O NASCIMENTO DO MENINO JESUS De vijfde Portugese wandeling

20161129_141357

De feestdagen komen er aan en dat is in de etalages in Lissabon te merken. Voor mij is het nog even wennen om de aanstormende kerstsfeer met een stralende zon en koffiedrinkend op een terrasje te moeten meemaken. En sommige zaken wennen snel. Ik ben vandaag op zoek naar de geboorte van kindje Jezus (O nascimento do menino Jesus) En wie niet in deze dagen? Zijn we na een moeilijk jaar 2016 niet allemaal toe aan een beetje bezinning? Ik wel, maar of de zoektocht naar menino Jesus vandaag bezinning zal geven, waag ik te betwijfelen. Ik zocht de nieuwgeborene in de Igreja São João de Deus. Een relatief nieuwe kerk, in een gegoede buitenwijk, op zo’n vijftien minuten met de groene lijn van de metro (ligna verde). In de kerk, achter het altaar hangt een fresco, een drieluik van de schilder Doningos Rebêlo. Nu ga ik niet doen alsof ik deze schilder ken, dus moet ik het ook hebben van de wikipediapagina. En op deze pagina staat niet vermeld, wat mijn collega wel wist.

20161129_135906

Op de linker fresco staat het nog jonge kindje Jezus, ogenschijnlijk tegen gevangenen te praten. Daarbij de tekst: João de Dues, Granada sera a tua cruz. Ik ga niet duiden of op andere wijze de tekst en fresco religieus verklaren. Ook de geboorte van Jezus is geen onderwerp van gesprek, hoewel. Het ging mij niet om de geboorte van Jezus, al weer ruim 2000 jaar geleden, maar om de kunstzinnige geboorte van Jezus door de schilder Rebêlo. Ik had er nooit bij stil gestaan dat een schilder ook voor kerkelijke kunst modellen nodig heeft. Ik dacht dat juist deze kunst door de hand van God tot stand zou komen. Mijn collega gaf aan dat haar moeder op jeugdige leeftijd model heeft gestaan voor het kindje Jezus. Dat wilde ik wel even bekijken. En die kans kreeg ik.

20161129_140255

Toen ik aankwam, zette ik me even in de kerkbanken neer, maar voor ik er erg in had kwam de pastoor er aan en begon een dienst. Ik had het kunnen weten, want het aantal, met name vrouwen van zekere leeftijd dat in de kerk zat, was zelfs voor Portugese begrippen op een willekeurig tijdstip, groot. Met goed fatsoen kon ik geen foto’s meer maken en diende de dienst uit te zitten. Of ik het verstaan heb? Zoals in alle kerken is de galm van de versterker een storende factor, anders had ik het natuurlijk woordelijk kunnen meemaken. In gedachte was ik al bezig om de pastoor uit te leggen dat Jezus een vrouw is, zeker in zijn kerk. Hoewel het een vriendelijk man oogde, en heel vals zong, weet ik niet of hij mijn nieuwlichterij op waarde zou schatten. Heftige discussies in het Portugees bereidde ik al voor, maar het zou niet nodig zijn. De man was snel verdwenen. En na tien minuten kon ik foto’s maken, want eerst hadden de dames nog een eigen dienstje. Ik weet niet of ze de rozenkrans afwerkten, maar ze konden het af zonder de voorganger. Misschien bezworen ze wel dat Jezus een vrouw is? Ik heb het ze niet gevraagd, dat durfde ik niet.

Toen de foto’s gemaakt waren, bleek de kerk verder een bron van inspiratie voor een leerling Portugees. Op het middenpad lagen grote tegels met opschrift die ik bijna zonder 20161129_135808woordenboek wist te herleiden. (Dar de comer, dar de beber, Vestir os indigentes, Acolher peregrinos, cuidar dos doentes, visitar os presos en sepultar os mortos) Allemaal stichtelijke teksten, zo vlak voor de viering van de geboorte van kindje Jezus.Het kan geen toeval zijn dat ik naast de tegel zat met ‘visitar os presos’ oftewel bezoek de gevangenen. Zo kon ik de hele tijd ook nog aan mijn werk denken.

20161129_162221

’s Middags bezocht ik een andere goddelijkheid. Ook die is er niet meer. In de woning waar de koningin van de Fado, Amalia Rodrigues, de laatste veertig heeft gewoond, kreeg ik een persoonlijke rondleiding van een jonge Portugese. Nadat ze vernam dat ik dit mijn eerste wankele schreden heb gezet, wisselde ze Engels en Portugees af. Ze waarschuwde me voor de vele valkuilen van de taal en legde me uit dat cozer en coser (koken en naaien) voor buitenlanders verdomd moeilijk is. Verder gaf ze af op de Spanjaarden die er maar aan wennen moesten dat haar generatie de arrogantie van de Spanjaarden niet meer pikte. Als ik haar zo beluister, is het maar goed dat ik geen Spaans leer, maar Portugees.

Laatste twee foto’s van de tuin bij het Amaliahuis, binnen mochten helaas geen foto’s worden gemaakt.

20161129_162228

A BUSCA DA MULHER COM… De vierde Portugese wandeling

20160401_132127

Lissabon, april 2016

Ik ga vandaag op zoek naar een ontdekking die ik eerder dit jaar in Portugal heb gedaan. In april was ik met mijn lief voor de eerste keer in Lissabon. De toeristische high-lights hebben we gezien en dus liepen we ook in de buurt van het Castelo de Sã0 Jorge. Op zich geen nieuwswaardig feit, honderdduizenden doen dit. Bij het kasteel speelde net als elders in de stad artiesten of semi-artiesten om toeristen te vermaken. Op de plek bij de ingang van het kasteel, speelde een dame op een instrument dat bleek de handpan te zijn. Eigenlijk is dit voor mij niet te vertalen, maar ik doe een gooi, panela de mão. Ik was helemaal verkocht voor dit instrument en eenmaal terug in Nederland wilde ik er een kopen en me bekwamen in dit magnifieke instrument, ritmisch en melodieus. Het is er niet van gekomen. En dat is maar goed ook, want nu leer ik Portugees. Naast een werkzaam leven zijn twee nieuwe hobby’s  wel een beetje te veel van het goede.

 

Mijn oudste zoon vindt trouwens dat ik een fiep heb als het gaat om het leren van deze nieuwe taal. Ik houd hem voor dat ik voor hetzelfde geld, hoewel een goede handpan heel prijzig is, ook de handpan als fiep had kunnen hanteren. Dat geeft veel meer decibels en waarschijnlijk ergernis van mijn huisgenoten. Nu zijn ze me hooguit af en toe een paar dagen kwijt voor een reisje naar Lissabon en dat levert vast geen ergernis op. Dus vandaag ben ik op zoek naar de dame met de handpan oftewel a busca da mulher com…….. Het weer was stralend, blauwe luchten en eigenlijk te warm voor mijn colbert. Maar mijn paspoort zat er in en waardevolle spullen draag ik graag op mijn lijf en niet in de rugzak (mochila). Je zult het maar kwijtraken, je paspoort of telefoon met al je pasjes. Om van een voetbalkaartje nog maar niet te spreken.

 

Welgemoed loop ik door de Portugese hoofdstad alsof ik die ken als mijn eigen broekzak. Het laatste stukje nam ik met ligna 28. Richting het kasteel hoorde ik geen muziek. Misschien houdt ze even pauze maakte ik mezelf wijs. Maar nee hoor, ze was er niet. Wel een verveelde hippie-achtige Zweed die zijn elektrische orgel net aan het inpakken was. ,,Rot op”, dacht ik. Maar tegelijkertijd bracht dit hoop. Misschien mag hij maar tot elf uur spelen en was het nu tijd voor de handpandame? Ik ga op een bankje zitten en schrijf nog wat Portugese woorden op die ik onderweg was tegengekomen. Maar dat had ik niet moeten doen. Ik ben al snel het slachtoffer van straatverkopers, bedelaars en andere nooddruftigen.  Dat heb ik Nederland, maar de kans in Lissabon is vele malen groter. Nu ik eenmaal vijftig ben heb ik inmiddels een beperkt arsenaal aan ontwijk-strategieën. Maar als ik ergens ga zitten is het feest. Bedelaars komen geld vragen, maar een sigaret is ook altijd goed. Een zonnebril of afgelopen zaterdag met regen (chuva) is een paraplu uiteraard iets dat ik nodig heb. Resumerend heb ik vandaag wiet, coke, parfum voor ‘minha mulher‘, een zonnebril, stomme selfie-sticks en zelfs een laserpen kunnen kopen zonder dat ik er om vroeg. Zittend bij de ingang van het kasteel kwam een lange magere donkere man op me af. Hij gaf me een hand, stelde zich voor en zij dat hij uit Senegal kwam. Toen ik Vincent en Nederland zei met het inmiddels geleerde muito prazer, schatte hij me in op een armband (uma pulseira). Waarom Afrikanen denken dat een middelbare te dikke man zonder hipster uitstraling nu een kralenketting om moet doen, vraag ik me af. Het was niet de eerste keer. Met de hoop dat mijn ‘date’ nog zou komen, was ik goedgemutst. Hij deed nogal wat moeite om de juiste maat voor mijn pols te vinden. Hij maakt ze blijkbaar op zijn eigen smalle polsen en dat is dan weer niet handig met de vele toeristen. We keuvelen nog wat, uiteraard in het Engels. Hij zoekt na een paar minuten, als hij door heeft dat ik het bij slechts een armband laat, weer andere slachtoffers. Ik blijf uiteraard nog wachten.

20161128_124232

Lissabon, november 2016

Na een kwartier geef ik de hoop op. Maar goed het zonnetje schijnt en er is nog veel te zien in Lissabon. Een teleurstelling kan ik vandaag goed aan. En als een echte Feyenoordfan bij het verlies met 4-0 tegen Manchester United zingt ‘Let’s pretend we scored o goal’ en dan feestend uit zijn dak gaat, bedenk ik: Let’s pretend we had a date.

20161128_202148

de buit

MACADOR De derde Portugese wandeling

 

Ik vond dat ik vandaag na het debacle van gisteren mezelf maar eens bij kop en kont moet pakken. Niet zeuren oftewel Choramingar. (Deze moest ik ff googelen, want stond niet in 20161127_143043mijn woordenboekje, zeurpiet trouwens wel. Ik ben vandaag dus geen maçador) Het is verdorie geen vakantie, maar een studiereis nota bene. Er moet gewerkt worden. Dat ik niet meteen alles en iedereen aanspreek om te tonen dat ik een paar woordjes Portugees kan wauwelen, is geen ramp. Zo zit deze mens niet in elkaar. Maar luisteren, kijken, dingen opvangen en meteen verwerken dat is het devies van vandaag. Dat schrijven we dan meteen in een schriftje en verwerken we ’s avonds op de computer. Het woord calvinisme komt bij me op. Zou dat in het Portugees eigenlijk wel bestaan? Mijn woordenboekje zegt ja, calvinismo! Ik waag te betwijfelen of meer dan 5 % van de Portugezen wel eens van dat woord heeft gehoord, laat staan het begrijpen.

