Mijn Conventie van Achlum

Een enthousiast blogger en een starter op andere sociale media zoals Facebook en Twitter, that’s me. Niets bijzonders, maar er zijn momenten dat ik de onverwachte genoegens van bijvoorbeeld Twitter erg kan waarderen. Aanvankelijk stonden Facebook en Twitter in dienst om mijn blog te promoten. Zo ook afgelopen woensdag. In mijn hoofd zat een stukje tekst en dat kwam er vlot uit. Over Andrée van Es, Bart Spruyt en hoffelijkheid. Geen wereldschokkend stukje tekst, maar toch het kreeg niet de aandacht die het ik vond dat het verdiende, dus maar een beetje twitteren met die handel.

 

‘Hè, de conventie van Achlum gaat over de toekomst van Nederland, daar gaat mijn stukje ook over, op mijn manier dan. Ik twitterkoppel dat lekker aan elkaar. Weinig enthousiasme. ’s Avonds herinner ik me mijn eigen blog over de kerkdienst van Achlum en ik promoot ook dat stukje maar even.’

 

 

 

 

 

De volgende dag onverwacht de vraag of ik interesse had om te komen. En ja hoor, de toezegging om op de Conventie van Achlum aanwezig te mogen zijn, kwam in de loop van donderdag. Nog even in de stress omdat het vouchersysteem ‘op’ was, maar we stonden op de gastenlijst, dus even vragen naar T. of M. Ondanks op de media verspreidde waarschuwingen van strenge controle en geen toegang zonder voucher, liep alles gesmeerd.

En dan, kom je ineens terug in Achlum, mijn vakantieoord van 2010, is nu omgedoopt tot een grote snoepdoos van sprekers van heel divers pluimage. ‘Waar ga ik naar toe?’ ‘Heb ik interessante vragen?’ en ‘Wat zijn interessante onderwerpen om over te bloggen?’ Vooral dat laaste is een belangrijke drijfveer. En misschien loopt het op de dag zelf wel helemaal anders. Schrijvers, wetenschappers, politici en bestuurders uit heel Nederland zijn uitgenodigd mee te denken over: ‘Staat en de toekomst van Nederland.’ En dat allemaal omdat verzekeringsmaatschappij Achmea haar 200 jarige bestaan viert en terugkomt bij de bron van haar ontstaansgeschiedenis ACHLUM. O ja, Bill Clinton is ook een van de sprekers. En ik mag er naar toe. Mijn zwager offreer ik ook de snoepdoos van sprekers en uiteraard maakt hij zijn eigen keuze. De avond vooraf vind ik het nog steeds moeilijk te kiezen. Ik weet één ding zeker, als ik terugkom, zal ik op me achterhoofd wrijven vanwege alle sprekers en nieuwe inzichten die ik niet heb mogen ervaren.

De Conventie van Achlum heeft in ieder geval gezorgd voor vier blogs (in mijn hoofd) en via dit introducerende blog geef ik mezelf de opdracht om tussen de bedrijven van het normale leven door, de stukjes te schrijven, over ‘De staat en de toekomst van Nederland.’ Ik wil daar rustig de tijd voor nemen en om te voorkomen dat ik ellenlange epistels ga schrijven, immers ‘In die Beschrenkung zeigt sich der Meister’ , echter via een beloftedatum gooi ik de druk erop om wel door te werken.

31 mei 2011

Opening, sfeer en verloop van de Conventie van Achlum.

3 juni 2011

Ben ik pensioenproof op mijn 45e? Kan mij het schelen.

Aanleiding is het gesprek tussen Mei Li Vos, Kees de Lange en Nynke de Jong.

5 juni 2011

Vind ik de moderne vrouw wel zo leuk?

Aanleiding is het interview door Arie Boomsma met Aaf Brandt Corstius

10 juni 2011

Open brief aan de directeur van GGZ Nederland

Aanleiding is de lezing van Paul van Rooij over de reflectie van de GGZ

Uiteraard ga ik mijn best doen mijn belofte waar te maken. U kunt me voor de zekerheid ook volgen op Twitter via @sprakeloosID om de stukken van uw voorkeur niet te missen. Want vooral Twitter blijft een belangrijke bron van reclame. En je weet maar nooit wat er van komt, misschien zijn er nog veel meer conventies?

Pro hoffelijkheid en burgerzin

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Een Surinaamse klootzaak, is ook gewoon een klootzak.’

We schrijven 1986, mijn iets jongere broer is net in Amsterdam gaan wonen om te studeren. Zijn fiets is onder bedreiging van hem afgenomen door een Surinaamse junk. Ik gaf hem broederlijke troost. Iets later, 1988, krijgt hij een lezing van een bekende GroenLinkser Mohamed Rabbae, toen nog directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders. Rabbae liet zijn gehoor, aankomende leraren, weten wat ze allemaal moesten doen voor allochtonen in de klas. Mijn broer had de euvele moed om te vragen wat de allochtonen moesten doen om mee te komen in de Nederlandse maatschappij. Uit tweede hand, mijn broer dus, gaf te kennen dat Rabbae dit af deed als een domme vraag. Mijn broer wist wel beter.

We waren beide toen enigszins politiek geëngageerd en we neigden steevast te stemmen voor die minderheid die nu de Linkse Kerk wordt genoemd. Het was vaak de PvdA, maar soms ook een andere partij. Een enkele negatieve ervaring was geen reden om van ons ‘geloof’ af te vallen, maar we waren zeker niet blind, toen al niet. Wat mijn broer nu stemt, weet ik niet, maar ik durf mijn hand in het vuur te steken dat het geen gedoog- of regeerpartij is. Zelf heb ik me verzoend nog immer op die minderheid te stemmen, die nooit een meerderheid is geweest en voorlopig ook niet zal worden. Ze hebben volgens de vuilspuitende propaganda van de Rechts conservatieve Kerk wel heel Nederland naar de verdoemenis geholpen.

