Een gros woorden voor de week (17 januari 2021)

Ik begrijp er niets van. Wel wat natuurlijk. De val van het kabinet lijkt logisch, maar of het helpt? De bewijslast van alle fouten kan ik niet doorgronden. Maar ik geloof niet dat er veel mensen persoonlijke fouten hebben gemaakt. Maar goed, politiek verantwoordelijk is politiek verantwoordelijk. Ik geloof wel in grootschalige systeemfouten waarvan vele hardwerkende Nederlanders de dupe zijn geworden. Ruimhartig herstellen is mijn devies, maar er zijn in de publieke sector nog zoveel andere bureaucratische machinaties. Jaren moesten het ‘meer, met minder mensen’ ondersteund door de (overheids) ICT!! Corona bewijst al dat de publieke sector uitgekleed is. En de linkse partijen kunnen er niet van profiteren. Waarschijnlijk te woke en te weinig wake? In maart 2021 gaat mogelijk Rutte(!) de verzorgingsstaat repareren. Misschien om te voorkomen de er met Wilders Trumpiaanse toestanden gaan ontstaan. Ik zei al, ik begrijp er niets van.

Kakelkrant van Sprakeloos 65: Nog een geluk dat het geen herfst is

Ik weet het, je hebt rasoptimisten en droefsnoeten. Hoewel er momenten zijn dat ik me aardig kan profileren als optimist, behoor ik eigenlijk tot het gilde van de droefsnoetigen. Als het wereldnieuws samen komt met enige oneffenheden in het persoonlijke leven of mijn fysieke constitutie is niet even niet 100% dan neig ik naar vormen van (cultuur)pessimisme. Vandaag is het zo’n dag, dus bereidt u voor op een inktzwart stukje. Gelukkig heb ik een afsluiting waarbij het vermoeden bestaat dat er hoop is. Een klein sprankje hoop slechts, maar als de gedachten in een zompig moeras verkeren, is iedere strohalm voldoende om die in ieder geval memoreren. En als je dat kan, ben je geen raspessimist, slechts leidend aan Weltschmerzen.

De koffie (niet meer helemaal vers) en een boterham met hagelslag (al het vlees was al op) stonden naast de opengeslagen krant. De krant die wist te vertellen dat de terroristen in Kenia nu ècht verslagen waren. Je wordt er niet vrolijk van. Vervolgens een uitgebreid verslag van de komedie die wij hier Nederlandse politiek noemen. De ontevredenheid met de gemiddelde kiezer deel ik inmiddels, de keuze om dan maar PVV of SP te stemmen echter niet.Verder op in de krant een stukje over hoe Turkije zomaar in de ‘burgeroorlog’ in Syrië verzeilt kan raken. Ik zal de humanitaire ramp en totale waanzin in Syrië zelf maar niet benoemen. Dan lees ik over doodsbedreigingen aan een Griekse statisticus omdat hij de echte overheidstekorten vaststelde. Dit was echter niet de bedoeling. Boven dit bericht vrolijke foto’s van de VW bus. Maar het begeleidende schrijven leert dat de laatste van deze typerende auto’s in Brazilië van de band komen. Dan is dit ook definief verleden tijd. Al het goede verdwijnt ook. Soms is het leven zwaar k**.

Terug naar de voorkant van de Trouw waarin gewaarschuwd wordt voor de totale inmenging van internet in ons leven. Natuurlijk zijn er voordelen, maar cybercrime ligt op de loer. En dan gaat het niet over het simpele leegroven van je internetbankrekening, maar over het rommelen van je identiteit met alle gevolgen van dien. Wie de film ‘The Net’ uit de jaren negentig zich nog kan herinneren, moet dus vaststellen dat deze thriller slechts een slap aftreksel is van wat ons nog te wachten staat. We worden geleefd door een techniek die we niet meer als mens kunnen regisseren. Het is zoiets als ‘de bureaucratie’ waarbij iedereen zegt dat het noodzakelijk is, maar niemand weet welke gevolgen zijn beslissingen zal krijgen in het geheel. Ik noem het gemakshalve maar de ontzieling van het publieke domein.

Een prachtige foto van koningin Maxima helpt niet om mijn stemming te verbeteren en dat wil wat zeggen. Ik sla de krant dicht en drink mijn inmiddels lauw geworden koffie op.

Dan maar even kijken of facebook en twitter nog iets te bieden hebben voor het gemoed. En ja hoor, het eerste tweetje geeft een link naar een interview met Joris Luyendijk die zich heeft ondergedompeld in het bancaire leven van Londen. Met zijn cultureel antropologische achtergrond schets hij deprimerende doemscenario’s over de crisis die volgens hem nog lang niet ten einde is. We zitten economisch en financieel op een dood spoor is mijn vlotte conclusie uit dit stuk, het moet anders! Joris Luyendijk als onheilsprofeet. De toekomst zal leren of hij achteraf gelijk gaat krijgen of dat we hem zullen vergeten. Het probleem is echter dat het nu nog niet de toekomst is, maar slechts het trieste nu. Soms lijkt de aarde wel een grote humanitaire vuilnisbelt.

herfst 2Ik besluit de computer maar af te sluiten en rook een sigaret in de tuin. (Ja, want ook het stoppen met roken lukt maar niet.) En dan zie ik ineens op deze, nog net niet herfstige dag, onverwacht een een roos bloeien in de tuin. Een roos die ik zelf niet gepland heb en dus bij de buren weg moet komen. Ik had de bloem nog niet eerder waargenomen. Voor vandaag koester ik deze roos maar, onze eigen vuilnisroos als teken dat er toch nog wel licht aan het eind van de tunnel is.

herfst 3

Sprakeloos Blogger Speakers-corner 2: Niet lullen maar poetsen

Ik ben slecht geluimd. Je hebt wel eens van die dagen dat het niet uit de vingers komt. Vandaag, nota bene een vrije dag. Het werk zeurt hevig op de achtergrond, bovendien heb ik te veel nieuws zitten flitsen op internet, Nederlandse politiek, maar ook Verwegisthan. Het maalt zonder er handen en voeten aan te kunnen geven. Eigenlijk weet ik wel wat er aan de hand is. (3 stapels was, de trap moet gedaan worden, de WC en buiten de herfstbladeren bij elkaar wegen). Vooral dat laatste is misschien wel de oorzaak, een najaarsdipje.

 

Ik moet gewoon schoonmaken in huis, want als dat gestructureerd is, zullen mijn gedachten ook wel weer geordend worden. Ik prijs me gelukkig met het feit dat ik niet de enige ben die aan de slag moet en schoonmaken. Rutte en de zijne moeten ook schoonmaken, want van wittebroodsweken is het niet van gekomen. Daarvoor in de plaats hebben we Spekman’s feest van de nivellering gehad. En dat is een lekker feestje geweest. Ik schat Hans Spekman wel dusdanig in dat hij in staat is om de nivelleringspolonaise in zijn eentje te gaan lopen. De liberalen doen in ieder geval niet mee, maar ik vrees dat veel sociaaldemocraten ook vol vertwijfeling zullen zijn, al zullen ze dat niet laten merken onder het mom: “It’s my party and I cry if I want to”. En voorlopig willen ze nog niet huilen en houden ze zich groot, want de Jan Modaal zit helemaal niet meer massaal bij de PvdA. Die zijn al overgelopen naar de SP of in een eerder stadium naar de PVV. De PvdA snijdt in het eigen vlees, de grote middengroep. In mijn soort dus eigenlijk al moet ik zeggen, er kan best een beetje af, letterlijk en figuurlijk.