 

20161127_143511Het doel van vandaag is Sintra, een plaatsje in de buurt van Lissabon, zo’n veertig minuten met de trein. Ik lees de opschriften in de trein en de woorden die ik niet ken en schrijf dat op. Boete (coima), wet (lei) en dat je tijd en geld kunt besparen. Dat laatste is blijkbaar niet alleen voor calvinisten, maar ook Portugezen vinden dat blijkbaar fijn. (poupe tempo e dinheiro) Ik deel de trein met Zweden, Japanners, Chinezen, Spanjaarden en Duitsers, dus en passant zoek ik dat maar eens even op. Ondertussen kijk ik ook naar buiten hoor en merk op dat Benfica, bekend van de voetbalclub, ook een wijk is. Een hele arme zelfs en even verder op schrik ik zelfs een beetje. (probeza = armoede). En zo vermaken we ons wel tot Sintra. Ledigheid is des duivels oor kussen, dus bij vermaak alleen blijft het niet vandaag. In Sintra, het buitenverblijf van de voormalige Portugese koningen, staan meerdere kastelen. Ik heb er geen zin in, maar besluit richting de tuinen van Montserrate 20161127_154933te lopen bij het gelijknamige kasteel. Het weer is prachtig en het valt me op dat de bladeren hier ook vallen, maar dat sommige bomen ook nog groen zijn. (blad is folha) Mijn gedachten (pensamentos) drijven naar de seizoenen, het is al herfst (o Outono), dat lijkt op het Franse automne. We pakken dan gelijk de Ivorno (winter), Primavera (lente) en Verão maar even mee. Ik heb helemaal niet door dat ik veel te hard loop gezien mijn slechte (mau) conditie, er zitten steile stukjes weg in. Bovendien niemand loopt (andar of caminhar) naar de toeristische trekpleister. Allemaal pakken ze het toeristenbusje bijna. Een beetje moe (cansado) kom ik boven en besluit de tuin de tuin te laten. Ik moet ook nog terug bedenk ik me. Mijn schriftje heeft al zo’n vijftig woorden bij elkaar, die ik ’s avonds nog wil verwerken.

 

20161127_172900Voor niets gaat de zon op en onder, wie Portugees wil leren moet van ander hout gesneden zijn, dus gewoon doorpokkelen. Ik maak mijn lijstje, inmiddels 70 woorden, die ik uiteraard ook nog even oefen. Hoe lang ze in mijn grijze massa blijven zitten is natuurlijk mede afhankelijk van mijn doorzettingsvermogen de komende tijd. Ik ben tevreden voor vandaag, ondanks de rugpijn (dores de costas) die nadrukkelijk aanwezig is, maar dat is misschien wel de prijs van calvinismo. Maar mij hoor je niet klagen, ik ben immers geen maçador.

 

 

O HOMEM TRISTE De tweede Portugese wandeling

Ken je die mop van de twee jongens die naar Parijs gingen…….nou? Het antwoord hoef ik niet te geven. Deze mop is een evergreen onder de moppen en eigenlijk helemaal niet grappig. Met dit gegeven als appatizer, entradas zullen we maar zeggen, begint mijn tweede wandeling.

Een kaartje kopen voor de wedstrijd OS Beleneses vs. FC Porto was het eerste doel van vandaag. Wat de rest van de dag zou brengen laat ik maar op me afkomen. Maar eerst een krantje, een cappuccino en een broodje bij een van de vele bakkerijen (padarias) annex koffiehuis. Ik had even uitgezocht welke bus of tram ik moest pakken naar Estádio do Restelo. Meerdere keuzes maar lijn 714 met bus gaat het gemakkelijkste. Wachtend in een ochtendzonnetje, terwijl de wegen nog nat zijn van de buien van afgelopen nacht, heb ik me het geduld aangemeten van een volleerd Portugees. Na ruim 30 minuten wachten met wat plaatselijke matrones sprak er eentje mij aan. Ik moest de andere bus nemen naar Belém. Alle kaaskoppen en aanverwanten gaan naar Belém is haar stellige overtuiging. Toen ik het woord Estádio do Restelo noemde, moest ik met hen instappen. En passant wisten ze te melden dat bus 714 hier niet stopte hoewel Google maps en de aanwijzingen van het bushokje iets anders beweren. Het verklaart in ieder geval de lange wachttijd. In perfect Engels zei de vriendelijke ouwe taart ‘number 27’. Maar lijn 27 ging helemaal niet20161126_133459 naar Restelo. Ik moest waarschijnlijk ergens overstappen, maar moest nu met het woud van tram- en buslijntjes een plan b maken. Wachten, reizen en zoeken kostte me ruim anderhalf uur extra, de tijd die ik ook had kunnen gebruiken om het lopend af te leggen. Instinctief wist ik dat ik ook de trein had kunnen pakken en de laatste 20 minuten lopen. Maar dat is niet spannend. Maar dat was dit ook niet, want bus 27 was een potje pieren met weinig mogelijkheden om te genieten van het inmiddels regenachtige Lissabon. Uiteindelijk kwam ik tussen een en twee aan. Ik wist dat de clubshop van OS Belenenses gesloten was. Als bijvangst maar even naar de toren van Belém lopen. De zon was inmiddels warm geworden. Uiteindelijk had ik het kaartje zonder problemen zoals de Facebookpagina van de club me had beloofd. Vol trots maak ik een foto voor mijn oudste zoon, ook voetbalfan, die een paar weken terug naar Milaan is geweest voor een wedstrijd van Inter. Wat zoon kan, kan pa ook.

