Charles Lewinsky/ De verborgen geschiedenis van Courtillon

‘Het lot van de familie Meijer, dat is een fantastisch boek voor jou.’

Mijn vrouw heeft dit vaak tegen me gezegd. Net zo vaak realiseren we ons dat het boek is uitgeleend. Haar aanbeveling is me veel waard, want van die typische vrouwenboeken zal ze me nooit aanraden. Als dan ‘De verborgen geschiedenis van Courtillon’ van Charles Lewinsky voorbij komt, neem ik dat als alternatief. Dat klinkt oneerbiedig, maar zo is het niet bedoeld, integendeel. ‘De verborgen geschiedenis van Courtillon’ is een heel fijn boek. De hunkering naar ‘het lot van de familie Meijer’ wordt daarmee des te groter.

De wijze waarop Charles Lewinsky mij in de verborgen geschiedenis van Courtillon heeft gekregen, kan ik het beste omschrijven met ‘Zuigen’.

De eerste zin al:

‘De wereld is duizend passen lang.’

Vervolgens worden die duizend passen, Courtillon, relatief droog en feitelijk weergegeven. De ik-figuur, een leraar Frans uit Duitsland, schrijft als het ware een brief aan een voormalige geliefde die vooral ongelezen moet blijven. Later in het verhaal blijkt dat de liefde die hij voelde voor een leerlinge, een onmogelijke liefde is. De hoofdpersoon verblijft in Courtillon als een soort banneling, hij kon niet meer functioneren op school.

De leraar wordt geaccepteerd in Courtillon, maar is vooral ook een buitenstaander. Hij kijkt en luistert naar en drinkt met de lokale bevolking. Gaandeweg het verhaal komen meerdere details van de geschiedenis naar boven en de dorpelingen krijgen een meer uitgelezen karakter. De geschiedenis maakt dat iedere dorpeling zijn plaats krijgt en verdient, maar voor een buitenstaander is de geschiedenis niet altijd begrijpelijk. Ook actuele gebeurtenissen krijgen via de dorps tamtam hun eigen plaats in die geschiedenis. Omdat de hoofdpersoon steeds meer meekrijgt van het dorp, ontkomt hij er niet aan dat hij langzaam maar zeker zijn status als observant en figurant kwijt raakt en een onderdeel uit gaat maken van de dorpsgeschiedenis.

De verborgen geschiedenis van Courtillon

Charles Lewinsky

Signatuur

2010

In dit kader wil ik graag een stuk uit het boek aanhalen, niet eens wetende of ik hiermee auteursrechtelijk wel conform de wet handel. Ik waag het erop, want ik vind het een prachtig tekst:

(p. 253)

‘Het mag een toeval zijn.

We hebben godsdiensten bedacht en er kerken voor gebouwd en brandstapels voor opgericht, alleen omdat we de gedachte niet kunnen verdragen dat er geen web is van verbanden en consequenties, dat er alleen om ons wordt gedobbeld en er niemand is die de dobbelbeker schudt, omdat we niet willen toegeven dat ons leven uit de tijd rijst als deeg uit een machine, een kleverige vormloze massa, en pas achteraf, als alles voorbij is, geleefd en gestorven, kneden we de gebeurtenissen, geven we er vorm aan, vlechten we er broden en kransen van, beweren we dat het zo was omdat we bedacht hebben dat het zo geweest zou kunnen zijn.

Als we iets hebben beleefd, als we door iets zijn geleefd, moeten we het net zo lang vertellen en vertellen tot we het erover eens zijn, met onszelf en met de anderen, wat voor soort verhaal het was, een legende of een klucht, een tragedie of een parabel, tot we overeen zijn gekomen wat er is gebeurd, en dat is dan ook gebeurd. Soms worden we het niet eens en dat vinden we de ander dom of kwaadaardig, soms worden twee volken het niet eens en dan voeren ze oorlog tegen elkaar, eeuwenlang, en het gaat dan niet eens om recht of onrecht, maar alleen om verhalen en wie mag bepalen hoe ze verteld moeten worden.’

Ik vind de bovenstaande tekst een prachtige beschrijving van wat we instinctief allemaal al wel weten. Wie heeft het recht om het verhaal te vertellen en wie bepaald de geschiedenis en daarmee de gemeenschapszin. Dat geldt voor Courtillon, maar ook voor iedere familiegeschiedenis, nationale geschiedenis en zelfs de mondiale historie.

Charles Lewinsky beschrijft de verborgen geschiedenis van Courtillon op dusdanige wijze dat het voor de hoofdpersoon uiteindelijk een rond verhaal wordt en daarmee ook voor de lezer.

Tijdens het lezen kwam bij mij onwillekeurig het vergelijk met het boek van Philippe Claudel (Het verslag van Brodeck) naar boven. Voor de kritische lezer van dit blogje kan mogelijk enige ergernis naar boven komen, want boeken zijn vaak niet te vergelijken. Misschien niet, maar ik heb te maken met mijn eigen referentiekader en daarin zit de positieve ervaring met het genoemde boek van Claudel. Dus naast de verschillen tussen beide boeken, vind ik de beklemming van de kleine dorpsgemeenschappen in beide boeken indringend goed geschreven, zuigend als het ware.

Ik eindig met een puntje van kritiek. Lewinsky voert de lezer mee via de hoofdpersoon in zijn ordening van gedachten en overpeinzingen met betrekking tot de dorpsgeschiedenis. Daarbij wordt de lezer soms letterlijk meegevoerd. De hoofdpersoon licht dan een tipje van de sluier op van een stukje geschiedenis of gebeurtenis, maar corrigeert zich ter plekke, want eerst moet er nog iets anders verteld worden. Het geeft de zoektocht binnen Courtillon en haar geschiedenis duidelijk weer en zorgt voor een inkijkje in het inburgeringsproces van de Duitse leraar in de dorpsgemeenschap. Het zou mijn keuze niet zijn geweest.

 

Charles Lewinsky

Naar mijn bescheiden mening mag dit boek goed beoordeeld worden: 8

==============================================================

ANDERE BOEKERVARINGEN BEOORDEELD

Boeken lezen, voor mijn bovenal een prettig tijdsverdrijf. Soms wordt ik er ingezogen, soms koester ik de taal en soms ‘slechts’ tijdspassering. Maar ik vind er altijd wel iets van of het nu literair is of niet. Geheel losgekoppeld van de eisen van de middelbare school beoordeel ik mijn leesvoer. In de volle overtuiging dat mijn eigen socialisatieproces hier debet aan is en vooral ook mijn eigen beperkingen. Het mag de pret niet drukken om cijfers uit te delen.

Mijn kleine Waanzin / Jan Brokken                                                                            7+

Winter in Madrid / C.J. Sansom                                                                                   8-

Harry Potter en de relieken v.d. dood /J.K. Rowling                                           7,5

De nazi en de kapper/ Edgar Hilsenrath                                                                    8-

Afrika / Jan Brokken                                                                                                         7,5

Pauperparadijs / Susanna Jansen                                                                              7,5

De Schaduw van de wind / Carlos Ruiz Zafón                                                          8+

De overgave / Arthur Japin (Na 200 pag. opgegeven)                                          5-

Erasmus en het poldermodel / Herman Pley                                                           7

Het woeden der gehele wereld / Maarten ’t Hart                                                   8-

Het verslag van Brodeck / Philippe Claudel                                                          8,5

De hand van mijn moeder / Nafisa Haji                                                                     7+

Knielen op een bed violen/ Jan Siebelink (na 250 pag. opgegeven)               5

Kleine landjes -berichten uit de Kaukasus / J.B. Cortius                                    7

Caesarion / Tommy Wieringa                                                                                        8

Harlekino / Tessa de Loo                                                                                                 8-

Grijze Zielen / Philippe Claudel                                                                                    8

Het Rozeneiland / Sanne Terlouw                                                                                7

Brug der Zuchten / Richard Russo                                                                                8-

Het diner / Herman Koch                                                                                                 7+

IJskastmoeder / Janneke van Bockel                                                                         7,5

God is Gek / Kluun                                                                                                               5

Duel / Joost Zwagerman                                                                                                   6,5

De hand van Fatima / Ildefonso Falcones                                                                 8-

Het zwijgen van Maria Zachea / Judith Koelemeijer                                             7,5

God’s Gym / Leon de Winter                                                                                            7+

Zoete Mond / Thomas Rosenboom                                                                                 7,5

Eenzaamheid van de priemgetallen / Paolo Giordano                                          8-

 De verborgen geschiedenis van Courtillon / Charles Lewinsky                         8

River van Vergetelheid / Philippe Claudel                                                                 8+

Het spel van de engel                                                                                                           7,5

Quadriga / F. Springer                                                                                                          7-

Sonny Boy / Annejet van der Zijl                                                                                       7,5

 

De eenzaamheid van de priemgetallen/ Paolo Giordano

Laat ik beginnen met een ontboezeming. Ik ben een bijna ongeletterde in de wiskunde. In de derde klas van het VWO kon ik nog net mee met maar een mager zesje. In de vierde klas, waar toen de beta’s, gamma’s en alfa’s zich onderscheidden ging het mis. Mis in die zin, dat ik moest toegeven dat wiskunde niet mijn ‘piece of cake’ zou worden.

