Een gros woorden voor de week (25 september 2021)

Dit weekend mogen de Duitsers stemmen. Wie wordt de opvolger van Angela? Het afscheid van deze wijze staatsvrouw is zoiets als de Wende van 1989. Nog lang zal gesproken worden over voor- en na Angela. Als sociaaldemocraat zou ik op haar hebben gestemd, maar die kans is voorbij. Maar hebben we niet nog een Europese president nodig? Mutti kan toch niet zomaar verdwijnen? In Nederland  heeft Rutte niet de senioriteit van Frau Merkel. Dan moeten we hem nog minstens 15 jaar dulden om hem serieus te nemen. En dan nog. Hij doet in ieder geval verschrikkelijk zijn best om er nog vele jaren bij te plakken, bijvoorbeeld door Mona Keijzer te ontslaan. Zo creëert hij zijn eigen bedompte keizerrijk en is daarin zijn eigen hofnar.  We radicaliseren dus nog een tijdje door met zijn allen. God, heb medelij met mij en ons arme volk.

Over de grens met het Babborgapad

Voordat ik mijn indrukken van dit nieuwe klompenpad wil delen, neem ik u eerst mee naar de jaren 1974 tot en met 1978. De avondvierdaagse in Raalte. Vanaf de derde klas, groep 5, deden alle scholen een poging om iedereen te laten meelopen met de plaatselijke vierdaagse, een heel festijn. Een flesje ranja en een half rolletje drop van moeders maakte de feestvreugde compleet. Na vier dagen potjes vet, op de berg waar Sinterklaas woont enzovoort was het donderdag einde oefening, een paar takken seringen of iets van de vlinderboom en je had je bosje bloemen en natuurlijk de medaille. En het leven ging gewoon verder met school en zaterdag weer een voetbalwedstrijd. In mijn geval bij ROHDA Raalte. De vierdaagse was leuk, maar ook niet meer dan dat.

Als ouder heb ik bijna traumatische ervaringen met de vierdaagse in Duiven.
En naar ik aanneem is het in Duiven niet anders dan welke dorp in Nederland dan ook. Waar in de jaren zeventig een enkele ouder gevraagd werd om het onderwijzend personeel te ondersteunen, hooguit 2 volwassenen op een groep van 30 kinderen, word je tegenwoordig met de nek aangekeken als je als ouder geen acte de présence geeft. Met ongeveer 25 opgedraaide tollen, allemaal een tas vol snoep meezeulend – de echte verwende exemplaren gebruiken daarvoor hun meelopende vader of moeder. Het collectieve ADHD gevoel gaat sky high. Op de laatste dag worden opa’s, oma’s, ooms en tantes en alle beschikbare buurmannen en -vrouwen opgetrommeld om met verbazing en bewondering de Olympische prestaties van de jeugd gade te slaan. Nog meer snoep en de koolhydratenperversiteit neemt pandemische vormen aan. Samen met de verplichte zwemlessen vormt de vierdaagse van mijn kinderen mijn absolute dieptepunt in mijn vaderschap. Heel lang heb ik wandelen als een hele vervelende bezigheid ervaren. De laatste tien jaar gaat het beter en dit jaar was er een primeur dat mijn oudste zoon vrijwillig en uit zich zelf een klompenpad wilde lopen.

Gisteren liep ik samen met wat familieleden een prachtige wandeling bij Deventer. Daarvoor was ik even bij mijn moeder in Raalte uiteraard. En u raadt het al, ik kreeg voor die tocht een rolletje mentos mee, ook om uit te delen. Al pratend heb ik geen moment meer aan het snoepgoed gedacht, maar vandaag vond ik het terug op het Babborgapad in Babberich, in mijn tas. Mijn gedachten gingen dus terug naar de jaren zeventig in Raalte.

