Zeer strenge winter verwacht

Hoe lang duurt het voordat een winkeleigenaar ingrijpt om zijn etalage zichtbaar te houden? Hoeveel omzet moet een neringdoende middenstander missen voordat het lampje gaat branden? Hebben ze knappe en creatieve etaleurs in dienst om de waar aan de vrouw te brengen, wordt de kunstzinnig ingerichte etalage aan het zicht ontrokken door stuurse mannen van divers pluimage. U kent dat wel,  mannen vanaf dertig die gelaten wachten op hun winkelende wederhelft in kleding- of schoenwinkel. Jongere exemplaren zie je nog niet. Die zijn nog plooibaar en verwachtingsvol aan het begin van hun relatieloopbaan. Eenmaal de dertig gepasseerd is er vooral berusting, want meegaan leidt meestal tot ruzie.

‘Vind je dit geen snoezig truitje?’

‘Ja, enig past mooi bij de rode jurk.’

‘Ik heb helemaal geen rode jurk, hoe vaak moet ik dat nog zeggen.’

De man in kwestie krimpt ineen, want het kan zomaar zijn dat nu de jacht op een rode jurk wordt ingezet. Gelukkig krijgt hij te horen dat hij er helemaal geen verstand van heeft. Dat wist hij al dus waarom moest hij zo nodig mee naar binnen. Of wat te denken van de keuze van een paar moderne veelkleurig gympen, door de kenner consequent ‘Converse’ genoemd. Het blijven gympen.

Minutieus kan een vrouw zichzelf met de gympen bekijken, terwijl de man in opperste staat van verdediging wacht om iedere vraag of opmerking liefdevol te pareren zonder een echtelijke twist te veroorzaken. Diep in zijn hart vraagt de man zich af waarom een veertigplusser ineens zo jeugdig moet doen op gympen, maar die discussie gaat hij niet aan.

‘Heb ik geen dikke kont met deze ‘Converse’ of kan ik beter die gele Converse nemen?’

Daar had je als man geen rekening mee gehouden, dat je partner een causaal verband ziet tussen het dragen van een paar gympen en de omvang van haar derrière. Heel dringend priemen de ogen in je richting, wetend dat er binnen een paar tellen een antwoord van je wordt verwacht. Er is geen ontsnappen aan, terwijl je beseft dat de hormonen in de verkeerde PMS richting staan, want wie legt er nu zo’n oorzakelijk verband tussen gympen en kont?

‘Euhh, ik vind die groene gympen wel mooi, maar het maakt eigenlijk niet zoveel uit.’

Fout, helemaal fout ziet hij als de blik van zijn vrouw verstrakt en ze boosaardig de schoenen uit doet.

‘Het kan je helemaal niet schelen hoe ik erbij loop, helemaal niets,’ sist ze hem toe.

Donkere wolken pakken zich boven de ‘gezellige’ winkelmiddag, maar dat weet je pas als je de dertig bent gepasseerd.

‘Trouwens, het zijn geen gympen, maar echte Converse.’

Mannen wachten liever voor de winkel, in weer en wind, en kijken naar het langs schuifelende publiek, maar onttrekken daarmee het zicht op de etalage. Deze verzameling mannen is geen reclame voor de winkel. Een oplossing moet gezocht worden en de verstandige winkelier heeft in zijn winkel stoelen staan, bij voorkeur op een beetje afstand van de pashokjes. De man kan dan in alle rust het winkelen over zich heen laten komen en de vrouw kan haar gang gaan. Ze zijn dan toch een beetje samen.

En al is het genoegzaam bekend dat de winkelende vrouw een onredelijk en bovenal een irritant wezen is, zolang je er geen verbintenis mee hebt, is het heerlijk observeren zo zonder echtelijke verantwoordelijkheden. Bovendien kan de oplettende observator de nieuwste mode in zich opnemen, immers dat lukt niet zo goed met de rug naar een etalageruit.

Zo weet ik dat er op schoenengebied een heimelijke revolutie gaande is, want de laarsjes met bont (Uggs) en gympen maken langzaam maar zeker plaats voor echte laarzen. Naast de stoere laarzen in velerlei kleuren, is de lange laars ruimschoots vertegenwoordigd in de winkels, dus dat zal deze winter het straatbeeld gaan bepalen. Onlangs heb ik menig vrouw in een groot schoenenwarenhuis op een strategische plek in de winkel mogen aanschouwen. Deftige dames proberen pumps en andere elegante schoenen. Onbegrijpelijk met welke soepelheid ze de hoge hakken in stappen. Jongere vrouwen zoeken de nieuwste gympen, want dat schrijft de mode voor, hoewel de ‘oude’ Converse amper anders zijn dan het nieuwe aanbod. Maar alle groepen blijven staan bij de laarzen. Ze kijken, voelen aan het schoeisel, lopen weg en komen weer terug. De diversiteit aan laarzen is groot, maar vooral de laars tot over de knieën heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht. De dominant aanwezige laars is voorzien van touwtjes en knoopjes en is uitgevoerd in een zwarte suèdeachtige stof en in leer. Als finishing touch hebben beide uitvoeringen een stalen hoge hak.

Een enkeling past de laars en dat was nog geen gemakkelijke opgave. Zo zag ik een blonde, in het zwart geklede dame met stevige kuiten al twee keer langslopen. Bij de derde keer, greep ze de laars en probeerde die uit, zonder succes overigens. Ze kreeg de lange laars niet over haar kuiten heen. Al wiebelend probeerde ze het nog met enige kracht en beide handen gebruikend om de laars om haar benen te krijgen. Teleurgesteld droop ze af. Voor haar deze winter geen laarzen tot over haar knieën, anderen zal het zeker wel lukken. En ik weet dat ik rekening moet houden met een strenge winter en dat is zeer bruikbare kennis.

 

Brug der Zuchten/ Richard Russo

Hebzucht en ongeduld dreven me weer naar de boekhandel met een boekenbon van de collega’s ter gelegenheid van mijn 44e verjaardag. Zonder specifieke wensen ben ik normaliter binnen vijf minuten klaar. Het budget is bekend en mijn geheugen intact, dus ik weet wat ik gelezen heb of wat nog in mijn boekenkast staat. De voor mij onbekende schrijver Richard Russo met Brug der Zuchten sprak mij het meest aan. Niet op de minste plaats door de zin op de voorkant dat hij winnaar is van de prestigieuze Pulitzer Price for Fiction 2002. Over het algemeen ben ik niet zo heel erg autoriteitsgevoelig, maar volgens mij zat het wel goed met meer dan 20 uur leesplezier op grond van die Pulitzer Price.

