Begrip, van de dag (103) Bakfiets

 

 

BAKFIETS

 

Taalverrijking is een mooi ding en daar wil ik het vandaag over hebben en dan wel van een heel lokale soort. In ons gezin heeft bakfiets een tweede betekenis gekregen, we hebben als het ware een homoniem gecreëerd. Een bakfiets is natuurlijk het vervoermiddel van de kleine middenstand in het begin van de twintigste eeuw tot zelfs ver in de jaren vijftig. Het Gooi heeft het begrip bakfiets een nieuwe lading gegeven, maar het blijft een bakfiets. Er worden geen broden of lompen meer in vervoerd, maar verwende kindjes in merkkleding door hele hippe moeders. De nieuwe lading maakt het nog geen homoniem.

Zo’n vijf jaar terug zat ik aan tafel te oreren en liet daarbij het woord bakvis vallen. Mijn jongste zoon begreep het niet en ik legde uit dat een bakvis van oorsprong een klein visje was, te klein om te koken maar het was zonde om het weer overboord te gooien, er zo net tussen in. Later sloeg dat er net tussen in op meisjes die geen kinderen meer waren, maar zeker nog niet volwassen. Ze denken daar zelf anders over. Dus pubers, met onvolwassen streken, geen verantwoordelijkheidsgevoel, onzeker tot op het bot met een arrogantie alsof het echte jongedames zijn. Mijn zoon leek het begrepen te hebben. ,, Ik ben dus ook een soort bakfiets, alleen dan een jongen? Hij had het woord bakvis niet goed verstaan en sindsdien noemen we een mannelijke bakvis een bakfiets. En als hij zich bakfietserig gedroeg wees ik hem op zijn bakfietsengedrag tot op de dag van vandaag.

Ik moest er vandaag aan denken in verband met de commotie rondom D66 Kamerlid Wassali Hatchchi. Haar optreden heeft iets springerigs, is ietwat onvolwassen en ze lijkt de gevolgen van haar daden niet echt te overzien. Kortom een bakvissenstreek op basis van de droge feiten. Er gaan geruchten over de strenge discipline onder de leider Alexander Pechtold. Ook zou er sprake zijn van een heimelijke affaire waardoor ze op de vlucht is. Dit is een dubieus gerucht natuurlijk, maar als het waar is dan kun je stellen dat haar vluchtige bakvissenoptreden veroorzaakt is door mogelijk hengstig bakfietsengedrag in een volledig volwassen omgeving van de Haagse Politiek. Ik denk dat bakfiets nog wel eens een landelijk erkend homoniem zal worden.

Zomerschoenen

Licht gebogen kijkt de man naar beneden en vraagt zich vertwijfeld af:

– ,,Zijn ze nu rood, of toch rosse?”

Twintig minuten ervoor was hij in de hem vertrouwde winkel binnengelopen. De man moest een nieuw paar hebben. Zijn vrouw had hem op het hart gedrukt rekening te houden met de zomervakantie. Ze bedoelde dat de nieuwe schoenen ook onder een korte broek moesten passen. Logisch, ook hij vindt het onesthetisch dat de wereldgemeenschap getuige moet zijn van blote benen in degelijke mannenschoenen. Gemakshalve gaat de man er vanuit dat zijn harige benen wel toonbaar zijn. Trouwens, een overbodig verzoek van zijn vrouw, in jaren heeft hij geen degelijke zwarte of bruine stappers gekocht.

– ,,Typische vrouwelijke controlezucht.”