In mijn jeugdige overmoed heb ik nog geprobeerd wiskunde als achtste vak in mijn pakket te krijgen. Het werd ten strengste afgeraden door de klassenleraar en waarschijnlijk had hij volkomen gelijk. Ter compensatie heb ik wel economie en biologie gekozen om de schijn van een pretpakket niet op me te laten. De statistische vakken later op de universiteit leverde geen noemenswaardige problemen op, maar heeft uiteindelijk geen opleving gebracht in mijn liefde voor wiskunde. De leegte blijft echter ergens knagen. Waarom kan iemand zonder moeite op VWO niveau economie en biologie doen en geen wiskunde. Regelmatig denk ik nog, zal ik alsnog wiskunde op VWO niveau gaan doen, gewoon om mezelf te bewijzen dat het mogelijk is? Maar uiteindelijk doe ik dat af als te calvinistisch, ik ben ook 44 jaar geworden zonder gedegen kennis van wiskunde.

Maar ik weet wel iets van wiskunde. Een simpele vergelijking oplossen is geen probleem, de lengte van de hypotenusa uitrekenen vond ik zelfs leuk en voor een beetje goniometrie draaide ik mijn hand niet om. Bij vectoren ben ik blijven steken, maar de term priemgetal is mij uiteraard bekend.

Met deze wat lange ontboezeming kom ik bij de kern van mijn betoog, namelijk een literaire aanrader onder uw aandacht brengen, te weten het boek van Paolo Giordano, de eenzaamheid van de priemgetallen. In dit boek komt mijn rudimentair aanwezige beta-kennis even bovendrijven. Het kan in ieder geval aangehaakt worden bij mijn liefde voor een goed boek.

 

Ik ben het boek onbevangen begonnen en stuitte op twee vertellingen over jonge levens, twee buitenbeentjes die in de puberteit bij elkaar komen. Alice wordt door haar vader gedrild tot topskiër, hetgeen er niet inzit en uiteindelijk leidt tot een ongeluk. Mattia is één van een tweeling, hij slim en begaafd, zijn zus het tegendeel. Door zijn zus leeft Mattia geïsoleerd van klasgenoten en op een feestje heeft hij zijn zus ergens achtergelaten, met fatale gevolgen. Kortom trauma’s die van de twee hoofdpersonen psychische buitenbeentjes maakt. Ze vinden elkaar op de middelbare school, maar ook niet echt. Alice vechtend tegen de afkeer van voedsel en haar lichaam, Mattia in zijn eenzame element als wiskundig talent.

In het boek wordt uitgelegd dat dicht bij elkaar voorkomende ‘setjes’ priemgetallen zeldzaam zijn en naarmate je verder komt in de getallenreeks, steeds minder vaak te vinden zijn. Het begin bij 3 en 5, 5 en 7,dan het setje 11 en 13 etc. De setjes horen blijkbaar in elkaars nabijheid, maar er zit altijd een ander getal tussen. Wel elkaars nabijheid dus, maar niet elkaars naasten zijn is de kern van de roman van Paolo Giordano. De eenzaamheid van de priemgetallen is een gemakkelijk te lezen boek voor een ieder en de wiskundige achtergrond is absoluut geen beletsel om het te lezen, integendeel. Ik vond de vergelijking met de priemgetallen prachtig.

De opbouw van het boek is enigszins staccato, hetgeen niets af doet aan het inzicht dat je krijgt van de ontwikkeling van de twee hoofdpersonen. Als voordeel vond ik dat je het boek gemakkelijk even weg kon leggen, om de volgende dag verder te lezen. De laatste twintig bladzijden heb ik op Nieuwjaarsavond bewust enige uren uitgesteld, mezelf afvragend of de hoofdpersonen bij elkaar zouden komen. Met mijn rudimentair aanwezige kennis van wiskunde had ik het antwoord al kunnen weten, maar hoe de schrijver het gaat oplossen in zijn werk, dat wilde ik nog even uitstellen.

 

De eenzaamheid van de priemgetallen

Paolo Giordano

De Bezige Bij 2009

Oorspronkelijke titel

La solidudine dei numeri primi

Een aanrader voor een ieder. Tijdens het lezen hoorde ik dat er inmiddels een film is gemaakt die momenteel draait. Vaak stuit een verfilming me tegen de borst na het lezen van een goed boek. In dit geval ben ik uiterst nieuwsgierig. Mogelijk dat een filmverslag op korte termijn volgt.

 

Zoete Mond / Thomas Rosenboom

Voor het eerst in mijn serie boekervaringen had en heb ik de neiging om eens te gaan kijken wat anderen nu van het boek ‘Zoete Mond’ vinden. Ik heb zojuist de laatste bladzijde gelezen en ik ben blij dat ik doorgegaan ben, maar regelmatig overviel me het gevoel: “Wat moet ik er mee.”

In mijn boekenkast staat nog een ongelezen werk van Thomas Rosenboom namelijk ‘Publieke Werken’ , maar door niet nader te verklaren omstandigheden kwam ‘Zoete Mond’ . Ik was niet meteen razend enthousiast om het boek te beginnen, maar de doorslag gaf dat het zich in de omgeving van Duiven afspeelde, een decor dat nog weinig schrijvers, geheel ten onrechte trouwens,  tot de verbeelding spreekt.

Met name de vraag wat ik er mee moest, bracht me in de verleiding om eens te kijken wat anderen er van vinden. Dit is echter tegen mijn principe bij de boekervaringsblogs, want de lol in lezen ligt vooral in het afstand nemen van verplichte nummertjes zoals die op de middelbare school zijn aangeleerd. Thema’s, motieven, leidmotieven en verklaring van titel of doorspitten van de psychologie van de hoofdpersonen, het kan me wat. Natuurlijk gebeurt dat onwillekeurig, maar dan bij voorkeur op basis van mijn eigen socialisatieproces met al zijn beperkingen.

Zoete Mond

Thomas Rosenboom

Querido Antwerpen/Amsterdam

2010

 

Korte beschrijving in eigen woorden

Zoete Mond van Rosenboom dus. Het begint met een gevangen witte walvis/ dolfijn die tijdens zijn vervoer ontvlucht, hetgeen goed is voor het dier. Vervolgens wordt de adolescent Rebert ten tonele gevoerd. Een jongeman op de vooravond van zijn studentenleven, waarvan hij zich voorstellingen maakt die niet uitkomen. Geen feesten, geen studentenleven en zeker geen vrouwen voor Rebert, terwijl hij het in zijn directe omgeving wel ziet gebeuren. Met name zijn huisgenoot Marc, kunst en modestudent, leeft het leven dat Rebert ogenschijnlijk zou willen leven. Voor Rebert is het reizen naar Wageningen en later naar Utrecht, alwaar hij zich tot een zeer goed student ontwikkelt. Zijn leven blijft echter behoorlijk mechanisch en plichtmatig. Al tijdens zijn studietijd werkt hij bij een dierenarts en komt na zijn afstuderen zelfs in de maatschap.

Gelijktijdig wordt een tweede hoofdpersoon opgevoerd, Jan de Loper, heer van Angelsdijcke. Een buitenissige rijke man die een zekere faam verkrijgt tussen de beide wereldoorlogen door wereldreizen, avonturen en grappen en grollen. Het leven dat Jan de Loper leeft kan gefinancierd worden door zijn rijke ouders. Jan de Loper vestigt zich in Angelen (volgens mij is dat Angerlo).