Het is inmiddels ruim een maand verder en het boek is uit. De inschatting van ongeveer twintig uur leesplezier kan ik niet nagaan, want het is uitgesmeerd over veel dagen en leesmomenten. Het plezier dat ik verwachtte, is er zeker geweest. Het meest verbazingwekkende van deze roman vond ik het gemak waarmee ik het boek, zelfs na vijf of zes pagina’s terzijde legde en de volgende dag weer kon oppakken. Dat heb ik zelden bij boeken. Je zit er in en je wilt verder stomen en dan maakt een enkele onderbreking niet uit, maar de tijdsspanne tussen begin en eind moet niet te groot worden. Ik raak dan de draad of de interesse kwijt. Bij Russo’s ‘Brug der Zuchten’ is dat geenszins het geval. Bij het voltooien van deze boekervaring zal ik eens proberen na te denken over hoe dit kan en of dit positief dan wel negatief te labelen is.

Het tweede opvallende vond ik de kleur van de harde kaft. (zie foto) Uiteraard was het boek voorzien van een mooie en sfeervolle omslag, maar die doe je bij het lezen meteen weg om beschadiging te voorkomen. Het gevaar is dan wel dat je de omslag alsnog kwijt raakt of beduimeld tussen de kranten verdwijnt. Of je moet, zoals mijn vader, de boeken allemaal plastificeren. Ik doe dat niet, volgens mij is dat een generatiedingetje.

De kleur van de kaft is hard en hel geel, heel opvallend dus. Ik zou toch voor een andere kleur kiezen gezien het feit dat het gewone huis, tuin en keukenvuil zich zichtbaar hecht op de kaft.

 

Als ik Brug der Zuchten zou moeten typeren in één zin, dan is het voor mij dat de schrijver er goed in is geslaagd om van het gewone, iets bijzonders te maken en de bijzondere zaken in het leven in te kaderen in het alledaagse. Misschien is dit te cryptisch, dus laat ik het anders verwoorden, er gebeurt helemaal niet zo veel door het hele boek heen en toch weer heel veel.

Objectief gezien maakt de tweede beschrijving het er niet veel minder cryptisch, dus dan maar een korte samenvatting.

De hoofdpersoon is Louis Charles Lynch en zijn familie. Ze zijn woonachtig in Thomaston, een nietszeggend industriestadje in de staat New York. Vriendschappen, liefdes, zijn verhouding met zijn ouders en de liefde voor de nietszeggendheid van het vertrouwde Thomaston staan centraal. Uiteraard niet in chronologische volgorde verteld om het literaire gehalte de waarborgen. Ook het vertelperspectief wisselt af en toe, want Russo schrijft ook vanuit het perspectief van zijn jeugdliefde en vrouw, Sarah alsmede zijn jeugdvriend Bobby. Want Lucy, de bijnaam van Louis Charles, kijkt graag terug op het verleden en dan met name naar de mooie dingen. De inborst van Lucy is optimistisch, dus hij ziet vooral veel goede herinnering. Anderen zien dit nog wel eens anders. De buurtwinkel van zijn ouders is de basis van waaruit alle menselijke emoties, vriendschappen en maar ook droevige gebeurtenissen bezien worden. De winkel die met veel liefde door vader Lynch is gekocht en vooral door de verbetenheid van moeder Lynch heeft kunnen gloreren.

De buurtwinkel kan ook in het perspectief geplaatst worden van de economische schaalvergroting die in de westerse maatschappij plaatsvindt, dus ook in Thomaston. De sociale rangorde in de kleine gemeenschap wordt haarfijn beschreven, waarbij de zwarte bevolking toch duidelijk op de laatste plaats komt.

De winkel van vader Lynch blijkt ook voor Sarah en Bobby, die te maken hebben met respectievelijk een pijnlijke scheiding van haar ouders en huiselijk geweld door de vader en oud-buurman van de Lynches, een veilige haven te zijn.

Wat maakt het ogenschijnlijk gewone boek voor mij zo fascinerend? Ik denk dat het komt dat een ieder zich wel eens afvraagt hoe het met een oude jeugdvriend gaat. Wie zou niet eens het fijne willen weten wat er achter de voordeur van de buren gebeurt. En wat te denken van het begrip toeval. Hoe zou je leven gelopen zijn als je toevallig niet een tekening had ingestuurd voor een wedstrijd en je komt daar een getalenteerd meisje tegen die je uitleg geeft hoe je tekening nog veel beter had kunnen worden?

En daarmee kom ik mogelijk op de beantwoording van de vraag, waarom is dit boek met plezier te lezen, terwijl er soms enkele dagen tussen zaten om de volgende tien bladzijden voor het slapen gaan te lezen. De herkenbaarheid is volgens mij het antwoord. Die herkenbaarheid zorgt ervoor dat een kleine impuls vanuit die tien nieuwe pagina’s voldoende zijn om te verwerken, maar ook om drie dagen later weer verder te kunnen. Tenminste, zo werkt het voor mij. Voor liefhebbers van slechts grote meeslepende verhalen vol passie, een aaneenschakeling van hoogte- en dieptepunten in het leven van een melodramatische hoofdpersoon die liever verkeert in Sodom en Gomorra dan in Thomaston, die zullen het kleinburgerlijke leven van Louis Charles Lynch benauwend vinden, zelfs in boekvorm. Maar ik vind het een aanrader.

 

Brug der zuchten

Richard Russo

Signatuur 2008

(Waarom weet ik niet, maar bij het verhuizen van blogs vanuit vkblog naar hier, in de mood van Amerika, aanleiding onbekend. U ook, lees en luister dan ook naar:

Amerika Doen, gadverdamme

Bruce Springsteen – NY Serenade 

Smerig blog met prachtige muziek/Bruce Springsteen NY-serenade

Ik zal er niet omheen draaien, de herkomst van dit blogje is min of meer onsmakelijk, maar o zo oprecht. De basis is gelegd op het privaat.
Ik begrijp dat dit enige uitleg vereist en ik zal dan ook letterlijk met mijn billen bloot gaan. Vandaag 17 januari 2009 is het weekend en ik moet helaas toegeven aan een lichte griepaanval. Niet ernstig hoor, maar een beetje verhoging, watten in mijn hoofd en mijn peristaltiek werkt niet optimaal.

Gevolg is dat ik een beetje doelloos zit te surfen. Hier en daar lees ik wat en op de achtergrond luister ik naar de verschillende youtube muziekjes. Sinds enige tijd heeft mijn oudste zoon een draadloze koptelefoon die ik vandaag dan voor het eerst gebruik. Ik draai wat onbekende klassieke muziek, luister naar wat ABBA hits en herinner me in een keer een tip van een medeblogster. Zij wist mij te enthousiasmeren voor een nummer van Bruce Springsteen dat ik niet kende namelijk New York City Serenade uit 1973. Ik was diep onder de indruk. Heb het geregeld gedraaid en blijf het een machtig nummer vinden. Dus met mijn draadloze koptelefoon zit ik te genieten van de muziek, denkend aan New York en de VS. Ik ben er nooit geweest, maar het is natuurlijk een land dat tot de verbeelding spreekt. In positieve en negatieve zin weliswaar, maar met de muziek van Bruce Springsteen overheerst vandaag het positieve of in ieder geval het hoopvolle.

Dan ineens spelen mijn darmen op. Ik wil mijn koptelefoon afzetten om me even af te zonderen, per slot van rekening ‘a man has got to do, what a man has got to do’. Dan realiseer ik me dat ik gewoon kan weglopen met koptelefoon op. Het voelt vreemd, eigenlijk net zoals met eten naar de WC gaan, hetgeen mij vroeger door mijn ouders terecht verboden is. Maar mijn ouders zijn niet aanwezig en muziek is geen voedsel.

Terwijl ik mijn ongemak zo gemakkelijk mogelijk probeer te trotseren, brengt de muziek me in gedachte bij de aanstaande president Obama. Ongerichte gedachten weliswaar, maar toch hoop ik dat Obama nooit weet zal krijgen dat hij op zulke plekken in iemands denkwereld aanwezig is.

Dan zingt Bruce:
‘Hook up to the train
And hook up to the night train
Hook it up
Hook up to the train
But I know that she won’t take the train, no she won’t take the train
Oh she won’t take the train, no she won’t take the train
Oh she won’t take the train, no she won’t take the train
Oh she won’t take the train, no she won’t take the train’

Mijn lichte ijlende gedachten maken ervan:
“Haak aan en stap op de trein
Haak aan en stap op de trein
Sluit je aan
Sluit aan bij de trein
Ik weet dat we moeten aansluiten, iedereen neemt de trein
Iedereen neemt de trein, de trein van hoop
Iedereen neemt de trein, de trein van hoop
Iedereen neemt de trein, iedereen neemt de trein.

Ik zie Obama als machinist van een trein die heel moeizaam op gang zal komen, maar met waarachtige hoop dat ie gaat rijden. Rijden voor veel mensen in Amerika en voor velen daarbuiten. Dat hij en al zijn passagiers zullen afrekenen met de luxe privétreintjes die slechts enkelen op hun plaats van bestemming zal brengen.

Och ik zal inderdaad ijlen, maar het is wel leuk om eventjes te dromen van wereldvrede, al heeft het niets te maken met het nummer van Bruce Springsteen en al helemaal niets met de harde realiteit.

 

 

Billy he’s down by the railroad tracks
Sittin’ low in the back seat of his Cadillac
Diamond Jackie, she’s so intact
As she falls so softly beneath him
Jackie’s heels are stacked
Billy’s got cleats on his boots
Together they’re gonna boogaloo down Broadway and come back home with the loot

It’s midnight in Manhattan, this is no time to get cute
It’s a mad dog’s promenade
So walk tall or baby don’t walk at all

Fish lady, oh fish lady
She baits them tenement walls
She won’t take corner boys
They ain’t got no money
And they’re so easy
I said “Hey, baby
Won’t you take my hand
Walk with me down Broadway
Well mama take my arm andÊ move with me down Broadway”
I’m a young man, I talk it real loud
Yeah babe I walk it real proud for you
Ah so shake it away
So shake away your street life
Shake away your city life
Hook up to the train
And hook up to the night train
Hook it up
Hook up to the train
But I know that she won’t take the train, no she won’t take the train
Oh she won’t take the train, no she won’t take the train
Oh she won’t take the train, no she won’t take the train
Oh she won’t take the train, no she won’t take the train
She’s afraid them tracks are gonna swallow her down
And when she turns this boy’ll be gone
So long, sometimes you just gotta walk on, walk on

Hey vibes man, hey jazz man, play me your serenade
Any deeper blue and you’re playin’ in your grave
Save your notes, don’t spend ‘em on the blues boy
Save your notes, don’t spend ‘em on the darlin’ yearlin’ sharp boy
Straight for the church note ringin’, vibes man sting a trash can
Listen to your junk man
Listen to your junk man
Listen to your junk man
He’s singin’, he’s singin’, he’s singin’
All dressed up in satin, walkin’ past the alley

(Waarom weet ik niet, maar bij het verhuizen van blogs vanuit vkblog naar hier, in de mood van Amerika, aanleiding onbekend. U ook, lees en luister dan ook naar:

Amerika Doen, gadverdamme

Boekbespreking Brug der Zuchten van Richard Rosso

Amerika doen, gadverdamme

Als ik mezelf in de spiegel bekijk, hoop ik een tolerante man te zien. Aan de andere kant, iedere columnist van welk niveau dan ook is in wezen een vervelende moralist. De betere columnisten weten hun boodschap goed te verpakken. Deze column is wat het verpakkingsaspect een heel matige column. Sterker nog mijn onverbloemde waarden en normen en vooral mijn onvervalste intolerante ergernis druipt ervan af. Iedere zin is er van doorspekt als ik niet uitkijk. Ik probeer ervoor te waken en de nuances te blijven zien. Echter, bij het horen dat iemand ‘Amerika heeft gedaan’ of op de vraag aan een willekeurige gesprekspartner ‘heb jij Amerika ook gedaan?’ krijg ik bijna spontaan uitslag en mijn zenuwstelsel wordt gekieteld zoals mierzoete jam een holle kies kan belasten. Amerika doen, gadverdamme.

Waarom zeggen mensen dat? Ik weet nog wel dat tot diep in de jaren tachtig er in Nederland heel schamper werd gedaan over Amerikaanse toeristen. Wanneer je ze sprak, dit was bijna onmogelijk want hun tijdschema was ongeveer 3 hoofdsteden per dag, hadden ze het over: ‘I’m doing Europe.’
Een mengeling van ongeloof, afschuw en medelijden was hun deel. Deze cultuurarme sukkels deden Europa en wij wisten wat dat inhield. Een luttel uurtje werden ze vrijgelaten in Amsterdam en als ze op tijd terug waren bij de bus, werden ze vervoerd naar Volendam of de Kinderdijk. ’s Middags lunchen in Antwerpen om vlak voor de overheerlijke French fries een blik te werpen over de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog in Noord Frankrijk. ’s Avonds slapen in Parijs, maar niet zonder het aanschouwen van de kanten onderbroeken en blote (liberale) tieten in de Moulin Rouge. De volgende ochtend nog even souvenirs kopen en dan met het vliegtuig naar Milaan, Rome of Barcelona. En zij ‘are doing Europe’ in die tijden.
Met nauwelijks gemaskeerde superioriteitsgevoelens bekeken wij, Europeanen, de cultuurarme Yanks alsof we allen geoefende antropologen waren. En nu ruim twintig jaar later ‘doet een groeiende groep Amerika’. Het is om spontaan de bibberkoorts van te krijgen.

Nu is het genoegzaam bekend dat als er één land is dat bewust of onbewust de Amerikanen (bijna) blindelings volgt, dat dit Nederland is. Volgens mij heeft dat iets met koopmannen en dominees te maken, maar dit terzijde. Een letterlijke overname van ‘doing Europe’ is natuurlijk ‘Amerika doen’, zo volgzaam zijn we natuurlijk wel. Maar als het nu alleen een taalkwestie is, dan zou ik er nog mee kunnen leven en niet geneigd zijn een stukje te schrijven. Volgens mij is er meer.

Ter vergelijk, u gaat op vakantie naar Zuid Frankrijk, de Spaanse Costa’s of Griekenland, hoe kondigt u dat aan in de kantine van uw bedrijf?”We gaan de Procence doen, of we overwegen Kreta te doen of wat te denken van we doen Andalusië.?’ Uw collega’s zullen u in het meest gunstige geval meewarig laten uitpraten. Zo niet als u aangeeft dat u Amerika wenst te bezoeken. Dan is het vanzelfsprekend dat u ‘Amerika doet’. U gaat er niet op vakantie, u heeft er geen prettig verblijf maar u doet Amerika. Wat is dat dan Amerika doen? Ik zou het niet weten hoor, tenminste als ik het vervolg hoor van het ‘Amerika doen’, dan hoor ik in principe niets anders dan welke willekeurige andere vakantiebestemming. Sommigen verkeren in een specifieke stad, vaak New York, anderen trekken door het land of tenminste een deel ervan. Het rondtrekken en verblijven op meerdere plaatsen zijn trouwens vaak ook al ‘deeldoegebieden’
Heb jij New York gedaan? En Las Vegas? Ik heb de Grand Canyon gedaan, en jij? En een volgende keer doe ik ook de Niagarawatervallen en overweeg Los Angeles te doen. Gadverdamme. Van mijn part duik je dagen in het stadsleven van New York, smijt je al je geld weg in Las Vegas, geniet je van de Niagarawatervallen, ziet de zon opkomen boven de Crand Canyon en reis je van staat tot staat, maar DOE het in vredesnaam niet.

Het staat zo armetierig, terwijl het vaak ook nog opschepperig bedoeld is ter vergroting van het eigen ego dat niet voldoende heeft aan een prettige vakantie in de Verenigde Staten, maar ‘Amerika moet doen’. Driewerf gadverdamme, gadverdamme en nog eens gadverdamme.

En ik doe nu een biertje om een beetje los te komen van mijn ergernis en zo mijn zenuwstelsel te doen laten rusten.

(Waarom weet ik niet, maar bij het verhuizen van blogs vanuit vkblog naar hier, in de mood van Amerika, aanleiding onbekend. U ook, lees en luister dan ook naar:

Bruce Springsteen – NY Serenade 

Boekbespreking van Richard Rosso/ Brug der Zuchten

All you need is ….blogggg /voor alle blogverslaafden

In herhaling voor de echte blogverslaafde en misschien ter gelegenheid van een mogelijke doorstart van vkblog, een gouwe ouwe om de verslaving te benadrukken.

Is het mogelijk om je titel van een nieuw blog triester te beginnen? Ik denk het niet, maar ongetwijfeld zijn er creatieve geesten in het bloggerswereldje die dit kunnen overtreffen. Ik zou zeggen doe je best, maar ik verbaas me voorlopig nog over de tranentrekkende titel die ik zelf zojuist heb bedacht voor dit blog.

Ik loop tegen het einde van de kerstdagen en al jaren zijn dit niet mijn meest favoriete dagen. De najaarsdepressie nauwelijks het hoofd kunnen bieden, moet ik me vanaf begin november al verheugen op de feestdagen. Drukke winkels in het vooruitzicht, cadeautjes kopen en jezelf helemaal klem vreten omdat je toch niets anders te doen hebt. Kilo’s vliegen eraan, terwijl een goede week later het stoppen met roken toch al kilo’s extra gaat opleveren. Gemakshalve denken we daar maar niet aan, we moeten eerst met het kerstgedoe zien af te rekenen.

Hoe? Gewoon de handel over je heen laten komen en mezelf steevast gebrek aan regie verwijten. Verplichte bijeenkomsten met mensen waarvan je normaal gesproken best wel wat kunt hebben, maar als ze massaal bij elkaar zijn rondom brunch of diner, dan zakt de moed me in de schoenen. Het is maar goed dat de gemiddeld kerstboom niet zo sterk is om het lichtsnoer om de nek te hangen en met zicht op de piek het einde te accepteren, als symbolisch hoogtepunt.

Over lichtpuntjes gesproken, die waren er wel en dat is op zich misschien nog wel triester dan de titel van dit blog. Eerste lichtpunt was gisteravond, ‘the Sound of Music’. Ik heb de film al vijf keer gezien, maar nog nooit zo genoten als deze keer. Steeds meer vallen me geniale details op die mij doen besluiten dat dit the Sound of Music in mijn top 10 lijstje thuishoort. Zelden zoiets moois door de mensheid gemaakt denk ik dan diepgeroerd. Of zouden het toch slechts de omstandigheden zijn die me in deze weke richting duwen? Ik overwoog gisteravond zelfs even mijn huwelijk te ontbinden, want een hetero die zo overtuigd is van de Sound of Music moet toch wel een latente homo zijn. Een nacht slapen en het vooruitzicht op een tweede kerstdag deden mij weer in de realiteit belanden.

 

Het tweede lichtpunt op tv was Love actually met hoofdrolspeler Hugh Grant. Britse Humor, zoetgevooisd dat wel, maar een ware ‘feel goodmovie’ en die had ik nodig, somber en volgevreten als ik was/ben. Helaas onderbroken door reclame, maar het voordeel is dan weer dat die voor dit blog gebruikt kan worden.

Twee films in de donkere dagen die het nog leefbaar hebben gemaakt, zeer triest al zeg ik zelf. Maar om dit dan weer te delen met anderen in de blogwereld is het toppunt. All you need is blog? Kerstfeest, een traditioneel familiefeest hoe gaan we dat doen in 2009, het jaar van de tradities. Als je al zo moeilijk om kunt gaan met de meest voor de handliggende traditie zoals het kerstfeest, dan wordt het een moeilijk blogjaar in 2009 als je je bedenkt een titel als ‘All you need is blog’.

Nu de film is afgelopen zal ik maar eens beginnen met om me iets tradioneler op te stellen in navolging van de boodschap van Love Acually: All you need is love……..vooral ook na de kerstdagen want dat gleed door mij vingers weg de afgelopen dagen.

 

Het spel van de Engel/ Carlos Ruiz Zafón (In de schaduw van de schaduw)

Voor dat ik ook maar op de inhoud van het nieuwste boek van Carlos Ruiz Zafón in ga, moet ik een citaat kwijt uit ‘Het spel van de engel’. In een vorige boekervaring gaf ik al aan dat de lezer altijd zijn eigen stokpaardjes meeneemt bij het lezen van een boek. Selectieve waarneming is nu eenmaal een constructiefoutje in de mensheid, maar mogelijk ook wel een defensiemechanisme, omdat je als gewone sterveling ook wel gek moet worden om alles bewust te moeten waarnemen. Maar dit terzijde.

Mijn citaat uit het boek

Ik was dus onder de indruk van het volgende citaat, al vrij in het begin van ‘Het spel van de engel’ (pagina 19/20):

‘Jaloezie is de religie van de middelmatigen. Het sterkt ze, het beantwoordt aan de onrust die vanbinnen aan ze knaagt en uiteindelijk verteert het hun ziel, terwijl het ze toestaat hun eigen kleinzieligheid en hebzucht te rechtvaardigen totdat ze denken dat het deugden zijn. Zulke mensen zijn ervan overtuigd dat de hemelpoorten zich slechts zullen openen voor ongelukkigen zoals zij, die door het leven gaan zonder een spoor achter te laten dan dat van hun voddige pogingen te kleineren en buiten te sluiten – zo mogelijk te vernietigen – die puur door te bestaan hun eigen armzalige ziel, geest en esprit aantoont. Gezegend is hij tegen wie de idioten tieren, want zijn ziel zal hun nooit toebehoren.’

Mooi vond ik dit. Heel mooi.

Nu vind ik dat je mensen nooit kwalijk kunt nemen ‘middelmatig’ te zijn. Wie bepaalt dat nu, uiteindelijk heeft ieder mens wel ergens talenten al komen die helaas niet altijd in de schijnwerpers. Dus leven en laten leven ook als mensen zich anders presenteren dan jijzelf gesocialiseerd bent.

Maar vooral het stukje ‘kleinzieligheid en hebzucht te rechtvaardigen totdat ze denken dat het deugden zijn’ zie ik zo vaak om me heen.

 

Het spel van de engel

 Carlos Ruiz Zafón

 Signatuur 2009

 

 

De vergelijking

Zo heeft het boek van Zafón veel onverwachte levenswijsheden en citaten die bij oppervlakkige beschouwing zijn weggepropt in wederom een heel spannende verhaallijn. Uiteraard heb ik het boek gelezen omdat de mondiale bestseller ‘In de schaduw van de wind’ mij heel goed bevallen is. En met mij miljoenen anderen, hetgeen mijn eigen middelmatigheid maar weer eens bewijst.

Ook nu ben ik zeer te spreken over het prachtige taalgebruik, de genoemde wijsheden en vooral de spanning. Maar ook de soms humoristische dialogen geven volgens mij de creativiteit en veelzijdigheid van de schrijver weer.

En toch knaagt er iets. Als het boek ‘In de schaduw van de wind’ niet geschreven zou zijn, mogelijk dat dit boek de mondiale doorbraak zou zijn geweest van Zafón. Geniaal dus, maar te veel een variatie op een thema. Het boek speelt zich ook nu weer af in Barcelona van de eerste helft van de twintigste eeuw. In tegenstelling tot het eerste boek, spelen politieke en sociale factoren hoegenaamd geen rol. De basis is de enorme spanning van deze psychologische thriller met literaire capaciteiten. Ik persoonlijk vind het jammer, want met een stukje tijdsgeest, bijvoorbeeld over Franco en de Spaanse Burgeroorlog, kan het verhaal beter ‘aarden.’ De sinistere feiten komen op die manier beter tot hun recht, omdat het zich afspeelt in de echte wereld. Met tijden kreeg ik het gevoel dat de ‘zwarte magie’ van het boek niet echt is en dat gevoel moet je tijdens het lezen niet hebben, dat leidt af.

Wederom speelt de boekhandel van Sempere & Zoons een belangrijke rol in het verhaal. En ook het Kerkhof der Vergeten Boeken maakt een wezenlijk deel uit van de spannende vertelling van Zafón.

Op zichzelf kan ik het de schrijver niet kwalijk nemen, want na het succes van zijn vorige boek, proeft dat ongetwijfeld naar meer. Ik weet echter niet of ik als lezer zo gemakkelijk een derde boek ga lezen.

Samenvatting

De verhaallijn is vrij simpel. Een arme vrij kansloze jongen met talent voor schrijven, komt bij de redactie van een onbeduidende krant. Zijn talent wordt herkend en de opdrachten stromen binnen, zonder dat dit hem echt de literaire roem geeft die hij als jongeling nog nastreeft. Hij schrijft met name ook voor anderen die daarmee gloreren. Als hij van een onbekende uitgever uit Parijs de opdracht krijgt om een boek te schrijven en een voorschot krijgt van 100.000 peseta’s, volgen de duistere ontwikkelingen elkaar in een rap tempo op. Magie, intriges, corrupte ontwikkelingen, maar ook moord en doodslag zijn het gevolg. Op menig moment duizelde het me voor de ogen en moest ik me letterlijk af vragen, wie nu met wie te maken heeft en wie te vertrouwen was en wie niet.

Maar als rode draad door het hele verhaal staat de liefde voor het geschreven woord centraal. De liefde die Zafón ongetwijfeld met de paplepel heeft binnengekregen en die hij graag met zijn miljoenenpubliek wil delen. Het genoemde Kerkhof der Vergeten Boeken staat symbool voor deze boekenliefde.

Op bladzijde 540 beschrijft hij:

‘Dit oord is een mysterie. Een sanctuarium. Elk boek dat je ziet, elke band, heeft een ziel. De ziel van degene die het heeft geschreven en van degene die het heeft gelezen en ervan heeft gedroomd. Telkens als een boek in andere handen overgaat, telkens als iemand zijn blik over de bladzijden laat glijden, groeit zijn geest en wordt sterker. De boeken die niemand zich meer herinnert, die mettertijd verloren zijn gegaan, leven op deze plek voor altijd voort en wachten erop in handen van een nieuwe lezer te geraken, een nieuwe ziel….’

Of dit ook zo is met een miljoenenoplagen die ook ‘Het spel van de engel’ ongetwijfeld zal krijgen, weet ik niet. Het is in ieder geval een absolute aanraden, al blijft er iets knagen.

Wandelen rond de hoogmis/ Martinuskerk te TWELLO

De plicht roept, zou ik kunnen zeggen om vandaag “mijn wandeling rond de hoogmis” gestalte te geven. Het is Roepingenzondag hoor ik tijdens de kerkdienst in Twello. Ik zal u eerlijk zeggen, ik had er nog nooit van gehoord. Wel van ‘roeping’ natuurlijk, maar dat er een heuse zondag voor in het leven is geroepen met een voorleesbrief van de Nederlandse Bisschoppenconferentie, dat verbaasde me hogelijk. Nu werd de brief niet voorgelezen, maar lag netjes achter in de kerk om meegenomen te worden. In die brief staat bijvoorbeeld:

‘Voor ieder mens heeft God een doel voor ogen. Ons leven hebben we gekregen van God om de liefde te weerspiegelen die er in God zelf is. Ons fundamentele roeping is de roeping tot de liefde.’

 

Vanuit de kerklaan met op de achtergrond de Bed & Breakfast Duistervoorde

Nu is mijn wandeling rond de hoogmis absoluut geen roeping, maar ik doe het graag en probeer er wat zorg en liefde in te steken. Vandaag dus naar Twello, het geboortedorp van mijn moeder. In Twello staat de Martinuskerk waar mijn moeder waarschijnlijk gedoopt is, waar mijn ouders getrouwd zijn en eveneens de kerk waar mijn grootouders hun de laatste eer is bewezen. Ze liggen beide begraven op het kerkhof naast de kerk. Het nabij Deventer gelegen dorp is ook de plaats waar mijn moeder intens moest bidden in de carnavalstijd om het Bourgondische katholieke Zuiden te behoeden voor een overvloed aan alcoholische zonden en wulpsheid.  De Martinuskerk is dus het doel van mijn wandeling vandaag.

