Een nieuw begin op het Greffelkampsepad

Carnaval staat op het punt van losbarsten, maar dat is op de achtergrond in Didam op het Greffelkampsepad. Sneeuwklokjes kwamen we tegen, maar voor de rest doet dit klompenpad nog erg winters aan, en zompig. Toch was het niet echt koud op deze vrijdag de 13e. Het is bijna 9 maanden geleden dat ik hiervoor een klompenpad heb gelopen. Ik voel me bijna bezwaard, alsof ik een oude liefde heb verwaarloosd. Of zal ik de omkering gebruiken, ik word ontvangen als de verloren zoon, nooit weggeweest van ‘thuis’. Al met al het 129e pad in een nog weinig kleurrijke omgeving, maar het voelde goed.

Het einde van de winter, onlangs hoorde ik dat Maria Lichtmis het katholieke feest is van het einde van de winter, de dagen gaan echt lengen. Dat hadden onze Germaanse en Keltische voorouders ook al door. Dus voor de zekerheid maar even opzoeken waar Carnaval voor staat in de oorsprong. Natuurlijk de omkering van de rangen en standen, even alles vergeten en losgaan met alle plichtplegingen en tradities.

In de voorchristelijke tijd werden de boze wintergeesten verjaagd in deze periode. Dat gebeurde met maskers en lawaai. Het einde van het jaar, want ik lees, en het klinkt plausibel, vroeger was februari de 12e maand. (Interessant, zie ook de linken hieronder.)

Ik loop in relatieve stilte, met twee wandelcollega’s, op het Greffelkampsepad. Carnaval is ver weg maar de hoop, de hoop van het nieuwe begin is aanwezig. In de natuur, in onszelf en natuurlijk is het wandelseizoen 2026 echt begonnen, dus beloof ik dit jaar meer klompenpaden te lopen.

Pedagogische achtergronden vanuit de vrije school over Carnaval

Nog meer achtergronden

22.MAALDERIJ uit de serie de kabbelende 100

Snel even met de auto naar Didam rijden. Hier halen we het eten van onze hond. Voor de haute cuisine van Pippa hebben we best wat over. In een coöperatieve setting, ik weet niet eens  of het een boerenbondwinkel is, kopen wij altijd de brokken voor Pippa. In de winkel voor veevoeders zijn ook zakken hondenvoer verkrijgbaar. De winkel wordt gerund door, naar ik aanneem, een echtpaar dat nog een intrinsieke klantvriendelijkheid hanteren. Gewoon even een praatje maken, zonder dat de middenstandsklefheid er vanaf druipt. Ook het plaatselijke accent verbloemt het echtpaar gelukkig niet. Met een vanzelfsprekendheid wordt aangeboden de zak in de auto te dragen. Het zijn sterke mensen, zowel hij als zij. Soms maak ik er gebruik van als ik last van de rug heb, maar dat kunnen ze niet weten. Zoals vandaag parkeer ik mijn mannelijke ego als de vrouwelijke neringdoende vijftien kilo hondenvoer in de kattenbak tilt.

2014-02-08 12.55.51

Naast de winkel is de Sint Martinusmolen. Voor het eerst zie ik de wieken draaien. Het is dan ook een winderige dag. Ik vraag of de molen daadwerkelijk in gebruik is. Dit blijkt niet het geval wordt me tijdens het afrekenen verteld. ,,Het kan nog wel hoor, maar dat mag tegenwoordig niet zomaar meer.” Voor het malen van de granen, moet er aan 101 eisen voldaan worden op het gebied van hygiëne bijvoorbeeld. Jammer, denk ik dan. Ik heb zomaar de indruk dat de hygiëne in het dorpje nabij de grens met Duitsland niets mis is. Ik denk dat de controle veel transparanter is dan in menig fabriek. Was er deze week niet een rel met broodverbeteraar uit China dat vervaardigd is met mensenhaar? Ik zou bij het kopen van de hondenbrokken, best ook ons eigen brood willen aanschaffen, vervaardigd van het meel dat geproduceerd is in de Sint Martinusmolen. Met de wind in de rug kijk ik naar de maalderij. Ik denk na over de voedselvoorziening, de ondoorzichtigheid voor de consument en schiet met enige nostalgie wat foto’s. Maar lang duurt die nostalgische bui niet, want ik moet meteen rechtsomkeer maken. De weekendboodschappen moeten nog gehaald worden in de supermarkt. En al weet ik beslist niet wat ik allemaal precies koop, het is wel lekker handig. In de auto op de weg terug wordt ik geconfronteerd met mijn eigen maalderij. Wel nostalgisch lopen doen, maar er geen conclusies aan verbinden, alsof we collectief een klap van de molenwiek hebben gekregen.