Bovenstaande voorbeelden in mijn dagelijkse leven van weleer drongen zich weer op, na lezing van een opiniestuk van Bart Jan Spruyt in de Volkskrant van vandaag (25 mei 2011). Ik ken de heer Spruyt van af en toe een interview op de radio en, hoewel ik het zelden met hem eens ben, herken ik de gave van een intellectueel debater. Het stuk in de Volkskrant, natuurlijk opiniërend, doet afbreuk aan dat intelectuele imago.

Allereerst verbaas ik me altijd over de enorme invloed die Spruyt, maar ook veel PVV-ers, de linkse partijen toedichten. Ik herinner vanuit de jaren tachtig al dat de SP kritische geluiden liet horen ten aanzien van het multiculturele vraagstuk, de PvdA was op economisch gebied al behoorlijk aan het liberaliseren, hetgeen ze nu duur is komen te staan. En dan GroenLinks en al hun voorgangers. Acht zetels, hooguit, zijn dus verantwoordelijk geweest voor het multiculturele drama. Goed misschien onder toeziend oog van een aantal theedrinkende PvdA-ers. Maar links heeft nooit en te nimmer een meerderheid gehad, in de verste verte niet. In sommige steden waaronder Amsterdam wel. Maar Amsterdam is Nederland niet al denken veel autochone Amsterdamers daar beslist anders over. Schuld of verantwoordelijkheid is dus niet een beperkte groep aan te rekenen, hooguit de Nederlandse samenleving als geheel.

Het tweede tegenvallende in het betoog van de voorzitter van de Edmund Burke Stichting is het feit dat er zo weinig originaliteit en eigenheid tot uiting komt. De eigen mening is gebaseerd op wat de ander niet goed doet vanuit de conservatieve optiek, of het maken van, in dit geval, vermeende fouten.

Met de heer Spruyt ben ik het eens dat de hooghartigheid van linkse politici af en toe stuitend kon zijn, maar zeker niet stuitender dan die van rechtse politici. Naast humor had Hans Wiegel bijvoorbeeld niet alleen een zweem van hooghartigheid, hij was de verpersoonlijking ervan. En voor degene die wel eens in rokerige zaaltjes heeft gezeten met plaatselijke MKB-ers, weet dat er ook andere soorten van hoogharigheid zijn dan de zogenaamde linkse hooghartigheid, namelijk de hooghartigheid van ‘wij betalen belasting (maar ontduiken die ook handig.)

Ik vergelijk de linkse hooghartigheid bij sommigen vooral met de christelijke hooghartigheid, ook bij sommigen uiteraard, namelijk het ten onrechte uitgaan van een beter mens te zijn. Bij de meeste christenen is dat gelukkig niet zo, maar ook bij de meeste Linkskerkers is dat evenmin het geval. Een verdere overeenkomst tussen beide groepen, de christelijke en de linkse politici is een mensbeeld dat niet alleen uitgaat van de individu, maar ook kijkt naar de samenleving als geheel. Ik persoonlijk deel dat mensbeeld. De mens als individu is in principe ook (of misschien wel vooral) een sociaal wezen.

Wat ik links in zijn algemeenheid wel verwijt, is het feit dat zij de fatsoensagenda zo sterk door rechts laten bepalen. In die zin waardeer ik het hoofdstedelijke initiatief van Andree van Es in hoge mate. Deze politica kan mijns inziens helemaal niets verweten worden over het maken van fouten, hooguit is er sprake van voortschrijdend inzicht omdat de sociaal maatschappelijke omstandigheden veranderd zijn. Ik zou dat vooral willen kwalificeren als een positieve kwaliteit. Meer linkse politici zouden zich moeten gaan uitspreken over hoffelijkheid of welke andere benamingen iemand er ook aan wil geven. Het is een verantwoordelijkheid van iedere politicus om dit op gezette tijden bespreekbaar te maken. Linkse politici gaan misschien te veel uit van het goede van mensen en minder van de verschillen tussen mensen in de samenleving. In die zin kun je een aantal linkskerkers naïef noemen.

Andree van Es heeft de handschoen opgepakt, maar ze was zeker niet de eerst en zal ook niet de laatste linkse politicus zijn die over moraliteit in de samenleving zal spreken. Gelukkig niet, want misschien is het nu nog wel veel harder nodig, nu het gedoogkabinet wel fatsoen predikt (soms zelf neigt tot repressie), maar dit niet in haar beleid tot uiting laat komen. Integendeel. In een cynische bui denk ik wel eens dat onhoffelijke maatschappelijke zeden, leiden tot onhoffelijke politici en andersom. Ook mijn mensbeeld is niet altijd optimistisch onder dit kabinet.

DAREO, Kunst in Duiven

Ook in Duiven is altijd wat te doen, maar de stoplichten werken hier niet meer echt mee, want het dorp gaat mee in de rotonde-mode. Niet rood en groen van de stoplichten kleuren de dag, maar de plaatselijke kunst geeft kleur aan deze zondag. Afgelopen weekend en dit weekend hielden vijftien lokale kunstenaars Open Huis in het heilige der heilige, hun atelier. Hier zomaar in Duiven blijken minimaal vijftien kunstenaars te zijn. Veel aandacht in de media is er niet geweest. Niet interessant genoeg voor de media, te weinig kunstminnend publiek in Duiven of gewoon cultuurarmoede in het algemeen? Misschien wel alle drie, maar ik was blij dat zo maar op een zondag, de dag nadat de wereld toch niet is vergaan, de mogelijkheid zich voordeed. Niet naar ‘de grote stad’ voor een beetje kunst. Het is elders niet altijd beter.

Dareo

Voor een routefolder moeten we  (samen met partner) naar het Horsterpark, gelegen tussen Westervoort en Duiven, om te beslissen welke kunstenaars we gaan bezoeken. Ter plekke is het een drukte van belang in verband met een groot paardenfestijn en het circus Renz. Ik zei u al, in Duiven is altijd wat te doen. De drukte ontlopend, besluiten we meteen het verstgelegen adres aan te doen. De kunstroute onder de naam DAREO beslaat namelijk meer dan twintig kilometer, dus allemaal lukt zeker niet. DAREO is een mooie naam, dat zal ik thuis even googelen voor de achterliggende gedachte. Dit had ik me kunnen besparen, want even een momentje van oplettendheid en ik zou hebben kunnen weten dat het staat voor Duivense Atelierroute en Omstreken. Het staat op de folder, Dareo dus.

Tegen de wind in fietsen we er naar toe. Niet als kenners, niet als specifieke liefhebbers, maar gewoon verheugd dat er op een steenworp afstand ook nog mensen bezig zijn met andere zaken dan hardselling business en plat vermaak. Gewoon even een beetje cultuur snuffelen en het maakt ons niet uit of dit nu met kapitalen geschreven wordt of niet.

Huet Suet-Art

In het buitengebied, voorbij Groessen, ingeklemd tussen de rivier en de Betuwelijn, heeft Brigitte Sueters-van Huet haar atelier. Haar website belooft intuïtieve en expressieve werken. We worden bij binnenkomst naar haar hal/trappenhuis gedirigeerd voor een eerste indruk. Daarna zou ze uitleg geven en desgewenst vragen beantwoorden. In haar atelier vertelt over haar inspiratiebronnen en dat komt neer op het vertalen van emoties naar kunst. Afgelopen jaar heeft ze bijvoorbeeld meegedaan aan een competitie om een doodskist te bewerken naar de fictieve ‘bewoner’ van die kist. De dood als een emotie in het dagelijks leven brengen, een thema dat vaak niet besproken kan worden. Voor Brigitte Suesters-van Huet is het een artistieke uitdaging.

In haar atelier heeft ze overigens voor de Dareo een interactief klusje voor bezoekers ten behoeve van het goede doel. (onderzoek naar borstkanker). Ze vraagt iedere bezoeker een stukje van het klaarstaande doek te beschilderen. Kennis van zaken of anderszins artistieke gaven zijn niet noodzakelijk. De kunstenares vindt het zelf interessant om te zien met welke energie mensen aan de slag gaan. In onze aanwezigheid zijn er uiteraard ook vriendelijke weigeraars. Zelf ben ik niet zo goed om energie te onderscheiden in de ‘klodders’ van de gasten. Beter ben ik in het psychologiseren van de productie van de verschillende nieuwbakken kunstenaars. En al is het psychologie van de koude grond, ik verf mijn zwarte blokje in het midden van het ‘goedendoelendoek’. U doet er maar wat mee.

Al met al duurde het bezoek iets langer dan gedacht, dus we moeten al schrappen in ons lijstje van kunstenaars. We besluiten te gaan ‘gluren bij de buren’. Een drietal kunstenaars op een steenworp afstand van ons huis bezoeken we. We wisten echt niet dat ze er waren. Zo zie je dat een dorp als Duiven ook al heel goed is om in de anonimiteit te kunnen verdwijnen.

Marga van Haren

De folder van Dareo laat een overzicht van alle deelnemende kunstenaars zien. Bij ons boven de bank in de huiskamer hangt een schilderij dat gelijkenis vertoont met het werk van Marga van Haren. Onze nieuwsgierigheid is gewekt. En inderdaad een scala aan Afrikaanse menselijke objecten in haar werk. Marga van Haren schildert graag donkere mensen. Misschien om de kleuren, misschien weet ze het ook niet, ze is immers nooit in Afrika geweest. De statige figuren in haar schilderijen kunnen me heel erg bekoren. De figuren verdwijnen soms bijna in de achtergrond, andere zijn weer opzichtig fleurig. Naast verf, gebruikt Marga van Haren ook textiel in haar werken. Ook opgedroogde verf weet ze weer te gebruiken, bijvoorbeeld ten behoeve van een halsketting zodat haar werk nadrukkelijk driedimensionaal wordt. Tot volgende weekend is zij ook te bewonderen in Pannerden (Schoolstraat 20). Voor ons een reden om er even naar toe te gaan, maar zeker ook een aanrader voor alle mensen die niet in de buurt wonen. Volgende week naar Pannerden, fiets mee om een eindje te fietsen in de Liemers en en passant een snufje kunst meepakken. Op haar website is een goed overzicht te zien. Zelf raakte ik er even van in verwarring omdat haar achternaam op de site in Van Kerkhoff is veranderd. Ik herken haar werk wel, dus ze is het echt.

 

 

Lisette van Oorschot

Op nog geen 100 meter is de volgende Duivense kunstenaar te bewonderen, een heuse goudsmit. Ik weet het vrouwelijke woord van smit niet, maar Lisette van Oorschot heeft zich bekwaamd in het bewerken van edelmetalen, goud en zilver. Onverwacht in de eigen wijk, is een kunstenares aanwezig die mijn mogelijkheden om een cadeau voor iemand uit te kiezen enorm heeft vergroot. Lisette van Oorschot maakt o.a. hangers met thema’s op verzoek voor heel betaalbare prijzen. Voor €25,- euro kun je al bij deze enthousiaste kunstenares terecht. En daar ben ik dan weer enthousiast over. Over de achtergrond van dit metier vind ik het moeilijker om iets te zeggen dan bij beelden of schilderijen. Ook het fotograferen van de kleinnoodjes is voor mij als blogger iets te hoog gegrepen. Zij is net als Marga van Haren een heuse garagekunstenaar. Haar goudsmederij Appendiamo (wij hangen) is ook virtueel te bezoeken. Aldaar is haar werk beter te bekijken en oordeel zelf.

 

Madeleine Corbey

Voor de organisatie van Dareo is Madeleine Corbey mede verantwoordelijk. Ook zij heeft haar garage, tuin en zolder verbouwd tot het alelier Allegro. Vooral sculptures en beeldhouwwerken maakt deze kunstenares. De verschillende soorten steen, maar ook papier (pulp-art) gebruikt ze als materiaal voor haar werken. In de tuin staat zelfs een vrouwelijk naakt van kippengaas. In vroeger tijden heeft zo ook meer ‘platte werken’ gemaakt vertelt haar partner, wijzend op een schilderij dat al vijftien jaar nog steeds niet af is. Madeleine Corbey schudt wel de hand met ons, maar in verband met de aanwezigheid van andere belangstellenden, worden wij te woord gestaan door haar partner. Hij is goed op de hoogte van de ontwikkelingen in het werk van zijn eigen kunstenares, de gebruikte materialen en inspiratiebronnen. Hij is echter niet alleen haar partner, maar onderhoudt ook haar website.

Met twee minuten fietsen zijn we weer thuis en kunnen de indrukken verwerken. En zoals ik al vermeldde, een kenner ben ik niet. Kunst vermaakt mij vaak voor het moment. Ik kan genieten van het enthousiasme van mensen die gaan voor hun passie en hierover met plezier vertellen. Maar het meest ben ik onder de indruk dat zoiets veel dichter bij huis is dan ik dacht. Er zou eigenlijk een permanente (gemeentelijke) ruimte moeten zijn voor lokale kunstenaars om die kunst te promoten. Ook in Duiven voldoende lege (kantoor)ruimtes voor een doorlopende expositie. Het is maar een ideetje.

Een klein kunstzinnig fotootje van de blogger tijdens de Dareo route

Nationaal Historisch Museum ON BLOG

En dan gaan we zelf maar aan de slag, eigen initiatief wordt op prijs gesteld. Het Nationaal Historisch Museum komt er niet. Dat is jammer voor Arnhem, dat is jammer voor Nederland en dat is jammer voor ons als land dat de kenniseconomie wil stimuleren. Want ik ben ervan overtuigd dat kennis van het verleden onontbeerlijk is voor een goede toekomst.

De nieuwbouw wordt niet door het Rijk gesubsidieerd, dus andere methodes moeten gevonden worden. Of deze (snel) gerealiseerd zullen worden is op dit moment de vraag. Ik wacht er niet op en ga mijn eigen Nationaal Historisch Museum OP BLOG openen. Een helse klus voor mij als museumdirecteur. Ik heb alle bureaucratie overgeslagen, heerlijk was dat en ik ben begonnen onder het mom: ‘Als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat.’

Als directeur heb ik geheel belangeloos mijn 12 jarige zoon weten te strikken voor de technische realisatie. Oneindige vaderliefde is zijn deel.

In de wetenschap dat het beter, gelikter en vooral ook wetenschappelijker kan, zullen na noeste arbeid: bloed, zweet en tranen de eerste afdelingen worden geprepareerd voor het publiek.

Dus 30 oktober 2010, nog geen 24 uur na het fatale nieuws van de bezuinigingen voor het Nationaal Historisch Museum, zullen de eerste drie zalen (stadsimago, kunst/ historie en politici) van het Nationaal Museum OP BLOG geopend worden. Geheel gratis, want een nationaal museum is van en voor alle Nederlanders. Derhalve is ook zonder schroom op het internet gestruind naar documentatiemateriaal en de verplichte bronvermelding is verloren gegaan in de haast. Voor de goede zaak moet het maar even.

Hierbij verklaar ik het Nationaal Historisch Museum voor geopend:

 Voor de leesbaarheid even dubbelklikken op het filmpje en je komt op youtube zelf, dan kun je het beeld vergroten

Zalen die nog onder constructie staan zijn:

–          Jaartallen

–          Klederdrachten

–          Schaatshelden

–          TV uit de oude doos

–          Nederland elders in de wereld

–          Typisch Nederlands

–          Nederland, natuur of ontwerp (landschappen)

–          Belangrijke vrouwen

–          Sporticonen

Suggesties en opmerkingen zijn altijd van harte welkom. Heb je een aanvulling op de collectie in de bestaande zalen of wil je een nieuwe zaal openen. Het kan allemaal zonder meteen garanties te kunnen geven voor directe realisering.

Treedt allen binnen en geniet van het Nationaal Historisch Museum ON BLOG.

De sokkenhel(d), ik ben echter niet alleen

Sinds vandaag weet ik dat ik niet alleen ben in de hel die sokken kunnen zijn. Aaf Brandt Corstius schreef er vandaag over in de Volkskrant. Even goede oude herinneringen ophalen met een blog van vorig jaar. Tussendoor zijn er nieuwe rondes geweest, het is maar dat u het weet.

Ik weet het nu zeker. Bloggen is niet verslavend, het is slechts een legitiem vluchtmiddel om je te ontdoen van hogere bezigheden, of in ieder geval een nuttiger Aardse invulling van je bestaan. Is verslaving dan niet een soort van vluchten, hoor ik de kritische drinker, roker of blower al roepen.

Is goed mogelijk, ga het vooral na voor u zelf. Bloggen heeft geen verslavende werking, maar het is het middel om je te ontrekken aan rotklusjes.

Mevrouw Sprakeloos doet de boodschappen en er ligt nog het een en ander te wachten in huize Sprakeloos.

Zal ik eerst even op het vkblog kijken of meteen aan de slag?

Eerst maar even bloggen.

Maar er is nog genoeg te doen.

Is er nog gereageerd of heeft iemand nog een leuk stukje geschreven?

Maar we lopen al weken iedere ochtend sokken bij elkaar te zoeken. Ik moet die stapel eens gaan uitzoeken.

Bloggen!

Sokken…..

Bloggen!

Sokken…..

Een sokkenblog of blogsokken, wie zal het zeggen.

 

In ieder geval, ik ben er nu even niet.

Het is een blijvend fenomeen, op 18 december 2014 was het weer zover, nu binnen. De zomerwerkplaats is te zien door het raam. Tussendoor zijn er meerdere sessies geweest, ik kan het u verzekeren.

20141210_143657

Mijn filmblik op LOFT

20200420_160030

Door mijn vrouw uitgekozen, zitten we voor de tweede achtereenvolgende zaterdag in de mood van Saskia Noort. Na een aantal maanden terug te hebben genoten van ‘Terug naar de kust’ met Linda de Mol in een van de hoofdrollen, was De eetclub vorige week eigenlijk een regelrechte deceptie. Zal de balans in negatieve of in positieve zin doorslaan. Vanavond kwam ze thuis met Loft. Weliswaar niet naar aanleiding van een boek, maar het scenario kwam tot stand onder verantwoordelijkheid van de populaire schrijfster.

Vijf vrienden zoeken een geheime plek voor buitenechtelijke avontuurtjes. Eigenlijk een soort geheime genootschap van jongetjes die een hut bouwen, alleen dan op het niveau van de Amsterdamse grachtengordel. Het gegeven is aardig, maar eens kijken wat er van gemaakt is. En jawel, de manonvriendelijkheid werd aanvankelijk lekker op de kaart gezet. Hitsige snelle jongetjes voor wie de vrouw in principe een lekker stukje speelgoed is als moeder de vrouw tenminste niet te nadrukkelijk als Xantippe fungeert. En met de loft die hen nu ter beschikking staat, kunnen de grofgebekte grappen en het hanegedrag in de praktijk worden gebracht. Ze blijven eigenlijk gewoon Neanderthalers.

Het lijkt gesmeerd te lopen, totdat er een vermoorde vrouw in de ‘hut’ wordt gevonden. Dan begint de vriendschap deuken op te lopen en over en weer worden de beschuldigingen geuit. Met spannende flash backs wordt het verhaal compleet gemaakt. Van de vriendschap blijft op het einde weinig over, maar ik moet stellen dat de film qua spanning blijft boeien tot het einde.

Bij dit soort films is het niet aardig om echt met het plot te komen, dus dat laat ik achterwege. De vraag of de balans positief of negatief uitvalt na drie ‘Saskia Noort’ film, kan ik wel beantwoorden. Loft is een spannend en en dus een prettig niemendalletje dat goed is voor een avondje film kijken in huiselijke kring. Om hier nu de bioscoop voor te bezoeken gaat mij te ver, maar de ‘Saskia Noort’ film krijgt voor het thuisgebruik, het voordeel van de twijfel.

Omdat een 7- toch te riant staat, blijft mijn filmblik waardering toch steken bij een 6,5.

Eerder verschenen filmblikken

De King’s Speech

Eat Pray Love

Unter Bauern

Tirza

De eetclub

Mijn filmblik op ‘De eetclub’

Mijn filmblik op ‘De eetclub’ naar het gelijknamige boek van Saskia Noort kent een kleine voorgeschiedenis. Enige jaren terug kwam ik het boek bij ons thuis tegen en hoewel ik niet tot de doelgroep behoor van de schrijfster, vind ik tenminste zelf, heb ik het toch gelezen. Precies navertellen kan ik het niet meer, maar ik herinner me intriges in Het Gooi. Ik verbaasde me er bijna over dat ik het met plezier heb uitgelezen. Omdat ik de clou echt wel kwijt ben, verheugde ik me afgelopen weekend op de film op DVD. Dat moet minstens een geruime tijd amusement zijn.

Temeer ik enige maanden terug een andere verfilming van Saskia Noort heb gezien, namelijk Terug naar de kust. Een ongemeen spannende thriller met een prachtige hoofdrol van Linda de Mol.

Biertje, nootje en chipsje klaar, de avond kon beginnen. In het volle besef dat de fourage tijdens het bekijken van de DVD in het niet zou vallen bij de haute cuisine in de film, startte ik de avond toch als een tevreden mens. De film echter werkte niet echt mee. Mooie plaatsjes van grote huizen in het welverdienende deel van Nederland. In gedachten en soms ook hard op, kon ik mijn vooroordelen over dit deel van ons land naar hartelust ventileren. Dat wel, maar voor mij is de film nooit echt op gang gekomen. De spanning zoals ik het in het boek heb ervaren, vond ik niet terug in de film en mijn geheugen kon het fragmentarische van de film niet opvullen.

En al was er een hele batterij aan bekende acteurs en actrices, er was er niet één die er voor mij bovenuit steeg, dus het benoemen van geweldige acteerprestaties laat ik maar achterwege. Jammer, maar het biertje, de nootjes en chips hebben desondanks wel gesmaakt. Meer woorden ga ik niet aan deze film vuil maken.