Hoe krijg ik het voor elkaar, beide gebouwen ‘te laten vallen’?

De wandeling

De wandeling ging vandaag weer per auto en mijn inschatting dat ik er binnen een half uur zou zijn, was correct. Nadrukkelijk moest ik het thuisfront beloven me te houden aan de aangegeven snelheden, want de boetes ter gelegenheid van de wandeling naar Raalte liggen nog op het bureau om betaald te worden, drie stuks van meer dan €200, – in totaal. In een rustig tempo rijd ik naar Twello en uiteraard weer met het radioprogramma Vroege Vogels op de achtergrond. De vulkaanuitbarsting in IJsland komt ter sprake en vol enthousiasme krijg ik te horen dat de uitbarsting voor het ecosysteem in Nederland ook enorme voordelen heeft. In de minuscule asdeeltjes die nu gaan neervallen, zitten relatief grote hoeveelheden silicium, koper en zink die gemakkelijk oplossen in het water. Ze vormen daar een voedzame bron voor allerlei algen, die gegeten worden door piepklein andere micro-organismen. Langzaam maar zeker wordt via de vissen en vogels daarmee ook de menselijke voedselketen voorzien van deze belangrijke elementen. Via erosie van gesteentes doet de natuur er eeuwen over om deze stoffen vrij te krijgen, de vulkaan in IJsland geeft ons mogelijk voor jaren voldoende. Goed nieuws dus. Ze hebben ook droevig nieuws bij vroege vogels. Enige weken schreef ik tijdens mijn wandeling naar Raalte dat twee jonge Europese bizonstiertjes (wisents) elders werden uitgezet om de kudde aldaar gezond te maken. Ze zijn niet meer, ze hebben het niet overleefd en nu wordt onderzocht hoe dat komt. Veel tijd om te treuren heb ik niet, want Twello komt in zicht en ook Twello gaat mee in de vaart der volkeren, dus even opletten hoe ik ook al weer bij de kerk moet komen want er zijn verkeerstechnisch enige veranderingen. En alsof de ‘duvel’ er mee speelt, met het parkeren van de auto, beginnen de klokken de luiden. Ik ben dus op tijd. 

 

 

 

 

De Martinuskerk in Twello (Duistervoorde)

De toevoeging Duistervoorde had voor mij als kind een magische klank. Er is niet zoveel fantasie voor nodig dat je bij Duistervoorde een ietwat unheimisch gevoel krijgt. In gesprekken bij mijn grootouders tussen de verschillende ooms en tantes kwam de term Duistervoorde regelmatig voor. Ik wist amper waar het overging, maar met Duistervoorde was iets aan de hand. Buiten dat Duistervoorde de plek was waar de kerk in de tweede helft van de negentiende eeuw is gebouwd, was het uiteindelijk ook de residentie van de werkgever van mijn opa. Als timmerman was hij werkzaam in de vleesfabriek van IJsseldijk. Daarnaast had hij ook veel onderhoudswerkzaamheden te verrichten in de villa’s van drie broers IJsseldijk. Toen hij inmiddels gepensioneerd was, is een nazaat van de familie neergestreken op het landgoed Duistervoorde naast de Martinuskerk dus. Mogelijk dat de gesprekken tussen ooms en tantes niet alleen gingen over het kerkelijk gezag, maar ook het wereldlijke gezag van de werkgever gingen. Religieus en wereldlijk gezag concentreerde zich in Duistervoorde. En dat er ontzag was voor de werkgever moge duidelijk zijn. Zo gaat er in de familie, of in ieder geval bij mijn moeder het verhaal de ronde dat mijn oma in de jaren vijftig een fiets kocht met verchroomde velgen. Alleen de vrouw van de baas had in het dorp zo’n fiets, dus oma kon onverrichter zaken terug naar de fietsenmaker voor een goedkoper modelletje. Waar haalde ze de hoogmoed vandaan?

De geschiedenis van Duistervoorde gaat terug naar 1358 met de familie van Apeldoorn tot een Amsterdamse bankier in de negentiende eeuw die uiteindelijk het huis op Duistervoorde zijn huidige vorm gaf. De gronden die erbij hoorden zijn voor een deel aan de katholieke kerk verkocht. Zij bouwden in die periode in rap tempo vele neogotische kerken, in Twello dus de Martinuskerk. Het huis van de familie IJsseldijk is inmiddels ook weer verkocht en momenteel wordt er een Bed & Breakfast gerund.

 

 

 

 

 

Bed & Breakfast Duistervoorde

 

De dienst

Ruim op tijd zit ik in de lichte kerk die door de invallende zon lenteachtig aandoet. Het koor is een beetje aan het repeteren, terwijl de mensen binnenstromen, hoofdzakelijk dezelfde generatie kerkgangers als overal. Gelijk met mij komt een gezin binnen met twee (bijna) volwassen dochters, de uitzonderingen die de regel bevestigen. Zij zitten in bank twaalf aan de linkerkant gezien vanaf de uitgang. Hoewel de dames geen tekenen van ziekelijke bewegingsdrift vertonen, piept hun bank of voetenbank erg hinderlijk gedurende de hele mis. Verder zoek ik in het koor naar tante R. maar kan haar niet vinden. In een moment van onoplettendheid komen oom A en tante G wel binnen, tenminste ze zitten er opeens. Ze zien mij niet, maar ik zal ze na de dienst zeker de hand even schudden.

De dienst wordt gedaan door een pastoor met een licht buitenlands accent en een lector, respectievelijk pastoor Kantoci uit Kroatië naar later blijkt en mevrouw T. Linthorst. Bij het openingswoord maakt pastoor Kantoci duidelijk dat het hem ook is opgevallen dat de lente echt begonnen is.

In zijn preek heeft de pastoor het nadrukkelijk over de negatieve publiciteit die aanhoudt over de katholieke kerk. Hij haalt de zinsnede ‘God leidt ons niet in bekoring’ aan en vraagt de bisschoppen en de Paus moed te hebben om het falen van priesters, zij dus die de bekoring niet hebben kunnen weerstaan, toe te geven. Alleen daarbij heeft de katholieke kerk baat en een goede toekomst.

Ik bedenk me dat het best moeilijk is om iedere keer over seksuele escapades van anderen te moeten spreken, terwijl je eigenlijk niet meer wil zijn dan een herder van een lokale geloofsgemeenschap, tenminste ik mag aannemen dat ook pastoor Kantoci die roeping heeft. De rest van de dienst doet me vooral denken aan de diensten zoals ik ze ken vanuit de jaren zeventig, blijmoedig maar weinig verrassend.

“Old school” zouden mijn kinderen zeggen.

Ik heb tijd om eens rond  te kijken. De combinatie van glas-in-loodramen en het zonlicht doet zijn werk en ik ben vastbesloten daar straks een foto van te nemen.

 

 

 

 

 

Poging om de kleuren van het glas in lood te pakken.

