31. HET CONCERT DES LEVENS uit de serie de kabbelende honderd

2014-04-02 08.46.03
De aanvangstijd is onbekend en zelfs het op te voeren stuk is niet duidelijk. Maar onmiskenbaar gaat een ieder op weg naar zijn veelal gereserveerde zitplaats voor vandaag. Er is gerekend op veel publiek en gelukkig is het vervoer goed geregeld. Er zijn geen noemenswaardige opstoppingen, de treinen arriveren één voor één en spuwen de mensen massaal uit. Er ontstaat een ogenschijnlijk ongeordende mierenhoop, maar voor de kenner is de orde snel te ontwaren. Het hele stationsgebouw in wording, met zijn holle geluiden, is voor de meesten een te overwinnen gekkenhuis. Aan de gezichtsuitdrukkingen te zien zijn de verwachting over de uitvoering niet hooggespannen. De meesten lijken hun verplichte abonnement te gebruiken. Misschien valt het mee, misschien ook niet? Belangrijker dan de kwaliteit van de uitvoering is er op tijd te zijn. Je hebt dan nog zicht op het binnenstromende publiek. Misschien zijn het dezelfde mensen als de dag ervoor?

Mijn mobiel geeft aan dat ik ruim op tijd ben voor mijn eigen voorstelling. Ik besluit een kop koffie te kopen en neem plaats in de buitenfoyer, ergens boven in. Een kakofonie van hakgeluiden en doffe stappen hoor ik achter me op weg naar de trap links van me. Rechts een een soortgelijke stroom naar beneden. Een enkeling kijkt nog even in het rond of ze wel richting de goede zaal gaan, anderen wachten op bekenden met wie ze afgesproken hebben samen te genieten van de voorstelling. Menige vrouw inspecteert nog snel of het schilderwerk op het gelaat in orde is. Met de tikkende hakjes komen vele zoete geuren langs drijven. Een goed parfum is een fijne bedwelming die een tegenvallende theatershow nog dragelijk kan houden. De belichting op dit tijdstip is nog wat somber, passend bij de stemming van de meesten. Er zijn bouwvakkers bezig met een eigen voorstelling voor die dag. Beneden probeert een neringdoende met bakfiets nog koffie te slijten. Een enkeling lijkt zich niets aan te trekken van het theaterpubliek en loopt tegen de stroom in. Eentje geeft een harde schreeuw die er voor zorgt dat de mensenmassa even hapert, even maar, en dan gaat de massa ongehinderd verder. Niemand kan er iets aan doen dat er niet voor iedereen een kaartje is. De schreeuwlelijk kijkt of er in de prullenbak een kaartje voor hem is. Een programmaboekje zal zeker een onmogelijke opgave zijn, want er is geen program voor het concert des levens, voor niemand.

Inburgering van lik-mijn-versje 4.0

,,Pa, ik moet het land uit!” Met dit bericht word ik na een vruchtbare dag binnen de strafrechtketen arbeidzaam te zijn geweest, verwelkomd. Omdat mijn zoon een brave borst is en inmiddels formeel volwassen, beticht ik hem niet van strafbare feiten die zo’n uitspraak rechtvaardigen. Hij ziet mijn verbaasde gezicht en begrijpt dat ie zijn vader even moet geruststellen. ,,Ik heb een 5.1 voor de inburgeringstest. Het is weliswaar een test uit 2005 en nu weet ik dat we in een razende snelle, misschien wel vluchtige tijd leven, zo erg zijn de waarden, normen en gebruiken in die tien jaar niet veranderd. ,,Oh” zeg ik, ,,Waar ga je naar toe en wie brengt je?” Want ik denk snel dus weet dat dat wel weer op de schouders van vader terecht komt, want als je die terugkeerdiensten hun gang laat gaan, dan zit mijn zoon over tien jaar nog steeds illegaal in Nederland. Het was een stomme test hoor ligt hij geheel overbodig toe.

 

Tijdens een voedzame maaltijd met veel groente en bruine bonen nota bene, veel “hollandscher” kan het niet, bespreken we de test. Voor de afwas maken mijn jongste zoon en ikzelf de test ook. Nu blijkt dat ik binnenkort kinderloos ben, tenminste voor hun directe nabijheid moet ik vrezen. Zelf moet ik tevreden zijn met een zeer krappe voldoende namelijk 6.1. Maar ik mag blijven, dat wel. De vraagstelling van de meerkeuze vragen was voor zeker de helft zeer discutabel en subjectief, maar in de wetenschap dat mensen hierop afgerekend werden in 2005 is ernstig. Dan heb ik het nog niet eens over het feit dat mijn zoons z.s.m. moeten oprotten. Wilt u zelf een oordeel vellen over de test, volg de link.

