Een bange PvdA & een betuttelende VVD zijn uitgepolderd

Ik heb lang nagedacht over de titel van dit blog, maar beter heb ik niet in de aanbieding. Een bange PvdA & een betuttelende VVD zijn uitgepolderd was mijn werktitel, maar gaandeweg het schrijven ben ik niet op een beter idee gekomen. Sterker nog, ik denk dat dit de essentie van mijn betoog is met als onderliggende stelling. Kabinet Rutte heeft een desastreus multiplier-effect op de crisis. Het is me in dit stadium om het even over welke crisis het gaat. De stelling gaat op voor de financiële crisis, de bankencrisis, de begrotingscrisis, de woningcrisis, de zorgcrisis, van mijn part de Europese crisis en zeker ook de culturele crisis in Nederland. Het is allemaal de schuld van dit kabinet, misschien niet de oorzaak, wel de verdieping ervan.

GEEN ECONOMISCHE PRIETPRAAT

Nu ga ik geen diepgravend economisch betoog houden. Buiten het begrip multiplier dat ik uit mijn middelbare schooltijd heb opgediept, zal ik economische begrippen vermijden. Ik begrijp er immers niets meer van, maar het is een troostende gedachte dat met mij velen de economische weg kwijt zijn, inclusief parlementsleden en zelfs ministers.

De laatste dagen hoor ik steeds vaker dat Nederland net niet het ziekste jongetje van de Europese klas is. ‘Net niet’? Vorig jaar hadden we nog een te grote broek aan door Griekenland te piepelen en Spanje de foeistraf te geven. Het kan verkeren, niets zo onvoorstelbaar als de economie.

Wel of niet bezuinigen. Volgens mij al eeuw en dag een kwestie, want we mogen de crisis niet aan de volgende generatie doorgeven. Dit klinkt redelijk, heel redelijk maar wat geven we dan door aan de volgende generatie? Een land zonder zorg, een land zonder pensioenen, een land zonder goed onderwijs, maar wel met een sluitende begroting? Ik zou er voor passen. Econoom Bas Jacobs betoogde gisteren in Knevel &vdBrink dat we helemaal niet zo bang hoeven te zijn voor de middellange termijn als het gaat om het staatshuishoudboekje. Bas Jacobs is hoogleraar en omdat dit in mijn straatje past, ben ik geneigd hem volledig te geloven. Hij is trouwens niet de enige, een meerderheid van de economen lijken de bezuinigingen te kapittelen. Als leek zie ik slechts de (jeugd)werkloosheid stijgen, allerlei voorzieningen sterk in kwaliteit inboeten en de consumenten houden de hand op de knip. Een verkooppraatje van Mark Rutte heeft niet geholpen, integendeel. Als mens heeft hij zich compleet belachelijk gemaakt, als premier geeft hij het verkeerde voorbeeld. Bovendien komt dit kabinet niet met een visionair programma over allerlei vraagstukken die, zoals ik hierboven al aan heb gegeven, in een crisis zitten. Of je het nu eens bent met de ontmanteling van de hypotheek of niet, laat iets zien! Of je het onderwijs de motor van een kennismaatschappij wil laten zijn of niet, geef je mening erover en doe iets.

De mensen hebben dan bij de volgende verkiezingen iets om voor te stemmen. Zo zijn er tal van voorbeelden te noemen, waarbij de coalitiepartijen elkaar in de houtgreep hebben en naarstig op zoek zijn naar onmachtige oppositiepartijen die smullen van een dagje roem en machtswellust door in het midden te houden of zij de coalitie van harlekijn Rutte en zijn PvdA-discipelen willen steunen.

UITGEPOLDERD, PVDA MOET DAT VOELEN

Voor dat dit kabinet bruggen ging slaan, was het objectief al wel duidelijk dat van polderen geen sprake kon zijn zonder een groot verlies van je eigen electoraat. In vroeger tijden, toen Paars heel hip was, kon je met een beetje fatsoen nog stellen dat de VVD liberalen waren en de Pvda nog een zweem van sociaaldemocratie om zich heen hadden. Polderen betekende toen, een mix van beide politieke stromingen, niemand was echt tevreden, maar iedereen kon er mee leven. De huidige mix van VVD en Pvda laat een heel ander plaatje zien. Om het eens vanuit de Pvda context uit te leggen, kom ik tot de volgende conclusie:

De onverwachte verkiezingswinst van Diederik Samsom bracht de sociaaldemocraten in een ideale situatie om het eigen beleid te promoten. Ze hadden de SP medeverantwoordelijk moeten maken voor het regeringsbeleid of in ieder geval een constructieve poging daartoe moeten ondernemen. De Pvda is echter vooral bang voor de linkse praatjes van de socialisten. Toegeven, de holle retoriek van Emiel Roemer begint bijna storend te worden, maar dat had Diederik Samsom kunnen voorkomen. Hier lagen namelijk de kansen voor de Pvda, om links beleid te promoten en zich wel te kunnen onderscheiden van de anti-Europeanen van de socialisten. Want als puntje bij paaltje komt roert de SP in dezelfde zompige ontevredenheid als de PVV. De ontevredenheid wordt door dit kabinet uiteraard verder versterkt. Maar als je dan niet een front wil vormen met de SP, bedenk dan wel heel goed met wie je dan gaat polderen. VVD-ers zijn geen liberalen meer, ze ontpoppen zich in het meest gunstige geval tot een oerconservatieve partij. In een pessimistische bui zeg ik, is het gewoon de PVV-light. Samenwerken met zo’n VVD brengt de Pvda veel verder van haar idealen. Het is raar dat de illegalenkwestie tot een partijcongres moest leiden. Voor mij een reden om deze partij af te zweren en mijn lidmaatschap aan de wilgen te hangen. Maar wat dan wel?

De Pvda is vooral een partij die heel bang is voor haar eigen idealen. Slechts in verkiezingstijd worden sociaaldemocratische principes opgepoetst als ware het een mooi kerstverhaal dat op gezette tijden voorgelezen moet worden, om in de tussentijd vooral snel te vergeten.

.

VVD MUTSEN WILLEN EIGENLIJK NIET POLDEREN

Vanuit de huidige VVD-optiek was de Pvda natuurlijk geen ideale partner, maar Wilders bleek onbetrouwbaar en het CDA was gedecimeerd na de vrijages met de PVV. En hoe je je politiek moet handhaven als VVD wordt gaandeweg het politieke proces wel duidelijk. Betutteling en een grote bek zijn voor mij de kernwoorden die passen bij Mark Rutte en zijn club.

De mond is vol van vrijheid en een terugtredende overheid. De burger moet zijn eigen verantwoordelijkheid gaan pakken. Je kunt het hier mee eens zijn of niet, maar laat het dan ook zien. Een willekeurig voorbeeld, heel recent komt uit de VVD-koker weer zo’n antivrijheidsstandpunt met betrekking tot thuisonderwijs. De VVD wil bij monde van staatssecretaris Dekker het thuisonderwijs verbieden. Bijna in de hele westerse wereld kan het, hier niet. Wat je er ook van vind, het straalt weinig vertrouwen uit naar de individuele burger die zo hoog in het vaandel staat bij de voormalige liberalen. Integendeel, het zegt eigenlijk: ‘Zoek het zelf maar uit, maar je moet je wel houden aan onze betuttelende regels en voorwaarden.’

In toenemende mate is het hele overheidsapparaat, de zorg, het onderwijs en vele andere sectoren op deze wijze georganiseerd. Naast individuen, krijgen ook veel organisaties zogenaamde eigen (budget)verantwoordelijk, maar zijn gebonden aan betuttelende normen of bindende productie-afspraken die veel weg hebben van een vijfjaren plan onder de sovjets. Het hele Nederlandse privatiseringsgebeuren lijkt hierop te zijn afgestemd en de logheid van het overheidsapparaat neemt toe. Individuele vrijheid is een groot goed aldus de VVD, maar moet immers sterk gereguleerd worden middels protocollen, controle en rationalisaties om de protocollen en controles te kunnen naleven. Zo kunnen scholen en ziekenhuizen failliet worden verklaard. Wanneer volgt een grote stad? Waarschijnlijk binnen twee jaar nadat de hele zorg bij gemeentes komt te liggen. Zij zullen met minder geld hetzelfde moeten realiseren. Zij zullen de zorg gaan inkopen bij allerlei hulpverleningsinstanties die zich moeten vermarkten om hun voortbestaan te waarborgen. Hoeveel mankracht zit hier niet in dat ook aan daadwerkelijke zorg besteed kan worden.

De VVD is helemaal geen liberale partij, maar een managerspartij die vooral wil beheersen en daarmee iedere individuele vrijheid opslokt en vooral geen zicht heeft op wat er zich daadwerkelijk in de maatschappij afspeelt.

HET GELIJK VAN WILLEM VAN ORANJE

Onwillekeurig moet ik denken aan de beroemde uitspraak van Willem van Oranje: “Mijn God, mijn God, heb medelijden met mij en met dit arme volk” In dit geval hoeft u als lezer geen medelijden met mij als blogger te hebben, nadat ik mijn ‘the world according to.…..af heb, zak ik lekker weg in mijn lethargische stemming. Een hittegolf staat voor de deur, dus wat zal ik me druk maken. Bovendien is het typisch dat in Nederland bij crisissen de conservatieve tendensen toenemen, terwijl in veel andere landen het extremisme in tijden van crisis alle kanten uit kan gaan. Het lijkt wel of het in onze volksaard zit dat we de pijn lijdzaam moeten gaan verdragen als een staf van God, of in ieder geval dat het logisch is dat de gesel van de markt niet bestreden kan worden. Tenminste zo uiten de bange PvdA en de betuttelende VVD zich in dit kabinet. Maar als arm Nederlands volk weten wij het ook niet. De PVV is immers weer de grootste in de peilingen, maar deze partij is nog nooit op een constructief idee betrapt, maar weet slechts goed gebruik te maken van de onvrede in de samenleving. Mochten zij echte macht krijgen, dan zullen de woorden van Willem van Oranje pas echt gaan herleven. In dat geval mag u als lezer ook met mij als blogger medelijden hebben. De SP groeit, maar nimmer zullen zij met hun a-historische standpunten met betrekking tot Europa en hun beperkte solidariteit van slechts binnen de eigen landsgrenzen, de grootste worden. Ook in dat geval roep ik Willem er weer bij. Ondertussen doet dit kabinet niets en laat zien geen visie te hebben voor de toekomst. Iedere visie lijkt bij voorbaat al de grond in te worden geboord door vermeende electorale gevolgen.

De VVD en Pvda zijn echt uitgepolderd, maar als ze dat gaan toegeven, zullen ze zichzelf mogen opheffen of in ieder geval voor de komende tien jaar genoegen moeten nemen met een marginale rol in de politiek aan de rafelranden van de wereldorde. En wij, het arme volk zullen onze wonden likken.

 

Associating Pressure 5: Het gevaar van de witte ghetto’s

Onder druk van drie actuele steekwoorden associeer ik er op los en verwacht van mezelf binnen een uur een verhaaltje van maximaal 500 woorden.

22 mei 2013 zijn de woorden: whisky, gevaar, ghetto’s

Tien jaar geleden werden de geruchten steeds hardnekkiger. De onderbuikgevoelens waren echter al zo oud als Methusalem. Steeds vaker deden de verhalen de ronde dat een buitenstaander niet meer veilig is in de wijk. Buitenwettelijke waarden en normen heersen er. Enkele jaren terug werden de malle Pietjes met een’LegerdesHeils-look’ al geweerd, later mocht iedere mediterrane Nederlander zich verheugen op een ongezonde portie wantrouwen, tegenwoordig is iedereen met een casual look bij voorbaat verdacht. De ongeschreven kledingvoorschriften zijn Christian Dior, Prada en Luis Vuitton om er nog maar een paar te noemen. Heuse informele zedenpolitie ziet er op toe dat buitenstaanders geweerd worden. Vaak opereren deze zedenwatchers onder het mom van bewakingsdienst.

Na de zoveelste crisis veroorzaakt door het kapitaalterrorisme in 2008 was de maat vol voor Jan Rap. Hij richtte zijn eigen partij op gericht tegen het kapitaalterrorisme. Onder de veelzeggende naam Kapitaal Voor eigen Volk (KVV) ziet partijleider Rap zijn electoraat groeien. In het begin werd hij uitgelachen door de gevestigde partijen, later genegeerd, inmiddels is hij het niveau van ‘luis in de pels’ ontstegen. Met het groeien van de populariteit doet Jan Rap steeds radicalere uitspraken. Aanvankelijk riep hij: “Ik heb niets tegen het kapitaal, slechts tegen de uitwassen van het kapitaal.” De KVV verwijt de gevestigde orde vooral dat ze wegkijken van de problemen en niet inzien dat er steeds meer gebieden ontstaan die als een broedplaats voor de onoirbare praktijken kunnen worden aangemerkt. Heuse ghetto’s zijn in wording en de regeringspartijen, die vooral geïnteresseerd zijn om hun ‘dikke reten’ op het pluche te behouden, kijken weg of drinken glaasjes whiskey on the rocks met de bewoners van de ghetto’s.

Jan Rap houdt zijn volgelingen voor dat het kapitalisme an sich niet hoeft te worden bestreden, maar wijst op de gevaren van het kapitaalterrorisme die de meer egalitaire doelstellingen van ons land in gevaar brengen. Die uitwassen moeten bestreden worden, want straks nemen ze ons nog meer over dan ze nu al doen. Gesteund door de groeiende populariteit doet Jan Rap steeds radicalere uitspraken. Gisteren heeft hij de uitroeiing van het fundamentalistische kapitalisme geëist. Vandaag zet hij zijn woorden kracht bij om zo’n broedplaats van het kwaad te bezoeken. Met de woorden dat hij een werkbezoek gaat brengen aan zo’n ‘wit ghetto’ is hij verzekerd dat hij niet alleen ‘in the ghetto’ zal lopen. De hele nationale pers zal hem en zijn KVV vergezellen. En Jan Rap zal zich geen rad voor ogen draaien door whiskey te nuttigen in de lokale Proeverij.

Buiten de drukte van een gros persmuskieten die blind reageren op de zoveelste hype van de KVV, Jan Rap weet inmiddels hoe hij nietszeggende hypes kan creëren, is het rustig. Bewoners houden zich afzijdig. Ze weten zich veilig achter grote hekken en afzetting. Een enkele bakfietsmoeder en een Hummer zijn te zien. Jap Rap ziet een provisorische welkomsvlag die hem welkom heet ondanks zijn vuurrode hart. Op zijn beurt geeft Jan Rap aan dat iedere kapitalist die hem met een lach benadert, een vriendelijke glimlach terug kan krijgen.

Jan Rap weet dat zijn wandeling het avondnieuws zal beheersen en dat hij nieuwe potentiële stemmers heeft wakkergeschud om met hem, de KVV, te strijden tegen het kapitaalterrorisme.

Associating Pressure 4: Eerste vergangelijkheidsdag

Onder druk van drie actuele steekwoorden associeer ik er op los en verwacht van mezelf binnen een uur een verhaaltje van maximaal 500 woorden.

21 mei 2013 zijn de woorden: feestvarken, verjaren, vergankelijkheid

Ik heb wel wat met varkens en dan niet alleen op mijn bord. Sinds ik kennis heb gemaakt met Mephisto in de film the Unbearable Lightness of Being ben ik niet alleen een beetje verliefd op Juliette Binoche, maar ook het varkentje Mephisto heeft een plekje in mijn hart veroverd. Als ik later groot ben, veel geld heb en een mooi buitenhuis, ga ik een huisvarkentje aanschaffen. Natuurlijk zal hij Mephisto heten en misschien krijgt hij ook nog een vriendinnnetje. Maar ik heb niet veel geld, geen buitenhuis en ik ben al zeker niet groot, al heb ik de proporties van een stevig varkentje.

Wat minder heb ik met feestvarkens, zeker als ik het zelf ben. Toen mijn kinderen nog klein waren, liet ik me nog welgevallen dat er eens per jaar een dag is om te verjaren. Nu niet meer. Het metier van feestvarken is me niet op het lijf geschreven. Ik herinner me nog wel het voorleesboekje ‘Het Feestvarken’. Vaak heb ik het voorgelezen. De kinderen vonden het prachtig.

Het Feestvarken verheugde zich zijn verjaardag te vieren met al zijn vriendjes. Moeder Varken had ruim inkopen gedaan en het feest kon niet mislukken. Eten en drinken was in ruime mate aanwezig, maar ze was nog één ding vergeten te kopen. En toen sloeg het noodlot toe. Er werd aangebeld door hongerige en noodruftige dieren. Ons Feestvarkentje had medelijden en gaf weg wat moeder voor zijn feestje had gekocht. Uiteindelijk was er niets meer over toen Moeder Varken terugkwam. Het Feestvarken huilde tranen met tuiten en was ontroostbaar. Maar toen de gasten zich aandienden, bleken ze allemaal spijsen en dranken bij zich te hebben voor het gulle Feestvarken. Er kwam een feest zoals nog nooit is geweest. Er werd gezongen en gedanst onder het genot van taart, hapjes en drankjes.

Hoewel de kinderen genoten, had ik ernstige moeite om me met de hoofdpersoon te identificeren. Het zijn van een feestvarken, het zal wel. Ik doe het niet meer. Ik vind er niets aan om te vieren dat je weer een jaar ouder bent. Dat ouder worden is nog niet zo’n ramp, maar om daar pontificaal bij stil te staan, terug te blikken of vooruit te kijken als Feestvarken? Dat relativeren en over de vergangeklijkheid van het leven te broeden zit toch al wel in mijn persoonlijkheid. Dat opgeteld bij de leeftijdsfase waarin ik verkeer, kan gesteld worden dat het geen feestdag is. Ik stel dus dat het vandaag niet mijn 47e verjaardag is, maar mijn eerste vergankelijkheidsdag en dat is geen reden om te vieren. Ook niet om te somberen hoor, maar gewoon door te gaan met het leven vol muizenissen en gedachtenspinsels die op een dag als vandaag niet anders zijn dan anders.

Misschien zoek ik nog wel even een bijpassende film die ik vanaf vandaag iedere vergangelijkheidsdag ga zien. Het zal u niet verbazen dat er een mooie vrouw in voorkomt en een lief varkentje. Ook de rest van de film past uitstekend bij mijn vergankelijkheisdsdag. Ieder jaar op 21 mei 2013 ga ik naar The Unbearable Lightness of Being kijken. Dat lijk me een prima traditie.

Hoe de vergankelijkheid ooit begon: 21 mei 1966

Associating Pressure 3: Mark de spookverschijning

 

Onder druk van drie actuele steekwoorden associeer ik er op los en verwacht van mezelf binnen een uur een verhaaltje van maximaal 500 woorden.

20 mei 2013 zijn de woorden: Meubelboulevard, koopmansgeest, Mark Rutte

Het is Tweede Pinksterdag en ik wil nog even in de geest van de geesten blijven. Dit maal geen Heilige Geest, maar de koopmansgeest. Het is immers een goed gebruik in Nederland, ondanks de domineesgeest, dat op zondagen de euro’s moeten klinken. Er zijn nog wel reutelende gemeenschappen in ons land die dat tegen willen gaan. Maar het is een feit dat op veel plaatsen de meubelboulevards zich tonen als ware pretparken die hele families lokken. Zeker nu het weer tegenvalt, zal verveling en leegheid als door een toverformule omgezet worden in koopgedrag oftewel V + L = K3 daarbij ernstig rekeninghoudend met het synergetische effect van V en L.