Rebert vindt in zijn reddende functie als dierenarts zijn vrouw en komt langzaam tot leven via haar. Hij krijgt vrienden en een sociaal leven, totdat het noodlot toeslaat en zijn vrouw bij een ongeluk overlijdt. Ondertussen ziet Jan de Loper dat zijn de roem en reputatie tanende is, niemand zit meer te wachten op verhalen van een ‘oude gek’. Mensen maken in toenemende zelf hun avonturen. We hebben het over midden jaren zestig als beide hoofdpersonen elkaar tegen gaan komen in Angelen.

De een gedesillusioneerd door het lege leven zonder zijn vrouw en zijn onvermogen om zijn eigen leven te gaan leiden. In Angelen verwerft hij nog een zekere reputatie als onbezoldigd dierenarts/ dierenredder van allerlei kleine huisdieren. De ander suddert nog een beetje op zijn vergane glorie en als vrijgevig man verdient hij nog enig aanzien in het dorp. Af en toe heeft Jan de Loper nog een opleving, die echter niet meer aanslaat bij het grote publiek. Twee zonderlinge eenzame zielen komen elkaar af en toe tegen, maar lijken elkaar eerder als concurrenten te zien. De een zoekt contact met de buitenwereld, door toevalligheden en situaties te ensceneren, maar hij blijft introvert en op zichzelf. De andere probeert zijn extroverte persoonlijkheid in te zetten om opnieuw in het middelpunt van belangstelling te komen. Het lukt ze geen van beide, hoewel ze elkaar uiteindelijk toch echt zullen tegenkomen.

In het laatste deel komt de gevluchte witte walvis/dolfijn weer in het boek voor. Het dier is via de haven van Rotterdam in de Rijn terechtgekomen en zorgt in Europa voor veel roering. Ook in Angelen, waar de beide hoofdpersonen op hun eigen wijze de witte walvis in hun leven krijgen, of beter, hun leven proberen te keren door middel van de walvis. Hetgeen voor beide jammerlijk mislukt.

En wat vind ik van het boek

In het bovenstaande heb ik in vogelvlucht , ‘Zoete Mond’ beschreven. Een verhaal dat vrij minutieus de gedachtewereld van beide hoofdpersonen beschrijft, waardoor het boek in mijn optiek aan de ene kant een zeer indringend beeld geeft van binnenwereld van beide heren. Aan de andere kant is het erg filmisch beschreven met als gevolg dat er een onnodige stroperigheid insluipt. Juist deze tegenstelling maakte dat ik soms de neiging had om te kappen met lezen, aan de andere kant intrigeerden de hoofdpersonen wel. Hun ogenschijnlijke verschillen, maar vooral ook hun onmiskenbare overeenkomsten en de vraag die ik me stelde, hoe gaat hun onderlinge relatie aflopen. Die nieuwsgierigheid oproepende verhaallijn van Thomas Rosenboom heeft mij uiteindelijk over de streep getrokken.

Voor mij persoonlijk vind ik het erg leuk te ervaren dat het verhaal zich afspeelt in een omgeving die ik goed ken. Bovendien geeft juist de filmische wijze van vertellen een prachtig tijdsbeeld de jaren vijftig en zestig. Ook zie ik een prachtige parallel tussen de huidige tijd en de tijd waarin ‘Zoete Mond’ plaats vindt. Ook toen waren er grote veranderingen in het leven van alledag door technische vooruitgang door middel van radio, tv en ruimere vervoersmiddelen. Marc, oud kamergenoot van Rebert vervult hierin de wereldse leegheid van de reclamewereld, die voor huidige maatstaven aandoenlijk overkomt. Het dorp Angelen verandert mee, met als gevolg dat Jan de Loper zijn tijd niet meer kan volgen. Door de nieuwe sociale media tegenwoordig, wordt de wereld nog kleiner of bereikbaarder zo je wilt. Dit heeft gevolgen voor het sociale leven in dorpen en sociale gemeenschappen. Een analoge roman in de huidige tijd met soortgelijke hoofdfiguren is gemakkelijk voor te stellen. Deze eenzame mensen kunnen niet mee, maar hebben wel ambities. Door de jaren zestig te pakken, krijgen de hoofdpersonen iets romantisch en aandoenlijks, maar het lijkt vooral aan de personen te liggen, niet aan het tijdsbeeld.

Al met al een leesbaar boek, maar zal niet meteen aan een tweede Rosenboom beginnen. De eerlijkheid gebied te zeggen dat dit ook komt omdat de nieuwste van Maarten ’t Hart me toelacht en vraagt om gelezen te worden.

Mijn eindbeoordeling van dit boek op een schaal van 1 tot 10 is: 7,5

==============================================================

ANDERE BOEKBEOORDELINGEN

Boeken lezen, voor mijn bovenal een prettig tijdsverdrijf. Soms wordt ik er ingezogen, soms koester ik de taal en soms ‘slechts’ tijdspassering. Maar ik vind er altijd wel iets van of het nu literair is of niet. Geheel losgekoppeld van de eisen van de middelbare school beoordeel ik mijn leesvoer. In de volle overtuiging dat mijn eigen socialisatieproces hier debet aan is en vooral ook mijn eigen beperkingen. Het mag de pret niet drukken om cijfers uit te delen.

Mijn kleine Waanzin / Jan Brokken                                                                            7+

Winter in Madrid / C.J. Sansom                                                                                   8-

Harry Potter en de relieken v.d. dood /J.K. Rowling                                           7,5

De nazi en de kapper/ Edgar Hilsenrath                                                                    8-

Afrika / Jan Brokken                                                                                                         7,5

Pauperparadijs / Susanna Jansen                                                                              7,5

De Schaduw van de wind / Carlos Ruiz Zafón                                                          8+

De overgave / Arthur Japin (Na 200 pag. opgegeven)                                          5-

Erasmus en het poldermodel / Herman Pley                                                           7

Het woeden der gehele wereld / Maarten ’t Hart                                                   8-

Het verslag van Brodeck / Philippe Claudel                                                          8,5

De hand van mijn moeder / Nafisa Haji                                                                     7+

Knielen op een bed violen/ Jan Siebelink (na 250 pag. opgegeven)               5

Kleine landjes -berichten uit de Kaukasus / J.B. Cortius                                    7

Caesarion / Tommy Wieringa                                                                                        8

Harlekino / Tessa de Loo                                                                                                 8-

Grijze Zielen / Philippe Claudel                                                                                    8

Het Rozeneiland / Sanne Terlouw                                                                                7

Brug der Zuchten / Richard Russo                                                                                8-

Het diner / Herman Koch                                                                                                 7+

IJskastmoeder / Janneke van Bockel                                                                         7,5

God is Gek / Kluun                                                                                                               5

Duel / Joost Zwagerman                                                                                                   6,5

De hand van Fatima / Ildefonso Falcones                                                                 8-

Het zwijgen van Maria Zachea / Judith Koelemeijer                                             7,5

God’s Gym / Leon de Winter                                                                                            7+

Zoete Mond / Thomas Rosenboom                                                                                 7,5

Eenzaamheid van de priemgetallen / Paolo Giordano                                          8-

 De verborgen geschiedenis van Courtillon / Charles Lewinsky                         8

River van Vergetelheid / Philippe Claudel                                                                 8+

Het spel van de engel                                                                                                           7,5

Quadriga / F. Springer                                                                                                          7-

Sonny Boy / Annejet van der Zijl                                                                                       7,5

 

God’s Gym/ Leon de Winter

De ingrediënten die Leon de Winter in zijn boek God’s Gym heeft verwerkt, geven een groot potentieel voor een fijn boek. Zonder uitputtend te zijn, noem ik: ‘Rouwverwerking, vader-dochter(kind) relatie, de Joodse zaak, de Palestijnse zaak, de Joods-Palestijnse zaak, vriendschap en bedrog.’ Misschien is dit wel een heel algemeen lijstje, dat op meerdere boeken van toepassing kan zijn. In ieder geval heeft het boek God’s Gym me aangenaam verrast.

 Een kleine toelichting op die aangename verrassing is noodzakelijk omdat ik zeker weet dat er voldoende mensen zijn die een boek van Leon de Winter standaard per definitie een leesfeestje vinden. Ik heb echter de onhebbelijke eigenschap om me iets aan te trekken van mijn al dan niet bekrompen (voor)oordelen over een schrijver. Harry Mulisch lees ik niet bijvoorbeeld ondanks zijn hooggeprezen ‘wannebe Nobel-status.’ Zo heb ik Leon de Winter altijd een te fanatieke verdediger van Israël gevonden, een beetje fundamentalistisch bijna. En het flauwe is dat ik niet eens zeker weet of ik dit moet baseren op feiten. In 2009 heb ik vluchtig een interview gezien met Leon de Winter waarbij ik mijn visie moest herzien. Ik vond hem genuanceerder dan ik voor ogen had Ook dit kan ik amper beargumenteren. Kortom ik stond open voor een De Winter die toevallig in huis rondslingerde. Trouwens Kaplan ligt amper belezen in de boekenkast, misschien krijgt het een nieuwe poging.

