A BUSCA DA MULHER COM… De vierde Portugese wandeling

20160401_132127

Lissabon, april 2016

Ik ga vandaag op zoek naar een ontdekking die ik eerder dit jaar in Portugal heb gedaan. In april was ik met mijn lief voor de eerste keer in Lissabon. De toeristische high-lights hebben we gezien en dus liepen we ook in de buurt van het Castelo de Sã0 Jorge. Op zich geen nieuwswaardig feit, honderdduizenden doen dit. Bij het kasteel speelde net als elders in de stad artiesten of semi-artiesten om toeristen te vermaken. Op de plek bij de ingang van het kasteel, speelde een dame op een instrument dat bleek de handpan te zijn. Eigenlijk is dit voor mij niet te vertalen, maar ik doe een gooi, panela de mão. Ik was helemaal verkocht voor dit instrument en eenmaal terug in Nederland wilde ik er een kopen en me bekwamen in dit magnifieke instrument, ritmisch en melodieus. Het is er niet van gekomen. En dat is maar goed ook, want nu leer ik Portugees. Naast een werkzaam leven zijn twee nieuwe hobby’s  wel een beetje te veel van het goede.

 

Mijn oudste zoon vindt trouwens dat ik een fiep heb als het gaat om het leren van deze nieuwe taal. Ik houd hem voor dat ik voor hetzelfde geld, hoewel een goede handpan heel prijzig is, ook de handpan als fiep had kunnen hanteren. Dat geeft veel meer decibels en waarschijnlijk ergernis van mijn huisgenoten. Nu zijn ze me hooguit af en toe een paar dagen kwijt voor een reisje naar Lissabon en dat levert vast geen ergernis op. Dus vandaag ben ik op zoek naar de dame met de handpan oftewel a busca da mulher com…….. Het weer was stralend, blauwe luchten en eigenlijk te warm voor mijn colbert. Maar mijn paspoort zat er in en waardevolle spullen draag ik graag op mijn lijf en niet in de rugzak (mochila). Je zult het maar kwijtraken, je paspoort of telefoon met al je pasjes. Om van een voetbalkaartje nog maar niet te spreken.

 

Welgemoed loop ik door de Portugese hoofdstad alsof ik die ken als mijn eigen broekzak. Het laatste stukje nam ik met ligna 28. Richting het kasteel hoorde ik geen muziek. Misschien houdt ze even pauze maakte ik mezelf wijs. Maar nee hoor, ze was er niet. Wel een verveelde hippie-achtige Zweed die zijn elektrische orgel net aan het inpakken was. ,,Rot op”, dacht ik. Maar tegelijkertijd bracht dit hoop. Misschien mag hij maar tot elf uur spelen en was het nu tijd voor de handpandame? Ik ga op een bankje zitten en schrijf nog wat Portugese woorden op die ik onderweg was tegengekomen. Maar dat had ik niet moeten doen. Ik ben al snel het slachtoffer van straatverkopers, bedelaars en andere nooddruftigen.  Dat heb ik Nederland, maar de kans in Lissabon is vele malen groter. Nu ik eenmaal vijftig ben heb ik inmiddels een beperkt arsenaal aan ontwijk-strategieën. Maar als ik ergens ga zitten is het feest. Bedelaars komen geld vragen, maar een sigaret is ook altijd goed. Een zonnebril of afgelopen zaterdag met regen (chuva) is een paraplu uiteraard iets dat ik nodig heb. Resumerend heb ik vandaag wiet, coke, parfum voor ‘minha mulher‘, een zonnebril, stomme selfie-sticks en zelfs een laserpen kunnen kopen zonder dat ik er om vroeg. Zittend bij de ingang van het kasteel kwam een lange magere donkere man op me af. Hij gaf me een hand, stelde zich voor en zij dat hij uit Senegal kwam. Toen ik Vincent en Nederland zei met het inmiddels geleerde muito prazer, schatte hij me in op een armband (uma pulseira). Waarom Afrikanen denken dat een middelbare te dikke man zonder hipster uitstraling nu een kralenketting om moet doen, vraag ik me af. Het was niet de eerste keer. Met de hoop dat mijn ‘date’ nog zou komen, was ik goedgemutst. Hij deed nogal wat moeite om de juiste maat voor mijn pols te vinden. Hij maakt ze blijkbaar op zijn eigen smalle polsen en dat is dan weer niet handig met de vele toeristen. We keuvelen nog wat, uiteraard in het Engels. Hij zoekt na een paar minuten, als hij door heeft dat ik het bij slechts een armband laat, weer andere slachtoffers. Ik blijf uiteraard nog wachten.