Ik ben zeer benieuwd, maar onze inmiddels Koningin Maxima zei het enkele jaren geleden al, de Nederland bestaat niet. Ik schreef er toen al over en weet nu dat ze volledig gelijk had. De Nederlander bestaat inderdaad niet, want ik ben toch niet dezelfde dan de Nederland die met glans een 9 of 10 haalt voor de inburgeringstest. Ik vraag me af wie dit soort vragen bedenkt, of zouden er hele onderzoeks- en begeleidingscommissie achter dit amateuristische testje zitten? Misschien kan ik dit niveau ook wel halen. Bijvoorbeeld hoe multiculti bent u:

1. U ziet een middelbare man met baard daarom weet u dat het een man is, want hij draagt verder een lange jurk met daar onder een broek. Wat denkt u?
a. Dit is een verdwaalde Schot die zijn kilt heeft verruild voor een langer model.
b.Is dit nu wat die xenofobe buurman bedoelt met ‘soepjurk’?
c. Ieder zijn meug, ben blij dat ik de mode niet volg.

2. Een vrouw met een mediteraan uiterlijk, vermoedelijk met Marrokaanse voorouders, schudt haar weelderige zwarte manen, terwijl ze haar spiegelbeeld in de winkelruit bekijkt. U bent onder de indruk, maar zegt:
a. Geniet maar van die mooie krullen, met geblondeerd peroxide haar kan dit niet.
b. Ja, jongedame laat ze lekker dartelen in de vrije lucht, straks moet die doek er weer omheen.
c. Niets, want u hebt geleerd dat dit niet netjes is, bovendien bent u geen versierder, ongeacht waar de dame in kwestie vandaan komt.

3. U ziet een opgeschoten puber met een schooltas, maar ook in het shirt van een bekende Turkse voetbalclub te weten Fenerbace. Hoe reageert u?
a. Dirk Kuyt is wel een barmhartige manier van ontwikkelingshulp in Turkije.
b. U kijkt de andere kant op, want Turkse voetbalsupporter staan bekend om hun lange tenen en korte lontjes. U kijkt wel link uit.
c. U loopt de jongeman lachend tegemoet, pakt hem bij zijn handen en zegt vergoelijkend, geeft niets en begint luidkeels te zingen ‘Hand in Hand voor Feyenoord een, geen woorden maar daden.

Dit was dus het niveau van de inburgeringsvragen. Ik heb geen reden aan te nemen dat we er op dit moment mentaal beter aan toe zijn, want om mensen te kunnen laten integreren, moeten ze eerst welkom zijn. Daarna kunnen we samen lachen om de stupiditeit van de vraagstelling. En zolang er nog zoveel volgelingen zijn van zo’n rare politicus met bescherming, is het niet de vraag of mijn zoons het land uit moeten, maar eerder de vragen of ze hier nog wel willen blijven.

30. DE VERFOEIDE PAUZEWANDELING uit de serie de kabbelende 100

Ik vind het bijzonder eng. Laat ik er maar eerlijk voor uitkomen. Als ik ergens pukkeltjes van krijg zijn het groepjes wandelende collega’s die hun broodjes oppeuzelen in de straten rondom hun kantoor. Vaak zijn ze nog hevig discussiërend en met volle mond pratend hun werk aan het overdoen. In die pauzes lijken sommigen tot hoogstaande inzichten te komen en proberen een murw gewerkte collega juist op dat moment te overtuigen. Ze praten alsof ze de directeur zijn en dat het bedrijf zonder hun inbreng tot een desolate ruïne van bureaucratische existentie zal verworden. Misschien dat de frisse lucht tot die Einsteinachtige plannen noopt, maar ’s middags zullen ze gewoon weer een radartje zijn in hun eigen machinerie. Andere groepen lopen doods en zwijgend soms met wel acht mannen. Vast een bedrijf met veel bèta’s en die ene vrouw die meehuppelt was blijkbaar goed op haar toekomst voorbereid.