img-20161126-wa0003

20161126_140514Op de terugweg maar de trein naar Cais do Sodre. De zon scheen en het regende tegelijkertijd. Een heel blond on-Portugees jongetje met een even blonde moeder keuvelden samen en het kereltje zei tussen het rap Portugees het woord ‘Rainbow’. Diep in mijn geheugen zocht ik naar het Portugese equivalent. ‘Arco, Arco…..Arco-wat ook al weer terwijl ik naar de fletse boog keek. Bij het uitstappen wist ik het ‘o arco-iris’. Ik had het ooit ergens gehoord en vond het een mooi woord. Nog steeds trouwens en aan het einde stond mijn potje met goud voor vandaag, het kaartje voor de match. (o jogo)

’s Avonds op tijd terug richting het stadion. Ik had al gezien dat je in de buurt wat kon eten. Het was rond half zeven nog rustig, maar een vriendelijke dame glimlachte uitnodigend toen ik de kaart bekeek van een Frans restaurant en ik was slachtoffer van haar commerciële avances. Ik moest immers wat, en de nabijgelegen MacDonalds was me toch te gortig. Ik werd aangesproken in het Frans en hoewel ik passend antwoord gaf, ging de dame over in Engels. Dan ben ik verkocht hoor en alles in mij weigert dan Portugees te spreken. Op goed geluk koos ik een tartaar de Chef, niet beseffend dat het koud vlees was met ui (a cebola), gelardeerd met nog eens koud eigeel. Dapper werkte ik het weg met extreem dunne Franse frietjes met angst voor een voedselvergiftiging, Maar als het zover is zal dat wel na de wedstrijd zijn. Ik was snel klaar, alleen eten is niet zo’n liefhebberij van mij. Eenmaal buiten zocht ik naar mijn kaartje, die ik in mijn paspoort had gedaan. Niets! Terug naar het restaurant. Niets! Dan maar weer terug naar mijn slaapplek. Misschien bij het fotograferen naar mijn zoon laten liggen. Dus 10 minuten naar de trein lopen, wachten op de trein (10 minuten), treinreis 7 minuten, lopen naar het appartement (nog eens ruim tien minuten) en dan weer terug. Ik had nog vijf kwartier, dat moet moet lukken als ik geluk heb. Mits……..het kaartje lag er niet. Weg, foetsie en nergens meer te vinden. Wat een k** dag.

Triest zoek ik mijn overzichtelijke kamer af, nogmaals alle zakken en probeer na te gaan hoe dit zo heeft kunnen lopen. Veel vragen, geen antwoord. Ik zoek naar de vertaling van ‘kent u de man die naar de voetbalwedstrijd in Lissabon ging’ (você sabe o homem que foi para o jogo de futebol). Ook dit was geen grap.

Als je dan tenslotte genoegen wil nemen met de wedstrijd dan maar te volgen op de vele sportzenders die Portugal rijk is, kom je bedrogen uit. Niets van dit alles. De wedstrijd wordt becommentarieerd door allerlei interessant doende mannen die kijken naar de wedstrijd en van commentaar voorzien. Ik zoek naarstig naar wat fijne vloekwoorden in het Portugees. Ik weet inmiddels dat vloeken praguejar is. Ik zal de juf binnenkort eens vragen om dit aspect van de Portugese taal eens nader te belichten.

De wedstrijd is geëindigd in 0-0 en het heeft de hele avond geregend, dat dan weer wel.

TEM De eerste Portugese wandeling

 

En dan ben je vijftig geworden en je bent niet beter of anders dan alle andere penopauzers. Integendeel zou ik haast zeggen. Wel ben je ervan overtuigd dat ik geen motor gaat kopen en erger nog, lessen nemen op een echte Harley Davidson. Ook heb ik al in een vroegtijdig stadium besloten niet aan de tweede leg te gaan beginnen. Hiervoor was niet zoveel overtuigingskracht nodig. En zeg nu eerlijk, wat is er nu triester dan een grijze kop zichzelf proberen te overstijgen door gemaakt speels en verliefd te doen met een jong wicht van amper dertig of nog groener? Nee, ik had besloten voor mijn vijfenvijftigste een Portugees literair boek te doorgronden. In het Portugees natuurlijk. En daar moet je wel wat voor doen.

20161125_185647

Een Portugees klasje was snel gevonden. Verder heb ik erg veel lol aan allerlei apps op mijn mobiel die de woordenkennis snel opvijzelen. Dus in mijn hoofd babbelde ik er al aardig op los. Met de Portugese lessen is een reisje naar Lissabon natuurlijk een must. Een soort studiereis zullen we maar zeggen, logisch toch? Mijn ‘eerste leg’ had geen vakantiedagen genoeg, dus dan maar alleen. Dat is bovendien beter voor de vorderingen van het Portugees. Het gaat niet om het feesten en de lol, al zit ik aan de rand van de uitgaanswijk Bairro Alto. Aan mij niet besteed, zeker niet de eerste dag en eigenlijk ook niet in mijn eentje. Een mooie reden om allerlei vreemden aan de spreken zou je denken? Maar als je beseft dat in Nederlandse uitgaansgelegenheden ik de Nederlandse taal vaak maar half versta, zie ik weinig heil om het feestbeest uit te gaan hangen. Nee, maar de eerste ontmoeting met de dames van het toeristenoffice op het vliegveld dat zou mijn ding worden. Ik moet immers vrij reizen met de Lisboa-card. Ik had nog wel een vraagje paraat. Maar mijn kop zal aan alle kanten Noord-Europees hebben geseind, in vol Engels werd ik bejegend en in een reflex, of eigenlijk te bang om te hakkelen, schoot ik ook vol vuur in de Engelse taal. Balend van mijn falen en gebrek aan daadkracht droop ik met mijn Lisboa-card richting de metro. Toen besefte ik dat ik geen plattegrond had, herkansing! Bij een andere juffrouw vroeg ik in mijn beste Portugees ‘Tem um mapa dos transportes publicos?‘ En ja ik kreeg het gewenste mee. Achteraf heb ik het in het enkelvoud gevraagd, maar een kniesoor die daar op let. Nu weet ik het tenminste voor altijd. Ik ben niet meer te temmen.

20161125_225956.jpg

Met Tem kun je heel veel. Tem uma cervaja, tem cigarros. Zo eenvoudig is het. Bij het afrekenen was ik zo enthousiast dat ik al wilde vragen heeft u een rekening. Natuurlijk hebben ze die, dus op tijd vroeg ik Posso pagar, por favor. Op weg naar mijn prima onderkomen,  haalde ik nog een biertje. Opeens kwam ik op een mij andere bekende Portugese oneliner: Como se diz……..oftewel ‘hoe zeg je’. Ik wilde een plastic zak voor twee biertjes en twee bananen. Ik had ze gemakkelijk kunnen dragen, maar alles voor progressie in de Portugese taal, dus fuck het milieu. (foda-se o ambiente) Dit laatste is met google translate, want ik weet zo niet of de portugezen dit zo zeggen. Trouwens plastic zak is ‘socco’.

 

Voor de komende dagen heb ik in ieder geval een houvast aan twee zinnetjes, maar verder valt het tegen. Zeker met mijn karakterstructuur waarbij ik in het Nederlands alleen maar zinnige dingen zeg. Dan valt het niet mee om je als vijftiger in Jip en Janneke taal te moeten uitdrukken, en zelfs dat nog niet eens.

Beschavingsoffensief: Trump of Clinton

,,Ik doe niet meer mee.”

Dit is mijn nieuwe levensmotto voor de komende tijd. Met nadruk ‘levensmoto’ want er is geen vezel in mijn lijf die denkt om er in zijn geheel uit te stappen. Integendeel, ik denk met mijn zojuist gekozen motto een voller leven te gaan creëren. Het sluimerde al een tijdje, maar ik had er blijkbaar nog geen woorden aan kunnen geven. Nu wel. Vorig jaar had ik al besloten om me niet meer te mengen in de Zwartepietendiscussie. Nadat al mijn nuances hieromtrent verloren gingen in het misdragen van de grachtengordel èn de Wildersadepten, zag ik af van discussie op dit gebied. Sterker nog, voor mij bestaat het hele sinterklaasfeest niet meer. Klaar, over en uit. Ik doe niet meer mee. Ik zag er toen nog geen levensmotto in, nu wel.

De aanleiding is het circus rond de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Met recht vraag ik me af wie hier nu op zit te wachten? Maar tot mijn verbazing zijn er hele stammen welopgevoede dames en heren die hun nachtrust opofferen om naar de slechtst geregisseerde C-movie te kijken om er de volgende ochtend opgetogen over te discussiëren. Met een nauwelijks verholen opwindingen duiden ze het tweegevecht tussen Trump en Clinton. Ze zoeken in allerlei discutabele onderzoekjes het gelijk van hun favoriet. De massale belangstelling in Amerika en ver daarbuiten geven de hoofdrolspelers het idee dat ze er toe doen. De Amerikaanse presidentsverkiezingen, daar gaat het dus over. Ik denk, ga gewoon slapen. Dit volledig mismaakte festijn, deze totale degradatie van de mensheid is het toch niet waard om bekeken te worden. Hoe meer mensen dit bekijken en belangrijk vinden, des te meer legitimatie deze finale ontmenselijk krijgt. Ik doe dus niet meer mee.

En wat steekt, of, nu ik niet meer mee doe moet ik zeggen stak, is het dedain van de zogenaamde watchers als ze praten over Tokkie-gedrag in eigen land. Wie kijkt er van deze mensen nu naar allerlei platte televisie bij de commerciëlen? Haagse Sjonnies en Anita’s die op vakantie gaan naar Griekenland waarbij hun hoeren en snoeren tot in detail wordt weergegeven. Ouders die meegluren met hun zuipende kroost in Spanje, Utupia of noem het arsenaal aan reallife-series maar op. Dit is voor het pleps, daar kijken ze niet naar. Ze hebben inmiddels hun eigen Tokkie-serie gevonden, de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Geen haar beter en bovendien nog op onmogelijke tijden om er bij te zijn.

Maar Amerika is toch het belangrijkste land in de wereld? Niet lang meer als dit gepruimd wordt. Ik denk dat de Russen niet erg onder de indruk zijn van het beschavingsniveau. China zal op oosterse wijze hun culturele suprematie niet tonen, maar wat zullen ze de Amerikanen en al hun meegenietende watchers heimelijk verachten. Als ik Mexico was zou ik zelf maar een muur bouwen om de Latijns-Amerikaanse culturele waarden te behouden. De Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn wat mij betreft van Zimbabwaans niveau waar Mugabe al jarenlang de absolute macht heeft. Zijn wijze om tegenstanders met succes te weren van het hoogste ambt is amper van een lager niveau dan de publiekelijke moddergevechten in de Verenigde Staten. Daar wil je toch niet naar kijken? Je wilt je toch niet verbonden voelen met een Trump of Clinton? Ik niet tenminste, want ik doe niet meer mee. This is not the time of my life.

