Oba Oba in Brazilië

Even terug in de tijd en wel zo’n 27 jaar. We hebben het dan over 1981. Sprakeloos is dan nog wat minder Sprakeloos qua omvang, maar de foto die u hier ziet was wel een van mijn meest Sprakeloze momenten in mijn leven. En dat is ook nog op foto vastgelegd, Rio de Janeiro, Brazilië, in een heuse nachtclub, Oba Oba.

Een heel hoogaangeschreven club voor 18 jaar en ouder. Hoewel ik zelf slechts 15 was en mijn broertje zelfs nog geen 14, vormde dit geen beletsel. Gemiddeld een kop groter dan menig Braziliaan en met de gedegen kennis bij mijn oom van het geboden amusement, was het geheel verantwoord. En dat klopt, want hoewel de kleding schaars was en op sommige momenten het bovenstuk ook niet gedragen werd, was het vooral een show gebaseerd op de samba, carnaval en het aantrekken van toeristen die zich in de club met hun vrouw goed konden vertonen. Zoals de Moulin Rouge voor Parijs is, was dat toentertijd Oba Oba voor Rio. Of dit nu nog zo is durf ik niet te zeggen een rondje googelen leverde niet iets spectaculairs op.

Waarom deze foto? Onlangs heb ik met mijn toegenomen kennis van het bloggen een aantal muziekcolumns op het blog gezet. Een van deze columns had betrekking op Beth Carvalho en Mercedes Sosa  en daarmee zat ik weer in Brazilië 27 jaar terug, dus ik ben de foto’s maar eens ingedoken. En deze foto bracht mooie, verwarrende en ietwat schaamtevolle herinneringen naar boven. In de reis naar Brazilië hebben we een aantal binnenlandse reizen gemaakt, een ervan was uiteraard naar Rio de Janeiro en op de afsluitende avond hebben we de nachtclub Oba Oba bezocht. Een mooie ervaring, met veel ritmische muziek, swingende dansers en danseressen. Vooral deze laatsten mochten rekenen op mijn warme belangstelling, maar dan vooral vanaf mijn veilige plek in het publiek. In nabijheid van mijn familie genoot ik volop van de show en ook dus van de prachtige mulattinnen, met hun gave huid, vrouwelijke vormen, oneindig lange benen en kathedralen van billen. Een één woord prachtig gewoon.

Maar nadat het beste van de show bijna is weggeven, komt het publiek aan de beurt. Een geilaard uit Colombia betrad het podium en werd verplicht om mee te dansen, maar had in de spotlights heel veel oog voor de dame met wie hij publiekelijk moest dansen. Zijn ogen bleken vooral in zijn handen te zitten. Later volgde nog een Fransman die zich voor de volle honderd procent gaf aan het dwingende ritme van de samba. En twee mensen was klaarblijkelijk niet voldoende, ook Nederland moest vertegenwoordigd worden. Voor ik het wist, stond ik op het podium. Ik hoorde mijn broertje nog roepen ‘Niet doen’, maar ik weet zeker dat de jaloezie hem uit de oren spoot.

Maar goed, ik schijn gedanst te hebben en volgens mijn moeder niet onverdienstelijk. Maar goed, dat zeggen moeders altijd, ik zelf kan me er niets meer van herinneren. Zelfs was er geen tijd om me te generen, want zo een optreden past in het geheel niet bij me.

Na afloop werd ik hartelijk bedankt en moest toen nog even op de foto die na afloop voor waarschijnlijk heel veel geld gekocht kon worden. Vanaf dat moment komen mijn herinneringen weer terug. Ik weet nog dat ik een warme droge hand in mijn nek voelde en een andere hand op mijn buik drukte. Ik voel zelfs nu nog dat mijn hersenen bijna uit elkaar barsten met die ene vraag. Waar leg ik mijn rechterhand neer? Instinctief voelde ik dat het geheel gepast was om mijn hand op haar heup te leggen, op haar magnifieke billen was geen optie. Maar ik durfde niet en op dat moment wist ik al, daar krijg je spijt van. En dat klopt, niet zo zeer dat ik niet met mijn vingers aan deze mooie vrouw heb gezeten, maar dat knullige gevoel van niet te durven. Op de foto zie je me al schaapachtig lachen en een van de muzikanten achter me kijkt geërgerd of verbaasd. Zo vaak zal hij dat niet zien dat een van de toeristen zijn arm op ongeveer vijftig centimeter spastisch achter de mooie dame laat hangen.

Volledig Sprakeloos van de mooie show, verwarrend omdat ik een piepklein beetje deel uitmaakte van deze show, maar vooral ook een tikkie beschaamd omdat ik niet de macho was die ik had willen zijn. Op de foto is dat niet echt te zien, maar ik weet wel beter.

 

Muslamfundamentalisme

Ieder voorjaar wordt een lijst gepresenteerd van vergeten oorlogen, clashes tussen bevolkingsgroepen of regeringgeweld tegen de eigen bevolking. Veel landen uit Afrika en de voormalige Sovjet-Unie prijken op dat lijstje. De vergeten oorlogen hebben soms duizenden doden tot gevolg, maar ze zijn vergeten omdat ze niet interessant zijn voor ons en onze media. Zelf het genoemde lijstje krijgt nauwelijks aandacht.
Maar ook ‘onze mondiale strijdtonelen’ hebben niet onbeperkt de aandacht. We hoeven maar naar Irak, Afghanistan of Tsjetsjenië te kijken. De doden aldaar worden genoemd en verworden dan tot statistieken.

Op 15 november 2005, een gedenkwaardige dag, werd de onnatuurlijke dood van een musje nieuws van de dag in Nederland. Een musje bedreigde het monnikenwerk van vele tientallen en omdat het musje met redelijke argumenten niet te overreden was, moest het dood. Eén gericht schot: ‘Piaf’ en de dode mus zou niet meer zijn geweest dan een voetnoot bij een al dan niet geslaagde recordpoging met dominosteentjes.
Maar niet in Nederland dus!!!!

Het nieuws wordt groot uitgemeten, met verontwaardigde reacties van mussenliefhebbers en andere gestaalde beschermers van gevederde vrienden. De schutter wordt gedemoniseerd tot een soort Milosovic of Sadam Hussein en wordt, heel logisch, per mail met de dood bedreigd.

Ondertussen blijven doden vallen in Sudan, Zaïre, Irak, Columbia en Azerbeidzjan en waar al niet meer.
Nederland is knettergek en ziek. Al staat bij mij respect voor al het leven in een hoog aanzien, deze psychopatische acties van het muslamfundamentalisme maken mij ziedend. Door dit soort overspannen reacties zal ik nalaten om een volgende keer voor Greenpeace te storten, ook zal ik nimmer in overweging nemen om ooit nog eens het vegetarische levenspad te bewandelen.
Boze gedachten komen in mij op. Zou er mussenlever bestaan?

Ik eet vanavond met smaak een verre achternicht van het musje. Een heerlijk gebraden kippetje zal ik verorberen. Ik zal er geen spijt van hebben oftewel ‘ ‘Je ne regrette rien’ zoals Edith Piaf zou zingen.

 

Rosenmontag Spaziergang

Mistroostig kijkt de man naar buiten. Het aanbod aldaar is niet erg uitnodigend, toch zal hij zijn verplichte wandeling moeten maken voor het psychische en fysieke welzijn. Het is wat grijzig in een witte wereld en op het journaal hebben ze een temperatuur van onder nul beloofd.

