Bornwater’s Brillemans: De kruisiging van Christus 1554, Jacob Gerritsz. Bornwater

De Kruisiging van Christus, 1554 door Jacob Gerritsz. Bornwater, Dordrechts Museum

Jacob Gerritsz. Bornwater, wie kent hem niet? Ik wel vanaf zaterdag 7 maart 2026. Al weet ik nog niet zoveel, maar daar ga ik de komende tijd verandering in brengen.

We hadden gehoord dat Dordrecht een hele mooi stad is. Wat we niet wisten is dat de oudste stad van Holland een verborgen parel bleek. Met relatief weinig toeristen, de afwezigheid van Nutellawinkels en vrijgezellenfeesten, hebben we genoten van de historische entourage. Een van de doelen was het Dordrechts Museum. Dit stond al een tijd op ons wensenlijst, maar de expositie van William Turner bracht het in een stroomversnelling. Een goed gevuld weekend dus, mooi weer en als toetje op de maandag nog een wandeling door de Dordtse Biesbosch. Ik zal eens kijken of deze inleiding de VVV in Dordrecht wat waard is.

Naast de mooie expositie van de werken van William Turner, zijn tijdgenoten en inspiratiebronnen, wilden we uiteraard ook de vaste collectie bezichtigen. In de eerste zaal kwamen we een 16e -eeuws schilderij tegen van de vermoedelijk Dordtse schilder Jacob Gerritsz. Bornwater. Het heet de kruisiging van Christus uit 1554. Een weinig verrassend onderwerp uit die tijd. Ik las het bijschrift: “Het lijden van Christus, letterlijk, een lijdensweg. Als in een stripverhaal gaf Bornwater het weer, van begin tot eind. Met veel gevoel voor drama.”  

De eerlijkheid biedt mij te zeggen dat ik niet meteen aansla op kerkelijke kunst. Ik weet inmiddels voldoende van de kunstgeschiedenis dat de functie van schilderijen en beelden voor de middeleeuwers heel belangrijk waren. Dit was een periode waarin de ongeletterdheid nog sterk aanwezig was en alle middelen gebruikt werden om het geloof inzichtelijk te maken. 1554 was al iets later, de Reformatie had zich al in al haar glorie vertoont in ons land met alle gevolgen van dien voor de mensheid en de kunst.

Ik sloeg vooral aan op het woord stripverhaal en wilde de kruiswegstaties eens goed bekijken. Ik ging ervan uit dat ik die aan zou treffen. Met mijn neus op het doek bekeek ik het werk van Bornwater. Mijn blik trof meteen een van de figuranten. Een mannetje met bril, direct achter de paarden. Zit hij ook op een paard, of staat hij erachter geschilderd zonder acht te slaan op de perspectiefregels. De mannen zijn in oosterse kledij getooid. Het mannetje waarop ik aansla, heeft een bril op. Een bril? Ik vraag aan mijn partner, bestonden er toen al brillen? Zij bevestigt het na snel op haar mobiel te hebben gekeken, vanaf de eind 13e eeuw een uitvinding uit Noord-Italië.

Maar waarom afgebeeld op een schilderij dat zich zo’n 1500 jaar eerder heeft afgespeeld? Wie is die man, waarom had hij een bril op en wat was er zo belangrijk aan die man om hem met bril op te tekenen. Daar moet ik meer van weten, dus thuis maar een beetje googelen.

Eenmaal thuis was er even de angst dat ik bij het openbaar maken van het brilletje beticht zou worden van vernieling. Het brilletje lijkt er min of meer op gekladderd met balpen. Op internet zag ik gelukkig ook hetzelfde stripbrilletje getekend, dus het bijschrift had niets te veel gezegd. Nu een potentiële verdenking niet op mij zou vallen, ga ik verder met mijn zoektocht. Allereerst naar de schilder, Jacob Gerritsz. Bornwater.

Ik weet dat ik een luie onderzoeker ben en als ik niet meteen op een duidelijke wikipagina kom, ga ik er van uit dat er niet zoveel is. Er was geen wikipagina en er waren maar heel weinig bronnen over Bornwater te vinden. Wel kwam dit schilderij steeds naar boven. Er waren bronnen die zeiden dat dit het enige stuk van de schilder is, maar anderen meldden ‘St. Jerome in his study’, ook uit die tijd. De kruisiging, of inmiddels ònze kruisiging, was een onderdeel van een altaarstuk in het Augustijnerklooster in Dordrecht.

