokken dat God niet bestaat.

Ik begrijp het probleem niet van mijnheer Kluun, maar het is wel de reden om het boekje te schrijven. Er is volgens mij niets veranderd in deze, slechts Kluun is mogelijk iets anders in de wereld komen te staan. Zoals er mafkezen bestaan in allerlei geloofsrichtingen, zo zijn er ook fundamentalisten die heel fanatiek het bestaansrecht van een God in twijfel trekken. Er is dus helemaal geen reden om het boekje te schrijven, of Kluun moet zijn gebrek aan oplettendheid van de afgelopen jaren, mogelijk al ver voordat de ziekte van zijn vrouw zich openbaarde, compenseren met dit totaal overbodige boekje. Zijn opperste verbazing dat ook hij ook spirituele gevoelens had na een hedonistische episode, worden nu afgereageerd op een vermeende terreur van atheïsme. Belachelijk.

Zelf ervaar ik nog steeds het tegendeel. Als liberaal katholiek opgevoede jongen, ben ik sinds mijn twaalfde niet kerkelijk meer. Een korte periode van atheïsme tot pakweg mijn twintigste, heeft plaats gemaakt voor ‘ietsisme’. Met mijn beperkte theologische en spirituele kennis zie ik in de kern van veel geloven veel overeenkomsten. Ik denk dat het bij het mens zijn hoort. In iedere stroming zijn veel uitwassen te bespeuren, ook dat hoort bij het mens zijn. Als ‘volger van het Ietsisme’ stoor ik me in zijn algemeenheid aan fundamentalisten, maar die zie ik veel vaker bij gelovigen dan bij niet gelovigen. Mogelijk is atheïsme an sich wel een geloof. Ik vind het allemaal wel best.

Naast het feit dat Kluun in mijn optiek geen reden had om dit boek te schrijven is de uitwerking ook nog mager. Ik wil niet beweren dat het slecht geschreven is, integendeel, het leest weer vlot. Maar ik vind aan de ene kant komt zijn stelling de dictatuur van het atheïsme helemaal niet uit de verf komt. Hij vraagt een aantal BN-ers en wetenschappers of er leven is na de dood en natuurlijk of God bestaat. Alle soorten van antwoorden worden gegeven, met als algemene conclusie dat veel gelovigen en atheïsten in meer of mindere mate aanhangers zijn van het Ietsisme. Dus wat is het probleem?

Aan de andere kant blijft het op een vrij basaal borreltafel niveau steken, ondanks de vele literatuurverwijzingen. Dus eigenlijk had het boek niet geschreven hoeven te worden, maar het zal het wel lekker doen in de marketingstrategie van de film “Komt een vrouw bij de dokter.”