Zijn aankoop van nieuwe schoenen is een welbeproefd procedé. Hij stapt de winkel binnen en gaat naar het rek met maat 45. Op het eerste oog pakt hij een paar geschikte, niet te dure schoenen. Binnen tien minuten staat hij weer buiten met de nieuwe schoenen aan. Hij heeft hiervoor geen vrouw nodig. Altijd zijn het sportieve schoenen, soms blauw, een andere keer met een eigenwijs streepje of een nutteloos versiersel. De laatste keer had hij felrode schoenen gekocht. Een fijn stel en de man mocht diverse complimenten in ontvangst nemen, sommige gemeend, andere met een spottende ondertoon. Het kan hem weinig schelen. Hij is niet modebewust, integendeel. Zelf oordeelt hij over zijn verschijning als weinig opvallend, gewoon een veertiger met overgewicht, meestal met een spijkerbroek en een overhemd, uiteraard door zijn vrouw gekocht via internet. Hij heeft een hekel aan kledingzaken, maar snel even een schoenenwinkel binnenlopen is geen probleem. Bovendien voedt zo’n blitzbezoek zijn afkeer voor de nette schoen van de zakenman of de onopvallende bruine gevallen die ambtenaren vaak dragen. Het allerergste zijn de ‘ballenschoenen’.

– ,,Later als ik groot ben, zoek ik wel uit waar die afkeer vandaan komt.”

Op dit moment heeft de man een ander probleem. In de winkel was hij overtuigd rode schoenen te hebben aangeschaft. Na de goede ervaringen met de vorige, kocht hij wederom rode schoenen, nu geen suède, maar canvas, voor de zomer. Hij was gevallen voor de rode zool. Op de terugweg naar zijn werk, hij had immers de lunchpauze gebruikt voor dit onbeduidende, maar noodzakelijke karweitje, viel het hem op dat mensen naar hem keken. In het volle zonlicht observeerde hij zijn zomerschoenen nog eens goed.

– ,,Ze lijken wel rosse.”

Twee middelbare dames onderbreken hun geanimeerde gesprek en houden de pas even in.

– ,,Mooie schoenen, mijnheer.”

– ,,Euhh, dank u dames.”

Hij tovert een opgeluchte glimlach op zijn gezicht en besluit dat de schoenen rood zijn, ondanks een passerend groepje bakvissen dat besmuikt giechelt terwijl ze naar hem kijken. Zijn lichtvoetige tred wordt zelfs even zwevend als een mooie mediterrane dame van helft zijn leeftijd een volle lach naar hem toezendt.

– ,,Dit zijn sjansschoenen, rode sjansschoenen,” besluit de man.

Ook als twee gesoigneerde heren hem vriendelijk toeknikken, blijft hij bij zijn beslissing dat het rode sjansschoenen zijn. De collega’s vragen zich af waar zijn goede stemming vandaan komt, maar als ze zijn schoenen zien, weten ze genoeg. ’s Avonds krijgen de zomerschoenen de goedkeuring van zijn vrouw. Ze moest eens weten wat de schoenen teweegbrengen. De man houdt wijselijk zijn mond. Zijn zoon, meestal paraat met een snijdende opmerking over zijn nieuwste aanwinsten, zwijgt gelukkig.

20131102_134027

Enkele dagen later is er een schoolfeest. Zijn zoon wacht het moment af waarop zijn moeder weg is en vraagt tussen de bedrijven door:

– ,,Pap, mag ik je nieuwe schoenen lenen. Ze zijn ontzettend hip.”

Zorgvuldig heeft hij het moment afgewacht en de woorden gewogen. In zijn beleving is het woord hip dat het beste past bij zijn vader. Zijn moeder is er niet om er een stokje voor te steken en met het opzichtige gevlei over de schoenen, is hij zeker van zijn zaak.

– ,,Wees er zuinig op, ze moeten mee voor op vakantie.”

’s Avonds ziet de man zijn rode schoenen weggaan. De drager van zijn sjansschoenen loopt met gepaste trots de deur uit.

– ,,Ik zie je morgenvroeg wel, je hoeft niet op me te wachten vannacht.”

Dat was de man ook niet van plan, hij wenst zijn zoon een fijn feest toe en pesterig zegt hij nog:

– ,,Morgenvroeg? Morgenvroeg zal wel in de middag worden, want de uitdrukking ‘s Avonds de kerel, ‘Morgens de kerel! ken je zeker niet?”

Zijn zoon reageert niet.