 

DENK geïntegreerd

Eigenlijk had ik er helemaal geen zin in. Nadenken over een stuk in de Trouw van vrijdag 7 oktober jl. Het ging over de opbouw van de partij DENK. Alleen de naam is al ongelooflijk pretentieus. Denkend aan DENK, en nu komt er automatisch de neiging om Henri Marsman aan te halen, maar dat is te kaaskopperig, dus dat doe ik maar niet. Ik zie vooral een paar hele pedanterige mannetjes, welbespraakt weliswaar, maar ze hebben schijt aan de kunst der argumentatieleer, maar claimen een aanzienlijk deel van de Turks Nederlandse kiezers voor zich te kunnen winnen. Ja, en natuurlijk Silvana Simons is het uithangbord voor weer andere delen van de ontevreden allochtone kiezers. Het woord allochtoon mag ook niet meer, maar zo lang er geen nadrukkelijk verbod is, kies ik voor duidelijkheid. Silvana Simons dus, ik ga niet meedoen in het bashen van deze vrouw, dat is me te gratuit. Echter het lukt me ook niet om iets positiefs over haar te melden.

Het stuk in de Trouw, 24 uur sudderen mijn gedachten en ik kom tot de conclusie dat DENK een uitermate geïntegreerd bestanddeel vormt van onze samenleving. En dat wil ik wel even met jullie delen.

Allereerst lees ik dat er bewondering is voor de methode van Geert Wilders’ PVV. Zeggen waar het op staat wordt gewaardeerd. Een DENK-aanhanger zegt wel: ,,We zijn de tegenhanger van de PVV.” Ik durf dat te betwijfelen. DENK vist echter net als de PVV in de grote chagrijnige electorale vijver van het Nederlandse ongenoegen. Waarschijnlijk vissen ze op andere vissen, maar toch. De oproep van Mark Rutte om meer te lachen ten spijt, ze delen in ons hedendaagse ongenoegen. Inburgeringspuntje voor DENK.

Mijn geverifieerde feitenkennis over de structuur van de partij is te beperkt. Ze bouwen aan een partijstructuur en dat spreekt in hun voordeel. Dit riekt naar democratie. Maar met de kennis van nu en het zware vermoeden dat mijnheer Erdogan een vinger in de pap heeft, al dan niet via getrouwe vazallen die in Nederland wonen, is zwaar dubieus. Het spreekt natuurlijk boekdelen dat de splitsing van de kamerleden Öztürk en Kuzu gebeurde toen er kritische vragen werden gesteld over de (buitenlandse) financiering van Nederlands Turkse instelling. Op zich is dit kwalijk, maar ze krijgen er weer een inburgeringspuntje bij omdat zodra er een scheet dwars zit, richt men een one-issue partij op. Typisch hedendaags Nederlands waar de polderpolitiek echt definitief op zijn retour is. Geen bruggen bouwen meer, maar verdere polarisering. Lekker niet verder kijken dan je neus lang is typeert de gemiddelde Nederlandse politicus, maar ook de kiezer.

Als derde punt stip ik aan de geluiden van de DENK-bijeenkomst die wel heel nadrukkelijk de totale integratie inluiden. Heel populistisch wordt beweerd dat DENK ook 20 tot 30% aanhang heeft onder de ‘oer-Hollandse’ kiezer. Buiten het feit dat ik geen bespiegeling wil houden over wat nu oer-Hollands is in hun optiek. Ik zou wel eens kunnen roeren in louter discriminatiepraktijken. Wie is die oer-Hollander? Man? Middelbare leeftijd? Stampotminnend? Xenofoob? Ik zeg er maar niets over. Maar in de gelederen van DENK wordt geopperd om de ‘boeren’ in de Achterhoek te hervormen. Die hebben immers nog nooit een allochtoon gezien. En hebbes, het volgende integratiepuntje mag ik toekennen. De grachtengordel spreekt, de grachtengordel van niet oer-Hollandse komaf weliswaar, maar toch. In Doetinchem hebben ze nog nooit een allochtoon gezien. Ik zal niet ontkennen dat de concentraties niet oer-Hollandse medelanders in bijvoorbeeld Doetinchem minder is dan in Amsterdam of Den Haag. Maar misschien hoor je ze daar wat minder, omdat ze een deel van mentaliteit van de oosterling hebben meegekregen. Niet de grote bek en het belerende vingertje? Gewoon hun ding doen in de maatschappij waar ze geboren en opgegroeid zijn? Ik weet het niet zeker, hoor. Desalniettemin een sterk staaltje van het incorporeren van de hedendaagse Randstedelijke Nederlandse mentaliteit.

DENK is dus cum laude geslaagd voor hun Nederlands burgerschap, niets staat het uitdragen van hun beperkte boodschap meer in de weg. Populisme, wegkijken, Randstedelijke bevoogding en ontkenning dat 80% nog gewoon oer-Hollands is. We zullen het wel zien in maart 2017. Het politieke landschap zal met DENK gekleurder kunnen worden, niet constructiever.

