Een gros woorden voor de week (25 september 2021)

Dit weekend mogen de Duitsers stemmen. Wie wordt de opvolger van Angela? Het afscheid van deze wijze staatsvrouw is zoiets als de Wende van 1989. Nog lang zal gesproken worden over voor- en na Angela. Als sociaaldemocraat zou ik op haar hebben gestemd, maar die kans is voorbij. Maar hebben we niet nog een Europese president nodig? Mutti kan toch niet zomaar verdwijnen? In Nederland  heeft Rutte niet de senioriteit van Frau Merkel. Dan moeten we hem nog minstens 15 jaar dulden om hem serieus te nemen. En dan nog. Hij doet in ieder geval verschrikkelijk zijn best om er nog vele jaren bij te plakken, bijvoorbeeld door Mona Keijzer te ontslaan. Zo creëert hij zijn eigen bedompte keizerrijk en is daarin zijn eigen hofnar.  We radicaliseren dus nog een tijdje door met zijn allen. God, heb medelij met mij en ons arme volk.

Begrip, van de dag (108) Was ich noch zu sagen hätte

Kölner Dom

WAS ICH NOCH ZU SAGEN HÄTTE

 

Altijd kriebelt het als er weer zo’n schrijfwedstrijdje langskomt. Het is nu de NPO die in het kader van de boekenweek alle amateurschrijvers oproept om een verhaal te schrijven. En een amateur ben ik natuurlijk, al zit heel diep in mij, aan de rafelranden van mijn kunnen, de wens om echt een boek te schrijven. Ik zal het niet ontkennen, al zijn er obstakels in de vorm van talent, tijd en doorzettingsvermogen en vooral het gebrek aan deze karaktereigenschappen. Maar bij een wedstrijdje van slechts 500 woorden begin ik overmoedig te worden. 500 woorden is gelezen gedurende het roken van één sigaret. Het boekenweekthema Duitsland geeft de volgende opdracht mee: Was ich noch zu sagen hätte.

Het gaat dus over Duitsland in de meest brede zin van het woord. Suggesties worden gedaan met Bier und Bratwurst, voetbal, Bach, Brecht, Böll of Goethe. Of wat te denken over de val van de Muur en de nieuwe rol van Duitsland in Europa, recentelijk nog meesterlijk vertolkt door Angela Merkel. Ik zit me af te vragen hoeveel mafkezen er zullen zijn die een verhaal over de fiets van hun inmiddels betovergrootvader zullen schrijven? Of een andere vraag, zou er op Duitse Universiteiten ook gedoceerd worden over foute Nederlanders in de oorlog? Zomaar een vraag die bij me opplopt.

Een paar jaar geleden deed ik al eens mee met een schrijfwedstrijd over Duitsland. Ik had wat vakantieherinneringen bij elkaar geharkt waarbij de positieve en negatieve vooroordelen aan de beurt kwamen. Dat verhaal, Urlaub wie der Kölner Dom, kan ik dus niet meer gebruiken en zal uit een ander vaatje moeten tappen. Ik ben er nog niet uit, maar voor 10 februari middernacht moet het af zijn. En waarvoor doen we het allemaal? Een kaartje voor het boekenbal! Wil ik daar bij zijn? Eigenlijk niet, maar het zou wel heel veel begrippen van de dag opleveren denk ik. Of misschien wel onbegrippen? Wie zal het zeggen, maar als iemand een leuk en origineel onderwerp heeft over bijvoorbeeld Bier, Bratwurst of Bach, ik houd me aanbevolen. Een cursiefje over humor en de Duitsers is boven mijn kunnen, dus suggesties in deze richting hebben geen zin.

Begrip, van de dag (36) Helmut Schmidt

 

HELMUT SCHMIDT

In mijn herinnering heb ik nog niet zo lang geleden een interview gezien met Helmut Schmidt. Hij was toen al dik in de negentig. Vandaag is hij gestorven op 96-jarige leeftijd. In dat interview met de oud bondskanselier praatte hij met de interviewer op nog presidentiële wijze van een staatsman, maar met tevens met een humoristische oud man die het allemaal gezien had. Over de inhoud heb ik geen beelden, maar dat de ene sigaret na de andere gerookt werd staat mij helder voor de geest.