Eenmaal buiten blijkt hij een van de weinige helden te zijn. De rest van de mensheid las absoluut geen uitnodiging in de winterse kou geschreven. Ondanks de desolate aanblik, was er veel lawaai. Om voor hem onbegrijpelijke reden maakten de vogels een hels kabaal.

‘Ik ben geen ornitholoog, ik spreek hun taal echter niet.’

Misschien verwittigen ze elkaar dat er een rare tweevoeter met dit weer naar buiten gaat, zonder veren nota bene. Misschien hebben ze wel gewoon honger na zoveel weken sneeuw. Mogelijk spelen de hormonen hen parten, maar worden ze nog gedwarsboomd door de weersomstandigheden en dat is natuurlijk heel frustrerend. Een ding is zeker, de Wielewaal roept hen nog niet.

‘Dus wat doe ik hier in die Siberische koude.’

Buiten de vogels is het bijna stil. Alleen een auto komt langzaam aanrijden, de gladde wegen noodzaakten de chauffeur tot voorzichtig rijgedrag. Als de man bijna genaderd is, stopt hij. Hij kijkt alsof hij best sneller wil rijden, maar de verplichtingen die zijn werk met zich meebrengen zijn belangrijker. Hij pakt uit de achterklap van zijn kleine bestelbusje een pakketje. De leesportefeuille, leesplezier dat je zelf kunt samenstellen lees hij op de auto. De bladenman heeft een uitstervend beroep en aan zijn gezicht te zien, heeft hij er ook nog weinig plezier in. En hij moet nog tien jaar zo te zien en als het even tegenzit, zullen de opvolgers van Vader Drees hem nog twee jaar langer laten lijden.

Als de man in zijn tijdschriften mobiel verder gaat het leesplezier te verspreiden, is het wel echt stil. Ook de vogels houden hun gemak als de rand van het dorp achter hem ligt. Tussen de weilanden en langs het spoor treft de man niemand meer. Voor het psychische en fysieke welzijn, zet hij de pas erin. Het helpt hem ook om een beetje warm te worden en al snel nadert hij het volgende kerkdorp. De hoofdstraat is bezaaid met serpentines en confetti. Hier en daar liggen platgetrapte snoepjes die niet door kinderen zijn opgeraapt. De carnavalsoptocht is de zondag ervoor langs geweest, maar van enige feestelijkheden nu, is amper iets waar te nemen.

‘Het is Rosenmontag’, herinnert de man zich, maar de tijd van kolderieke leut is voor hem al eeuwen geleden.

Trouwens de feestelijkheden op deze desolate maandagochtend lijken ook hier nog niet op gang te zijn gekomen. Uit een van de huizen komt wel de geur van worst en boerenkool via de luchtkoker. De ultieme voorbode dat later die dag mogelijk weer leven in de brouwerij zal zijn. Nu moet de kater eerst weggewerkt worden met koffie en een stevige stamppot. De man kijkt op zijn horloge en ziet dat het half twaalf is.

‘Inderdaad, over een uur of twee zal het aanzienlijk drukker zijn.

Hier en daar fietst een ‘vroege vogel’ in kleurrijke kleding, maar ook met een dikke jas tegen de kou. De gezichten staan niet erg ontspannen, chagrijnig zelfs. Mogelijk dat hutspot met klapstuk bij een van de verzamelpunten van de verschillende vriendenclubs daar verbetering in kan brengen. Het zijn namelijk hoofdzakelijk jonge mannen. Hun vriendinnen zullen ongetwijfeld eerder zijn opgestaan om de noodzakelijke voorbereidingen te treffen voor het eten. Ze hebben statistisch gezien ook minder kans op een enorme kater.

Midden in het dorp staat de enige horecagelegenheid met een feesttent op de parkeerplaats. Aan de buitenkant is het een gewoon café zoals er nog velen staan in de verschillende kerkdorpjes. De tafels zijn bedekt met dikke tafelkleedjes en hoogstwaarschijnlijk staan er ook nog gewoon asbakken. Nu is de entourage feestelijk gemaakt met ballonnen en slingers. Boven de ingang staat dat prins Cor heer en meester is. Zijn gevolg, de carnavalssteken zijn goed zichtbaar vanaf buiten, praat nog rustig na over de avond ervoor. Mogelijk dat ze bezig zijn met de festiviteiten van die middag. Zachtjes is uit de luidsprekers, die boven de foto van prins Cor hangen, muziek te horen. Heel langzaam wordt de stemming er voor die dag ingesleten.

‘Am Rosenmontag bin ich geboren,

Am Rosenmontag bei uns daheim.

Bis Aschermittwoch bin ich verloren,

Den Rosenmontagskinder müssen närrisch sein,

Den Rosenmontagskinder müssen närrisch sein.’

‘Er is hier nog niemand ‘närrisch’’, bedenkt de man terwijl hij het etablissement achter zich laat en verder wandelt, zijn psychische en fysieke welzijn tegemoet.

‘De vogels zijn niet ‘närrisch, de bladenman niet en ook de onderdanen van prins Cor nog lang niet. De enige joker ben ik zelf om met dit weer te wandelen.’

Hij schroeft zijn wandeltempo nog maar eens een beetje op. Toch begint hij onbewust te neuriën en loopt in de cadans van het liedje dat hij in zijn hoofd heeft.

‘Am Rosenmontag bin ich geboren,………..

De zon begint zowaar een gevecht aan te gaan met de grijze lucht als de man zijn rondje heeft gewandeld. Een beetje lente dan toch en een beetje herboren na zijn wandeling. Met het carnavalsfeest bij prins Cor zal het ook wel goed komen die middag en ook de vogels zullen binnenkort hun nesten bouwen. Of het met de bladenman goed zal komen, weet hij niet. Hij kan het alleen maar hopen.

Werkschuw tuig, twee hits uit de musical HAIR

Ik zal het maar eens ronduit en hardop zeggen. Ik heb een hartgrondige hekel aan de jaren zestig en zeventig, of in ieder geval het hippiedom, de flowerpower en het toen geldende politiek en maatschappelijke engagement. Natuurlijk waren er ook goede dingen zoals daar zijn Pipi Langkous, Q & Q, Kunt u mij de Weg naar Hamelen vertellen en wat te denken van de Stratemaker op zeeshow, maar dit terzijde.

De reden om een blogaccount bij de Volkskrant te starten was deze afschuw en mijn onkunde om te reageren op een column van de heer Vreken (volkskrant, link werkt mogelijk niet meer na 1 maart 2011). Het lukte mij niet om het juiste mailadres te vinden om hem te mailen. Wel vond ik deze blogmogelijkheid en zo is mijn eerste blog ontstaan. Mijn bloggeschiedenis is sindsdien gegroeid en mijn hekel aan de overheersing van toonaangevende linkse babyboomers is niet afgenomen. De aanmatigende toon van Marcel van Dam, Jan Pronk en Bram Peper doen mij braken. Ciska Dresselhuijs, Sonja Barend en Hedy D’Ancona, ik word er niet vrolijk van.

De herhalende mantra van hun jeugd blijft hoorbaar. En op zich is dat niet erg, net zo als de generatie ervoor hun spruitjeslucht en wederopbouw mag blijven uiten. Maar de intolerantie voor andere geluiden, jongere generaties en andere strijd- en werkmethodes om doelen te bereiken. Altijd dat eeuwige gezeur over zaligmakende idealen, terwijl ze in hun grachtenpanden of buitenverblijven hun link(s) bij elkaar gegraaide geld verorberen, onderwijl de seksuele revolutie verkondigen, hun linkse ideeën als geboden prediken en jongere generaties voor dom, lui en gemakzuchtig verslijten.

