
De feestdagen komen er aan en dat is in de etalages in Lissabon te merken. Voor mij is het nog even wennen om de aanstormende kerstsfeer met een stralende zon en koffiedrinkend op een terrasje te moeten meemaken. En sommige zaken wennen snel. Ik ben vandaag op zoek naar de geboorte van kindje Jezus (O nascimento do menino Jesus) En wie niet in deze dagen? Zijn we na een moeilijk jaar 2016 niet allemaal toe aan een beetje bezinning? Ik wel, maar of de zoektocht naar menino Jesus vandaag bezinning zal geven, waag ik te betwijfelen. Ik zocht de nieuwgeborene in de Igreja São João de Deus. Een relatief nieuwe kerk, in een gegoede buitenwijk, op zo’n vijftien minuten met de groene lijn van de metro (ligna verde). In de kerk, achter het altaar hangt een fresco, een drieluik van de schilder Doningos Rebêlo. Nu ga ik niet doen alsof ik deze schilder ken, dus moet ik het ook hebben van de wikipediapagina. En op deze pagina staat niet vermeld, wat mijn collega wel wist.

Op de linker fresco staat het nog jonge kindje Jezus, ogenschijnlijk tegen gevangenen te praten. Daarbij de tekst: João de Dues, Granada sera a tua cruz. Ik ga niet duiden of op andere wijze de tekst en fresco religieus verklaren. Ook de geboorte van Jezus is geen onderwerp van gesprek, hoewel. Het ging mij niet om de geboorte van Jezus, al weer ruim 2000 jaar geleden, maar om de kunstzinnige geboorte van Jezus door de schilder Rebêlo. Ik had er nooit bij stil gestaan dat een schilder ook voor kerkelijke kunst modellen nodig heeft. Ik dacht dat juist deze kunst door de hand van God tot stand zou komen. Mijn collega gaf aan dat haar moeder op jeugdige leeftijd model heeft gestaan voor het kindje Jezus. Dat wilde ik wel even bekijken. En die kans kreeg ik.

Toen ik aankwam, zette ik me even in de kerkbanken neer, maar voor ik er erg in had kwam de pastoor er aan en begon een dienst. Ik had het kunnen weten, want het aantal, met name vrouwen van zekere leeftijd dat in de kerk zat, was zelfs voor Portugese begrippen op een willekeurig tijdstip, groot. Met goed fatsoen kon ik geen foto’s meer maken en diende de dienst uit te zitten. Of ik het verstaan heb? Zoals in alle kerken is de galm van de versterker een storende factor, anders had ik het natuurlijk woordelijk kunnen meemaken. In gedachte was ik al bezig om de pastoor uit te leggen dat Jezus een vrouw is, zeker in zijn kerk. Hoewel het een vriendelijk man oogde, en heel vals zong, weet ik niet of hij mijn nieuwlichterij op waarde zou schatten. Heftige discussies in het Portugees bereidde ik al voor, maar het zou niet nodig zijn. De man was snel verdwenen. En na tien minuten kon ik foto’s maken, want eerst hadden de dames nog een eigen dienstje. Ik weet niet of ze de rozenkrans afwerkten, maar ze konden het af zonder de voorganger. Misschien bezworen ze wel dat Jezus een vrouw is? Ik heb het ze niet gevraagd, dat durfde ik niet.
Toen de foto’s gemaakt waren, bleek de kerk verder een bron van inspiratie voor een leerling Portugees. Op het middenpad lagen grote tegels met opschrift die ik bijna zonder
woordenboek wist te herleiden. (Dar de comer, dar de beber, Vestir os indigentes, Acolher peregrinos, cuidar dos doentes, visitar os presos en sepultar os mortos) Allemaal stichtelijke teksten, zo vlak voor de viering van de geboorte van kindje Jezus.Het kan geen toeval zijn dat ik naast de tegel zat met ‘visitar os presos’ oftewel bezoek de gevangenen. Zo kon ik de hele tijd ook nog aan mijn werk denken.

’s Middags bezocht ik een andere goddelijkheid. Ook die is er niet meer. In de woning waar de koningin van de Fado, Amalia Rodrigues, de laatste veertig heeft gewoond, kreeg ik een persoonlijke rondleiding van een jonge Portugese. Nadat ze vernam dat ik dit mijn eerste wankele schreden heb gezet, wisselde ze Engels en Portugees af. Ze waarschuwde me voor de vele valkuilen van de taal en legde me uit dat cozer en coser (koken en naaien) voor buitenlanders verdomd moeilijk is. Verder gaf ze af op de Spanjaarden die er maar aan wennen moesten dat haar generatie de arrogantie van de Spanjaarden niet meer pikte. Als ik haar zo beluister, is het maar goed dat ik geen Spaans leer, maar Portugees.
Laatste twee foto’s van de tuin bij het Amaliahuis, binnen mochten helaas geen foto’s worden gemaakt.