Met het bericht van de dood van Helmut Schmidt weet ik ook ineens weer dat er nog een boek van hem in mijn boekenkast staat. Ik heb het gekregen in 1993 van mijn ouders toen ik in mijn voorbereidende periode voor leerling psychiatrisch verpleegkundige geslaagd was en me verder mocht bekwamen op dit vakgebied. De keuze voor dit boek is typisch voor ouders die zien dat hun zoon door de economische omstandigheden een andere beroepskeuze moest maken. In hun gedachte was hun zoon nog steeds politicoloog. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik het boek nimmer gelezen heb. Misschien is nu het moment.

Helmut Schmidt schreef het boek in 1987, hij was inmiddels uit de actieve politiek. Mensen en mogendheden heet het boek en is vlak voor de val van de muur geschreven. Misschien moet ik het toch maar eens gaan lezen. Juist nu in een tijd waarin Europa op zijn grondvesten schudt qua mogelijkheden van samenwerking en toenemende onderlinge politieke spanning. In 1987 waren de tekenen van een einde van de Koude Oorlog al duidelijk zichtbaar, nu bouwen nieuwe spanningen zich op. Mensen en mogendheden gaat over de relatie met de grootmachten, de VS, de Sovjet-Unie en China. Heden ten dage zijn er andere grootmachten en politieke actoren. En weer hebben ze een krachtdadige bondskanselier in Duitsland, Angela Merkel. Ik kan niet wachten haar autobiografie te lezen, maar nu eerst het boek van Helmut.

Melkmeisje Merkel

 

Toeval bestaat niet! Ik weet het niet, maar het is op zijn minst eigenaardig dat ik hedenochtend een hersenspinsel had bij het doornemen van het nieuws. Angela Merkel is in het nieuws naar aanleiding van haar bezoek in Griekenland. Oude wonden worden bij de protesten weer tastbaar in het Griekse straatbeeld. Voor de Grieken is de nazitijd minder een gedachte aan actieve oorlogshandeling, maar vooral ook een nachtmerrie op economisch gebied. Sterfte van rond de 300.000 mensen door honger en gebrek kenmerkte die tijd. De collectieve herbelevingen van het Griekse volk, nu de miljarden-bezuinigingen na miljarden-bezuinigingen elkaar in rap tempo opvolgen is begrijpelijk. De uitingsvorm is op zijn minst wonderlijk, want ook de Grieken zijn niet vies van rechts-extremisme hebben we gezien bij recente verkiezingen met berichten van heuse knokploegen. Ik vind dat de Grieken bij Europa moeten blijven, maar mijn economische kennis schiet tekort om zoiets te kunnen staven. Angela Merkel, als de belangrijkste vertegenwoordiger van het machtige Duitsland weet het blijkbaar wel, maar dit tot groot ongenoegen van de Grieken.

Angela Merkel blijft in mijn hoofd spoken als ik na het beluisteren van een liedje van Geier Sturzflug, hoe toepasselijk, het vrolijke ‘Bruttosozialprodukt, stuit ik op een youtubeclipje van de voor mij onbekende band KIZ met het totaal nietszeggende liedje ‘Die Sennerin vom Königssee.

Merkel is een beetje het melkmeisje van Europa. Ze melkt de Grieken tot de laatste druppel uit en danst over de arme Griekse Paupers. Zo wordt ze gezien door de Grieken en mogelijk ook door andere Zuid-Europeanen. Ik vind dat ze, in weerwil van allerlei nazi-vermommingen, vooral een heel vlijtig en ingetogen politica is. Toegewijd aan de Europese zaak. En zoals gezegd, mijn economische kennis schiet te kort, maar voor vandaag is Angela mijn melkmeisje, zo is het toevallig ook nog eens een keer.

 

Hoch in den Bergen über’m Königssee
da haust die Maid und hütet Vieh im frischen Klee
hoch auf den sonnigen Matten.
Sie ist so fromm und dennoch ungehemmt,
so wie ihr prall gefülltes Miederhemd, aha
sie hat das Schweigen im Walde.

Doch in der Nacht
wird durchgemacht
in Landestracht
tanzt sie auf den Almen Tscha Tscha Tscha
und aus dem Tal
strömt auf einmal
die Burschenschaft und feuert sie noch an.

Jodelodidie, holladie, holladie,
die Sennerin vom Königssee,
Jodelodidie, holladie, holladie,
sie tanzt wie eine wilde Fee.

Die Botschaft geht wie Feuer übers Land,
vom Watzmann bis zum Meeresstrand ist sie bekannt
als Ballerina der Berge.
Und eines Tages da kommt Fred Astaire,
und sagt: Hey Honey, hüte keine Kühe mehr,
and let us dance together!

In ganzen Land
sehr wohl bekannt
tanzt sie den Almen Tscha Tscha Tscha
und jeder Mann
macht sie jetzt an
gibt sich galant und singt voll Euphorie

Dutch male pussy’s with power

Thailand krijgt een vrouw als premier, Yingluck Shinawatra. Nu ook Thailand, al is ze de broer van. Enige jaren terug, toen het er naar uit zag dat Ségolène Royal de huidige Franse premier Sarkouzy zou doen verbleken, maakte ik al eens een kleine opsomming. Vrouwen op de hoogste posten in de Scandinavische landen is eerder regel dan uitzondering. In het conservatieve Engeland galmt het feminiene van Margaret Thatcher nog door in de 21e eeuw. De Duitsers hebben Angela Merkel. In Zuid-Amerika is inmiddels ongeveer de helft van de presidenten een vrouw. Het zwaar Islamitische Pakistan is al door een vrouw geleid, de Filippijnen idem dito en welk zich zelf respecterend land heeft geen vrouwelijk chef of the country gehad? Sinds gisteren doet Thailand mee, maar Nederland? Beatrix tel ik natuurlijk niet mee. Ik vraag het me af of ik het in mijn leven nog mee ga maken. Statistisch moet ik nog een kleine 35 jaar mee gaan, mijn rookgedrag daargelaten, dus mijn verwachtingen zijn niet hoog gespannen op dit gebied.

Dat gelul over dat glazen plafond dat deugt niet meer, want als het in vele landen kan, waarom dan niet in Nederland. Wij zijn echt geen betere glasblazers dan elders in de wereld. Vrouwen zijn, zeggen feministische kenners, niet ambitieus genoeg in Nederland. Zij verkiezen kinderen boven carrière, prefereren deeltijdbaantjes en hebben het dol op het schoolplein met hun VINEX-vriendinnen. Waarom is dat in Nederland zo anders?

Ik denk het geheim te kennen. Wij Nederlandse mannen zijn misschien wel de grootste watjes ter wereld, echte non-macho’s en geboren softies. Dat lijkt een vreselijk pakket aan verderfelijke eigenschappen en dat is het natuurlijk ook. Het heeft echter ook voordelen. Naast de vrouwelijke communicatieve touch die ons geëmancipeerd maakt, zorgt het ervoor dat vrouwen een loer wordt gedraaid. Die vermeende zachtheid zorgt ervoor dat zij minder ambitieus worden, minder hoeven te vechten voor hun positie en sneller tevreden zijn met kroost en zelfontplooiing in afgepaste deeltijdbaantjes. Dolletjes, vooral voor ons mannen. We hoeven onze posities niet af te staan en worden niet versleten voor een stelletje ploerten. Goed we zijn geen macho’s, maar wel mannetjes met macht en positie. Zo zit dat in Nederland en niet anders. En ik denk dat het goed is.

Een goed fout lijstje

Dit stuk schreef ik in februari 2009 op het volkskrantblog, is er veel veranderd?

Jarenlang heeft Nederland zichzelf geprofileerd als een gidsland voor de rest van de wereld. Als klein, maar belangrijk land moesten we een voortrekkersrol gaan vervullen. We waren immers groot genoeg om iets in de pap te brokkelen, maar niet groot genoeg om een bedreiging te vormen voor de grootmachten in Europa en/of de rest van de wereld. Nu dat kwam mooi uit, want het schizofrene karakter van enerzijds de dominee, anderzijds de koopman, zat ons toch al in het bloed.

Nu is Nederland, of we nu willen of niet steeds meer aan het opgaan in Europa. Ook de rest van de wereld, in positieve en negatieve zin, is akelig dichtbij aan het komen door de voortschrijdende globalisering. Het is het oude Europa geweest waardoor twee wereldoorlogen zijn ontstaan. En naast de bekende oorzaken (verdrag van Versailles, dood van troonopvolger van de Keizer in Sarajevo etc., etc, etc…) en de schuldvraag die wordt gelegd bij Nazi-Duitsland, waren natuurlijk ook tal van instabiele factoren in andere Europese landen aan te wijzen.

Dat doet bij mij de vraag opkomen, hoe zit dat nu in Europa? Hoe zit het met de losse onderdelen van de Europese Unie, de aparte lidstaten? Hoe stabiel zijn ze economisch en politiek? Die vraag is des te interessanter omdat we als Europa wel menen van alles te mogen zeggen over de rest van de wereld als het gaat om democratische normen en mensenrechten. Maar als we onszelf als Europeanen eens goed in de spiegel bekijken, wat zien we dan?

Voor mezelf heb ik eens een rijtje gemaakt van alle Europese lidstaten en een aantal landen die daar (nog) niet bijhoren. Op basis van wetenschappelijke inzichten of gedegen kennis? Wel nee, op basis van stereotypen, krantenkoppen en de waan van de dag.

Zo zie ik dus de verschillende Europese lidstaten op dit moment: (in alfabetische volgorde)

België: Ogenschijnlijk stabiel met belangrijke Europese instituties binnen de landsgrenzen, maar al jaren heel erg diep verdeeld. Vlamingen en de Walen vreten in hun strijd de schatkist leeg en de politieke instabiliteit is enorm met de afwezigheid van een serieuze regering. Voor de buitenstander is het onbegrijpelijk dat het nog zo’n welvaart heeft. Bovendien klagen ze op grond van hun eigen wetgeving alles en iedereen in de wereld aan die niet deugd.

Bulgarije: Corrupt en bureaucratisch of beter gezegd bureaucratisch en corrupt. Van enige economische ratio bij de overige lidstaten van Europa is geen sprake geweest bij hun toelating. Slechts lid geworden van de EU om Rusland te pesten en/of de Bulgaarse afkeer tegen moslims te misbruiken. Bovendien hebben ze geen humor want ze worden heel boos als een kunstenaar Bulgarije afbeeld als een Turks toilet.

Cyprus: Instabiel tot op het bot. Turken en Grieken die daar al decennialang een toneelstuk opvoeren en daarmee hun onderlinge rivaliteit aan de wereld tonen. Vast een mooi vakantie-eiland, maar voor een stabiele factor in Europa niets waard.

Denemarken: Een klein land met nuchtere mensen. Zelden komt het land in het wereldnieuws, maar als ze dit halen dan doen ze het ook goed. Geheel ten onrechte vinden allerlei geloofsfanaten het nodig om in Islamitische landen onnozelaars te laten figureren voor hun eigen haat. Denemarken deugt volgens hen niet. Ik vind Denemarken een oase van rust en een van de weinige stabiele factoren in Europa.

Duitsland: Een belast verleden, maar momenteel wel een premier (Angela Merkel) die goed ligt in Europa, maar minder in haar eigen land. Duitsland is economisch en politiek het belangrijkste land van Europa al zullen de Fransen dit beslist niet zo zien. Ook geografisch strategisch is het natuurlijk een land dat centraal ligt en waarbij de veelal kleinere buurlanden nauwlettend kijken wat hun grote buur aan het doen is.

