8.BITES VAN HUISELIJKHEID uit de serie de kabbelende 100

Huiselijkheid kent geen tijd, maar een potje Halma aan tafel onder de lamp die door moeder ontstoken werd, is voor mij geschiedenis, compleet voltooid verleden tijd. Ook samen met je familie op zaterdagavond, gewassen en in de pyjama, met een bakje chips en een glaasje prik naar “Hamelen” kijken; of de Willem Ruis Show, gaf een huiselijk gevoel. Dat heb ik wel gekend, maar is ook al 35 jaar geleden. Je kon meepraten op school, je werk of met de buurvrouw. We keken immers in grote getale, allemaal samen apart in je eigen veilige omgeving. Huiselijkheid kon je namelijk delen. Maar tegenwoordig is de homogeniteit er niet meer. Individualisering, hedonisme zo u wilt, heeft ruimte gemaakt voor eigen invulling van het leven. Maar immer nog is huiselijkheid in vele gedachten een gewaardeerde entiteit. Maar wat is het nu: ‘Eigen haard, goud waard’ of ‘Home is where the heart is’ ?

20131113_192945

Er zijn mensen die beweren dat de evolutie van de techniek lichtjaren verder is dan de emotionele ontwikkeling van de mens. In een sombere bui denk ik dat we een grote verzameling autisten zijn geworden om onszelf in de vluchtigheid van het dagelijkse leven nog op de been te houden. Het aantal keuzemomenten en de oneindige hoeveelheid prikkels die een mens te verduren heeft, past niet bij zijn gevoelsleven. Ik heb er eens een onwetenschappelijk relaas over geschreven. Misschien sombermakend, maar nu verkeer ik eerder in een verbaasde stemming. Zittend achter mijn PC, verwonder ik me over de grote wereld die tot me komt. De dorpsomroeper hebben we niet meer nodig voor nieuws, radio en tv leveren slechts een achterhoede gevecht als het gaat om kennisverwerving. Tegenwoordig komt alles via satelliet en bites. En als ik alles zeg, dan bedoel ik ook alles. Nieuws over de Filipijnen, een misstap van de Amerikaanse president, de agenda van de plaatselijke muziekvereniging, politieke meningen, maar ook films, muziek of porno in alle soorten en maten. Het kan allemaal via dat ene kastje binnenkomen, in de huiskamer, of in mijn geval werkkamer. Niet dat ik enig technisch benul heb, integendeel. Van elektriciteit heb ik al geen weet, hoewel dat er eerder was dan mijn grootouders geboren waren. Mijn wereld komt wel binnen via een adapter op het elektriciteitsnet. Een groot wonder, maar daarmee zitten we toch allemaal in principe weer op één golflengte al we willen. Dat is toch ook best weer heel huiselijk.

Eerder in deze serie verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME

5. ARNHEMSE LUCHTEN

6. PIPPA DE HOND IS ZEN

7. STILLEVEN

7. STILLEVEN uit de serie de kabbelende 100

Als je er oog voor hebt is je eigen woonomgeving een groot museum. Het stikt van de stillevens in alle soorten en maten. Deze ochtend had ik er in een keer oog voor. Eén blik was voldoende om twee klassieke stillevens te pakken. Misschien is dat wat overdreven meteen, maar het is niet anders. Bloemen in een vaas of fruit in een schaal is het absolute toppunt van stilleven weet ik met mijn beperkte kunstkennis. Ik weet dat ook vissen en zelfs rottingsprocessen als stilleven worden gemarkeerd. Maar dat heb ik niet thuis en als ik het thuis zou hebben, zal het zeker niet in de openbaarheid worden gebracht. Ik concentreer me op bloemen en fruit en constateer dat de bloemen er nog netjes bij staan al ga ik daar verder niet over. Hedenmiddag moet ik de fruitschaal wel even aanvullen. Vanavond is er dus al weer een ander stilleven.

