Ben ik pensioenproof op mijn 45e? Kan mij het schelen.

 

De conventie van Achlum: Wisseling van de wacht

Mei Li Vos 1970 (ex-politica)

Nynke de Jong 1985 (columniste o.a. Viva)

Kees de Lange 1943 (voorzitter NBP en 1e kamerlid)

 

Mijn (voor)oordeel

Ik geef het toe, mijn onderliggende motieven waren niet nobel. Integendeel, met een dijk van een vooroordeel, in mijn eigen optiek een goedbeargumenteerd oordeel, toog ik naar de eerste bijeenkomsten van de conventie van Achlum. Als vertegenwoordiger van de sociologische generatie Nix, kan het behoorlijk stieren in mijn hoofd als ik menig babyboomer hoor wauwelen.

Alleen al het gemak waarmee zij meehobbelen door te stellen dat het de ouderen zijn die het na-oorlogse Nederland hebben helpen opbouwen. Dat klopt, dat is de generatie van mijn ouders, in de jaren dertig geboren en aan de slag in de spruitjeslucht van de jaren vijftig, wonend bij hun ouders, ’s avonds bijstuderen en voor veel vrouwen nog gewoon de rol van huisvrouw. Dat is de opbouwgeneratie. Niet de mensen, met name de gestudeerden, die in de loop van de jaren zestig en zeventig hun vrijheden hebben opgeëist via demokratie met hoofdletter K alsmede seks met kapitalen. Dat zijn de mensen die, voordat de crisis in de jaren tachtig uitbrak, na tien jaar studeren hun gevestigde posities hadden ingenomen, met name bij de overheid en semioverheden, om ze vervolgens nooit meer af te staan. Dat zijn ook de mensen die vanuit hun verworvenheden nog dagelijks het morele gelijk verkondigen met een stelligheid en een vastgeroestheid die ongeëvenaard is. De generatie Drees sr. was vele male flexibeler in het overdragen van de macht en het hanteren van mededogen dan deze generatie ooit heeft gedaan.

De eerste jaargang van de na-oorlogse generatie behaalt nu de pensioengerechtigde leeftijd, de meesten genieten al jaren van een ‘Zwitserleven’ en nu moeten juist hun priveleges beschermd worden. Ik zie het al bijna twintig jaar dat menig sleutelpositie in de zorg, overheid en onderwijs door deze generatie wordt ingenomen. (de eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik het ten aanzien van het bedrijfsleven niet durf te zeggen.) O ja, met een zweem van progressiviteit nemen de ouwe hippies jonge vrouwen aan. Moeder de vrouw heeft jarenlang gezorgd dat de heren hun carriere hebben kunnen maken, maar positieve discriminatie doet het wel lekker voor het (linkse) ego. En alsof dat nog niet genoeg is, ze zijn massaal aan de tweede leg gegaan, hun hardwerkende huissloven, maar onbemiddelbaar op de arbeidsmarkt geworden vrouwen, dumpend.

U ziet, ik chargeer en ben onredelijk, maar uit onredelijkheid de zaken boven tafel halen, maakt het wel duidelijk. In ieder geval het uitgangspunt van mijn keuze voor De wisseling van de wacht in Achlum moge duidelijk zijn. En natuurlijk heb ik het over sociologische grootheden, niet over individuen. Ik weet dat grote groepen vrouwen van die generatie het niet gemakkelijk hebben gehad. Ik weet dat wanneer je werkeloos of arbeidsongeschikt geraakte toch minder kon delen van die welvaartsruif.

DE BIJEENKOMST

Pensioenbewustzijn

Op het moment dat aan de jongste deelnemer, Nynke de Jong, wordt gevraagd of zij al bezig is met haar pensioen, hoor ik haar herkenbaar stamelen en het komt erop neer, eigenlijk niet. Toen ik na mijn studie noodgedwongen moest kiezen voor herscholing (psychiatrisch verpleegkundige) schrok ik me kapot dat ik bezig moest zijn met pensioen. Ik vond het bijna beledigend. Zelfs nu als 45-jarige kan mij nog een grote mate van naïviteit verweten worden, ondanks mijn academische status, of misschien wel dankzij die status. Ik heb nog nooit gekeken op “mijn pensioen”. Ik weet wel dat ik in 2008 bij wisseling van baan overging van PGGM naar ABP. Tenminste dat dacht ik, maar de kredietcrisis spookte al rond, en met een eenvoudige mail, die nu op een oude computer niet meer traceerbaar is, kreeg ik te horen dat de overgang tot nader order uitgesteld was. ‘Tja, ik moet er nog wat mee!’

En toch is het raar dat wij als individuen worden gedwongen om twintig, dertig, ja zelfs veertig jaar vooruit te kijken. Hoe is dat in godesnaam mogelijk? De politiek hangt van korte termijnbeslissingen aan elkaar. Zelfs in het bedrijfsleven weet men amper met welke producten over vijf jaar winst gemaakt gaat worden. Als sterveling wordt je geacht de sociale en economische grootheden in te schatten en op een nette manier voor je eigen oudedagsvoorziening te werken. Onwillekeurig moet ik altijd denken aan het liedje van het ‘Klein Orkest’. Later is al lang begonnen, sparend voor later ga je straks ook sparend dood.

Generatieconflicten

Tijdens de bijeenkomst is het waarneembaar dat er verschillende generaties bij elkaar zitten, maar wederzijds respect is zeker aanwezig. En dat is natuurlijk ook de basis om gezamenlijk verder te gaan. Typerend voor dit soort bijeenkomsten is ook altijd het standaard verhaal dat bij een van de aanwezigen loskomt. “Wij moesten al op ons vijftiende werken en hebben sindsdien onze financiële bijdrage geleverd.” Mei Li Vos komt, met voor mij op dat moment een onbekend, maar logisch argument dat de afdrachten toen van een heel andere orde waren dan de huidige bijdrage van werknemers. Dat is een argument dat ik moet onthouden. Voorts komt Kees de Lange met een statement dat hout snijdt: ‘We moeten anders gaan denken over ouderen in het arbeidsproces. We schrijven ze te snel af, de ouderen zichzelf, maar ook de werkgevers en collega’s.’ Heel terecht wijst hij op het feit dat er van de 60 plussers nog maar een beperkt aandeel werkt. Dat is er een om over na te denken, maar zijn oproep om de ‘ouwelullendagen’ af te schaffen, vind ik dan wat minder handig. Misschien werken ze wel stigmatiserend, maar aan de andere kant is, en dat ervaar ik in mijn eigen werkomgeving, het soms de smeerolie om langer door te gaan. Misschien moet dat in samenhang met demotie of in ieder geval het recht om flexibeler vakantiedagen te kopen. Ik ben van mening dat je meer individueel moet kijken en ook nadrukkelijk de overkoepelende sterke en minder sterke eigenschappen van een leeftijdsgroep in je beleid moet meenemen. Kees de Lange, ik dank u voor dit argument dat mijns inziens breder bekeken moet worden. En vooral vergrijzing niet meer als het grote probleem voor de toekomst zien, is daarmee ook in mijn hersenen geplant. Vergrijzing is een gegeven, maar niet een seperaat probleem.

Pensioengerechtigde leeftijd op 65 jaar.

De vergrijzing ten spijt, ik ben voorlopig geen voorstander om de pensioengerechtigde leeftijd op te krikken. Voor de goede orde, zelf ben ik met mijn 45 jaar nog niet niet op de helft van mijn arbiedszame leven. (NB. 45 jaar wordt in veel studies vaak gezien als het kantelpunt, onder die leeftijdsgrens wordt je nog als zeer bemiddelbaar gezien, daarboven moet je vooral blijven zitten waar je zit en verroer je niet, houd je adem in en wacht maar af.) In mijn geest heb ik me echter al verzoend dat ik tot 67 of langer moet doorwerken.

In mijn optiek moet er eerst wat anders gebeuren op de arbeidsmarkt. Hierboven is al aangekaart dat de groep 60 plussers langer moet gaan participeren. Het arguement van Mei Li Vos dat juist met het optrekken van de AOW leeftijd naar 67 hiervoor een (psychologische) bijdrage kan leveren, komt mij niet voldoende overtuigend over. Naast een grotere participatie van ouderen, moet er in Nederland veel nadrukkelijker gekeken worden naar andere groepen in de samenleving.