Estland: Klein en onbeduidend in het grote geheel en voor mij als buitenstander vermoed ik dat de invloedsfeer van de Russen nog lang niet weg is. Vele Russen wonen er nog en dat loopt volgens mij niet lekker.

Finland: Al jarenlang voor mij het meest autonome land van Europa. Je hoort ze niet, je ziet ze niet en ze zijn er toch en doen lekker mee, economisch dan. Waar ze voor staan is me een groot vraagteken.

Frankrijk: Met Sarkozy krijgt Frankrijk weer het stereotype beeld van: La France, c’est le monde. Bij de wat nationalistische Fransen zal dat een positieve uitwerking hebben, maar het wekt wrevel, heel veel wrevel. Zo’n 200 jaar geleden is ook een heel klein Frans mannetje ten onder gegaan aan een overdreven compensatiedrang. Te grote bek, maar te weinig positieve daden.

Griekenland: Letterlijk aan de rafelranden van Europa. Een instabiele democratie bleek onlangs nog, waarbij het militaire verleden nog heel vers in het geheugen van de Grieken leeft. Door het jarenlange militaire bewind lijken de Grieken zich nu pas bewust te worden van burgerlijke vrijheden die ze mogelijk onvoldoende hebben. De jaren zestig moeten nog plaats vinden in Hellas.

Hongarije: Oorspronkelijk een land dat vanuit het Oostblok het meeste op het Westen gericht was. Af en toe hoor ik van dit land het een en ander over ernstig nationalistische politici. Roma in eigen land en Hongaarse minderheden in buurlanden (met name Roemenië) zijn dan het gespreksonderwerp. Stil, maar zeker niet heel stabiel.

Ierland: Een van de oudere leden van de EU. Heel lang het lelijke eendje van de Europese Gemeenschap, maar de laatste jaren economisch ontzettend gegroeid. Met de huidige crisis moet blijken hoe stabiel die groei is geweest. De kans op heel hard terugvallen is erg groot.

Italië: In de jaren ’90 leek Italië heel hard mee te doen met de rest van Europa. Het maffiatintje verbleekte of werd bestreden. Het aantal regeringswisselingen was nog buitenproportioneel, maar dit ter zijde. Recentelijk heeft Berlosconi weer de absolute macht. De wijze waarop hij de comapatiënte Eluana verdedigde en daarmee haar familie en de rechterlijke macht bruuskeerde was ongemeen gênant. Bovendien is Italië het land waarbij advocaten veroordeeld worden omdat ze zwijggeld hebben aangenomen van een president die vrijuit gaat. Italië stinkt op dit moment zoals bijna geen ander land in Europa. Wat dat betreft is de vuilnisproblematiek in Napels en omgeving maatstafgevend voor heel Italië.

Letland: zie Estland

Litouwen: zie Estland

Luxemburg: Een rijke oase van rust. Ik weet niet of de rijke belastingdeskundigen daar ook zo over denken, maar als de rest van Europa een kopie zou zijn van dit kleine hertogdom dan zou ik me geen zorgen maken.

Malta: Buiten het feit dat Britse gebruiken nog aanwezig zullen zijn, is er weinig opzienbarends over dit eiland te zeggen. Een duur maar mooi vakantieland?

Nederland: En nu even kritisch zijn. In de huidige omstandigheden mag het geen gidsland zijn. De onderbuikgevoelens komen nadrukkelijk naar boven. Op zichzelf is dat geen probleem, maar om dit nu als fatsoenlijke politiek te beschouwen i.t.t. de oude politiek gaat te ver. Toch is deze neiging er wel. Als Nederland relatief niet zo’n klein land zou zijn, denk ik dat de rest van Europa of de wereld zich ernstige zorgen zou maken. Waar gaat het heen?

Oostenrijk: In grootte heel erg onbeduidend en het oerconservatieve is gebaseerd op democratische principes dus wie kan daar iets verkeerd over zeggen? Zolang het grote buurland Duitsland stabiel is, kabbelt het lekker door in Oostenrijk zonder dat de rest van de wereld ervan opkijkt.

