PAUPERPARADIJS/Suzanna Jansen

 

 

Een paar dagen rust, een aantal nieuwe boeken tot je beschikking en er kan weer gelezen worden. In dit geval ben ik begonnen met Het pauperparadijs van Suzanna Jansen. Als verplichte koop bij een van Nederlandse boekenclubs heb ik het boek gekozen op basis van de foto in combinatie met de tegenstelling ‘pauper’ en ‘paradijs’.

 

Ik had het boek al eerder zien staan, maar recensies had ik niet gelezen. Dat doe ik trouwens zelden, daarom is het eigenlijk bevreemdend dat ik ze wel schrijf. Misschien is recensie ook een te groot woord en zou het eigenlijk boekervaring moeten heten.

Het Pauperparadijs is voor mij beslist geen kat in de zak geweest, integendeel. Deze familiegeschiedenis van Suzanna Jansen begint in 1785 bij de geboorte van Tobias Braxhoofden en gaat door tot het heden, het leven van de schrijfster zelf. Als een rode draad door de geschiedenis van dit familieverhaal is de oprichting en het bestaan van de bedelaarskolonie in het Drentse Veenhuizen en de relatie die de voorouders van Suzanne Jansen ermee hebben gehad en/of nog hebben. Want het is niet voor niets dat journalist Suzanna Jansen Het pauperparadijs heeft geschreven. Familieherinneringen, ook die zaken die eigenlijk niet uitgesproken mochten worden, blijken wel degelijk invloed te hebben op de verschillende familieleden. Schaamte, achteraf beziend waarschijnlijk ten onrechte, over de handel en wandel van bijvoorbeeld de opa van Suzanne Jansen is veelzeggend. Dit heeft de journalist waarschijnlijk verleid om op zoek te gaan naar haar wortels. Zij kwam terug bij de reeds genoemde Tobias Braxhoofden, die zich op 17-jarige leeftijd meldde voor het leger van Napoleon om daarmee Europa in te trekken. Als gelouterd soldaat heeft hij zich ook in het na-Napoleontische tijdperk in de Nederlanden nog een zekere positie verworven. Toch is het misgegaan en heeft hij zich vrijwillig, met zijn gezin, laten brengen naar het toen nieuwe experiment in Veenhuizen dat door ene Johannes van den Bosch is opgestart. De wens om niet langer geconfronteerd te worden met de landlopers in combinatie met het geloof dat heropvoeding hen zou maken tot mensen met een fatsoenlijke status, is de reden van oprichting van de verschillende Gestichten te Veenhuizen. Tobias Braxhoofden was weliswaar bewaker, maar het verschil met de echte landlopers was in de loop van de jaren niet zo groot, de stigmatisering gelijk.

De keus van deze Tobias, vijf generaties terug, heeft tot op de dag van vandaag in zekere zin een hele familiegeschiedenis bepaald. De ouders van Suzanna Jansen zijn de eerste die zich uit de spiraal van armoede en stigmatisering weten te onttrekken. De herinnering echter aan het lijden van hun ouders is echter nog levendig en door het Pauperparadijs te schrijven, zorgt Susanna Jansen ervoor dat de herinnering levendig blijft.

Het boek beschrijft aan de ene kant de familiegeschiedenis van Braxhoofden tot Jansen door de eeuwen heen. Aan de hand van de gangen van de voorouders van de schrijfster krijgt de lezer een prachtig doorkijkje in de sociaaleconomische geschiedenis van Nederland. Nog fraaier is dat de zoektocht naar haar voorouders die na Tobias Braxhoofden altijd in de ban zijn gebleven van het heropvoedingsgesticht Veenhuizen, een plaatje geven van het gewone leven in Nederland met name bij de economische onderlaag en de krampachtige, soms goedbedoelde paternalistische maatregelen van de beleidsmakers van toen.

In dit kader wil ik het boek ‘Zorg en de Staat’ van de socioloog Abraham de Swaan aanhalen die op allerlei gebieden beschavingsoffensieven beschrijft die van bovenaf gestart worden. Hulp aan armen gebeurt maar deels omdat er sprake is van een grote menslievendheid. Hulp aan armen komt pas goed op gang, wanneer het wenselijk is dat armen verheven worden tot ‘fatsoenlijke mensen’ in het belang van de heersende klasse. Of het nu gaat om hygiëne, medische zorg of onderwijs. In het relaas van Jansen zie ik dit in de loop van de familiegeschiedenis duidelijk terug.