Rekensommetjes leren mij dat een inkomensdaling van 10% niet ondenkbeeldig is. Ik ken de feiten natuurlijk niet, want ik mag nog helemaal geen sommetjes maken zegt het kabinet. Zelfs de Tweede Kamer moet nog bediend worden van de juiste doorrekeningen. Misschien word ik met mijn hulpverleningssalaris wel geconfronteerd met mijn eigen egoïsme. Mooie woorden over solidariteit bloggen dat kan ik wel. Maar als het er op aankomt, geef ik niet thuis? Dat is me een partijtje zelfconfrontatie. Aan de andere kant, wat levert die zorgpremie bijvoorbeeld op? Als zorgconsument voor mijn oudste zoon hebben wij de GGZ-wereld de afgelopen jaren gigantisch gespekt*. De premiebetaler heeft er behoorlijk voor krom moeten liggen om de onnodige bureaucratie in stand te houden. Van doeltreffende hulp is echter geen sprake geweest, we hebben het allemaal zelf mogen oplossen. Ik durf te beweren dat ik geen spekkoper ben geweest, integendeel. Misschien dat het daarom zo wringt met die zorgpremie. Laten ‘ze daar in Den Haag’ de bureaucratie als gevolg van de marktwerking maar eens opruimen. Hole frases over productie en doelmatigheid zijn een enorme schaamlap voor het disfunctioneren van de GGZ. Daar wil ik niet voor nivelleren en al helemaal geen feestjes vieren.

Maar ja, ik kan wel wijzen naar ‘hullie’ in Den Haag, ik zit nog steeds met mijn wasjes en de herfstbladeren buiten. Laat ik dan maar het goede voorbeeld geven en mijn eigen rotzooi eens opruimen. Mogelijk dat kabinet Rutte 2 dat dan ook wel doet. Een goed voorbeeld doet goed volgen.

 

 

* Een ouderlijk frustratieblog geeft inzage in de hoeveelheid geld dat de premiebetaler onnodig heeft uitgegeven de afgelopen jaren. We hebben het dan nog niet over onze energie en het lijden van een kind in ontwikkeling.

Om de 2e kamer in gejaagd te worden

DRIJFVEREN OF OBSTAKELS ?

Na de ideologische zelftoets en een kritische zelfanalyse om te kijken of ik een goed PvdA politicus in spé ben en dus de moeite ga nemen te solliciteren naar een zetel in de kamer, komt deel drie. Dat zijn de maatschappelijke drijfveren en mijn interesses. Zoals te lezen is zit het ideologisch wel goed, maar karakterologisch mankeert er veel aan mij als politicus in spé.

Zelf ben ik politicoloog, maar ook psychiatrisch verpleegkundige en werkzaam bij de reclassering van het Leger des Heils op dit moment. Mijn huidige baan, maar ook mijn hele CV, heeft mij veel geleerd, of in ieder geval ervaren. Als bestuurskundig politicoloog was ik voorbestemd om beleidsmedewerker te worden. Het is er niet van gekomen, maar ik heb een eerzame boterham verdient tot op de dag van vandaag in het (brede) veld van de GGZ. ‘Tjonge, jonge, jonge wat een bureaucratie.’ Hoe vaak denk ik niet, ik kan het veel beter dan alle die beleidsmedewerkers……..

Eenmaal als consument van de GGZ (zoon) werd het beeld van de bureaucratie versterkt, nee verdiept, of beter gezegd uitvergroot. De jeugdzorg en GGZ is niet een beetje bureaucratisch maar een regelrechte ziekmaker. Zie hier de drijfveer om de politiek in te willen. Als ouders hebben we een eigen weblog waar we af en toe eens spuien. (www.dolgedraaid.wordpress.com)

BLOG VOL FRUSTRATIES

Zo heb ik een flauw stukje geschreven om de bureaucratie te visualiseren middels de mythische figuur “Lange Wapper”. We noemen het natuurlijk de Hollandsche Lange Wapper. Ik heb een even warrig als pretentieus model gemaakt van de organisatie van de GGZ: De Zeven van Sprakeloos of ik vergelijk de GGZ met een heuse Volvo. Heel veel gelezen is mijn maatschappelijke verhandeling over autisme (of autismisering van de samenleving?) Ook wordt ons mikpunt van boosheid, het Leo Kannerhuis, onderworpen aan een kritische blik. We staan stil bij de vierde verjaardag van het niet handelen van duur betaalde professionals. Ook een open brief aan minister Schippers tekent de motivatie om de politiek in te gaan. Zo maar een greep uit onze frustraties.

VERSTANDIGE OUDERS

Gelukkig zijn wij evenwichtige en stabiele ouders en bovenal verstandig. Juist dit laatste is een goed argument om de Tweede Kamer in te willen. Maar is dat voldoende, waar eindigt gedrevenheid en wanneer begint rancune. Hoe blind kun je worden door je eigen negatieve ervaring en vergeet daarbij de grote lijnen te bezien. Kortom genoeg vragen te verwerken voordat ik aan mijn sollicitatie ga beginnen.

Gelukkig vind ik buiten de GGZ ook andere zaken interessant en belangrijk:

  • Internationale Zaken met name Europa
  • Sport (met name Feyenoord)
  • Ruimtelijke Ordening (met name mobiliteit)
  • Generatievraagstukken (met name gekeerd tegen Jeugd en Gezin, maar een ministerie van Demografie lijkt me erg zinvol)
  • Cultuur (met name alles en helaas te veel oppervlakkig)
  • Natuur en milieu (met name het behoud ervan)

etc.

Kortom, toch best veel interessegebieden en vooral (persoonlijke) gedrevenheid die noodzakelijk zijn voor het Kamerlidmaatschap. Tja, nog maar zestien uur te gaan en dan moet de sollicitatie weg zijn. Een hele kluif nog.

Eerder verschenen:

Zal ik Tweede Kamerlid worden?  en Ideologisch geslaagd bij zelfonderzoek Tweede Kamerlidmaatschap PvdA. en Qua karakter een onvoldoende voor het kamerlidmaatschap

MIJN BELASTINGCENTEN, gadverdamme!

Van MIJN BELASTINGCENTEN!!! Dit komt voor in mijn top-10 van kolderieke opmerkingen. Sterker nog, dit is een potentieel kanshebber voor een nummer 1 notering van jeuk-uitspraken. “En dat allemaal van MIJN BELASTINGCENTEN.” Dit wordt vaak gezegd met een verontwaardigd gezicht dat geen enkele tegenspraak duldt. Ze vinden dat ‘Den Haag’ hun belastingcenten verkwanseld aan de verkeerde dingen. Wat nu JOUW BELASTINGCENTEN? Al het geld komt op een grote hoop en de Haagse politieke dynamiek bepaald waar dè CENTEN naar toe gaan. Zo gaat dat nu eenmaal in een polderdemocratie. Mijn belastingcenten, gadverdamme wat een idioterie. Het is gewoon kiezen of delen en als het je niet bevalt, stem je een andere partij.

Je zult maar overtuigd iedere dag het openbaar vervoer nemen. Je trotseert de wachttijden, miserie met herfstblaadjes en bevroren wissels, krijg je voor de kiezen dat er nog meer asfalt wordt gedropt in ons land. Allemaal van jou BELASTINGCENTEN?

Je hebt een gruwelijke hekel aan de publieke omroep want dat zijn allemaal ‘Linksch Kerkers’ , dan heb je een probleem. Allereerst je kijkt niet goed, maar als je dan toch tot dat oordeel komt, is het ook nog van jou BELASTINGCENTEN. Gadverdamme je bent niet goed wijs.

Overtuigd pacifist ben je, maar defensie blijft bestaan, van jou BELASTINGCENTEN. Je leeft je leven vegetarisch, maar hele hoeveelheden subsidies gaan naar de vleesindustrie, ook van JOUW BELASTINGCENTEN. En wat te denken dat JOUW BELASTINGCENTEN gestort worden aan hen die (dure) huizen bezitten en hele hoge hypotheekrente-aftrek hebben. Jij woont als net beginnend professional op een kamertje, want kopen kan nog niet (of niet meer). Dat is lullig. Ik zelf bijvoorbeeld heb een schijthekel aan al die bureaucratie die gefinancierd moet worden voor zorg, onderwijs en veiligheid. Allemaal onnodige logistiek die afleidt van de corebusiness qua overheidstaken. Allemaal van MIJN BELASTINGCENTEN.

MIJN BELASTINGCENTEN, gadverdamme wat een gezeik. En weet je wie het heftigst verontwaardigd zijn volgens mij? Zij die de meeste aftrekposten hebben.