De volgende ochtend wordt de man gewekt door galmend gezang van zijn zoon die onder de douche staat. Bij het ontbijt kijkt hij zijn vader triomfantelijk aan met een blik die zegt ‘Hier staat de kerel!’. Tijdens de ochtendkoffie en de broodjes, kondigt het ochtendzonnetje aan dat hij een afspraak heeft om te gaan fietsen die middag. De man en zijn vrouw kijken elkaar zo verbaasd aan dat zoonlief begrijpt dat dit enige toelichting vereist.

– ,,Ik ga fietsen met Sarah, van school, je weet wel.”- ,,Oh, Sarah van school……?”

De man kent geen Sarah van school. Hij gaat ervan uit dat zijn vrouw meer weet. De sportieve instelling van zijn zoon daarentegen bevreemdt hem des temeer. Maar het vraagstuk is snel opgelost als andermaal gevraagd wordt zijn rode zomerschoenen beschikbaar te stellen. Voor zijn vrouw kan reageren, werpt hij haar een strenge blik toe en zegt tegen zijn zoon dat het goed is. De man beseft dat hij geen prille liefde in de weg mag staan, zeker niet die van zijn zoon met ‘Sarah van school’. Zijn vrouw weet hij te overtuigen dat de blauwe schoenen van vorig jaar nog wel kunnen en dat hun zoon voorzichtig is met zijn nieuwste aanwinst. Ondertussen heeft hij zich verzoend dat hij zijn zomerschoenen voorlopig niet zal dragen. Zoiets voelen vaders aan, zeker bij zoons met rode schoenen

– ,,Komt Sarah ook hier?” vraagt zijn vrouw nieuwsgierig.

– ,,Nee, want jullie doen dan altijd zo stom.’

Het gezicht van zijn zoon kleurt bijna net zo rood als de schoenen, maar de beslissing zijn ouders niet voor te stellen aan ‘Sarah van school’ is definitief.

20131102_133850

Die zomer gaan de rode zomerschoenen gewoon mee op vakantie al zitten ze niet aan de voeten van de man. Lopend door de straten van het Portugese vakantieplaatsje ziet hij zijn zoon op de rode schoenen lopen, een aantal meters achter hen aan. De arme jongen probeert zijn gevoel ergens anders te willen zijn, te onderdrukken. Hij fleurt helemaal op als ‘Sarah van school’ weer apt of sms’t. Hij kan niet wachten totdat hij met de rode schoenen weer fietstochtjes kan maken.

De man moet eerlijk toegeven, de schoenen zien er nog heel netjes uit, amper bezoedeld ondanks de vele fietstochtjes.

Inmiddels heeft de man nieuwe schoenen, voor de winter. Een soort bergschoenen, blauw met een geel stiksel. Zijn rode schoenen zijn naar school en op het eind van de week gaan ze op kamp. Ter kennismaking wordt het schooljaar opgeleukt met een survivalweekend in de Ardennen.

Overbodig verzoekt de man voorzichtig te zijn met ‘zijn’ rode schoenen als hij zijn zoon wegbrengt voor het weekend. In de verte vangt de man een blik op van ‘Sarah van school’ hoewel ze nog steeds geen kennis hebben gemaakt. Per ongeluk had hij zijn rode schoenen die zomer een keer zien fietsen. Achterop de fiets zat een beeldschoon meisje met opvallend lang kastanjebruin haar. Ze viel op, ook in de grote massa. Tevreden kijkt hij naar het stoere gezicht van zijn zoon en dan naar de rode zomerschoenen. Ze passen hem ook beter.

– ,,Ik zie je over een paar dagen, dan haal ik je op.”

20131102_134113

Op zondagavond staat hij bij school, onopvallend zoals zijn zoon dat wenst. Als de bus arriveert, stappen jongens en meisjes uit de bus. Ze overschreeuwen hun vermoeidheid om te tonen hoe leuk het is geweest. Zijn zoon is aan het dollen met andere jongens, terwijl ze hun bagage uit de bus pakken. Geen Sarah van school te zien in de buurt van zijn zoon.