2014-03-31 12.29.45

Ik heb het niet op de middagwandeling, maar het is wel gezond zeggen mijn collega’s. De hele dag op je krent zittend in ongezonde kantoorlucht, je rug en je ogen naar hun grootje helpend van het computerwerk is ook niks. Ik zou het eigenlijk standaard moeten doen, maar mijn eigen vastgeroeste oordeel over groepjes loonslaven houdt me tegen. Daarmee ben ik dus een rem op mijn eigen gezondheid, want wie mij ziet, denkt niet meteen aan een man die zijn lichaam als een tempel onderhoudt. De oplettende lezer kan nu het verband leggen met een gezonde geest. Dus als de druk van ongetwijfeld goedbedoelde collega’s samenvalt met een opkomende koppijn, ga ik overstag en praat natuurlijk de hele weg over het werk als een directeur die de sleutel in handen heeft voor verbeteringen in de zaak. Of ik praat over Feyenoord en dat is dan wel weer leuk. En eerlijk is eerlijk, er is niets mis met mijn collega’s, maar mogelijk met mij want waar ik ook loop in de pauze, ik zie plukjes werknemers en probeer hun beroepsmatig in te schalen. Wat doe je trouwens als je in de haven van Rotterdam werkt op een bezoedeld kantoortje, of wanneer je je ontspanning moet zoeken tussen de flats van de Zuidas in Amsterdam? Ik moet me dan maar gelukkig prijzen met het Arnhemse Sonsbeekpark in de directe nabijheid. Hoewel ook hier de werktorens oprukken, zijn ze nu nog slechts horinzonvervuiling, een uitzondering, net als ik met mijn rare ideeen over de verfoeide pauzewandeling.

29. GEEN TWEE HONDJES uit de serie de kabbelende honderd.

2014-03-30 18.56.10

‘Ik wou dat ik twee hondjes was, dan konden we samen spelen.’ Dat is een evergreen die voor deze twee copulerende ooievaars niet opgaat, tenminste met mijn beperkte vogelkennis denk ik dat ze al aan het ‘spelen’ zijn. Op deze koeler wordende lente-avond, de nacht ervoor is de zomertijd ingegaan, hebben deze langstelten geen last van de kou en zeker niet van een voyeuristische fietser die gebiologeerd toekijkt. Het ene moment lijken ze mee te doen aan een living-statues voor dieren, beide kijken dromerig in de einder. Maar een tel later is er veel gefladder van twee paar vleugels. Ze beesten proberen een torentje te bouwen met zijn tweeën. Heel lang duurt het niet. Na het recht pikken van een veertje op hun verenvacht, kijken ze weer synchroon onverstoord verder. “Is hier wat gebeurd dan?” Het spreekwoord van twee hondjes komt zeker niet voor in het idioom van het stel.

2014-03-30 18.57.48

Het is nog steeds een vreemde gewaarwording die toename van koppeltjes ooievaars in het Nederlandse landschap. Deze majestueuze beesten zijn een bezienswaardigheid. Je zou bijna denken dat het goed gaat in Nederland, in ieder geval op ecologisch gebied. In de jaren zeventig was het een zeldzaamheid een ooievaar aan te treffen. Ik weet nog dat we heel opgewonden waren toen we dachten er eentje te zien overkomen. We spraken er dagen over, maar hebben hem (of haar) niet meer waargenomen. Volgens mij was dat de laatste die gewoon wegvloog uit het Nederland vol met hippies die de vrije seks propageerde. Bloemetjes en bijtjes waren niet meer nodig en zeker geen ooievaars om jonge kinderen van onkuise kennis over de daad af te houden. Ooievaars hadden geen functie meer en hebben de polder met hun vergaande ontbloting achter zich gelaten. Begin jaren negentig ben ik ze weer tegengekomen in Turkije. Hippies hadden de Turkse jonge ziel nog niet verpest met voorlichting, dus boden de ooievaars hun diensten weer aan door er gewoon in grote getale te zijn. Nu in de laatste jaren de ooievaar Nederland opnieuw heeft herontdekt, moet daar een reden voor zijn. Misschien zijn we klaar met al dat plastische open- en blootgedoe en hebben we weer zin een het verbloemen en versluieren van de voortplanting. Mogelijk dat mijn kleinkinderen weer in sprookjes gaan geloven? Ik hoop het, maar dan moeten deze twee hun circusact minder pontificaal gaan vertonen, want ik krijg er allerlei ongewenste flowerpower gedachten van. Bah!

2014-03-30 18.58.05

 

Kakelkrant 72: Wie was er fout in de oorlog?

Opgedragen aan alle heldhaftige inburgeringsstudenten

Dolle Dinsdag

Het is een understatement te beweren dat Geert Wilders al tien jaar de Nederlandse publieke opinie beheerst. Zijn politieke tegenstanders kunnen hem niet aan. Hij is te ruw in de parlementaire omgang. In debat schuwt hij de argumentatie, maar weet zich ijzersterk met (goedkope) oneliners te bedienen. Geen deugdelijk argument krijgt vat op hem. Keer op keer weet hij zijn aanhang te overtuigen dat hij zijn politieke opponenten te slim af is. En in zekere zin is hij dat ook, want zonder een structurele bijdrage aan bestuur of in vertegenwoordigende organen, heeft de PVV van Wilders meer kapot gemaakt dan mij lief is. Hij maakt de onvrede weliswaar zichtbaar, of beter gezegd door zijn stigmatiserende optreden, roert hij machtswellustig in alle open wonden. Nederland is daarmee in veel opzichten een naar kil land geworden, ook in de optiek van veel andere landen, tot afgelopen woensdag misschien.