2013-11-06 11.03.43

Een raar woord is dat eigenlijk ‘stilleven’ als je er goed bij nadenkt. Met het stille kan ik nog wel leven – excuseer me voor de woordgrap – maar het woord leven is toch raar. Veel stillevens zijn gewoon ‘dode’ dingen waar weinig leven in zit. Of zou het de achterliggende gedachte moeten zijn van de dode objecten die de toeschouwer aan het denken moet zetten? Bij een schaal met fruit moet ik zoeken of er een appel op ligt en dat zou een verwijzing zijn naar het ‘stout zijn van Eva’? Bij de bloemen is mogelijk een grote florakennis vereist waardoor de diepgang is te ontmantelen? Dan zal ik maar niet gaan nadenken over een fles wijn, vissen of de schoenen van Jopie Huisman om maar eens een dwarsstraat te noemen. Het verstilde moet tot leven komen, iets anders kan ik niet bedenken. Nu, bij het maken van de foto kan ik weinig diepgang met u delen. Mijn stilleven van deze ochtend zegt hoegenaamd niets over mijn zielenroerselen. Desgevraagd kan ik u mededelen dat ik alleen thuis was. Normaliter heb ik geen radio aan en de hond sliep rustig op de bank. Het was stil en met uitzondering van mezelf was er geen leven. Misschien als ik later groot ben en er is nog tijd na mijn arbeidzame leven, ga ik me toeleggen op de schilderkunst. Lekker verstild doorleven met het kliederen van ‘dode dingen’ op het doek. Misschien komt daar de term wel vandaan, bezigheidstherapie voor pensionado’s: Still-leven.

Eerder in deze serie verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME

5. ARNHEMSE LUCHTEN

6. PIPPA DE HOND IS ZEN

5. ARNHEMSE LUCHTEN uit de serie de kabbelende 100

En dan kom je uit je werk, de afstand naar het station is niet voldoende om mijn werkbalast van die dag van me af te gooien. Waarom bestaat er eigenlijk niet een cooling down voor werksituaties en dan in de baas zijn tijd natuurlijk. De cooling down van ’s avonds languit op de bank liggen is natuurlijk gesneden koek. Maar echt in mezelf gekeerd ben ik echter ook weer niet niet, blijkt uit de opmerkzaamheid mijn omgeving waar te nemen. De hele dag had het gestormd, al mochten we in het oosten des lands amper meepraten vergeleken met de windsnelheden langs de kust. Toch leverde het een pracht van een foto op. Tenminste ik was zelf lyrisch over de ondergaande zon in de razende wolkpartijen waarbij de aanstormende donkere woestenij nog even wordt tegengehouden door het laatste zonlicht van de dag. De herfst dient zich definitief aan, de zomer heeft uiteindelijk verloren.

wind en zon

De lucht doet me vooral denken aan het gedicht van Liselore Gerritsen dat wij passend vonden toen onze oudste zoon werd geboren. We plaatsten enkele regels ervan op het geboortekaartje.

oktoberkind oktoberkind

opdat je niet vergeet

de allerlaatste zoete braam

is de eerste die jij eet

een laatste warme zonnestraal

verwarmd jou eerste dag

en een laatste zwaluw die vertrekt

is de eerste die jij zag

dat is waarom een oktoberkind

niet geloofd in laatste dingen

’t zal een herfstdag als een lentedag bezingen

De aanstormende herfst maakt mij op zijn zacht gezegd melancholisch, waarbij de seizoensgebonden dip altijd op de loer ligt. Ik ben dan ook geboren in mei, dat verklaard voldoende. Maar met de schoonheid van dit natuurgeweld en met de herinnering aan het optimisme van het oktoberkind, zal ik me er wel door heen slaan, de aankomende donkere maanden. Want als zelfs de lucht boven Arnhem zo mooi kan kleuren, dan moet het wel goed komen. De foto is gemaakt op het mooiste plekje van Arnhem zoals insiders zullen herkennen, aan de Sonsbeekzijde van het station. Hier vertrekt de trein naar Nijmegen, beter is er niet in de Gelderse hoofdstad. Ik mijmer in stilte hoe mooi de lucht op dat moment zou zijn met zicht op de Waal en Sint Stevenstoren. De kwestie is derhalve: Arnhemse luchten of het Arnhemse niet luchten. Dan komt de forens in mij naar boven, ik wandel naar het perron, want Arnhemse luchten of niet, de trein vertrekt ook zonder mij.

Eerder verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME