Pro-Zwarte Piet? Wel nee, vooral ANTI Anti-Zwarte Piet!

Land van 15 miljoen mensen, op dat hele kleine stukje Aarde….dat is de plek waar marketingmanagers twijfelen of ze zwartepiet-producten moeten verkopen, of niet. Dat is de plek waar zwarte piet gepolderd wordt tot kaaspiet, stroopwafelpiet en regenboogpiet. Dat is de plek waar volwassen mensen tussen het nieuws van Oekraïne, ISIS en ebola verontwaardigd standpunten innemen over een kinderfeest. Dat is de plek waar de aanstichters van de discussie met de dood worden bedreigd. Dat is de plek waar shaming en blaming wordt gepropageerd door anti-zwartepieters na een onwelgevallige uitspraak van de Hoge Raad. Dat is de plek waar zwarte piet een pistolenpietje mee moet nemen ter bescherming. Dat is de plek waarbij een extreem bezoedelende reactie komt van reactionairen en andere randdebielen, op de extreem fundamentalistische aanklacht van rascisme door onfatsoenlijke moraalridders met hersenspinsels. Dat is de plek waarbij het Sinterklaasjournaal tot Bijbel, Koran en Thora tegelijkertijd is verworden, het Sinterklaasjournaal als nationale moraalgids. Kortom een belachelijk land.

Ik ben niet PRO-Zwarte Piet
Terwijl de intocht nu bezig is, wil ik helemaal niet weten welke pro- en antizwarte-pieters in Gouda actief zijn. Voor mij staat het vast dat Zwarte Piet niet racistisch is en ook niet racistische bedoeld. Ook al omdat de herkomst te herleiden is uit de Germaanse tijd en er een gigantische natuurlijke evolutie in het hele Sinterklaasfeest plaatsvond door de eeuwen heen. Ik ontken daarmee niet het bestaan van racisme en discriminatie in alle lagen van de bevolking, integendeel. Zelfs de gevoelens van mensen die zwarte piet aan de slavernij koppelen, wil ik niet bagatelliseren. Zij zullen bij zichzelf moeten nagaan door wie of wat die valse koppeling misbruikt wordt. Mijn verbazing over de oplopende discussie over racisme rond het Sinterklaasfeest kreeg vorige week voeding door een artikel in Trouw over Adrian Hart. Met de kop ,,Antiracisten houden racisme in stand” slaat hij de spijker op zijn kop. Adrian Hart heeft net een boek uitgegeven over dit onderwerp. Hij was actief racismebestrijder uit de jaren tachtig.

“Natuurlijk keur ik iedere vorm van racisme af. Maar dat betekent niet dat ik iedere vorm van antiracisme toejuich. Zero tolerance betekent het einde van iedere context.” (einde citaat)

In de Zwarte Piet discussie wordt iedere context weggehaald en geeft voeding aan tegensentimenten zoals de Nederlandse Volks Unie en zelfs de PVV pikt een graantje mee.

,,Zero tolerance klinkt heel stoer, maar het is een teken van een onthutsend simplisme. De neiging om alle context buiten beschouwing te laten, past in een bredere trend waarbij het volk – vooral de lager opgeleiden onder ons – wordt gezien als gajes. Het is alsof wij, gewone mensen, zo ongemanierd en onbeschoft zijn, dat we alleen nog in bedwang kunnen worden gehouden met regels, wetten en toezicht.” (einde citaat)

De ongefundeerde hersenspinsels van de antizwartepieters hebben inderdaad iets losgemaakt, naast een haast even ongefundeerde reactie van sommige prozwartepieters die ervoor zorgt dat als je niet uitkijkt automatisch in het racistische kamp wordt geschaard door zogenaamd weldenkend Nederland. Op zijn minst ben je kinderachtig om vast te willen houden aan het aloude en bestaande.
Ik ben helemaal niet pro- zwartepieter en het zal me geen pepernoot kunnen schelen hoe het feest er over vijftig jaar uit gaat zien. Ik heb het idee dat de meerderheid van de Nederlanders net zo denkt en ik hanteer daarbij gemakshalve even de cijfers dierondzingen dat 80% nu (en op deze manier) geen veranderingen wenst in de figuur van zwarte piet. Ik hekel daarentegen de roep van Neanderthalers om Zwarte Piet bewust in te zetten om racisme aan te wakkeren, maar dat is volgens mij een hele kleine minderheid die er altijd zal blijven. Ik begin vooral ANTI anti-zwartepiet te worden. Ik vraag me af of die club van hoogopgeleide Amsterdammers, al dan niet afkomstig van de Antillen of Suriname, wel antiracisme in het vandaal hebben en niet veel meer bezig zijn met de BV Ikzelf om wat voor psychische redenen dan ook.

Roeptoeterende welgemanierde BN-ers
En misschien nog wel erger dan een clubje dat overtuigd is van hun goede motieven om Zwarte Piet te weren, is de groep die deze minderheid faciliteert. Gemakshalve noem ik dat maar even de grachtengordel in navolging van Powned met hun Pownews. De interviewmethodes van Pownews zijn niet de mijne, maar op dit vlak hebben ze wel een punt. De bevoogdende hautaine invalshoek van de grachtengordel wordt niet voor niets op de hak genomen door die schoffies van Powned. Ook ik stoor me in toenemende mate aan programma’s als Pauw (en Witteman), DWDD en aanverwanten die podium blijven geven aan BN-ers die verontwaardigd de antizwartepieters steunen. BN-ers die enkele jaren terug nog Zwarte Piet speelden of een andere belangrijke rol in het Sinterklaasverhaal hadden,  hebben in een keer het licht gezien? Zou het water van de grachtengordel iets bevatten dat hen anders maakt dan de rest van Nederland en waardoor zij het beter begrijpen? Of is het slechts feelgood-engagement of behoud van werk. Zouden de BN-ers geen afspiegeling zijn qua mening en opinie in vergelijking met de rest van Nederland? Ook dan zou 80% zich voor het huidige Sinterklaasfeest moeten uitlaten. Echter iedereen roeptoetert elkaar na ten koste van het gajes dat bulkend en bierend op de bank racistisch zit te wezen. ‘We zullen het klootjesvolk wel eens opvoeden.’
In dat licht verwijs ik naar een column van René Cuperus uit de Volkskrant. Een zeer lezenswaardig artikel en verplichte kost voor iedere hoogopgeleide, inclusief de grachtengordel. Ten aanzien van de Zwarte Piet discussie zou ik zonder moeite zo tien citaten kunnen quoten om handen en voeten te geven aan het verschil tussen roeptoeterende grachtengordel en de rest van Nederland, om duidelijk te maken dat de media en de moraliteit misbruikt wordt en een vals beeld geeft van de werkelijke sentimenten in de zwarte pietdiscussie. Ik gebruik het laatste gedeelte van zijn betoog:
,,Ook geen woord over het feit dat de elite der hoogopgeleiden nogal tekortgeschoten is bij het managen van hun o zo dierbare globaliseringskoers. Zie de bankencrisis, de eurocrisis, de multiculturele fricties. Dat zal het vertrouwen van laagopgeleiden in de wijsheid der hoogopgeleiden niet ten goede zijn gekomen. Hoe zullen de laagopgeleide huurders denken over de ontspoorde bobo’s in de voorheen sociale woningbouw?
Maar het meest verraderlijke is dit. Hoogopgeleiden houden er halfbewust een vals zelfbeeld op na. Men geeft voor kosmopolitisch en universalistisch te zijn, pro-migratie, pro-islam, pro-Europa. Vooral om zich te kunnen onderscheiden van ordinaire lageropgeleiden. Maar hoe kosmopolitisch, pro-Europees en pro-islam is de elite op de keper beschouwd? Daar valt nogal wat op af te dingen. Het zou zelfs wel eens zo kunnen zijn, dat juist de lageropgeleiden momenteel als avant-garde fungeren bij het alarm slaan over de schaduwzijden van de globalisering.”