Beschaaft en Handhaaft

Ik zie puistige Marokkaantjes, s’avonds laat op straat bij de voetbalkooi. Ze spelen hun spelletjes dromend van het Nederlandse elftal, liever nog het Marokkaanse. Vriendjes zitten in groepjes in de buurt en hebben het gezellig. Buitenstaanders worden achterdochtig bekeken, eigenlijk niet geduld. Een stoere scheld ‘hoer’, een nog stoerdere dreigt met zaken waar een 13-jarige Marokkaan van zijn ouders niet over mag denken. En als het uit de hand loopt komt oom agent misschien. De gezamenlijke morele woede tegen de hele wereld komt naar boven. Hun onzekere toekomst maskerend, krijgt de Hermandad het voor de kiezen. Schelden, middelvingers en misschien wordt er eentje meegenomen naar het bureau. De held en statusverhogend voor de volgende keer. Ze zijn een fijne groep vrienden voor het leven. Ze worden echte goede kut-Marokkaantjes en als ze goed hun best doen belanden ze bij de Mocromaffia. De toekomst onzeker, een slechte pers en volhardend in hun anti-maatschappelijke afkeer, maar ze hebben elkaar als troost en vrienden voor het leven.

Ze staan immers toch maar nabij het afvoerputje van de maatschappij.

Elkaar herkennend aan de verbeten trek, wandelen ze ’s zondags in aangewezen reservaten naar hun clubgebouw. Ze weten van elkaar dat het goed is, de buitenwereld deugt niet, want komt immers toch niet in de hemel. De gemeenschap dekt elkaar met de mantel der liefde als het gaat om onverantwoordelijke zaken. De buitenwereld moet zich er niet mee bemoeien. Ze begrijpen incest immers niet en als het over de scheef is, lees ontdekt wordt, dan grijpt de gemeenschap in, liever nog God. De rol van Vrouwe Justitia is te werelds om serieus te nemen. Fundamentalistische enclaves zijn, gelijk het Rijke Roomsche leven, nauwelijks vatbaar voor de wet en kunnen zo hun anachronistische kwaad verspreiden, het liefst achter gesloten deuren en als het moet even in de openbaarheid om weer snel te opteren voor oplossingen in hun eigen sektarisch denken bij vermeende misstanden. De anderen roepen och en wee, veroordelen de strafrechtelijke praktijken en als de storm is overgewaaid dan gaan ze gewoon weer verder in de beslotenheid van hun goddelijke sektes. Ze blijven volharden in hun goddelijke gelijk en dromen van het leven in de hemel.

Ze leven toch maar in gesloten gemeenschappen waar de meesten meestal geen last van hebben.

Ze zijn jong, slim en omringd door de ware zeden en de juist normen, netjes meegekregen vanuit de betere wijken en dorpen in het land. Hun gedrag is voor het oog onberispelijk. Kritiek op al dan niet vermeende arrogantie glijdt van hen af alsof ze opgebouwd zijn uit teflonlagen. Ze hebben immers de macht, de kennis en het immorele gelijk van hun (voor)ouders georven. Op de leeftijd des onderscheids mogen ze nog even spelen. De latere wereld nabootsen, zonder waarlijke verantwoordelijkheden. En alle “zoontjes van” willen meedoen, de boot niet missen voor het machtige leven later. Een paar hersencellen minder maakt niet uit, ze hebben immers toch genoeg, dus drinken ze sloten bier. Hun geweten wordt vertroebeld door de bacchanalen, ze proeven ‘gleuven’ of zo u wilt bespringen herten, spelen niets ontziend bedrijfje en bepalen eigen waarde en normen. En iedereen doet mee, gekker, doller, dwazer. De gezamenlijke drek van immoreel gedrag naar elkaar is het bewijs van vriendschap voor het leven en aanleiding voor een sektarische vrijmetselarij, de rest van de maatschappij verachtend. De hand wordt ze boven het hoofd gehouden, want hun vaders zitten op posities die ze vrijwaren van maatschappelijke hoon voor misdadig en immoreel gedrag. De pappa’s doen dat immers zelf ook dagelijks, op hun eigen legale wijze in politiek, bedrijven en bestuur. Hun kracht, door gebrek aan gebrek aan eigenheid en individualiteit, wordt ruim gecompenseerd door geld, macht en vriendjespolitiek. Hun wereldse gelijk glorieert.

Ze leven met de rug naar de maatschappij, ontberen verantwoordelijkheid en hebben werkelijk schijt aan de rest, maar ze hebben wel de macht binnen en buiten de sociëteit.

Vindicat, oftewel Handhaaft en Beschaaft. Het handhaven lukt ze goed, de beschaving van onze ‘fine fleur’ is ver te zoeken, want immers de basis voor hun handhaving.

Een gifgroene rochel

,,Ik heb het hart nu eenmaal op de tong liggen.”

Ze keek erbij alsof dit een verdienste is van de buitencategorie en daarom al haar gedragingen bij voorbaat gelegitimeerd zijn. Haar vriendinnen knikken meelevend. Ze durven haar niet tegen te spreken al vermoed ik enige gêne. Maar dat kan aan mij liggen, want ook ik was getuige van het betoog van de zichzelf uitgeroepen spontane en rechtdoorzee dame. Ze moet een jaar of vijfentwintig zijn, draagt een leren broek en een naveltruitje met bijbehorende piercing. Ondanks haar leeftijd kan het naveltruitje absoluut niet. Maar ik heb mijn hart niet op de tong, dus heb mijn esthetische wijsheden voor mezelf gehouden.