Als geïnteresseerde in familiegeschiedenissen, met name de lotsverbondenheid tussen de verschillende generaties, is dit een heel fijn boek. Ook mijn historische belangstelling, zowel sociaaleconomisch als ook op het gebied van mentaliteitsgeschiedenis, wordt in ruime mate met dit boek bevredigd. Verder prikkelde het boek mij om te zoeken naar verschillen en overeenkomsten tussen het heden en verleden op het gebied van zorg aan de onderklasse en outcast in de maatschappij. Op die vraag blijf ik nog broeden voorlopig.
De duidelijke schrijfstijl en goede verbindingen tussen de verschillende hoofdstukken maken het verder een zeer lezenswaardig boek. Een echte aanrader dus.

Rest mij te eindigen waar het boek mee begint:

‘Wij zijn niet dom, alleen maar arm. (…)
Dat is altijd door elkaar gehaald.
het pauperparadijs van Suzanna Jansen

AFRIKA/Jan Brokken

Eerder kwam ik met een boek van Jan Brokken in aanraking, te weten Mijn kleine Waanzin. Met veel plezier gelezen. De Indische achtergrond van de familieleden van Brokken is mogelijk de oorzaak van zijn belangstelling voor de tropen en/of Afrika. Wat de psychologische achtergrond van Jan Brokken ook is, hij heeft een lezenswaardig boek geschreven. Hieronder volgt mijn beoordeling, je mag het een boekbespreking noemen.

Voor allen die in het Afrikaanse continent geïnteresseerd zijn, en dan met name West Afrika, is het boek van de auteur Jan Brokken een echte aanrader. En zeker voor hen die Afrika nooit aan den lijve hebben meegemaakt of zullen meemaken, kan zich mee laten sleuren in de ziel van Afrika. Een ziel die wordt beschreven vanuit alle ingrediënten die de Afrikaanse ziel compleet maakt, geschiedenis, geloof (christendom, animisme, islam en de combinatie van de drie), het koloniale verleden en zijn neokoloniale opvolger.
Al deze ingrediënten worden gemengd tot een aantal ‘Afrikaanse gerechten’ want wat Jan Brokken heel duidelijk weet over te brengen is het feit dat van één Afrikaanse ziel geen sprake is. Landen verschillen onderling sterk en zelfs binnen een land zijn er grote verscheidenheid. Dit kunnen de geografische mogelijkheden zijn, de wijze waarop het gekoloniseerd is en de interne (politieke) machtsstrijd tussen de verschillende stammen, al dan niet voortvloeiend uit het aloude machtsevenwicht van voordat de Europeanen kwamen.

Vanuit ‘Verwegistan’, in dit geval Europa, zetelend op een comfortabele stoel moet ik constateren dat de neiging bij mij bestaat om alles maar op één hoop te gooien, het ‘uniforme’ donker Afrika. Rationeel weet ik natuurlijk beter, gezien de (burger)oorlogen in veel Afrikaanse landen, maar tot mijn schaamte moet ik constateren dat ook ik heimelijk uitga van het standaardbeeld, arm, zwart en afhankelijk van het Westen. Onder de huidige politieke omstandigheden is dat in materiële zin misschien het geval, immaterieel is dat veel minder dan ‘wij’ denken. In al zijn boeken laat de auteur zien dat er door de intelligentsia en politiek leiders, weliswaar vaak in Europa gestudeerd, een eigen weg wordt gezocht. De eigen weg blijkt dan veel vaker te stoelen op oude gebruiken en conventies die voor Europeanen, hoe lang ze ook al domineren in Westelijk Afrika, onbegrijpelijk zijn. Het is bovendien de vraag of die Europeanen al een poging wagen om de ratio van Afrikanen te doorgronden.
Conventies, of ze nu van Afrikaanse snit zijn, een koloniale achtergrond hebben, gebaseerd zijn op hedendaagse maatschappelijke verhoudingen of een mengeling van alle drie, altijd spelen persoonlijke motieven een rol in het handelen van een individu. Het maakt dan niet uit of die individu uit Burkino Faso komt of als koloniaal, zakenman of hulpverlener uit Europa. Over deze persoonlijke verhalen in de verschillende Afrikaanse landen heeft Jan Brokken aandacht, zowel in het heden, als ook historische figuren worden van hun menselijke kant belicht. Een overkomst hebben ze echter allen, gewild of ongewild hebben ze allemaal met Afrika te maken. Hun individuele geschiedenissen worden bezien vanuit de Afrikaanse context.