De zwartepietdiscussie kan gezien worden als een hoofdstuk in de verwording van de twee hier genoemde kampen. Als toppunt is het gebruik van het Sinterklaasjournaal, die uiting moet geven aan de opgelopen discussie over een onderwerp dat helemaal niet in landsbelang is, zelfs geen animositeit had hoeven opleveren als er niet zo eenzijdig ruchtbaarheid was gegeven aan een issue dat ten onrechte is verworden tot een nationaal probleem. Een ‘ouderwets gezellig feest’, witte pieten, regenboogpieten of clowntjes pieten, het zijn allemaal spastische ‘oplossingen’ voor de huidige onderlinge vijandigheden bij een mythisch kinderfeest, maar waarbij de richting waar het naar toe moet bepaald wordt door een kleine groep ‘grachtengordels’ zonder kennis, invoelingsvermogen en tact naar de overgrote meerderheid. Een volksfeest is niet te mennen en omdat het niet racistisch is, hoeft het ook niet gemend te worden. Een kleine minderheid meent dat dit wel moest.

Afronding voor dit jaar

Voor mij is het gedoe over Zwarte Piet zeker geen onschuldige discussie meer, maar een tendens met gevaarlijke onderliggende gevolgen waarbij de politieke en culturele elite (of zij die het podium krijgen om zich zo te noemen) een zware wissel trekken op toekomstige solidariteit. Hoe groot is hun betrouwbaarheid als het gaat om zaken die echt belangrijk zijn.

In de psychologie zegt men nog wel eens dat je alleen van anderen kunt houden, als je ook van jezelf houdt. Ik weet niet of je wetenschappelijk de lijn naar groepen kunt trekken, maar in Nederland zou eens stil moeten staan bij de hartstocht voor de goede dingen van de eigen cultuur. Door dat te omarmen en te waarderen, kan er pas ruimte komen voor waardering van de eigen cultuur. Dus hoe kospomolitisch zijn die antizwartepieters nu eigenlijk? Voor dit jaar stop is dit mijn eerste en enige blog hierover.

In 2013 schreef ik: Zwarte Piet in moerassig Nederland

In 2011 herplaatste ik een blog uit 2009 met de titel: Poten af van Zwarte Piet

Om de onheusheid van de argumenten van de antizwartepieters te ridiculiseren, pleitte ik in 2013 voor de afschaffing van het Caraïbisch Carnaval in Rotterdam. Een belachelijk idee natuurlijk, maar niet stommer dan.

In 2004 al geschreven, maar herplaatsing op mijn blog is in deze mijn eerste ‘multiculti’ ervaring in de provincie.

De plattelandskapper/Spargo You en Me

Halfweg de jaren zeventig was mijn kapper al een soort fossiel. De beste man was niet eens zo oud, hij had kinderen van mijn leeftijd. Midden in het centrum van Raalte, met een heuse wandelpromenade, had hij zijn nering, waarschijnlijk al meer dan 25 jaar. Zijn zaak zag er ouderwets uit. Via een gewone voordeur kwam je in een soort voorportaal waar het volstond met stinkende jassen, petten op de kapstok en een enkele wandelstok. De kapper keek dan op van zijn arbeid, stak zijn hand op ter verwelkoming. Tegelijkertijd voorzag hij de andere klanten van informatie wie er binnen kwam, zo nodig opgesmukt met saillante details. De meeste klanten waren op leeftijd. Anderen werden door hun moeder gestuurd al dan niet samen met hun vader. Dat was net zo gemakkelijk. Ik was er dus zo een.

Eenmaal in de zaak, hel verlicht met tl-balken, stonden twee grote leren kapperstoelen voor twee identieke wasbakken die rijk omlijst waren met donkergrijs marmer. Daarnaast stond een hoge knipstoel voor knapen. De winkel was voorzien van grote ramen met bruinige vitrage die het zicht naar buiten bemoeilijkte. Maar ook de shag- en sigarenlucht was oorzaak van gezichtsbeperking. De rooklucht vermengde zich met Brylcreem, Fresh-up aftershave en als je pech had kwam er een oud mannetje binnen die de indringende lucht van pestvoer bij zich droeg. Aanvankelijk had ik weinig bezwaar tegen mijn kappersbezoeken. Ik luisterde met plezier naar de verhalen van de kapper die mogelijk meer blaren op zijn tong had dan op zijn vingers. Wat kon die man (mee)lullen met Jan en Alleman, maar nooit kwaadaardig. De kapper was een vriendelijke man met pretoogjes die zichtbaar tevreden was met zijn dagelijkse gedoetje, waar knippen slechts een onderdeel was. Er stonden vier stoelen langs het raam opgesteld, twee aan weerszijde van een formica tafel met tijdschriften en het Sallands Dagblad. Om de zoveel tijd ging de deur naar het achterruim open en bracht de kappersvrouw een verse pot koffie in een doffe ouderwets roestvrijstalen kan met gekruld schenkgedeelte. Dit ging meestal onopgemerkt, want zelden kregen we de kappersvrouw te zien. De kapper schonk dan koffie voor de wachtenden, soms wel vier mensen. Ze wisten allen dat ze het eerste uur niet weg konden.

Na verloop van tijd begon het me tegen te staan, die kappersbezoeken. Het was niet de entourage, maar naarmate mijn puberteit zich nadrukkelijker aandiende was het bloempotmodel niet goed genoeg meer. En veel meer kon hij ook niet, want meestal verdeed hij zijn tijd met het knippen van bijna kale mannetjes of boeren die überhaupt geen oog hadden voor wereldse coupes. Ook schoor hij met regelmaat nog de klanten, maar dat hoefde bij mij nog niet.
Ik wilde een eigentijds uiterlijk, geen bloempotmodel dat na enkele weken helemaal rampzalig was, zeker als je haar halfweg de oren geknipt werd, waarmee er spatborden aan de zijkant van je hoofd groeiden. Ik wilde dus een model, maar vooral een andere kapper. Maar die was waarschijnlijk duurder. Ik opperde bij mijn moeder dat ik een model geknipt wilde hebben. ,,Dat is goed, vraag het maar aan de kapper.” Daar had ik niet op gerekend, ik dacht dat ze wel begreep dat ik bij de plattelandskapper weg wilde. Bovendien moest ik nog nadenken over het model, want wist ik veel. Het duurde nog een aantal knipbeurten voordat mijn aversie groot genoeg was. Ik moet dertien zijn geweest, in 1980, toen ik de stoute schoenen aantrok. Ik wilde een scheiding in het midden. Dat was hip, hoorde ik van mijn vrouwelijke klasgenoten die allemaal kwijlden bij die blonde lange man van Spargo. Ik had niks met disco, want immers net lid van de Status Quo-fanclub, maar in het gevlei komen bij de meisjes wilde ik wel.