Het Babborgapad dus, vandaag in mijn eentje maar weer eens. Wat is het toch mooi om in je directe omgeving die toch relatief bekend is nieuwe dingen te ontdekken. Het wandelperspectief is geheel anders dan wanneer je er fiets, met de auto er doorheen rijdt of een voetbalwedstrijd van Rohda Raalte ziet in Babberich om maar eens wat te noemen. Zoals gezegd, een internationale wandeling en vol gevaren lees ik op de bordjes in Duitsland, de eikenprocessierups, teken en heuse slangen. Bovendien nog een waarschuwing dat je vanwege de Corona maar beter niet in Duitsland kunt lopen. Tja, ik ben best serieus, maar zo’n grenswandeling over Duitsgrondgebied, een land dat oranje kleurt op de Coronakaart terwijl wij dieprood aan het kleuren zijn!! Ik zie er weinig gevaar in, eerder een soort van welnesskuurtje in het ‘gezonde’ Duitsland.

Beeldentuin op de grens van Duitsland en Nederland.

We beginnen waar we zijn geëindigd….

Omdat we geen kilo extra zijn aangekomen, mogen we de start van de vakantie geheel in traditie beginnen. Na natuurlijk een ritje op de Autobahn en een bezwete wandeling om de stad een beetje te ontdekken. Schnitzel, pommes en een groot glas koud bier…….De vakantie is begonnen. Zum Wohl!

20200811_190825

 

De eerste indruk van Kassel? Tja, de eerste indruk is niet van Kassel zien en dan sterven, maar goed het kan verkeren. Morgen gaan we naar Wilhelmshöhe, schijnt mooi te zijn en het is een jeugdherinnering van mijn egaa, dus die gaan we samen herbeleven. In de verte zagen we het al, dat wordt niet lopen hebben we al besloten.

20200811_201052

Onder het lopen een oud gebouw gezien, was indrukwekkend.

20200811_184301

Volkskunst natuurlijk op de meest onwaarschijnlijke plekken.

20200811_181524

Wat u verder moet weten over Kassel. Ze hebben sinds 1971 een universiteit, de Kassel Huskies spelen een aardig potje ijshockey en de plaatselijke FC (KSV Hessen Kassel) bakt er al jaren niets van en speelt geen rol van betekenis. Verder link ik maar even, heel lui, Wiki voor de ware geïnteresseerden.

O ja, natuurlijk ga ik me morgen figuurlijk onderdompelen in de geschiedenis van de gebroeders Grimm die hun sporen hebben achtergelaten in Kassel. Mogelijk dat we als een ware Hänsel und Gretchen de geest te pakken krijgen en de gebroeders Grimm laten verbleken. In 2088 misschien een standbeeld van ons.

20200811_200010

Tot morgen en namasteetjes!!!!!

Postcrossing connect the world

Vandaag kreeg ik post uit Ufa, Rusland. Ik wist nog niet van wie, want dat stond niet op de achterkant. Wel kreeg ik gratis een lesje Russisch. Ik weet nu wat ‘Hello from Russia’ is in het Russisch. Zonder de cyrillische letters te gebruiken, moet een gemiddelde Rus mij verstaan als ik zeg: privet iz Rossii. Na een beetje uitzoekwerk, wist ik dat de kaart van een muzikante uit Ufa is en haar avatar verraad een fris deerne van……ik ga zelfs nu niet gokken, maar in ieder geval aanzienlijk jonger dan ik.  Ze noemt zichzelf moonbeauty.

postcrossing

de kaart hedenochtend van Moonbeauty

 

De oplettende lezer weet het al, ik doe aan postcrossing! Postcrossing? Ja, een truttige hobby van ansichtkaartjes sturen over de hele wereld. Een beetje ouderwets natuurlijk, de sociale media negerend en het domein van voornamelijk oude besjes over de hele wereld of jonge romantische bakvissen? In ieder geval niet heel mannelijk en stoer. Nu valt bij nadere beschouwing het aandeel mannen nog wel mee, zo’n 30% en ook de leeftijden variëren meer dan ik in eerste aanleg dacht. Ik heb al kaarten gekregen van jonge vaders en moeder uit Frankrijk, Duitsland en Taiwan die aan de hand van kaarten hun kinderen voorzien van de nodige wereldoriëntatie. Juffen uit Portugal en Spanje gebruiken de post om het Engels in de hoofdjes van kinderen te krijgen. Dappere meisjes uit India proberen dit op eigen wijze voor elkaar te krijgen.

