En de winkel is open gegaan vanavond. We kennen nu het definitieve assortiment en voor we echt mogen kopen in de democratisch snoeppot, mogen we genieten van de aanprijzingen de komende veertig dagen. 15 maart weten we hopelijk wat we willen ‘kopen’. We hebben dan de ruzies, leugens, overdrijvingen, valse beloftes, onthullingen en de gladde marketingpraatjes op waarde weten te schatten. Spannend, ik weet nog totaal niet wat ik wil kopen. Of ik weet het eigenlijk wel, maar weet niet of het in de aanbieding is, of blijft. De Tweede Kamerverkiezingen met 28 partijen is natuurlijk een feest der democratie. We weten nog niet of het een beschaafd feestje wordt. Links en rechts, oude en nieuw politiek, grachtengordel, gevestigde orde en protestpartijen; afsplitsingen en nieuwe partijen. Allemaal richten ze hun pijlen op de electorale consument, met meningen, feiten en zo u wilt alternatieve feiten over Europa, vluchtelingen, ouderenzorg, Erdogan, Poetin en Trump. Ik ben een van die consumenten en zal me een weg moeten banen in het exhibitionisme van meningen en bevindingen van de heren en dames politici.
Een tocht dus van veertig dagen om tot een wijs besluit te komen. Ik, autochtone hoogopgeleide witte Nederlander met als extra handicap dat ik man ben, moet aan zelfonderzoek gaan doen. Ben ik multiculti of toch misschien wel representant van ‘de boze witte mannen-pest’? Zal ik gaan voor de nuance en redelijkheid of ga ik me als een recalcitrante stemmer opstellen? Kom ik over veertig dagen met een principieel besluit of laat ik me leiden door strategische overwegingen? Welke strategische overwegingen trouwens, want op grond waarvan zijn de onderzoeken betrouwbaar? De Brexit had de ‘mainstream’ niet voorzien, laat staan Donald Trump. Door wat laat ik me uiteindelijk leiden of verleiden? Angst voor Europa, angst voor oorlog of terrorisme, angst voor het rechtse gevaar, angst voor de grachtengordel en de elite? Of ben ik ook nog ergens voor en voorzie prachtige toekomstbeelden met een van de 28 partijen die zichzelf in de aanbieding gooien om van Nederland een paradijs te maken.?
De komende veertig dagen staan mijn eigen overwegingen, hersenspinsels en de dagelijkse verkiezingsbanaliteit centraal in de serie: Een tocht door stemmend Nederland…..nog 40 dagen.



woordenboek wist te herleiden. (Dar de comer, dar de beber, Vestir os indigentes, Acolher peregrinos, cuidar dos doentes, visitar os presos en sepultar os mortos) Allemaal stichtelijke teksten, zo vlak voor de viering van de geboorte van kindje Jezus.Het kan geen toeval zijn dat ik naast de tegel zat met ‘visitar os presos’ oftewel bezoek de gevangenen. Zo kon ik de hele tijd ook nog aan mijn werk denken.




mijn woordenboekje, zeurpiet trouwens wel. Ik ben vandaag dus geen maçador) Het is verdorie geen vakantie, maar een studiereis nota bene. Er moet gewerkt worden. Dat ik niet meteen alles en iedereen aanspreek om te tonen dat ik een paar woordjes Portugees kan wauwelen, is geen ramp. Zo zit deze mens niet in elkaar. Maar luisteren, kijken, dingen opvangen en meteen verwerken dat is het devies van vandaag. Dat schrijven we dan meteen in een schriftje en verwerken we ’s avonds op de computer. Het woord calvinisme komt bij me op. Zou dat in het Portugees eigenlijk wel bestaan? Mijn woordenboekje zegt ja, calvinismo! Ik waag te betwijfelen of meer dan 5 % van de Portugezen wel eens van dat woord heeft gehoord, laat staan het begrijpen.