Bij het volgende kappersbezoek mompelde ik iets dat ik een model wilde, een scheiding in het midden. De kapper knikte, trok een bedenkelijk gezicht, maar zijn ogen bleven vriendelijk naar mijn veel te lange haren met spatborden langs mijn oren kijken. ,,Zo” zei hij, ,,Dat kan.” Vervolgens liep hij naar een kast bij de deur waar zijn vrouw af en toe de koffie bracht. Het duurde even voordat hij gevonden had wat hij zocht, namelijk een groot boek dat hij op de marmeren platen bij de wastafels neerlegde. Aandachtig bladerde hij in het boek en begon hier en daar iets te lezen. Het was een oud boek, wel van na de oorlog, maar niet zo heel ver daarna schatte ik in. Hij maakte een snel knippend geluid met zijn schaar en duwde twee kammen in zijn witte kappersjas. Hij klikte nog even met zijn tong en toen liep hij op mij af. De operatie zou beginnen. Hij maakte mijn haren nat met een zilverkleurig potje voorzien van een rood pompje. Hij staakte zelfs zijn gesprekken met de wachters. Met het puntje van zijn tong tussen zijn lippen was hij met me bezig, af en toe terugvallend op de aanwijzingen in het boek. Ik heb volgens mij gedachteloos in de stoel gezeten, immers ik had nog geen lenzen dus ik kon via de spiegel niet nagaan of ik er al als de Spargo-zanger uitzag. Heel abrupt, veel sneller dan ik gedacht had, zei de kapper dat het klaar was. Nog steeds zonder bril moest ik van hem mijn coupe beoordelen. Ik zei dat het goed was, want ik wilde niets liever snel naar huis fietsen om in alle rust het resultaat op me in te laten werken.

Eenmaal thuis schrok ik me een ongeluk. De haren zaten in een strakke scheiding in het midden. Het leek in het geheel niet op de losse scheiding met opgekamde ponnie van de populaire zanger. Toen ik het mislukte model weg wilde kammen, kwam de volgende klap. In het boek van de kapper had blijkbaar gestaan dat een scheiding in het midden alleen gemaakt kan worden met het knippen van een flinke hap in het midden van je haarlijn. Er zat een soort driehoek in mijn haarlijn op het voorhoofd. Ik denk dat ik een keer flink gevloekt heb, huilen deed ik niet meer in die tijd. Mijn moeder kwam poolshoogte nemen en zonder iets te zeggen zei ze dat ik de volgende keer maar naar de moderne kapper moest gaan. ,,Morgen?” vroeg ik hoopvol. Ze knikte.

 

 

 

 

38 VERMIEREN uit de serie de kabbelende 100

Een zomerse november zondagmiddag, wat doe ik in de IKEA? Zelfbeklag is niet terecht, maar ik verwijt mezelf onnadenkendheid. In de aanloop naar het Zweedse Warenhuis verbaasde ik me al over de superdrukte bij de Intratuin, Praxis en de Kwantum. Het kan allemaal op zondagmiddag in Duiven, een werelddorp.
Het droge commentaar van mijn partner is:,, Dat is iedere zondag, welkom in 2014.”
Als ik gevoelig zou zijn voor hyperventilatie, dan was nu mijn moment of fame aangebroken. Ik baalde enorm, want ik weet wat mij het komende uur te wachten staat. Er is geen terugkeer mogelijk, de WC-bril moet vervangen worden. Dus mijn misantropische instelling zal bevestigd worden in de mierenhoop die IKEA heet. In lome irrationele tred slentert de mensheid gapend langs de keukens, banken en plastic hebbedingetjes.
Het ligt aan mij, zonder meer, maar wat heb ik zin om al die dikke wiebelbillen te schoppen, heel, heel hard.

20141102_163732
Wat is dat toch dat mensen, zelfs op mooie dagen, altijd maar weer naar elkaar toe trekken? Of het nu IKEA is, de meubelboulevard, zaterdagmiddag in een willekeurige provinciestad, een house-party, koningsdag of Lloret de Mar. Altijd zoeken ze elkaar weer op. Zou het in de genen zitten en welk gen mis ik, want ik vind mensenmassa’s niet prettig. De enige uitzondering is een voetbalwedstrijd van Feyenoord, maar daar lopen de mensen voor de wedstrijd allemaal dezelfde richting op, met het zelfde doel. Na de wedstrijd lopen ze wederom in dezelfde richting met een redelijke gelijke stemming, al naar gelang het verloop van de wedstrijd is geweest.
Dat gedrentel bij IKEA, dat plotse stilstaan en teruglopen als kippen zonder koppen is ronduit verschrikkelijk.
Ter plekke bedenk ik dat voor dit gedrag nog geen werkwoord is uitgevonden, dus bij deze voeg ik het woord VERMIEREN toe aan de Nederlandse taal. De betekenis is kort weergegeven: ,,Krioelende massa mensen onder het mom van gezelligheid, die zich op irrationele wijze een weg banen in de meute en op feestjes blijft beweren dat het heel gezellig was, hoewel hun gezichten ter plekke nonverbaal andere signalen afgaven.”
Misschien staat het over tien jaar wel in de dikke Van Dale? En als over honderd jaar de ontstaansgeschiedenis van VERMIEREN wordt gegeven staat er vast in het etymologische woordenboek: ,,VERMIEREN is voor het eerst gebruikt door een penopauzerige balkonmuppet die daarbij wist te voorkomen dat hij zijn misantropische inslag zou projecteren op zijn domme medemens.

En dan ben je iemand.

Kakelkrant van Sprakeloos 74: Och arm, arm Europa

 

Laat ik beginnen met een duidelijke stelling:,,Europa redt het niet zonder Europa te zijn!” Als we met zijn allen gaan acteren als kleine petieterige landjes die, als ze afzonderlijke in de spiegel kijken, denken dat ze heel wat zijn in het mondiale speelveld, gaan we er met zijn allen aan. We worden uitgespeeld onder het mom ‘divide et impera’ en gaan ten onder aan rampzalige broedertwisten. En mensen met een beetje historische kennis weten hoe dat in ons werelddeel kan uitpakken. Daarentegen mensen met een verwrongen historische blik die denken dat Europa de wereld nog beheerst, zitten er wel heel ver naast.
Als warm voorstander van een verenigd Europa, de vorm maakt me nog niet eens zo heel veel uit, als er maar progressie in de samenwerking is, zit ik in toenemende mate in mijn maag met Europa. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik in 2005 tegen de grondwet heb gestemd, maar vooral met het idee dat een verenigd Europa  een vereniging en samenwerking moet zijn op alle gebieden en vooral voor alle Europeanen. Mijn volmondige nee was gestoeld op de eenzijdige economische profilering die vooral een eerlijkere verdeling in de weg stond. Daar bouw je geen Europa mee op. Maar het marktdenken vierde hoogtij en het kapitalisme had gewonnen na de Val van de muur. Ik begin te twijfelen aan die overwinning van het kapitalisme als ik om me heen kijk, maar ik krijg vooral een misantropisch gevoel bij de staat van Europa, juist nu eenheid zo hard nodig is.

 

EUROPESE GROEISTUIPEN
Het feit dat Brussel en Straatsburg uit hun voegen barsten vanwege de welig tierende bureaucratie en fungeert als een baantjesmachine voor soms hele groepen incompetente mensen is soms tenenkrommend. Ik kan er mee leven als er maar een beetje controle komt, vroeg of laat. Het feit dat in de euforie landen mogen toetreden die eigenlijk niet economisch rijp zijn om volwaardig mee te doen. it’s all in de game. Het is ook wel roerend al dat enthousiasme en blinde geloof in meer leden en samen delen. Het gaat met vallen en opstaan.
Als het dan echt mis gaat zoals bij de Grieken de afgelopen jaren dan zien we pas echt hoe broederlijk we met elkaar omgaan en hoe de Griekse equivalent van Jan met de pet de rekening betaalt, terwijl een kleine groep blijft profiteren. Hoe we met zijn allen de bankencrisis te lijf gaan is een ander voorbeeld hoe je het Euro-cynisme kunt opstuwen. Maar nog steeds dacht ik, het gaat met vallen en opstaan en zo’n mondiale crisis is voor het jonge Europa ook geen kattenpis. Misschien moeten we dan maar wat dieper vallen, als we maar weer opstaan.