Tja, u begrijpt het. Ik heb het er niet zo mee. Ook in de minder hoge echelons is de betweterigheid nadrukkelijk aanwezig. In onderwijs, zorg en andere publieke sectoren zijn het vaak de mensen die de marktwerking propageren, terwijl ze zelf in hun vrije tijd met weemoed terug kijken op hun studententijd met vrije seks, bezettingen en papieren revoluties.

Love and Peace, laat me niet lachen. Bah.

Maar toch een van mijn favoriete stukjes film en muziek ziet u hieronder.

 

Tja, en als ik dat dan weer zie, dan past slechts mededogen, ook aan hen. Hoe kan ik mezelf weer zo laten gaan? Ik mag niet haten en ik mag geen hekel hebben. De film Hair heb ik misschien al wel 6 keer gezien en ik blijf het leuk vinden. Dit staat in schril contrast met hetgeen hierboven staat. Ik sta over deze tegenstrijdigheid in mezelf soms compleet versteld van mezelf. Sprakeloos als het ware.

 

God help me KNIELEN OP EEN BED VIOLEN/ Jan Siebelink

Het moest er maar eens van komen. Jan Siebelink staat al een aantal jaren in de kast, maar door mij nog ongelezen.

‘Een zwaar, maar prachtig boek’ is een veelgehoord oordeel. De zwaarheid betreft vooral de fundamentalistische geloofsbeleving, niet de intellectuele en filosofische inslag. Tenminste dat is mij verteld. Een gedegen kennis van de bijbel is slechts een pre, geen must. De kinderbijbel heb ik na mijn eerste Heilige Communie trouw gelezen en her en der heb ik nog wel eens een flard Bijbeltekst opgedaan. Het mag geen naam hebben, maar in ieder geval geen beletsel om toch maar aan mijn eerste Siebelink, ‘Knielen in een bed violen’ te beginnen.

Het vangt somber aan en tot mijn grote verbazing is Lathum, slechts tien kilometer van mijn huis, de startpositie van het boek Knielen in een bed violen. Korte hoofdstukjes beschrijven de jeugd van Hans Saviez. Een jongen met theatrale gaven, een ziekelijke moeder die vroeg sterft en een hardvochtige vader die de plaatselijke protestantse kerk niet bevindelijk genoeg vindt en zijn heil zoekt bij een varende Duitse prediker. De relatie tussen vader en zoon is ronduit slecht en de onverwachte slacht van zijn konijn die gold als troost voor de inmiddels puber Hans, drijft hem weg uit Lathum. Met zijn voorliefde voor de natuur trekt hij naar het Westland en zoekt zijn heil bij de kwekers in die contreien. In dezelfde staccato hoofdstukjes kan de lezer ervaren dat deze exercitie goed verloopt.

Echte vriendschappen sluit Hans niet, maar hij wordt gevolgd door de vadsige collega Josef, die hem in een beter christelijk vaarwater wil duwen. Zonder succes overigens. Hans blijft wel contact houden met een jeugdvriendinnetje, Margje uit Lathum, die voor de kost bij een rijk gezin in Velp werkt.

Tot zover leest het vrij vlot, de sfeer is gezet al ben ik nog niet diep onder de indruk. Niet meer dan een uitgebalanceerde streekroman waar een zware dominee op de achtergrond stevig aanwezig is. Mogelijk dat het genre te vinden is in bibliotheken van de ‘Bible Belt’, maar ik ken het niet.

Geheel volgens de verwachting van ‘de streekroman’ komen Hans en Margje bij elkaar en stichten een gezin, waarbij Hans de kost probeert te verdienen als zelfstandig kweker. De periode van trouwen, werken, het krijgen van het eerste kind en het opgroeien van hun zoon Ruben, neemt slechts enkele hoofdstukken in beslag. Mijn indruk is dat de relatie tussen Hans en Margje goed is, Hans is gek op zijn zoon en de zaak loopt niet zo goed in de benepenheid van het middenstandmilieu in Velp.

En in een keer komt Jozef weer in het leven van zijn oud-collega Hans. Tegen de zin van Hans wordt hij andermaal bestookt met zijn sektarische praatjes. Hans koopt obscure godsdienstige boekjes voor veel te veel geld. Hij verbergt zijn onbegrijpelijke belangstelling voor Jozef en zijn kompanen voor Margje, die ook geen weet mag hebben van de kosten voor de oude boekwerken.

In deze fase van het boek begin ik al een beetje af te haken. Ik kan de hoofdpersoon niet volgen. Aan de ene kant is dat niet vreemd omdat godsdienstwaanzin ver van me af staat. Maar aan de andere kant verzaakt hier de schrijver mij als lezer mee te nemen. Ik zie geen enkele reden voor Hans het zover te laten komen. De ontwikkeling in het gedachtegoed van Hans is niet logisch. Ik kan een genetische component bedenken omdat zijn vader ook min of meer godsdienstwaanzinnig was. Je kunt het zien als een vlucht uit de werkelijkheid omdat de zaken niet goed gaan. Niets van dit alles kan ik als lezer aangrijpen om mee te gaan in de idioterie van Hans. Bovendien is de afkeer van Hans voor Jozef en zijn zwarte mannenbroeders eerder een reden om te breken, dan om zich mee de afgrond in te laten zuigen.

Een vermeende onweersbui boven zijn eigen land, heeft hem het licht doen zien en hij gaat uiteindelijk in op de uitnodiging een sektarische bijeenkomst in de buurt van Ede bij te wonen. Noodgedwongen neemt hij zijn zoon Ruben mee. De bijeenkomst in Lunteren moet gezien worden als een initiatieritueel bij de christelijke sekte.

Ik ben op dan op bladzijde 200 beland en besluit niet verder te lezen. De belangrijkste reden is dat ik de hoofdpersoon totaal ongeloofwaardig blijf vinden. Zijn ontwikkeling is niet logisch. Of dit nu komt omdat het fragmentarisch is geschreven, door gebrek aan fantasie bij mij of een combinatie van beide. Ik weet het niet. In mijn beleving hoeft een hoofdpersoon niet sympathiek te zijn, maar het hele inlevingsgevoel komt bij mij niet op gang en dat ligt niet aan het feit dat hij een richting opgaat die de mijne niet is. Een godsdienstwaanzinnige, een psychiatrisch patiënt of een crimineel, het maakt niet uit hoe ver je van de belevingswereld van de hoofdpersoon staat, het is de opdracht van de schrijver om de lezer hierin mee te voeren.

Jan Siebelink is hierin wat mij betreft niet geslaagd. Integendeel. De eerste tweehonderd pagina’s hebben ervoor gezorgd dat ik niet snel aan een nieuwe Siebelink zal beginnen. Het enige positieve waarin Siebelink geslaagd is dat hij de stroperigheid van de diepdonkere geloofsbeleving goed beschrijft want je voelt dat het gezin dat op het randje van de zwartekousenkerk staat en nog dieper in het zwarte goddelijke gat wordt getrokken.

Maar Waarom?

Misschien kan iemand het me in het kort uitleggen en zal ik mijn antipathie tegen dit boek mogelijk overwinnen.

Dus Waarde Medebloggers, help me knielen op een bed violen.

Jan Siebelink

Knielen op een bed violen 

De Bezige Bij 2005

Wandelen rond de hoogmis/ St. Antonius Abt Parochie te LOO

Een nieuw begin, een nieuwe lente met een Paaswandeling rond de Hoogmis die naar Loo gaat. Het kleinste plaatsje van de gemeente Duiven. Ik durf niet te beweren dat ik er op mijn paasbest uitzag, maar ik heb in ieder geval mijn best gedaan. Met nieuwe scheermesjes en een heel nieuwerwetse gezichtscrème voor mannen heb ik toch een mijn steentje bijgedragen. Met hele kleine middelen kun je ook er vernieuwd uit zien leert de reclame, of in ieder geval minder oud.

Even overwoog ik nog te gaan wandelen, maar mijn inschatting is toch dat ik er een half uur over zou doen en ik wilde niet te laat komen in de Sint Antonius Abt parochie in Loo. Dus ik pakte de fiets en geheel voorbereid peddelde ik naar het paar kilometer verderop gelegen kerkdorpje. De materiële voorbereidingen waren natuurlijk het digitale fototoestelletje, pen en papier. Maar voor die tijd heb ik me natuurlijk ook even in de geschiedenis van Loo en het Paasfeest verdiept. En daaruit blijkt maar weer dat een eenvoudige zondagse wandeling rond de Hoogmis ook zijn kennisvruchten afwerpt.

Kerkingang is via het kerkhof te bereiken

 Tot in de 15e eeuw hoorde de kerk van Loo bij de kerk van Angeren, aan de overkant van het Pannerdensch Kanaal. Hier keek ik van op, maar door even in mijn geheugen te graven, heb ik zomaar het vermoeden dat de Elisabethsvloed van 1421 verantwoordelijk is voor een verandering van de loop van de toenmalige Rijn. Ik kan het fout hebben. Loo heette toen nog Angeroy en de kapel die toen nog aan de Betuwse zijde stond, is verder gegaan als zelfstandige kerk in de Liemers. De huidige kerk is uiteindelijk in de tweede helft van de negentiende eeuw gebouwd.

Maar ook ten aanzien van Pasen leer ik enige nieuwe feiten. Natuurlijk weet ik dat met Pasen de herrijzenis van Jezus van Nazareth wordt gevierd. Ook het Joodse Paasfeest (Pesach) roept bij mij een ‘o ja-erlebnis’, de bevrijding van de Joden uit Egypte onder leiding van Mozes. In beide gevallen het feest van de nieuwe lente, vruchtbaarheid en nieuwe hoop. En dat moesten de eerste Christenen natuurlijk inpassen in de bestaande Germaanse cultuur. De vruchtbaarheidsgodin heette immers Ostera en werd begeleid door een haas ten teken van vruchtbaarheid. In het Engels en Duits is woord voor Pasen nog te herleiden van deze godin. (Ostern en Easter)

Fiets wordt onder het wakend oog van de Loose Dorpsomroeper gestald

 

De paasdienst

 Ik verheugde me op mijn uurtje bezinning en hoopte zoals altijd weer enige zaken op te steken om de diepgang van dit blog te vergroten. Ruim op tijd zette ik mijn fiets onder het wakende oog van de dorpsomroeper van Loo. Ik moest even zoeken waar ik naar toe moest, maar via het kerkhof kwam ik bij de kerk. Er stonden al behoorlijk wat fietsen, dus de niet al te grote kerk zal redelijk gevuld zijn. Toen ik de deur opende en in het voorportaal naar de kerk stond, hoorde ik een stem schelmen door de dichte deur. Nu ben ik niet altijd snel van begrip, maar ik concludeerde meteen dat de dienst begonnen was. Raar, het is toch nog geen tien uur? Wat zal ik doen, naar binnen klossen of wachten? Eerst maar luisteren waar ze in de dienst waren. Zo kan ik meteen mijn liturgische kennis een beetje testen. Veel was er niet voor nodig, de afsluitende woorden werden gesproken en een ieder werd uitgenodigd voor een kopje koffie met wat lekkers.

Te laat dus. Uit pure armoede maakte ik een foto van het halletje en hoorde dat het ‘U zijt de Glorie’ werd ingezet. Goede oude tijden herleven, want als er een top 40 van kerkliedjes zou bestaan, dan maakte dit lied voor mij een goede kans om op nummer 1 te komen.

Tussenhal naar de kerk

Die mening werd niet gedeeld door een oudere man die tijdens het zingen de kerk uitkwam. Hij schrok zichtbaar van de fotograferende man, maar herstelde zich snel toen ik hem de meeste stupide vraag stelde die je maar kunt stellen op zo’n moment:

“Is de mis al begonnen?”

‘Ja, om negen uur al.”

“Goh, dan ben ik te laat, ik dacht pas om tien uur.”

De man glimlachte zonder enig leedvermaak en stelde vast:

“Dan hej in ieder geval oe best gedoan.”

‘Tja, ik heb mijn best gedaan, maar dat is niet voldoende.’

Ik drentelde wat rondom de kerk in afwachting tot de andere kerkgangers naar buiten komen. Ik wilde in ieder geval nog wat foto’s schieten binnen.

Terwijl de eerste kerkgangers naar buiten kwamen, probeerde ik mijn onnozele houding een beetje te verdoezelen door ook van buiten alvast wat foto’s te maken. Dit kwam me te staan op enig wantrouwen.

“Komen die fietsen op marktplaats.nl te staan?”

Ik diende de grappenmaker van repliek met de woorden:

‘Net uit de kerk en dan al zulke negatieve gedachten over de medemens die zo zijn best doet. Maar voor de goede orde, de foto’s komen wel op internet.’

Fiets niet te koop, wel op internet

Sint Antonius Abt parochie aan de binnenkant

Een illusie armer

 Binnen schoot ik de foto’s. Ik zag dat het misboekje voor 20 eurocent te koop is. Ik legde een muntje in het daarvoor bestemde mandje, in de hoop al lezend nog tot enige contemplatie te komen. Terwijl ik als een van de laatste wilde weglopen, zag ik dat een van de actieve kerkgangers bezig was met het uitblazen van de kaarsjes bij de Mariakapel. Maar dat kan toch niet, dacht ik verschrikt. Die kaarsjes waren net aangedaan door gelovigen of Maria-aanbidders die hun wensen en noden middels een kaarsje op die manier aan de Heiland hebben kenbaar gemaakt. Dan maar snel twee foto’s maken, als bewijsmateriaal. Terwijl het flitslicht door de kerk ging, bedacht ik me dat de man te goeder trouw handelde, waarschijnlijk in opdracht van de plaatselijke brandweercommandant. Zo blijkt maar dat de scheiding van Kerk en Staat nog niet altijd zo gemakkelijk is.

Maar ik bedenk me nu wel twee keer als ik in een ver buitenland tijdens de vakantie weer eens een kaarsje opsteek.

Overtuigend bewijsmateriaal

 De ontmoeting

Gewaarschuwd door de lichtflitsen, kwam de man naar me toe. We raakten aan de praat en hij liet vol trots het kruis boven het altaar zien. De vriendelijke en enthousiaste man, Wim Rosendahl, blijkt het kruis zelf gemaakt te hebben. Met splitpennen heeft hij het kruis vervaardigd. De bovenste ronding stelt de doornenkroon van Jezus voor, in het midden is het bloedend hart van Jezus te zien en in de onderste ronding is de Calvarieberg (ook wel Golgota genoemd) De tussenliggende kleurstellingen symboliseren alle andere geloven en daarmee de verbintenis naar alle mensen, zonder onderscheid. En dat is dan weer erg mooi. Een kleine replica is door hem ook nog in 120-voud gemaakt voor de vrijwilligers van de kerk.