Dus wat mij betreft geen aanrader, een 5

Eerder verschenen filmblikken:

De King’s Speech

Eat Pray Love

Unter Bauern

Tirza

Frida Kahlo en de seksistische zwijnerij

Dit is geen Kunstblog en zeker geen kunst met kapitalen. Integendeel, want ondanks de titel gaat dit stukje tekst niet verder dan een huis, tuin en keukenblogje van wel een heel pruttelend burgermansbestaan. Hoewel, voor de goede verstaander zit er genoeg voer in om de derde, of vierde, of vijfde (waar waren we ook al weer gebleven) emancipatiegolf op te roepen. Ik heb het dan over de vrouwenemancipatie in Nederland en de bestrijding van allerlei onbewuste vooroordelen die veel mannen hebben.

 

We schrijven een willekeurige zaterdagavond een gesprek tussen Sprakeloos en mevrouw Sprakeloos

–          Ik heb een paar films gehaald, ga je mee kijken?

–          Ligt er aan, zit nu ff te bloggen.

–          Ik begin met een film over Coco Chanel, een Franse film.

–          Getver, weer zo’n typische vrouwenfilm, nee, kijk jij maar, ik blijf nog wel even achter de computer zitten.

–          Jij zegt dat je altijd zo’n brede interesse hebt.

–          Ja, maar mode, wees nu reëel daar heb ik toch niets mee.

Nee, dat klopt hoor ik nog zeggen. Tijdens de film krijg ik nog fijntjes toegeworpen dat ik toch altijd die man wàs die meer van Franse films hield dan die Amerikaanse clichétroep. Het is echt een hele mooie film, hoor ik op het einde.

–          Ga je wel mee naar de tweede film kijken. ‘Frida’, het gaat over Frida Kahlo.

–          Frida, wie?

–          Frida Kahlo!

–          Die ken ik niet.

 Frida Kahlo met haar man, kunstenaar Diego Rivera. Beide in de film uitstekend gecast

De verbazing op het gezicht van mevrouw Sprakeloos is niet geveinsd.

–          Je weet wel die schilderes uit Mexico, ze heeft nog wat met Trotski gehad. Dat moet jij weten als politicoloog.

–          Sorry, nog nooit van gehoord. Kahlo bedoel ik, Trotski ken ik wel natuurlijk.

–          Onder welke steen heb jij de laatste tijd geleefd.

–          Bij mijn weten huizen we al een tijdje onder dezelfde steen, toch.

–          Weet jij niet wie Frida Kahlo is?

Ik ga nog eens hartgrondig op zoek op mijn harde schijf, maar geen Kahlo te vinden. En nu wil ik niet beweren dat ik een kunstkenner ben. Maar buiten Van Gogh, Rembrandt en Vermeer zitten er nog meer dan een dozijn schilders (alleen mannen) die ik qua werk zou herkennen. Trouwens vorig jaar heb ik een poging gedaan een kunstblog te maken, een echt kunstblog welteverstaan, naar aanleiding van een bezoek aan het Arnhems Museum voor Moderne Kunst. Er was op dat moment een expositie van Nicolaas Wijnbergen en Melle (Johannes Oldenrigter). Wijnbergen vond ik wel aardig, Melle’s kunst was niet aan mij besteed. Het blogje is niet van de grond gekomen en ik denk dat het ook beter is dat ik mij niet ga toeleggen op kunstzinnige blogjes. Dat kunnen anderen beter.

–          Nee, ik weet niet wie Frida Kahlo is.

–          Vorig jaar had Desigual haar werken nog gebruikt.

Voor de andere modebarbaren, Desigual is een merk jurk/kleding dat heel populair is/was. En ik moet toegeven, en zo ben ik dan ook wel weer, het zijn leuke kleedjes.

–          Ooooohhhhh, moet ik het in die hoek zoeken, dan is het toch niet gek dat ik niet weet wie Frida Kahlo is?

–          Nee, dat is een wereldberoemde schilderes uit Mexico. Ken je die echt niet?

Mevrouw Sprakeloos loopt naar de boekenkast om onze A tot Z van de Schilderkunst te raadplegen in de overtuiging dat haar Frida een prominente plaats zou innemen in het dikke boekwerk. Ze blijft bladeren en ik heb het vermoeden dat Frida Kahlo er niet in staat tenzij mevrouw Sprakeloos in een keer acuut het alfabet kwijt is natuurlijk.

–          Staat er niet in, dat is raar?

–          Dat is helemaal niet raar, als jij een smoezelig artikeltje leest in de Esta, dan mag je er niet van uitgaan dat de hele wereld in een keer Frida Kahlo kent. Trouwens hoeveel vrouwen kunnen eigenlijk goed schilderen?

–          Jij bent een cultuurbarbaar, een lompe Sallandse boer en een seksistisch zwijn.

Scene uit de film Frida met actrice Salma Hayek

 In volledige harmonie gaan we de film kijken over het leven van Frida. Frida Kahlo wel te verstaan. Een goede film, absoluut niet zo’n vermaledijde vrouwenfilm. Ik krijg een kijkje op het werk van Frida Kahlo en ik moet toegeven, dat smaakt naar meer, zeker als afbeeldingen op het internet mij nog verder overtuigen. Tot 18 april 2010 is er een expositie in Brussel, dat ga ik helaas niet meer halen.

Maar wat is dat in het hoofd van mannen, of in ieder geval van mij? Hoe kan het zijn dat ik in bijna 44 jaar mevrouw Frida Kahlo niet heb waargenomen? Zijn mijn onbewust seksistische observaties dan zo selectief? Ik weet het niet.