 

VERANDERENDE WERELD
Ondertussen verandert de wereld om ons Europa heen nog harder dan we na de val van de Muur hadden kunnen bedenken. Met mijn simpele verstand denk ik dan dat we elkaar des te harder nodig hebben. Armoede in het nabij gelegen Afrika noopt ons tot samenwerking niet in de minste plaatst met de Afrikaanse landen zelf. De stromen vluchtelingen blijven bij onveranderd beleid toch wel komen. Bovendien hebben we als oud koloniale machten niet meer het ‘alleenrecht’ om ze uit te buiten. De VS doen dat al sinds de Eerste Wereldoorlog in toenemende mate, maar uit het boek van David van Reybrouck over Congo heb ik geleerd dat de Chinezen inmiddels ook zeer bedrijvig zijn in bilaterale samenwerking en/of uitbuiting. Een ander boek, dat van Geert Mak over de VS, ‘Reizen zonder John‘ laat zien dat de samenwerking tussen de VS en Europa op termijn echt niet zo vanzelfsprekend is, terwijl we gevoelsmatig altijd nog uitgaan van de politierol die de VS, ook namens ons, mondiaal zal blijven spelen. Hoe lang accepteren ze nog een ‘coalition of the willing’ als er ergens weer belangen moeten worden verdedigd?
Recente ontwikkelingen in Rusland en de Oekraïne, maar vooral ook het ontstaan van een Islamitisch Kalifaat dat ook een aantrekkingskracht heeft op ‘onze’ moslim medelanders, getuigen van nog meer noodzaak tot samenwerken. Wat we vooral keer op keer zien is dat Europa behoorlijk faalt in het tonen van eendracht. Ik vind het in toenemende mate beschamend. De laatste week zijn er twee gebeurtenissen aan te wijzen die mijn twijfel over Europa hebben doen omslaan in ronduit cynisme. Zal ik op mijn oude dag me nog wel een echte Europeaan voelen zoals ik me dat gewenst had. Dat niet alles van een leien dakje zou lopen, lijkt me evident. Maar er doemen denkbeelden op van een armetierig Europa dat alleen voor de happy few een wingewest is, terwijl het gepeupel, waar ik mezelf ook gemakshalve toe reken, sterft als ‘gewoon’ Nederlander met de rug naar de buren toe.

 

CENTENKWESTIE
Naar aanleiding van de recente herverdeling van de nationale afdrachten naar Europa is me er een gênante poppenkast ontstaan die alle anti-Europese politieke partijen doen smullebaarden. En helemaal ongelijk hebben ze niet. Voor de helderheid, ik vind dat rijkere landen meer moeten afdragen dan minder welvarende landen, maar hoe dat nu voor de publieke opinie wordt uitgespeeld is ronduit stuitend. Ik kan geen oordeel vellen over de verdeelsleutel van afdrachten. Ik besef dat in tijden van crisis 600 miljoen heel veel geld is voor Nederland en die twee miljard die de Engelsen moeten afdragen zorgt er mogelijk voor dat de tunnel naar Frankrijk per direct met beton wordt volgestort. Als er nieuwe rekenmethodes worden gebruikt, zullen daar ongetwijfeld goede redenen voor zijn, maar mijn gezonde verstand zegt dan dat dat niet met terugwerkende kracht moet worden ingevoerd. Nieuwe omstandigheden, nieuwe inzichten moet leiden tot nieuw beleid en niet tot een herinterpretatie van het oude beleid. Ik vind dat niet logisch en wilde middels een blogje al van leer trekken. Maar als ik lees dat ‘Europa’ zich voor dit beleid verdedigt, nadat premier Cameron uit zijn voegen barst en nadat zelfs de uiterst eurofiele Nederlandse minister van Financiën Dijsselbloem zeer kritisch vragen stelt, met de mededeling dat zij ook niet precies weten hoe de cijfers tot stand zijn gekomen dan……ja dan? Dan is het mijn heilige plicht om mijn pro-Europese ideeën in de ijskast te zetten en een blogje te schrijven. Dat totale gebrek aan transparantie, gebrek aan democratische controle en vooral een volledig falen in PR naar de Europese burgers toe, speelt de Wildersachtigen gigantisch in de kaart. En op zich hoeft dat geen probleem te zijn, maar een partij als de PVV biedt helemaal geen alternatief voor een vrede en veiligheid voor Europa, integendeel.
Maar er is misschien nog wel iets ernstigers dan een ondoorzichtige boekhouding?

 

DE VIJFDE COLONNE IN ONS GELEDEREN
Zelf heb ik nooit geloofd in de overwinning van het kapitalisme op het dogmatische Sovjetcommunisme. En zoals hierboven al is aangegeven, de wijze waarop we onze overwinning vierden door het ene na het andere voormalige Oostblokland in onze armen te sluiten is twijfelachtig. We zouden ze onze welvaart wel laten voelen, als ze maar willen werken. Maar de survival of the fittest had zijn keerzijde. Het is niet zo gemakkelijk om al die versufte communisten van weleer binnen het marktmechanisme te trekken. Het riep weerstanden op in Oost Duitsland, maar ook in Tsjechië, Slowakije en Hongarije. Afgelopen zaterdag las ik in de Trouw dat met name deze voormalige Sovjet satellieten aan de lopende band deals sluit met Poetin, de leider van het land dat we boycotten sinds enige tijd. Ik stel niet meteen een oordeel over nut en noodzaak van boycotten van een land dat eigenlijk ook maar de ‘gewone’ machtspolitieke lijnen uitvoert van eigen (Poetin)belang. Het stuit me vooral tegen de borst dat we een Europese Unie zijn waarin de mogelijkheden besloten liggen om ‘de vijand’ te steunen en daarmee je ‘vrienden’ af te vallen. Misschien is het standaardwerk van Samuel Huntington toch niet zo onwaar, dat er niet alleen een grote scheidslijn loopt tussen het christendom en de islam, maar dat er ook een enorme barrière is tussen het westerse christendom en de Oosterse Orthodoxen. Misschien is dat ook wel de reden dat de Polen zich veel gemakkelijker voegen naar Europa.

CONCLUSIE
Groeistuipen in de ontwikkeling van Europa kan ik hanteren, zelfs een tijdelijke stilstand kan ik accepteren, maar als je ziet dat de Europese instituties uiterst dom handelen naar de afzonderlijke lidstaten en dat lidstaten zonder scrupules onze gezamenlijke tegenstander mogen en kunnen ondersteunen, dan is Europa geen knip voor de neus waard. Het probleem alleen is dat er geen alternatief is met al die brandhaarden in de buurt. En als we ons blijven wentelen in onze verschillen dan sluit ik niet uit dat we heel vertrouwd zoals onze geschiedenis heeft geleerd, onze eigen brandhaarden met gemak weer op zullen poken.

Sprakeloze geschiedenis 1862 Stadsbrand Enschede

INLEIDING
Wandelend op een plein midden in het centrum van Enschede, naar later blijkt de Oude Markt, ben ik op zoek naar een bakker voor de lunchpauze. De hele ochtend had het geregend, maar nu brak af en toe een waterig zonnetje door en het was warm voor half oktober. Het weer maakte zich op voor het beloofde aangename weekend. Links van me een oude kerk en midden op het plein een standbeeld. Ik had er wel eens gezeten, een patatje eten, want ook toen kon ik de bakker niet vinden. Nu zag het beeld bewust en vroeg me af welke grote Enschedeër wordt hier herdacht?