 

Ik doe een voorstel om van dat vermoeiende geblaat over belastingcenten af te komen. Laat iedereen het nieuwe jaar bij de belastingaangifte even de ogen sluiten. Zoek een moment van introspectie en focus je op iets leuks, iets dat jij belangrijk vind om je BELASTINGCENTEN aan te spenderen. Bijvoorbeeld dat je bijna alleen 150km rijd op de A15 tussen Rotterdam en Tiel. Je beeld je een vast punt in en bedenkt: ‘Deze vierkante meter weg wordt betaald van MIJN BELASTINGCENTEN. Of je zit samen met je kleinkinderen te genieten van Sesamstraat met Pino en Ieni Mieni. Je denkt: ‘De hele wereld mag dan bagger zijn, maar met mijn BELASTINGCENTEN wordt maar mooi een prachtig programma gemaakt. Nu maar hopen dat mijnheer Aart nog een beetje betaald krijgt.’ Bij de aankomende aangifte ga ik denken aan alle Mauro’s in Nederland. ‘Ik mag hopen dat ze een nette studie krijgen en een fijne bijdrage gaan leveren in het vergrijsde Nederland van over 25 jaar.’ Uiteraard heb ik nog meer wensen, maar zoveel belasting betaal ik niet.

Laten we allemaal wegdromen over het nuttig spenderen van JOUW BELASTINGCENTEN en ons vooral op dat moment niet druk maken over de dromen en wensen van anderen. Gewoon omdat het therapeutische waarde heeft en we vooral de zinsnede ‘En dat allemaal van MIJN BELASTINGCENTEN’ nooit meer hoeven te gebruiken.

MIJN BELASTINGCENTEN, driewerf gadverdamme.

Kakelkrant van Sprakeloos 28: Occupy, is dat bevrijdend?

Als wereldburgers zijn we het zat. Een kleine groep begon in New York, maar de Occupy beweging is zich aan het globaliseren. Dat is mooi, want ik ben een wereldburger, wie niet trouwens. Bovendien behoor ik tot 60% van de Nederlanders die sympathiseert met de Occupy-beweging. De aversie tegen banken, pathetische grootgraaiers en ander multinationaal gespuis is groot. In Nederland heb ik ook al andere ontevredenen gezien bij de beweging, ‘Free Palastina’ om maar eens wat te noemen. Er is ook zoveel om ontevreden te zijn, bijvoorbeeld bij de Italianen. De massademonstratie in Rome van afgelopen weekend is natuurlijk maar een slap aftreksel van de weerzin die Berlosconi oproept. Je premier zal maar van de Forza-Gnocca zijn, dat is mooi kut. Ik zou ook demonstreren.

 

 New York

Onvrede, verontwaardiging en bezorgdheid over de toekomst van de wereld en er iets aan willen doen, dat is de basis van de Occupy beweging. Ook ik vind het raar dat in Nederlandse verhoudingen de één twintig keer meer heeft dan de ander en dan hebben we het nog niet eens over de mondiale verhoudingen. Stuitend is het dat een goed draaiende economie om zeep wordt geholpen door zoiets banaals als geld, terwijl de schuldigen waarschijnlijk rijker worden en de gemiddelde belastingbetaler er voor op moet draaien. Maar mijn ontevredenheid reikt verder. Ik kan me bijvoorbeeld heel boos maken over de oneindige nutteloze bureaucratie in onderwijs en zorg. Ook ik begin, als politicoloog nota bene, steeds minder respect te krijgen voor veel politici en dan beperk ik me tot Nederland. Iemand die zich christen noemt kan zich eigenlijk niet vertonen als gedoger van dit kabinet. CDAers grimasseren tegenwoordig massaal bij ieder interview, want hetgeen hen gedicteerd wordt door de PVV, stralen ze non-verbaal niet uit. En Rutte, ze zeggen dat hij het goed doet, maar mind my words, over 10 jaar zijn er Rutte harlekijnpoppen. Maar goed we hebben ze zelf gekozen, evenals de PVV.

 

Rome

Over de PVV en de Occupy-beweging gesproken, ik zie grote overeenkomsten. Beide putten ze uit de beerput van ontevredenheid. En toch zijn er verschillen. Geert Wilders doet dat op een VVD manier, terwijl hij Henk en Ingrid laat geloven dat hij voor de kleine man zorgt. Een ander verschil is dat, hoewel de Occupy heel divers is, argumenten een belangrijke rol spelen. Daar heb ik de PVV als bijna grootste partij in Nederland nog niet op kunnen betrappen. En mijn ontevredenheid ten spijt, geen haar op mijn hoofd die denkt om PVV te stemmen. De Occupy beweging zie ik wel zitten.

 

 Amsterdam

Maar met welk spandoek zou ik willen rondlopen? Als ik ontevreden ben, denk ik dan dat het komt door de banken, door Berlosconi of de PVV? Nee, ik mag dan af en toe wat last hebben van weltschmerzen, maar gek ben ik niet. ’s Ochtends als ik opsta, denk ik niet wat een pipo is die Mark Rutte en daarom staat mijn dag op onweer. Zelfs de afkeer tegen bureaucratie, waarin ik zelf werk, zorgt niet voor onmiddellijke ontevredenheid bij het opstaan. Ik denk vaak wel, was ik de avond ervoor maar op tijd naar bed gegaan. Of als ik de trap oploop met een kloppend hart en ‘dikke benen’ omdat mijn conditie slecht is, ga ik niet zitten schelden op de tabaksindustrie. Dan ben ik ontevreden over mezelf. Maar met dit soort futiliteiten kan ik me toch niet vertonen bij een Occupy demonstratie? Ontevredenheid is in eerste instantie vooral een zaak van het individu. Maar hoe kun je je zelf nu bezetten, terwijl je je zelf eigenlijk zou moeten bevrijden? Dat is bijna een onmogelijke opgave. Het is gemakkelijker boos te zijn op de banken, hoe terecht dan ook, dan boos zijn op jezelf.

‘Selfoccupying-movement, het klinkt niet, maar je hoeft er tenminste niet de deur voor uit om jezelf te bevrijden’

 

Kakelkrant van Sprakeloos 13: Europa blues op vrijdag

 

De vrijdagmiddagblues, kent u dat? Na een week intensief werken is het op. Misschien kent u het niet, want u heeft ongebreideld calvinistisch arbeidsethos of bent aanhanger van de neo-kapitalistische sekte: Time is money. Ik niet, want op is op en als je met mensen werkt, is dat soms een hele zinvolle constatering. De rek voor deze week is er uit. Ik droom een beetje weg en ga een collega lastig vallen die ook van de vrijdagmiddagblues is. Samen ‘jammen’ we een beetje over de bureaucratisering van de zorg, de politiek en ongemerkt komen we te spreken over de Europese geschiedenis. Onze conclusie is dat Europa altijd internationaal is geweest in zijn oriëntatie, dat er altijd uitwisseling is geweest van goederen, mensen, kennis en wat al niet meer. Het anti-Europese geouwehoer van o.a. de PVV is maar larie. Nationale staten zijn kunstmatig en hebben de laatste 200 jaar alleen maar ellende gebracht. Nu beweer ik niet dat er geen ellende is zonder nationale staten, maar verschillen tussen wij en zij zijn niet gelijk aan nationalisme. Zo keuvelen we over Teutonen, het vroeg Frankische Rijk, Merovingen, de opkomst van de Hanzesteden en de Elizabethsvloed van 1421. In tien minuten tijd hadden we de grote lijnen van de Europese geschiedenis te pakken en beseffen dat nationalisme binnen Europa een gevaar is voor ons allen.

We zitten in een schip dat dreigt te zinken als we niet uitkijken, we zullen dus met zijn allen moeten hozen.. Doen we dat alleen of wijzen we een enkeling aan, dan gaan we met zijn allen….naar de Filistijnen. We verworden dan mondiaal gezien een toeristisch historisch armlastige pleisterplaats, Europa.’

 

Het is even stil, we baden in ons absolute gelijk. Dan gaat de telefoon. Een indicatieorgaan belt en vraagt waarom dat ene kruisje niet gezet is op het formulier X. Het antwoord is duidelijk, omdat het nog niet bekend is. Ze namen er geen genoegen mee, attendeerden ons dat indien het kruisje over een week nog niet gezet is, de aanmelding ongeldig wordt. We moeten dan het formulier opnieuw invullen of we kunnen gebruik maken van procedure Y, dat zou sneller gaan, maar geeft geen garanties.