De collecte wordt in Twello een ‘één euro-collecte’ genoemd. Opvallend, die vaste afspraak en omdat ik als laatste in de rij ben voor de collecte en het mandje in de bank voor me zet, kan ik ongegeneerd kijken naar de opbrengst. Niet iedereen houdt zich aan de afspraak, menig kerkganger heeft twee euro gegeven. Ook zie ik een aantal kleinere muntstukken, maar ik durf die muntstukjes niet snel te tellen om te kijken of het precies een euro is.

Tijdens de communie, deze keer zonder wijn, heb ik oogcontact met mijn oom en tante. Terwijl de kerkgangers naar voren schuifelen, verlaat de organist zijn kerkorgel en loopt naar een piano aan de andere kant. Tot mijn verrassing speelt hij een popsong van Lionel Richie, volgens mij ‘Say you, say me’. Heel verrassend en mooi gespeeld. Ik neem me voor om thuis de liturgische waarde van het lied te onderzoeken.

De ontmoeting

Na afloop is er koffie in de kerk en met mijn oom en tante nemen we de laatste wederzijdse wetenswaardigheden van neven en nichten door. Ze vroegen zich af of ik verdwaald was. Ik laat maar in het midden of dat betrekking heeft op mijn verschijnen in hun kerk of in de kerk in het algemeen.

Mijn oom, genetisch behept met belangstelling voor geschiedenis en net als meer mensen van moederskant met twee hele rechter handjes leidt me snel door de kerk en is erg enthousiast over een smeedijzeren preekgestoelte waarin de beeltenis van de Heilige Martinus van Tours is te zien, terwijl hij de helft van zijn mantel aan een zwerver geeft. De andere helft was immers niet van hem en kon hij dus ook niet weggeven.

 

 

 

 

 

 

Heilige Martinus van Tours in ijzersmeedwerk

Na afloop rijd ik naar het huis van mijn oom en tante die inmiddels in een seniorenappartement wonen. Ik was er nooit geweest want tot voor kort bewoonde de oudste broer van mijn moeder het ouderlijk huis, dat inmiddels tegen de grond is gegaan.

En zoals familiebanden kunnen gaan, ondanks het beperkte directe contact, zijn ze toch heel vanzelfsprekend. En dat is mooi.

 

 

 

Huis van opa en oma, later oom en tante en inmiddels tegen de vlakte. Foto’s in het kozijn van het zolderraam boven de schuur.

De wandeling terug

De diepere betekenis van het liedje van Lionel Richie blijft me bezig houden. Het gaat in ieder geval over liefde en dat is ook mooi. Ik zoek er verder maar niets achter. Al rijdend zie ik in de weilanden dat de paardenbloemen gezelschap hebben gekregen van pinksterbloemen. Het is echt lente en dat is in ieder geval prettig.

 

 

 

 

 

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Het Rozeneiland/ Sanne Terlouw

Een paar dagen zonder kinderen in het zomerse augustus van 2008 in het Teutoburgerwald zou de rust brengen om ook wat boeken te lezen. Bij mijn stapeltje was ook het genoemde boek van Sanne Terlouw. Toegegeven, lidmaatschap van ’s lands bekendste boekenclub en de verplichting om ieder kwartaal een boek te kopen, zorgt ervoor dat een voor mij onbekende schrijfster met een beroemde naam, jawel de dochter van Jan Terlouw, een gewild koopobject was. Geen idee waar het boek over ging, bovendien inspireerde de foto.

Ik begon te lezen op een zeer rustig, typisch Duits terras, waar slechts oudere Duitse toeristen een Kännchen Kaffee dronken. Naarmate het eerste hoofdstuk het einde naderde, werd ik onrustiger. Mevrouw Sprakeloos, bekend met de emoties van haar man, vroeg zich af wat er aan de hand was, maar hield zich stil. Haar vraag kwam pas toen het boek na het eerste hoofdstuk op de eikenhouten tafel van het terras werd gelegd.

‘Hier ga ik niet mee verder, het boek klopt van geen kanten.’

Ik legde mevrouw Sprakeloos uit dat de hoofdpersoon van het boek, Rosa,  rondom de tweede intifada voor drie maanden gaat werken in Israël. Rosa is vijfendertig jaar en laat voor deze periode haar gezin in Nederland achter. In mijn gedachten is dat dus om en nabij het jaar 2000. Even verder op staat dat ze, geïnspireerd door haar verblijf in Jeruzalem alsmede door een geheime, maar onmogelijke liefde, op haar 65e een afspraak wil maken met haar ‘vakantieliefde’ op het Griekse eiland Rhodos. Er zijn dan twee mogelijkheden. Het verblijf van Rosa speelde zich niet af tijdens de intifada of de ontmoeting op Rhodos speelt zich af in de toekomst. Voor dit laatste vond ik geen aanwijzingen, dus mijn conclusie op dat Duitse terras is dat ik een ander boek wil lezen.

Een ander boek was echter niet voorhanden, een pc om te googelen evenmin en mevrouw Sprakeloos, altijd in voor een pragmatische oplossing en rust, adviseerde om een toekomstig scenario toch maar als een serieuze optie te accepteren. Ik lees mopperend verder in de wetenschap dat ik een derde optie voor haar verborgen hield, namelijk dat ik er geen reet van begreep.

 

Sanne Terlouw

 

Het Rozeneiland

 

Nieuw Amsterdam uitgevers

 

2007

DE KERN VAN HET VERHAAL

Verder lezen is toch lonend geweest. Sanne Terlouw heeft een historische roman geschreven over een wereld waarvan ieder weldenkend mens weet heeft, maar die nauwelijks echt bekend is bij de meesten, namelijk de geschiedenis van een Joodse familie. En in dit geval begint de familiegeschiedenis tijdens de Inquisitie in Spanje even voor 1500 en eindigt rond de Tweede Wereldoorlog op het eiland Rhodos. Of eigenlijk eindigt de geschiedenis in het heden, want Jaron, de liefde van Rosa, is een nazaat van deze familie. De liefde voor Jaron inspireerde Rosa om Hebreeuws te leren en met het enige aanknopingspunt, een thorarol uit de verwoeste synagoge op Rhodos, zijn familiegeschiedenis te achterhalen.

Een enerverend verhaal heeft Sanne Terlouw ervan gemaakt.

DE MORAAL VAN HET VERHAAL

Ik weet niet of er een moraal is, er is voor mij wel een wijze les uit te halen, of eigenlijk twee. Allereerst wordt ik met de neus op de feiten gedrukt ten aanzien van de Joodse geschiedenis. Natuurlijk is mij de moderne geschiedenis, laten we zeggen vanaf eind 19e eeuw, waarbij de term zionisme gebruikt wordt alsmede het moderne antisemitisme opkomt, genoegzaam bekend. De huidige tegenstelling tussen Israël en de Palestijnen is een van de actuele hoofdstukken van de Joodse geschiedenis

Als bijzin in de geschiedenisboekjes ken ik natuurlijk dat Joden al sinds mensenheugenis worden gediscrimineerd waar dan ook in de Westerse wereld al dan niet zijn rechtvaardiging vindend in de kruisiging van Jezus.