Trouwens een onderzoekje bij meer dan 14 collega’s waren er maar 3 die volmondig wisten wie Frida Kahlo was. Drie anderen wisten iets van een film en o ja, die kunstenares uit Zuid Amerika en de rest. Frida wie? Bij die laatste groep zaten trouwens meer vrouwen dan mannen, dus potentiële Desigual-jurkjesfans.

Of is het niet mijn boerenonbenulligheid, maar is ook de mondiale marketing voor vrouwelijke kunstenaars, die niet deugt en getuigt van mannelijk seksisme?

 

Illustraties willekeurig van het internet geplukt

Verlovingstijd van Maarten ’t Hart

Ik heb binnen één jaar mijn derde Maarten ’t Hart gelezen. Ben ik nu een fan? Laat ik me bedotten door de marketing van de uitgeverij? Of is het toeval dat de boeken me nu op mijn pad komen? In ieder geval lees ik ze met plezier. Verlovingstijd kreeg ik te leen van een collega die het met veel plezier heeft gelezen en dat was voor mij een uitstekende graadmeter, buiten mijn bestaande kennis over Maarten ’t Hart uiteraard.

Ook in dit boek maak ik de klassieke beginnersfout om de hoofdpersoon (ik-figuur) onlosmakelijk te koppelen aan Maarten ’t Hart zelf. Het mag niet, maar het leest en recenseert wel net zo lekker weg. Bovendien, misschien ben ik geen oplettende lezer, maar ik kan me niet herinneren dat de ik-persoon een naam krijgt in Verlovingstijd. In het boek zijn met zekerheid weer een gros aan autobiografische gegevens verwerkt om nog maar niet te spreken van de liefde en kennis voor muziek, biologie en het geschreven woord. Och, die klassieke fout zij me vergeven en bovendien is dit geen boekbespreking, maar een boekervaring. Mijn boekervaring wel te verstaan.

Verlovingstijd

Maarten ’t Hart

Uitgeverij Arbeiderspers

2009

Verlovingstijd gaat over bronstigheid tussen mensen, vooral tussen mannen en vrouwen van alle leeftijden. Als rode draad in het hele verhaal speelt de vriendschap tussen Jouri en de ik-figuur die begint op vierjarige leeftijd als nieuweling Jouri het vriendinnetje van de ik-figuur afpakt. Die heeft toen bedacht ‘If you can’t beat them, join them’ en hij sloot vriendschap,  ogenschijnlijk een wederkerig vriendschaprelatie. Twee verschoppelingen, twee bollebozen en tevens twee kemphaantjes als het gaat om het veroveren van meisjes en vrouwen, al stonden de rollen wel vast. De een was de winnaar en de ik-figuur de looser, tenminste voor de buitenwereld. Het liefdesleven van de ik-figuur is daarom weinig succesvol, de hunkering derhalve des te groter. Hetgeen voor aandacht, liefde en seksueel genot gedaan, gedacht en geschutterd moest worden, is op een hele hilarische wijze beschreven. En herkenbaar, want in iedere man schuilt op sommige momenten en in bepaalde situaties ook zeker een Maarten ’t Hart-achtige, met schaamtevolle momenten en glorieuze mislukkelingen. De ik-figuur maakt mogelijk tien keer zo veel mee op dit gebied, maar toch.

De schrijver laat het boek trouwens beginnen met het liefdesleven van zijn moeder, die na de dood van zijn vader hertrouwd met haar jeugdliefde. Ondanks het zware gereformeerde milieu heeft ook zijn moeder een mate van paringstijd meegemaakt, met eigen rituelen en vanzelfsprekendheden. De veroveringen van de ik-figuur spelen zich af vanaf eind jaren veertig tot ver richting het heden, al ligt de nadruk op de zestiger, misschien zeventiger jaren, als scholier en student, waarbij de ik-figuur zijn eigen weg op het liefdespad heeft moeten vinden in weerwil van zijn concurrent en vriend Jouri. De ik-figuur bepaalde voor zijn vriend  over de smaak van diens veroveringen. Zelf bleef hij veelal met lege handen achter. Dit verandert als Jouri naar Harvard gaat om verder te studeren en de ik-figuur angstvallig zijn verloving met muzieklerares Katja geheim houdt, bang om ook haar kwijt te geraken.

De liefde voor deze Katja wordt net als het hele boek op een hilarische deterministisch biologische wijze beschreven. Het minderwaardigheidscomplex van zijn partner over het hebben van minimale borstvorming wordt geheel vakkundig weggewimpeld met allerlei zoölogische vergelijkingen, met als gevolg dat je als lezer maar moet geloven dat borsten hele rare, niet logische evolutionaire verschijningen zijn. Later in het boek betrap ik de schrijver erop dat diezelfde Katja op latere leeftijd iets minder mager en daarmee gevulder is geworden en in vergelijking met andere vrouwen een heel aangename verschijning is geworden. De opvulling van het bh-tje is klaarblijkelijk toch belangrijker dan louter een vermakelijke vergissing van de evolutie. Trouwens op het einde verdwijnt het deterministische een beetje in het boek en met het samenkomen van allerlei verhaallijnen, liefdes en relaties uit vroeger tijden, komt het psychologische gedoe meer naar boven. Ook de ik-figuur kwijt zich vol overgave aan een jonge studente, tot beider geil vermaak.  Naarmate de tijd verstrijkt blijkt de looser zich toch gaandeweg te ontwikkelen en op het liefdespad sterker en aantrekkelijker te zijn dan hij zelf dacht. Het haantje komt dan in hem boven als hij zichzelf vergelijkt met zijn leeftijdgenoten die allemaal aan het inzakken zijn.