De vrijdagmiddagblues is weg en gaat over tot het gebruikelijke fabrieksgeluid van de machinerie der radertjes, ook in de zorg. Er gebeurt niets, als het ene radertje niet precies in het andere past. Niemand weet meer de grote lijnen, het hoe en waarom.

In ons professionele kruis getrapt over dat enige kruisje, dragen we manmoedig ons loonslavenkruis. We weten dat het formulier over drie weken pas volledig ingevuld kan worden, maar dan is het te laat. We kunnen vanmiddag niets meer doen, maar de vrijdagmiddagblues komt niet terug, al dromen we ieder apart nog wel over een begrijpelijk Europa. Dat snappen we, ons werk niet meer.

EUROPE -THE FINAL COUNTDOWN

 

Een Asielverhaal in Nederland / Mahmoud Karamzadeh

Door de ogen van een ander, kijk je naar je eigen land. Dat is wat er gebeurt in ‘Een Asielverhaal in Nederland’ van Mahmoud Karamzadeh, een voormalige asielzoeker afkomstig uit Iran. De promotie van het boek door de schrijver via Twitter viel bij mij in vruchtbare grond. In een van de eerdere boekbesprekingen schrijf ik dat een recensie meer zegt over de recensist dan over het boek, zeker bij mij. Karamzadeh wil mij als lezer, als representant van de autochtone bevolking, een spiegel voorhouden. Hij doet dat op een wijze die uiting geeft aan zijn wrevel en boosheid. Door zijn verhaal moet Nederland beseffen hoe het omgaat met zijn asielzoekers.

Voor ik verder ga, een kort intermezzo. Gistermiddag bij een familiebijeenkomst ging over het beeld dat wij Nederlanders hebben van ons zelf en denken hoe buitenlanders over ons denken. Ik weet nog dat ik in de jaren zeventig en tachtig louter hoorde dat we een vrijgevochten en liberaal volkje zijn, dat veel respect verdiende in het buitenland. We zijn een gidsland vonden we zelf, tegengeluiden hoorde ik niet. Als we in Duitsland, het toenmalige Joegoslavië of in Spanje een borrel dronken op vakantie en in aanraking kwamen met de lokale bevolking ging de conversatie vaak niet verder dan: ‘Holland is gut, Johan Cruijff en ‘flat and rich country’, later kwam daar de waardering of afkeer van het liberale drugsbeleid bij. Natuurlijk was Nederland goed, we waren de toeristen die geld in het laadje brachten, dus we werden echt niet geschoffeerd. We zijn het in grote getalen blijven geloven. Echter de laatste tien jaar stappelen de tegengeluiden zich op met als gevolg dat we gereduceerd worden tot een gewone natie met voor- en nadelen. Dat is maar goed ook want onze heimelijke superioriteit als gidsland is volstrekt belachelijk. Als een discussie hoog oplaait, wil ik nog wel eens zeggen. “Alle vooroordelen die wij hebben ten aanzien van de Duitsers zijn ook op ons van toepassing. Er is een verschil, Duitsers hebben over het algemeen beleefdere omgangsvormen, terwijl ik ons zelf af en toe wel heel horkerig vind. Het heeft wederom beide zijn voor- en nadelen.”

Terug naar het Asielverhaal van Karamzadeh dat begint in 1994 als hij aankomt met zijn toenmalige vrouw en 7 maanden oude dochter. Ik kan u verklappen het komt uiteindelijk procedureel allemaal goed. Karamzadeh krijgt zijn verblijfsstatus. Karamzadeh heeft het boek geschreven voor zijn dochter die inmiddels 17 jaar is en zich misschien geen voorstelling kan maken dat ook zij onderdeel is geweest van de Nederlandse asielprocedure. Mahmoud Karamzadeh is gescheiden en heeft een CV dat bewijst dat hij zich een positie in de Nederlandse samenleving heeft weten te verwerven. Zijn boosheid is na ruim zestien niet verdwenen.

Een asielverhaal dat ons een spiegel voorhoudt, we moeten het eigenlijk allemaal lezen, zeker met bovenstaande intermezzo in het achterhoofd. Want wie enige kennis heeft hoe wij omgaan met vreemdelingen, hoe enorm bureaucratisch onze instellingen werken en hoe ‘slecht’ er gekeken wordt naar de invidivu, zal begrijpen dat Karamzadeh ons geen veren in de reet steekt. Integendeel, ik vind namelijk ook dat we ons moeten schamen.

Op pagina 14 schrijft de auteur:

‘Wij waren niets. Wij waren asielzoekers die een bevel moest volgen. Ik had geen stem. Wanneer ik, op dat moment, rondkeek zag ik niets anders dan kale politiemannen in witte hemden. Niet dat zij niet lachten, maar ze deden wat zij moesten doen. Niemand luisterde naar ons. Zo te zien stond een leger klaar om mijn soortgenoot bij te staan, maar interessant genoeg met fijn gedefinieerde procedures. Er was geen speld tussen te krijgen. Mensen die mij hielpen, leken mij fantastische robots. Wij werden omsingeld door lachende robots.’

Mahmoud Karamzadeh

Een Asielverhaal in Nederland

Ervaringen van een voormalig asielzoeker uit Iran

Uitgeverij Boekenbent

2011

Vreemd genoeg begon voor mij vanaf dat moment het boek en niet als het vechten tegen een verwijt van een ‘buitenstaander’, maar vooral als een feest der herkenning. Ik ervaar Nederland en haar overheidsdiensten, met name de geestelijke gezondheidszorg en het onderwijs, als logge domme instanties die geen mensen helpen, maar procedures afwerken en iedereen die buiten de mal van die procedure valt, heeft een groot probleem. Ik hoefde niet wakker geschud te worden door ene Karamzadeh, eigenlijk zou ik mee willen schudden op basis van soortgelijke ervaringen. En dat doe ik op een ander blog namelijk: www.dolgedraaid.wordpress.com

Weer terug naar het Asielverhaal. Net zoals een recensent door het schrijven van een recensie vooral zichzelf blootgeeft, zo geldt dat ook voor het ‘antropologische’ commentaar van een voormalig asielzoeker. Qua inhoud kan ik de auteur dus goed volgen, maar de vorm waarin het boek gegoten is, de wijze waarop juist deze man gekozen heeft voor bijna letterlijk vechten naar een goed einde van de procedurere voor hem en zijn familie, zegt ook iets over de man zelf. Want zou een Angolees precies hetzelfde ervaren, of een Senegalees of iemand uit Birma? Ik denk het niet. Zou iedere Iraniër hetzelfde ervaren hebben? Alleen al het verschil tussen mannen en vrouwen, tussen een elitaire bovenlaag uit het land van herkomst of minder fortuinlijken. Kortom legio van verschillen. Waarom deze nuancering? Ik begon dit stuk met de vermelding dat een recensie iets zegt over de recensist. Zelf heb ik ervaring als vrijwilliger in een Asielzoekerscentrum (AZC), heb drie jaar gewerkt op een gespecialiseerde psychiatrische afdeling voor vluchtelingen en asielzoekers en in mijn huidige werk als reclasseringswerker kom ik soms ook (voormalige) vluchtelingen tegen. Gewild of ongewild vormen zich dan (voor)oordelen over groepen van vluchtelingen, noem het gemakzuchtige karakteriseringen. Karamzadeh voldoet in mijn optiek aan de karakterisering van (de bovenlaag) van Iraanse mannen: ‘Uiters beleefd, zeer trots en overtuigd van zichzelf.’ Nuttige eigenschappen om bijvoorbeeld een bijna hopeloze asielprocedure vlot te trekken. In plat-Nederlands zouden we zeggen dat Iraanse mannen de neiging tot (zeer) lange tenen hebben.’