Wim Rosendahl deed erg zijn best om het kruis voor mij als fotograaf zo mooi mogelijk in beeld te brengen door de lampen aan en uit te doen. Ook ik, als fotograaf, deed erg mijn best, maar vrees het resultaat. Ook hier gelden de profetische woorden van de man in het kerkhalletje:

“Dan hej in ieder geval oe best gedoan.”

Terwijl de kerk werd afgesloten liepen we naar buiten. En passant attendeerde Wim Rosendahl mij op de onlangs gerestaureerde Angelusklok, buiten op het dak van de pastorie. Dit blijkt een klokje te zijn dat in Loo twee keer per dag oproept tot gebed.

Best bruikbare foto, maar ik heb ‘mien best gedoan’

En ondanks het feit dat ik de dienst niet heb bijgewoond, kreeg ik mijn kopje koffie en een sneetje krentebrood. De paaswensen worden uitgewisseld. Ondertussen werd er nog even over de negatieve publiciteit van de katholieke kerk gesproken door de aanwezigen. Het waren andere tijden werd er geconstateerd, maar gelatenheid en onbegrip overheersten. De discussie kwam op gang toen de terugloop van het aantal kerkgangers ter tafel kwam. De houding van Rome is daar ongetwijfeld debet aan, denken de koffiedrinkende kerkgangers in de pastorie.

De wandeling terug

 De terugweg is altijd het moment om de opgedane indrukken in perspectief te zetten. Ik kijk naar de lucht of ik de fietstocht naar de paasbrunch bij mijn schoonouders droog ga houden. Ik krap me eens achter de oren en bemerk dat er een witte vettige substantie aan mijn vinger zit. Met een vies gezicht vraag ik me af wat dat nu is. In een keer herinner ik me de nieuwerwetse mannencrème die ik deze ochtend ten behoeve van de lente en het paasfeest heb opgedaan. Ik wist niet hoeveel ik moest gebruiken, maar ik vond de crème wel wat vettig.

Van een overpeinzing is in het geheel geen sprake meer. Ik zit de hele tijd te bedenken of ik in kerk en pastorie heb rondgelopen als gekke Eppie met een wit crème-oor.

Gedane zaken nemen geen keer en de Allesbestierende zal ook zeker houden van ‘Gekke Eppies met een wit crème-oor. Bovendien en dat is het allerbelangrijkste, ik heb in ieder geval ‘mien best gedoan’.

Paasbrunch in wording, ik was namelijk vroeger dan gepland

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Mijn eerste twitterpasjes, snoezig hè

Laten we vooral eerlijk zijn. Het is Jolande Sap die mij op Twitter heeft gekregen. Die eer komt haar, voor de rest was het louter frustraties als het gaat om Jolande Sap en GroenLinks. Verbijstering en ongeloof waren mijn deel. Eenmaal op Twitter was Sap snel gevonden alsmede het GroenLinks geweten Ineke van Gent. Mijn aanwezigheid heeft de geschiedenis niet kunnen keren. Maar de eerste pasjes zijn gezet, mijn tweet verwijzend naar een galspuwend stukje over GroenLinks. Snoezig hè.

 Twitteren en in het kielzog Facebook, of misschien wel andersom, zijn inmiddels verworden tot de wapens van een volwassen hedendaagse revolutie. Jongeren, ook buiten de Westerse wereld, hebben hun weg gevonden om starre dictators te breken. Soms is de loop van een geweer nog sterker (Iran), maar in Egypte hebben de sociale media een belangrijke rol gespeeld om Mubarak te breken. They walk like real Egyptians. Ook ik heb mijn steentje bijgedragen na bijvoorbeeld de teleurstellende toespraak van 10 februari 2011. Het kan zomaar zijn dat mijn bijdrage een functie heeft gehad?

En toch heb ik Twitteren en Facebook lang afgehouden. Zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Dat was al bij de mobiele telefoon. Ik lag al snel in een deuk om de pedanterigheid van mobielbezitters eind jaren negentig. Het publieke domein was verworden tot een grote huiskamer waarbij je gewild of ongewild getuige was van de meest genante gesprekken. Ik wilde helemaal niet bereikbaar zijn en eigenlijk wil ik dat nog steeds niet. Mijn naasten dachten daar wezenlijk anders over. In het begin was ik slechts voor hen bereikbaar, maar er is sprake van een glijdende schaal en ook anderen, zelfs zakelijke bellers, weten inmiddels mijn nummer. Ik neem me heilig voor het Twitteren echt alleen vanaf de computer te doen, want de maatschappij is al zo autistisch aan het worden. De druk om van alles te moeten weten en meteen weer uit te spugen naar de rest van de wereld is gekmakend. In de trein kijk ik wel naar buiten of naar anderen. Op vakantie lees ik een boek of bezoek een museum. Hoe zal ik over deze boude uitspraak terugkijken over tien jaar?

 

Goed, het eerste stapje is gezet. En dan is de wereld ineens best groot. Ik denk dat een dreumes zich zo ongeveer moet voelen bij de eerste pasjes. En al snel wil je dan verder. Wie wil je volgen en waarom? Zullen er mensen zijn die jou willen volgen? En als die verhouding erg scheef is, wat doet dat met je ego? Om met dat laatste te beginnen. Het zal me een worst wezen, hoewel? Eén van de doelen is ook om mijn blogs onder aandacht te brengen, nu de volkskrant in al haar wijsheid heeft besloten om de vkbloggemeenschap per 1 maart 2011 op te heffen. Nu is bloggen misschien wel voor oudere jongeren en dus hopeloos ouderwets, maar het was/is wel mijn ding. De veiligheid van een relatief zekere groep lezers is bevredigend geweest de afgelopen jaren. Via Twitter en Facebook probeert een ieder de gemaakte contacten bij het vkblog in leven te houden onder het mom ‘word je mijn vriendje, dan zal ik die van jou worden.’

Ik ben wel dapper genoeg om mijn spamvolgers eruit te wissen ondanks dat daarmee de verhouding wel wat triest is. Kan mij het ook schelen, ik observeer liever, dan geobserveerd te worden. Maar iedereen moet wel naar mijn stukjes komen. Het gemiddelde aantal hits per dag op het vkblog was 150 en daar kom ik nog lang niet aan.

Natuurlijk gaat mijn eerste belangstelling uit naar politici. Wat hebben ze te zeggen en genereren hun tweets nog stukjes voor me? Van de belangrijkste partijen heb ik een aantal twitteraars gevonden. Eigenlijk is dat best raar je zegt daarmee ‘ik vind je interessant om te volgen’. Dat doe je toch niet in het echte leven, tenminste ik niet. En dan zomaar, een wildvreemde aanspreken? Het idee en de brutaliteit. Maar het gebeurt. Zo was mijn verbazing over een stuk in De Gelderlander op de voorpagina erg groot. Nieuwe studies zouden uitwijzen dat scharrelkippen, weidekoeien en varkens in modderpoelen minder welzijn beleefden aan hun leven dan de meer geïndustrialiseerde soortgenoten. Dus meteen reageren middels een blogje en dat via Twitter en Facebook de wereld in geholpen. Blijkt er een groep twitterdieren te zijn die me meteen wisten te spotten. Ik werd al gevolgd door volgzwijn, twarken sprak mij aan en ook volgkonijn meldde zich. Na het stukje verdween volgzwijn echter uit mijn twitterleven, maar toen ik even in de twitterwereld mijn verbazing uitriep, hebben volgzwijn en ik blijkbaar een gedoogakkoord gesloten. Leuk hè. Nu ben ik geen voorstander van de partij van de dieren, integendeel. Volgzwijn gaf echter via een gerichte tweet onderricht aan mij.