Het is al even aangegeven, eigenlijk is het niet één boek, maar meerdere boeken en/of verhalen die op meerdere tijdstippen zijn uitgegeven en veelal gebaseerd zijn op verschillende reizen.
Het eerste boek ‘Zaza en de president’, in mijn optiek het meest verhalende, speelt zich af in Burkino Faso. De ik-figuur krijgt een alarmerend bericht van zijn partner die als hulpverleenster werkzaam is in een van de armste landen van de wereld. Zonder duidelijke aanwijzingen gaat hij haar zoeken, terwijl hij nota bene de verkeerde aanwijzingen krijgt van de vertegenwoordigers van de hulpverleningsinstantie ter plekke. Naast de persoonlijke belevenissen, de warmte en droogte, gebrek aan alles, moeilijkheden tijdens het reizen en vooral de verhalen en het handelen van de inwoners van het land, is ook de individuele band met zijn partner (en Afrika) voortdurend het onderwerp van schrijven. Al deze ontmoetingen in bars, nachtclubs, hotels of in de verlatenheid van de woestijn geven een prachtig beeld van de situatie van dat moment in het Afrikaanse land (medio jaren tachtig van de 20e eeuw.) De wijze waarop hij bejegend wordt door de verschillende mensen geeft bovendien de sfeer van revolutie aan. Een revolutie die vooral gekenmerkt wordt door anti-Westerse sentimenten, maar op andere gebieden wordt tegelijkertijd de afhankelijkheid en de interne tegenstellingen aangetoond. Hoewel er met geschiedkundige feiten wordt gewerkt en het veel weg heeft van een spannend reisverhaal, leest het als een roman. Volgens mij is het ook als zodanig bedoeld.

Het tweede boek is in dagboekvorm geschreven en geeft de kijker meer achtergrondinformatie over het eerste boek en de belangrijkste figuren zoals die daarin beschreven zijn. Hun handelen wordt bezien vanuit in meer beschouwelijk perspectief en nadrukkelijker gerelateerd aan de dan bestaande politieke situatie. Ook wordt andermaal een bezoek gebracht aan Burkino Faso en gesproken met bekenden van de ik-figuur en zijn partner Zaza. Hoewel Jan Brokken aangeeft dat hij zijn eerste boek al bij de drukker heeft liggen op het moment dat hij opnieuw naar Burkino Faso gaat, lijkt het ook een soort verantwoording te zijn naar de lezer. In dit deel is de rode draad van het boek het leven en de lotsgeschiedenis van de president Thomas Sankara en diens politieke vriend en latere moordenaar Blaise. De titel van het tweede boek is niet voor niets ‘De moordenaar van Ouagadougou.’

‘Een basiliek in het regenwoud’, het derde boek, legt Ivoorkust in de schijnwerpers. Het is een veel optimistischer boek, maar evenzogoed onmiskenbaar Afrikaans. De toenmalige president Félix Houphouët-Boigny, regeert het land als een soort ‘ouderwets’ stamhoofd met gedegen kennis van de Europese waarden en normen. Met deze combinatie weet hij verhoudingsgewijs veel stabiliteit in het land te brengen. Dit is ook mogelijk door de rijkdom aan grondstoffen die voor een substantieel deel ook bij de bevolking van Ivoorkust terecht komt. De rijkdom vanuit dit land trekt ook velen uit omringende landen aan om een graantje mee te pikken. Het mag vanzelfsprekend zijn dat dit niet zonder gevolgen blijft. Desondanks genoot de president van Ivoorkust veel gezag en kon hij hierdoor zich ook zaken permitteren die in Westerse ogen misschien compleet belachelijk zijn. Het meest extravagante voorbeeld is de bouw van een basiliek midden in het oerwoud in het geboortedorp Yamoussoukro. De basiliek moet een kopie worden van de Sint Pieter in Rome. Het moet een stad worden die de toch al moderne hoofdstad Abidjan moet doen verbleken.