  1. Ik pleit voor een actief beleid voor een grotere deelname van vrouwen in het arbeidsproces. Waarom moeten mensen die tot hun 67e doorwerken, terwijl er hele grote groepen vrouwen parttime of niet bijdragen in het economische arbeidsproces?
  2. Geert Mak gaf het al aan in de opening van de conventie van Achlum. We moeten, puur uit eigen belang, veel beter kijken naar migratiestromen in de toekomst. Meisjes en vrouwen (maar ook mannen uiteraard) zoals de Afghaanse Sahar hebben we als samenleving in de toekomst heel hard nodig. Waarom kijken naar destructieve onderbuikgevoelens op korte termijn?
  3. Hoeveel jongeren en dan met name (allochtone) jongens, haken nu al af in het onderwijs. Dat wordt een enorme kostenpost als die testosteronbende jaar in jaar uit niet meedoet in het arbeidsproces. (uitkeringen, criminaliteit, ggz). Dit is een potentieel dat een bijdrage kan (en vooral ook) moet leveren aan de maatschappij en niet alleen als een last wordt gezien.
  4. Serieus bekijken van een mate van flexibilisering van de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld om de rechtsongelijkheid bij ZZP-ers weg te nemen.

Naast verbetering van de ouderenparticipatie in het arbeidsproces, zijn dit vier factoren die eerst bekeken moeten worden, voordat we heel stoer die leeftijd, om economische redenen, gaan zitten ophogen. Misschien moet het op termijn, maar om het met de walgelijke jeukterm samen te vatten: ‘First things first.’

Mijn naïeve eindconlusie

Wie ben ik om in deze materie tot conclusies te komen. Ik, een 45 jarige die geen overzicht heeft over zijn eigen (ogenschijnlijk) veilige pensioen. Ik moet nog 22 jaar en een glazen bol om in de toekomst te kijken heb ik niet. Trouwens, proef die zin eens: “Ik moet nog 22 jaar.” Het jargon van menig werknemer, en ook van mij. Ik zou eigenlijk moeten zeggen, ik mag, bij leven en welzijn, nog 22 jaar. En zo’n man wil met een eindconclusie komen? Ja!

Naar aanleiding van onder andere deze bijeenkomst in Achlum concludeer ik dat:

  • Vergrijzing niet als een seperaat probleem moet worden bekeken dat als een zwaard van Damocles boven ons hoofd hangt.
  • Dat er meerdere groepen in de samenleving zijn die hun bijdrage kunnen/ of zelfs moeten leveren aan het arbeidsproces.
  • Dat iedere leeftijdsgroep specifieke problemen heeft en aandacht behoeft, op het gebied van arbeidsparticipatie, maar ook op andere beleidsterreinen (huisvesting, gezondheid & scholing)
  • Dat meer gekeken moet worden naar de samenhang en context van groepsspecifieke aanpak en de groepen onderling.

Ik stel dus voor een nieuw ministerie in te richten. Ja, weer één. Geen ministerie van Jeugd&Gezin, geen ministerie voor Integratievraagstukken, geen ministerie voor Wijkopbouw en zeker geen ministerie voor het Zwitserlevengevoel. Nee, er moet een ministerie voor Demografische Beleidsontwikkeling komen. Deze conclusie behoeft op grond van bovenstaande betoog geen uitleg, het is een natuurlijk uitvloeisel van mijn bevindingen.

Ik concludeer dat, ondanks mijn negatieve insteek namelijk het ‘bashen van babyboomers’, er een constructief voorstel uitgerold is. Garanties om nu de rest van mijn (arbeidszame) leven nooit meer te schelden op andere generaties geef ik niet, maar een tikje genuanceerder heeft Achlum me wel gemaakt op dit punt. Maar voorlopig waait de vergrijzingswind nog niet over.

 

Opening, sfeer en verloop van Mijn conventie van Achlum

ICH BIN EIN ACHLUMMER

Wie heeft mij iets te bieden op de conventie van Achlum? En waarover ga ik een stukje schrijven? Twee belangrijke vragen bij de keuze van sprekers in Achlum. Geert Mak en Herman Pley heb ik nog niet zo heel lang geleden in Duiven aangehoord. Femke Halsema, altijd helder aanwezig, zowel visueel als ook auditief? Jolande Sap dan. Begin dit jaar schreef ik naar aanleiding van Kunduz een stukje over haar, Jolande Sap geeft zich bloot. Ik kan u verzekeren, het was één van de best lopende stukjes die ik op het blog geschreven had. Ik weet niet of het door de inhoud of de titel kwam. Wel kwam het stukje recht uit mijn hart en de komende jaren stem ik met zekerheid geen GroenLinks, zoals blijkt uit mijn blog. Of zal ik haar nog een kans geven? Hoe vaak zou Job Cohen uhh zeggen, lijkt me ook erg interessant om te vermelden in een blog. André Rouvoet dan? De ChristenUnie stond vaak op nummer vier bij het invullen van de kieswijzer. Ik waardeer hem als politicus, de grap om de jeugdzorg naar de gemeentes te trekken, vind ik minder en verwacht voor de toekomst een hoop narigheid. De aankondiging van de mastodonten Wiegel en Van Thijn klinkt erg aantrekkelijk. Wie zou het meest mastodonterig zijn? Of wat hebben de vertegenwoordigers van Achmea te melden? Ook ben ik nieuwsgierig naar Gerda Havertong, Adriaan van Dis en Herman van Veen. Of de gebroeders Anker over jeugdcriminaliteit, een beetje mijn eigen vakgebied per slot van rekening.

Kortom, de avond ervoor kwam ik er niet uit. Ik besloot het maar ter plekke te bekijken. Bovendien, achterdochtig als ik soms ben, had ik nog geen honderd procent zekerheid om binnen te komen. Het vouchersysteem was ten einde en via de media bereikte het bericht dat de controle heel streng zou zijn. En Nederland mag dan klein zijn, om voor niets van Duiven naar Achlum te rijden, was geen aantrekkelijk idee. Echter de eenvoudige aankondiging dat ik, als eenvoudige sterveling, samen met mijn introducé op de gastenlijst zou staan, was voldoende. Ruim op tijd konden we acclimatiseren en om het thuisfront op de hoogte te brengen, maakte mijn zwager een foto van me, terwijl ik zat te SMS-en. (Bij de afwerking van dit stuk beslis ik of die foto toegevoegd gaat worden, want hoewel ik zo blij was als een kind om in Achlum te zijn, laat de foto van alles zien, maar geen kind en vooral niet weinig. Soms zijn foto’s in Achlum confronterend.)

 

 

DE OPENING

Achlum is een klein pittoresk dorp, maar niet zo klein dat de bijna 3000 bezoekers elkaar op de hakken hoeven te lopen. De drukte op de meeste plekken kenschets ik als gezellig. Het kaatsveld is gebombardeerd tot het centrum van Achlum. Hier vindt ook de opening plaats. Met het noodzakelijke kopje koffie op een winderig, maar droog terras bij een van de tenten, bekijk ik het programma nogmaals en natuurlijk de mensen om me heen. Wie zijn het die ‘De staat en de toekomst van Nederland’ deze dag met mij gaan bepalen? Ondertussen zie ik mensen, waarbij ik de neiging heb om ze goedendag te zeggen omdat ze me bekend voorkomen. Dat doe ik natuurlijk niet, want al kom ik uit de provincie, zoals Randstedeling denigrerend zeggen, zo wereldwijs ben ik nog wel. Ik moet trouwens nadenken over de psychologische term die aangeeft dat bij een veelheid aan stimuli, de mens geneigd is om het bekende meteen op te pikken. Dat verklaart natuurlijk de neiging om te staren. Het dat geen selectieve waarneming?

Bij de opening zijn er de gebruikelijk speeches van en naar de vertegenwoordigers van Achmea. Hulde voor de ingetogenheid van deze sprekers op dat moment, want ze zijn solidair met het publiek dat net als ik nog heftig in het programmaboekje kijkt om uit te vinden wat ze allemaal willen meemaken. De overhandiging van het cadeau van de Commissaris van de Koningin (een Makkummer bord van aardewerk) geeft me nog even een Real Madrid, momentje. ‘Als dat maar goed gaat.’