Ik blijf echter denken als ik prioriteiten moet stellen, kies ik voor mensen en niet voor dieren. Waarom moet ik me druk maken over het psychisch welzijn van dieren, terwijl onze eigen jeugdzorg niet voldoet of mensen in vele landen op aarde eigenlijk geen humane bestaansmiddelen hebben? Misschien is de mens wel de veroorzaker, maar dan moet je ook beginnen bij de mens en niet gaan projecteren door dieren te vermenselijken.

Ik weet niet of ik bij de twitterdieren nu nog respons krijg of dat na lezing van dit stukje de hele ark van Noach achter me aankomt. We zullen zien.

 

Als ik aangesproken kan worden, misschien durf ik zelf ook wel eens de drempel te slechten. En ja hoor, terwijl Egypte hot news was op tv, facebook, twitter en o ja, zelfs in Egypte zelf, rolden de tweets over Mubarak en Egypte over mijn scherm. De wereld komt letterlijk je huis inrollen en je hebt bijna de indruk deelgenoot te zijn. Heel vervreemdend is dat vind ik. In al mijn spontaniteit reageerde ik op een tweet van Sharon Dijksma (PvdA). Ik heb geen antwoord gekregen, maar misschien doet ze er wat mee. Misschien ook niet.

 Zo moest ik gisteravond glimlachen om Ineke van Gent die moe, maar voldaan haar dag beschreef en opgetogen was met een ‘verse’ NRC die in de trein van Zwolle naar Groningen lag. Zo lief. Maar volgens mij heeft ze de krant niet gelezen, want ze twitterde er nog vrolijk op los.

Even overwoog ik Monique Samuel ook nog aan te spreken. Jeugdig, enthousiast en vooral heel geëmotioneerd was ze bij Pauw & Witteman en loste haar belofte in dat ze zou gaan buikdansen op tafel bij haar gastheren. Het leverde haar honderden nieuwe volgers op en dat zal nog wel even voortduren. Ook ik vond haar in de Twitterarena. Toch is het dan weer gênant om als veertiger haar persoonlijk een tweet te sturen. Ik denk dat haar mailbox vol zit met penopauzers, daar wil ik dan niet bijhoren.

Zo, dat waren mijn eerste pasjes in de wereld die Twitter heet. Ik heb niet jaren onder een grote steen geleefd, maar ik moet zeggen, het is wel een medium dat er voor zorgt dat de wereld anders belicht wordt. Je kunt hier zelf  invloed op uitoefenen. Je komt op terreinen die je anders niet zo snel zou betreden. Zo heeft een tweet bij André Rouvoet er voor gezorgd dat ik nu via de mail het Nederlands Dagblad ontvang. Niets mis mee en een zeer lezenswaardig stuk over de nieuwe media in relatie tot de ‘oude kranten en tijdschriften’ zal op korte termijn nog een blogje opleveren. De arrogantie van redacteuren en de onkunde om de nieuwe media, en daarmee de lezer, niet te kunnen integreren in hun werk, zal ze uiteindelijk de das omdoen. Het volkskrantblog is binnenkort niet meer, maar ik zal mijn best doen mijn pennenvruchten geïntegreerd de wereld in te krijgen, of in ieder geval mijn wereld. Hoe groot die gaat worden, weet ik nog niet. Twitter is in ieder geval een hulpmiddel. De eerste pasjes zijn gezet, nu nog goed leren lopen.

Jolande Sap geeft zich bloot!

Ben ik een voyeur of is Jolande Sap een politiek exhibitionist?  Het eerste is in ieder geval een beetje waar, maar als het om de politiek gaat dan sta ik hierin niet alleen. Of mevrouw Sap, die haar politieke suïcide breed heeft uitgemeten in de media, een politiek exhibitionistische suïcidepleger is, durf ik niet volmondig met ja te beantwoorden. Ik zoek vooral naar de ratio van Groen Links.

Zelf zegt ze een weloverwogen en gewetensvolle afweging te hebben gemaakt. Zelfs dat begrijp ik niet, sterker nog, ik geloof het niet eens. Jammer dat ze het Pinoccio gen mist, want dan hadden we heel voyeuristisch haar neus kunnen zien groeien.

 

Kirrend, en bijna enthousiast deelt ze mede dat ze de missie toch in een heel ander vaatje heeft weten te tappen. Een kwalitatieve verbetering ofwel een Haagse papieren werkelijkheid die ze haar achterban, die voor tachtig procent tegen is, vast wel door de strot kan duwen?

Ik denk het niet, of ze zullen alsnog van mevrouw Sap eisen dat de Afghaanse politie in spé een afspiegeling moet zijn van de Afghaanse samenleving dus ruim baan voor vrouwen, dat de politie huiselijk geweld op de prioriteitenlijst moet zetten en dat ze allen een leuke rugzak van Groen Links moeten dragen met daarin macrobiotische lolly’s om uit te delen aan de kinderen aldaar.

Rare eisen die mevrouw Sap c.s. moeten indienen om alsnog de politieke doodsverklaring binnen de eigen gelederen tegen te gaan. Want geloof mij maar, het rammelt nu intern bij de Groen Linksers. Het regent afzeggingen heb ik al vernomen uit welingelichte bronnen. Hoe gaan al die tegenstanders de politieke markten op om met de Provinciale verkiezingen nog iets klaar te krijgen voor hun partij?

Dat is niet mijn probleem, ik probeer de ratio te achterhalen bij Groen Links in het algemeen en bij mevrouw Sap in het bijzonder. Het lukt me niet. Ik kom tot net zulke stompzinnige stellingen om het gedrag van Sap te verklaren als het stemgedrag van Groen Links zelf.

OK, Ineke van Gent is niet meegegaan, dus van een kadaverdiscipline is geen sprake, maar mogelijk wel van een groepspsychose of hysterie?

Ik doe maar eens wat schoten voor de boeg:

Stelling 1.

Mevrouw Sap is jaloers op Femke Halsema en wil dit jaar het predicaat Liberaal van het Jaar verkrijgen.

Stelling 2.

Het CDA en de VVD hebben stiekem toch genoeg van het gedooggedoe met de PVV en geven (volledig in het geheim) CU, Groen Links en D66 alsnog de kans om bij de eerste de beste gelegenheid een regulier meerderheidskabinet te vormen. Lekker zonder de vervelende PvdA en zonder last en ruggespraak bij oom Geert.

Stelling 3.

Femke Halsema zit hier achter, heeft kennis van stelling 2, en wil zo snel mogelijk minister worden.

Stelling 4.

Groen Links wil de stelling bevestigen dat links en rechts niet meer bestaat, net zoals de oude scheiding conservatief en progressief wel heel 2010 is geworden. Als afspiegeling van de hele maatschappij die volgens velen in verwarring is, willen zij daarvan in plaats van leidend te zijn om die verwarring tegen te gaan, die afspiegeling graag zelf vertegenwoordigen. ‘Wij vertegenwoordigen de totale maatschappelijke verwarring en het maakt niet uit met welke bizarre politieke standpunten we dit waar moeten maken.’