Ondanks het ogenschijnlijke belachelijke van deze onderneming slaagt Brokken zijn Westerse lezer ervan te overtuigen niet, of hooguit mild te laten oordelen over de president. Feiten, historie en vooral de culturele achtergrond worden daarbij nadrukkelijk gebruikt om deze Afrikaanse rationaliteit te begrijpen.
Het restende deel van het ruim vijfhonderd bladzijdes tellende boekwerk geeft een mooie combinatie van historische feiten omtrent ontdekkingsreizigers, zendelingen en hulpverleners en hun persoonlijke motieven. Brokken verlevendigt deze geschiedenissen door te reizen naar de verschillende landen en de historische plekken te bezoeken en ze in contemporain perspectief te plaatsen. Hij laat daarbij vooral ook de plaatselijke bevolking, al dan niet de gidsen van de ikfiguur, aan het woord en tekent hun bevindingen op.

Al met al een zeer lezenswaardig boek en al speelt het zich af in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw het doet niets af van de actualiteit. Want het is niet alleen de Afrikaganger die gewild of ongewild Afrika in zijn poriën krijgt, steeds meer gewone Westerlingen krijgen te maken met Afrika. Door de globalisering, de milieuproblemen, de rijkdom aan grondstoffen en vooral het ontbreken van een eerlijke mondiale verdeling van die rijkdommen, is de kans dat Afrika niet lang meer een ver van mijn bedshow blijft erg groot. Kennis van de Afrikaanse geschiedenis is dan ook onontbeerlijk en de manier waarop Brokken die weergeeft, spreekt mij erg aan.

Jan Brokken
Afrika
uitgever Atlas Amsterdam/ Antwerpen
1988 tot 2001
509 pagina’s

NAZI EN DE KAPPER/Edgar Hilsenrath

Morbide, pervers en gewelddadig zijn de eerste termen die bij me opkomen bij het lezen van het boek van Edgar Hilsenrath, De nazi en de kapper. En dat is ook niet zo gek want het speelt zich af in het Duitsland van tussen de beide wereldoorlogen, opkomst van het nazisme en de jodenvervolging. Maar ook de oprichting van de staat Israël speelt een belangrijke rol. Genoeg ingrediënten om bovenstaande termen te bezigen.

In een nauwkeuriger beschouwing kan met ook zeggen dat het boek gaat over goed en kwaad, maar dat is een open deur die ik niet graag gebruik. Gaan immers niet alle boeken over goed en kwaad? Beter kan ik zeggen dat het boek voor een deel gaat over de relativiteit van goed en kwaad, afhankelijk van het perspectief van de lezer, maar vooral ook de omstandigheden waarin de hoofdpersoon verkeert.

De hoofdpersoon is een jongetje dat in een klein onbeduidend plaatsje ergens in Duitsland geboren wordt aan het begin van de 20e eeuw. Hij wordt geboren uit een moeder die het niet zo nauw neemt met de heersende normen. Zij kan dus niet met zekerheid zeggen wie de vader is. Dit maakt ook niet uit, een stiefvader is snel gevonden, al pakt dit voor de ik-figuur Max Schulz in pedagogisch opzicht niet zo goed uit. Seksuele mishandeling is zijn deel, maar dat neemt niet weg dat Max Schulz toch op zeer jeugdige leeftijd zijn eigen weg kiest en dat is vaak de weg die tegen de wil van zijn moeder en stiefvader in is. Zo heeft hij omgang met de zoon van concurrent van zijn stiefvader die kapper is. Daar waar zijn stiefvader een vies onbeduidend zaakje heeft, droomt Chaim Finkelstein van een salon en deze weet hij ook te verwezenlijken. Met zoon Itzig van kapper Finkelstein wordt een nauwe vriendschap gesloten. Samen gaan ze naar het plaatselijke Gymnasium, ontwikkelen ze zich op intellectueel vlak en beslissen ze na de afronding van hun studie dat het gezien de economische puinhoop in de jaren na de Eerste wereldoorlog een universitaire studie geen zin heeft. Samen leren ze het vak bij de vader van Itzig en misschien wel het meest verwonderlijke is dat ondanks zijn christelijke achtergrond, hij actief meedoet in de beleving van de Joodse gebruiken.
Saillant detail is het feit dat Max Schulz bijna een klassiek Joods uiterlijk heeft, terwijl Itzig een Ariër zou kunnen zijn. Nadrukkelijk vertelt de ik-figuur dat zijn afkomst puur Arisch is. Met de opkomst van Hitler scheiden zich de wegen van de vrienden zich wel heel nadrukkelijk.