20141016_130941_Android

Op de plaquette stond te lezen:

ter herinnering
aan
den grooten brand
van enschede
op 7. mei 1862
en
ter gedachtenis
aan
de toenmalige bewoners,
die de Stad herbouwden en den
grondslag legden voor hare
ontwikkeling is dit Monument
een halve Eeuw later door
Ingezetenen en Belangstellenden
gesticht op 7. Mei 1912 onthuld,
en aan de Gemeente ten
geschenke gegeven.

Hé, dat wist ik niet. Nu is er was wel meer dat ik niet weet, sterker nog, ik weet dat ik het meeste niet weet, maar met mijn voorouderlijke roots in Twente, had ik nog nooit van de stadsbrand uit 1862 gehoord. Mijn vader heb ik er niet over horen praten, hij die toch behoorlijk trots is op zijn Twentse komaf. Nu, weet ik wel dat in de middeleeuwen en nog jaren daarna, menig dorp of stad in lichterlaaie stond, maar dat zijn de middeleeuwen. 1862 is toch relatief dichtbij. Toen waren er toch niet zoveel houten huizen meer die de boel in een keer met de grond gelijk zouden maken? Daar moet ik meer van weten, dus in het weekend maar even aan ‘ome Google’ vragen of hij mij een stukkie wijzer kan maken.

ER IS INFORMATIE
Het beeld stamt uit 1912 en dat is vijftig jaar na het uitbreken van de brand, dus recent is dat 150 jaar geleden. RTV-Oost heeft er dan ook aandacht aan geschonken. Een speciale  site over de brand geeft veel informatie, vooral omdat ik vanaf het nulpunt moest beginnen. In het stadsarchief zijn bovendien stukken te lezen van een Groningse student(e) geschiedenis Anne Riemersma die zijn/haar afstuderen heeft gewijd aan de stadsbrand in Enschede van 7 mei 1862. Het hele verslag met daarbij ook individuele belevenissen van direct betrokkenen heb ik opgevraagd. Lijkt me heel erg interessant en hoop dat binnenkort te ontvangen. Het zal ongetwijfeld meer blootleggen over het leven van alle dag in die tijd.

 

WAT ER AAN VOORAF GING
Uit de stukken lees ik dat Enschede een stad was met slechts 4000 inwoners en de aanwezige (textiel) industrie was merendeels kleinschalig en nog binnen ‘de stadsmuren’, in zoverre aanwezig. Enschede werd geheel omsloten door de landelijke gemeente Lonneker. Enkele dagen voor 7 mei 1862 kwam Koning Willem III op bezoek in Enschede ter gelegenheid van Koningsdag. (Het is me niet helemaal duidelijk geworden hoe toen de organisatie was van Koningsdag omdat de verjaardag van Koning Willem III op 17 februari was, maar het kan best zijn dat het op verschillende plekken en op verschillende tijdstippen gevierd werd.) Hoe dan ook op 1 mei van dat jaar was Enschede aan de beurt. De stad werd opgeknapt en helemaal feestelijk aangekleed met dennentakken. De arme houten woonverblijven van de arbeiders (dus toen toch nog veel houten huizen in de stad!) werden met diezelfde dennentakken deels uit het zicht gehouden voor het hoge bezoek. Het moet een feestelijk spektakel zijn geweest met vuurwerk en veel uiterlijk vertoon voor zo’n kleine provincieplaats. Maar niet iedereen was enthousiast. Ene Lodewijk van Voorst die met zijn nog jonge vrouw bij ene Gerhard Wilmink aan de Kalanderstaat was ingetrokken in diens achterhuis zou in die dagen gezegd hebben:

“Als we dat dennengroen nu eens in de brand steken, dan zul je zien hoe mooi Enschede is. Om nooit te vergeten! En als de vlammen door heel Enschede gaan, moet de Koning maar zorgen voor nieuwe huizen.”

Deze Lodewijk was ernstig gefrustreerd door de bittere armoede van de fabrieksarbeiders in die dagen. Hij en zijn vrouw konden amper het hoofd boven water houden. Enkele dagen later hing de feestversiering nog, bovendien was het nog steeds net zo mooi weer als de dag dat de koning op bezoek kwam. Het gezin had geen turf om de kookpot op te stoken en dezelfde Lodewijk verzamelde droge dennennaalden om toch het fornuis te laten branden. Dat lukte, maar vonken sloegen over naar de berg gedroogde takken naast het fornuis. Er was geen blussen meer aan. De rest is dus geschiedenis. Bijna 700 huizen gaan in vlammen op, daarnaast ook gemeentelijke gebouwen waaronder het toenmalige stadsarchief. Van de 4000 inwoners waren naar schatting 3600 bewoners dakloos. De stad moest opnieuw opgebouwd worden. Het aantal slachtoffers is relatief beperkt, slechts twee bewoners zouden hierbij zijn omgekomen, over gewonden heb ik niets gelezen.

 

Enschede moest opnieuw opgebouwd worden en zal uitgroeien tot een fabrieksstad.

 

LODEWIJK VAN VOORST
In de dagen na de brand wordt Lodewijk opgepakt op verdenking van brandstichting. De bronnen spreken over enig wantrouwen bij burgemeester ten Cate, die wetenschap heeft van onrust bij de arbeidersklasse. Na het voorarrest wordt Lodewijk van Voorst vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
Zelf ben ik dan heel benieuwd hoe het verder gaat met Lodewijk van Voorst. Gaat hij weer in Enschede wonen, hoe verloopt zijn leven. Ik heb dit niet terug kunnen vinden, maar het lijkt me heel interessant. Zou hij een ingetogen man zijn geworden, of zou hij een Posttraumatisch Stress Stoornis hebben opgelopen na het besef van de gevolgen van zijn onoplettendheid in relatie met de woorden die hij de dagen ervoor heeft uitgesproken. Ik ben trouwens helemaal nieuwsgierig hoe ze dit hebben kunnen optekenen in de ongetwijfeld chaotische periode die de stad onderging.

HISTORISCH BELANG VAN HET FEIT
De stadsbrand schijnt de laatste grote stadsbrand te zijn geweest in Europa. Maar het is natuurlijk inmiddels 152 jaar geleden. Hoe lang duurt een collectief geheugen vraag ik me af. Was het toentertijd ook groot landelijk nieuws dat in alle kranten verscheen, of was Enschede voor Den Haag een ‘Verwegistan’ en in negorijen zoals Enschede gebeuren nu eenmaal dit soort dingen?  Zou het net zoiets zijn zoals wij rampspoed lezen in de krant over welk land dan ook als het maar ‘ver van ons bed is’? Zou het in het nationale geheugen anders zijn geweest als Amsterdam of Den Haag op deze wijze getroffen zou zijn. Of is het feit dat de tijd alle wonden heelt, ook in het collectieve geheugen. Want hoe anders is het nog bij het bombardement van Rotterdam in 1940 of de Watersnoodramp in 1953? Is zoiets weg op het moment dat de direct betrokkene het niet meer na kunnen vertellen? Geldt dat ook voor de mensen in Enschede of de rest van Twente? Mijn vader, geboren in 1931 heb ik er, bij mijn weten nooit over horen praten. Zijn opa’s en oma’s zijn alleen al van na 1862. Zullen al die studenten die in de nabijheid van dit plein hun biertjes drinken weet hebben van dit beeld? In de jaren tachtig kwam ik regelmatig in Enschede bij een vriend op bezoek, maar meestal was het al donker als ik op dit plein kwam. De staat waarmee ik terugging naar het huis van mijn kameraad die woonde in de Padmossingel of -weg lieten wijze geschiedenislessen niet meer toe.