 

Het openingsdebat

De inhoudelijke aftrap wordt gedaan door de sprekers Geert Mak, Femke Halsema, Heleen Depuis en Rick van der Ploeg met solidariteit als kernbegrip. In de discussie komen internationalisering en individualisering veelvuldig ter sprake en het vergelijk met de Verenigde Staten wordt snel gemaakt. En zoals vaker met dit soort vergelijkingen worden de deugden van de Amerikaanse samenleving snel geroemd, vooral de flexibiliteit wordt met afgunst bekeken. In één adem, en met de linkse meerderheid van deze sprekers ook niet zo verwonderlijk, wordt de keerzijde aangestipt, de extreme verschillen. En dat is wat geen van de sprekers voorstaat. Van der Ploeg denkt dat solidariteit steeds moeilijker wordt bij de individualisering. Geert Mak benadrukt dat solidariteit ook vooral het kijken naar eigen belang moet zijn. Hij wijst daarbij op het emigratievraagstuk. ‘Hoe ongelooflijk dom is het om zo xenofobisch te kijken naar kinderen als de Afghaanse Sahra, die van dit kabinet uiteindelijk mag blijven.’ Heleen Depuis oppert dat de Europese solidariteit zo vaak opgedrongen is en verwijst daarbij naar de wijdverbreide liefdadigheid in de Verenigde Staten. Hoewel ze snel te kennen geeft ook de verschillen te groot te vinden, repliceert ze wel dat solidariteit als deugd wel te ver op de achtergrond is gekomen. Allen zijn het met Femke Halsema eens dat er een herijking moet komen van de verzorgingsstaat en daartoe heeft GroenLinks in haar verkiezingsprogramma al aanzetten gegeven in de vorm van de hypotheekrente-aftrek en grote operaties in het onderwijs en vooral de arbeidsmarkt.

 

Korte overpeinzing

‘Herijken van de verzorgingsstaat, internationalisering en individualisering.’ Was het niet voormalig premier Lubbers die als toenmalig hoogleraar al doceerde over het opkomende regionalisme als antwoord het internationalisme, of noem het globalisering. Wijs gesproken Ruud, dat zie ik onze huidige premier nog niet doen na zijn premierschap. En buiten het feit dat ik zelf hoop dat dit snel zal geschieden, waar zou hij het over moeten hebben. Hoe, als antwoord op de internationalsering, in Nederland het regionalisme is verworden tot een hele enge dorpspolitiek met gevaarlijke destructieve elementen. En wat kan hij dan zeggen: “Ik was premier, ik stond erbij en keek ernaar en zag dat het goed was?”

Internationalisering van de samenleving is mooi en misschien wel noodzakelijk, maar als niet iedereen mee kan doen, achterstanden opgelopen worden en menigeen zijn dagelijkse overzicht ziet verdwijnen, kunnen de dorpse tegenkrachten heel pervers worden en zelfs gevaarlijke voor iedere gewenste (internationale) ontwikkeling.

 

Tijdens het luisteren bedenk ik me dat een fotootje voor het blog ook wel aardig is. Ik ben geen goede fotograaf, maar uit ervaring weet ik dat een beetje kleur het altijd leuk doet bij die zee van letters. Terugkijkend naar het resultaat zie ik dat het in een keer nacht is geworden en de maan is gaan schijnen. Nadere beschouwing leert dat Herman van Veen voor me is gaan staan. Zijn haardracht is uit duizenden herkenbaar en ik neem verder waar dat het een man met een energieke uitstaling is. ‘Ik denk dat hij het goede beroep wel heeft gekozen, die komt er wel.’ Misschien zie ik hem later wel in een van de tenten, zalen of huiskamers in Achlum. Ik heb besloten om eerst naar Mei Li Vos e.a. te gaan.

 

DE BIJEENKOMSTEN

 

Het generatievraagstuk

 

 

 

De titel spreekt met enorm aan: Wisseling van de macht.

Mei Li Vos, Nynke de Jong en Kees de Lange spreken over generatieconflicten ten aanzien van het pensioenbeleid.. Ooit ben ik fanatiek aan het bloggen geslagen omdat ik een negatieve eruptie had ten aanzien van babyboomers. Ik, als vertegenwoordiger van de sociologische generatie Nix, kan aardig fulmineren tegen babyboomers, zeker in columns op mijn blog. Bloggen is een goede uitvlucht, omdat een eeuwige staat van boosheid niet gezond is, bovendien ben ik op dit punt ook niet redeloos of radeloos, hooguit soms wat sprakeloos. Al met al kijk ik terug op een goede bijeenkomst, leerzaam en vooral, ik weet dat er een aardig blogje inzit.

Moderne vrouwen

Vlak voordat ik de ‘battle of the generations’ bijwoonde, had ik ook besloten om aansluitend naar Aaf Brandt Corstius te gaan. Ik heb wel wat met haar. Toen zij weer terugkwam van zwangerschapsverlof, was er uiteraard enige media-aandacht. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik nooit iets van haar had gelezen. In, volgens mij de eerste week, schreef ze een blog over sokken en sindsdien vergeet ik haar niet meer in de Volkskrant. Het kan me dus eigenlijk niet zoveel schelen waar ze over gaat praten. Als Achlumgast bespreekt zij het zijn van een moderne vrouw. ‘Ook goed, daar kan ik vast wel wat mee.’ En de interviewer, Arie Boomsma, vond ik veel minder aanwezig in het echt dan op tv. Dat is dan maar weer mooi meegenomen.

 

Intermezzo

Op het einde van het gesprek met Aafke, begint er wat geluid rondom mijn navel hoorbaar te worden. Van andere Achlumgangers zie ik dat er lunchdoosjes zijn uitgedeeld, dus mijn doel is om op weg naar de volgende spreker ‘Ed van Thijn vs. Hans Wiegel’ of anders een bijeenkomst over ‘Eindeloze zorg’ ook zo’n doosje te bemachtigen.

OP

Een vriendelijke Achlummer, ik zie het aan het kaartje om zijn nek, verwijst me naar het kaatsveld. ‘Daar liggen worsten op het vuur.’ Ik wist het, want mijn zoon had dat ook al ge-SMSt. Hij had het, met waarschijnlijk een hongerige blik waargenomen via de livebeelden op de site.

Omdat de rijen aanzienlijk zijn en de honger duidelijk aanwezig, laat ik deze ronde maar aan me voorbij gaan. Kijkend op het programma is de keuze voor de reflectie op de GGZ van de directeur zelf, een gemakkelijke.

Reflectie of confrontatie met de GGZ

Zelf werkzaam in (of rondom) de GGZ en helaas via onze oudste zoon ook geconfronteerd met de GGZ als consument, wilde ik graag weten wat de directeur, Paul van Rooij, te melden heeft. Op ons (samen met mijn partner) andere blog ( www.dolgedraaid.wordpress.com ) ventileren we sinds kort ons ongenoegen. En ik mag stellen dat het woord ongenoegen in ons geval een eufemisme is. Heel veel nieuws heeft hij niet voor mij, maar eenmaal uitgesproken, neem ik de kans om hem toch even mijn kaartje in de hand te duwen met de verwijzing naar het zojuist genoemde blog. Dit kost echter te veel tijd zodat het klaslokaal waar Thomas van der Dunk en Frans Timmermans over ‘Het Bruto Nationaal Geluk’ spreken, helemaal vol is.