 Ik heb voor mezelf proberen te achterhalen wat het boek voor mij zo aardig maakte. Ik denk dat de volgende beschrijving recht doet aan mijn oordeel:

‘Een ogenschijnlijk realistische omgeving, met ogenschijnlijk normale mensen, zij het iets aan de bovenkant van de sociale ladder, worden geconfronteerd met bijzondere, bijna bizarre zaken, die op hun beurt het gewone leven niet in de weg lijkt te staan. De nadruk ligt hierbij wel op de laatste drie woorden ‘lijkt te staan.’ Want als je dochter door een motorongeluk sterft en de bestuurder (Errol, ook God genoemd) geeft zijn hele leven op, om uit schuldgevoel de vader Joop, hoofdpersoon in het boek, van dienst te zijn, dan is dit enigszins vreemd.

Als je als scriptschrijver door een oude schoolvriend wordt gevraagd een vermeende terrorist te volgen ten behoeve van de staat Israël en hem van informatie te voorzien, dan kun je stellen dat dit niet alledaags is.

Als een oude vlam, de vrouw die je als puber heeft ontmaagd, opeens weer in je leven komt als bevlogen boeddhist en de liefde blijkt weer op te bloeien hoewel je niets moet hebben van het zweverige van haar, dan wordt je door gevoelens heen en weer geslingerd.

Als diezelfde vriendin met een zogenaamde leraar komt die vanuit een gereïncarneerd verleden je opa zou moeten zijn, dan kijk je heel raar op. Het wordt nog vreemder als vanuit de kennis van/ of over de opa, je bij de Zwitserse bank recht heb op twee miljoen dollar nalatenschap, dan heb je nog maar weinig commentaar te leveren op dat rare boeddhisme van je oude vlam. En last but not least, als al die zaken sterk met elkaar verweven worden, dan heb je een spannend boek. Niet meer en niet minder.

 

Je hebt boeken die ervoor zorgen dat je in het verhaal gezogen wordt, dat is het boek van Leon de Winter niet. Het kan ook zijn dat ik weinig tijd heb genomen om de rust te vinden door te lezen. God’s Gym las ik vooral bij het slapen gaan, een of twee hoofdstukjes en dat was voldoende om de verhaallijn vast te houden.

 

Het boek begon wat vreemd. De proloog heet ‘De samenloop der omstandigheden op 22 december 2000’. God (de eigenaar van de sportschool en vermeend verantwoordelijk voor het ongeluk van zijn dochter) heeft allerlei omstandigheden bij elkaar geharkt die op een of andere wijze te maken zouden kunnen hebben met het feit dat de dochter van Joop Koopman die dag stierf. Toevalligheden, of toeval bestaat niet, voor de lezer is het in eerste instantie een opsomming van ‘droge’ feiten, die mogelijk later in het boek duidelijk zouden worden. Bij mij is dat niet echt gebeurd. Sterker nog, de epiloog blijkt terug te komen op die samenloop van omstandigheden, maar het bleef enigszins vaag voor mij. Met de epiloog en de vrij plotseling afloop van het boek, bleef bij mij een wat onbevredigend gevoel achter. Een kater is een te strenge kwalificatie, maar echt een fijne afsluiter van de dag was het boek niet.

 

Nu ben ik de eerste om toe te geven dat ik mogelijk niet alles begrijp van het boek, maar ook het lezen van een Leon de Winter is vooral een prettig tijdverdrijf voor mij, dus dan heb ik geen zin in allerlei zoekacties in het boek om alle eindjes precies aan elkaar te knopen. Zo goed vond ik het boek nu ook weer niet, maar in ieder geval goed genoeg om een volgende keer niet meteen het werk van Leon de Winter af te wijzen.

 

Het zwijgen van Maria Zachea – Judith Koelemeijer

Soms is een idee om een boek te schrijven erg eenvoudig, voor de handliggend simpel zelfs. De sleutel tot simpliciteit heeft Judith Koelemeijer gevonden in haar werk: “Het zwijgen van Maria Zachea.” Een boek lag al enige jaren bij ons in de kast zonder mijn warme aandacht. Waarom weet ik eigenlijk niet. Hoe besluit een mens om een boek te lezen?

Allereerst op aanraden van zijn omgeving of door de bekendheid van de schrijfster. In het geval van Koelemeijer ging dat niet op. Soms is een wervende tekst op de achterkant of een spectaculaire voorkant het duwtje in de rug om een boek op te pakken. Uiteindelijk heeft de ondertitel van dit boek de doorslag gegeven, namelijk, ‘Een ware familiegeschiedenis’. De laatste tijd heb ik meerdere romans gelezen die de ontwikkeling van families schetsten. Dat is goed bevallen. De foto op het boek van Koelemeijer, een zwart-wit foto van kinderen in ouderwetse badkleding, brengt spruitjeslucht naar boven. En hoewel zwart-wit foto’s op dit moment erg ‘hot’ zijn, was mijn vooroordeel niet ten onrechte. Echter, goed klaargemaakt zijn spruitjes soms erg lekker. In het geval beschouw ik Judith Koelemeijer als een goede kokkin.

Wat zijn de ingrediënten? Een eenvoudig recept dus. Men neme een zieke dame op leeftijd die op toerbeurt verzorgd wordt door haar twaalf kinderen. Naast een summiere weergave van de activiteiten van de verzorging, komen de verhalen van ieder kind en hun relatie met hun moeder, hun overleden vader en de andere broers en zussen voorbij. Omdat de eerste in 1934 is geboren en de jongste in 1953 komt er een prachtig tijdsbeeld voorbij, misschien inderdaad te beginnen met spruitjeslucht, maar als de jongeren voorbij komen, dienen andere, meer wereldse geuren zich aan.

Omdat de bereidingswijze misschien simpel is, mag volgens mij niet zomaar aangenomen worden dat er niet secuur te werk gegaan moet worden. Ik vind dat Judith Koelemeijer er in geslaagd is de familieverhoudingen mooi weer te geven, een hardwerkende tuindersfamilie met een groot potentieel tot studerend vermogen. De kansen voor de oudsten waren anders dan die voor jongeren. Meisjes en jongens hebben ook een andere kijk op het familiegebeuren en hun eigen rol in het geheel.

Eigenlijk zou iedereen met een pietsie schrijfvermogen iets soortgelijks moeten doen. Dan zou er een prachtig pallet van familiegeschiedenissen in Nederland ontstaan en daarmee een bijzonder beeld over de 20e eeuw. Want wie heeft er niet een heel scala aan ooms en tantes. Als ik naar mijn eigen familie kijk, waren ze bij mijn vader thuis met acht kinderen, bij mijn moeder met een minder.

Ogenschijnlijk hele normale families, net als de familie Koelemeijer, waarbij ik zeker weet dat meningen, opinie en kijk op het verleden van de verschillende broers en zussen aanleiding tot dynamiek zal geven en dus een potentieel boekwerk.

Een oud Nederlands spreekwoord zegt immers ‘Ieder huisje heeft zijn kruisje.’ Dat was te lezen bij het boek van Judith Koelemeijer en ten aanzien van het lief en leed bij de families van mijn ouders anders zijn. Zal er een rode draad te vinden zijn in het gemeenschappelijk geheugen? Zullen er ‘onbekende zaken’ boven komen?

Ik zal het niet te weten komen, want mijn inschatting is dat de belangstelling bij de verschillende ooms en tantes niet zal overstromen. Judith Koelemeijer heeft het gelukkig wel gedaan en verschafte mij daarmee veel leesplezier en het gevoel dat ik niet zover zal komen.

Het zwijgen van Maria Zachea

(Een ware familiegeschiedenis)

Judith Koelemeijer

Plataan 2001

De hand van Fatima/ Ildefonso Falcones

Moslims en christenen, een fijn stel bij elkaar in de huidige tijd, maar zeker ook in het Spanje van de zestiende eeuw. Tegen deze achtergrond heeft Ildefonso Falcones zijn historische roman De hand van Fatima geschreven. Alleen de naam Fatima geeft al beroering in beide geloofsgemeenschappen. Fatima, een veelgebruikte meisjesnaam bij ook hedendaagse moslims en het boegbeeld voor Wilders om tegen te strijden ten faveure van Henk en Ingrid. Maar ook de katholieken hebben veel met de naam Fatima, niet in de minste plaats vanwege de Mariaverschijning in Portugal.