20161128_124232

Lissabon, november 2016

Na een kwartier geef ik de hoop op. Maar goed het zonnetje schijnt en er is nog veel te zien in Lissabon. Een teleurstelling kan ik vandaag goed aan. En als een echte Feyenoordfan bij het verlies met 4-0 tegen Manchester United zingt ‘Let’s pretend we scored o goal’ en dan feestend uit zijn dak gaat, bedenk ik: Let’s pretend we had a date.

20161128_202148

de buit

MACADOR De derde Portugese wandeling

 

Ik vond dat ik vandaag na het debacle van gisteren mezelf maar eens bij kop en kont moet pakken. Niet zeuren oftewel Choramingar. (Deze moest ik ff googelen, want stond niet in 20161127_143043mijn woordenboekje, zeurpiet trouwens wel. Ik ben vandaag dus geen maçador) Het is verdorie geen vakantie, maar een studiereis nota bene. Er moet gewerkt worden. Dat ik niet meteen alles en iedereen aanspreek om te tonen dat ik een paar woordjes Portugees kan wauwelen, is geen ramp. Zo zit deze mens niet in elkaar. Maar luisteren, kijken, dingen opvangen en meteen verwerken dat is het devies van vandaag. Dat schrijven we dan meteen in een schriftje en verwerken we ’s avonds op de computer. Het woord calvinisme komt bij me op. Zou dat in het Portugees eigenlijk wel bestaan? Mijn woordenboekje zegt ja, calvinismo! Ik waag te betwijfelen of meer dan 5 % van de Portugezen wel eens van dat woord heeft gehoord, laat staan het begrijpen.

 

20161127_143511Het doel van vandaag is Sintra, een plaatsje in de buurt van Lissabon, zo’n veertig minuten met de trein. Ik lees de opschriften in de trein en de woorden die ik niet ken en schrijf dat op. Boete (coima), wet (lei) en dat je tijd en geld kunt besparen. Dat laatste is blijkbaar niet alleen voor calvinisten, maar ook Portugezen vinden dat blijkbaar fijn. (poupe tempo e dinheiro) Ik deel de trein met Zweden, Japanners, Chinezen, Spanjaarden en Duitsers, dus en passant zoek ik dat maar eens even op. Ondertussen kijk ik ook naar buiten hoor en merk op dat Benfica, bekend van de voetbalclub, ook een wijk is. Een hele arme zelfs en even verder op schrik ik zelfs een beetje. (probeza = armoede). En zo vermaken we ons wel tot Sintra. Ledigheid is des duivels oor kussen, dus bij vermaak alleen blijft het niet vandaag. In Sintra, het buitenverblijf van de voormalige Portugese koningen, staan meerdere kastelen. Ik heb er geen zin in, maar besluit richting de tuinen van Montserrate 20161127_154933te lopen bij het gelijknamige kasteel. Het weer is prachtig en het valt me op dat de bladeren hier ook vallen, maar dat sommige bomen ook nog groen zijn. (blad is folha) Mijn gedachten (pensamentos) drijven naar de seizoenen, het is al herfst (o Outono), dat lijkt op het Franse automne. We pakken dan gelijk de Ivorno (winter), Primavera (lente) en Verão maar even mee. Ik heb helemaal niet door dat ik veel te hard loop gezien mijn slechte (mau) conditie, er zitten steile stukjes weg in. Bovendien niemand loopt (andar of caminhar) naar de toeristische trekpleister. Allemaal pakken ze het toeristenbusje bijna. Een beetje moe (cansado) kom ik boven en besluit de tuin de tuin te laten. Ik moet ook nog terug bedenk ik me. Mijn schriftje heeft al zo’n vijftig woorden bij elkaar, die ik ’s avonds nog wil verwerken.