Terwijl de man helpt de rugzak in de kofferbak te doen, kan hij zich niet inhouden.

– ”Waar is Sarah?’

Hij stelt de vraag zachtjes om zijn zoon niet voor gek te zetten. Die kijkt hem even gepijnigd aan, heel even maar.

,,Sarah wie? Ik ken helemaal geen Sarah.”

Hij neemt luidruchtig afscheid van zijn vrienden voordat hij de auto instapt. Op dat moment kan hij toegeven aan zijn vermoeidheid en zwijgt de rit naar huis, een zeer begrijpelijk zwijgen. De man stelt dan ook geen vragen. Even voor ze thuis zijn zegt de zoon:

– ,,Sorry pa, maar je schoenen waren de eerste dag al helemaal nat en onder de modder. Ik had bovendien nieuwe blauwe sokken aan en die hebben afgegeven. Ik heb de schoenen maar achtergelaten. Je kon ze niet meer aandoen. Sorry.”

Even is de man stil, heel even maar en zegt dan:

,,Jammer, maar als het op is, dan is het op. Trouwens de zomer is toch ten einde.”

Pax feminien, een lachertje natuurlijk

Dat mannen ‘mannetjes’ zijn,  is genoegzaam bekend. En door de opeenvolgende feministische golven zijn we ook gaan geloven dat al het wereldleed ongeveer veroorzaakt wordt door testosteron. Misschien is het waar, misschien ook niet. Is de wereldvrede daadwerkelijk gewaarborgd als vrouwen de macht hebben? Zullen we gelukkiger worden met een groot mondiaal matriarchaat? Ik waag het te betwijfelen. Mogelijk zal de wereld er ook niet slechter uitzien met vrouwenpower, al weet ik dat niet zeker.

Ooit in een ver verleden heb ik een jaar in een klas met overwegend meisjes gezeten. Ik kijk niet terug op een spectaculair jaar, ik wist niet waar het probleem lag toentertijd. Nu weet ik het, te veel aan vrouwen, bakvissen toen nog. De verschillende werkervaringen hebben mij geleerd dat de verfijning van elkaar afmaken bij vrouwen verder is geëvalueerd. Goed, openlijke machtsstrijd en borstgeroffel tussen mannen heb ik ook gezien. Maar nu ik richting de vijftig loop, herken ik pas de destructieve kracht van vrouwen in groepen. Lang heb ik geloofd in onderlinge vrouwensolidariteit, heimelijk was ik er wel jaloers op. Nu weet ik beter, die solidariteit bestaat tot aan de drempel van de deur. Zijn vrouwen eenmaal uit elkaars aura verdwenen, spelen vaak hele andere krachten. Roddel en achterklap zijn mijns inziens uitgevonden door vrouwen. Zijdelings maak ik het middelbare schoolgebeuren van mijn kinderen mee. Bij de oudste werd enige jaren geleden de klasdynamiek door het onderwijzend personeel beschreven als ‘de macht van de bijenkoninginnen’ die hun giftige uitwerking had op het hele groepsgebeuren met geknakte schoolcarrières aan toe. We zullen nooit weten hoe slachtoffers van deze kleine loeders zich later zullen ontwikkelen met persoonlijkheidsproblematiek. Mijn jongste zoon lijkt nu al de wijsheid te hebben die zijn vader in de midlifecrisis heeft verkregen. Op de spaarzame momenten van mededeelzaamheid geeft hij te kennen dat hij het gezellig heeft op school. Hij kan goed opschieten met zijn klasgenoten en ‘als die wijven weer onderling mot hebben, trekken we ons gewoon terug met de jongens’. Er zijn veel momenten dat ze zich terugtrekken heb ik begrepen. Hij zit er niet mee, voor hem is het een levensgegeven zoals gras groen is.

En dan het gevecht tegen het ideale vrouwbeeld. Natuurlijk wordt dat uitgebuit door ook veel mannelijke kapitalisten. Echter ik durf de stelling te verdedigen dat zij slechts misbruik maken van de onderlinge wedijver van vrouwen om maatje anorexia als hun ideaal te zien. En die dikke tieten zou het summum voor mannen zijn? Ik moet het eerste onderzoek nog zien dat beweert dat vrouwen met dikke tieten beter in de huwelijksmarkt ligt.