Het deterministische brengt in de ik-figuur niet altijd het meest prozaïsche naar boven als het de vrouw betreft, hoewel de liefde voor dit deel van de schepping onbedwingbaar is. Ik herinner me Maarten ’t Hart in de jaren negentig nog in bloemetjesjurken, verschijnend in talkshows. Het waarom is me ontgaan, maar de relatie tussen Maarten ’t Hart en vrouwen is op zijn minst opmerkelijk. En wat wil het toeval. Afgelopen week had ik vakantie en bij het opruimen bleek ik zonder het te weten een ’t Hart rijker te zijn dan ik dacht. (Wat zal de bioloog Maarten ’t Hart denken van een opruimende man van in de veertig?)

Zijn essay De vrouw bestaat niet ligt dus klaar in mijn geheel opnieuw georganiseerde boekenkast. Ik ben benieuwd.

Verlovingstijd van Maarten ’t Hart krijgt van mij het cijfer 7,5

===============================================================

Meer boekervaringen en mijn waardering ervoor, volg de link

Filmblik op TIRZA

Voor het geval u het niet weet, ik ben geen liefhebber van Arnon Grunberg. Begin jaren negentig heb ik Blauwe Maandagen gelezen. Het heeft geen onuitwisbare indruk achtergelaten bij me. Beschrijving van heel veel leegte heb ik in mijn geheugen staan als het om dit boek gaat. Ik kan het mis hebben. Een paar jaar geleden heb ik De asielzoeker nog eens geprobeerd, maar ik ben ruim voor de helft gestaakt en persisteer dus in de wetenschap dat Arnon Grunberg niet aan mij besteed is. Ook zijn publieke verschijning doet mijn hart niet sneller klopper al ga ik niet zo ver dat ik na het zien van zijn rol in de reclame voor de Gouden Gids, weiger nog in dat boek te kijken. Ik besloot dus Tirza niet te gaan lezen. Gezien de hoeveelheid prijzen die hij inmiddels heeft gekregen, zal ik wel heel erg ongelijk hebben. Ik kan er mee leven.

Maar dan de film. Ik had tegenstrijdige verhalen gehoord en in februari van dit jaar besloot ik de film te gaan zien, maar door een fout op de website van de bioscoop in Doetinchem bleek de film al klaar te zijn in die plaats. Gisteravond dus maar op DVD naar Tirza gekeken. En ik zal u alvast mijn mening verklappen. Het viel niet tegen, de film. Voor alle kritische lezers van dit blog mogelijk ten overvloede, ik heb het echt louter en alleen over de film.

Aanvankelijk kwam ik wat moeilijk in de film, misschien dat Grunberg nog in mijn gedachten ronddwarrelde, maar achteraf denk ik dat de film in mijn optiek typisch Nederlands begon. Ik noem dat zelf boertigheid op randstad niveau, vleugje seks, vleugje sociale snelheid en net niet ranzig. Toch werd ik binnen tien minuten gepakt door de hoofdrolspeler Jörgen Hofmeester, prachtig gespeeld door Gijs Scholten van Aschat. Een mislukt huwelijk, de zorg voor zijn dochter Tirza en een vileine ex-partner (Johanna ter Steeg) die een weinig positieve bijdrage levert aan het mannelijke ego van Jörgen Hofmeester, worden je om de oren geslingerd als kijker. Al snel wordt duidelijk dat de vaderlijke relatie met Tirza (Sylvia Hoeks) verre van standaard is. De vriendschap van Tirza met een islamitische jongen is dan eigenlijk voor Jörgen Hofmeester heel dramatisch. Misschien is dat wel voor alle vaders, maar in dit geval daalt de gemoedstoestand van vader richting het gekmakende nulpunt, al blijkt dat pas later in de film.

Als dochter Tirza samen met haar vriend naar Namibië vertrekt als backpacker en onbereikbaar blijkt te zijn, gaat Jörgen zijn dochter achterna. Prachtige plaatjes van Namibië passeren de revue, Jörgen vindt zijn dochter niet, maar krijgt gezelschap van de negenjarige Kaisa, die haar (seksuele) diensten aanbied. Kaisa speelt haar rol als kindhoertje op meesterlijke wijze. Het feit dat ze kind is en speelt, doet geen afbreuk aan het verhaal. Overacting vind ik namelijk vaak plaatsvinden bij jonge kinderen in volwassen films. Kaisa (Keitumetse Matlabo) is een prachtig wijs meisje dat zich ondanks de weigering van Jörgen om gebruik te maken van haar diensten, zich niet laat wegsturen.

In het vervolg van de film zien we een steeds psychiatrischer Jörgen Hofmeester en prachtige parallellen van Tirza en haar vader en de ontwikkeling van de relatie tussen Kaisa en Jörgen. Flashbacks van de gezinsgeschiedenis maken duidelijk wat de dochter kan hebben gedreven om uit de omklemming van haar vader te geraken. Hoewel, de film neemt, voor mij tenminste een heel onverwachte wending.

 

Al met al een mooie film, waarbij ik de producenten dankbaar ben dat ze het boek van Grunberg, Tirza, hebben uitgezocht voor verfilming. Dan hoef ik het boek tenminste niet meer te lezen, om toch een beetje mee te kunnen praten. Bij mij werkt het echter meestal andersom, dat ik na lezing van het boek, heel huiverig ben om de film te gaan zien.

Al met al geef ik de film een 7 +

 

Eerder verschenen filmblikken:

De King’s Speech

Eat Pray Love

Unter Bauern