 

Eerder deze week kreeg ik al kaarten uit Finland, de VS, Duitsland en nog twee uit Rusland. De Russen zijn fanatieke postcrossers evenals de Duitsers, Amerikanen, Chinezen, Taiwanezen en Finnen. Ook Nederlanders hebben een relatief groot aandeel in het postcrosswereldje. Vaak kijk ik even op Googlemaps of de stad waar iemand woon, in dit geval Ufa de moeite van het bezoeken waard is. Voor Ufa hoef ik geloof ik niet naar Rusland toe. Als ik kaartjes verstuur, dan kijk ik zelfs op Googlemaps wel eens naar het huis waar de ontvanger van mijn kaart woont. Beetje gluren.

 

Noord-Korea doet niet echt mee in het postcrosswereldje. Er is ooit een kaart verstuurd naar en vanuit Korea, maar echt structureel doen ze niet mee. In totaal zijn er 208 landen geregistreerd. Zoals ik al zei, postcrossing, misschien wat suffig maar totaal ongevaarlijk. Ik ga niet beweren dat postcrossing de wereldvrede bevorderd. Maar wat zou het toch aardig zijn als Kim jung Un niet een raketje naar Japan stuurt, maar een leuk ansichtkaartje. Of dat ‘de Donald’ geen giftige en domme tweets de wereld in slingert, maar de Chinese president van een geinig kaartje voorziet. Volgens mij doen ze dat niet, hebben ze geen tijd voor denk ik. En zolang ik mijn tijd verdoe met kaartjes sturen naar oma’s in de VS, gepensioneerde postbodes en leraren in Duitsland of naar hippe jonge Chinezen, word ik natuurlijk nooit machtig en invloedrijk. Ik zou alle mafkezen in de wereld dan verplichten om te postcrossen. Want zoals ze zelf zeggen, postcrossen connect the world. Maar dan anders. –> http://www.postcrossing.com

Het achtste leven (voor Brilka), een boekervaring

 

Hoe moeilijk is het om een boekervaring op te schrijven, als je ervaart dat je net misschien wel het mooiste boek hebt gelezen ooit? Toch ga ik het proberen. Voor mijn verjaardag kreeg ik ‘Het achtste leven (voor Brilka)’ van de Duits-Georgische schrijfster Nino Haratischwili. De titel onthoud ik gemakkelijk, de naam van de schrijfster is een tongbreker zoals wel meer met Georgische namen. Het boek was zeker geen pageturner die je na een paar uur afzondering kunt afstrepen op je lijstje. Integendeel, de bijna 1300 pagina’s heb ik niet zomaar uit. Een van de aanwijzingen dat dit een geweldig boek is, concludeer ik dat ik tussen de bedrijven door met het boek bezig blijf. Eigenlijk heb ik bijna een maand meegeleefd met de familie Jasji. Vanaf 1900 tot heden komen de vrouwelijke familieleden aan bod. In ieder ‘boek’ neemt de vrouw van dat moment je mee met de familiegeschiedenis, met de geschiedenis van Georgië, de Sowjet-Unie en eigenlijk ook wel met de Europese geschiedenis. Fantastisch.

 

 

 

Nu moet ik toegeven dat ik over het algemeen gecharmeerd ben van literaire familiekronieken. Met veel plezier denk ik terug Charles Lewinsky’s Het lot van de familie Meijer. Maar ik vond het boek van Haratischwili nog intenser. De schrijfster weet de familiegeschiedenis uitstekend weer te geven tegen de politiek, sociaal en maatschappelijke achtergrond. Feiten en sferen van de van oorsprong aristocratische familie Jasji wordt prachtig geportretteerd. Je voelt het Tiblisi van rond 1900 uit de pagina’s spatten, de beklemming van de Tweede Wereldoorlog en Sowjetgeweld kruipt onder je huid, maar ook de hedendaagse situatie van na de val van de Muur is realistisch en herkenbaar geschreven.

