Sylvana Simons stalkt me. Niet letterlijke natuurlijk, want ze heeft het ongetwijfeld te druk. Nee het is de geest van Sylvana die me achtervolgt. Dat is sinds gisteren toen ik de stemwijzer heb ingevuld. Wie prijkt er op afstand op nummer 1 op mijn lijstje. Jawel Artikel 1 van Sylvana. Het eerste wat ik dacht wie heeft de Stemwijzer gehackt? Ook de politieke voorkeur van mijn zoon gaat richting Sylvana. Op het werk heb ik al gehoord dat meerdere collega’s op Sylvana moeten gaan stemmen. Wat heeft Poetin met Sylvana, wat heeft Erdogan met Sylvana? Hebben zij de kennis en kunde om Sylvana te lanceren als de gedoodverfde winnaar van de verkiezingen in maart? De invloed van Trump om Sylvana te promoten acht ik klein. De Amerikaanse president houdt meer van kindvrouwtjes die zich laten gedwee laten ‘grabben by the ….’ u weet wel. Je kunt alles van Sylvana zeggen, maar het is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken is mijn indruk. Ik ga dus voor een sterke en dominante vrouw volgens de stemwijzer. Vreemd, zo ben ik helemaal niet.
Als het om Artikel 1 gaat kan ik heel eerlijk het volgende zeggen. Ik haat de Zwarte Pietendiscussie, het is je reinste grachtengordel gezwets. Mogelijk één grote opgezette VN-klucht door een paar Caraïbische potentaten die geld willen zien. Het Nederlandse slavernijverleden is verfoeilijk, ik zeg met recht niet ‘ONS’ slavernijverleden. In de tijd dat de slavernij in Suriname is afgeschaft, waren mijn voorouders waarschijnlijk nog ongeletterd en wisten niet beter dan dat hun wereld bestond uit hun dorp en het nabijgelegen dorp. Hooguit wisten ze dat er zoiets als Rome was, goed katholiek als ze waren. Als er herstelbetalingen moeten komen laten ze maar een paar grachten verkopen in Amsterdam, met alle toeters en bellen erom heen. De rijkdom uit de 17e eeuw is daar verzilverd met het bloedgeld, daar heb ik niets mee te maken. Opkomen voor hedendaagse slavernij, kinderarbeid, vrouwenhandel en de oneerlijke mondiale verhoudingen tussen landen, dat is iets om voor warm te lopen. Niet het geneuzel van een paar hobby-relschoppers die door de mainstream BN-ers als Jeroen Pauw, Mathijs van Nieuwkerk en hun vriendjes worden gesteund.
Nu zou ik dus wat hebben met Sylvana die op onvergeeflijke wijze in zee is gegaan met de vijfde colonne uit Turkije? DENK het toch niet! Of toch, over bovenstaande punten zijn we het dus oneens, maar de rest? Maar liefst 82% tussen mij en Sylvana schijnt te matchen. Ik begrijp het niet en zal nog nader onderzoek moeten doen de komende dagen. Nog 36 te gaan.




woordenboek wist te herleiden. (Dar de comer, dar de beber, Vestir os indigentes, Acolher peregrinos, cuidar dos doentes, visitar os presos en sepultar os mortos) Allemaal stichtelijke teksten, zo vlak voor de viering van de geboorte van kindje Jezus.Het kan geen toeval zijn dat ik naast de tegel zat met ‘visitar os presos’ oftewel bezoek de gevangenen. Zo kon ik de hele tijd ook nog aan mijn werk denken.




mijn woordenboekje, zeurpiet trouwens wel. Ik ben vandaag dus geen maçador) Het is verdorie geen vakantie, maar een studiereis nota bene. Er moet gewerkt worden. Dat ik niet meteen alles en iedereen aanspreek om te tonen dat ik een paar woordjes Portugees kan wauwelen, is geen ramp. Zo zit deze mens niet in elkaar. Maar luisteren, kijken, dingen opvangen en meteen verwerken dat is het devies van vandaag. Dat schrijven we dan meteen in een schriftje en verwerken we ’s avonds op de computer. Het woord calvinisme komt bij me op. Zou dat in het Portugees eigenlijk wel bestaan? Mijn woordenboekje zegt ja, calvinismo! Ik waag te betwijfelen of meer dan 5 % van de Portugezen wel eens van dat woord heeft gehoord, laat staan het begrijpen.