 

20161127_172900Voor niets gaat de zon op en onder, wie Portugees wil leren moet van ander hout gesneden zijn, dus gewoon doorpokkelen. Ik maak mijn lijstje, inmiddels 70 woorden, die ik uiteraard ook nog even oefen. Hoe lang ze in mijn grijze massa blijven zitten is natuurlijk mede afhankelijk van mijn doorzettingsvermogen de komende tijd. Ik ben tevreden voor vandaag, ondanks de rugpijn (dores de costas) die nadrukkelijk aanwezig is, maar dat is misschien wel de prijs van calvinismo. Maar mij hoor je niet klagen, ik ben immers geen maçador.

 

 

O HOMEM TRISTE De tweede Portugese wandeling

Ken je die mop van de twee jongens die naar Parijs gingen…….nou? Het antwoord hoef ik niet te geven. Deze mop is een evergreen onder de moppen en eigenlijk helemaal niet grappig. Met dit gegeven als appatizer, entradas zullen we maar zeggen, begint mijn tweede wandeling.

Een kaartje kopen voor de wedstrijd OS Beleneses vs. FC Porto was het eerste doel van vandaag. Wat de rest van de dag zou brengen laat ik maar op me afkomen. Maar eerst een krantje, een cappuccino en een broodje bij een van de vele bakkerijen (padarias) annex koffiehuis. Ik had even uitgezocht welke bus of tram ik moest pakken naar Estádio do Restelo. Meerdere keuzes maar lijn 714 met bus gaat het gemakkelijkste. Wachtend in een ochtendzonnetje, terwijl de wegen nog nat zijn van de buien van afgelopen nacht, heb ik me het geduld aangemeten van een volleerd Portugees. Na ruim 30 minuten wachten met wat plaatselijke matrones sprak er eentje mij aan. Ik moest de andere bus nemen naar Belém. Alle kaaskoppen en aanverwanten gaan naar Belém is haar stellige overtuiging. Toen ik het woord Estádio do Restelo noemde, moest ik met hen instappen. En passant wisten ze te melden dat bus 714 hier niet stopte hoewel Google maps en de aanwijzingen van het bushokje iets anders beweren. Het verklaart in ieder geval de lange wachttijd. In perfect Engels zei de vriendelijke ouwe taart ‘number 27’. Maar lijn 27 ging helemaal niet20161126_133459 naar Restelo. Ik moest waarschijnlijk ergens overstappen, maar moest nu met het woud van tram- en buslijntjes een plan b maken. Wachten, reizen en zoeken kostte me ruim anderhalf uur extra, de tijd die ik ook had kunnen gebruiken om het lopend af te leggen. Instinctief wist ik dat ik ook de trein had kunnen pakken en de laatste 20 minuten lopen. Maar dat is niet spannend. Maar dat was dit ook niet, want bus 27 was een potje pieren met weinig mogelijkheden om te genieten van het inmiddels regenachtige Lissabon. Uiteindelijk kwam ik tussen een en twee aan. Ik wist dat de clubshop van OS Belenenses gesloten was. Als bijvangst maar even naar de toren van Belém lopen. De zon was inmiddels warm geworden. Uiteindelijk had ik het kaartje zonder problemen zoals de Facebookpagina van de club me had beloofd. Vol trots maak ik een foto voor mijn oudste zoon, ook voetbalfan, die een paar weken terug naar Milaan is geweest voor een wedstrijd van Inter. Wat zoon kan, kan pa ook.