Heeft Wilders met zijn toespraak bij de gemeenteverkiezingen zijn hand overspeeld? Is hij te ver gegaan en mogen alle vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog nu wel? Of is het de zoveelste slimme zet om mensen te paaien of om daadwerkelijk de verantwoordelijkheid te ontlopen? Wie zal het zeggen, maar zelfs in eigen kring keert men zich versneld van hem af. Ik zal geen vergelijk maken met de propagandamachinerie van de nazi’s, de Holocaust of afbeeldingen van een ‘blonde pruik’ voorzien een klein zwart snorretje. Er zijn mijns inziens voldoende argumenten om Geert en zijn troepen met hedendaagse argumenten te bestrijden. En toch doemt bij mij een andere oorlogsvergelijking op.

Er is een soort massale tegenaanval ontstaan op de uitspraak dat Geert de Marokkanen wel even naar koning Hassan zal sturen. De verontwaardiging, die iedere keer ontstaat na een bruuskering van de PVV leider, is binnen 24 uur omgeslagen in bijna een opluchting, een blijheid dat we hem nu te pakken hebben. Historisch komt bij mij de vergelijking met september 1944 bovendrijven. De blijdschap die naar later bleek een dure vergissing is geworden, want het ergste moest nog komen. De Duitsers waren niet verslagen en er zou nog een lange bittere oorlogswinter komen. Terug naar nu, PVV-ers verlaten als ratten het zinkende schip en zijn vertwijfeld. De politieke tegenstanders overtreffen elkaar in de afwijzing van het kwaad. Bijltjesdag is begonnen en de vraag is nu wie er fout was in de ‘oorlog’.

2014-03-20 17.41.39

Intermezzo

Dit blog was ik echter begonnen met een andere insteek. Ook ik viel wederom van verbazing van mijn stoel toen Geert Wilders als een echte menner zijn gehoor op een zeer discutabel wijze wist te bewerken. Die dag erop zat ik in de trein en iemand had een stapel papieren laten liggen met als titel ‘Oefenstof Inburgering’. De ijverige, maar slordige student zag dus nog heil om in een land als Nederland te willen wonen en werken. Hoe kan een mens nu integreren in een land dat hem of haar niet welkom zou heten? Ik dacht aan het Nederland van de dominee en de koopman, de eeuwige spagaat van het Nederlandse bewustzijn. Ik bedacht dat die dominee het wel definitief zou hebben opgegeven, want hoe kun je met zulke uitspraken van Geert Wilders als Nederland de wereld nog met een opgestoken vingertje de les lezen? Maar ook de koopman is in het geding, want hoe vaak kun je anderen beledigen zonder dat dit tot economische repercussies zou leiden? En misschien nog wel belangrijker, we zullen het met Europa moeten doen, willen wij op enigerlei wijze nog een toekomst willen hebben. Het vooruitzicht om Nederland op slot te doen en ons zelf maar zien te bedruipen in een Marokkanenvrij land mag dan het ideaalbeeld zijn van de PVV, het strookt niet met de onomkeerbare werkelijkheid en is erg onverstandig, ook voor Henk en Ingrid. Met deze gedachten wilde ik een blogje schrijven en opdragen aan de heldhaftige student die toch gekozen heeft voor Nederland. Maar zoals gezegd de verontwaardiging is overgegaan in een morele verwerping. Men ruikt bloed. Desalniettemin wil ik dit stuk nog steeds opdragen aan de onbekende student in de hoop dat hij of zij oud mag worden in een vrij Nederland.

 