 

 

Ik trek even alle registers los van mijn middelbare school economie, maar ik geloof dat we in de jaren tachtig deze formule nog niet hadden. Ik leerde wel van ene Keynes die het had over overheidsinvesteringen in tijden van crisis. En daar zaten we toen in. Om de economie op gang te brengen waren overheidsinvesteringen nodig om individuele besteding te stimuleren. En dan was er nog iets met een multiplier-effect, de formule bespaar ik u omdat ik die niet zo snel kan opdiepen.

 

 

En dan ineens ontwaar ik iets anders geestigs, namelijk de geest van Mark Rutte. Ondanks dat hij onze premier is, een hele kleine geest, slechts af en toe zichtbaar, bijvoorbeeld vandaag op de geopende meubelboulevards. Want hij doet het andersom. Hij vraagt financiële uitgaven van de burger. De burger die te maken heeft met koopkrachtdaling; de burger die te maken heeft met mogelijke werkloosheid of dreiging ervan; de burger die moet sparen om de schulden ongedaan te maken die hij heeft opgebouwd door op te grote voet te leven afgelopen tien jaar vanwege de ‘woningbubbel’. Kortom de burger die geacht wordt verstandiger met zijn geld om te gaan dan de afgelopen periode. Diezelfde burger moet gaan kopen, blijmoedig zijn kop in de zoveelste financiële strop leggen ten faveure van? Ja van wat eigenlijk. Om een schaamlap te zijn voor het economisch falen van dit kabinet? Als de economie aantrekt, dan komt dat door de geest van Mark Rutte, terwijl de privéschulden verder oplopen?

 

 

Tweede Pinksterdag, de meubelboulevards zijn open met goedkeuring van Mark Rutte. Misschien volgend jaar ook op eerste Pinksterdag en het jaar erop ’s nachts? Blijmoedig trekken hele hordes naar de koopgoten en vervangen hun uit de modezijnde driezitter voor eenzelfde exemplaar in een net iets andere kleur. Het mag van Mark Rutte, sterker nog, het moet van Mark Rutte. Of ga eerst naar een garage en koop een nieuwe auto om te pronken op weg naar die meubelboulevard. We zijn immers een blijmoedig volk dat in alle ‘hitlijsten’ van geluk bovenaan staat. We hebben immers niets te klagen maken we ons zelf wijs. Kopen, kopen, kopen!!!!!

 

 

Ik ga deze middag de zolder op en de schuur in. Opruimen en constateren dat er nog niets nieuws bijgekocht hoeft te worden. Je zult mij niet vinden in een te grote winkel en in een file lopend, op zoek naar iets dat ik helemaal niet mis. Ik weet het, het is niet in de geest van Mark Rutte, echter ik zal u een geheimpje verklappen. Ik hoef het koopmansevangelie van Mark Rutte niet te ontvangen. Sterker nog, ik blijf graag ver weg van deze zieke geestverschijning.

 

Associating Pressure 2: God is geen vent

Onder druk van drie actuele steekwoorden associeer ik er op los en verwacht van mezelf binnen een uur een verhaaltje van maximaal 500 woorden.

19 mei 2013 zijn de woorden: Pinksteren, weer, bijbel

Pinksteren is misschien wel het meest onduidelijke christelijke feest dat er is, of zo u wilt de meest onbegrepen Hoogtijdag. Tenminste dat was het voor mij als kind en eigenlijk nog steeds. We houden er een vrije dag aan over om de onduidelijkheid te benadrukken, maar om nu te zeggen dat Pinksteren leeft, zal ik niet beweren. Op Twitter, is Kerst en zelfs Pasen altijd ‘trending topic’ en leven mensen er naar toe. Bij Pinksteren is dat minder vanzelfsprekend. Een groot deel van de mensheid weet niet wat er gevierd wordt en als ze het al weten, produceren ze iets van ‘De Heilige Geest’. Daar kunnen ze vervolgens niets mee en prompt komen er flauwe grapjes van pauselijke verspreking over de ‘Geilige Geest’.

In alle eerlijkheid, ik weet het ook niet precies. In de tijd dat ik de bijbel nog een beetje letterlijk nam, voorvoelde ik wel dat er ‘meer’ achter moest zitten. Zeker bij dat gedeelte van de Heilige Geest wist ik zeker dat een mens op zoek moest gaan naar het spirituele en niet naar de letterlijke waarheid geciteerd door de bijbel. Met die wetenschap heb ik vanaf 12e nimmer meer bewust gezocht in de bijbel. Dat is niet erg, maar daarmee moet ik constateren dat ik Pinksteren niet echt kan duiden. Maar tegenwoordig is er internet voor de vlugge antwoorden.

Ik lees er:

Plotseling kwam er uit de hemel een geluid dat leek op een enorme windvlaag en het vulde het hele huis, waar zij zaten. Op hun hoofden vertoonden zich tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen. Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, zoals de Geest het hen gaf uit te spreken.

Handelingen:2:1-4

De mensen die nu vervuld zijn met de Heilige Geest gaan naar buiten en spreken tongentaal, profeteren en verkondigen het Evangelie in allerlei talen. Ter gelegenheid van het feest van de eerstelingen was er veel volk in Jeruzalem, afkomstig uit alle delen van het Romeinse Rijk en daarbuiten, en door alle geluiden wordt een grote menigte aangetrokken.

Ik kom er niet veel verder mee. Het eerste wat ik denk dat in het verre verleden stommiteiten zijn begaan die de apostelen nu moeten bezuren. Want was de toren van Babel niet gebouwd, zouden de mensen nu geen verschillende talen spreken en hoefde de Heilige Geest niet in tongentaal verdeeld te worden onder de apostelen. Een en dezelfde boodschap in dezelfde taal zou een hoop gemak hebben opgeleverd.

Onbevredigd begeef ik me naar het Pinksterontbijt. Alleen dat woord al klinkt niet echt lekker in tegenstelling tot paas- of kerstontbijt. Het kan geen toeval zijn, maar in de bijlage van de Trouw legt dominee Ter Linden uit wat de Heilige Geest in zijn beleving betekent. Hiervoor moet ik het interview op een aantal punten in mijn eigen woorden uitleggen.