Polen: Oerconservatief tot zelf reactionair katholiek en dat is geen vrolijke duo, dat intens belijdende katholicisme en conservatisme. Een land met een getraumatiseerde geschiedenis en een land waar vele landgenoten hun geluk elders proberen te vinden. Hoe hartelijk zullen de denkbeelden over Europa zijn van al die Polen die misbruikt worden en mogen opzouten nu het slechter gaat met de economie. Zo lekker zitten die Polen toch al niet in Europa. Hun afkeer van de Russen is slechts het enige dat ze in staat stelt om uiteindelijk hun politieke onfatsoen jegens Europa in beetje in te binden.

Portugal: Arm, ondanks het jarenlange lidmaatschap van de EU. Wat ze fout doen, ik zou het niet weten, maar dat ze iets fout doen is zeker. Ook met de aanstormende crisis zal de lethargie weer opvallend zijn.

Roemenië: Net als Bulgarije nog lang niet klaar voor de EU en nu ze eenmaal binnen zijn, is de behoefte omdat alsnog te gaan worden niet meer aanwezig. De prikkel om ergens te komen is door de voormalige dictator Ceausescu er wel hardhandig uitgeramd. Hun grootste exportproduct is naast een opgepimpte Oostblok auto onmiskenbaar de Roma die het nog slechter hebben dan de Roemenen zelf.

Slovenië: Een soort milde kopie van Oostenrijk met een vleugje Italië en in het achterhoofd nog een pietsie Oostblok. Desalniettemin een land dat na de val van de muur zich snel ontwikkelde en het goed lijkt te doen.

Slowakije: Af en toe wat rechtse sentimenten en als het slechter gaat zullen die sentimenten luider worden of de roep om het socialisme zal nadrukkelijker tot uiting komen. Het steekt de Slowaken dat ze het minder goed doen dan hun voormalige landgenoten, de Tsjechen.

Spanje: Lijkt heel goed uit de Franco-tijd te zijn gekomen, zowel economisch als politiek. De Basken blijven een ‘pain in the ass’, maar mogelijk doemen zich er nog grotere problemen op. De economie doet het heel slecht en de werkeloosheid vliegt harder omhoog dan elders in Europa. Een ‘in-de-gaten-houdertje’ dat Spanje.

Tsjechië: Een relatief welvarend land in vergelijking tot veel andere Oost-Europese landen. Het neigt misschien wel tot arrogantie, zeker jegens de Slowaken, maar ook naar de rest van Europa. Hun kunstzinnig aanmatigende houding onlangs toen ze voorzitter werden van de EU sprak boekdelen.

Verenigd Koninkrijk: Een land dat nog steeds niet beseft dat de globalisering doorgaat en dat die luttele 32 kilometer die hen scheidt van Frankrijk en daarmee de rest van Europa echt niets voorstellen. Zorgelijk is dat in tijden van voorspoed de Labour-klasse groot blijft en dat er in dat land door de grote rijke bovenlaag nog nooit iets is ontstaan als het stimuleren van een echte arbeidersemancipatie. Nu het economisch slechter gaat zal de armoede in de Engelse steden als eerste hele nare plaatjes kunnen gaan opleveren.

Zweden: Eigenlijk een van de weinige landen, zo niet het enige land dat langdurig stabiel en welvarend is. Ook politieke problemen (moord op belangrijke politici) worden bijna rimpelloos opgevangen door de Zweedse maatschappij.

Ik vind het bovenstaande lijstje niet iets om echt vrolijk te worden. Als we daar de landen van het voormalige Joegoslavië en Albanië nog eens bij rekenen dan word ik niet zo vrolijk van Europa. Landen als Zwitserland, Noorwegen en IJsland kunnen dit gevoel niet compenseren, zeker IJsland niet.
Europa daar kom je verder mee.

(lees ook het positieve lijstje als vervolg hierop)