Wie was er fout in de oorlog

In de bestrijding van Geert Wilders zijn maar weinig succesvolle wapenfeiten, of zo u wilt verzetsverhalen te noemen. Natuurlijk buiten walging, processen en de verschillende hypes op de sociale media die het fout zijn van de man moesten aantonen, is er op politiek gebied weinig gebeurd. Onmacht is misschien wel de rode draad in de politiek van de afgelopen tien jaar in relatie tot de PVV. Erger nog, bewust of onbewust, uit onkunde of machtspolitiek, leek het motto te zijn: ,,If you can’t beat them, join them”. Natuurlijk hebben individuele politici getracht de goedkope retoriek van Wilders te pareren, zonder succes ondanks de goede bedoelingen. Ik noem daarbij een Femke Halsema van GroenLinks, maar vooral ook Alexander Pechtold die in deze misschien wel een oorlogsheld genoemd kan worden. Al geloof ik niet dat zijn volhardendheid uiteindelijk een bijdrage heeft geleverd aan het keren van de radicalisering van Wilders. Integendeel, het is een feit dat meerdere partijen zelf ook zijn geradicaliseerd of in ieder geval ver van hun roots zijn komen te staan. Het CDA en de VVD hebben gedacht iets moois ‘met de vijand’ te kunnen opbouwen door hem als gedoger te laten aansluiten bij het eerste kabinet Rutte. In de gelederen van de VVD zijn vooraanstaande politici zoals Teeven erg goed om de rechterkant van het politieke spectrum te bedienen met rauwe uitspraken en ondoordacht beleid. Onlangs kwam vanuit die partij de gedachte om het koninkrijksgenoten moeilijk te maken om naar Nederland te komen. Het Antilliaantje pesten stuitte op grote juridische bezwaren, maar het is wel gezegd. De VVD opereerde daarmee andermaal als een soort PVV-light. Mark Rutte beweerde afgelopen woensdag na de uitspraak van Wilders, naast zijn walging, toch nadrukkelijk dat hij nooit iemand uitsloot. Hij kreeg kritiek van de voormalige parlementsvoorzitter Weisglass. Ik heb begrepen dat hij met de geest van Dolle Dinsdag een steviger standpunt heeft ingenomen. En dan de Pvda? Als zij in zee waren gegaan met echte liberalen, zou het electorale verlies nooit zo dramatisch zijn geweest. Zij waren echter blind voor de gedaanteverwisseling van de liberalen. Met de PVV-light hebben zij ingestemd met bijvoorbeeld het criminaliseren van illegalen. Dat is zoiets als Arie Slob vragen om politiek te bedrijven met ontkenning van God. Wat is de betekenis van het belijden van je weerzin tegen Wilders waard als je eigenhandig je principes over boord gooit. Ik vraag me daarbij af in hoeverre je je hebt laten meeslepen door de Wilderiaanse retoriek. Het getuigt in ieder geval van grote politieke slapte. En de SP dan? Ook zij laten keer op keer zien dat zij voor een deel in dezelfde xenofobe vijver vissen als de PVV. De socialistische solidariteit lijkt met grote regelmaat bij de landsgrenzen op te houden. Met name hun onderhuidse anti-Europese stellingnames vind ik zorgelijk, hoewel ook hier gezegd moet worden dat Jan Marijnissen de PVV regelmatig van jetje gaf.

 

Ethisch herstel in de na-oorlogse periode

 

Nu de verontwaardiging lijkt over te gaan in daadwerkelijk verwerping van de politieke ideeën van Geert Wilders zal blijken hoeveel oorlogshelden gaan opstaan. Hoe hard zullen politici gaan bewijzen dat hun aanpak de juiste is gebleken. De Pvda riep bij monde van Samsom dat zij met geen enkel initiatief van Wilders zullen instemmen. Verworden zij daarmee tot de oorlogshelden avant la guerre?

Filmopnames en oude televisiebeelden moeten gaan bewijzen dat iedereen altijd en op ieder moment de PVV van repliek diende. De geschiedsvervalsing kan beginnen. Het is te hopen dat het geen Dolle Dinsdag is qua bezoedeling en onaangenaamheden in de Nederlandse politiek. Een ethisch reveil is hard nodig en op dit gebied hebben we eigenlijk een soort Drees nodig die een ieder weet te binden, die echte bruggen weet te slaan tussen de partijen in het land, die zorgt dat iedereen mee mag doen, ook de aanhangers van de PVV. Want het allerbelangrijkste is wel dat er oog moet zijn voor die groepen die voorvoelen dat zij waarschijnlijk niet meekomen in de globalisering, die zien dat hun woonomgeving veranderd en verloederd en vooral zien dat zij niet mee mogen delen in de (Europese) welvaart. Op 22 mei, tijdens de Europese verkiezingen, zal duidelijk worden of Geert Wilders zijn laatste oortje heeft versnoept, of dat weer machteloos wordt toegekeken hoe een blaffende hond zijn roedel weet te versterken, terwijl de huidige openlijke verwerping van de PVV overgaat in stille lijdzame verontwaardiging.

28. OORLOGSVERKLARING AAN MILKA uit de serie de kabbelende 100

 

Ik moet even mijn hart luchten. Ik ben boos, of eigenlijk gefrustreerd, nog beter gezegd beide. Ik zal aanstonds uitleggen waarom, eerst een stukje voorgeschiedenis. In een tijdperk van voortschrijdende technieken, zou je zeggen dat die techniek de mens dient. Vaak is dat zo, maar niet altijd. Een veelgehoorde klacht is dat de verpakkingsindustrie dusdanig geïnnoveerd heeft dat alles wat maar verpakt kan worden ook in papier, karton, piepschuim of plastic is vervat. Zeer schadelijk voor het milieu, maar ook voor mijn humeur. Kleine genoegens worden een helse onderneming. Thuis, voor kaas, vleeswaren of koffie pak ik al standaard een schaar. Vroeger, vijftien jaar geleden gebruikte ik meestal brute kracht, toen lukte dat nog. Misschien is mijn kracht iets afgenomen, maar dit natuurlijke fenomeen bij het ouder worden is niet dusdanig dat ik voor het openen van een eenvoudige candybar de neiging heb de oorlog te verklaren aan de fabrikant.