Het verhaal is in de ik-vorm geschreven vanuit het perspectief van Max Schulz (of Itzig Finkelstein). Hij beschrijft zijn leven, de omgang met Itzig en zijn rol in het nazi-Duitsland. Hij is nadrukkelijk betrokken bij moordpartijen in concentratiekampen in Polen waar hij gedurende de oorlog is gestationeerd als SS-officier. Met deze persoonlijke geschiedenis en de Russen in 1944/45 op de hielen, weet Max Schulz te overleven in het oorlogsgebied en het in puin geschoten Berlijn waar hij uiteindelijk terecht komt. De wijze waarop het verhaal geschreven is, maakt mij in eerste instantie wrevelig. Het geeft een beetje de indruk van opa vertelt en de (klein)kinderen luisteren aan de grote keukentafel. De verteller weet zich daarbij verzekerd van een tolerant gehoor, die zijn vele herhalingen om het verhaal duidelijk te maken accepteren. Voor mij als lezer zijn die herhaling vooral irritant geweest. Gaandeweg het verhaal wordt het wel duidelijk waarom er zoveel sprake is van herhalingen. De identiteit van de hoofdpersoon wijzigt drastisch en het vertelperspectief komt meer en meer te liggen bij het wel en wee van de hoofdpersoon bij de oprichting van de staat Israël. De schrijver Hilsenrath heeft mij, na aanvankelijk een moeilijke start, overtuigend meegenomen in zijn relaas en levensverhaal. Een verhaal dat, zoals reeds gememoreerd is, gaat over goed en kwaad, maar vooral ook over de flexibiliteit van de menselijke geest. Misschien mag zelfs gesteld worden dat hij een inkijkje geeft in een zieke menselijke geest? Of zou het gaan over de zieke menselijke geest in algemeen sociologische zin? Voor mij laat de schrijver dit in het midden en daar kan ik zelf over gaan nadenken.

Gewoontegetrouw lees ik geen boekbesprekingen of achtergronden van schrijvers. De reden is dat gebrek aan tijd om te lezen, niet verstoord mag worden aan achtergrondfratsen zodat de lust om te lezen verdwijnt. Soms weet ik bij toeval iets van de schrijver, maar dat was bij Edgar Hilsenrath niet het geval. Ik heb toch maar even vluchtig gegoogled en tot mijn verbazing is het boek in 1971 al uitgebracht. Edgar Hilsenrath woonde toen in Amerika, maar besloot dit boek in het Duits te schrijven. De eerste vertaling is dus vanuit het Duits naar het Engels. Dit jaar is dit boek dan in het Nederlands verschenen.
In begin jaren zeventig stond de verwerkingsproblematiek van de Tweede Wereldoorlog in het toenmalige West-Duitsland nog in de kinderschoenen. Ondanks de goede verkoopcijfers in Amerika, durfde geen enkele uitgever het aan om de Duitse versie uit te brengen. Dit zou nog tot eind jaren zeventig duren en hiervoor was een goede marketing noodzakelijk, waarbij de kwaliteitspers nadrukkelijk gebruikt werd om het proces te begeleiden. De problematiek van verwerking was nog maar net op gang gekomen, dus een ‘foute Jood’ was in het toenmalige West-Duitsland nog niet algemeen bespreekbaar.

Ruim dertig jaar naar dato is alles wat met de Holocaust te maken heeft, de oprichting van de staat Israël en de problematiek rondom de vorming van een Palestijnse Staat nog steeds in het nieuws. Het boek van Edgar Hilsenrath kan in dit perspectief daarom nog steeds als zeer actueel beschouwd worden. Actueel in het licht van de hedendaagse ontwikkelingen, maar zeker ook actueel vanuit een psychosociaal perspectief waarin een mens vanuit bepaalde omstandigheden handelt (of moet handelen)

 Edgar Hilsenrath
Nazi en de kapper
1971 engels/
1990 duitse versie t.b.v. nl versie/
2008 vertaald in Nederlands
uitgever Anthos Amsterdam