Dominee Ter Linde spreekt niet van een God als een manspersoon, maar hij heeft het over het Essentiële. In de bijbel staan boodschappen, de mens heeft immers de behoefte aan houvast, die niet zo zeer letterlijk genomen moeten worden en zeker niet vaststaan. Er is sprake van een evolutie van ‘bijbelse’ verhalen en die zullen naar tijd en tijdsgeest opnieuw vertolkt dienen te worden. Daarbij is het uitgangspunt ook niet dat iedereen christen moet worden, wel mens. De veel gehoorde (fundamentalistische) zinsnede: ‘De mens is geneigd tot al het kwaad’ wordt mogelijk bewust niet afgemaakt want dient aangevuld te worden met ‘Tenzij wij door de Heilige Geest wedergeboren worden’. In mijn optiek betekent dit dat wij ons lerend opstellen en mogelijk daarbij de Bijbel als inspiratiebron gebruiken zonder anderen wetten op te leggen.

In dit kader leert dominee Ter Linden, de hofpredikant, me en passant nog de taalkundige achtergrond van het woord ‘zonde’. Ditis afgeleid van het Griekse werkwoord ‘je doel missen’. Dat klinkt toch heel wat vriendelijker dan het zwartekouserige zonde. Ik kijk mijmerend naar buiten. Het is mooi weer. Prachtig pinksterweer, maar of ik het nu helemaal bevat, durf ik niet te zeggen. Zou de traan van Maxima, de traan der tranen, die de dominee live heeft mogen meemaken, een uiting van de Heilige Geest zijn? Ik denk dat ik daar niet over kan oordelen en me met mezelf bezig moet houden. Voorlopig is dat maar eens eenvoudig genieten van de mooie Pinksterdag.

Associating Pressure 1: Anouk, smaak en vrijheid

Onder druk van drie actuele kernwoorden associeer ik er op los en verwacht van mezelf binnen een uur een verhaaltje van maximaal 500 woorden.

18 mei 2013 zijn de woorden: Anouk, smaak, vrijheid

Als kind keek ik naar het Eurovisie Songfestival. Dit is waarschijnlijk begonnen na Teach In met Ding-a-dong. Zonder het te realiseren was Oranje toen één. Ik begreep het niet, maar voelde de eufore stemming blijkbaar wel aan. Toen ik oud genoeg was om op zaterdagavond iets langer op te blijven, keek ik met plezier. Mijn eerste bewuste winnaar was de Engelse Band, Brotherhood of Man. Mijn favoriet was de Française Catherine Ferry met un, deux, trois… Van de Nederlandse deelname herinner ik me Sandra of Xandra met Colorado. Ik weet niet of dit in hetzelfde jaar was.

Het hoogtepunt was altijd de puntentelling. Krijgen we punten van België, Duitsland? Vooral de ‘douze points’ van Israël waren altijd een zekerheid. Dat Duitsers de immer slecht presterende Oostenrijkers veel punten gaf, had zeker nog te maken met de ‘Anschluss’? En die Vikingers gaven elkaar ook altijd maar de punten cadeau. Ik denk dat hier mijn interesse voor Internationale Betrekkingen is geboren, hetgeen later uitmondde in de studie politicologie. De wereld was toen nog overzichtelijk.

Vele jaren later, de Oost-Europeanen doen mee met rockgeweld en veel te blote meisjes. Ik ben inmiddels ouder en wijzer geworden, zo u wilt een ouwe lul. Hoewel stevige rock mij niet tegenstaat en ik ook niets tegen te blote meisjes heb, kijk ik al jaren niet meer naar het liedjesfestival. Buiten de overheersing van de Oost-Europeanen schijnt het fanatieke publiek vooral te komen uit de homoscene. Ieder zijn meug, maar glitter en glamour is niet aan mij besteed.

Dit jaar is het anders met Anouk. Al ken ik de muziek van Anouk amper, ik weet dat ze een rockchick is en onbewust zal ik hits van haar hebben meegekregen. Ik ken ook haar status als ‘enfant terrible’ een beetje. Ze schijnt nogal onaangepast te zijn? Zo hoorde ik op 3FM ooit eens een verhandeling over de menstruatie van de zangeres naar aanleiding van tweets door Anouk zelf in de wereld geholpen. Het kan me niet boeien en diep in mij constateer ik een Victoriaan die denkt: ‘Moet dit nou?’ Ze schijnt overigens ook met haar blote kont te bewonderen te zijn en dat past wel weer bij die andere blote meisje.

Juist mijn arrogante houding over de wansmaak van dit festival, waarbij een parade van eendagsvliegen zich voor Europa mag etaleren, is mijn hoop gevestigd op Anouk. Het zijn van een ‘enfant terrible’ komt in mijn optiek nu heel goed van pas. Laat ze met haar ‘Birds’ al die ééndagsvliegen maar opslokken. Of ik ooit fan van Anouk zal worden weet ik niet, wel ben ik ervan overtuigd dat ze boven de middelmaat uitstijgt. Haar winst, het zal mijn Oranjegevoel amper beroeren, geeft mogelijk wel de vrijheid om volgend jaar de smaak van dertien in een dozijn te ontmoedigen.

Vanavond ben ik erbij, maar waarschijnlijk niet eerder dan vanaf de puntentelling. We zullen zien of het uitkomt:

Birds falling down the rooftops
Out of the sky like raindrops
No air, no pride
That’s why birds don’t fly

Anouk met Birds 2013

Sandra met Collerado/1979

Brotherhood of Man met Save your kisses for me/1976

Catherine Ferry met 1,2,3/1979

Teach In met Ding-a-dong/1975

Niet strafbaar bericht van een legale PvdA’er

Ik zal maar met de deur in huis vallen, ik ben me een PvdA’er van lik-mijn-vestje. Jarenlang was ik lid, tot dat het Paars van de jaren negentig me een wel heel flets gevoel gaf van wat in mijn ogen sociaaldemocratie moest zijn. In het stemhokje ben ik sindsdien wel eens vreemdgegaan met Femke (Halsema) of Jan Marijnissen, echter dat is ook niet echt mijn cup-of-tea. Bij de meest recente verkiezingen heb ik de stoute schoenen weer aangetrokken. Ik ben lid geworden en voor de gein meteen maar gesolliciteerd voor een baantje onder leiding van Diederik. Ik ben afgewezen, al weet ik niet precies op grond waarvan, er waren vast betere kandidaten en misschien hadden ze wel gelijk. Zeker met de kennis van nu, want zou ik meteen een PvdA-dissident zijn geworden.