Het doel van vandaag is Sintra, een plaatsje in de buurt van Lissabon, zo’n veertig minuten met de trein. Ik lees de opschriften in de trein en de woorden die ik niet ken en schrijf dat op. Boete (coima), wet (lei) en dat je tijd en geld kunt besparen. Dat laatste is blijkbaar niet alleen voor calvinisten, maar ook Portugezen vinden dat blijkbaar fijn. (poupe tempo e dinheiro) Ik deel de trein met Zweden, Japanners, Chinezen, Spanjaarden en Duitsers, dus en passant zoek ik dat maar eens even op. Ondertussen kijk ik ook naar buiten hoor en merk op dat Benfica, bekend van de voetbalclub, ook een wijk is. Een hele arme zelfs en even verder op schrik ik zelfs een beetje. (probeza = armoede). En zo vermaken we ons wel tot Sintra. Ledigheid is des duivels oor kussen, dus bij vermaak alleen blijft het niet vandaag. In Sintra, het buitenverblijf van de voormalige Portugese koningen, staan meerdere kastelen. Ik heb er geen zin in, maar besluit richting de tuinen van Montserrate
te lopen bij het gelijknamige kasteel. Het weer is prachtig en het valt me op dat de bladeren hier ook vallen, maar dat sommige bomen ook nog groen zijn. (blad is folha) Mijn gedachten (pensamentos) drijven naar de seizoenen, het is al herfst (o Outono), dat lijkt op het Franse automne. We pakken dan gelijk de Ivorno (winter), Primavera (lente) en Verão maar even mee. Ik heb helemaal niet door dat ik veel te hard loop gezien mijn slechte (mau) conditie, er zitten steile stukjes weg in. Bovendien niemand loopt (andar of caminhar) naar de toeristische trekpleister. Allemaal pakken ze het toeristenbusje bijna. Een beetje moe (cansado) kom ik boven en besluit de tuin de tuin te laten. Ik moet ook nog terug bedenk ik me. Mijn schriftje heeft al zo’n vijftig woorden bij elkaar, die ik ’s avonds nog wil verwerken.
Voor niets gaat de zon op en onder, wie Portugees wil leren moet van ander hout gesneden zijn, dus gewoon doorpokkelen. Ik maak mijn lijstje, inmiddels 70 woorden, die ik uiteraard ook nog even oefen. Hoe lang ze in mijn grijze massa blijven zitten is natuurlijk mede afhankelijk van mijn doorzettingsvermogen de komende tijd. Ik ben tevreden voor vandaag, ondanks de rugpijn (dores de costas) die nadrukkelijk aanwezig is, maar dat is misschien wel de prijs van calvinismo. Maar mij hoor je niet klagen, ik ben immers geen maçador.
naar Restelo. Ik moest waarschijnlijk ergens overstappen, maar moest nu met het woud van tram- en buslijntjes een plan b maken. Wachten, reizen en zoeken kostte me ruim anderhalf uur extra, de tijd die ik ook had kunnen gebruiken om het lopend af te leggen. Instinctief wist ik dat ik ook de trein had kunnen pakken en de laatste 20 minuten lopen. Maar dat is niet spannend. Maar dat was dit ook niet, want bus 27 was een potje pieren met weinig mogelijkheden om te genieten van het inmiddels regenachtige Lissabon. Uiteindelijk kwam ik tussen een en twee aan. Ik wist dat de clubshop van OS Belenenses gesloten was. Als bijvangst maar even naar de toren van Belém lopen. De zon was inmiddels warm geworden. Uiteindelijk had ik het kaartje zonder problemen zoals de Facebookpagina van de club me had beloofd. Vol trots maak ik een foto voor mijn oudste zoon, ook voetbalfan, die een paar weken terug naar Milaan is geweest voor een wedstrijd van Inter. Wat zoon kan, kan pa ook.
Op de terugweg maar de trein naar Cais do Sodre. De zon scheen en het regende tegelijkertijd. Een heel blond on-Portugees jongetje met een even blonde moeder keuvelden samen en het kereltje zei tussen het rap Portugees het woord ‘Rainbow’. Diep in mijn geheugen zocht ik naar het Portugese equivalent. ‘Arco, Arco…..Arco-wat ook al weer terwijl ik naar de fletse boog keek. Bij het uitstappen wist ik het ‘o arco-iris’. Ik had het ooit ergens gehoord en vond het een mooi woord. Nog steeds trouwens en aan het einde stond mijn potje met goud voor vandaag, het kaartje voor de match. (o jogo)