 

 

Het achtste leven

(voor Brilka)

Nino Haratischwili (1983)

Uitgeverij Atlas Contact Amsterdam/Antwerpen (2017)

Vertaald uit het Duits: Das achte Leben (für Brilka) (2014)

 

 

 

Het allermooiste vind ik het familiegeheim dat door alle bladzijdes heen sijpelt. Het geheim wordt gesymboliseerd door een geheim recept van de oer-vader van Jasji’s, een gerespecteerd chocoladefabrikant. Zonder in details te gaan en ook zonder het chocoladerecept te letterlijk aan te halen, proef ik vooral hoe de ene generatie de ander beïnvloed. Door het karakter, door de gebeurtenissen die iemand meemaakt en de wijze waarop de familie hiermee omgaat. Alles heeft met alles te maken, iedereen heeft met iedereen te maken, vroeger heeft met nu te maken en heeft gevolgen voor de toekomst. Toch slaagt Haratischwili er heel goed in om het verhaal op stoom te houden. Het wordt nimmer een kluwen van ondoorgrondelijke psychologie of filosofische duidingen. Onmiskenbaar is gebruik gemaakt van psychologische kennis of in ieder geval een zeer groot vermogen tot introspectie. Historische of filosofische feiten zijn nimmer hinderlijk aanwezig, vormen nooit een narcistische zelfkick van de schrijfster om haar kennis te etaleren. Ze zijn aanvullend, zeer begrijpelijk en vooral ook geloofwaardig. De schrijfstijl is heel toegankelijk. Op veel momenten lees en herlees ik sommige zinnen met plezier terug. Ik ben helaas een zeer lui lezer, ik heb geen notitieblokje bij me om een mooie zin op te schrijven. Ik lees het liefst verder, over de lotgevallen van de familie Jasji, hun spoor in de Europese geschiedenis en hun individuele dromen, angsten en ambities.

Eén quote boven een nieuwe paragraaf bleef hangen (pagina 1185): Stelt u mij zich voor; ik besta niet als u zich mij niet voorstelt. (Nabokov) Dit wilde ik u niet onthouden, maar misschien kende u de uitspraak al. Als het boek nog niet gelezen is, kan ik maar één tip geven. Tik dit boek op de kop en ga aan de slag, een absolute aanrader: Het achtste leven (voor Brilka)!!!

Mijn waardering in een cijfer uitgedrukt, voor wat het waard is: 9+

Meer sprakeloze boekervaringen zijn te lezen door de link te volgen

Begrip, van de dag (199) Zo zijn vrouwen

20160707_221607

 

 

ZO ZIJN VROUWEN

 

Ja hoor, dan is er een keer een fijne voetbalwedstrijd en dan is er weer een vrouw in de buurt die alle aandacht opeist. Zo zijn vrouwen nu eenmaal. Stereotypisch denken? Nee, hoor want het bewijs is vanavond weer geleverd. Een goed voetballend Duitsland en een iets minder goed Frankrijk in de eerste helft, een aangenaam spektakel. En zoals het altijd gaat, dan winnen de Fransen. Nu ja, het spreekwoord gaat iets anders, maar dat was pas op het einde van de tweede helft. Ik was nog intensief aan het kijken en keuvelde met mijn zoon over allerlei voetbalwetenswaardigheden. Het opzichtig drentelen begon al vroeg. Dat was al een aanwijzing.

Eerst bij mijn zoon liggen en aandacht vragen, maar al snel was ik aan de beurt. Precies in het gezichtsveld keek ze me indringend aan op een wijze van “Nu gaan we het er maar eens over hebben, ik wil een goed gesprek!’ Op het moment dat ik terugkeek of beter nog, langs haar een probeerde te kijken, keek ze weg. Maar iedere keer als ik weer een nieuwe positie had gevonden, manifesteerde ze zich weer als een verwijtende dame die haar natuurlijke aandacht opeist. Natuurlijk vanuit het vrouwelijke gezichtspunt, want er is niets natuurlijks aan het storen van een voetbalkijkende man. Een goed gesprek is trouwens sowieso niet aan een man besteed, mannen voelen het wel aan. Een blik, een enkel woord of een gebaar zegt meer dan een oeverloos gesprek zoals vrouwen dat wensen. Issues worden dan meestal gemaakt, niet opgelost.