Stelling 5.

Job Cohen zit hierachter om zo de PvdA alsnog de grootste partij te maken, want de boel bij elkaar houden begint bij de linkse boel bij elkaar houden. Cohen en in mindere mate Roemer van de SP kunnen zich rijker rekenen bij de Provinciale verkiezingen dan ze dat deden voordat Jolanda Sap zich in de politieke centrifuge liet vernietigen.

GL met zichzelf in de knoop, of ik gewoon Sprakeloos

De hand van mijn moeder (vrouwenboek?)/Nafisa Haji

Laat ik eerst eens beginnen met een onthulling. Op mijn twintigste kwam ik er achter dat ik met uitzondering van “Het Bittere Kruid”  van Marga Minco eigenlijk weinig literatuur had gelezen van vrouwelijke auteurs. Dat kan een gebrek aan degelijk onderwijs zijn geweest, het kan ook een blinde vlek zijn in mijn persoonlijke ontwikkeling. Om dat laatste te compenseren bedacht ik me toen deze onevenwichtigheid ongedaan te maken. Van mijn spaarzame centjes kocht ik de trilogie van Anna Blaman. (Vrouw en Vriend, Eenzaam avontuur en de kruisvaarder)
Ik kan u verzekeren, het was een zeer slechte start om mijn tekort aan vrouwelijke schrijfsters in te halen. Niet om door te komen, toen niet, maar nog steeds nodigt het boek me niet uit en ik durf te beweren dat Anna Blaman door mij nimmer gelezen gaat worden.

 

EVENWICHT
Goed, later zijn er tal van ‘vrouwen’ in mijn boekenkast verdwenen en het hebben van een lezende partner (vrouw) heeft ervoor gezorgd dat er evenwicht is in onze gezamenlijke boekenkast. Toch durf ik te beweren dat ik nog een haarfijn gevoel heb voor vrouwenboeken en niet-vrouwenboeken. Jane Austin, de gezusters Bronte, maar ook Fay Weldon en zelfs Marianne Fredrikson schaar ik allen onder vrouwenboeken. Misschien onterecht, maar goed zo heeft een ieder zijn pakketje vooroordelen om het leven inzichtelijk te houden. Ik heb er zo’n duidelijk ‘Sex in the city’ gevoel bij, of moet denken aan Bridget Jones diary, typische hedendaagse vrouwendingetjes waarvan ik het bestaan accepteer, maar er vooral niets mee te maken wil hebben.

MOEDERDAG
De dag voor Moederdag moest ik nog snel voor de kinderen een cadeautje kopen ter ere van hun moeder. Nadrukkelijk solliciteerde de kaft en vooral de titel van Nafisa Haji’s ‘De hand van mijn moeder’ naar mijn aandacht.
Een typisch vrouwenboek leek het me, maar de opmerking van Khalled Hosseini deed me uiteindelijk besluiten dat het een goed boek moest zijn. En in ieder geval een goed Moederdag cadeau. En zo hoefde ik verder niet te kijken naar de generatie Saskia Noort die door sexegenoot Connie Palmen geweerd wordt uit de literaire hoek en ook door Gerrit Komrij met weinig vleiende woorden wordt omarmd.

De afgelopen vrije dagen zorgde ervoor dat ik zelf dat boek ter hand heb genomen met de verwachting dat het einde niet gehaald gaat worden. Voor de goede orde, ik kende de Amerikaanse schrijfster met Pakistaans-Indische achtergrond niet. Mogelijk een gebrek, maar goed, ik kan er mee leven.

HOEZO SCHAALBEWUSTZIJN?
Misschien is het handig om uit te leggen wat ik onder vrouwenboeken versta. Het vooroordeel kan voortkomen uit de gekozen thematiek, maar dat is voor mij nog geen hinderpaal. Het is vooral de uitgebreide beschrijvingen van relaties, ongebreidelde nuanceringen die voor mijn gevoel nergens overgaan en in ieder geval nergens naar toe leiden. De verklaring dat vrouwen van Venus komen en mannen van Mars, is een uitgelezen open deur natuurlijk. Het is me ook wel eens uitgelegd dat vrouwen meer een ‘schaalbewustzijn’ hebben en mannen meer een ‘straalbewustzijn’.
En och, met mijn straalbewustzijn doe ik u hieronder verslag van mijn bevindingen, mijn boekbeleving van ‘De hand van mijn moeder’ van Nafisa Haji.

 

DE HAND van mijn MOEDER
NAFISA HAJI
2009- De Boekerij- Amsterdam

Saira Quadar, de hoofdpersoon van dit boek, brengt de lezer in een duizelingwekkende vaart mee in de familieverhoudingen. De relatie met haar zus en moeder is het startpunt, maar voor je het weet ben je ook in het India en Pakistan van voor de deling en met de Britse grandeur als achtergrond. De onderlinge relaties in familieverband, dat veel ruimer is dan in de Westerse samenleving, wordt beschreven vanuit het perspectief van de hoofdpersoon en haar vrouwelijke familieleden. Naast moeder en zus, spelen oma en een oudtante, nichtjes en allerlei andere tantes en aanverwanten een belangrijke rol.

Hoewel het leest als een trein, moet ik me als man enorm concentreren op de hoeveelheid personages en de al dan niet aanwezigheid van bloedverwantschap. In eerste instantie voldoet het boek aan alle bovenstaande vooroordelen die ik heb ten aanzien van het ware vrouwenboek. Toch blijf ik gebiologeerd verder lezen omdat ik terecht kom in een vrouwenwereld die niet de mijne is en ook nooit zal worden. Ik heb er weet van, maar kan het met mijn Westerse mannenogen niet begrijpen. Tradities, taken en verplichtingen die de bloedband met zich meebrengt komen mij zeer belastend over voor de verschillende individuen.
Nafisa Haji beschrijft de interne gevechten van de verschillende individuen zeer beelden. Het zijn gevechten tussen het individu en de traditionele familieopvattingen. Gebeurtenissen, zoals de relatie die haar grootvader van moederskant aangaat met een Engels hippiemeisje in 1969, heeft een blijvende betekenis in en voor de familie. Maar ook de maatschappelijke geëngageerdheid van de andere grootvader blijft zich wreken tot het heden. Persoonlijke beslissingen, maar ook familiebeslissingen worden deels afgemeten aan eerdere ingrijpende gebeurtenissen.

Buiten de culturele context, vind ik dit juist een van de meest intrigerende onderdelen van het boek, namelijk hoe familieverhalen en gebeurtenissen nog generaties lang een rol blijven spelen. Daarnaast speelt de culturele context een rol, waarin de hoofdpersoon niet alleen de strijd en oplossingen van haar familieleden beschrijft, maar al observerend moet zij uiteindelijk ook toegeven aan haar eigen verbintenis met haar familie en diens verleden, ondanks het feit dat ze opgegroeid is in Amerika.

Ergens halverwege kantelt het boek meer naar het heden toe waarbij de actualiteit van Pakistan, Engeland en Amerika meer op de voorgrond komt te staan. Ondanks het feit dat de familieleden ver uit elkaar wonen, blijft de, in mijn ogen terreur van de tradities, in zekere zin bestaan. Bruiloften, ook voor Amerikaanse en Engelse familieleden, zijn belangrijke familiegebeurtenissen die de onderlinge verhoudingen bevestigen. De huwelijken zijn ook voor de zogenaamde vrijgevochten moslima’s veelal geëngageerd door de familie.