img-20161126-wa0003

20161126_140514Op de terugweg maar de trein naar Cais do Sodre. De zon scheen en het regende tegelijkertijd. Een heel blond on-Portugees jongetje met een even blonde moeder keuvelden samen en het kereltje zei tussen het rap Portugees het woord ‘Rainbow’. Diep in mijn geheugen zocht ik naar het Portugese equivalent. ‘Arco, Arco…..Arco-wat ook al weer terwijl ik naar de fletse boog keek. Bij het uitstappen wist ik het ‘o arco-iris’. Ik had het ooit ergens gehoord en vond het een mooi woord. Nog steeds trouwens en aan het einde stond mijn potje met goud voor vandaag, het kaartje voor de match. (o jogo)

’s Avonds op tijd terug richting het stadion. Ik had al gezien dat je in de buurt wat kon eten. Het was rond half zeven nog rustig, maar een vriendelijke dame glimlachte uitnodigend toen ik de kaart bekeek van een Frans restaurant en ik was slachtoffer van haar commerciële avances. Ik moest immers wat, en de nabijgelegen MacDonalds was me toch te gortig. Ik werd aangesproken in het Frans en hoewel ik passend antwoord gaf, ging de dame over in Engels. Dan ben ik verkocht hoor en alles in mij weigert dan Portugees te spreken. Op goed geluk koos ik een tartaar de Chef, niet beseffend dat het koud vlees was met ui (a cebola), gelardeerd met nog eens koud eigeel. Dapper werkte ik het weg met extreem dunne Franse frietjes met angst voor een voedselvergiftiging, Maar als het zover is zal dat wel na de wedstrijd zijn. Ik was snel klaar, alleen eten is niet zo’n liefhebberij van mij. Eenmaal buiten zocht ik naar mijn kaartje, die ik in mijn paspoort had gedaan. Niets! Terug naar het restaurant. Niets! Dan maar weer terug naar mijn slaapplek. Misschien bij het fotograferen naar mijn zoon laten liggen. Dus 10 minuten naar de trein lopen, wachten op de trein (10 minuten), treinreis 7 minuten, lopen naar het appartement (nog eens ruim tien minuten) en dan weer terug. Ik had nog vijf kwartier, dat moet moet lukken als ik geluk heb. Mits……..het kaartje lag er niet. Weg, foetsie en nergens meer te vinden. Wat een k** dag.

Triest zoek ik mijn overzichtelijke kamer af, nogmaals alle zakken en probeer na te gaan hoe dit zo heeft kunnen lopen. Veel vragen, geen antwoord. Ik zoek naar de vertaling van ‘kent u de man die naar de voetbalwedstrijd in Lissabon ging’ (você sabe o homem que foi para o jogo de futebol). Ook dit was geen grap.

Als je dan tenslotte genoegen wil nemen met de wedstrijd dan maar te volgen op de vele sportzenders die Portugal rijk is, kom je bedrogen uit. Niets van dit alles. De wedstrijd wordt becommentarieerd door allerlei interessant doende mannen die kijken naar de wedstrijd en van commentaar voorzien. Ik zoek naarstig naar wat fijne vloekwoorden in het Portugees. Ik weet inmiddels dat vloeken praguejar is. Ik zal de juf binnenkort eens vragen om dit aspect van de Portugese taal eens nader te belichten.

De wedstrijd is geëindigd in 0-0 en het heeft de hele avond geregend, dat dan weer wel.

TEM De eerste Portugese wandeling

 

En dan ben je vijftig geworden en je bent niet beter of anders dan alle andere penopauzers. Integendeel zou ik haast zeggen. Wel ben je ervan overtuigd dat ik geen motor gaat kopen en erger nog, lessen nemen op een echte Harley Davidson. Ook heb ik al in een vroegtijdig stadium besloten niet aan de tweede leg te gaan beginnen. Hiervoor was niet zoveel overtuigingskracht nodig. En zeg nu eerlijk, wat is er nu triester dan een grijze kop zichzelf proberen te overstijgen door gemaakt speels en verliefd te doen met een jong wicht van amper dertig of nog groener? Nee, ik had besloten voor mijn vijfenvijftigste een Portugees literair boek te doorgronden. In het Portugees natuurlijk. En daar moet je wel wat voor doen.