Sanne Terlouw beschrijft een familiegeschiedenis van overleven, in goede en slechte tijden, maar uiteindelijk altijd op de vlucht voor rechteloosheid en discriminatie. De geschiedenis begint in Spanje en het hele mediterrane gebied zal uiteindelijk door de voorouders van genoemde Jaron bewoond worden.

Het tweede leerpunt is een meer algemene constatering, misschien ook een open deur, namelijk dat een familiegeschiedenis van generatie op generatie wordt doorgegeven en in de karakters en poriën van mensen kan gaan zitten. Dit kan bewust gebeuren door de geschiedenis te vertellen, maar ook onbewust door de kennis van bijzondere en/of traumatische gebeurtenissen, die misschien wel verzwegen blijven.

NAWOORD

Ondanks de bewondering voor het verhaal en de bewustwording van die ‘andere’ Joodse geschiedenis, blijft de vraag bij mij, heeft Sanne Terlouw nu een fout gemaakt of begrijp ik ergens iets niet? Herlezing van enkele passages van het boek was hiervoor nodig en natuurlijk even googelen. Mijn conclusie blijft voorlopig hetzelfde, er klopt ergens iets niet. Ik heb geen enkele aanwijzing dat het boek in de toekomst eindigt.

Misschien kan iemand mij wrevel weghalen of mij op mijn blinde vlek attenderen?

(zie ook de berichten van vkblog waar dit blog eerder heeft gestaan)

Met je tijd meegaan, gadverdamme

En ja, hoor dat was ie weer! Een korte, alles verdovende woordflits, het tolde enkele luttele seconden in mijn hoofd en de kiem van een nieuw blog is geboren. Het ‘groen en geel’ ergeren aan een taalkundige uitspraak en vooral de wereld die er achter ligt en we kunnen weer aan de slag. Kunnen aan de slag? We moeten weer aan de slag, want als de jeukopmerking ‘je gaat niet met de tijd mee’ op mijn pad komt, dan is er geen weg meer terug. Aldus geschiedde naar aanleiding van mijn stukje ‘Geen Stijl of Geenstijl, that’s the question.’. (nog niet beschikbaar op dit moment op  ‘sprakeloosverhalen’


Wat is dat nu met de tijd mee gaan? Betekent het dat je horloge niet meer doet? Of dat je de agenda van 2008 nog in je werktas hebt zitten? Nee, natuurlijk niet. Als tegen je gezegd wordt, ‘je gaat niet met de tijd mee’ dan impliceert het dat je een eigenwijze, vastgeroest, inflexibele ouwe zeur bent met een chronisch gebrek aan gevoel voor de tijdsgeest. Je bent op zijn minst een maatschappelijke loser die aan alle kanten ingehaald wordt ‘als je niet met de tijd meegaat.’

Welke tijd, wiens tijd en waar naar toe gaat die tijd en vooral wie bepaalt die tijd? Kijk, dat zijn nu eens vragen die gesteld moeten worden door de lieden die vinden dat je met je tijd moet meegaan. Iedere vorm van kritiek wordt gepareerd dat je niet met de tijd meegaat. Moet ik meegaan met een amorfe massa die in een ratrace hun uiterste best doet om maar mee te gaan met de tijd, ongeacht of het bij hen past? De angst om niet met de tijd mee te gaan, is dus zo verlammend dat kritiekloos iedere hype of gril wordt aangewend om maar mee gevoerd te worden in het Grote Niemandsland, de tijd.
Gadverdamme nee, dan bepaal ik mijn eigen tijd wel en ik weet zeker dat ik dan nog voldoende mee meander in het hier en nu. Heel eigentijds ga ik mee met de flow, ik moet wel want ik ben Don Quichot immers niet. Het betekent echter niet dat ik overal achter aan moet hobbelen, achter het ondefinieerbare begrip tijd.

Het begint al met het relatief onschuldige modebewustzijn dat ons vanaf kinds af aan wordt ingeprent. Bruin is de herfstmode, warmrode kleuren overheersen in de winter, de lente is een retroperiode met paarse tuinbroeken en de zomer van 2009 dragen we bloemen. Als je die warme groene trui van 2006 nu nog draagt, ga je niet me je tijd mee. En ook hier geldt dat ik echt niet in de verkleedkist van mijn opa op zoek ben naar een plusfour omdat ik tegen het eigentijdse ben. Ook ik conformeer me aan het aanbod van nu en zal over dertig jaar op foto’s te zien zijn als ‘typisch 2009′.  Met de tijd meegaan is dus niet hollen achter de nieuwste (jeugd)mode zoals menig vrouw of midlifeman doet. Het is namelijk pathetisch om op je veertigste de nieuwste gadgets nog te moeten aanschaffen, een legging over je te dikke reet te trekken of met een nauwsluitend shirt je bierbuik te exhibitioneren, alleen om maar met je tijd mee te gaan. Driewerf gadverdamme.

Een ander voorbeeld is de verloedering in omgangsvormen? Of dit nu in de politiek, media of het sociale leven is, ik constateer verwildering van omgangsvormen, heel eigentijds. Maar is het antwoord dan meegaan in die stroom? ‘Zo is het nu eenmaal tegenwoordig, dus ik ga maar met de tijd mee en gedraag me ook lomp, onbehouwen en egocentrisch. In de politiek zie je die verschuiving bij vele partijen optreden, zonder twijfel. In het maatschappelijke verkeer constateer ik in een pessimistische bui hetzelfde en op tv en internet ‘moet alles dus maar kunnen’ (ook als zo’n jeukopmerking: Moet kunnen!) om vooral maar te tonen dat je met de tijd meegaat. Als dat de norm is van met je tijd meegaan, dan ben ik trots op de classificatie ‘eigenwijze, vastgeroest, inflexibele ouwe zeur met een chronisch gebrek aan gevoel voor de tijdsgeest.

Met je tijd meegaan, gadverdamme!!!

Huub’s vuur of Bea’s zuur? That’s the question

Uit vuur en ijzer, zuur en zout

 Is het hèt vuur in Huub Oosterhuis geweest dat hij ijzer met handen heeft willen breken?

Of is het koningin Beatrix die wat zurig is over de hedendaagse waarden en normen in de Nederlandse samenleving en via Huub Oosterhuis nog wat zout in de politieke wonden heeft willen strooien?

 We zullen er nooit achter komen, want zo goed zal het geheim van het Koninklijke huis wel bewaard blijven.

 Omdat ik met Huub Oosterhuis eens ben? Of met de koningin? Of misschien dus wel met beide, vind ik het eigenlijk wel grappig. Heel grappig zelfs.

 Niets zo vervelend als altijd maar principieel zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Omdat een aantal kerkliederen van Huub Oosterhuis  verbannen zijn uit de katholieke kerk sinds maart 2010, toch maar even een ode aan een hele bekende van Huub Oosterhuis. (tekst en melodie via link verkrijgbaar)