Om niet meteen in oorlog te geraken, dwong ik haar tot een liggende, misschien ietwat onderdanige positie en beroerde haar warme oren, betaste haar mond, kriebelde haar borstkast en voor het ruigere werk klopte ik haar op de flanken. Maar dat houd je als man nooit lang vol, zeker niet als er een mooie wedstrijd gaande is. Zodra ik stopte, likte ze dwingend mijn hand, dicteerde met haar poot waar ik wezen moest en als dat niet hielp ging ze weer rechtop zitten. Tja, en dan kon ik weer opnieuw beginnen. Om de wedstrijd te volgen moest ik weer opnieuw paaien en aaien, want ik was me ten volle bewust dat je in deze gemoedstoestand van de vrouw in kwestie nooit kan winnen.

 

 

Begrip, van de dag (193) Het is zo ver.

 

 

 

HET IS ZO VER!

 

Het is zo ver. Ik heb ze gezien. De vieze plaatjes, getver! Nee, geen wijdbeense blote mevrouwen, integendeel. Verteerde longen, gore gebitten en andere hele enge ziektes prijken op de tabakswaren. Vanaf nu ga ik de Nederlandse staat maar terugpakken door de Duitse overheid te steunen. Als we uit moeten gaan van meer dan vijftig procent accijns en andere belastingen, dan lever ik dus zo’n €1000, – per jaar aan onze oosterburen af. Tel daarbij op dat benzine tanken ook loont om nu wekelijks af te reizen, dan mist de overheid alhier zo’n drieduizend euro, de ondernemers in de buurt een meervoud van dit bedrag aan omzet.

Naast mijn gezondheid berokken ik de schatkist maar een speldenprikje pijn, maar ik zal niet de enige zijn, denk ik. En laten we eerlijk wezen, hoe Europees zijn we nu, hoe snel zullen de Duitsers volgen? In Thailand kende ik de plaatjes al, maar de pakjes waren kleiner dan de meegebrachte Nederlandse pakjes, dus het was zo verholpen om de opruiende teksten en plaatjes te omzeilen. Ze moeten niet denken dat ik gek ben. Ik ben geen debiel die pas bij visualisatie kan bedenken dat roken slecht is. Daar heb ik slechts mijn eigen waarneming qua conditie nodig en ik weet genoeg.

Sterker nog, het krijgt iets heroïsche om nog te roken. Lekker tegen de betutteling ageren en schijt hebben aan de fundamentalistische gezondheidsconventies. En natuurlijk zijn er mensen die dit een onbegrijpelijk bewijs vinden van struisvogelgedrag, roken is immers dodelijk. Ik kan toch lezen, waarom moet dat ook nog gevisualiseerd worden? En als de Duisters flauw gaan doen, is er wel weer een andere oplossing. Ik vind het wel lekker zo’n achterhoede gevecht, je hoeft toch niet altijd in de voorhoede vechten. Dat lukt me trouwens toch niet met mijn conditie.

Begrip, van de dag (154) Bijdrage Erdogan werkgelegenheid

 

 

 

BIJDRAGE ERDOGAN WERKGELEGENHEID

 

De oplossing voor werkloosheid, Erdogan draagt een substantiële bijdrage, nu nog alleen in Turkije. Misschien kunnen we het voorbeeld volgen. Via o.a. Facebook wordt de hand van de Turkse leider heel erg duidelijk. Wanneer iets onwelgevallig is dan kan een gebruiker dit melden bij de mondiale mediamagnaat. Als een soort van Goddelijke scheidsrechter bedient Facebook de klachtindieners. Ik zie het zo voor me, honderden mensen die Facebook afstruinen in Turkije om te klikspanen en ieder commentaar te bannen. Misschien heeft Erdogan wel landgenoten in dienst om ook de Nederlandse teksten te ontcijferen. Misschien is deze tekst dan ook wel aan de beurt, want via onwelgevallige plaatjes ga ik dit blogje niet opleuken, dus ook niet gepakt worden. Dat neemt niet weg dat Erdogan een gevaarlijk vriendje is geworden.