Misschien is de zogenaamde vrouwensolidariteit wel de grootste vijand van de vrouw zelf. Die zogenaamde hartsvriendinnelijkheid, waarbij alle intieme zaken worden gedeeld en ieder beddetail wordt besproken en gewogen. Alle gevoelens op ongeacht welk tijdstip zijn gemeengoed in de vriendinnengroep en als er geen wezenlijke zaken zijn, worden er wel issues gemaakt. Van niets wordt iets gemaakt en binnen no time is het een sociaal probleem. Heel vaak is de partner of vriend dan de oorzaak, of de man in het algemeen. Echter die zogenaamde solidariteit onderling komt vroeg of laat heel hard terug bij de deelneemsters. Het lijkt wel hoe groter de onderlinge verbondenheid des te groter is het geheugen. Op de meest onverwachte momenten worden persoonlijke ontboezemingen dan prijs gegeven aan de openbaarheid via de sociale media, op school of op het werk. Er is dan geen weg meer terug, het gif is gezaaid en de groepsdynamiek naar de kloten. Vrouwelijke oplossingen als praatsessies ten spijt, het mag niet meer baten.

Met deze gedachte ging ik het weekend in. Het laatste uur van de vrijdag was dit het gespreksonderwerp bij het afsluiten van de computers en de laatste sigaret. We, een mannelijke en een vrouwelijke collega, waren het hartgrondig met elkaar eens. Pax feminien bestaat echt niet. In de herfstzon liep ik naar het station. De trein stond er al en ik kon in mijn eentje zitten in een coupé. Na vijf minuten werd mijn zelfverkozen eenzaamheid in de trein verstoord door een ijskoningin van pakweg 17 jaar die met een trolleykoffer zich zelf ongenaakbaar nestelde schuin tegenover mij. Ze was slank en blond, niet bijzonder mooi, maar ze had wel oneindige lang benen. Haar door de make-up sprekende blauwe ogen gunde mij geen blik waardig en daar heb ik alle begrip voor. Ik mijmerde verder door te kijken naar de roltrap die vanuit de stationshal steeds weer nieuwe mensen op het perron uitspuugde. Een vermakelijk tijdverdrijf nu ik mijn mobieltje vergeten was. Opeens werd de ledigheid wreed verstoord. De blonde jonge dame begroette kirrend twee soortgenoten die ook de trein in stapte. Ze bleek te kunnen lachen en mijn vrees werd bewaarheid. Ik werd ingesloten door drie meisjes van net geen achttien, mogelijk waren ze nog jonger. Ik kon door de hoeveelheid plamuur niet een precieze leeftijdsinschatting maken.

  • ,,Hé EMO.” zij de blondine tegen het eerste meisje dat nu tegenover mij ging zitten.

  • ,,Ja, het is nog niet goed, ik heb het nog maar een keer uitgespoeld vanmorgen.”

  • ,,Beste mooi en nu gaat ze zich snijden.” flapte de dame die naast me ging zitten eruit.

    Ze had een beugel met plaatjes, maar lachte haar gebit zonder problemen bloot.

Uit de eerste hijgerige begroeting begreep ik dat de EMO die avond ervoor haar haren zwart had geverfd, maar ze beweerde dat het midden-bruin was. Ik zag het niet. Ze was zelf ook niet tevreden ondanks dat beide andere meisjes beweerden dat het heel mooi was. Van enige ongenaakbaarheid was niets meer te bespeuren. Bij mij als toehoorder kwam eerder het woord ongeremd naar boven, of zo u wilt onbeschaamd. Als veertiger bestond ik niet en ze leken niet te beseffen dat ze in de trein zaten en niet in de bescherming van een meisjeskamer. In eerste instantie werden alle ‘treiterpijlen’ van de dames op de emovriendin gericht. Zij wist echter van onderwerp te veranderen door te wijzen naar een man met een hoed die instapte. Hij bleek een verschijning te zijn die op hun lachspieren werkte. Ik durfde me niet om te draaien omdat daarmee de kans aanwezig was dat ik deelgenoot werd van hun publiekelijke hekserij. En de toorn van een vrouw mag dan spreekwoordelijk zijn,  dat valt nog in het niet bij het zenuwachtige openbare gegiechel en gejoel van een tros bakvissen. Met succes kon ik me anoniem houden. Nu kreeg het beugelbekkie ervan langs. Ze deed aanvankelijk niet mee met het gesprek.