Voorlopige conclusie, Jacob Gerritsz. Bornwater komt uit Dordrecht of heeft er langere tijd gewerkt. Zijn kunstzinnige nalatenschap is beperkt en zijn vader heette waarschijnlijk Gerrit. De essentie van mijn zoektocht is echter niet de schilder, maar het brilletje en de vragen van het hoe en waarom van het brilletje van het mannetje bij de paarden. Het mooie van kijken naar kunst en haar geschiedenis is, dat het mij in dit geval brengt naar de oorsprong van de bril! Mijn eega had gelijk, er wordt vanuit gegaan dat rond 1280 de bril in Italië is uitgevonden. Dit is de zogenaamde nietbril, waarbij twee geslepen glazen gebruikt werden voor verziendheid. In de klassieke oudheid was er al veel kennis van de optometrie, maar van een bril was nog geen sprake. Ook is de uitvinding wel aan China toegeschreven. Daar was de kennis rondom glas, glasslijpen en optometrie op een hoogstaand niveau, maar de Chinese bril is waarschijnlijk vanuit Europa gekomen. In ‘In de Naam van de Roos’ (film naar het boek van Umberto Eco) droeg Sean Connery een nietbril!

Conclusie, historisch kan het brilletje geschilderd zijn door Jacob Gerritsz. Bornwater. De vraag blijft, waarom op dit schilderij. Wie was deze brillemans. Was het een grap van de schilder, immers een soort van stiptekenaar, was het mogelijk een bekende van hem of is er tussen 1554 en heden toch een onverlaat geweest die deze vernieling heeft aangebracht?

Wie iets meer weet mag het melden. Ik ga de vragen ook stellen aan het Museum Dordrecht en de ondersteuners bij de aankoop van dit werk, de Vereniging Rembrandt. Wordt vervolgd, alsof het een striptekening is.

Dit blog is een onderdeel van VinDoré, Kunst beleven we samen. Interesse in de nieuwsbrief VinDoré of meer weten over VinDoré, laat het ons weten via vindore2026@gmail.com. De eerste nieuwsbrief verscheen op 31 januari 2026.

Meer weten over de geschiedenis van de bril, een zeer lezenswaardig blog, volg de link:

LEKKER WEG IN EIGEN LAND

Op afstand ben je dan bezig met het plannen van je reis naar Thailand. De vlucht is geboekt, maar nu de rest. Hoe gaan we reizen, welke steden gaan bezoeken. Kun je komen van A naar Beter en zo ja, is dat een beetje te doen. Met al die exotische namen is de vakantie al een beetje begonnen. En dan besef ik ineens dat ik nog nooit in Volendam ben geweest. Ik kan mijn bek breken over Ayutthaya, Chiang Mai of Kanchanaburi, maar Volendam, waar hele hordes toeristen voor naar Nederland komen, ken ik niet. Ik moest me tot dusver behelpen met de palingsound van Nick & Simon, Jan Smit en de 3J’s. Als je die samen hoort dan is er ook sprake van bekbrekende toeren, want hoe genetisch de Volendamse bevolking ook behept is met gouden keeltjes, ergens moet dat rechtgetrokken worden. Ze hebben allemaal een spraakgebrek.

Zijn er nog meer zaken die ik wil zien in Nederland? De meeste grote steden ben ik geweest en die steden die nog bezocht zouden kunnen worden, zijn vooralsnog niet uitnodigend. Delfzijl? Tilburg? Kerkrade, Geleen of Heerlen? Heerhugowaard? Geef mijn portie maar aan Fikkie. Maar er zijn naast Volendam vast zaken die mijn aandacht vereisen. Dat hoeft niet dit jaar, maar ooit, al weiger ik het een bucketlist te noemen, want dat woord haat ik. Bovendien ik kan er wel mee leven om nog nooit in Volendam te zijn geweest, maar een beetje nieuwsgierig ben ik wel. Even nadenkend kan ik het lijstje verder uitbereiden met andere bezienswaardigheden.

Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik ook nog nooit in de Keukenhof ben geweest, zelfs twijfel ik of ik wel echte tulpenvelden heb gezien. Misschien ooit vanuit het vliegtuig op weg naar een oord ver weg.
Wat me verder interessant lijkt om eens in Amsterdam Noord een kijkje te nemen. Mijn bezoeken aan Amsterdam per trein kenmerken zich door uit te stappen op het Centraal Station en na een heleboel puinhoop en bouwsels kom je een keer bij de grachten. Misschien is het inmiddels beter, maar zo vaak hoef ik niet in de hoofdstad te zijn. Maar de nieuwe architectuur en bouw van Amsterdam Noord wil ik wel eens zien, kan ik meteen Pampus bekijken, want nog nooit gezien.
Over architetuur gesproken, de gemiddelde Vinex-wijk interesseert me niet, Leidsche Rijn kan met gestolen worden, of Almere als een grote Vinex-stad van Amsterdam, maar wel ben ik benieuwd naar Kattenbroek in Amersfoort. Heb er veel over gehoord en het zou in de jaren 90 van de vorige eeuw baanbrekend zijn geweest. Ik ben benieuwd of ik dat ook zo ervaar, of dat er alle tientallen nieuwboekwijken lijken op deze wijk.

 

Nu heb ik als Feyenoorder meer met Rotterdam dan met Amsterdam, en als de drukte rondom de enerverende nieuw Markthal een beetje minder is, zal ik het zeker bezoeken. Maar de Euromast was zo’n weetje van de lagere school die onlosmakelijk verbonden is met de havenstad. Ik moet er maar eens naar toe. Net zoals het waddeneiland Schiermonnikoog, al is het alleen maar omdat je er niet met de auto mag komen. Dat lijkt me ook wel een aparte gewaarwording. De mij bekende waddeneilanden zijn sowieso de moeite waard is mijn ervaring, dus een keer naar Schiermonnikoog daar kan ik me geen buil aan vallen.
Op natuurhistorische gebied heeft Nederland niet zo heel veel te bieden, dus alle groepjes bomen die ze bos noemen, bekoren mij niet in het bijzonder, hoewel als je er loopt is het er vast heel aangenaam. Maar de Biesbosch, ik ben er nooit geweest. Als kind leerde ik over de St. Elizabeth-vloed in 1421. Een feitje dat ik nooit vergeten ben, maar het heeft nog niet geleid tot een bezoek aan de gevolgen van deze watersnood, de Biesbosch.
Naast ergens naar toe gaan zijn er nog een aantal zaken, die voor mij interessant zouden kunnen zijn of waarom buitenlanders naar Nederland toekomen. Een ervan is natuurlijk het Venetië van het Noorden, Giethoorn. Ik ben er regelmatig geweest, heb er zelfs in de jaren tachtig geschaatst. De omgeving is prachtig op de ijzers en Giethoorn is zoals ze dat plachten te zeggen, pittoresk. Maar ik ben vooral nieuwsgierig naar een ander fenomeen. Het schijnt een hotspot te zijn voor Chinezen, die er dan ook in grote getalen komen. Dat fenomeen zou ik wel eens willen observeren, hoe Giethoorn verwordt tot een soort China Town.
Verder, hoewel ik het tegenwoordig buitenlanders niet aanraad om per openbaar vervoer te reizen, wil ik nog wel eens van het noordoosten (Roodeschool) naar het zuidwesten en dan kom je uit bij Vlissingen. Alleen al om het gevoel te ervaren dat Nederland best wel groot is en dat reizen per trein een beleving is. Deze reis doet er ongeveer 5,5 uur over. Die andere van het noordwesten (Den Helder) naar het uiterste zuidoosten (Kerkrade) duurt slechts 4,5 uur. Met de NS dus een totaal beleving van Nederland.

Waar de meeste buitenlanders voor naar Nederland komen, heeft natuurlijk te maken met de (soft)drugs. Zelf heb ik nimmer wiet gekocht, laat staan gerookt in een heuse coffeeshop. (Voor het geval ik later minister-president zal worden en mijn verleden wordt doorgezaagd, ik heb wel eens softdrugs gebruikt en ook nog geïnhaleerd. Ik vond er gewoon niks aan, maar een keer relaxt doen in een coffeeshop zal ik nog wel eens willen, ooit. Als laatste en dat is misschien het wel meest kenmerkende van Nederland, maar er zal geen toerist ervoor naar toekomen, is ons calvinistische grondslag. Een sfeer kun je niet bezichtigen, maar slechts voelen, als je er tenminste vatbaar voor bent. Dus een bezoek aan een langdurige zware kerkdienst op zondag in Staphorst lijkt me ook een hele beleving.

 

Er is nog veel te doen en ik kan nog lekker weg in Nederland, echter voorlopig richt ik me maar op Thailand, al houd ik me aanbevolen om bovenstaande lijst nog uit te bereiden, graag hoor ik meer opties van lekker weg in Nederland.