Vandaag was cartoonist Oppenheimer andermaal aan de beurt. Hij beeldde Erdogan af om te betogen dat hij geen geitenneuker is. Vervolgens laat hij Erdogan keihard het twittervogeltje in zijn (of haar) cloaca nemen. Een scherp plaatje om de oproer rondom de Duitse Jan Böhermann te belichten en het gebrek aan de Turkse persvrijheid te hekelen. Ik ga inhoudelijk niets vinden van het hekeldicht van de Duitser, ik vind vooral de persvrijheid een groot goed, dus is mijn artistieke oordeel in deze van generlei waarde. Het feit dat Facebook een rol speelt bij het onvermijdelijk oordeel om lid te mogen zijn van de spacecommunity op Internet is natuurlijk heel bedenkelijk. Oppenheimer verwacht trouwens snel te mogen publiceren. Volgens mij is dat afhankelijk van de hoeveelheid kritiek op Facebook.

Maar los van de ethische achtergrond, biedt dit mogelijkheden voor werkgelegenheid. Dat de Turkse Erdogan de vrije meningsuiting in zijn eigen land verkracht is nog tot daar aan toe, hij schijnt de Turkse gemeenschap in Nederland nog voor zich te winnen. Maar hij moet toch heftig investeren om dit te bereiken. Misschien heeft hij ook wel een clubje anti-Poetin adepten aan het werk gezet of een clubje dat zich richt tegen de Koerden. Zo kunnen wij in Nederland ook aan de slag om alles dat ons onwelgevallig is op Facebook aan te klagen in de hoop dat Facebook namens ons censuur gaat plegen. Waar zullen we beginnen, met ons koloniale verleden te verdoezelen? Iedere vorm van kritiek uit Indonesië of Suriname als smaad wegzetten. Kom strijders, u kunt allen soldaten worden voor Volk en Vaderland door te melden aan Facebook.

 

 

Begrip, van de dag (126) Vies land

 

 

VIES LAND

 

,,Ik vind het stinken in Duitsland. Het is een vies land!”
Het boek van Jan Brokken, De wil en de weg, leerde me het belang van de beginzin voor je verhaal. De eerste zin zet de toon. Nu heb ik nog geen flauw benul waar het verhaal naar toe moet, maar de toon is gezet. Ik zou een ander verhaal schrijven met de beginzin: ,,Het duurde nog tientallen jaren na de hoogtijdagen van het Naturalisme voordat de Freikörperkultur haar intreden deed in Duitsland.” Overigens heb ik geen enkele notie of er daadwerkelijk een verband is tussen het Naturalisme en nudisme uit die tijd. Ik weet wel dat de klankkleur van mijn verhaal anders zou zijn. Datzelfde geldt voor beginzinnen met ‘de fiets van mijn opa’ of ‘Bier en Bratwurst’ of ,,Bernd Hölzenbein besluit na 42 jaar eindelijk zijn voorjaarsvakantie in Zandvoort te vieren.” Dit zou een heel specialistisch zuur stukje proza opleveren trouwens. Ik heb anders besloten. Het stinkt in Duitsland.

Mijn toen vijfjarige zoon wenste in de auto te blijven bij iedere pauze op weg naar verre vakantieoorden. Alleen bij hele hoge nood rende hij onder mijn begeleiding het restaurant van de Rastätte in. Hij wist dat hij niet in de bosjes mocht. Wij als volwassenen weten immers wat de mensheid allemaal kan doen in de bosjes langs de autobaan. Als ouders zagen wij geen kleuterkoppigheid, zijn stemming bleef te goed met het vooruitzicht van een camping in Italië of tussenstop in Zuid-Duitsland met Pommes en Schnitzel. Op de vraag waarom hij niet even zijn benen wilde strekken, gaf hij resoluut antwoord: ,,Ik vind het stinken in Duitsland. Het is een vies land!” Wat wist hij meer dan wij, zijn vader en moeder? Welke wijsheden kon een vijfjarige nu hebben over oorlog, vooroordelen en een voetbalverleden? Er moest wat anders zijn. Onze zoon had besloten dat het stinkt langs de autobaan met zijn benzinedampen, diesellucht en volle afvalbakken. De stank associeerde hij met Duitsland.