  • ,,Heb je pijn aan je mond en tanden, je bent zo stil.”

Er zat weinig medeleven in de vraag, er kwam dan ook geen antwoord. Het kind naast me keek op dat moment niet gelukkig, maar dat werd ogenschijnlijk niet opgemerkt. Emo en Blondie babbelden verder over school en dan met name de aanwezige bewakers van die school. Ze werden ingedeeld in groepen of je er wel of niet mee naar bed zou willen. Ik was nog bezig om het woord bewakers te plaatsen in het schoolgebeuren, toen bleek dat ene Jesse de ‘Hunk’ tussen de bewakers rondliep.

  • ,,Maar toen ik begreep dat hij 26 jaar oud was, heb ik hem geblokt op mijn app.”

  • ..Logisch, weet je wat hij me laatst vroeg? Of ik model was!”

  • ,,Wie jij? Wat een rare vraag en wat zei je?”

  • Uh? Toen zei hij of je nu model bent of niet, voor mij ben je wel een model. Vieze ouwe man is het toch, niet?

  • ,,Weet je met wie ik aan het appen ben, drie maal raden?”

Beugelbekkie probeert ook weer mee te doen met de conversatie, ze krijgt geen gehoor bij Blondie en Emo.

  • ,,Ben blij dat het weekend is, ga vanavond uit. Hoop dat Ruud ook komt.”

  • ,,Ruud?”

  • ,,Ken je niet, was vorige week ook op dat feest, je weet wel…..!”

  • ,,Ben je mee naar bed geweest?”

Emo draaide met haar ogen. Als onzichtbare buitenstaander kon ik niet opmaken of dat een ja of een nee was. Emo herinnerde zich dat er nog een vraag in de coupé rondhing.

  • ,,Met wie ben je aan het appen?”

  • ,,Raad je nooit.’

  • ,,Kurt, André, Michiel, ”

  • ,,Felix, Robert, Mo?”

Beugelbekkie leek de aandacht prettig te vinden en liet de anderen verder raden, maar die hadden er geen zin en ratelden al weer over andere zaken. Ze smiespelden een beetje dus als onzichtbare man lukte het niet om er een touw aan vast te knopen. Beugelbekkie besloot het raadspelletje nieuw leven in te blazen.

  • ,,Het begint met de letter D.”

Vilein kijkt Blondie naar Beugelbekkie.

  • ,,Moeten we hem kennen?”

Emo deed er nog een schepje bovenop door te vragen of ze er mee naar bed is geweest op een manier zoals je zou vragen of hij bij je in de straat woont of in de klas zit. Zonder op antwoord te wachten somden Blondie en Emo een heel arsenaal aan jongensnamen met een D. Naast me voelde ik het zenuwachtig geschuifel van Beugelbekkie en gepikeerd riep ze.

  • ,,Ik ben geen afgelikte boterham, zeg.”

Blondie en Emo bevestigden noch ontkenden. De trein kwam tot stilstand en ik moest uitstappen.

