Deze mooi-weer-wandelaar mocht weer vandaag, het volgende klompenpad en wel met mijn eigen lieve heks. Dit behoeft enige uitleg voordat iedereen op zijn achterste benen gaat staan. Er zijn mensen die heks geen scheldwoord vinden, en mijn heks is er daar een van. Het kwam ter sprake toen we het Plaggenstekerspad begonnen. Dit bleek ook een soort van kabouterroute te zijn voor de vakantie-vierende jeugd in de Veluwse bossen.

De eerste aanwijzing was de keiharde wetenschap dat kabouters uit de bomen springen met een blad als parachuutje. Natuurlijk wist ik dat, maar ineens besefte ik dat ik dat ook wilde. Misschien nadat ik alle klompenpaden gelopen heb, zal ik het juiste gewicht bereiken? Ik heb er graag een geïmporteerd lianenblad voor over. Over honderd wandelingen misschien? Zo kwamen we op sprookjes, heksen en witte wieven. Plaggenhutten spreken natuurlijk tot de verbeelding met zompige moerassen, onwelriekende geuren en vooral veel enge verhalen. Het is niet voor niets dat de schrijver A. den Doolaard voor een belangrijk deel hier zijn werken heeft geschreven.

De schrijvershut van A. den Doolaard

Niets van dat alles vandaag. In 1844 telde Hoenderloo niet meer dan 24 plaggenhutten, dat was alles. Nu is het vakantiewelvaart dat de klok slaat, misschien nog wel meer dan anders in deze Coronatijd. Onderweg hoorden we de geruchten al, we moesten bij IJs van Co zijn. Zou heel speciaal zijn? De lange rij voor de winkel, extra indrukwekkend door de anderhalve meter maatschappij, was iets te veel van het goede. We zouden eens uit ons ritme komen. Dat willen we niet.

De rij ging om het hoekje door, IJs bij Co. Mijn fotografiekunde is onvoldoende om dat mooi in beeld te brengen. Het is wel een stukje historie voor deze ijsmakers die dit al 82 jaar doen. Alleen daarom moeten we zeker een keer terug.
Zondag 19 juli 2020, de dag dat Feyenoord 112 jaar bestaat, zomaar een niet ter zake doend feit, lopen we weer in een prachtig stukje Nederland. Cultuur, natuur en boerenland wisselden elkaar mooi af.


En net toen we het einde naderden stapten twee vrouwen van een inrit en liepen zo’n vijftig meter voor ons. We hadden de kabouter en andere sprookjesfiguren allemaal besproken toen twee exemplaren uit het sprookjesbos zich aan ons toonden. Twee lieve heksen, met haar tot aan het stuitje, allebei. De een blond, de ander rood, naar later bleek waarschijnlijk moeder en dochter. Mijn eigen heks bedacht zich geen moment en vroeg hen of ze op de foto wilden voor haar vrouwengroepen. Geen probleem, maar ik kan moeilijk die foto’s gebruiken voor mijn blog om deze vrouwen te tonen. Daar hebben ze geen toestemming voor gegeven om samen met kabouters genoemd te worden op een willekeurig blog. Jammer. Deze dikke kabouter sjokt dan maar achter zijn eigen heks aan die tevreden is met het beeld dat deze twee vrouwen uitstraalden.
Voor meer foto’s, zie ook instagramacount titiissprakeloos
Afgelopen zaterdag durfde ik het weer aan, de hooikoorts negerend met behulp van de chemie. Dat is gelukt, al is de weerslag de dagen erna nadrukkelijk aanwezig. Vandaar niet de dag zelf een stukje, maar twee dagen later.




Ik viel van mijn stoel van verbazing of om in stijl te blijven, mijn klomp brak. Na het verdedigen van een schoolopdracht over export van Calsberg bier naar Kenia via ZOOM, Skype of Teamspeak, kwam mijn oudste zoon beneden met een goed resultaat. ,,Pa, wat ga je vanmiddag doen.” Hij noemt me altijd bij mijn voornaam die grote kleine van ons, maar dat past niet zo lekker in het verhaal. Hij wist dat ik vrij was. Ik gaf hem te kennen dat ik tot twaalf uur zou werken en daarna een klompenpaadje zou pakken. ,,Zal ik meegaan?” Tja, dè dag was aangebroken. Het heeft 25 jaar geduurd, maar ik mag het meemaken dat hij vrijwillige met zijn vader een klompenpad wil betreden. Hij die nooit wilde wandelen als kind, of het moest met een nadrukkelijke belofte dat er aan het eind een Horecagelegenheid zou zijn. En dan was het vaak nog feest met 100 keer de vraag of we er al zijn. Hij die bij een route toch heel graag wist hoe die precies liep en boos werd als er een fout in zat of erger nog, dat zijn ouders zich ergens vergisten. Hij die buiten stadswandelingen, veelal op zich zelf, de laatste 15 jaar toch geen bos meer is doorgelopen, hij die wat meewarig kijkt als zijn vader beweert dat hij alle 121 paden wil gaan lopen en het inschat als een seniorenziekte. Hij zegt in alle onschuld en oprechtheid mee te willen.













