Cooling Down

Geen nood, want mijn hersenen werken op volle toeren, want wat ga ik nu doen met de bijeenkomst over de GGZ? De wind is inmiddels harder gaan waaien en de lucht wordt grijzer. Het was die dag, hoewel fris, droog gebleven. Vlak voor de komst van Bill Clinton ziet het er minder goed uit. De Achlummer lucht geeft mij het idee dat ik (eventueel samen met mijn partner) een open brief ga schrijven naar de directeur van de GGZ. In mijn hoofd zitten er velen, welke het gaat worden, zal het moment zelf wel uitwijzen. Ondertussen wandel ik nog even bij Pieter van de Hoogenband binnen, ik hoor Henk Bleeker oreren over de noodzakelijke bezuiniging op onderwijs, zie dat het drukker wordt op het veld waar de voormalige president van de VS gaat spreken en sms mijn zwager dat ik op hem wacht bij het kaatsveld om gezamenlijk naar Bill Clinton te gaan. Het is inmiddels serieus gaan regenen, maar Achmea heeft een zee aan witte paraplu’s uitgedeeld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

To Bill or not to Bill

Eenmaal op het veld, even buiten het dorp, naast de kerk, komen bijna alle Achlumgangers samen. De witte paraplu’s mogen echter niet mee binnen de afrastering, maar plastic poncho’s worden uitgedeeld. Maar er zijn er niet genoeg. Het wordt dan onbehaaglijk, met alleen een colbert. Ik krijg last van het zogenaamde egaliteitssyndroom: ‘Zou mijnheer Clinton op mij wachten onder zulke omstandigheden.’ Mijn vastbesloten antwoord is: NEE. Ik kijk mijn zwager aan en ook hij lijkt soortgelijke gedachten te hebben. We besluiten, als een van de weinigen te gaan. Misschien stom, maar ach, een slagroomtaart zonder kers is ook heel lekker. Ik heb genoten van de dag en onderweg eten we wel ergens een bordje. Want zo Hollands ben ik niet, dat alles wat gratis is, maar meegepakt moet worden.

Onderweg, discussiërend en ervaringen uitwisselend besluiten we te eten bij ‘De Koperen Hoogte’ van Hennie van der Most. Jawel, voor de kenners, die man van Kernwasser Wunderland in het Duiste Kalkar. Eenmaal in de buurt van de eetgelegenheid hebben we de stellige indruk dat het restaurant gesloten is, dus maar zo snel mogelijk verder. Achterom kijkend, zie ik dat de parkeerplaats achter de watertoren is en er gewoon gegeten kan worden. Dat moet ik de heer van der Most maar even schrijven. Want als we de staat en de toekomst van Nederland kritisch bekijken, dan mag hij ook wel zijn steentje bijdragen.

================================================================

Hoe het bloggen ooit begon, een generatieconflict.

 Een blogje, column zo u wilt, vindt de beste voedingsbodem bij frustratie, boosheid of soms zelfs onredelijkheid. Ik kon toen op het internet niet meteen de juiste knop vinden om mijn stukje te plaatsen, maar vond wel het volkskrantblog. Het was september 2007. Sindsdien ben ik verknocht aan het bloggen, maar ruim 500 stukjes later, hadden hogere machten besloten dat een gerenomeerde krant geen blogsite meer nodig heeft. Ik ben opnieuw begonnen bij WordPress, snel gevolgd door Twitter en Facebook.

Mijn boosheid betrof de arrogantie van een babyboomer. Rond die tijd had ik enkele andere stukjes elders geschreven.  Hieronder een drietal stukjes uit mijn verleden. Want langzaam maar zeker plaats ik zoveel mogelijk van mijn schrijfsel op dit blog.

 

1. In reactie op geboren in 1953

Graag wil ik reageren op ‘Geboren in 1953’ (VK 1 september 2007) van Rob Vreeken, zelf volwassen geworden begin jaren zeventig, gedurende de rafelranden van de jaren zestig-mentaliteit. De columnist vereenzelvigt zich nog vol overgave met de toenmalige postrevolutionaire sfeer en brengt een adhesiebetuiging aan Jan Pronk. Hij beschrijft hiervoor het monsterverbond tussen jong volwassenen en de babyboomers.

Gemakshalve meent hij Jort Kelder te moeten aanhalen als boegbeeld van vermeend graaiende 30-ers en 40-ers. Indringend wil ik Vreeken wijzen op het volgende: Het relatief beperkte aantal rijke ‘niet-nixers’ staat in schril contrast met de rijkdom van de zogenaamde ‘bevlogenen’ (Bram Peper, Marcel van Dam etc, etc. etc). Jort Kelder(achtigen) hebben bovendien hun vermogen veelal vergaard in de commerciële sector, de generatiegenoten van Jan Pronk vooral in (of met behulp van) de publieke sector.

De gehele publieke sector wordt sinds jaar en dag gedomineerd door de generatie van de huidige vijftig en zestigplussers. Zij zijn daardoor ook medeverantwoordelijk voor het neoliberale klimaat. De generatie onder hen heeft daar nimmer wezenlijke invloed op kunnen uitoefenen. Electoraal hebben Wouter Bos c.s. slechts durven/kunnen volgen. Helaas! Het vereiste nieuwe elan voor bijvoorbeeld de PvdA kan toch niet zitten in een parodie uit vervlogen tijden, hoe aardig het sprookje voor de Lowland-gangers ook mag lijken? Het mag toch niet zo zijn dat eigentijdse bevlogenheid van twintigers misbruikt gaat worden door de gevestigde orde?

2. Pronkzitting

En weer lukt het zo’n ouwe hip alle aandacht naar zich toe te trekken. Dit keer Jan Pronk die op het voorzitterschap van de PvdA aast. Hoewel het in een democratie is toegestaan voor een ieder, ongeacht leeftijd, sekse of ras zijn ambities na te leven, heb ik het wel helemaal gehad met dat machtscordon bij de PvdA dat zich al vanaf de jaren zestig voortsleept. Wanneer is dat nu eens afgelopen met die betweterige linkse dominees die hun gelijk keer op keer opeisen en dat ook krijgen omdat ze met zo veel generatiegenoten zijn? Hele hordes ouwe hippen, voormalige communisten, ex-feministen in paarse overals en ander gajes dat nog steeds tegen de gevestigde orde strijdt, terwijl ze dat al decennialang zelf zijn. Elkaar baantjes gunnend, terwijl onderwijl de revolutie en vrije seks van weleer besproken wordt onder het genot van een hapje en een drankje. Allen verzekerd van een bovengemiddeld inkomen, blijven ze de achterhaalde Nieuw-Links idealen herhalen. Nu zul je van mij niet horen dat mensen niet veel geld mogen verdienen, ook linkse mensen gun ik de welvaart die ze toekomt. Maar niet die linkse drammerige potentaten, die tot in lengte van dagen publieke gelden weggrissen!

Dus nu wéér Jan Pronk, een anachronisme pur sang. Reeds minister in het kabinet Den Uyl en ook onder Paars weer van de partij, heeft vol vuur recent namens de Verenigde Naties goed werk gedaan in Darfur. Het mocht uiteindelijk niet baten, maar dat lag niet aan de passie en vurigheid van Jan Pronk. Ere wie ere toekomt, hiervoor krijgt Pronk mijn credits. Over vurigheid gesproken, de geruchten gaan dat de losse seksuele moraal uit vroegere tijden altijd aan Pronk is blijven kleven. Maar dat zijn slechts geruchten.

Met Jan Pronk komen ook de oude kameraden weer in het nieuws om hem lippendienst te bewijzen. Marcel van Dam denkt dat Pronk het tij kan keren en Bram Peper ziet na zoveel jaren de kans dat een radicale koerswijziging de zon voor de PvdA weer zal schijnen. Dit horende zit ik inwendig te vloeken en denk dan:

“Welk tij moet gekeerd worden en heeft de zon nu al jaren niet meer geschenen?”
Hun enige doel is terugkeer naar hun eigen ideale jongensdromen en heel de (linkse) maatschappij moet met ze mee.
Nou, ik toevallig niet en ik hoop van harte dat het PvdA-congres een andere kandidaat kiest, bijvoorbeeld Solomon Tesfaye. Solomon Tesfaye? Ja, Solomon Tesfaye, ex-Ethiopiër, ex-prins Carnaval in Oldenzaal en raadslid voor de PvdA aldaar. Alles beter dan Pronk.

De PvdA van Bos is gebaat bij rust en stabiliteit en moet kritisch gevolgd worden met hedendaagse inzichten en standpunten, rekening houdend met het huidige sociaal-maatschappelijke krachtenveld. Pronk en de zijnen zullen de sociaaldemocratie zeker niet redden, integendeel.

En een ieder met maar een ietsepietsie sociaaldemocratisch gevoel moet helemaal op zijn hoede zijn als generatiegenoot Hans Wiegel van de VVD alle beschikbare veren in de reet van Jan Pronk probeert te stouwen. Zijn column in “De Pers” van 28 augustus 2007 heeft als titel meegekregen, jawel, “Pronkjuweel”.
Als een voormalig politiek tegenstander, en zeker geen hippie, je gaat roemen, moet je oppassen. Als ook oud-premier Dries van Agt wordt aangehaald en zijn welgemeende goedkeuring geeft aan het voorzitterschap van Pronk, zijn de rapen gaar.
Ik begrijp best dat het orakel uit Diever het wel ziet zitten met Jan Pronk. Met een radicale koerswijziging van de PvdA kan de VVD weer normaal liberaal doen. Ze hoeven dan geen rekening te houden met populaire politieke jokers als Geert Wilders. En Rita Verdonk kunnen ze dan definitief de mond snoeren. Een radicale PvdA geeft electorale ruimte in het midden en zorgt ervoor dat de PvdA weer voor jaren de oppositiebankjes in moet. Pronk een pronkjuweel? Jazeker, maar dan wel voor de historische parlementaire geschiedschrijvers.

 

 

 

 

 

3. Grijs, maar wijs

Onderstaande tekst is van juli 2004, toen de heer Bram Peper een interview in de Volkskrant gaf en bij mij heel veel irritaties opriep. Gezien het feit dat er toen veel gereageerd is klaarblijkelijk niet alleen bij mij. Onderstaande reactie had mijn ijdelheid moeten strelen door het geplaatst te zien in de Volkskrant, het heeft niet zo mogen zijn.

Mijn ‘missie’ als Don Quichot tegen de babyboomers is niet ontstaan naar aanleiding van de strijd om het partijvoorzitterschap bij de PvdA. (zie mijn bijdrage van 1 september 2007)

IN TEGENSTELLING TOT BIJVOORBEELD VREEKEN IN DE VK VAN 1 SEPTEMBER 2007, VERFOEIDE PEPER IN 2004 DE OVERHEERSENDE JONGERENCULTUUR.

Bram Peper, vooraanstaand lid van de peper en zout-generatie, pepert zijn gehoor in met een aanstaande revolutie. Als 38-jarige ben ik niet in staat om een mooie toepasselijke Latijnse spreuk te gebruiken; of anders een krachtige uitspraak van een geleerde oude Griek aan te halen. Ik moet het daarom doen met een platvloerse en vlakke woordspeling om mijn reactie op het interview met Bram Peper te beginnen, gewoon omdat de kennis me ontbeert.
Gezien mijn leeftijd kan ik me geen representant noemen van de jongerencultuur en ik heb nog lang niet de gezegende leeftijd van een 50 plusser. Helaas moet ik constateren dat mijn ergernis ten aanzien van Bram Peper vele malen groter is dan de door hem verfoeide overheersende jeugdcultuur.

Het moet me van het hart dat hij een juiste diagnose maakt ten aanzien van vervlakking en gebrek aan (historische) kennis in de hedendaagse maatschappij. Dit geldt volgens mij voor de hele maatschappij en niet voor één specifieke groep. En mocht vervlakking en gebrekkige kennis alleen bij jongeren aanwezig zijn, dan moeten de voorgaande generaties zich daar vooral voor schamen. En niet, zoals Peper doet, zijn eigen leeftijdgenoten ophemelen ten koste van jongeren.

Wat mij zo ergert aan het interview met Peper is de verschrikkelijk aanmatigende toon van hem. Deze toon is zo kenmerkend voor zijn generatiegenoten die zich, vooral aan de linkerzijde van het politieke spectrum begeven. Het zijn zij die lang hebben mogen studeren, zij die ongeacht hun studie verzekerd waren van een baan met toekomstperspectief, zij die van hun regenteske voorgangers wel de kansen kregen om mee te mogen doen, zij die de macht al hadden toen ze amper droog achter hun oren waren, zij die door hun demografische omvang de machtsfactor zijn bij ministeries, gezondheidsinstellingen en het onderwijs, zij die hun jeugdcultuur veertig jaar later nog steeds tot norm verheffen.
Het zijn zij, met hun regenteske mentaliteit, die helemaal geen revolutie nodig hebben. Oproepen tot een revolutie klinkt bij Peper vooral als een pathetische roep om aan de macht te blijven, terwijl ze al meer dan veertig jaar het pluche bezetten en daarmee de normen en uitwassen van de generatie van Nieuw Links bewaken.

Met mijn gebrek aan historisch besef, mogen ze van mij alles wat met Bram Peper c.s. te maken heeft, uit hun publieke ambten halen. Een nieuw elan moet zich dan aandienen, namelijk Grijs-wijs Links. In dit nieuwe elan staan vijftig plussers op, die met reflectie kunnen terugkijken op hun eigen rol in de Nederlandse samenleving. Dit moet dan de basis vormen voor een nuttige bijdrage aan de Nederlandse samenleving. Hun reflectieve vermogen kan niet anders dan leiden tot mildheid jegens jongere generaties, die mede door henzelf zijn gevormd.
Of dat met mensen als Bram Peper gaat lukken is nog maar de vraag, maar ik wil niet meedoen aan het creëren van een generatiekloof à la Peper, maar wel gebruik makend van alle krachten die iedere generatie in zich herbergt.

 

 

Mijn Conventie van Achlum

Een enthousiast blogger en een starter op andere sociale media zoals Facebook en Twitter, that’s me. Niets bijzonders, maar er zijn momenten dat ik de onverwachte genoegens van bijvoorbeeld Twitter erg kan waarderen. Aanvankelijk stonden Facebook en Twitter in dienst om mijn blog te promoten. Zo ook afgelopen woensdag. In mijn hoofd zat een stukje tekst en dat kwam er vlot uit. Over Andrée van Es, Bart Spruyt en hoffelijkheid. Geen wereldschokkend stukje tekst, maar toch het kreeg niet de aandacht die het ik vond dat het verdiende, dus maar een beetje twitteren met die handel.

 

‘Hè, de conventie van Achlum gaat over de toekomst van Nederland, daar gaat mijn stukje ook over, op mijn manier dan. Ik twitterkoppel dat lekker aan elkaar. Weinig enthousiasme. ’s Avonds herinner ik me mijn eigen blog over de kerkdienst van Achlum en ik promoot ook dat stukje maar even.’

 

 

 

 

 

De volgende dag onverwacht de vraag of ik interesse had om te komen. En ja hoor, de toezegging om op de Conventie van Achlum aanwezig te mogen zijn, kwam in de loop van donderdag. Nog even in de stress omdat het vouchersysteem ‘op’ was, maar we stonden op de gastenlijst, dus even vragen naar T. of M. Ondanks op de media verspreidde waarschuwingen van strenge controle en geen toegang zonder voucher, liep alles gesmeerd.

En dan, kom je ineens terug in Achlum, mijn vakantieoord van 2010, is nu omgedoopt tot een grote snoepdoos van sprekers van heel divers pluimage. ‘Waar ga ik naar toe?’ ‘Heb ik interessante vragen?’ en ‘Wat zijn interessante onderwerpen om over te bloggen?’ Vooral dat laaste is een belangrijke drijfveer. En misschien loopt het op de dag zelf wel helemaal anders. Schrijvers, wetenschappers, politici en bestuurders uit heel Nederland zijn uitgenodigd mee te denken over: ‘Staat en de toekomst van Nederland.’ En dat allemaal omdat verzekeringsmaatschappij Achmea haar 200 jarige bestaan viert en terugkomt bij de bron van haar ontstaansgeschiedenis ACHLUM. O ja, Bill Clinton is ook een van de sprekers. En ik mag er naar toe. Mijn zwager offreer ik ook de snoepdoos van sprekers en uiteraard maakt hij zijn eigen keuze. De avond vooraf vind ik het nog steeds moeilijk te kiezen. Ik weet één ding zeker, als ik terugkom, zal ik op me achterhoofd wrijven vanwege alle sprekers en nieuwe inzichten die ik niet heb mogen ervaren.

De Conventie van Achlum heeft in ieder geval gezorgd voor vier blogs (in mijn hoofd) en via dit introducerende blog geef ik mezelf de opdracht om tussen de bedrijven van het normale leven door, de stukjes te schrijven, over ‘De staat en de toekomst van Nederland.’ Ik wil daar rustig de tijd voor nemen en om te voorkomen dat ik ellenlange epistels ga schrijven, immers ‘In die Beschrenkung zeigt sich der Meister’ , echter via een beloftedatum gooi ik de druk erop om wel door te werken.

31 mei 2011

Opening, sfeer en verloop van de Conventie van Achlum.