Laatste deel HARRY POTTER/J.K. Rowling

Vandaag was het zover, maanden, zelfs jaren wist ik dat het moment zou komen. Op 23 december 2007, even voordat we de geboorte van Jezus vieren, die de onbevlekte ontvangen Maria door de Allesbestierende zonder tussenkomst van ene Jozef, zo’n 2000 jaar geleden heeft mogen baren, (of in ieder geval in een kribje heeft aangetroffen), op dat moment heb ik het laatste deel van Harry Potter uit.
Waarom zo’n lange aanloop om zoiets triviaals te melden? Tja, ik vraag het mezelf ook een beetje af, of het moet zijn dat ik er van overtuigd ben dat de eeuwigheidswaarde van het Bijbelverhaal niet groter is dan de ongrijpbare spanning en waanzin die Joanna Rowling in de zevendelige serie heeft weten te leggen. Na deze constatering bedenk ik me ineens dat ook Jezus een moedig man moet zijn geweest en door de sorteerhoed vast bij Grifioendor ingedeeld zou zijn, maar bovenal, ook Jezus stierf voor de mensheid, maar dan ook niet echt want zijn herrijzenis wordt ook nog altijd heftig gevierd. Ook Harry Potter, ging dood, maar heeft nog een keuzemenu voorgeschoteld gekregen en koos voor het leven.

Een open einde voor meer delen? Ik weet het niet, voor mij rest nu een enorme leegte, oftewel hoe ga ik verder in het Ielnap-tijdperk. Ielnap-tijdperk? Ja, Is Er Leven Na Potter? Ik denk het wel, maar het zal toch herschikken zijn, want zo’n 7 jaar lang heeft deze persoon min of meer als het vijfde gezinslid met ons meegeleefd, in hoogte en dieptepunten. Harry was er altijd. In 2000 hoorde ik via via (een echte Potterterm trouwens die ik nooit meer op een normale manier kan uitspreken) van een zwangere schoonzus dat ze helemaal verslingerd was geraakt op de boeken van ene JK Rowling. Of Harry Potter me wat zei vroeg ze. Ik ontkende en helemaal lyrisch beschreef ze me de toverwereld op Zweinstein. Ik luisterde plichtmatig en dacht: ‘Jij bent me een partijtje aan het verkindsen nu je zwanger bent.”

Kortom er was geen enkele aanleiding om me in looppas naar de boekenwinkel te begeven. Echter mijn zoon van 6 was wel geïnteresseerd en herinnerde me fijntjes dat hij nog geld van opa en oma in de spaarpot had en wilde wel zo’n boek. Bedankt schoonzus! Het was zondag, maar het station van Nijmegen bood de mogelijkheid, dus in augustus 2000 hadden we een Potter in huis. Nu kon mijn zoon al een Pinkeltje verorberen, maar na enkele bladzijden moest hij opgeven om het zelf te lezen en kwam naar mij toe en verzocht vriendelijk doch dwingend om het voor te lezen. Sindsdien geen Pinkeltje meer voorgelezen aan hem, want ik was na de eerste bladzijden volledig in beslag genomen door de belevenissen van Harry en de zijnen. Ik geloof dat ik het boek vol passie heb voorgelezen, want nu 7 jaar later is dezelfde passie nog steeds bij hem en mij  aanwezig. Lezen en herlezen, voorlezen, de films bekijken, de video’s kopen en natuurlijk om twaalf uur bij de verkoop bij het juiste distributiepunt zijn. Sommige boeken hebben we dubbel, konden we tegelijkertijd beginnen. Mijn zoon heeft zelfs twee keer een poging gedaan om het boek in het engels te lezen. Op zijn elfde moest hij na 100 pagina’s capituleren, maar afgelopen zomer was hij al in zijn ielnap-tijdperk, want de engelse versie heeft hij met glans weten te verslaan.

Is er leven na Potter? We hebben nog twee films tegoed, maar het boek is uit. Voor Joanna Rowling is er in ieder geval leven na Potter. Wat ben ik jaloers op haar creativiteit en ook een beetje op haar bankrekening. Let op mijn woorden, Harry Potter is over twintig eeuwen nog steeds een fenomeen al zullen we het nooit daadwerkelijk te weten komen.

WINTER IN MADRID/ C.J. Sansom

Een boekbespreking zegt vooral iets over de recensent en op de tweede plaats pas over het boek zelf. Dus als je het boek van C.J. Sansom, Winter in Madrid, denkt te moeten bespreken, dan heeft de lezer recht op een klein beetje achtergrondinformatie. Vooral tijd en plaats waarop het boek gelezen is, is van essentieel belang.