To be or not to be (illegal), that’s the question.

Bij het prilste congres bleken de leden en het partijkader van de PvdA mijlenver uit elkaar te staan over de legitimiteit van het kabinetsbesluit illegaliteit strafbaar te stellen. En Diederik Samsom lult zich nu de blaren op zijn tong om alle gelederen weer op één lijn te brengen. Als ik de berichtgeving zo hoor bij de verschillende bijeenkomsten, lijkt hem dat nog te lukken ook. Eigenlijk zou ik mijn stem moeten gebruiken om morgen (zondag 12 mei 2012) te gaan stemmen op het ingelaste partijcongres. Maar het is Moederdag, ik zei al ‘ik ben een PvdA’er van lik-mijn-vestje’. En als ik niet door mijn rug was gegaan, zat ik met mijn broer bij Feyenoord-NAC, dus schrijf ik mijn noden maar op mijn blogje.

Polderen

Wij, als leden van de PvdA, dienen te begrijpen wat polderen is en dat compromissen sluiten nu eenmaal noodzakelijk is voor een werkbare regering in Nederland. En dat is ook heel logisch, want zonder compromissen zou de PvdA een blauwdruk kunnen maken van gestaalde vakbondstaal en de VVD zal Nederland veranderen in één grote onderneming met welvaart voor de few.

Polderen maakt grote groepen in Nederland drammerig ontevreden, maar ze zien voldoende van hun standpunten terug. Een partij moet het dan wel heel slecht doen, willen ze hun compromissen vertaald zien in een zeer slechte verkiezingsuitslag. Zo is het jarenlang gegaan en zo zal het in principe moeten blijven gaan zolang er geen meerderheidspartij is. We zien de laatste tien jaar echter wel grote afstraffingen voor de verschillende partijen en de PvdA is zo’n partij die een aantal klappen heeft gekregen. Niet altijd terecht, maar ik voorzie bij de strafbaarstelling van illegaliteit wel weer een forse verkiezingsnederlaag in het verschiet. Voor mezelf zou het mogelijk een klein financieel voordeeltje opleveren, want de contributie hoef ik niet meer te betalen, want van zo’n club wil ik geen deel uitmaken. En zoals gezegd, al zitten er ook voordelen aan, aldus Samsom, als een optel- en aftreksom wordt gemaakt van alle samenhangende besluiten (kinderpardon bijv.) Maar wat is dan de waarden van je principes? Hoe normerend moet je jezelf in de spiegel kijken bij het strafbaar stellen van illegaliteit? Kun je daarmee leven? Ik in ieder geval niet, want deze polderuitslag lust ik niet.

Polder je mee of niet.

Het poldermechanisme is al zo oud als de weg naar Rome, of in ieder geval bijna, want waren het niet de voorlopers van de huidige waterschappen aan het einde van de Middeleeuwen die noodgedwongen moesten polderen om tot kloeke besluiten te komen? Polderen zit ons in het bloed en dat is juist de reden waarom dit zo’n slechte polderuitslag is. En ik denk te weten hoe dit komt. Je moet je namelijk heel goed realiseren met wie je poldert.

Laat ik voorop stellen dat het huidige Paars niet het Paars is van de jaren negentig uit de vorige eeuw. Dat heeft niets te maken met de afwezigheid van D66. Dat heeft vooral te maken met de samenstelling van de huidige regeringspolderaars.

Om te beginnen, de PvdA was in de jaren negentig natuurlijk zeer flets sociaaldemocratisch. Ze hebben het laatste decennium niet voor niets electorale verliezen geleden. In het meest gunstige geval zou je kunnen stellen dat in de praktijk de PvdA nog net zo flets is, al belijden ze met de mond dat ze terug willen naar vaste sociaaldemocratische principes. Bijvoorbeeld door groepen mensen te criminaliseren? Maar de PvdA is niet het grootste oorzaak van het slechte poldersoepje, al krijgen ze er wel de meeste problemen mee. De identiteit van de VVD is vooral de oorzaak van een stinkende en zompige polderprut op dit beleidsdossier van de Vreemdelingenwet. Want beseft de PvdA niet dat zij niet meer met de liberalen in een regering zitten. Sinds de opkomst van de partij van Geert Wilders worden deze partij al jaren lang begiftigd met de xenofobische ideeën van Geert Wilders. Of de VVD dit nu doet uit gemakzucht, gebrek aan liberale inborst of uit electoraal strategische overweging, dat mogen ze daar zelf uitzoeken. Een feit is dat de PvdA hier te weinig van doordrongen is en zoals nu geconfronteerd wordt met een gedrocht dat heel ver van de eigen principes afstaat. Tenminste dat zou het moeten staan.

En wat als de PvdA zich electoraal net zoveel zou aantrekken van de SP en hun gepeperde uitspraken vanuit de oppositiebanken? Dan durf ik er om te wedden dat er helemaal geen tweede kabinet Rutte zou zijn geweest met de PvdA.

Water bij de wijn

Polderen is water bij de wijn, maar niet een paar druppels wijn toevoegen en dan oreren dat je dronken bent van het sociaaldemocratische goedje dat we een regeerakkoord noemen, zeker niet op dit dossier. Principes zijn wat mij betreft heilig, zonder meteen tot fundamentalistische retoriek over te gaan. Ik besef terdege dat de economische constellatie van Nederland (en Europa) niet van dien aard is dat we een kabinetscrisis moeten riskeren. In deze ben ik het eens met Diederik Samsom. Maar wat is er mis mee om ook opkabinetsniveau te beslissen dat je het met elkaar eens bent om het over dit punt oneens te zijn. Laat de voltallige Tweede Kamer dan op dit punt beslissen wat er moet gebeuren op dit beleidsterrein. Je kunt dan ‘verliezen’ qua meerderheid, maar je verliest dan niet je waardigheid en geloofwaardigheid. Dat begrijpt een gemiddelde kiezer echt wel. (Fictief: Je vraagt aan een meeregerende ChristenUnie toch ook niet of ze abortus (een beetje) willen toestaan?)

Zijn er alternatieven?

Ik begon mijn betoog met enige zelfkennis dat ik een sociaaldemocraat van niets ben. Of beter gezegd een PvdA’er van niets. Sociaaldemocratie is in mijn beleving een groot goed in Nederland, maar weer laat de PvdA me weer ernstig twijfelen in hun geloofwaardigheid. Maar zijn er alternatieven in het huidige politieke spectrum, met mijn sociaaldemocratische achtergrond als uitgangspunt?