mijn woordenboekje, zeurpiet trouwens wel. Ik ben vandaag dus geen maçador) Het is verdorie geen vakantie, maar een studiereis nota bene. Er moet gewerkt worden. Dat ik niet meteen alles en iedereen aanspreek om te tonen dat ik een paar woordjes Portugees kan wauwelen, is geen ramp. Zo zit deze mens niet in elkaar. Maar luisteren, kijken, dingen opvangen en meteen verwerken dat is het devies van vandaag. Dat schrijven we dan meteen in een schriftje en verwerken we ’s avonds op de computer. Het woord calvinisme komt bij me op. Zou dat in het Portugees eigenlijk wel bestaan? Mijn woordenboekje zegt ja, calvinismo! Ik waag te betwijfelen of meer dan 5 % van de Portugezen wel eens van dat woord heeft gehoord, laat staan het begrijpen.
Het doel van vandaag is Sintra, een plaatsje in de buurt van Lissabon, zo’n veertig minuten met de trein. Ik lees de opschriften in de trein en de woorden die ik niet ken en schrijf dat op. Boete (coima), wet (lei) en dat je tijd en geld kunt besparen. Dat laatste is blijkbaar niet alleen voor calvinisten, maar ook Portugezen vinden dat blijkbaar fijn. (poupe tempo e dinheiro) Ik deel de trein met Zweden, Japanners, Chinezen, Spanjaarden en Duitsers, dus en passant zoek ik dat maar eens even op. Ondertussen kijk ik ook naar buiten hoor en merk op dat Benfica, bekend van de voetbalclub, ook een wijk is. Een hele arme zelfs en even verder op schrik ik zelfs een beetje. (probeza = armoede). En zo vermaken we ons wel tot Sintra. Ledigheid is des duivels oor kussen, dus bij vermaak alleen blijft het niet vandaag. In Sintra, het buitenverblijf van de voormalige Portugese koningen, staan meerdere kastelen. Ik heb er geen zin in, maar besluit richting de tuinen van Montserrate
te lopen bij het gelijknamige kasteel. Het weer is prachtig en het valt me op dat de bladeren hier ook vallen, maar dat sommige bomen ook nog groen zijn. (blad is folha) Mijn gedachten (pensamentos) drijven naar de seizoenen, het is al herfst (o Outono), dat lijkt op het Franse automne. We pakken dan gelijk de Ivorno (winter), Primavera (lente) en Verão maar even mee. Ik heb helemaal niet door dat ik veel te hard loop gezien mijn slechte (mau) conditie, er zitten steile stukjes weg in. Bovendien niemand loopt (andar of caminhar) naar de toeristische trekpleister. Allemaal pakken ze het toeristenbusje bijna. Een beetje moe (cansado) kom ik boven en besluit de tuin de tuin te laten. Ik moet ook nog terug bedenk ik me. Mijn schriftje heeft al zo’n vijftig woorden bij elkaar, die ik ’s avonds nog wil verwerken.
Voor niets gaat de zon op en onder, wie Portugees wil leren moet van ander hout gesneden zijn, dus gewoon doorpokkelen. Ik maak mijn lijstje, inmiddels 70 woorden, die ik uiteraard ook nog even oefen. Hoe lang ze in mijn grijze massa blijven zitten is natuurlijk mede afhankelijk van mijn doorzettingsvermogen de komende tijd. Ik ben tevreden voor vandaag, ondanks de rugpijn (dores de costas) die nadrukkelijk aanwezig is, maar dat is misschien wel de prijs van calvinismo. Maar mij hoor je niet klagen, ik ben immers geen maçador.
naar Restelo. Ik moest waarschijnlijk ergens overstappen, maar moest nu met het woud van tram- en buslijntjes een plan b maken. Wachten, reizen en zoeken kostte me ruim anderhalf uur extra, de tijd die ik ook had kunnen gebruiken om het lopend af te leggen. Instinctief wist ik dat ik ook de trein had kunnen pakken en de laatste 20 minuten lopen. Maar dat is niet spannend. Maar dat was dit ook niet, want bus 27 was een potje pieren met weinig mogelijkheden om te genieten van het inmiddels regenachtige Lissabon. Uiteindelijk kwam ik tussen een en twee aan. Ik wist dat de clubshop van OS Belenenses gesloten was. Als bijvangst maar even naar de toren van Belém lopen. De zon was inmiddels warm geworden. Uiteindelijk had ik het kaartje zonder problemen zoals de Facebookpagina van de club me had beloofd. Vol trots maak ik een foto voor mijn oudste zoon, ook voetbalfan, die een paar weken terug naar Milaan is geweest voor een wedstrijd van Inter. Wat zoon kan, kan pa ook.
Op de terugweg maar de trein naar Cais do Sodre. De zon scheen en het regende tegelijkertijd. Een heel blond on-Portugees jongetje met een even blonde moeder keuvelden samen en het kereltje zei tussen het rap Portugees het woord ‘Rainbow’. Diep in mijn geheugen zocht ik naar het Portugese equivalent. ‘Arco, Arco…..Arco-wat ook al weer terwijl ik naar de fletse boog keek. Bij het uitstappen wist ik het ‘o arco-iris’. Ik had het ooit ergens gehoord en vond het een mooi woord. Nog steeds trouwens en aan het einde stond mijn potje met goud voor vandaag, het kaartje voor de match. (o jogo)