Don Quichot van La Manche door Cervantes geschreven, speelt zich af in dezelfde tijd. De schrijver haalt dit ook aan in zijn werk. De vraag die bij me opkwam, wat is gekker, vechten tegen molens of anderen afmaken om de verering van de juiste God?

  

De hand van Fatima is een boek dat eigenlijk iedere xenofoob van welke religie dan ook zou moeten lezen, om een beetje te begrijpen hoe het niet moet. In dat opzicht is de historische roman van Falcones een heel actueel boekwerk. Vanuit de Vaderlandse geschiedenis weet een ieder dat de Spaanse Inquisitie en voor de Nederlanden met name de Hertog van Alva, een bloederige geschiedenis heeft achtergelaten met zijn Raad van Beroerten. Na het lezen van de hand van Fatima weet ik dat Alva zeker niet de enige is met zeer fundamentalistische kerkelijke leeropvatting met betrekking tot het geloof en vooral ook een genadeloze behandeling van degene die hiervan dreigen af te wijken. Dat was in Nederland al zo waar de Lutheranen en Calvinisten tot ketters werden uitgeroepen. In Spanje was dat niet anders met de daar nog talrijk aanwezige moslims die er na de val van Granada (1492) moesten zien te overleven. Die multiculturele samenleving van Morisken (Moren) en de Spaanse Inquisitie is de achtergrond waarin het verhaal over Hernando (Ibn Hamid) en zijn geliefde Fatima zich afspeelt. En ik kan u verzekeren dat mocht dit boek ooit verfilmd worden dat het een film voor 16 jaar en ouder zal worden. Het is soms ongelooflijk bloederig, maar dat neemt niet weg dat voor mijn gevoel ook zeer goed het tijdsbeeld van Spanje tussen 1568 en pakweg 1630 weergeeft.

De hoofdpersoon Hernando (met als moslimnaam Ibn Hamid) is een zoon van een Moriskische vrouw en een priester, een product van een brute verkrachting. De vrouw trouwt met een man die dit kind eigenlijk niet accepteert. Hernando zal zijn levenlang achtervolgt worden door het dilemma om door de Morisken (zijn eigen volk?) niet geaccepteerd te worden, maar ook door de christenen altijd als een moslim te worden beschouwd. Hij moet net zoals velen in die tijd manoeuvreren tussen het belijden van zijn eigen geloof en zijn trouw zweren aan de enige echte God te weten Allah en tegelijkertijd moet hij opereren als een vroom katholiek (nieuwchristen?) en zich onderwerpen aan de andere enige ware God van de katholieken.

In dit boek zie ik drie lagen die meesterlijk in elkaar overlopen en al naar gelang van de (economische) positie van de hoofdpersoon in meer of mindere mate nadrukkelijk de boventoon voert.

Het allereerst ben ik onder de indruk van de historische beschrijving van de tijdsgeest en de hoeveelheid geschiedkundige feiten die de schrijver etaleert. Met het lezen van het boek heb ik een goede indruk gekregen van de economische en sociale ordening van het Spanje van die tijd, maar ook de onderlinge verhoudingen tussen de bevolkingsgroepen, de verschillende economische lagen en tussen mannen en vrouwen. Het is op dusdanige wijze beschreven dat je echt mee kunt voelen met de hoofdpersonen. Maar ook de internationale verwevenheid tussen de verschillende Europese landen, en daarbuiten, is mij opgevallen en (internationale) politieke feiten worden automatisch meegenomen in het werk van Falcones.

De tweede laag zou ik willen beschrijven als een mengeling van een helden- en liefdesepos, waarbij de liefde tussen Hernando en Fatima eeuwig lijkt, maar hevig op de proef wordt gesteld door de omstandigheden. Bovendien heeft Ildefonso Falcones van de hoofdpersoon een man gemaakt die zich uiteindelijk in alle omstandigheden weet te redden door zijn flexibele intelligente geest, heldhaftigheid en standvastigheid in geloof. Met alleen deze laag zou ik niet tevreden zijn geweest als lezer, maar door de verstrengeling met de historische achtergrond en de zoektocht naar het ware geloof, wordt ook dit enorm spannend en wel bijna 1000 pagina’s lang.

De spirituele en laatste laag dus, waarbij aan de ene kant de onverdraagzaamheid tussen de religies voorop staat, maar waarbij Hernando naast zijn haat jegens de katholieken, ook op zoek is naar de overeenkomsten tussen de beide geloofsovertuigingen. Hij voert deze strijd op macro niveau, maar ook in zichzelf wordt hij regelmatig overrompeld door twijfels. Zijn zekerheid vindt hij in het feit dat er eigenlijk maar één God is, die van Abraham, maar vooral ook de waardering en/of verering van Maria (Maryam) in beide geloven.

De hand van Fatima

La mano de Fátima (2009)

Ildefonso Falcones

Uitgeverij Luitingh-Sijthoff

2010 

Kortom een boek dat niet in een avond is uit te lezen, maar dat je voor een langere periode een schaduwleven geeft naast je eigen leven. Onwillekeurig zitten de verwikkelingen van de hand van Fatima in je poriën. De vragen komen in je op of er zoveel is veranderd sinds de Spaanse Inquisitie en of de mensen daadwerkelijk anders zijn geworden door de Verlichting? Zo zijn er vele vragen die boven borrelen en die qua beantwoording alle kanten op kunnen. Een vraag die ook boven komt is de kwestie of dit boek literatuur is met kapitalen? Ik heb me tijdens het lezen niet kunnen betrappen op bewondering voor een zin of de schrijfstijl in het algemeen. Wel wilde ik vooral door in het verhaal en daarin ligt ook de kracht van het boek. Ik weet trouwens helemaal niet waar goede literatuur aan moet voldoen, wel waar een goed boek aan moet voldoen en dat is helemaal in orde bij De hand van Fatima.

Ildefonso Falcones

DUEL van Joost Zwagermans

Een prangende, maar onbeantwoorde vraag blijft bij me achter na het lezen van ‘Duel’ een werk van Joost Zwagerman. In het Boekenweekgeschenk laat Zwagerman een tolk opdraven die voor de hoofdpersoon, Jelmer Verhooff, het een en ander laat vertalen vanuit het Sloveens. Nu ben ik op de hoogte dat de Slavische talen plastischer èn bloemrijker formuleren dan in het Nederlands gebruikelijk is. En omdat Sloveens een Slavische taal is, blijven de Slovenen blijkbaar niet achter. De fragmenten in het boekje Duel waren hoogst vermakelijk. Mijn vraag is of Zwagerman zelf echt het Sloveens meester is?  Ik weet het niet, maar wat ik wel weet is dat het een lekker boekje is voor een zonnige middag in de tuin. Dat heeft Zwagerman netjes gedaan voor heel boekkopend Nederland.

In 1989 kreeg ik mijn eerste Zwagerman cadeau. Ik weet nog dat ik na het lezen een onbevredigend gevoel had. Ik vond het een slap aftreksel van ‘Less then zero’ van Bret Easton Ellis dat overigens ook niet aan mij besteed was. Leegte is een karakteristiek dat ik nog in mijn hoofd heb, dus geen aanrader om meer boeken van hem te kopen. Toen kreeg ik een paar jaar later ‘De buitenvrouw’ en ik was aangenaam verrast. Sindsdien heb ik eigenlijk nooit meer iets van Zwagerman gelezen. Hij ontpopte zich meer als een BN-er dan als schrijver, hoewel ik de bloemlezing van de Nederlandse en Vlaamse literatuur (2005) ernstig mis in mijn boekenkast.

Ruim vijftien jaar later weer een echte Zwagerman, ‘Duel’ dus. Het meest uit het oogspringende voor mij was de uiterste vermakelijke, maar zeer harde kritiek van Zwagerman op de moderne kunst. Dit valt bij mij al snel in goede aarde, zeker wanneer het niet in de categorie valt: ‘Dat kan mijn zoontje van drie ook’. In ‘Duel’ wordt de kritiek op moderne kunst nooit plat, daarentegen is het elitaire van de kunst de kop van Jut voor Zwagerman.