Het is trouwens wel een cynisch toeval dat juist Enschede een van de plaatsen is die nog wel bekend is om brand. De vuurwerkramp van mei 2000 staat ook de minder geletterde nog in het geheugen. Ik hoor het nog regelmatig in de verschillende voetbalstadions.
Ik zou wel eens van een onderzoek willen horen waarbij navraag is gedaan is bij de Enschedese bevolking of zij weten van de stadsbrand uit 1862 en of zij wel eens bij het beeld op de Grote Markt hebben stilgestaan. En of ze het nu wel of niet massaal weten, het heeft wel grote gevolgen voor het Enschede van nu. Net als Rotterdam wordt de hele opbouw van de stad bepaald door de gebeurtenis van 7 mei 1862. De toenmalige wederopbouw heeft voor modernisering en industriële ontplooiing gezorgd. Enschede groeide uit tot een stad die op dit moment qua inwonertal niet niet in de top 10 komt in Nederland. Enschede is relatief wijds en planmatig gebouwd en het zal voorlopig hierdoor zeker niet op de Werelderfgoedlijst terecht komen.

Toch geinig door een moment van verbazing en een zoektocht met behulp van ome Google zorgt ervoor dat je in een half uur aanzienlijke informatie kunt krijgen over een vergeten, of in ieder geval voor mij onbekend historisch feit. Ik kijk uit naar de scriptie van Anne Riemersma om vooral naast de droge feiten, meer te weten te komen over de mentale beleving van de bevolking in die tijd.

Links

1. Informatie over de betekenis van het beeld en de kunstenaar.

http://www.vanderkrogt.net/standbeelden/object.php?record=OV06ch

2. Filmpje bij de regionale zender Oost rondom de herdenking van 2012.

rtv oost http://www.youtube.com/watch?v=qd-rTJS-ZPU

3. Speciale website met veel informatie over de brand
http://www.stadsbrandenschede.nl/ Een hele site over de brand

4. Delen uit het stageproject van Anne Riemersma

http://stadsarchief.enschede.nl/bestanden/GetuigenStadsbrand/

 

Met uitzondering van de eerste foto die ik tijdens de lunchpauze zelf heb gemaakt, heb ik het meeste beeldmateriaal ‘geplukt’ van genoemde sites.

Oktoberkinderen kom binnen, gauw

De buitendeur staat nog open. Op mijn rug staat het klamme zweet van eventjes wat klein snoeiwerk in de tuin. Het is immers nog zo zacht voor 19 oktober, bijna zwoel al zeg je dat niet snel over de Hollandse oktober. Twintig jaar geleden was het ook een warme oktober. Op het kaartje van ons eerstgeborene schreven we de volgende hoopvolle tekst:

oktoberkind oktoberkind

opdat je niet vergeet

de allerlaatste zoete braam

is de eerste die jij eet

een laatste warme zonnestraal

verwarmd jou eerste dag

en een laatste zwaluw die vertrekt

is de eerste die jij zag

dat is waarom een oktoberkind

niet geloofd in laatste dingen

’t zal een herfstdag als een lentedag bezingen

uit Oktoberkind van Liselore Gerritsen

 

Soms is dat na twintig jaar actueel gebleken, soms ook niet, maar als ouders blijf je uiteraard het hoopvolle van het gedicht benadrukken. Ik moet er nu aan denken, want de wind begint aan te wakkeren en het warme weekend is ten einde. De beloofde herfst is nu echt in aantocht. Ik hoop dat alle oktoberkinderen geboren zij, want ik vrees de herfst en de donkerte. Ik ben dan ook geen oktoberkind en kan slechts verlangen naar de lente. Misschien zijn meikinderen wel geboren grumpy old men, al gaan zeuren met dat de eerste herfstregen in aantocht.

 

37 EEN BELGENMOP OF DE GIERIGE OLLANDER uit de serie de kabbelende 100

 

Heel soms hoef je helemaal niet je best te doen om een blogje te schrijven. Het komt vanzelf per mail binnen. Om een vierdaags verblijf in België voor te bereiden, zocht ik naar vervoersmogelijkheden voor de laatste 10 kilometer. Ik overweeg te lopen, want overdag is het openbaar vervoer ter plekke zeer beperkt. De auto blijft thuis zodat mijn wederhelft haar mobiliteit niet hoeft te missen. Lijkt me billijk. Nog even een onderzoek op fietsverhuur in de omgeving. Het hoeft geen superdeluxe tweewieler te zijn want op dinsdag een goede 10 kilometer heen en op zaterdag weer terug. Dit moet volgens mij geen probleem zijn, dus een betrouwbare website, aangesloten bij een vereniging van Toerisme schrijf ik aan met mijn verzoek.
Het volgende antwoord krijg ik terug! Omwille van de privacy laat ik (topografische) namen weg uit deze mail.

 

Beste xxx

 
Hartelijk dank voor uw aanvraag.

 
Op datum van 18 november tot en met 22 november hebben wij een herenfiets beschikbaar voor u.

 
Wij kunnen deze leveren en ophalen aan het station van xxx, hiervoor rekenen wij vervoerskosten aan, nl. 1,61 euro per afgelegde kilometer.
De kostprijs van een herenfiets is 10 euro per fiets per dag. De waarborg hiervoor bedraagt 25 euro.

 
Totale kostprijs verhuring:
–          Herenfiets: 10 euro x 5 dagen: 50 euro
–          Vervoerskosten:
o   Leveren: dinsdag 18 november station xxx: (28,10 km x 1,61euro/km ) x2 (xxx– xxx – xxx) : 90,48 euro
o   Ophalen: zaterdag 22 november station xxx: (28,10 km x 1,61euro/km ) x2 (xxx – xxx – xxx) : 90,48 euro
o   Totaal vervoer: 180,96 euro
–          TOTAAL verhuur: 230,96 euro + 25 euro waarborg: 255,96 euro

 
Opgelet! De reservatie is pas definitief na het overschrijven van het totaalbedrag op ons rekeningnummer: BE00000000000 met als mededeling: xxxxxxxxxxxxx
Gelieve de mededeling te vermelden bij het overschrijven van het bedrag.

 
Indien bovenstaande formule te prijzig is. Is er een andere oplossing, nl. Blue – Bike.
U kan een abonnement aanvragen. Hiervoor betaald u 10 euro voor een volledig jaar. Dan betaalt u per verhuring van een blue bike 3 euro per keer. Maar in xxx, xxx en xxx hebben wij een overeenkomst met het stadsbestuur, nl. het derde betalerssysteem. Het Stadsbestuur of gemeentebestuur legt hier 1 euro voor bij, net als de Vlaamse Overheid, dan bedraagt voor de kostprijs van een verhuring maar 1 euro voor u.

 
Met een abonnement kunt u over heel Vlaanderen blue bike fietsen huren, onder voorwaarde dat er een fietspunt bevindt aan het station waar ze blue bikes verhuren.
U vindt hierover meer info op: http://www.blue-bike.be.

 
Hopelijk heeft u hiermee voldoende informatie.
Indien u nog vragen en/of opmerkingen heeft, aarzel niet om contact met ons op te nemen.

 
Met vriendelijke groeten,

 

de verhuurder

 

Ik heb een vriendelijke mail teruggestuurd en uiteraard bedankt voor het aanbod. Ik ga er niet op in. Ondertussen vraag ik me af of ik nu in een Belgenmop ben beland of dat ik nu het prototype ben van een gierige Ollander. Ik denk dat de fietsenverhuurder al aanvoelde het laatste, dus hij komt met een betaalbaar, maar voor die ene keer, een omslachtig alternatief.

 

Kakelkrant van Sprakeloos 73: OV-kaart ellende

 

Maandag 6 oktober 2014: De trein van kwart voor negen net gemist, tien minuten wachten op de volgende. Kan me even vermaken met mijn telefoon en ik ben getuige van een echtelijke kibbeltwist. Een ouder stel van rond de zeventig heeft ruzie met de digitale kaartjes en vooral met elkaar. Zij ziet het dagje uit ogenschijnlijk niet meer zitten met haar hangen schouders. Hij is vooral boos op de hele wereld en kijkt vooral boos naar zijn vrouw.