2014-03-03 20.56.30

Dus, wachtend op de trein na je werk, voel je een honger- en suikeraanval opkomen. Meestal kun je die weerstaan, niet altijd. Dan is het aanbod twee voor een euro erg aanlokkelijk. Milka is mijn favoriete reep. De reclames met die lila koeien en Alpendirndels zijn dan verschrikkelijk, maar dit terzijde. En als de Milka gevuld met karamel naar me knipoogt, ben ik verkocht, licht ontvlambaar als ik ben. Maar dan komt het! Ik stap de trein in en wil de amuse verorberen, want uiteraard wachten de piepers thuis. Ik constateer dat de innovatie van de Milkajongens en meisjes qua verpakking al vergevorderd is, want het nutteloos uit elkaar trekken van de wikkel heeft plaats gemaakt voor instructies om het open te maken, een pluspuntje. Echter, met geen mogelijkheid is de reep te openen. Mijn intellectuele capaciteiten zijn niet toereikend om de eenvoudige instructies op te volgen. Je schijnt een HBO opleiding te moeten volgen om van de candybar te kunnen genieten. Tegenover me zit een menopauzer met belangstelling mijn verrichtingen gade te slaan. Ik denk: ,, Nog nooit iemand een wikkel zien weghalen? Nu dat kan kloppen, want dat gebeurd ook zelden.” Ik zeg: ,, Geen eenvoudig opgave tegenwoordig.” Ze knikt. Met mijn meest ontspannen gezicht gebruik ik al mijn kracht om bij de chocola te komen. Het lukt, hoewel mijn polsen pijnlijk aanvoelen. ,,Jongens en meisjes van Milka, een dringende oproep, dit kan zo niet langer, dit moet anders wil ik jullie duivelse producten nog gaan kopen. Kiezen of delen!”

27. VERGANKELIJKHEID uit de serie de kabbelende 100

 

In de afzichtelijke dossierkast, ooit gekregen als afdankertje, is nog veel werk te verrichten. Dat is voor later. Bovenop die kast is het stofvrij, de spinnenwebben zijn verwijderd en er staat helemaal niets. Maar niet voor lang, want helemaal niets is ook maar niets. Bovendien heb ik nog wat snuisterijen die nog een plekje behoeven. Ten eerste heb ik al enkele jaren twee heel onhandige kandelaars. Een keer stoten en de met Chinese tekens versierde kap ligt eraf. Volgens mij is dit een aanschaf van mijn wederhelft die inzag dat het een miskoop betrof. De kandelaars zijn dus gedegradeerd tot mijn werkhok. Ook een antiek klokje, volgens mij van Franse makelij, staat al vele jaren op mijn kamertje. Ooit heeft het gelopen, maar de laatste verhuizing heeft het niet overleefd. Als laatste een wereldbol, gekregen van Sinterklaas in 1978. Ik zeul het ding al heel mijn leven achter mij aan.

2014-03-01 14.51.59

Het levert een stilleven op, gemarkeerde tijd, de vergankelijkheid van de Aarde en de onhandige kandelaars. Waarom bewaart een mens dit? Van die kandelaars weet ik het niet. Ik vind ze lelijk, ze hebben geen waarde en enige emotionele band met de kitch heb ik niet. Samen met het klokje levert het min of meer een evenwichtig plaatje op. Het staanklokje is een cadeau van een tante van mijn wederhelft. Zij zou dus de emotionele waarde moeten koesteren. Echter omdat het een wrakkig ding is, zonder tijdsbesef, functioneert het nu als stilleven. Bij antiek denk je al snel aan waarde, ook al is het kapot. Ik durf er echter geen serieuze uitspraak over te doen. De globe heeft acht verhuizingen overleefd, maar niet ongeschonden. Ooit heeft het langdurig bij een gloeilamp gestaan. Bruine brandwegen zijn in de Indische Oceaan nog zichtbaar. Als kind dacht ik dat het een massieve houten bol was, maar een stuiter op de grond heeft me hard uit die droom gehaald. Het noordelijk halfrond past niet meer op het zuidelijk halfrond. Het kan verkeren met de wereld, maar niet met mijn aardbol. In de huiskamer is er geen plaats voor. Ik kan het billijken, maar voor een stilleven op mijn eigen hokje is de wereldbol goed genoeg. Of de snuisterijen op de afzichtelijke dossierkast voor altijd een verstild bestaan zullen leiden, waag ik te betwijfelen. Stofvrij zal het zeker niet blijven, maar ik zweer dat ik mijn globe mee zal blijven zeulen tot het absolute einde, mijn einde.