Saira Quadar, moet ondanks haar vrijgevochten positie als journaliste, na de gewelddadige dood van haar zus na nine-eleven, haar eigen positie opnieuw hereiken. Een proces waarin juist de tradities van de familie en haar eigen verworven (westerse) vrijheden hevig strijd leveren. Eerder in het boek laat ze haar geliefde oudtante het volgende zeggen:

‘Ik benijd je niet, Saira. Jij moet beslissen hoeveel van deze dingen je wilt behouden en welke lasten je wel en niet wilt dragen. Voorkom dat je moeder en jij uit elkaar groeien. Misschien zullen jouw normen en waarden op een dag meer op die van haar gaan lijken. Ze wil alleen maar dat je gelukkig wordt.’
‘Ja, maar ze wil ook dat ik me aan een script houd waaraan ik me niet kan houden, Grote Nanima. U hebt dat ook niet gedaan.’
‘Dat was geen vrije keuze, Saira.’
‘Maar u hebt een prachtig leven gehad!’
‘Dat valt niet te ontkennen. Maar…wat probeer ik te zeggen?’Grote Nanima sloot even haar ogen. ‘Ik heb een goed leven gehad. Maar het pad dat ik heb gekozen, het pad dat ieder mens kiest…ER zijn momenten waarop je je leven niet in de hand hebt, Saira. Op dat soort momenten hebben we behoefte aan… Hoe noemde je het, een script? En als je het oude script zomaar weggooit, zul je veel tijd kwijt zijn aan het schrijven van een nieuw. Dat je iets aanpast, dat kan ik begrijpen. Maar het wiel helemaal opnieuw uitvinden? Waarom? Wat heeft dat voor zin? Het huwelijk is slechts een van de vele onderdelen van dat script, Saira.’
(p.213)

Bovenstaande passage is mijn inziens in de kern voor de hoofdpersoon en veel van haar familieleden, maar ook voor vele moslima’s (en hun meer conservatieve mannelijke familieleden) in de hedendaagse wereld. Niet alleen in Amerika, Engeland of Nederland, ook in Pakistan of andere door moslims beheerste samenlevingen.

Het tweede gedeelte komt meer los van het etiket ‘vrouwenboek’ maar kan pas begrepen en gewaardeerd worden na een goed begrip van de familieverhoudingen. Het tweede gedeelte gaat, naast de persoonlijke belevingswereld van de hoofdpersoon in de hedendaagse mondiale samenleving, ook over de zoektocht van een moslima naar de opdracht en ethiek van de journalistiek en de zoektocht naar de waarheid.
Kortom, een boek zeer aanbevelenswaardig boek, zeker ook voor mannen.

Sprakeloos Grolsch ID in Groenlo

‘The day after the night before’ zit Sprakeloos onder een appelboom zijn vakantieweek te recapituleren. Voor de enthousiaste lezer van mijn cursiefjes wil ik alvast waarschuwen dat dit niet een inleiding is van een gedetailleerd verslag van het liefdesleven van mevrouw Sprakeloos en ondergetekende. Integendeel, dat blijft binnenskamers of in ons geval binnenstent. We schrijven 19 juli 2006, het is broeierig warm, maar gelukkig niet zo heet als gisteren met zo’n 36 graden Celsius. De Nijmeegse vierdaagse mag dan afgelast zijn, de vakantieweek op ‘kampeerboerderij Beusink’ in Lievelde gaat gewoon door, weer of geen weer.

Ja, beste lezers, u leest het goed, kampeerboerderij Beusink in Lievelde bij Groenlo. Geen exotische oorden in Verweggistan, maar gewoon ‘d’n Achterhook’. Je kan het als werknemer van een verslavingsinstelling ook participerend veldonderzoek noemen van een sterk gemotiveerde werknemer. Dit is het zeker niet, al zijn enige Grolschjes zeker verzwolgen. Zo ook gisteravond tot diep na twaalf uur. Ik zei u al, het was warm, zeer warm en bij de bakermat van de Grolsch Brouwerij is het als vloeken in de kerk om geen Grolsch te drinken. En nu is Sprakeloos een braaf en volgzaam mens, dus de Grolschjes werden zonder enige vorm van protest ingenomen.

Zie hier de verklaring van de eerste zin, ‘The day after the night before’. Zeker als in ogenschouw genomen moet worden dat na de inname van de streekdrank, geen diepe roes volgde, maar een klamme doorwaakte nacht met muggen. Een oplettende lezer en ervaringsdeskundige kan nu stellen:
“Nou, Sprakeloos dan heb je met zekerheid niet voldoende gedronken.” Misschien is dit waar, maar zoals gezegd Sprakeloos is een braaf en volgzaam mens, geen drankfundamentalist.

Laat in de ochtend, na een kop koffie, komt Sprakeloos dus op gang om een stukje te schrijven. De zon is nog volop aanwezig, al is het niet ondenkbeeldig dat de door het KNMI verwachte regen vandaag daadwerkelijk gaat vallen. We wachten maar af, met als enige zekerheid dat hedenavond, mocht echte verkoeling uitblijven,  ‘Grolsch’ zijn meteorologische verantwoordelijkheid weer gaat oppakken. En dat weten de Grollenaren (mensen uit Groenlo) maar al te goed.

Zo fietste Sprakeloos gisteren vanuit Lievelde naar het Gelderse vestingstadje. Het was er vrijwel uitgestorven, ondanks de landerige charme die het plaatsje uitstraalt. Een enkele vakantieganger zoekt verkoeling op een terras, huismoeders doen zoals overal de boodschappen en een hangoudere wacht gebogen op zijn fiets op enige aanspraak. Wanneer een leeftijd- en plaatsgenoot in het vizier komt, wordt de landerigheid doorbroken. Vanaf grote afstand roept de hangoudere naar zijn kompaan. “Best weer veur de Brouwerij” Het antwoord kwam meteen: “Die besteet niet meer.” Gevolgd door een daverende lach die zowel spijt als woede kan inhouden. Langzaam sterft de lach weg in de pittoreske straatjes en keert de landerigheid terug. De huisvrouwen blijven hun boodschappen doen, vakantiegangers togen naar de terrassen. En de mannen? De mannen overdenken hun zojuist gevoerde conversatie. Samen apart.

Een conversatie die eigenlijk een prachtig beeld geeft van de actuele geschiedenis van Groenlo. Een plaatsje waarbij alles wat bij de Grolsch Brouwerij hoort in de genen zit van veel bewoners. Maar tevens de spijt en woede die alom aanwezig is omdat in de vernieuwingsdrang van een groot bedrijf gekozen is voor een vestiging buiten Groenlo, de bakermat van de Brouwerij vanaf 1615. Wat rest is de herinnering. En de tijd zal alle wonden helen. Groenlo zal zonder de Grolsch gewoon een pittoresk Gelders plaatsje blijven, of stadje zo u wilt.

Een goede maaltijd wordt er bijvoorbeeld voor vakantiegangers geserveerd in restaurant ‘Brouwerij De Klok in de lange gang’ maar voor de lokale bevolking gewoon ‘De Lange Gang’. In dit etablissement is dè Brouwerij begonnen en uiteraard wordt er Grolsch geserveerd, zoals in elke horecagelegenheid in Groenlo. Hoe lang nog is de vraag. Tien jaar, twintig jaar? In ieder geval vanavond nog op Kampeerboerderij Beusink, in het nabij gelegen Lievelde, want het is nog steeds warm, dus, ‘goed weer veur de Brouwerij’.