Dinsdag 7 oktober 2014: Het is wat winderig, maar een met regenjassen voorzien stel, zo te zien zussen van dik in de zeventig kijken glazig naar het stempelautomaat. Er boven staat nadrukkelijk ‘Buiten Gebruik’. Hoewel ze geen ruzie maken met elkaar, kijken ze mismoedig voor zich uit met een stuk papier in hun handen. ‘We vragen het wel aan de conducteur, ‘ zegt de oudste van het stel. De andere knikt:, Als er eentje is.’ Samen staren ze naar de vertrekkende trein die de andere kant op gaat.

Woensdag 8 oktober 2014: Ik hoef niet met de trein, maar moet wel boodschappen doen. Ik passeer daarbij het station en zie een groepje fitte zestigers, allen van vrouwelijke Kunne. Onder hen heeft zich een soort van akela ontpopt die omstandig uitlegt hoe zij de reisbescheiden heeft georganiseerd voor die dag. De anderen kijken gelaten en vertrouwen erop dat het goed komt. Ik zal het niet weten, want ik hoef, zoals ik al zei, niet met de trein die dag.

Donderdag 9 oktober 2014: Ruim op tijd voor de trein van kwart voor negen, dus ik mag nog even wachten. Een typisch babyboomstel komt met kaki-broek, stevige stappers en rode sportieve jassen, soort uniseks waarbij alleen de maten onderling verschillen. Zij is klein, hij is reusachtig met een rood hoofd. Ik dacht dat het misschien een ongezonde levensstijl was, maar het tomatenhoofd wordt waarschijnlijk veroorzaakt door opzichtige woede. Ze waren al een paar keer op en neer gelopen van de kaartjesautomaat naar de scanpaal. De kleine vrouw verdwijnt bijna in de pompeuze woede van haar levensgezel. Ze zeggen niets tegen elkaar.

Vrijdag 10 oktober 2014: Wederom een man en vrouw, potentiële omroep MAX liefhebbers, hebben woorden met elkaar. Nu laat de vrouw zich niet onbetuigd en verwijt haar man dat hij had moeten luisteren naar hun zoon. “Je had ze op de computer moeten activeren.” De man geeft haar van repliek:,, We hebben ze besteld via de computer, we moeten ze alleen maar scannen.” Dat scannen lukt blijkbaar niet. ‘Bovendien moeten we wachten tot het negen uur is.” zegt zijn vrouw jennerig. Ze stappen inderdaad niet in, mogelijk ook niet in de trein later. Ik zal het niet weten.

De week resumerend, vraag ik me af of het in de lucht zit, al die echtelijke twisten van allerlei bejaarden. Of zijn de mensen in Duiven boosaardiger of stommer dan in andere regio’s omdat ze geen weet hebben hoe te reizen met de trein. Maar ik weet heel goed dat een dagje uit met het openbaar vervoer geen sinecure is tegenwoordig, zeker niet voor ouderen. Ze begrijpen het vaak niet, Duivenaren zijn geen negatieve uitzondering hoor. Mijn ouders bijvoorbeeld zijn al drie keer met de auto naar Deventer gereden om hun kaart te activeren of anderszins de trein-hocusspocus te ontrafelen. Ze zijn niet zo sterk met de computer, want inmiddels tachtig. Ze willen het nog wel graag zelfstandig doen, heeft iets met autonomie te maken. Zolang ze vooral nog met de auto reizen, laat ik het ook maar zo. Maar ik voel heel erg mee met hun frustraties en soms zelf woede op de eens zo betrouwbare vervoerder.

En als ik diep in mijn ziel kijk, vind ik het ook een gedoe. Spontaan reizen is er niet meer bij. Noodgedwongen hebben we in ons gezin een gepersonificeerde OV-kaart omdat een trajectabonnement noodzakelijk was, nota bene ook nog bij een andere vervoerder dan de NS. Tel uit je winst. We zullen er waarschijnlijk toch aan moeten, want voor reisdeclaraties bij je werkgever heb je bewijzen nodig. Een onpersoonlijke OV-kaart is niet toereikend, of je moet die laten uitlezen op het station. Dat kan heb ik me laten vertellen, maar ik denk: Een hoop gedoe en mogelijk zullen ze daar een vergoeding voor vragen. En als het nu nog niet is, dan wel in de toekomst. Een dagkaartje, dat kan, maar een euro extra per rit. Ik zal het woord dieven niet in mijn mond nemen. Bovendien wil ik helemaal niet dat mijn reisgedrag geregistreerd staat bij welke instantie dan ook, laat staan bij die klaplopers van de NS. 16 miljoen hebben ze al ‘verdiend’ aan het vergeten uit te checken. Op sommige trajecten mag je trouwens voor een retourtje soms wel dertig keer in- en uitchecken. Ronduit belachelijk en zeker niet ontspannen voor een dagje uit voor veel mensen die dan gebruik maken van de trein.

Ik ben wel de laatste die compassie wil prediken voor babyboomers, maar eigenlijk zou die zelfbenoemde protestgeneratie massaal moeten gaan zwartrijden onder de bezielende begeleiding van omroep MAX. Want het hele instituut NS met zijn privatiseringsgedoe is toch een grote catastrofe voor een gemiddelde sterveling. Voor het promoten van het OV hoeft geen geld meer uitgetrokken worden, want dat is bij voorbaat verspilde moeite. Toeristen maak je ook niet lekker met ons OV-stelsel. Zelf heb ik het afgelopen jaar al twee keer kaartjes voor bezoekers uit ons buurland voorgeschoten. Ik pinde en zij betaalde mij met heuse euro’s. Ze bedankte me hartelijk, maar bij mij stond het schaamrood op mijn kaken. Ik moet hen bedanken dat ze ondanks de trein toch nog naar Nederland komen. En hoe gaat dat straks met al die stations, die zogenaamd een onderdeel van de stad moeten worden. Je hebt een OV-kaart nodig om de poortjes te openen in de nabije toekomst. Niets meer gezellig doorgangen, maar in kilte wachten op treinen die te duur zijn. Ik zal vast een ‘grumpy old man’ zijn met mijn 48 jaar, het zij zo. Deze balkonmuppet vindt de NS wel een van de meest uitgerangeerde bedrijven in Nederland en toch moet ik er helaas regelmatig gebruik van maken.

Filmblik: Clouds of Sils Maria

 

,,Ga je zaterdagavond mee naar de film.”
Die vraag werd me onlangs gesteld door niemand minder dan mijn vrouw. Dan zeg ik geen nee, ze weet namelijk echt wel wat ik leuk vind en vooral wat ik niet te pruimen vind. Vrouwenfilms in het algemeen en Bridget Jones’s Diary in het bijzonder, tenminste dat gehalte is aan mij niet besteed. Noem het inflexibel, bot, ongeëmancipeerd, of beschouw me vooral niet als metroman, ik vind het allemaal best. Mijn vrouw weet het immers allemaal, dus ‘in the blind’ zeg ik ja, is goed. Leuk, zeker als we vooraf ook nog ergens gaan eten, al is het in Arnhem.

,,We gaan naar ‘Clouds of Sils Maria’ in het filmhuis in Arnhem.”