3 juni 2011

Ben ik pensioenproof op mijn 45e? Kan mij het schelen.

Aanleiding is het gesprek tussen Mei Li Vos, Kees de Lange en Nynke de Jong.

5 juni 2011

Vind ik de moderne vrouw wel zo leuk?

Aanleiding is het interview door Arie Boomsma met Aaf Brandt Corstius

10 juni 2011

Open brief aan de directeur van GGZ Nederland

Aanleiding is de lezing van Paul van Rooij over de reflectie van de GGZ

Uiteraard ga ik mijn best doen mijn belofte waar te maken. U kunt me voor de zekerheid ook volgen op Twitter via @sprakeloosID om de stukken van uw voorkeur niet te missen. Want vooral Twitter blijft een belangrijke bron van reclame. En je weet maar nooit wat er van komt, misschien zijn er nog veel meer conventies?

Pro hoffelijkheid en burgerzin

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Een Surinaamse klootzaak, is ook gewoon een klootzak.’

We schrijven 1986, mijn iets jongere broer is net in Amsterdam gaan wonen om te studeren. Zijn fiets is onder bedreiging van hem afgenomen door een Surinaamse junk. Ik gaf hem broederlijke troost. Iets later, 1988, krijgt hij een lezing van een bekende GroenLinkser Mohamed Rabbae, toen nog directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders. Rabbae liet zijn gehoor, aankomende leraren, weten wat ze allemaal moesten doen voor allochtonen in de klas. Mijn broer had de euvele moed om te vragen wat de allochtonen moesten doen om mee te komen in de Nederlandse maatschappij. Uit tweede hand, mijn broer dus, gaf te kennen dat Rabbae dit af deed als een domme vraag. Mijn broer wist wel beter.

We waren beide toen enigszins politiek geëngageerd en we neigden steevast te stemmen voor die minderheid die nu de Linkse Kerk wordt genoemd. Het was vaak de PvdA, maar soms ook een andere partij. Een enkele negatieve ervaring was geen reden om van ons ‘geloof’ af te vallen, maar we waren zeker niet blind, toen al niet. Wat mijn broer nu stemt, weet ik niet, maar ik durf mijn hand in het vuur te steken dat het geen gedoog- of regeerpartij is. Zelf heb ik me verzoend nog immer op die minderheid te stemmen, die nooit een meerderheid is geweest en voorlopig ook niet zal worden. Ze hebben volgens de vuilspuitende propaganda van de Rechts conservatieve Kerk wel heel Nederland naar de verdoemenis geholpen.

Bovenstaande voorbeelden in mijn dagelijkse leven van weleer drongen zich weer op, na lezing van een opiniestuk van Bart Jan Spruyt in de Volkskrant van vandaag (25 mei 2011). Ik ken de heer Spruyt van af en toe een interview op de radio en, hoewel ik het zelden met hem eens ben, herken ik de gave van een intellectueel debater. Het stuk in de Volkskrant, natuurlijk opiniërend, doet afbreuk aan dat intelectuele imago.

Allereerst verbaas ik me altijd over de enorme invloed die Spruyt, maar ook veel PVV-ers, de linkse partijen toedichten. Ik herinner vanuit de jaren tachtig al dat de SP kritische geluiden liet horen ten aanzien van het multiculturele vraagstuk, de PvdA was op economisch gebied al behoorlijk aan het liberaliseren, hetgeen ze nu duur is komen te staan. En dan GroenLinks en al hun voorgangers. Acht zetels, hooguit, zijn dus verantwoordelijk geweest voor het multiculturele drama. Goed misschien onder toeziend oog van een aantal theedrinkende PvdA-ers. Maar links heeft nooit en te nimmer een meerderheid gehad, in de verste verte niet. In sommige steden waaronder Amsterdam wel. Maar Amsterdam is Nederland niet al denken veel autochone Amsterdamers daar beslist anders over. Schuld of verantwoordelijkheid is dus niet een beperkte groep aan te rekenen, hooguit de Nederlandse samenleving als geheel.

Het tweede tegenvallende in het betoog van de voorzitter van de Edmund Burke Stichting is het feit dat er zo weinig originaliteit en eigenheid tot uiting komt. De eigen mening is gebaseerd op wat de ander niet goed doet vanuit de conservatieve optiek, of het maken van, in dit geval, vermeende fouten.

Met de heer Spruyt ben ik het eens dat de hooghartigheid van linkse politici af en toe stuitend kon zijn, maar zeker niet stuitender dan die van rechtse politici. Naast humor had Hans Wiegel bijvoorbeeld niet alleen een zweem van hooghartigheid, hij was de verpersoonlijking ervan. En voor degene die wel eens in rokerige zaaltjes heeft gezeten met plaatselijke MKB-ers, weet dat er ook andere soorten van hoogharigheid zijn dan de zogenaamde linkse hooghartigheid, namelijk de hooghartigheid van ‘wij betalen belasting (maar ontduiken die ook handig.)

Ik vergelijk de linkse hooghartigheid bij sommigen vooral met de christelijke hooghartigheid, ook bij sommigen uiteraard, namelijk het ten onrechte uitgaan van een beter mens te zijn. Bij de meeste christenen is dat gelukkig niet zo, maar ook bij de meeste Linkskerkers is dat evenmin het geval. Een verdere overeenkomst tussen beide groepen, de christelijke en de linkse politici is een mensbeeld dat niet alleen uitgaat van de individu, maar ook kijkt naar de samenleving als geheel. Ik persoonlijk deel dat mensbeeld. De mens als individu is in principe ook (of misschien wel vooral) een sociaal wezen.

Wat ik links in zijn algemeenheid wel verwijt, is het feit dat zij de fatsoensagenda zo sterk door rechts laten bepalen. In die zin waardeer ik het hoofdstedelijke initiatief van Andree van Es in hoge mate. Deze politica kan mijns inziens helemaal niets verweten worden over het maken van fouten, hooguit is er sprake van voortschrijdend inzicht omdat de sociaal maatschappelijke omstandigheden veranderd zijn. Ik zou dat vooral willen kwalificeren als een positieve kwaliteit. Meer linkse politici zouden zich moeten gaan uitspreken over hoffelijkheid of welke andere benamingen iemand er ook aan wil geven. Het is een verantwoordelijkheid van iedere politicus om dit op gezette tijden bespreekbaar te maken. Linkse politici gaan misschien te veel uit van het goede van mensen en minder van de verschillen tussen mensen in de samenleving. In die zin kun je een aantal linkskerkers naïef noemen.

Andree van Es heeft de handschoen opgepakt, maar ze was zeker niet de eerst en zal ook niet de laatste linkse politicus zijn die over moraliteit in de samenleving zal spreken. Gelukkig niet, want misschien is het nu nog wel veel harder nodig, nu het gedoogkabinet wel fatsoen predikt (soms zelf neigt tot repressie), maar dit niet in haar beleid tot uiting laat komen. Integendeel. In een cynische bui denk ik wel eens dat onhoffelijke maatschappelijke zeden, leiden tot onhoffelijke politici en andersom. Ook mijn mensbeeld is niet altijd optimistisch onder dit kabinet.

DAREO, Kunst in Duiven

Ook in Duiven is altijd wat te doen, maar de stoplichten werken hier niet meer echt mee, want het dorp gaat mee in de rotonde-mode. Niet rood en groen van de stoplichten kleuren de dag, maar de plaatselijke kunst geeft kleur aan deze zondag. Afgelopen weekend en dit weekend hielden vijftien lokale kunstenaars Open Huis in het heilige der heilige, hun atelier. Hier zomaar in Duiven blijken minimaal vijftien kunstenaars te zijn. Veel aandacht in de media is er niet geweest. Niet interessant genoeg voor de media, te weinig kunstminnend publiek in Duiven of gewoon cultuurarmoede in het algemeen? Misschien wel alle drie, maar ik was blij dat zo maar op een zondag, de dag nadat de wereld toch niet is vergaan, de mogelijkheid zich voordeed. Niet naar ‘de grote stad’ voor een beetje kunst. Het is elders niet altijd beter.