Een gevaarlijk moment voor een onzichtbare veertiger die moet uitstappen uit de tot meisjeskamer vermomde treincoupé. Dit is het uitgesproken moment om heel stom te giechelen of iets heel onoorbaars over een vreemde te zeggen. En al weet je dat het puur uit onvermogen gezegd wordt, je kunt zomaar publiekelijk slachtoffer worden. Er gebeurde gelukkig niets. Beugelbekkie schoof op naar mijn plaats en ik hoorde nog net dat een niet aanwezige vriendin werd besproken. Een veilig onderwerp voor alle drie, de gelederen werden gesloten en de vrouwensolidariteit was weer hersteld voor dat moment. Onbetaalde rekeningen zullen later wel worden vereffend. Volgende week, over een maand of misschien wel over een jaar. Dat is zeker.

Kakelkrant van Sprakeloos 50: Onvolwassen gedrag rondom zeilmeisje Laura Dekker

Ik vind dat volwassen Nederland beroerd en onvolwassen omgaat met het zeilmeisje Laura Dekker. Om te beginnen haar ouders, want je bent niet goed in je plaat om de ambities de wereld rond te zeilen aan te jagen, te promoten en goed te keuren. Uitgaande dat Laura dit vanuit zichzelf zou willen, hetgeen ik ten zeerste betwijfel, dan stop je deze bakvissen prietpraat. Maar ik geloof niet in de authenticiteit van haar ambities.

De volgende groep onbenullen zijn de hulpverleners en justitie die dit goedgekeurd hebben. Ze mocht uiteindelijk gaan. Wat een bullshit, het kind hoort op school, zoals ieder ander kind. De leerplichtwet is er niet voor niets. Niet dat ik starheid in regels wil promoten, want ik weet dat er tienduizenden kinderen in Nederland zijn die geen volwaardig onderwijs genieten al zouden ze willen. Maar wie normaal naar school kan gaan, moet zich geen idioterie in het hoofd halen. Hoeveel jongens zouden zich niet willen verliezen in World of Warcraft, pokeren of noem maar op. Alles liever dan naar school. Hun ambities en dromen zijn niet minderwaardig ten opzichte van een zeiltochtje. Zij moeten ook gewoon naar school. Hulpverlening en rechterlijke macht hadden duidelijk moet zijn en blijven en zich niet door het hyperige gejoel van voor- en tegenstanders laten beïnvloeden. Slappe hap.

Maar het allerergste vind ik wel de berichtgeving vandaag over “het Guiness book of records”. De ouders hebben al onverantwoord gehandeld, de autoriteiten in Nederland zijn geen knip voor hun neus waard geweest en het zeilmeisje heeft haar jonge leventje in de waagschaal gelegd voor allerlei absurde ambities. En dan dit. Ze komt niet in het recordboek. Mogelijk was dat al bekend bij Laura Dekker en ik lees dat dit beleid al in 2009 is ingezet, maar het is in zicht van de haven wel zure informatie. Een kinderachtige steekspel met een kind van 16 als slachtoffer.

O ja, wat ook heel onvolwassen is, is het geouwehoer van een deel van twitterend Nederland die allerlei negatieve kwalificaties geeft aan de zeilende bakvis. Stoer hoor, kleine meisjes uitschelden. Ik zou ook niet meer in Nederland willen blijven.

Reddingsboei voor bakvissen

Ze zijn met zijn tweeën, maar vaak zijn zo ook alleen. Twee jonge vrouwen, meisjes nog eigenlijk, al zullen ze zichzelf zo niet afficheren. Geanimeerd spreken ze met elkaar. Voor de geïnteresseerde observant is de conversatie nauwelijks te volgen. De ene onderdrukte kreet volgt in een rap tempo de andere op.

– ‘Boring les vandaag!’

– ‘Nou zeg, Fokker in een pest humeur.’

– ‘Ga morgen naar Max.’

– ‘Vette tent, lekker dansen.’

In de hoedanigheid van anoniem voyeuristisch gehoor begrijp ik dan dat er geen vriendje in het spel is. Tenminste niet een jongen die Max heet.

– ‘Heb je dit al gehoord?’

Het trendy oordopje wordt van het ene meisjesoor naar de andere getransporteerd. De blonde kijkt verwachtingsvol naar haar vriendin. Als blijk van waardering begint zij onderkoeld maar duidelijk zichtbaar met haar heupen te draaien.’