Nee, want als ik nu een aantal ‘verwante’ partijen de revue laat passeren kom ik tot de volgende slotsom:

D66: Nog meer water bij de wijn.

GL: Crypto liberalen met een groene marketing om hun elitaire grachtengordelgeurtje te verdoezelen.

SP: Pretenderend het sociaaldemocratische gedachtegoed te hebben overgenomen, maar heel snel om te vormen tot een licht xenofobisch kneutersocialisme dat blind is voor de mondiale veranderingen.

50+: Ik heb de leeftijd (nog) niet, maar ik ben zeker niet genegen om gemiddeld de meest gefortuneerde generatie te ondersteunen die de echte ouderen slechts misbruiken om hun eigen bevoorrechte positie te handhaven. Tegen de tijd dat ik 75+ ben, hebben ze daadwerkelijk hun hele leven lang het meest uit de ruif gevreten.

Ik zie geen alternatieven, al ken ik het partijprogramma van Mens & Spirit niet. Alleen om de naam is er dus nog een uitvlucht mogelijk. Echter ik hoop dat het PvdA-congres morgen tot de juiste beslissing komt.

Republieksoep, een onbeproefd recept

Nu de dagen oranje kleuren, moet ik onwillekeurig terugdenken aan de verhaaltjes van Simon Carmiggelt. Hij beschrijft, op de hem bekende wijze, zijn socialistische opvoeding. Hierin was geen enkele ruimte voor monarchistische gevoelens. Zo ging dat in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Voor de ‘kleine’ Simon was dat spijtig, want hij mocht niet meedoen aan de festiviteiten op Koninginnedag. Voor hem geen gratis limonade, koek en een herdenkingstegeltje van staatswegen gefinancierd. Voor vader Carmiggelt was het duidelijk dat zijn zoon niet participeerde met die ‘infantiele oranjeleut’.

Als latent Republikein onderga ik het Oranjenieuws en de lading propaganda van bedrijven in deze dagen gelaten. Vaak zie ik de humor er nog wel van in. Ik denk dat vader Carmiggelt in het huidige tijdperk ten onder was gegaan aan de overproductie kapitalistische ‘Oranjeleut, maar dit terzijde.

Hedenochtend moest ik bij ’s lands grootste grutter zijn. Uiteraard stond alles in het teken van Oranje. En als dank voor het bezoek kreeg je ook nog een koningswuppie mee, voor thuis. Mijn geluk kon niet op. In de winkel viel mijn oog bij de groenteafdeling op een pakket om ‘Koninginnensoep’ te vervaardigen. Wortels, een oranje paprika en een sinaasappel zijn er voor nodig. Achterop de verpakking stond hoe je dit culinaire hoogstandje moest bereiden.

Bij mij rees meteen de vraag: “Bestaat er eigenlijk Republieksoep?” En zo ja, hoe zou dat dan smaken en eruit zien? Het mag niet rood zijn want dat zou betekenen dat het socialistische deel van de republikeinen het alleenrecht zou hebben op antimonarchistische gevoelens. Vader Carmiggelt zou dan in zijn vuistje hebben gelachen. Bovendien hebben we al een politieke partij die zich vereenzelvigd met ‘rooie soep met ballen.’ Ook bruine soep, met bruine bonen of linzen bijvoorbeeld, zou, ondanks de voortreffelijke smaak, niet mijn voorkeur hebben. De combinatie bruin en Republikeins heeft in de politiek een wrange en besmettelijke bijsmaak.

Mijn voorkeur zou uitgaan naar een lichtgroen lenteachtig soepje, waarbij de lichte kleur symbool staat voor prille en mogelijk nog onvolwassen Republikeinse gevoelens.

Ik zit te denken aan de volgende ingrediënten:

(bij 2 liter water)

  • 6 stukken prei

  • 200 gram jonge spruitjes

  • klein blikje erwtjes

  • 4 frisse Granny Smiths

  • mint

  • bieslook

  • groene peper

Koken en pureren en naar eigen voorkeur vleesproducten toevoegen.

Zelf heb ik de soep nog niet gemaakt, maar mijn vermoeden is dat er een grote winderigheid gaat ontstaan die op de Kroningsdag als rook- en stinkbommen gezien kunnen worden door de verschillende veiligheidsfunctionarissen. Ik maak de soep dus nog maar niet, maar ik hoor graag over uw ervaringen.

De Kroningsdag van 30 april 2013 wil ik eigenlijk ook niet verstieren, zo latent Republikein ben ik dan ook wel weer. Bovendien heb ik historische belangstelling en daarin past ook de idee dat het Republikeinse gevoel erg latent moet blijven, we leven immers al zo lang met de Oranjes. Ook vind ik WA eigenlijk een prima vent met wie het waarschijnlijk goed een biertje drinken is. En toegeven, ook ik ben als een blok gevallen voor de tsunami van Argentijnse charmes. De 3-atjes moeten we dan vooral niet traumatiseren met onze republikeinse peristaltische narigheid. Ik denk dat we het de komende jaren wel redden, het koningshuis en ik. Het blijft weliswaar een raar fenomeen, misschien is het wel een onvermijdelijk soort gekke liefde die niet weg te vlakken is, maar waar je je ook een beetje voor schaamt.

PS. Maar mochten de Republikeinse gevoelens in de toekomst echt toeslaan, dan is de Republieksoep te alle tijden aan te passen natuurlijk. Ook de kleur is dan niet meer belangrijk, dus voeg vooral rode pepers, bonen en uien toe. Laat het dan maar knallen en roken.

Don’t fuck ‘de weergoden’!

‘Don”t fuck with the wethergods’ is mijn devies en u weet wel waarom. In een tijd van vergaande secularisering en ontkerkelijking is het aanbidden van De Allesbestierende geen gemeengoed meer. Maar verder terug in de geschiedenis hadden we de weergoden die we al eeuwen hebben veronachtzaamd. Nu zitten we met de gebakken peren. De ‘vooruitgang’ heeft ons van de natuurelementen afgedreven. Wij als mens hebben de natuur overwonnen en alles is maakbaar. Behalve dus de lente op tijd laten beginnen, zoals de afgelopen weken is gebleken.

We verzuchten nu onder de Gesel van de weergoden, als straf. Volgens mij zit er een gigantische groeimarkt in het onderricht en de evangelisering van de Germaanse, Scandinavische, of van mijn part Romeinse of Griekse weergoden. (Zouden er trouwens Cypriotische weergoden bestaan of vallen die onder de Griekse gesel?)                                            weergod Thialfi,  wie kent hem niet

Volgens mij bestaat er zoiets als een soort van 10 geboden om de weergoden te behagen.