Dareo

Voor een routefolder moeten we  (samen met partner) naar het Horsterpark, gelegen tussen Westervoort en Duiven, om te beslissen welke kunstenaars we gaan bezoeken. Ter plekke is het een drukte van belang in verband met een groot paardenfestijn en het circus Renz. Ik zei u al, in Duiven is altijd wat te doen. De drukte ontlopend, besluiten we meteen het verstgelegen adres aan te doen. De kunstroute onder de naam DAREO beslaat namelijk meer dan twintig kilometer, dus allemaal lukt zeker niet. DAREO is een mooie naam, dat zal ik thuis even googelen voor de achterliggende gedachte. Dit had ik me kunnen besparen, want even een momentje van oplettendheid en ik zou hebben kunnen weten dat het staat voor Duivense Atelierroute en Omstreken. Het staat op de folder, Dareo dus.

Tegen de wind in fietsen we er naar toe. Niet als kenners, niet als specifieke liefhebbers, maar gewoon verheugd dat er op een steenworp afstand ook nog mensen bezig zijn met andere zaken dan hardselling business en plat vermaak. Gewoon even een beetje cultuur snuffelen en het maakt ons niet uit of dit nu met kapitalen geschreven wordt of niet.

Huet Suet-Art

In het buitengebied, voorbij Groessen, ingeklemd tussen de rivier en de Betuwelijn, heeft Brigitte Sueters-van Huet haar atelier. Haar website belooft intuïtieve en expressieve werken. We worden bij binnenkomst naar haar hal/trappenhuis gedirigeerd voor een eerste indruk. Daarna zou ze uitleg geven en desgewenst vragen beantwoorden. In haar atelier vertelt over haar inspiratiebronnen en dat komt neer op het vertalen van emoties naar kunst. Afgelopen jaar heeft ze bijvoorbeeld meegedaan aan een competitie om een doodskist te bewerken naar de fictieve ‘bewoner’ van die kist. De dood als een emotie in het dagelijks leven brengen, een thema dat vaak niet besproken kan worden. Voor Brigitte Suesters-van Huet is het een artistieke uitdaging.

In haar atelier heeft ze overigens voor de Dareo een interactief klusje voor bezoekers ten behoeve van het goede doel. (onderzoek naar borstkanker). Ze vraagt iedere bezoeker een stukje van het klaarstaande doek te beschilderen. Kennis van zaken of anderszins artistieke gaven zijn niet noodzakelijk. De kunstenares vindt het zelf interessant om te zien met welke energie mensen aan de slag gaan. In onze aanwezigheid zijn er uiteraard ook vriendelijke weigeraars. Zelf ben ik niet zo goed om energie te onderscheiden in de ‘klodders’ van de gasten. Beter ben ik in het psychologiseren van de productie van de verschillende nieuwbakken kunstenaars. En al is het psychologie van de koude grond, ik verf mijn zwarte blokje in het midden van het ‘goedendoelendoek’. U doet er maar wat mee.

Al met al duurde het bezoek iets langer dan gedacht, dus we moeten al schrappen in ons lijstje van kunstenaars. We besluiten te gaan ‘gluren bij de buren’. Een drietal kunstenaars op een steenworp afstand van ons huis bezoeken we. We wisten echt niet dat ze er waren. Zo zie je dat een dorp als Duiven ook al heel goed is om in de anonimiteit te kunnen verdwijnen.

Marga van Haren

De folder van Dareo laat een overzicht van alle deelnemende kunstenaars zien. Bij ons boven de bank in de huiskamer hangt een schilderij dat gelijkenis vertoont met het werk van Marga van Haren. Onze nieuwsgierigheid is gewekt. En inderdaad een scala aan Afrikaanse menselijke objecten in haar werk. Marga van Haren schildert graag donkere mensen. Misschien om de kleuren, misschien weet ze het ook niet, ze is immers nooit in Afrika geweest. De statige figuren in haar schilderijen kunnen me heel erg bekoren. De figuren verdwijnen soms bijna in de achtergrond, andere zijn weer opzichtig fleurig. Naast verf, gebruikt Marga van Haren ook textiel in haar werken. Ook opgedroogde verf weet ze weer te gebruiken, bijvoorbeeld ten behoeve van een halsketting zodat haar werk nadrukkelijk driedimensionaal wordt. Tot volgende weekend is zij ook te bewonderen in Pannerden (Schoolstraat 20). Voor ons een reden om er even naar toe te gaan, maar zeker ook een aanrader voor alle mensen die niet in de buurt wonen. Volgende week naar Pannerden, fiets mee om een eindje te fietsen in de Liemers en en passant een snufje kunst meepakken. Op haar website is een goed overzicht te zien. Zelf raakte ik er even van in verwarring omdat haar achternaam op de site in Van Kerkhoff is veranderd. Ik herken haar werk wel, dus ze is het echt.

 

 

Lisette van Oorschot

Op nog geen 100 meter is de volgende Duivense kunstenaar te bewonderen, een heuse goudsmit. Ik weet het vrouwelijke woord van smit niet, maar Lisette van Oorschot heeft zich bekwaamd in het bewerken van edelmetalen, goud en zilver. Onverwacht in de eigen wijk, is een kunstenares aanwezig die mijn mogelijkheden om een cadeau voor iemand uit te kiezen enorm heeft vergroot. Lisette van Oorschot maakt o.a. hangers met thema’s op verzoek voor heel betaalbare prijzen. Voor €25,- euro kun je al bij deze enthousiaste kunstenares terecht. En daar ben ik dan weer enthousiast over. Over de achtergrond van dit metier vind ik het moeilijker om iets te zeggen dan bij beelden of schilderijen. Ook het fotograferen van de kleinnoodjes is voor mij als blogger iets te hoog gegrepen. Zij is net als Marga van Haren een heuse garagekunstenaar. Haar goudsmederij Appendiamo (wij hangen) is ook virtueel te bezoeken. Aldaar is haar werk beter te bekijken en oordeel zelf.

 

Madeleine Corbey

Voor de organisatie van Dareo is Madeleine Corbey mede verantwoordelijk. Ook zij heeft haar garage, tuin en zolder verbouwd tot het alelier Allegro. Vooral sculptures en beeldhouwwerken maakt deze kunstenares. De verschillende soorten steen, maar ook papier (pulp-art) gebruikt ze als materiaal voor haar werken. In de tuin staat zelfs een vrouwelijk naakt van kippengaas. In vroeger tijden heeft zo ook meer ‘platte werken’ gemaakt vertelt haar partner, wijzend op een schilderij dat al vijftien jaar nog steeds niet af is. Madeleine Corbey schudt wel de hand met ons, maar in verband met de aanwezigheid van andere belangstellenden, worden wij te woord gestaan door haar partner. Hij is goed op de hoogte van de ontwikkelingen in het werk van zijn eigen kunstenares, de gebruikte materialen en inspiratiebronnen. Hij is echter niet alleen haar partner, maar onderhoudt ook haar website.

Met twee minuten fietsen zijn we weer thuis en kunnen de indrukken verwerken. En zoals ik al vermeldde, een kenner ben ik niet. Kunst vermaakt mij vaak voor het moment. Ik kan genieten van het enthousiasme van mensen die gaan voor hun passie en hierover met plezier vertellen. Maar het meest ben ik onder de indruk dat zoiets veel dichter bij huis is dan ik dacht. Er zou eigenlijk een permanente (gemeentelijke) ruimte moeten zijn voor lokale kunstenaars om die kunst te promoten. Ook in Duiven voldoende lege (kantoor)ruimtes voor een doorlopende expositie. Het is maar een ideetje.

Een klein kunstzinnig fotootje van de blogger tijdens de Dareo route

Nationaal Historisch Museum ON BLOG

En dan gaan we zelf maar aan de slag, eigen initiatief wordt op prijs gesteld. Het Nationaal Historisch Museum komt er niet. Dat is jammer voor Arnhem, dat is jammer voor Nederland en dat is jammer voor ons als land dat de kenniseconomie wil stimuleren. Want ik ben ervan overtuigd dat kennis van het verleden onontbeerlijk is voor een goede toekomst.

De nieuwbouw wordt niet door het Rijk gesubsidieerd, dus andere methodes moeten gevonden worden. Of deze (snel) gerealiseerd zullen worden is op dit moment de vraag. Ik wacht er niet op en ga mijn eigen Nationaal Historisch Museum OP BLOG openen. Een helse klus voor mij als museumdirecteur. Ik heb alle bureaucratie overgeslagen, heerlijk was dat en ik ben begonnen onder het mom: ‘Als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat.’