Het doel van vandaag is Sintra, een plaatsje in de buurt van Lissabon, zo’n veertig minuten met de trein. Ik lees de opschriften in de trein en de woorden die ik niet ken en schrijf dat op. Boete (coima), wet (lei) en dat je tijd en geld kunt besparen. Dat laatste is blijkbaar niet alleen voor calvinisten, maar ook Portugezen vinden dat blijkbaar fijn. (poupe tempo e dinheiro) Ik deel de trein met Zweden, Japanners, Chinezen, Spanjaarden en Duitsers, dus en passant zoek ik dat maar eens even op. Ondertussen kijk ik ook naar buiten hoor en merk op dat Benfica, bekend van de voetbalclub, ook een wijk is. Een hele arme zelfs en even verder op schrik ik zelfs een beetje. (probeza = armoede). En zo vermaken we ons wel tot Sintra. Ledigheid is des duivels oor kussen, dus bij vermaak alleen blijft het niet vandaag. In Sintra, het buitenverblijf van de voormalige Portugese koningen, staan meerdere kastelen. Ik heb er geen zin in, maar besluit richting de tuinen van Montserrate
te lopen bij het gelijknamige kasteel. Het weer is prachtig en het valt me op dat de bladeren hier ook vallen, maar dat sommige bomen ook nog groen zijn. (blad is folha) Mijn gedachten (pensamentos) drijven naar de seizoenen, het is al herfst (o Outono), dat lijkt op het Franse automne. We pakken dan gelijk de Ivorno (winter), Primavera (lente) en Verão maar even mee. Ik heb helemaal niet door dat ik veel te hard loop gezien mijn slechte (mau) conditie, er zitten steile stukjes weg in. Bovendien niemand loopt (andar of caminhar) naar de toeristische trekpleister. Allemaal pakken ze het toeristenbusje bijna. Een beetje moe (cansado) kom ik boven en besluit de tuin de tuin te laten. Ik moet ook nog terug bedenk ik me. Mijn schriftje heeft al zo’n vijftig woorden bij elkaar, die ik ’s avonds nog wil verwerken.
Voor niets gaat de zon op en onder, wie Portugees wil leren moet van ander hout gesneden zijn, dus gewoon doorpokkelen. Ik maak mijn lijstje, inmiddels 70 woorden, die ik uiteraard ook nog even oefen. Hoe lang ze in mijn grijze massa blijven zitten is natuurlijk mede afhankelijk van mijn doorzettingsvermogen de komende tijd. Ik ben tevreden voor vandaag, ondanks de rugpijn (dores de costas) die nadrukkelijk aanwezig is, maar dat is misschien wel de prijs van calvinismo. Maar mij hoor je niet klagen, ik ben immers geen maçador.
naar Restelo. Ik moest waarschijnlijk ergens overstappen, maar moest nu met het woud van tram- en buslijntjes een plan b maken. Wachten, reizen en zoeken kostte me ruim anderhalf uur extra, de tijd die ik ook had kunnen gebruiken om het lopend af te leggen. Instinctief wist ik dat ik ook de trein had kunnen pakken en de laatste 20 minuten lopen. Maar dat is niet spannend. Maar dat was dit ook niet, want bus 27 was een potje pieren met weinig mogelijkheden om te genieten van het inmiddels regenachtige Lissabon. Uiteindelijk kwam ik tussen een en twee aan. Ik wist dat de clubshop van OS Belenenses gesloten was. Als bijvangst maar even naar de toren van Belém lopen. De zon was inmiddels warm geworden. Uiteindelijk had ik het kaartje zonder problemen zoals de Facebookpagina van de club me had beloofd. Vol trots maak ik een foto voor mijn oudste zoon, ook voetbalfan, die een paar weken terug naar Milaan is geweest voor een wedstrijd van Inter. Wat zoon kan, kan pa ook.
Op de terugweg maar de trein naar Cais do Sodre. De zon scheen en het regende tegelijkertijd. Een heel blond on-Portugees jongetje met een even blonde moeder keuvelden samen en het kereltje zei tussen het rap Portugees het woord ‘Rainbow’. Diep in mijn geheugen zocht ik naar het Portugese equivalent. ‘Arco, Arco…..Arco-wat ook al weer terwijl ik naar de fletse boog keek. Bij het uitstappen wist ik het ‘o arco-iris’. Ik had het ooit ergens gehoord en vond het een mooi woord. Nog steeds trouwens en aan het einde stond mijn potje met goud voor vandaag, het kaartje voor de match. (o jogo)