Ik was nog nooit in het filmhuis in Arnhem geweest, dus dat is mooi, maar bij de titel van de film ging geen lampje branden. Tussen neus en lippen door gaf ze te kennen dat het de nieuwste film met Julliette Binoche is. Ze kon mijn verbaasde gezicht niet gezien hebben, want de mededeling kwam via de telefoon. Maar ik weet nu dat ik op mijn hoede moet zijn. Bij de keuze van de namen voor de kinderen kwam bij mij de naam Julliette zeer hoog op het namenlijstje, sterker nog het had mijn sterke voorkeur. Sinds 1986 ben ik onder de indruk van de actrice Binoche en haar vertolking in ‘The Unbearable Lightness of Being’, als actrice en als onbereikbare vrouw. Dit zal ongetwijfeld de reden zijn geweest dat de naam Julliette resoluut werd afgestreept van het lijstje van mogelijke namen voor een dochter. We kregen twee zoons, dus ik hoefde hierover niet lang te treuren. Een kleine drie jaar geleden kregen we een hond, een teefje, dus opnieuw probeerde ik mijn heldin in mijn dagelijkse leven te krijgen. No way, het werd Pippa. En nu ineens neemt zij het initiatief voor juist een film met haar. Ik vroeg haar waarom deze keuze en ze wist waar ik op doelde.
,,Ze heeft inmiddels ook een ouwe kop gekregen.” Ook had ze gelezen dat ze de rol vertolkte van een ietwat verlopen actrice. Ik had het kunnen weten. Vrouwen!!!

Op de dag dat Arnhem volgelopen was met mensen die Operation Market Garden herdachten en ’s avonds vooral biertjes dronken op de verschillende pleinen in de stad, vonden wij een tafeltje bij Rubens. Omdat we vrij vroeg waren vertrouwden we erop dat we bij Filmhuis Focus nog wel een kop koffie konden drinken. Dat kon, maar de entourage beviel ons niet zo heel erg. Een holle ruimte met een eenzijdig publiek dat alle stereotypen van filmhuispubliek goed wist te vertolken en personeel dat er die avond weinig zin in had, zo oordeelden wij. Maar het ging uiteindelijk om de film natuurlijk en een beetje om Julliette.

 

Ik had in de krant vluchtig gelezen waarover de film handelde. Julliette Binoche speelt een gevierde actrice (Maria Enders) die twintig jaar daarvoor doorbrak met de rol van assistente van een belangrijke zakenvrouw waarbij een liefdesrelatie aan de orde was. Nu zou ze de rol van die oudere vrouw spelen, een confrontatie van tijd en leeftijd. Ik heb gelezen dat er parallellen lopen met de loopbaan van Binoche zelf en de schrijver van haar eigen filmdoorbraak en de schrijver van Clouds of Sils Maria. Maria Enders gaat de confrontatie aan met de tijd(sgeest) en wordt daarbij geassisteerd door de jonge Valentine (Kirsten Stewart) die haar terzijde staat om zich de rol eigen te maken en de strijd aan te gaan met haar tegenspeelster en enfant-terrible Jo-Ann Ellis (Chloë Grace Moretz).

 

En het was maar goed dat ik wat ankerpunten had om de film te volgen, want zelfs nu kostte het me het moeite om in de film te komen. Het begon nog wel vermakelijk met een veelheid aan moderne middelen qua communicatie. Je doet in de (film)wereld niet meer mee als je niet minimaal twee mobieltjes hebt om te communiceren met ‘tout le monde’, maar dit gegeven had meer te maken met wat projectie op mijn eigen dagelijkse leven en minder met de film. Na ongeveer een half uur was ik in de film en kon ik me losmaken van de geluiden van de Korenmarkt die tot in de filmzaal doordrongen. De oefensessie tussen Maria en Valentine in de Zwitserse Alpen waren soms vermakelijk, soms heel intens en soms ook wat minder begrijpelijk. Ze boeide me wel, maar omdat dit ongeveer het enige was dat me echt raakte, is dit voor de film als geheel wel wat mager. Omdat Jullliette Binoche meespeelde zocht ik nog naar argumenten om de film echt mooi te vinden. Het lukte me niet. Vanwege de dialogen tussen Binoche en Stewart heb ik grote delen zeer aandachtig bekeken. Zo aandachtig dat ik niet merkte dat mijn wederhelft echt afhaakte en haar ogen even heeft gesloten, hoe lang weet ze zelf niet. Ik was vooral geïrriteerd over de slapte van het einde van de film dat voor mijn gevoel een beetje afgeraffeld werd.

Natuurlijk heb ik de parallellen die overal ingeweven waren wel kunnen ontdekken, maar diep onder de indruk was ik niet. Natuurlijk wel over Julliette Binoche, ook nu ze een rijpere actrice speelde. Ze heeft voor mij niet ingeboet in populariteit. Het is bij mij net als bij boeken, die moeten vooral niet over schrijvers en het schrijverschap gaan. Zo moeten films maar niet over het filmwereldje gaan en niet over actrices en hun lege levens. Al met al een film die normaal gesproken een zeer mager zesje zou zijn geweest als Julliette Binoche niet meegespeeld had. Ik ga nu voor een 7-.
Meer filmblikken, volg de link

TOPTWEET Bijeen gesprokkeld bijenleed

Eerlijk is eerlijk, de hoeveelheid prikkels die een mens krijgt te verwerken op Twitter is ongekend hoog. En heel af en toe valt er een tweetje toch nog op en in no time zit er een klein verhaaltje in je hoofd. Of het een splitseconde is, durf ik niet te beweren, veel langer is het zeker niet. Een mijn onbekende twitteraar zegt het volgende:

Schermopname (1)
Een oproep aan projectontwikkelaar om braakliggende gronden nuttig te gebruiken is natuurlijk altijd een zinvolle opmerking, zeker als het aan de noodlijdende bijtjes ten goede komt en dit bedoel ik zeker niet lullig. Zonder van de hoed en de rand te weten, heb ik me laten vertellen dat het nut en functie van bijen in ons ecosysteem heel wezenlijk is. Het gaat echter slecht met de bijen, dus ze hebben hulp nodig, veel hulp. Ik vraag me trouwens af waarom er projectontwikkelaars zijn die om economische redenen allerlei schaarse goederen ongebruikt laten, om er later winst en vooral meer winst op te kunnen maken. Maar dit ter zijde op dit moment, ik roep met de twitteraar Pim Lemmers nu vooral, Laat de bijen zoemen in 2015.

Maar dit tweetje helpt me ook herinneren dat ik in het voorjaar ook een braakliggend terreintje had en ook mijn stinkende best zou doen om een bijdrage te leveren aan de bijenstand. Ik werd wel geholpen door de oud burgemeester van Duiven die als afscheid ieder Duivens gezin een zaakje met bloemzaad heeft gegeven. Vol goede moed ging ik aan2014-05-03 15.39.21 de slag, met dank aan burgemeester Zomerdijk. In zijn beroepsleven was hij al een verwoed imker, nu kan hij er zoveel tijd een besteden als hij wil. Mijn zegen heeft hij, ik heb er zelfs een blogje aan gewijd met de bedoeling het eindresultaat ook wereldkundig te maken. Dat had ik nog niet gedaan en dat is niet zonder reden, want van een wild stukje tuin met een veelheid aan kleurige bloemen is geen sprake. Wacht ik zal even een foto maken, al is het donker, misschien begrijpt u dan dat ik wat huiverig was met het tonen van het eindresultaat.

20140916_215713_Android


Een enkele bloemetje heeft zich door het onkruid heen kunnen nestelen, ik weet niet eens of het de zaden zijn van de burgemeester die hier verantwoordelijk voor zijn. Mag ik wel even opmerken dat het boompje dit jaar wel appels draagt, voor het eerst. Misschien komt het wel door de zaden van de burgemeester die als voedsel hebben gediend. Mogelijk is dit ook wel goed voor de bijen.