 

Joost Zwagerman

Duel

Stichting Collectieve Porpaganda van het Nederlandse boek

2010

De hoofdpersoon Jelmer Verhooff is directeur van een vooraanstaand Amsterdams museum. (Gemakshalve ga ik als lezer voorbij aan ieder vergelijk, al heb ik het Rijksmuseum steeds voor ogen) In zijn afsluitende expositie laat de directeur twintig kunstwerken naschilderen en exposeren in zijn museum alvorens de hele tent voor onbeperkte tijd moet sluiten vanwege een verbouwing. Een van de kunstenaars schildert het beroemde werk van Mark Rothko, untitled no. 18 op fenomenale wijze na. Ver na de finale expositie komt Verhooff, via een oude restaurateur, er achter dat het doek van Rothko er niet meer is, maar dat slechts de nageschilderde versie in het bezit is van het museum. De verdenkingen gaan meteen naar Emma Duiker, de schepper van het kopie. In plaats van naar de politie te gaan, stapt Verhooff naar de kunstenares. Zij blijkt het origineel ook niet meer te hebben in Amsterdam. Het doek is onder regie van Emma Duiker een wereldreis aan het maken, niet langs vermaarde kunsthallen en musea, maar gewoon onder de mensen op de verschillende plaatsen in de wereld. Ongewild wordt Verhooff deelgenoot van het project van Duiker, die het elitaire van de kunst hekelt en een nieuw kunstproject maakt met het beroemde schilderij van Rothko door de gangen van het schilderij inclusief de reacties van een zeer uiteenlopend publiek nauwgezet in beeld te brengen.

Verhooff wordt gemangeld tussen bewondering voor het idee van de kunstenares en zijn verantwoordelijkheid voor het doek als museumdirecteur. Hij probeert zonder dat de pers er lucht van krijgt het schilderij uit Slovenië terug te halen.

Het staat buiten kijf dat Joost Zwagerman er een lekker lezend verhaal van heeft gemaakt. Met zijn manier van schrijven haalt hij de luchtbellen uit de kunstwereld en via Emma Duiker wordt de kunst naar de gewone man en vrouw gebracht. Juist dat laatste sluit aan bij mijn belevingswereld en daarom kan ik dit boekje erg waarderen.

Zelf zakt bij mij de broek af als allerlei lompe opmerkingen worden gemaakt over moderne kunst, al ben ik beslist geen kenner, integendeel zelfs. Maar mocht ik in de gelegenheid zijn iets te zien, dan zal ik het niet nalaten om het in ieder geval te bekijken. Het werk van Rothko ken ik niet en bij het schilderij untitled no. 18 moet ik eerlijk toegeven dat ik het beeld wel op mijn netvlies had zonder daar de naam van de kunstenaar aan te koppelen.

Erger nog dan lompe opmerkingen vind ik het afstotelijke ‘ons-kent-ons’ elitaire gedrag van kunstkenners en soms ook kunstenaars. Met dedain minachten zij allen die de kunst (of hun kunst) niet zouden begrijpen, terwijl ze handig inspelen op allerlei a-culturele rijkaards die de kunst gebruiken voor prestige of investeringen voor nog dommere rijkaards.

Kunst moet terug naar het volk, net zoals boeken en films die voor iedereen te bewonderen zijn.

En zo bewijs ik maar weer eens dat een boekbespreking vaak niet meer is dan een boekervaring gebaseerd op mijn eigen socialisatieproces. Over moderne kunst gesproken, ik ben er van overtuigd dat heel veel mensen ook ‘Untitled no. 18 van Rothko als verwerpelijke kunst zullen beschouwen. Ik zelf zou het doek eigenlijk eerst eens goed moeten bekijken. Zo heeft Zwagerman met dit boekje alleen al gezorgd voor een klein stukje democratisering van de kunst door mij ooit eens bewust te laten kijken naar een echte Rothko.

Kluun schreef mìnstens 1 boek te veel

Het actuele fenomeen Kluun, met afgelopen vrijdag de première van de film van zijn boek ‘Komt een vrouw bij de dokter, zag ik eind oktober bij Pauw & Witteman. Hij had een vlugschrift geschreven, God is Gek, een aanklacht tegen de dictatuur van het atheïsme. Een slap gesprek met een hoop holle frases waarbij Jeroen Pauw en Paul Witteman het vleesgeworden atheïsme vertegenwoordigden. Geen boek voor mij dus, dacht ik. Totdat mijnheer Kluun verbaal en non-verbaal zich toch wat denigrerend over de Hapinezz en de Nieuwe Spiritualiteit uitliet. Geheel in tegenstelling tot de rest van zijn betoog. Mijn belangstelling was alsnog gewekt, bovendien hielp de prijs van slechts €2, 50 ook heel goed mee.

 Kluun

 God is gek

Uitgeverij Podium 2009

In het kader van de week van de spiritualiteit

 Kluun, ik heb zijn boek ‘Komt een vrouw bij de dokter’ en het vervolg, ‘de Weduwnaar’ gelezen. Gemakkelijk en snel geschreven boeken, met een droevig thema. En toch ergerde ik me groen en geel aan de boekjes. Ik interpreteerde zijn leefstijl en levenshouding heel negatief. Ik heb het dan niet over het vreemd gaan terwijl zijn vrouw ernstig ziek was. Vooral het Randstedelijke hedonisme – kijk mij eens hip en werelds wezen – gaf mij een vieze smaak in de mond. Ik zou bijna zeggen, hij propageerde een leefstijl waarbij God noch gebod bestond, maar dat klinkt zo veroordelend maar in het kader van zijn nieuwe boekje wel typerend.

Terwijl hij zat te ‘hoeren en snoeren’ in het wereldse Amsterdam en waar dan ook nog meer, draaide de rest van de wereld gewoon door. Geloofsbeleving en spiritualiteit evolueerden, fundamentalisme bloeide op en Kluun zag het blijkbaar niet. Eigenlijk niets nieuws onder God’s verwarmende zon. De ontkerkelijking dateert al vanaf de jaren zestig, maar het is van alle tijden dat mensen, groepen en individuen, zoeken naar vervanging, de ene keer wat heftiger en fanatieker dan in andere periodes. Het is volgens mij eigen aan het mens zijn.

Een dramatische gebeurtenis in het leven van Kluun, de dood van zijn vrouw die aan kanker leed, brengt Kluun in een meer spiritueel vaarwater. Ook dit is heel menselijk en niets menselijks blijkt Kluun vreemd te zijn. Vanuit deze inzichten of noem het van mij part geestelijke verrijking constateert Kluun een dictatuur van het atheïsme. Wetenschappers en opiniemakers zouden met dedain over geloof en spiritualiteit praten?

Ze zullen er vast zijn, maar heb ik iets gemist? Heb ik niet opgelet? Waar heb ik zitten slapen of waar heb ik woorden of zinsneden van opiniemakers niet begrepen? Of wanneer lag het internet eruit?

Dit zijn vragen die Kluun ook stelt in het begin van zijn boek “God is Gek” als hij blijkbaar constateert dat de richtinggevende publieke opinie de conclusie heeft getrokken dat God niet bestaat.

Ik begrijp het probleem niet van mijnheer Kluun, maar het is wel de reden om het boekje te schrijven. Er is volgens mij niets veranderd in deze, slechts Kluun is mogelijk iets anders in de wereld komen te staan. Zoals er mafkezen bestaan in allerlei geloofsrichtingen, zo zijn er ook fundamentalisten die heel fanatiek het bestaansrecht van een God in twijfel trekken. Er is dus helemaal geen reden om het boekje te schrijven, of Kluun moet zijn gebrek aan oplettendheid van de afgelopen jaren, mogelijk al ver voordat de ziekte van zijn vrouw zich openbaarde, compenseren met dit totaal overbodige boekje. Zijn opperste verbazing dat ook hij ook spirituele gevoelens had na een hedonistische episode, worden nu afgereageerd op een vermeende terreur van atheïsme. Belachelijk.

Zelf ervaar ik nog steeds het tegendeel. Als liberaal katholiek opgevoede jongen, ben ik sinds mijn twaalfde niet kerkelijk meer. Een korte periode van atheïsme tot pakweg mijn twintigste, heeft plaats gemaakt voor ‘ietsisme’. Met mijn beperkte theologische en spirituele kennis zie ik in de kern van veel geloven veel overeenkomsten. Ik denk dat het bij het mens zijn hoort. In iedere stroming zijn veel uitwassen te bespeuren, ook dat hoort bij het mens zijn. Als ‘volger van het Ietsisme’ stoor ik me in zijn algemeenheid aan fundamentalisten, maar die zie ik veel vaker bij gelovigen dan bij niet gelovigen. Mogelijk is atheïsme an sich wel een geloof. Ik vind het allemaal wel best.