26. WORK IN SPACE uit de serie de kabbelende 100

 

De volkswijsheid zegt dat er in een gezond lichaam een gezonde geest huist. De eerlijkheid gebied te zeggen dat het ‘gesundes Volksempfinden’ de plank nog wel eens misslaat. Echter in de kern is deze volkswijsheid in principe wel waar. Nadrukkelijk zeg ik ‘in principe’ want een gezond lichaam is nog wel te objectiveren. Maar wat is een gezonde geest? Na ruim twintig jaar ervaring in het werkveld van de GGZ is een antwoord op deze vraag niet zo eenduidig. Bovendien, je hoeft niet eens in de GGZ te werken om te constateren dat de Allesbestierende rare creaturen op de aardbol heeft rondstruinen. Ik heb dus geen allesafdekkende definitie van een gezonde geest, maar een beetje opgeruimd in het leven staan is mijns inziens een eerste voorwaarde, zonder daarbij met je geestelijke bagger een ander lastig te vallen. De term opgeruimd is gevallen, daarbij kom ik bij een tweede truttige volkswijsheid.

2014-02-28 20.35.25

Rommel uit je huis is ruimte in je hoofd! Nu gaat er iets knagen in mij. Zonder in details te treden, constateer ik dat mijn lichamelijke conditie niet ‘comme il faut’ is. Misschien heeft roken er wat mee te maken? Wat zegt dat over mijn geestelijke gezondheid? Als de volkswijsheid gelijk heeft, ben ik niet helemaal goed in mijn bovenkamer. Ik denk dat ik de gekte voor de buitenwereld nog wel kan verbloemen. Sterker nog, voor mijn zonen presenteer ik mezelf als het meest normale mannetje van de wereld. Diep in mijn hart weet ik dat dit waar is. Maar als ik mijn werk- en studieruimte bezie, dan constateer ik een vergaande staat van verrommeling. Er moet opgetreden worden, want als je conditioneel neigt te verworden tot een ingevallen kippenhok en bovendien je directe leefomgeving verrommeld dan dreigt het stadium van complete waanzin, volgens het gezonde volksempfinden. Wanneer komt het moment dat ik niet meer op straat mag verschijnen omdat de gekte me is aan te zien, misschien is een rechtelijke machtiging zelfs aanstaande. Om dat te voorkomen heb ik de stoute schoenen aangetrokken en een beetje rommel uit huis gesmeten om zo een opgeruimder gevoel te creëren. Tussendoor heb ik wel wat rookpauzes gehouden. Dat dan weer wel. Ik zit me trouwens af te vragen als ik nu heel erg op ga ruimen, op het neurotische af, zou dat een voorbode zijn om met plezier te gaan sporten? Misschien word ik geestelijk wel optimaal, of zelfs geniaal. Wie weet?

25. ROKJESDAG OP HET TWENTOLPLEIN uit de serie de kabbelende 100

 

Het is bijna zo ver dacht ik deze week, rokjesdag is aanstaande. Nu vind ik zomers geklede dames geen onaangenaam gezicht meestal, maar rokjesdag staat voor mij vooral voor het einde van de winter. Dit jaar hebben we dat eigenlijk niet verdiend, want echt winter is het niet geweest. Maar afgelopen maandag leek het tij gunstig, de zon scheen en de bomen krijgen hier en daar een zichtbare frisgroene waas. Rokjesdag dus, maar de atmosfeer was toch nog onaangenaam tussen de nieuwe kantoorgebouwen nabij het monumentale stadscentrum in Deventer. Tijdens een nicotinepauze, anders is werken niet mogelijk voor een junk, joeg de wind tegen mijn ongejaste torso. Toch genoot ik van het ontluikende groen van de treurwilg een paar meter verder. Een boom die bij het monument op het Twentolplein staat. Ik ben dan nieuwsgierig waar die naam ‘Twentol’ vandaan komt en waarom hier, in het ‘niks’ een monument staat.

2014-02-24 13.55.56

Nu blijkt niet iedereen nieuwsgierig, veel collega’s hebben geen idee en lijken niet geïnteresseerd. Mijn moeder heb ik het gevraagd, ze heeft wel belangstelling, maar ze kent deze geschiedenis nabij haar ouderlijk huis, enkele kilometers aan de andere kant van de IJssel niet. Ik zal het eens vragen aan een van haar broers die veel van de Deventerse geschiedenis weet. Op 10 april 1945 is er op deze plek bloed vergoten. Acht studenten/verzetsstrijders van de Koloniale Landbouwschool wilden de aanstormende Canadese bevrijders ter wille zijn en hebben zich verschanst in de gebouwen van de Smeeroliefabriek Twentol om zodoende een brug en sluis te sparen. Het kwam tot een vuurgevecht met de Duitsers. Twee mannen kwamen om in de ontstane vuurzee, één kon vluchten en vijf zijn er een half uur voor de daadwerkelijke bevrijding gefuseerd. Ook een Duitse soldaat die weigerde mee te werken is hier gewelddadig aan zijn einde gekomen.