In Spanje, gedurende een korte vakantie, beleef je een historisch politieke thriller die zich afspeelt in één van Spanje’s meest roerige episodes, veel intensiever. In het land waar de taal gesproken wordt die in het boek gebruikt wordt en waar je mensen tegen kunt komen die de burgeroorlog, voorgeschiedenis en de gevolgen hebben meegemaakt. Eenmaal ingezogen in het boek, probeer je na te gaan of een krasse tachtigjarige nu aanhanger is geweest van Franco of tegen hem heeft gevochten als republikein of communist. Of wat te denken van die vriendelijke vrouw die je hielp bij de plaatselijke sigarettenboer. Ze heeft ondanks haar charme een getekende uitdrukking op haar gezicht. Zou het komen door de ellende die Franco in Spanje heeft veroorzaakt? Of kijkt ze met weemoed terug naar die tijd? Een tijd die verdwenen is, nu de Spaanse democratie stevig is verankerd in Europa.

Over Europa gesproken, uit de thriller van Sansom blijkt maar eens te meer hoe Europa al met elkaar verweven was in de jaren dertig van de vorige eeuw. En dan misschien nog niet zo zeer de verschillende natiestaten, maar wel de grote (volks)stromingen zoals het fascisme en het communisme.

Winter in Madrid speelt zich voornamelijk of in de winter van 1940/41. De hoofdpersoon Harry, gewond geraakt bij het militaire débacle van de Engelsen tegen Hitler aan het begin van de Tweede wereldoorlog, voelt de drive om toch iets te doen voor zijn vaderland. Hij besluit daarom ook vrij snel positief te reageren als hem gevraagd wordt zijn oude schoolgenoot van een private Engelse kostschool te bespioneren in het Madrid van na de burgeroorlog. Als dan blijkt dat deze bijna psychotische zonderling ook nog een relatie heeft met de vriendin van een andere schoolvriend Bernie, zijn de persoonlijke drama’s en intriges compleet al is deze Bernie als strijder en kameraad in het Internationale leger tegen Franco vermist en naar het zich laat aanzien omgekomen.

Om het verhaal duidelijk te maken zijn flashbacks noodzakelijk. Deze terugblikken geven een mooi sociaal beeld van Engeland dat nog verwoede pogingen doet om een wereldmacht te zijn. Maar vooral geven ze een beeld van de Spaanse contemporaine geschiedenis. Een feodale maatschappij zoals Spanje was, wordt hardhandig geconfronteerd met de internationale stromingen zoals het communisme en het fascisme. De Spaanse burgeroorlog als een bloedige voorloper van de Tweede Wereldoorlog die nog moest gaan komen.

Persoonlijke intriges, tegen de achtergrond van het Madrid dat steeds armoediger wordt en zich de repressie van de dictatuur van Franco moet laten welgevallen en vooral ook tegen de achtergrond van het diplomatieke en politieke krachtenveld in Europa aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, is de leefwereld van de onervaren Engelse spion Harry. Een ongemeen spannend boek voor de klassieke thrillerliefhebber, maar ook voor de lezer die inzicht wil verkrijgen van een stukje Europese moderne geschiedenis. Maar bovenal is het een boek over ethiek en het passeren van de grenzen van menselijke waarden en normen. Een boek voor iedere Europeaan, maar vooral ook voor de Spanjaarden. Want in Spanje begint de tijd een beetje rijp te worden om met reflectie terug te kijken naar hun eigen geschiedenis.

 Winter in Madrid
C.J. Sansom
In het Nederlands vertaald door Ineke van Bronswijk (2007)
Oorspronkelijke uitgave in 2006

MIJN KLEINE WAANZIN/Jan Brokken

Er zijn boeken en schrijvers die je gelezen moet hebben, gewoon omdat het van je verwacht wordt. Boeken die ‘hot’ zijn en de waan van de dag vertolken, boeken die met een goede marketing strategie gelanceerd zijn en natuurlijk boeken die vijftig jaar geleden al tot de klassiekers behoorden en dat naar allerwaarschijnlijkheid over vijftig jaar nog steeds zullen zijn. De tijd zal het leren. En bij elk boek dat uitgelezen wordt kun je je de vraag stellen, waarom vind ik dit boek nu leuk, aangrijpend, amusant en/ of leerzaam. Dit is een poging om het boek van Jan Brokken onbezoldigd aan de man te brengen, gewoon omdat het een goed boek is.