Naast het feit dat Kluun in mijn optiek geen reden had om dit boek te schrijven is de uitwerking ook nog mager. Ik wil niet beweren dat het slecht geschreven is, integendeel, het leest weer vlot. Maar ik vind aan de ene kant komt zijn stelling de dictatuur van het atheïsme helemaal niet uit de verf komt. Hij vraagt een aantal BN-ers en wetenschappers of er leven is na de dood en natuurlijk of God bestaat. Alle soorten van antwoorden worden gegeven, met als algemene conclusie dat veel gelovigen en atheïsten in meer of mindere mate aanhangers zijn van het Ietsisme. Dus wat is het probleem?

Aan de andere kant blijft het op een vrij basaal borreltafel niveau steken, ondanks de vele literatuurverwijzingen. Dus eigenlijk had het boek niet geschreven hoeven te worden, maar het zal het wel lekker doen in de marketingstrategie van de film “Komt een vrouw bij de dokter.”

Feest der herkenning. IJSKASTMOEDER/ Janneke van Bockel

Feest der herkenning is misschien wel de foutste titel die ik deze boekervaring kan meegeven. Een feest is het namelijk niet (altijd) om opvoeder te zijn van een kind met asperger (of in mijn geval pdd-nos), tenzij je over een heel groot boeddhistisch reflectie vermogen beschikt. In mijn geval is dat niet zo. Over haar ‘asperger’ dochter schrijft Janneke van Bockel al jaren op het vkblog. Nu zijn haar verzamelde blogs in een mooi boek gegoten met de titel ‘IJskastmoeder’, leven met een aspergerkind.

In het afsluitende verhaal schrijft Janneke van Bockel hoe het bloggen haar bij de les heeft gehouden, inzicht heeft gegeven en door de reacties van anderen verder is gekomen. Ik zou dit boek en de schrijfster tekort doen door te zeggen dat bloggen een wijze van zelftherapie is, maar je zou het zo kunnen noemen. Voor mij als, laten we het NOS-vader noemen, is bloggen een soort vlucht af en toe. Een vlucht uit de opvoedingsperikelen en vooral ook, ‘ik ben dan NOS-vader, maar nu even niet’. Maar net zoals je niet zo stellig kunt zeggen dat bloggen een vorm van zelftherapie is, kan bloggen nooit vluchten zijn. Er is namelijk geen vluchtroute, want je bent altijd vader of moeder.

 

IJskastmoeder

Leven met een aspergerkind

Janneke van Bockel

Uitgeverij Lannoo 2009

Daar zit dus de herkenning in die Janneke van Bockel meesterlijk beschrijft. Onlangs was zij aanwezig op een congres van de Nederlandse Vereniging voor Autisme. Dat werd vooraf omgeroepen in de congreszaal.

‘IJskastmoeder’ dacht ik, ‘die ken ik toch van het Volkskrantblog. Dat vertelde ik aan mijn vrouw en 15 jarige zoon, die ook bij dit congres aanwezig waren. Misschien wel leuk om even handjes te schudden in de pauze. Echter om de drukte voor onze zoon een beetje te doceren hebben we een ruime pauze genomen en niet in de Beatrixhallen te Utrecht, maar even in de stad. Uiteraard ruim voor het middagprogramma zou starten, je zult immers maar eens te laat komen, waren we terug om nog een broodje mee te kunnen pikken. Mijn vrouw wilde nog even de congresmarkt op, ik zou bij mijn zoon blijven.

‘Misschien wil je een gesigneerd boek van die medeblogster? ‘vroeg mijn vrouw ook om mij even de ruimte te geven rond te lopen. Echter de afspraak met zoonlief was gemaakt dat ik bij hem zou blijven, dus……. Ik heb haar niet de hand kunnen schudden, maar ik heb wel een gesigneerd exemplaar. Ik kende IJskastmoeder uiteraard van het blog, maar las haar niet altijd in verband met mijn escapisme dat bloggen voor mij is.

Het congres was voor ons als ouders in bijzijn van onze zoon een positieve ervaring en het boek is door hem, geheel onverwacht die avond meegenomen naar zijn kamer om te lezen.

‘Die mevrouw schrijft wel goed’ was zijn eerste en enige commentaar. Meer behoefte om er iets over te zeggen had hij niet. Wij weten inmiddels dat doorvragen geen zin heeft. Vragen, opmerkingen of andere emoties die dit boek bij hem teweeg heeft gebracht (of niet natuurlijk) zullen in de loop der jaren op de meest onverwachte momenten naar boven komen. Het er doordrukken om het ‘lijden’ van het ouderschap te verifiëren bij hem zal bij forceren alleen maar een averechtse werking hebben en paniek veroorzaken. En dat is voor niemand wenselijk. Want als uit het boek van Janneke van Bockel een ding duidelijk wordt, is dat het eeuwige opvoedkundige gevecht met je kind, in combinatie met je eigen waarden en normen, verwachtingspatronen voor je kind maar ook voor jezelf en vooral dan ook nog de omgeving die van alles vindt en ook meent te moeten en kunnen zeggen.

Onze zoon heeft geen asperger, dus hij is niet precies zo als de dochter van Janneke van Bockel. Tenminste dat is zijn rigide mening. Over aspergerkinderen zegt hij dat ze druk zijn, altijd praten en alles denken beter te weten. Hij is natuurlijk niet zo. Maar in veel opzichten ook zo vergelijkbaar, vinden wij als ouders.

Onze zoon is wel heel slim, maar is extreem angstig voor nieuwe zaken, onverwachte dingen en onvoorspelbaarheid. Na bijna rimpelloos de basisschool te hebben doorlopen, is het vanaf de derde dag op het VWO misgegaan en tot op heden nog niet goed gekomen. Hij gaat (bijna) niet naar school en na drie jaar komt de gerichte hulpverlening eindelijk op gang. Maar het heeft veel met hem gedaan de afgelopen jaren en niet ten goede. We moeten maar kijken hoe de toekomst er voor hem (en ons) uit gaat zien.

Janneke van Bockel schrijft over gezinservaringen (bijvoorbeeld vakanties en uitjes), de boosheid van haar dochter, de wanhoop en de onmacht als moeder. Herkenning alom, maar geen feest.

Ze schrijft over onbegrip bij (schoon)ouders, school en andere sociale contacten. Herkenning, wederom, maar geen feest.

De bureaucratie rondom school en zorginstanties in Nederland, over wachtlijsten maar niet te spreken. Herkenning, herkenning en nog eens herkenning, maar geen feest. Eerder een eeuwigdurende nachtmerrie.

De lompheid van sommige hulpverleners en de opluchting als er ergens maar een beetje compassie is, is zo herkenbaar.

Het ‘misbruiken’ van het jongere zusje (in ons geval, jongere broertje) bij de opvoeding. Je wilt het niet, maar het parentificeren sluipt erin, voordat je het weet. Je echtgenote verwordt soms tot een soort van hulpverleningscollega in plaats van alle andere functies die een echtgenote zou moeten hebben.

 Alles is zeer herkenbaar, en het feestelijke zit hem vooral in het gevoel dat je zelf niet gek bent, maar een opdracht hebt die soms schier onmogelijk lijkt. Het opvoeden van een NOS kind of een aspergerkind is een levensopdracht, die waarschijnlijk nooit klaar is. En natuurlijk blijf je als ouder van elk kind, altijd ouder. Maar bij een kind met een ogenschijnlijk onzichtbaar ‘weeffoutje’ wordt er wel een hele zware wissel getrokken op je relatie, je eigen ambities en vaak moet je constateren dat er veel mis gaat, of al helemaal niet meer ondernomen wordt uit voorzorg.

Een feest der herkenning dus toch. Opvallend is in de verhalen van Janneke van Bockel dat zij alles schrijft vanuit haar moeder perspectief. Waar is de vader in het geheel, denk ik als NOS-vader? Af en toe wordt de partner van Janneke benoemd in een van de verhalen, en fungeert mogelijk als ‘koelkast’ vader. Ik weet niet waarom ze voor deze opzet heeft gekozen. Zelf heb ik er wel een verklaring voor. Ondanks alle goede wil en samenwerking in een huwelijk, veel kun je gewoon niet delen. Je wanhoop of woede over sommige opvoedkundige situaties wil je wel delen, maar ook je partner heeft een wankel evenwicht. Kan ze je frustraties er nog bij hebben?