De beginzin heeft me tot dusver hier gebracht en nu zal ik het verder ook moeten volbrengen. Het stinkt dus langs de autobaan, mijn gevoelige kereltje is er niet van gediend en heeft zijn conclusies getrokken. Gelukkig is hij verder wars van vooroordelen over onze Oosterburen. Als iedereen, behalve mijn zoon, naar de WC is geweest, de stramme benen heeft losgeschud, de kleffe broodjes zijn weggewerkt en de overvolle afvalbakken ook met onze vuilnis zijn gevuld, kunnen we gaan. Iedereen zit in de auto en dan komt het exclusieve machtsmoment van de chauffeur. Ik herinner me opeens waarom ik juist deze plek had uitgekozen. Gevaar dreigde namelijk, het nicotinegehalte in mijn lichaam daalde zorgelijk. Met gespeelde verontschuldiging zeg ik: Was ich noch zu sage hätte dauert nur eine Zigarette. Met het instappen inhaleer ik de laatste trek en druk de sigaret achteloos uit op de grond. ,,Kom we gaan verder voor de volgende etappe.” De vakantiemuziek wordt aangezet en we zingen mee, behalve de jongste.
,,Nu stinkt het ook in de auto!”

Begrip, van de dag (108) Was ich noch zu sagen hätte

Kölner Dom

WAS ICH NOCH ZU SAGEN HÄTTE

 

Altijd kriebelt het als er weer zo’n schrijfwedstrijdje langskomt. Het is nu de NPO die in het kader van de boekenweek alle amateurschrijvers oproept om een verhaal te schrijven. En een amateur ben ik natuurlijk, al zit heel diep in mij, aan de rafelranden van mijn kunnen, de wens om echt een boek te schrijven. Ik zal het niet ontkennen, al zijn er obstakels in de vorm van talent, tijd en doorzettingsvermogen en vooral het gebrek aan deze karaktereigenschappen. Maar bij een wedstrijdje van slechts 500 woorden begin ik overmoedig te worden. 500 woorden is gelezen gedurende het roken van één sigaret. Het boekenweekthema Duitsland geeft de volgende opdracht mee: Was ich noch zu sagen hätte.

Het gaat dus over Duitsland in de meest brede zin van het woord. Suggesties worden gedaan met Bier und Bratwurst, voetbal, Bach, Brecht, Böll of Goethe. Of wat te denken over de val van de Muur en de nieuwe rol van Duitsland in Europa, recentelijk nog meesterlijk vertolkt door Angela Merkel. Ik zit me af te vragen hoeveel mafkezen er zullen zijn die een verhaal over de fiets van hun inmiddels betovergrootvader zullen schrijven? Of een andere vraag, zou er op Duitse Universiteiten ook gedoceerd worden over foute Nederlanders in de oorlog? Zomaar een vraag die bij me opplopt.

Een paar jaar geleden deed ik al eens mee met een schrijfwedstrijd over Duitsland. Ik had wat vakantieherinneringen bij elkaar geharkt waarbij de positieve en negatieve vooroordelen aan de beurt kwamen. Dat verhaal, Urlaub wie der Kölner Dom, kan ik dus niet meer gebruiken en zal uit een ander vaatje moeten tappen. Ik ben er nog niet uit, maar voor 10 februari middernacht moet het af zijn. En waarvoor doen we het allemaal? Een kaartje voor het boekenbal! Wil ik daar bij zijn? Eigenlijk niet, maar het zou wel heel veel begrippen van de dag opleveren denk ik. Of misschien wel onbegrippen? Wie zal het zeggen, maar als iemand een leuk en origineel onderwerp heeft over bijvoorbeeld Bier, Bratwurst of Bach, ik houd me aanbevolen. Een cursiefje over humor en de Duitsers is boven mijn kunnen, dus suggesties in deze richting hebben geen zin.