10 april 1945, jonge mannen met zin in het leven, de bevrijding was immers aanstaande. Misschien was het wel mooi weer en kwamen allerlei bronstige gevoelens naar boven. Voor deze mannen geen rokjesdag meer, nooit meer. Tussen de moderne gebouwen is bijna achteloos een pleintje gecreëerd ter nagedachtenis aan een brute passage in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Als het echt rokjesdag is, zal ik aan de mannen denken. Ik zal genieten van de vrijheid, het zwoele lenteweer en met extra aandacht de rokjes bekijken. Dat is wel het minste wat ik kan doen, 74 jaar later, genieten.

TOPTWEET Terug bij af met Telegram

Ik durf te stellen dat ik niet slim ben op het gebied van multimedia, privacy en moderne informatiestromen en vooral de gevaren voor de mensheid die mijn onnadenkendheid op dit gebied met zich meebrengt. Met Snowden, Julian Assange, Wikileaks, afluisterpraktijken van de NSA, maar ook de Nederlandse overheid, krijg je wel het gevoel dat er iets mis is in de mondiale samenleving. Maar ook op kleinere schaal wordt er al gigantisch veel misbruik gemaakt van persoonlijke gegevens in de marketing. Is de mens nog wel vrij in zijn eigen privédomein? Nu hoor ik tot die groep mensen die geneigd is te zeggen: ,, Ik heb niets te verbergen, dus ze zoeken het maar uit.” Ik weet dat dit hopeloos blond is en mensen die dit echt geloven hebben een IQ van een zilvervisje. En zoals bekend is, zullen zilvervisjes alle crisissen overleven inclusief een nucleaire. Misschien is dat ook wel met de onnozelen en totaal onwetenden. Ik ben slechts onverschillig, hoewel mij steeds vaker een unheimisch gevoel bekruipt.

 

Gisteren heb ik een daad van verzet gepleegd. Na de eerste verbazing over de enorme geldelijke overname van Whats App door Facebook, schud ik mijn blonde hoofd. Als ik dan ergens lees dat het niet meer alleen om winst gaat, maar vooral ook over het behouden of vergroten van je territorium, en daarmee macht, wordt het al enger. Ik zit op Facebook en ik heb WhatsApp. Het eerste is vooral om mijn eigen blogjes als deze te promoten en WhatsApp is gewoon goedkoper dan een SMS bundel van je telefoonprovider. Ik ergerde me al om die terugkerende vraag van Facebook om mijn telefoonnummer (voor mijn eigen privacy?) te moeten invoeren, maar nu hebben ze hem toch klaarblijkelijk.

Er is een alternatief voor WhatsApp en dat blijkt een ‘open source’ (?) vanuit Rusland te zijn. Mijn gevoel zegt dat of je nu door de kat of de hond gebeten wordt, het maakt weinig uit. Het is echter wel een fijn idee ‘het grootkapitaal’ van Facebook eventjes te neppen. Ik weet ene ‘lul de behanger uit Duiven’ zal het verschil zeker niet maken, maar het voelt wel lekker.

Screenshot 2014-02-22 21.33.43

Mijn jongste zoon weet in no time de app van Telegram te installeren. In de snelle conversatie met mijn sociale omgeving zul je mij niet meer horen zeggen ‘We Whatsappen nog wel’, maar ik ga over tot ‘We telegrammen nog wel.’ En dat klinkt dan weer lekker ongelooflijk ouderwets, alsof je terug bent bij af. Na 24 uur Telegram constateer ik dat mijn sociale omgeving, of in ieder geval de mensen van wie ik het telefoonnummer heb, allemaal nog vastzitten aan WhatsApp. Jammer. Nu las ik dat de Piraten Partij een soort van hulp aanbied voor mensen die moeten afkicken van WhatsApp. Misschien een goed initiatief. Misschien is het sowieso wel een goede zaak om bij de volgende verkiezingen op deze Partij te gaan stemmen. Veel politieke alternatieven zijn er trouwens niet en zeker op dit gebied is een stem op de Piraten Partij wel het bewijs dat ik toch niet zo heel blond ben. Hun tweet viel me in ieder geval op en was daarmee een blogje waard in mijn serie TOPTWEETS. Dit blogje promoot ik dan wel weer via de sociale media zoals Facebook. Misschien zal dit later tegen me gebruikt worden, maar dat is later, hoewel later blijkt allang begonnen……….