Als directeur heb ik geheel belangeloos mijn 12 jarige zoon weten te strikken voor de technische realisatie. Oneindige vaderliefde is zijn deel.

In de wetenschap dat het beter, gelikter en vooral ook wetenschappelijker kan, zullen na noeste arbeid: bloed, zweet en tranen de eerste afdelingen worden geprepareerd voor het publiek.

Dus 30 oktober 2010, nog geen 24 uur na het fatale nieuws van de bezuinigingen voor het Nationaal Historisch Museum, zullen de eerste drie zalen (stadsimago, kunst/ historie en politici) van het Nationaal Museum OP BLOG geopend worden. Geheel gratis, want een nationaal museum is van en voor alle Nederlanders. Derhalve is ook zonder schroom op het internet gestruind naar documentatiemateriaal en de verplichte bronvermelding is verloren gegaan in de haast. Voor de goede zaak moet het maar even.

Hierbij verklaar ik het Nationaal Historisch Museum voor geopend:

 Voor de leesbaarheid even dubbelklikken op het filmpje en je komt op youtube zelf, dan kun je het beeld vergroten

Zalen die nog onder constructie staan zijn:

–          Jaartallen

–          Klederdrachten

–          Schaatshelden

–          TV uit de oude doos

–          Nederland elders in de wereld

–          Typisch Nederlands

–          Nederland, natuur of ontwerp (landschappen)

–          Belangrijke vrouwen

–          Sporticonen

Suggesties en opmerkingen zijn altijd van harte welkom. Heb je een aanvulling op de collectie in de bestaande zalen of wil je een nieuwe zaal openen. Het kan allemaal zonder meteen garanties te kunnen geven voor directe realisering.

Treedt allen binnen en geniet van het Nationaal Historisch Museum ON BLOG.

De sokkenhel(d), ik ben echter niet alleen

Sinds vandaag weet ik dat ik niet alleen ben in de hel die sokken kunnen zijn. Aaf Brandt Corstius schreef er vandaag over in de Volkskrant. Even goede oude herinneringen ophalen met een blog van vorig jaar. Tussendoor zijn er nieuwe rondes geweest, het is maar dat u het weet.

Ik weet het nu zeker. Bloggen is niet verslavend, het is slechts een legitiem vluchtmiddel om je te ontdoen van hogere bezigheden, of in ieder geval een nuttiger Aardse invulling van je bestaan. Is verslaving dan niet een soort van vluchten, hoor ik de kritische drinker, roker of blower al roepen.

Is goed mogelijk, ga het vooral na voor u zelf. Bloggen heeft geen verslavende werking, maar het is het middel om je te ontrekken aan rotklusjes.

Mevrouw Sprakeloos doet de boodschappen en er ligt nog het een en ander te wachten in huize Sprakeloos.

Zal ik eerst even op het vkblog kijken of meteen aan de slag?

Eerst maar even bloggen.

Maar er is nog genoeg te doen.

Is er nog gereageerd of heeft iemand nog een leuk stukje geschreven?

Maar we lopen al weken iedere ochtend sokken bij elkaar te zoeken. Ik moet die stapel eens gaan uitzoeken.

Bloggen!

Sokken…..

Bloggen!

Sokken…..

Een sokkenblog of blogsokken, wie zal het zeggen.

 

In ieder geval, ik ben er nu even niet.

Het is een blijvend fenomeen, op 18 december 2014 was het weer zover, nu binnen. De zomerwerkplaats is te zien door het raam. Tussendoor zijn er meerdere sessies geweest, ik kan het u verzekeren.

20141210_143657

Mijn filmblik op LOFT

20200420_160030

Door mijn vrouw uitgekozen, zitten we voor de tweede achtereenvolgende zaterdag in de mood van Saskia Noort. Na een aantal maanden terug te hebben genoten van ‘Terug naar de kust’ met Linda de Mol in een van de hoofdrollen, was De eetclub vorige week eigenlijk een regelrechte deceptie. Zal de balans in negatieve of in positieve zin doorslaan. Vanavond kwam ze thuis met Loft. Weliswaar niet naar aanleiding van een boek, maar het scenario kwam tot stand onder verantwoordelijkheid van de populaire schrijfster.

Vijf vrienden zoeken een geheime plek voor buitenechtelijke avontuurtjes. Eigenlijk een soort geheime genootschap van jongetjes die een hut bouwen, alleen dan op het niveau van de Amsterdamse grachtengordel. Het gegeven is aardig, maar eens kijken wat er van gemaakt is. En jawel, de manonvriendelijkheid werd aanvankelijk lekker op de kaart gezet. Hitsige snelle jongetjes voor wie de vrouw in principe een lekker stukje speelgoed is als moeder de vrouw tenminste niet te nadrukkelijk als Xantippe fungeert. En met de loft die hen nu ter beschikking staat, kunnen de grofgebekte grappen en het hanegedrag in de praktijk worden gebracht. Ze blijven eigenlijk gewoon Neanderthalers.

Het lijkt gesmeerd te lopen, totdat er een vermoorde vrouw in de ‘hut’ wordt gevonden. Dan begint de vriendschap deuken op te lopen en over en weer worden de beschuldigingen geuit. Met spannende flash backs wordt het verhaal compleet gemaakt. Van de vriendschap blijft op het einde weinig over, maar ik moet stellen dat de film qua spanning blijft boeien tot het einde.

Bij dit soort films is het niet aardig om echt met het plot te komen, dus dat laat ik achterwege. De vraag of de balans positief of negatief uitvalt na drie ‘Saskia Noort’ film, kan ik wel beantwoorden. Loft is een spannend en en dus een prettig niemendalletje dat goed is voor een avondje film kijken in huiselijke kring. Om hier nu de bioscoop voor te bezoeken gaat mij te ver, maar de ‘Saskia Noort’ film krijgt voor het thuisgebruik, het voordeel van de twijfel.

Omdat een 7- toch te riant staat, blijft mijn filmblik waardering toch steken bij een 6,5.

Eerder verschenen filmblikken

De King’s Speech

Eat Pray Love

Unter Bauern

Tirza

De eetclub

Mijn filmblik op ‘De eetclub’

Mijn filmblik op ‘De eetclub’ naar het gelijknamige boek van Saskia Noort kent een kleine voorgeschiedenis. Enige jaren terug kwam ik het boek bij ons thuis tegen en hoewel ik niet tot de doelgroep behoor van de schrijfster, vind ik tenminste zelf, heb ik het toch gelezen. Precies navertellen kan ik het niet meer, maar ik herinner me intriges in Het Gooi. Ik verbaasde me er bijna over dat ik het met plezier heb uitgelezen. Omdat ik de clou echt wel kwijt ben, verheugde ik me afgelopen weekend op de film op DVD. Dat moet minstens een geruime tijd amusement zijn.

Temeer ik enige maanden terug een andere verfilming van Saskia Noort heb gezien, namelijk Terug naar de kust. Een ongemeen spannende thriller met een prachtige hoofdrol van Linda de Mol.

Biertje, nootje en chipsje klaar, de avond kon beginnen. In het volle besef dat de fourage tijdens het bekijken van de DVD in het niet zou vallen bij de haute cuisine in de film, startte ik de avond toch als een tevreden mens. De film echter werkte niet echt mee. Mooie plaatsjes van grote huizen in het welverdienende deel van Nederland. In gedachten en soms ook hard op, kon ik mijn vooroordelen over dit deel van ons land naar hartelust ventileren. Dat wel, maar voor mij is de film nooit echt op gang gekomen. De spanning zoals ik het in het boek heb ervaren, vond ik niet terug in de film en mijn geheugen kon het fragmentarische van de film niet opvullen.

En al was er een hele batterij aan bekende acteurs en actrices, er was er niet één die er voor mij bovenuit steeg, dus het benoemen van geweldige acteerprestaties laat ik maar achterwege. Jammer, maar het biertje, de nootjes en chips hebben desondanks wel gesmaakt. Meer woorden ga ik niet aan deze film vuil maken.

Dus wat mij betreft geen aanrader, een 5

Eerder verschenen filmblikken:

De King’s Speech

Eat Pray Love

Unter Bauern

Tirza