 

 

Ze had het uitgemaakt. Het slachtoffer was na de voetbalwedstrijd in de kantine blijven hangen en een biertje gedronken met zijn voetbalmaten. Buiten het ernstige feit dat hij niet mee was gekomen naar haar ouders, was hij volgens haar ook nog flink aangeschoten. Met zo’n kreng aan het handje zou ik iedere dag in de voetbalkantine zijn en de biertap rechtstreeks via een infuus in mijn bloedvaten laten vloeien. Ze kijkt gemeen, ze spreekt vals en is helemaal niet mooi. Maar ze heeft dus wel het hart op haar tong. Ze had hem de waarheid gezegd. Hij was een nietsnut die alleen maar aan werken en voetballen dacht. Hij had nooit tijd voor haar. Bovendien had ze tegen haar vriendinnen geroepen na een veelbetekenende stilte: ,, Hij is een loser in bed, hij kan er niks van. Al twee jaar zeg ik precies hoe ik het hebben wil, maar hij luistert niet.” Er volgen details die alleen vrouwen met elkaar en de VIVA delen. Voor mij als buitenstaander is het te intiem. En niet alleen voor mij, maar voor ieder weldenkend mens. De vriendinnen zetten hun empathische gezicht op en ondersteunen het verhaal met ach en wee’s.

Ik leef mee met de hardwerkende voetbalman. Ik ken hem niet, maar hij komt mij steeds sympathieker voor. Misschien is het geen prater en mogelijk een beetje dom. Wie zal het zeggen? Ik gun hem een lieve en zachte vrouw die dan best een beetje te dik mag zijn. Dat is niet zo erg als je lief bent, je mag van mij dan zelfs een vetrol aan de wereld tonen. Want ook te dikke meisjes van 25 mogen van mij een naveltruitje zolang ze het hart maar niet op de tong hebben.

Eenmaal in de trein zaten ze te ver van me af om de monoloog van de heks nog te kunnen volgen. Ik had dus tijd om na te denken of het goed is je hart op de tong te hebben? Ik heb geen eenduidig antwoord. Zelf heb ik mijn hart niet op de tong. Soms is dat lastig, maar vaak is dat ook prima zo. Als ik me bovenmatig inspan voel ik het hart wel eens in mijn keel. Eigenlijk is dat misschien wel de plek waar mijn hart figuurlijk het meeste zit. De keel kun je meer dan je tong beheersen. Als emoties opkroppen dan heb je de keus, je slikt het ongemak maar eens weg en heel af en toe, kun je de keuze maken om zo’n emotionele gifgroene rochel aan de openbaarheid te geven. Heel rationeel en overwogen maak je lucht door eens duidelijk te maken wat je ervan denkt. Niet dat gedoe van alles dat voor in je mond ligt delen met anderen en zeker niet te vaak. Daar komt alleen maar ellende van. En nog een voordeel, naveltruitjes zal ik niet dragen, een win-win situatie voor mijn omgeving.

Begrip, van de dag (205) Castelo Branco- Portugal

 

20160713_104128

 

 

CASTELO-BRANCO- PORTUGAL

 
De planning voor vandaag is om alle musea die we gisteren en eergisteren niet gezien hebben goed te maken in Castelo Branco. Op voorhand weten we niet echt wat het stadje op dit terrein te bieden heeft, maar we gaan ‘in the blind’ met uitzondering van het museum van de heilige kunst, dat hebben we wel gezien na Fatima. Het eerste bezoek brachten we aan de bisschoppelijke beeldentuin uit de 18e eeuw. Een beauty van een tuin waar de uitdaging bestond om de foto’s zo stabiel mogelijk te maken. Ik vind dat best lastig met een hoesje om je mobiel dat je in balans moet brengen. Verder is de beweging op de knop meestal van dien aard dat je het toestel toch even beweegt en de compositie is uit balans. Buiten een sikkeneurige juffrouw die ons slechts vier euro liet betalen en een tuinman die het liefst door je heen wilde lopen, was het de vier euro meer dan waard. We waren ongeveer de enige, maar toen we weggingen moest een stel Portugese kleuters rondgeleid worden. Ik was blij voor ons zelf, maar vond het sneu voor de kinderen. Er tegenover was in het eveneens mooie stadspark een speeltuin, dat is toch veel interessanter voor die koters.

 

20160713_131544

 

Bij het tweede museum waren ze mogelijk nog onvriendelijker en verveelder, maar ze lieten ons toe. De leider van het stel liep zelfs naar de meterkast om de lampen overal aan te doen. Een tijdelijke expositie moest de historische steentjes en gebruiksvoorwerpen opleuken. . We besloten lopend het kasteel op de berg te beslechten op het heetst van de dag. Tussendoor wel bankjes gevonden in de schaduw om toch nog iets van een siesta gevoel te krijgen. Een mooi uitzicht over de stad kregen we als beloning en het kasteel van de Tempeliers, met Moorse invloeden. Onderweg zagen we het volgende museum dat bezocht moest worden te weten Fundacao Manuel Cargaleiro. We hadden geen idee, het had een historisch museum kunnen zijn, maar ook over de plaatselijke folklore. De buitenkant gaf niets prijs, maar wij waren dan ook zulke sukkels die niet wisten wie Manuel Cargaleiro was.

20160713_104840

 

Hoogst vriendelijk werden we ontvangen, de prijs sloeg nergens op want wederom twee euri per peroon en bovendien een bevlogen gids die in goed verstaanbaar Engels ons alle geheimen ontrafelde van misschien wel de grootste nog levende kunstenaar van Portugal. Hij is in de omgeving van Castelo Branco geboren en schijnt een mondiale reputatie te hebben die zijn weerga niet kent. Tegels en tegelschilderijen van Cargaleiro vinden zijn oorsprong in de pottenbakkunst uit de omgeving vermengd met invloeden van bijvoorbeeld Dali en vele anderen schilders en poëten. Een zin aan hem gelieerd en te vinden in zijn werken vond ik prachtig: Esta era a porta da vizin ha que eu nonca congé ci. (Dit is de deur van de buurman die ik nooit ontmoet heb) Manuel Cargaleiro, die naam moet ik maar eens onthouden.