Ik vind IJskastmoeder een fijn boek als direct betrokkene in de materie. Janneke van Bockel schrijft over het algemeen vrij optimistisch en dat siert haar. Het is ook de beste manier om door te gaan. Als NOS vader zie ik in de verhalen echter wel de momenten, soms langere periodes, dat het leven stroop is. Ik vraag me af of een buitenstaander zich vanuit de verhalen van Janneke van Bockel dat er altijd uit kan halen.

Door mijn directe betrokkenheid, anders lees ik zelden dit soort boeken, is mijn beoordeling: 7,5

================================================================

ANDERE BEOORDELINGEN

Boeken lezen, voor mijn bovenal een prettig tijdsverdrijf. Soms wordt ik er ingezogen, soms koester ik de taal en soms ‘slechts’ tijdspassering. Maar ik vind er altijd wel iets van of het nu literair is of niet. Geheel losgekoppeld van de eisen van de middelbare school beoordeel ik mijn leesvoer. In de volle overtuiging dat mijn eigen socialisatieproces hier debet aan is en vooral ook mijn eigen beperkingen. Het mag de pret niet drukken om cijfers uit te delen.

Mijn kleine Waanzin / Jan Brokken                                                                            7+

Winter in Madrid / C.J. Sansom                                                                                   8-

Harry Potter en de relieken v.d. dood /J.K. Rowling                                           7,5

De nazi en de kapper/ Edgar Hilsenrath                                                                    8-

Afrika / Jan Brokken                                                                                                         7,5

Pauperparadijs / Susanna Jansen                                                                              7,5

De Schaduw van de wind / Carlos Ruiz Zafón                                                          8+

De overgave / Arthur Japin (Na 200 pag. opgegeven)                                          5-

Erasmus en het poldermodel / Herman Pley                                                           7

Het woeden der gehele wereld / Maarten ’t Hart                                                   8-

Het verslag van Brodeck / Philippe Claudel                                                          8,5

De hand van mijn moeder / Nafisa Haji                                                                     7+

Knielen op een bed violen/ Jan Siebelink (na 250 pag. opgegeven)               5

Kleine landjes -berichten uit de Kaukasus / J.B. Cortius                                    7

Caesarion / Tommy Wieringa                                                                                        8

Harlekino / Tessa de Loo                                                                                                 8-

Grijze Zielen / Philippe Claudel                                                                                    8

Het Rozeneiland / Sanne Terlouw                                                                                7

Brug der Zuchten / Richard Russo                                                                                8-

Het diner / Herman Koch                                                                                                 7+

IJskastmoeder / Janneke van Bockel                                                                         7,5

God is Gek / Kluun                                                                                                               5

Duel / Joost Zwagerman                                                                                                   6,5

De hand van Fatima / Ildefonso Falcones                                                                 8-

Het zwijgen van Maria Zachea / Judith Koelemeijer                                             7,5

God’s Gym / Leon de Winter                                                                                            7+

Zoete Mond / Thomas Rosenboom                                                                                 7,5

Eenzaamheid van de priemgetallen / Paolo Giordano                                          8-

 De verborgen geschiedenis van Courtillon / Charles Lewinsky                         8

River van Vergetelheid / Philippe Claudel                                                                 8+

Het spel van de engel                                                                                                           7,5

Quadriga / F. Springer                                                                                                          7-

Sonny Boy / Annejet van der Zijl                                                                                       7,5

 

Het diner/ Herman Koch

Herman Koch is natuurlijk bekend van Jiskefet en wie is daar nu geen fan van? Nu, ik dus niet. Ja, als collega’s het naspelen, lach ik me een ongeluk en neem me voor toch eens vaker te kijken, al werd ik snel doodziek van dat ‘Gegoede ’s morgens deze morgen’.

En ik moest toegeven, de eenakters met een hoop gecomprimeerde waarheidsgetrouwe onzin, waren geniaal neergezet. En toch heb ik het niet vaak bekeken, meestal dan nog in de herhalingen, later. Desondanks heb ik toch een boek van Koch gekocht en eigenlijk zonder voorspraak van deze of gene, maar met de idee, het moet toch op zijn minst leesbaar zijn. Zo’n twee maanden geleden had ik het boek al in mijn bezit. Ook was ik niet op de hoogte van een nominatie voor de NS-publieksprijs, laat staan dat ik kon vermoeden dat hij onlangs winnaar is geworden.

 

Het Diner

 Herman Koch

 Anthos Amsterdam 2009

 

De NS-publieksprijs was voor mij de reden om in een sneltreinvaart het boek uit te gaan lezen. Het lag namelijk al enige tijd naast mijn bed en iedere avond las ik wel enkele bladzijden, maar Het Diner noodzaakte niet tot doorlezen totdat je ogen dichtvielen. Tenminste niet voor mij.

Was het dan een slecht boek? Nee, absoluut niet, integendeel, ik heb er van genoten. En de eerste 100 bladzijden lenen zich voor mijn gevoel ook voor gespreid lezen. Eigenlijk een opeenstapeling van prachtige eenakters met een geweldige ‘casting’ van de hoofdpersonen. Twee broers met hun echtgenotes vinden het nodig om het een en ander met elkaar te bespreken. Dit gebeurt op aangeven van Serge, de oudste van de twee, die tevens kandidaat is voor het premierschap van Nederland. Voor mij als lezer is het lang onduidelijk gebleven wat het doel is van de bijeenkomst, behalve dat er een inkijk gegeven wordt in het reilen en zeilen van de broers en hun families. Het perspectief van de verteller ligt bij Paul, de jongste broer en het moge al snel duidelijk zijn dat van ware broederliefde geen sprake is.

Geheel onbegrijpelijk is in eerste instantie het feit dat Paul bij zijn zoon Michel de telefoon op zijn kamer pakt, de uren voorafgaand aan het etentje in een peperduur restaurant. Als lezer denk je dan, dat zal later wel uitgelegd worden en dat klopt. Gaandeweg blijken de zonen van Serge en Paul zich schuldig te hebben gemaakt aan een vreselijke misdaad. Ze hebben namelijk een vrouwelijk zwerfster gekleineerd en mishandeld met de dood tot gevolg. Toen dacht ik, wie bedenkt nu zoiets?

Maar toen de prijs bij Herman Koch kwam en er een korte mediahype rondom het boek ontstond, bleek de bron een bestaand youtubefilmpje te zijn waarop Koch zijn verhaal heeft gebouwd. Gegoede burgers, wit en ogenschijnlijk van onbesproken gedrag moeten zien om te gaan met de wetenschap dat hun zonen iets vreselijks hebben gedaan. Alle vier de volwassenen dealen daar op hun eigen manier mee en onderling weten ze ook niet precies wat de een weet en wat de ander niet weet. Duidelijk is dat, na een uitzending van Opsporing Verzocht de ouders zelf weten dat Michel en Rick, de zoon van Serge, schuldig zijn, maar nog niet bekend bij politie en justitie. En dat moet zo blijven. Tenminste dat vinden drie van de vier ouders. De aangenomen zoon van Serge, Beau, uit Afrika, blijkt onschuldig, maar speelt, naar later blijkt, ook een zeer dubieuze rol.

In het restaurant, waarbij de bediening, de eigenaar van het restaurant en het hoge blasé-gehaltein het algemeen op meer dan formidabele wijze wordt neergezet, is de achtergrond van het gesprek dat aanvankelijk maar niet over het beladen onderwerp lijkt te gaan. Wel wordt het psychiatrische verleden van Paul duidelijk via korte flashback waarin hij als leraar geschiedenis en later als vader, in de bres springend voor zijn zoon, een enigszins dubieuze rol speelt.

En het opkomen voor je kind, die zo’n misdaad pleegt, is natuurlijk ook de centrale vraag in het boek. Hoe ga je hiermee om?

In het tweede gedeelte van Het diner wordt duidelijk hoe Serge en Paul, met hun respectievelijke vrouwen Babette en Claire, hiermee omgaan. De spanning wordt meer opgeschroefd en een bizar einde bezegeld het lot van allen, ten behoeve van ‘een goede toekomst’ voor de zonen.

Samenvattend was het een zeer leesbaar boek, waarbij met name het vertelperspectief zorgt voor onverwachte en soms wat plastische beschrijvingen die de Jiskefet-achtergrond van Herman Koch doen verraden. Tenminste, zo heb ik het ervaren.