Dat neemt niet weg dat de auteur ons in ieder geval een zeer nuttige spiegel heeft voor gehouden, maar wel een spiegel op Iraanse leest gebouwd. Het geeft een impressie van de werkelijkheid, maar is niet louter een natuurgetrouwe weergave. Het zou goed zijn dat ieder land een fictieve lachspiegelzaal laat bouwen met spiegels vervaardigd door een zeer divers pluimage van buitenlanders. Het laat je even onbedaarlijke lachen, vervolgens goed nadenken en al die ‘rare’ spiegelbeelden samen moeten een goede voedingsbodem zijn voor een betrouwbaar (nationaal) zelfbeeld.

Zoals iedere boekervaring, krijgt ook dit boek een cijfermatige waardering van mij. Ik geef het boek een dik verdiende 8, niet zozeer om de literaire kwaliteiten, wel omdat het boek mij geestelijke op een prettige manier een tijd heeft bezig gehouden.

================================================================

Interesse in eerder verschenen boekervaringen, dat kan. Nu in één overzicht bij elkaar, volg de link.

OPEN BRIEF (light) aan directeur GGZ

Aan de directeur GGZ Nederland

De heer P. van Rooij

p.a. Sociale media

 Duiven, 18 juni 2011

 Betreft: Uiting bezorgdheid naar aanleiding van uw lezing bij de conventie van Achlum

Geachte heer Van Rooij,

Woord Vooraf

Onlangs schreef ik u een open brief, eigenlijk te lang, vandaar een OPEN BRIEF light. Dezelfde strekking, iets hoekiger verwoord.

Inleiding

Fijn dat onze minister duidelijk is, we weten nu dat ze een deel van de DSM 4 ontkent ende psychiatrie niet serieus neemt. Leven is immers lijden en daarmee geen taak voor de overheid. Door de vakinhoud te ontkennen is het gemakkelijk beleidmaken en bezuinigen. Als we het kabinetsbeleid ridiculiseren, zie ik kansen voor bezuinigingen bij hart- en vaatziektes of oncologie. Leven is immers ook doodgaan, operaties zijn daarom overbodig.

Achlum

Bij de conventie van Achlum zei u: ‘Er is werk aan de winkel om de buitenwereld te overtuigen van het belang van de GGZ.’ U had gelijk, want met ‘vrienden’ als deze minister, heeft de GGZ geen vijanden nodig. Bedrijfseconomisch levert een goede GGZ op termijn geld op, bijvoorbeeld door vermindering van het arbeidsverzuim en criminaliteit. Bovendien is preventie altijd beter dan genezen. Ik schrijf deze brief echter vanuit humanitair oogpunt. Tegenstanders van het kabinet Rutte noemen dat beschaving. Ik ben graag een radertje in het beschavingsoffensief.

In Achlum maakte u bovendien cijfers bekend: ’40 % van de psychiatrisch zieken worden niet bereikt, 30 % maakt oneigenlijk gebruik van de voorzieningen. Ik wil een derde groep toevoegen, zij die wel bereikt worden, maar waarvoor de GGZ niets wil, durft of kan doen. In deze brief zult u merken dat naast professionele betrokkenheid, wij ten aanzien van onze oudste zoon soms het absolute failliet van de GGZ willen proclameren. In ieder geval heeft de GGZ nog heel wat te reflecteren, zoals de titel van uw lezing was.

DE GGZ HEEFT EEN MISSIE

GGZ Nederland bevordert de goede geestelijke gezondheid(szorg) en komt op voor alle randvoorwaarden die noodzakelijk zijn om dit te bereiken.

Met minister Schippers zeilt de GGZ tegen de wind. Maar moeten we louter naar de boze buitenwereld kijken? Intern is er ook een wereld te winnen, want mijn indruk is dat de arbeidssatisfactie bij veel medewerkers en daarmee goede de cliëntenzorg, snel afneemt. ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf.’

Onlangs kreeg ik een boekje onder ogen van een bestuurder van de Riagg Rijnmond, Jos Lamé e.a.1 Op de achterkant staat het volgende:

‘Jos Lamé, bestuurder van de Riagg Rijnmond, is volgens de Rotterdamse wethouder Jantine Kriens een spookrijder in zijn kritiek op het overheidsbeleid (NRC 17-7-2010). “De weg waarop hij rijdt is inmiddels verlegd.”

Zoals zo vaak wordt een ‘scheldnaam’ als geuzennaam gehanteerd. Zal GGZ Nederland meegaan in het bitter noodzakelijke spookrijden, of accepteert het dat ‘de weg waarop het moet rijden verlegd is’ met desastreuze gevolgen voor cliënten en medewerkers en daardoor voor de maatschappij? Als professional schaam ik me soms kapot voor de GGZ, als ouder moet ik alle zeilen bijzetten om te voorkomen dat de GGZ een psychisch smetje niet ombouwt tot onherstelbare vervuiling.

Dus ik heb ook een missie namelijk:

  • Het schrijven van blogs

  • Professionaliteit inzetten om geconstateerde misstanden onder aandacht brengen.

  • Opkomen voor onze zoon en met hem vele duizenden, afhankelijk van goede GGZ zorg

Mijn professionele bezwaren tegen de GGZ wereld

Slechts één woord bureaucratie en ik zal massaal collegiale bijval krijgen. Er volgt geenaanmatigend lesje bestuurskunde, ik volsta met een opsomming van gerelateerde oneliners: verkokering van de zorg, regelzucht, controlezucht, productieeisen, productieafspraken, overhead, externe adviezen, indicatiebesluiten, geldstromen, vermarkten, timemanagement, protocolliseren, meer met minder etc.etc.

Ik ervaar bij steeds meer collega’s berusting, langzaam overgaand in een overlevingsstrategie van vervlakking en cynisme. Dat kan niet goed zijn voor cliënten. Met name bij jonge collega’s zie ik, mochten zij zich handhaven in de geestelijke gezondheidszorg (!!) dat zij in toenemende mate bevreemd zijn met het ‘object van zorg’ en zich gaan vereenzelvigen met de bureaucratische eisen.

Met de missie van GGZ Nederland in het achterhoofd, is er intern een wereld te winnen. Pas dan kun je je op een ordentelijke manier naar de buitenwereld presenteren. En dat betekent niet een paar procentpunten minder bezuinigen in de onderhandelingen met de overheid, of het openhouden van een enkele voorziening. Dat is winst voor de bühne. Jezelf profileren als een gezonde GGZ organisatie, begint bij je eerste vertegenwoordigers, de werknemers op de werkvloer. Zonder hen, geen geestelijke gezondheidszorg, want in het contact met cliënten is hun mededogen van belang. In bureaucratische en megalomane fusie-organisatie zie ik het mededogen verdwijnen. Mededogen is niet alleen iets voor de werkvloer, mededogen is voor de hele organisatie, inclusief minister, wil het effect sorteren.

Persoonlijke noot.

Als het gaat om mijn ervaring als consument, permitteer ik me minder terughoudendheid. De bejegening van individuele professionals en gerenommeerde instellingen classificeer ik als volgt: Ondeskundig, leugenachtigheid, niet aan afspraken houden, niet aansluiten bij cliënt, lompheid en de bureaucratie als schaamlap hanteren.

Soms komt persoonlijke rancune bovendrijven. Ik wil dan het liefst enkele professionals en vooral een gerenommeerde instelling openbaren, maar onze zoon is er niet meegeholpen. Mede door toedoen van de niet te noemen instelling, de wachtlijsten en valse verwachtingen, lukt het al drie jaar niet om de aansluiting met het onderwijs te bereiken. De GGZ staat dit in de weg in verband met het uitblijven van adequate behandeling. De PR van genoemde instelling is uitstekend en de website gelikt. Voor wie? Niet voor de cliënten. De PR is om de politiek te paaien en geld te krijgen met handhaving van de eigen organisatie als doel. De missie van GGZ Nederland kennen ze niet.