  1. Wij bestaan echt, don’t fuck with us, don’t mess around
  2. Probeer ons niet te verbeteren, te vervolmaken of na te maken in welke vorm dan ook.
  3. Misbruik onze gaven niet
  4. Een regendans of zonneverering is minder ver weg van onze Goddelijke werkelijkheid dan u denkt. Eer onze gaven constant
  5. Heb eerbied voor de herkomst van alle Aardse Gaven verkregen door zon, wind en water.
  6. Ontken ons niet, wij bestaan en zijn niet uit te roeien. Wij zijn als katten en hebben meerdere levens en komen zo nodig in een Geselende verschijningsvorm terug.
  7. Eer ons, wij zijn niet vervangbaar, dus lonk niet met het kunstmatige.
  8. De weergoden zijn voor iedereen, dus deel onze gaven met een ieder.
  9. Gelooft in waarachtige weermannen, niet in commerciële ‘ik voorspel wat u horen wil’- gedoe.
  10. Gun een ieder een plekje in de zon, zoals jij zelf ook een warm plekje wil hebben.

Ik ga bij mezelf na, wat is mijn ecologische voetafdruk. Hoe spaarzaam ben ik? Hoe serieus neem ik het woord broeikaseffect nog? Heb ik meegedaan aan Earth-hour? Europa gaat economisch naar de verdoemenis, dus is verdere groei noodzakelijk om verder ongemak (oorlog!) af te wenden?

Voorlopig zit ik, samen met miljoenen anderen met onaangenaam klote weer en misschien is het wel een beetje ons eigen schuld, sneeuw in Zuid Nederland, bergen sneeuw in Engeland, stormachtige poolwind in de lente, Siberisch koud in Kiev, depressieve storingen over heel Zuid-Europa. Misschien moet ik me eens verdiepen in de kunst en kunde van de IJsheiligen, dat heb ik nog nooit gedaan. Het gevolg is dus dat ik stomme blogjes bij de kachel schrijf in plaats van een frisse lentewandeling te maken of de tuin te bewerken. Komt er nog wel een lente vraag ik me af en zullen de seizoenen met slechts graduele koele overgangen in elkaar overgaan. Is er in het muziekstuk van Vivaldi geen plek meer voor de vier jaargetijden. Is de lente geen toekomstmuziek meer, maar slechts een voetnoot in onze meteorologische geschiedenislessen?

YOLO, gadverdamme!!!

 

Je hebt jeukopmerkingen en jeukopmerkingen. Ik zie duidelijk gradaties. Soms is het een tergend langzame opeenhoping van ergernis en in één keer denk je, gadverdamme. Heel soms zijn er uitdrukkingen die je van af het eerste moment ernstig tegenstaan. YOLO dus. You only live once, dus wat maak je je druk zult u denken. Niets is minder waar, toegegeven ik denk niet de hele dag aan die verfoeide YOLO’s denk, maar af en toe wil ik toch blijk geven van een portie intolerantie. Op dit moment wordt de ergernis veroorzaakt door de opkomst van het begrip YOLO dat naadloos aansluit bij de mismaakte staat van de Westerse samenleving. YOLO, gadverdamme.

In de wat geletterde kringen hebben ze het al vanaf de jaren negentig over het hedonistische tijdperk, dat eigenlijk al sinds de opkomst van de babyboomers als ideologische maatstaf geld, helaas. Tegenwoordig hebben we Henk Krol met zijn 50+ die over de ruggen van echte ouderen en armere bejaarden, plechtstatig de belangen van de rijke babyboomers verdedigd. Echt YOLO en ze wensen geen rekening te houden met anderen. Hedonisme pur sang.

Met YOLO beleven we de popularisering van het hedonisme. Hele volksstammen die het woord hedonisme amper kunnen uitspreken, laat staan de betekenis kunnen reproduceren, hebben instintiefmatig blijkbaar wel begrepen waar het om draait. YOLO.

Je moet alles in je leven geprobeerd hebben, want je leeft maar één keer. Lekker gek doen, niet nadenken, korte termijn doelen nastreven, geen verantwoordelijkheid nemen, meedoen met de meute dus. YOLO is een schaamlap voor een beperkt, maar onnadenkend leven. YOLO is een reden om met de schreeuwende meute mee te lopen. YOLO is bij uitstek een reden om tegen conventies te zijn, want die beknotten dat enige leven. YOLO is zelfs reden voor thrill-seeking activiteiten al laat je persoonlijkheid het absoluut niet toe met alle psychische gevolgen van dien. Lekker op vakantie in Timboektoe, terwijl je de weg naar de kerktoren van het naburige dorp eigenlijk al een hele reis vindt. Lekker drugs gebruiken en experimenteren, lekker seksen zonder grenzen omdat de media je laat geloven dat het de standaard is, bovendien: YOLO!!!!!

Het verbaast me trouwens dat de SGP jongeren hun PR machinerie niet in stelling hebben gebracht tegen YOLO met OYLT. OYLT? Ja, OYLT, Of Course You Live Twice, om het hiernamaals te promoten door een gelovig en ascetisch leven. Maar op de keeper beschouwt zijn ook de SGP-jongeren ook al besmet met YOLO. Op zaterdag zuipen en snuiven ze zich klem in hun tot bierketen omgebouwde kippeschuren, om hun OYLT gevoel met een kater in de kerk te beleven.

Het is ‘Living On The Edge’ (LOTE!) met een immer groeiend verwachtingspatroon van avontuur, hedonistische zelfverwezenlijking, gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel en vooral geen rekening houdend met de gevolgen voor jezelf en je medemens. Schaamteloos gedrag wordt tot norm gemaakt onder het mom: YOLO.

Ik ben niet zo zeer van de YOLO, al zou ik soms willen dat het leven een eeuwig durende vakantie is met de beschikking over genoeg geld en vrije tijd en het seksleven van een bonobo. Heel soms lijkt dat een aantrekkelijk vooruitzicht. Maar in het algemeen stel ik niet zulke hoge eisen aan het leven, al duld ik het begrip YOLO niet in mijn dagelijkse vocabulaire. Ik ben meer van de EVVAV en KWW oftewel zet je Ene Voet Voor de Andere Voet en ‘Kieken Wat het Wordt’. Misschien wat ambitieloos, het is niet anders. Tot die tijd zal ik YOLO niet hanteren. YOLO, driewerf gadverdamme.