– ‘Cool!’

– ‘Met wie ga je morgen?’

– ‘Weet nog niet, moet eerst nog nieuwe mascara.’

De donkere jonge vrouw, met opzicht gekleurde vlechten, zorgvuldig om haar hoofd gedrapeerd, duikt in haar tasje, het is amper voor te stellen dat hier ook schoolboeken in kunnen. Ze zullen wel geen huiswerk meer hebben.

Ze laat de blonde iets zien.

– ‘Dit is hele fijne.’

Als bewijs hiervoor kijkt ze haar vriendin met grote ogen aan.

Die knikt, terwijl ze haar hippe telefoontje met ongetwijfeld vele mogelijkheden, maar nu wordt het gekleurde kleinood gebruikt waar het oorspronkelijk voor bedoeld is, want ze zet het ding aan haar oor en begint te praten. Nu niet tegen het donkere meisje, die haar ogen weer normaal doet en mascara weer in haar tas doet.

– ‘Hoi, waar ben je?’

…………

– ‘Wacht op station op trein.’

…………

– ‘Nee, met Carol.’

…………

– ‘Die niet, maar van school.’

…………

– ‘Doe ik, doeg.’

Het donkere meisje, Carol heet ze blijkbaar, heeft ondertussen op de display van haar mobieltje zitten staren. Ze veerde even op bij het horen van haar naam en kijkt nu vragend naar haar vriendin.

– ‘Mijn vriendje.  Nog wel. Wil altijd weten waar ik ben. Gaat hem niks aan.’

– ‘Moet je niet willen, nee toch?’

Onaangekondigd gaat de blonde driftig toetsend een berichtje sturen. Haar vriendin schikt ondertussen het gebreide witte sjaaltje, doet een passend mutsje op haar mooi bevlechte hoofd en kijkt stuurs afwisselend naar de SMS-ende vriendin en haar eigen mobieltje. Alsof ze ieder moment een berichtje verwacht. Misschien wel van de blonde naast haar.

Met een snelle beweging draait ze aan het apparaatje en doet een oordopje in. De blonde is uitgetipt, kijkt nog even naar het resultaat en is klaarblijkelijk tevreden.

Ter verklaring zegt ze.

– ‘Moest even, naar mijn zus.’

Carol, die inmiddels weer een van de oortjes uit heeft gedaan, knikte empathisch met holle en van fijne mascara voorziene ogen.

– ‘Begrijp ik toch?’

Als buitenstaander begrijp je hier helemaal niets van, maar goed het gesprek is ook niet voor buitenstaanders.

Dan komt langzaam de trein binnen.

– ‘Ik moet weg, zie je morgen bij Max.’

– ‘Tuurlijk!’

Een innige vriendinnenknuffel met veel sterktes en successen volgen. Waarvoor is wederom onduidelijk, maar dan scheiden de wegen zich. In ieder geval tot morgen bij Max als er niets tussenkomt.

Carol kijkt haar blonde vriendin nog even na. Haar gezicht straalt zolang ze oogcontact heeft. Zodra de trein weg is, gaat haar gezicht op slot. Als een kleine vamp staat ze ongenaakbaar op het grote perron, wachtend op haar vertrek. Heel even lijkt ze de wereld aan te kunnen, alleen. Dan grijpt ze toch naar haar redding, de telefoon die al die tijd in haar hand heeft gelegen. Ze wordt nu volledig in beslag genomen door het beroeren van de toetsen, af en toe schichtig om zich heen kijkend.

Een hele belangrijke boodschap wordt de wereld ingewerkt, misschien wel naar de zojuist vertrokken blonde. Ze was nog iets vergeten te zeggen. Van de ongenaakbare jonge vrouw is weinig meer over. Een ietwat nerveuze bakvis doet heel hard haar best de wereld aan te kunnen.

Gelukkig komt de trein en kan ze in een nieuwe omgeving opnieuw proberen een hele ongenaakbare vrouw te zijn, met haar mobiel, de reddingsboei voor al het wereldleed van bakvissen.