Ik wijs u op een rapport van de Nationale Ombudsman?2 Daarin trof ons het volgende citaat

“…De boos ebt weg, de vermoeidheid van ons als ouders is dan wat rest. De energie die overblijft hebben we hard nodig om de BV Thuis drijvende te houden. En dat lukt tot op heden in emotioneel en in materieel opzicht, maar ten koste van veel (…) Momenteel valt T. tuseen wal en schip als het gaat om hulpverlening en scholing. Het lukt niet om naar school te gaan en we wachten al heel lang op hulp. We zijn als gezin de gevangenen van de beperkingen van onze zoon en dat zou niet nodig zijn geweest indien er beter naar ons, de ouders, was geluisterd en/of afspraken beter waren nagekomen. …” schrijven de ouders van een andere thuiszittende zoon in een brief in oktober 2010 aan de Nationale Ombudsman.

En het is niet zo raar, want als ouders hebben wij de Nationale Ombudsman geschreven en hen het recht gegeven indien nodig passages uit onze brief te gebruiken. Aldus geschiedde.

Zonder onze professionele ervaring waren wij mogelijk minder kritisch. In de volle wetenschap dat we niet de enige zijn in Nederland zou deze brief ook niet geschreven zijn, aan pathetisch gedrag hebben we een hekel. Eigenlijk willen wij helemaal geen klaagweblog. We kunnen onze tijd wel beter verdoen, echter we oordelen dat er iets wezenlijks fout is in de geestelijke gezondheidszorg.

AFRONDING

Wij hopen dat onze zoon zijn plek gaat vinden in de maatschappij, mogelijk zonder hulp van de GGZ. Want enkele positieve ervaringen ten spijt, is het aan ons als ouders te danken dat de BV Thuis nog draait. Wij hebben alle ondeskundigheid tot op heden kunnen pareren om onherstelbare schade door de GGZ te voorkomen. Toch weten wij al jaren dat wij het niet alleen kunnen. Drie en half jaar wachten op deskundigheid heeft uiteindelijk geleid tot een ‘drol van een behandelingsaanbod’, niet afgestemd op onze zoon, enkel om geld te verdienen. Onze zoon past blijkbaar niet in hun mal. Wij laten hem niet misvormen door gebrek aan een adequaat aanbod. Zorg op maat blijkt geen zorg voor de individu, het beperkte aanbod van de zorgaanbieder is maatstafgevend.

 Als wij over tien jaar tot de conclusie komen: ‘Thank God, we hebben het gered zonder de GGZ’, kunt u zich voorstellen dat wij geen constructief kritisch houding meer hebben. In dat geval zullen wij alsnog een ode brengen aan minister Schippers. Voorlopig wil ik er nog niet aan denken, maar er moet echt werk verzet worden voor een gezonde geestelijke gezondheidszorg in Nederland.

Geachte heer Van Rooij, met Achlum als aanleiding en mijn persoonlijke drijfveren als motor, is deze brief tot standgekomen. Ik heb geprobeerd me te beperken, want ik zou een boekwerk kunnen schrijven doorspekt met vermakelijke maar trieste anekdotes uit privé- en werksfeer. Ik doe dat niet. Ook besef ik dat u niet verantwoordelijk bent voor de toestand van GGZ Nederland de afgelopen jaren, u bent wel verantwoordelijk voor het huidige GGZ beleid en daarom het aanspreekpunt. Deze light versie breng ik u andermaal onder aandacht en hoop via de sociale media op suggesties ter verbeteringen. Ik ben ervan overtuigd dat een inhoudelijk goede GGZ organisatie alleen dan kan functioneren als het kritische geluiden vanuit het werkveld op een organische manier kan integreren. Pas dan is het mogelijk om stupiditeiten van de minister te pareren.

Ik dank u voor uw aandacht en roep andere lezers op te reageren of deze brief verder te verspreiden.

Met vriendelijke groet,

SprakeloosID

brief is ook verschenen op dolgedraaid met twitteradres @donderwolken

Noten:

1. SPOOKRIJDERS in de zorg, Pleidooi voor een gezondheidszorg zonder meldplicht, privacyschending, afbraak van instituties, en zonder megalomane systemen. Uitgeverij Eburon, Delft 2011

2. Hoera, ik ga weer naar school. Leerlingen met psychische of gedragsproblemen die thuiszitten, Nationale Ombudsman 24 januari 2011

OPEN BRIEF aan de directeur GGZ Nederland

Aan de directeur GGZ Nederland

De heer P. van Rooij

p.a. Sociale Media

Duiven, 13 juni 2011

Betreft: Uiting bezorgdheid naar aanleiding van uw lezing bij de conventie van Achlum

(Voor mensen die schrikken van de lengte van de brief, hier een verkorte versie)

Geachte heer Van Rooij,

INLEIDING

Voor ik start over de aanleiding van deze brief, namelijk de conventie van Achlum waar u een lezing hebt gegeven met als titel ‘De directeur van GGZ reflecteert’, wil ik graag beginnen over de actualiteit. Het zal u niet ontgaan zijn. Voor mij een ‘mediahoogtepunt’, maar voor de GGZ ontegenzeggelijk het dieptepunt, is de uitspraak van onze minister van

VWS mevrouw Edith Schippers. Zij vindt dat het psychiatrisch ziek zijn, meer geaccepteerd moet worden als een onderdeel van het leven. Tja, leven is lijden en dit kabinet wil er niet voor betalen. Met één uitspraak, uiteraard een hele domme vinden wij als kenners van de GGZ, wordt een deel van de DSM 4 teniet gedaan. Psychiatrisch ziek zijn wordt door deze minister niet als ziek zijn beschouwd. Zo zie ik tenminste de uitspraak van mevrouw Schippers. Nu is het in dit gedoogkabinet niet ongewoon om belangrijke boeken, bijvoorbeeld de Koran te decimeren tot de Donald Duck, maar van een VVD-er had ik toch meer inhoud verwacht. Stel dat er nog verder bezuinigd moet worden, moet volksziekte nummer, hart- en vaatziektes, er aan geloven? Ga maar eens na, dat in 2012 besloten wordt dat 50% van de hartoperaties niet meer uitgevoerd mogen worden. Bij leven hoort immers ook doodgaan, dus het verlengen van het leven door dure operaties wordt niet meer gezien als een overheidstaak. Ik kan doorgaan in de redenatie van mevrouw Schippers en het hele overheidsbeleid gaan ridiculiseren, maar dat is wat minister Schippers zegt over het psychiatrisch ziek zijn. Er is dus werk aan de winkel voor GGZ Nederland.

ACHLUM

En dat er werk aan de winkel is, vermeldde u al op de bijeenkomst in Achlum. De bezuinigingen pakten zich al als donkere wolken boven GGZ land. U gaf te kennen dat uw organisatie moest werken aan het imago bij de beleidsmakers, dat een goede geestelijke gezondheidszorg op termijn meer geld oplevert voor een land, dan dat het geld kost. Ik ben geen bedrijfseconoom, maar ik denk hierin met u mee te kunnen gaan als het gaat om het voorkomen van langdurig werkverzuim, criminalisering in de maatschappij en dat preventie per definitie altijd goedkoper is dan genezing. Ik wil het echter in deze brief vooral bekijken vanuit de humanitaire kant. Tegenstanders van het kabinet Rutte noemen dat beschaving. Ik ben graag een radertje in het beschavingsoffensief. Als inleiding van uw reflectie die dag gaf u een aantal getallen, bijvoorbeeld dat 40 % van de psychiatrisch zieken niet bereikt worden en dat 30 % oneigenlijk gebruik maakt van de voorzieningen. Ik wil daar een derde groep aan toevoegen, namelijk de groep die wel bereikt wordt, waarvoor de GGZ gelden ontvangt, maar voor wie de GGZ niets kan, wil of durft te doen. Hoe groot deze groep is, durf ik niet in percentages uit te drukken, alleen bij de jeugdigen zijn er velen die hierdoor bijvoorbeeld niet naar school kunnen. In de loop van deze brief zult u tussen de regels door bemerken dat een persoonlijke motivatie voor het schrijven van deze brief is, al zal ik nooit ‘man en paard’ noemen omwille van de privacy van onze oudste zoon.

U vertegenwoordigt 85.000 mensen, werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Met o.a. een achtergrond als psychiatrisch verpleegkundige en in het dagelijks werk veel van doen met de GGZ, is dat de tweede motiverende reden om in Achlum speciaal bij u op bezoek te gaan. Want ik ben van mening dat de GGZ nogal wat te reflecteren heeft.