Ergens halverwege de autobiografische roman van Jan Brokken’s Mijn kleine Waanzin schrijft hij:
‘…… , maar ik moest mijn ouders en mijn broers nageven dat het Oosten echte verhalen opleverde, huiveringwekkende, onheilspellende. Of misschien vond ik ze vooral zo meeslepend omdat ze me deelgenoot maakten van het Indische leven dat ik door de vaart van de geschiedenis net niet had mee kunnen maken. Thuis bleef ik een buitenstaander, de jongen van na de oorlog, van buiten de tropen,……’

Met deze passage is de kern van de roman beschreven. De kern is de privé-situatie van de ik-figuur, afgezet tegen de maatschappelijke context die met de geboorte van de ik-figuur, in 1949 start. Een nakomertje in een domineesgezin dat noodgedwongen moest terugkeren naar Nederland na de ontberingen in de Jappenkampen en de daaropvolgende vrijheidsstrijd van de Indonesiërs. Alle vier de gezinsleden hebben hun eigen trauma’s en gedragingen naar elkaar die te herleiden zijn als reacties op het leed dat ze hebben gezien, gevoeld en ervaren. Ondanks de verschillen, hebben ze ook alle vier in de optiek van de ik-figuur in ieder geval een overeenkomst, namelijk dat het nakomertje anders is dan zij. Anders zijn is in dit geval niet gepokt en gemazeld door de ontberingen, kortom niet ingewijd in het Indische leven met zijn goede, maar vooral ook negatieve aspecten. De onderlinge wedijver in het gezin tussen de oudere broers en hun verhouding naar hun ouders, wordt goed beschreven, maar vooral ook de reactie van het jongste gezinslid om zich hierin staande te houden en een weg te vinden. De vader speelt in het socialisatieproces een belangrijke rol met name omdat hij de meest heftige reacties vertoont en regelmatig van de wereld is door overmatig alcohol- en pillengebruik.

Maar niet alleen de interne gezinsgeschiedenis is belangrijk in het werk van Jan Brokken. Het boek wordt compleet als daarbij ook de sociale context wordt betrokken. In eerste instantie vooral de christelijke omgeving in Rhoon waar vader een vaste standplaats krijgt als dominee. Een prachtig inkijkje wordt de lezer gegund in de naoorlogse strijd tussen de verschillende kerkgenootschappen ten zuiden van Rotterdam, maar ook de knellende band die het lidmaatschap van de kerk met zich meebrengt. Naast het dorpse leven in Rhoon, komt bij de verdere ontwikkeling van de hoofdpersoon, in toenemende mate ook andere historische perspectieven aan de orde die passen bij de ontwikkeling van de hoofdpersoon. De middelbare school, de puberteit, vriendschappen en verliefdheden worden functioneel, maar boeiend beschreven, passend in het tijdsbestek van de jaren zestig. Historische gebeurtenissen en de opkomst van de jeugdcultuur, ook in Rhoon en omgeving, komen in het boek ruimschoots aan de orde. Juist het inhaken van macrogebeurtenissen in het individuele verhaal geven kleur aan het werk van Brokken. De kijker krijgt daarbij een stukje mentaliteitsontwikkeling van een halve eeuw Nederland mee aan de hand van een stukje familiegeschiedenis. Even komt de vergelijking met het boek, ‘De eeuw van mijn vader’ van Geert Mak bij me op wiens werk de vorm heeft van een documentaire waarbij hij zijn familiegeschiedenis afzet tegen lokale, landelijke en mondiale ontwikkelingen. In het boek van Brokken is naast de tijdsspanne, die slechts een halve eeuw beslaat, vooral de ontwikkeling van de hoofdpersoon heel belangrijk en daarmee is het beslist een volwaardige roman. Een zeer goede roman zelfs.

Als rode draad in het verhaal is de huidziekte van de hoofdpersoon, die zich openbaart als hij zich bewust wordt van zijn bijzondere positie in het gezin. De ziekte wordt uiteindelijk overwonnen als de ik-figuur daadwerkelijk het land van zijn ouders en broers bezoekt en daarmee de mogelijkheid grijpt om voor zichzelf de balans op te maken van zijn socialisatieproces in het domineesgezin met vooral een getraumatiseerde vader.

Een aanrader dus voor een ieder die houdt van een vlot geschreven roman waarbij de micro en macrogebeurtenissen op een prettige en logische manier in elkaar overlopen en elkaar beïnvloeden, en daarmee een verklaring geven van iemands persoonlijke wordingsgeschiedenis.

Mijn kleine Waanzin
Jan Brokken 2004
ISBN 90-450-0679-0