DE GGZ HEEFT EEN MISSIE

De missie van GGZ Nederland is: GGZ Nederland bevordert de goede geestelijke gezondheid(szorg) en komt op voor alle randvoorwaarden die noodzakelijk zijn om dit te bereiken.

Dat is niet mis en na de uitspraak van minister Schippers is deze missie nog eens substantieel zwaarder geworden. De randvoorwaarden zijn verslechterd, nota bene door onze eigen minister. Wil de inhoud van het werk in de GGZ voorop staan, dan moet er keihard gewerkt worden tegen het politieke gezag in. Zit dat opgesloten in de missie van GGZ Nederland, of zijn de verslechterde randvoorwaarden goed genoeg? Tijdens de bijeenkomst op 28 mei 2011 vroeg ik u of u als directeur weet wat er daadwerkelijk op de werkvloer afspeelt en hoe de gemiddelde werker in GGZ het hedendaagse werk ervaart? Ik heb zelf wel een idee en daarbij zijn de nieuwste bezuinigingen niet verdisconteert. En hoewel mijn idee niet gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek, heb ik slechts de dagelijkse werkpraktijk als uitgangspunt. En ik kan u mededelen dat ik heel veel hardwerkende collega’s zie, met het hart op de juiste plaats en ruim voldoende opleiding en ervaring, maar bij wie de werksatisfactie langzaam maar zeker wegsijpelt. Er is wat mij betreft werk aan de winkel, zowel naar de ‘boze en kortzichtige(politieke) buitenwereld, maar zeker ook intern. Misschien wel allereerst intern, want zelf ben ik opgevoed met de slogan: ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf.’ En soms zijn oneliners heel treffend en werkzaam.

Onlangs kreeg ik een boekje onder ogen van een bestuurder van de Riagg Rijnmond, Jos Lamé e.a.1 Op de achterkant staat het volgende:

‘Jos Lamé, bestuurder van de Riagg Rijnmond, is volgens de Rotterdamse wethouder Jantine Kriens een spookrijder in zijn kritiek op het overheidsbeleid (NRC 17-7-2010). “De weg waarop hij rijdt is inmiddels verlegd.”

Onder de geuzennaam ‘Spookrijders in de zorg’ vond Lamé in korte tijd een groot aantal wetenschappers en praktijkmensen bereid om in hun bijdragen zichtbaar te maken dat hij bepaald niet alleen staat in zijn zorgen over het gewelddadig overheidsoptreden.

Zal GGZ Nederland, na ook eerst de hand in eigen boezem te hebben gestoken, meegaan in het bitter noodzakelijke spookrijden, of accepteert het dat ‘de weg waarop het moet rijden verlegd is’ ook al is de kennis aanwezig dat die weg langs diepe ravijnen loopt en waarbij met zekerheid velen in de afgrond zullen vallen, medewerkers en cliënten?

Ik denk dat we het eens zijn dat de GGZ nog een wereld te winnen heeft in de Nederlandse maatschappij, te beginnen bij de onwetendheid van de minister. Dat neemt niet weg dat ik als professional me af en toe groen en blauw erger aan de werkwijze van de GGZ, zowel op institutioneel vlak en dientengevolge ook op het niveau van de individuele werknemer, maar bovenal heb mogen ervaren als consument (als vader van een zoon met een psychisch smetje) welk een rampzalige lompigheid de GGZ ook in zich herbergt.

MIJN MISSIE

Mijn aanwezigheid op de conventie van Achlum was vooral ter ontspanning en van nieuwsgierigheid. Geheel onverwacht kreeg ik een uitnodiging en ik zag de mogelijkheid een aantal blogjes te schrijven voor mijn weblog  www.sprakeloosverhalen.wordpress.com . Schrijven is een hobby van me. Voor alle bijeenkomsten een passend verhaal is het doel, zo

ook ‘de directeur van de GGZ reflecteert’. De vorm waarin het verhaal gegoten wordt, is altijd een verrassing, ook voor mezelf. In dit geval drong zich langzaam maar zeker de open brief-vorm bij me op. En dat kan u nauwelijks verbazen, mocht u de tijd hebben gehad om op mijn (ons) andere weblog te kijken. Ik heb u immers na afloop mijn kaartje gegeven met alle gegevens erop. Als gevolg van kennis van de geestelijke gezondheidszorg als professional (ook bij mijn echtgenote) was de praktijkervaring die we meemaken ronduit onthutsend, de aanleiding om onze ervaringen van ons af te schrijven. Ongenuanceerd soms, recht uit

het hart, maar bovenal met als functie al schrijvend een uitlaatklep te hebben. Een beetje kennis van de menselijke psyche leert dat dit een gezonde manier is om ongezonde gevoelens kwijt te geraken. Ons blog www.dolgedraaid.wordpress.com heeft geen wetenschappelijke pretenties, maar wij zijn ervan overtuigd dat onze ervaringsdeskundigheid niet zomaar uit de lucht gegrepen is. Het is in ieder geval lezenswaardig voor hen die in de GGZ werken. Deze open brief is derhalve het samengaan van een aantal persoonlijke missies te weten: de wens om te schrijven, op te komen voor ons zoon en hart voor de GGZ in het algemeen.

WAAR ZIJN WE NU IN GODSNAAM MEE BEZIG?

Twee drijfveren zijn er om een ‘ventilatie’ blog te schrijven en dus deze open brief aan u. Allereerst uiteraard vanuit mijn professionele kijk op de GGZ, ten tweede wordt deze brief gevoed door persoonlijke ervaringen. Te beginnen met mijn (onze) professionele kijk op de geestelijke gezondheidszorg.

Ik hoef slechts een woord te noemen en menig collega zal me bijvallen, te weten bureaucratie. ‘Als er geen bureaucratie zou zijn, konden we gewoon ons werk doen.’ Iedereen ervaart de dagelijkse bureaucratie natuurlijk anders en vooral gaat er anders mee om. Ik ga in deze brief geen aanmatigend lesje bestuurskunde geven, nog daargelaten of ik dat op een objectieve wijze kan. Ik volsta met een opsomming van gerelateerde woorden en begrippen: verkokering van de zorg, regelzucht, controlezucht, productie-eisen, productie-afspraken, overhead, externe adviezen, indicatiebesluiten, geldstromen, vermarkten, timemanagement op de werkvloer, protocolliseren etc.etc.

Ieder individu gaat er anders mee of ervaart het anders. In eerste instantie lijkt het heel gezond om alle bureaucratische belast van je af te laten glijden als werker in de GGZ. ‘Het is nu eenmaal een gegeven in de hedendaagse samenleving.’ Als overlevingsstrategie kun je dit natuurlijk een tijdje volhouden, maar hoe ver kom je dan af te staan van je eigen gevoel en/of professie. De beleids- en managerscultuur gaat in toenemende mate de inhoud van het werk bepalen. Het is mijn ervaring dat het aantal managers met inhoudelijke kennis steeds minder wordt dan wel opgeslokt wordt door de eisen van de zelfstandige dynamiek van de ‘bureaucratie’. Het meest levendige bewijs is in deze brief al genoemd, de minister zelf.

Ik ervaar bij steeds meer collega’s berusting, langzaam maar zeker overgaand in een overlevingsstrategie die een vervlakking met zich meebrengt die niet goed kan zijn voor cliënten. Bij anderen zie ik nog wel enige passie, maar ik moet tot mijn spijt constateren dat

het dan vooral het ‘bevredigen van de bureaucratie’ is. Zij lopen in de pas met de actuele eisen, maar zoals gezegd, heeft het steeds minder met de daadwerkelijke inhoud van de geestelijke gezondheidszorg te maken. Met name bij jonge collega’s zie ik, mochten zij zich na enkele jaren kunnen handhaven in de geestelijke gezondheidszorg (!!) dat zij in toenemende mate bevreemd zijn met het ‘object van zorg’ en zich steeds meer gaan vereenzelvigen met de protocollen en andere bureaucratische eisen. Ik constateer een robotisering van de geestelijke gezondheidszorg, in een pessimistische bui wil ik het zelfs de autismisering van de zorg willen noemen.

En natuurlijke zijn er onverbetelijke optimisten, maar ook zij zullen moeten constateren dat het zoveel beter kan, misschien wel met hetzelfde geld. Het moge duidelijk zijn dat ik mezelf niet onder die optimisten schaar als het de geestelijke gezondheidszorg betreft.

Met de missie van GGZ Nederland in het achterhoofd, denk ik dat er intern nog een wereld te winnen is, wil je in staat zijn om je naar de buitenwereld inhoudelijk te presenteren. En daar bedoel ik niet mee het winnen van een paar procentpunten minder bezuinigen in de onderhandelingen met de overheid, of het openhouden van een enkele voorziening. Dat is winst voor de bühne, maar jezelf profileren als een gezonde GGZ organisatie, begint bij je eerste vertegenwoordigers, de werknemers op de werkvloer. Zonder hen, geen geestelijke gezondheidszorg, want in het contact met cliënten is naast opleiding en ervaring vooral mededogen van belang. In bureaucratische en megalomane fusie-organisatie zie ik het mededogen verdwijnen. Mededogen is niet alleen iets voor de werkvloer, mededogen is iets dat door de hele organisatie moet zitten, wil het effect sorteren.

DE PERSOONLIJKE NOOT

In het bovenstaande spreek ik niet over ondeskundigheid, ongeïnteresseerd gedrag en respectloosheid van collega’s naar cliënten toe, als gevolg van door mij gesignaleerde ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg. Het zal met zekerheid wel gebeuren, maar ik zie hier vooral de actuele ontwikkeling als veroorzaker. In de meest positieve

benadering is de verzakelijking van de bedrijfscultuur de veroorzaker van het ontnemen van het noodzakelijke mededogen naar cliënten. In de literatuur wordt in deze ook wel gesproken van parallelle processen in de organisatie. Als het gaat om mijn ervaring als consument, permitteer ik me toch minder terughoudendheid. Persoonlijk getroffen door de bejegening van individuele professionals en gerenommeerde instellingen kan ik ook nu met een rijtje begrippen en classifiseringen komen: Ondeskundigheid, leugenachtigheid, niet aan afspraken houden, niet aansluiten bij cliënt, lompheid en vooral het bedienen van de bureaucratie, niet de inhoud van de geestelijke gezondheidszorg volgend.

Af en toe komt persoonlijke rancune bovendrijven en het liefst zou ik enkele persoonlijke professionals en vooral een gerenommeerde instelling nadrukkelijk willen benoemen. Niets liever dan dat. Maar onze zoon is er niet meegeholpen, maar mede door toedoen van de niet te noemen instelling, gehanteerde wachtlijsten en worsten die voorgehouden zijn, lukt het al drie jaar niet om de aansluiting met het onderwijs te bereiken. De GGZ staat dit in de weg in verband met het uitblijven van adequate behandeling. De PR van genoemde instelling is waanzinnig goed, de website gelikt, maar het blijken loze beloftes, misschien alleen voor de bühne, om centen los te krijgen van de minister, met als doel handhaving van de organisatie in plaats van het bedienen van de missie van GGZ Nederland.

Onze persoonlijke ervaring dus als drijfveer. Kent u het begin dit jaar verschenen rapport van de Nationale Ombudsman2 ? Daarin trof ons het volgende citaat:

 En het is niet zo raar dat deze passage ons trof, want als ouders hebben wij de Nationale Ombudsman geschreven en hen het recht gegeven indien nodig passages uit onze brief te gebruiken. Aldus geschiedde.

Zonder onze professionele ervaring waren wij mogelijk minder kritisch geweest. Zonder de wetenschap dat er duizenden kinderen als onze zoon in Nederland zijn, ieder met een eigen verhaal, zouden wij waarschijnlijk helemaal niet in de pen geklommen zijn op enig moment. Wij weten als geen ander dat pathetisch gedrag geen goede probleemoplossende ingrediënten bevat. Eigenlijk willen wij helemaal geen weblog met als titel www. dolgedraaid.wordpress.com , integendeel. We kunnen onze tijd wel beter verdoen. We voelen en weten dat er echter iets wezenlijks niet goed gaat in de geestelijke gezondheidszorg. En trouw aan mijn eigen opvoedingsnormen,verbeter de wereld en begin bij jezelf.

Met mijn persoonlijke missies als drijfveren, is deze open brief tot standgekomen.

AFRONDING

Soms hebben wij vergezichten. De ene keer zijn ze donkerder gekleurd dan de andere keer. Wij hopen dat het onze zoon over tien jaar goed gaat en dat hij zijn plek heeft gevonden in de maatschappij. En misschien heeft hij die plek wel gevonden zonder de GGZ. Want naast ook enkele positieve ervaringen met individuele begeleiders, is het aan ons als ouders te danken dat de BV Thuis het hoofd boven water kan houden. Wij hebben alle ondeskundigheid tot op heden kunnen pareren zodat het psychische plekje bij onze zoon, niet uitgroeit tot onherstelbare vervuiling door de GGZ. Toch weten wij al jaren dat wij het niet alleen kunnen, maar drie en half jaar wachten op deskundigheid heeft uiteindelijk geleid tot een ‘drol van een behandelingsaanbod.’ Het is toch te gek voor woorden dat geestelijke gezondheidszorg in een mal moet passen om zodoende op beleidsniveau beheersbaar te kunnen zijn en dat er niet meer gekeken kan worden naar de persoon die hulp nodig heeft. Zorg op maat is geen zorg toegespitst op het individu, bij zorg op maat is vooral de aanbodzijde maatstafgevend geworden. Als zorgaanbieder meten zij de maat.

Als wij over tien jaar tot de conclusie komen: ‘Thank God, we hebben hem niet laten misvormen door de GGZ’, kunt u zich voorstellen dat wij geen constructief kritisch houding meer hebben. In dat geval zullen wij mogelijk alsnog een ode brengen aan minister Schippers. Ik kan het me nu nog niet voorstellen, maar er moet heel veel gebeuren met een gezonde geestelijke gezondheidszorg in Nederland.

 Beste mijnheer Paul van Rooij, met Achlum als aanleiding en mijn persoonlijke drijfveren als motor, is deze brief tot standgekomen. Ik hoopte vooraf me te kunnen beperken tot een brief, want ik zou een boekwerk kunnen schrijven doorspekt met vermakelijke maar eigenlijk zeer trieste anekdotes uit privé- en werksfeer. Ik doe dat niet. Ook besef ik dat u niet verantwoordelijk bent voor de toestand van GGZ Nederland de afgelopen twintig jaar, u bent echter wel verantwoordelijk voor het huidige GGZ beleid en daarom een gemakkelijk aanspreekpunt. En ondanks de lengte, mogelijk te lang voor een weblog, hoop ik dat de open brief gelezen zal worden en via de sociale media verder verspreid gaat worden en dat er meerdere mooie suggesties voor verbeteringen gaan komen. Want ik ben ervan overtuigd dat een inhoudelijk goede GGZ organisatie alleen dan kan functioneren als het kritische geluiden vanuit het werkveld op een organische manier kan integreren. Pas dan is het mogelijk om stupiditeiten van de minister te pareren.

Ik dank u voor uw aandacht en roep andere lezers op om te reageren of deze brief verder te verspreiden (via direct mail op twitter, zal ik me alsnog aan u bekend maken, mocht u mijn kaartje niet meer hebben. In verband met privacyredenen, onderteken ik met mijn twitternaam)

Met vriendelijke groet,

SprakeloosID

Op beide blogs is de brief geplaatst

www.sprakeloosverhalen.wordpress.com

corresponderend met twitteradres @sprakeloosID

www.dolgedraaid.wordpress.com

corresponderend met twitteradres @donderwolken

1SPOOKRIJDERS in de zorg, Pleidooi voor een gezondheidszorg zonder meldplicht, privacyschending, afbraak van instituties, en zonder megalomane systemen. Uitgeverij Eburon, Delft 2011

2Hoera, ik ga weer naar school. Leerlingen met psychische of gedragsproblemen die thuiszitten, Nationale Ombudsman 24 januari 2011