20161125_185647

Een Portugees klasje was snel gevonden. Verder heb ik erg veel lol aan allerlei apps op mijn mobiel die de woordenkennis snel opvijzelen. Dus in mijn hoofd babbelde ik er al aardig op los. Met de Portugese lessen is een reisje naar Lissabon natuurlijk een must. Een soort studiereis zullen we maar zeggen, logisch toch? Mijn ‘eerste leg’ had geen vakantiedagen genoeg, dus dan maar alleen. Dat is bovendien beter voor de vorderingen van het Portugees. Het gaat niet om het feesten en de lol, al zit ik aan de rand van de uitgaanswijk Bairro Alto. Aan mij niet besteed, zeker niet de eerste dag en eigenlijk ook niet in mijn eentje. Een mooie reden om allerlei vreemden aan de spreken zou je denken? Maar als je beseft dat in Nederlandse uitgaansgelegenheden ik de Nederlandse taal vaak maar half versta, zie ik weinig heil om het feestbeest uit te gaan hangen. Nee, maar de eerste ontmoeting met de dames van het toeristenoffice op het vliegveld dat zou mijn ding worden. Ik moet immers vrij reizen met de Lisboa-card. Ik had nog wel een vraagje paraat. Maar mijn kop zal aan alle kanten Noord-Europees hebben geseind, in vol Engels werd ik bejegend en in een reflex, of eigenlijk te bang om te hakkelen, schoot ik ook vol vuur in de Engelse taal. Balend van mijn falen en gebrek aan daadkracht droop ik met mijn Lisboa-card richting de metro. Toen besefte ik dat ik geen plattegrond had, herkansing! Bij een andere juffrouw vroeg ik in mijn beste Portugees ‘Tem um mapa dos transportes publicos?‘ En ja ik kreeg het gewenste mee. Achteraf heb ik het in het enkelvoud gevraagd, maar een kniesoor die daar op let. Nu weet ik het tenminste voor altijd. Ik ben niet meer te temmen.

20161125_225956.jpg

Met Tem kun je heel veel. Tem uma cervaja, tem cigarros. Zo eenvoudig is het. Bij het afrekenen was ik zo enthousiast dat ik al wilde vragen heeft u een rekening. Natuurlijk hebben ze die, dus op tijd vroeg ik Posso pagar, por favor. Op weg naar mijn prima onderkomen,  haalde ik nog een biertje. Opeens kwam ik op een mij andere bekende Portugese oneliner: Como se diz……..oftewel ‘hoe zeg je’. Ik wilde een plastic zak voor twee biertjes en twee bananen. Ik had ze gemakkelijk kunnen dragen, maar alles voor progressie in de Portugese taal, dus fuck het milieu. (foda-se o ambiente) Dit laatste is met google translate, want ik weet zo niet of de portugezen dit zo zeggen. Trouwens plastic zak is ‘socco’.

 

Voor de komende dagen heb ik in ieder geval een houvast aan twee zinnetjes, maar verder valt het tegen. Zeker met mijn karakterstructuur waarbij ik in het Nederlands alleen maar zinnige dingen zeg. Dan valt het niet mee om je als vijftiger in Jip en Janneke taal te moeten uitdrukken, en zelfs dat nog niet eens.

Beschavingsoffensief: Trump of Clinton

,,Ik doe niet meer mee.”

Dit is mijn nieuwe levensmotto voor de komende tijd. Met nadruk ‘levensmoto’ want er is geen vezel in mijn lijf die denkt om er in zijn geheel uit te stappen. Integendeel, ik denk met mijn zojuist gekozen motto een voller leven te gaan creëren. Het sluimerde al een tijdje, maar ik had er blijkbaar nog geen woorden aan kunnen geven. Nu wel. Vorig jaar had ik al besloten om me niet meer te mengen in de Zwartepietendiscussie. Nadat al mijn nuances hieromtrent verloren gingen in het misdragen van de grachtengordel èn de Wildersadepten, zag ik af van discussie op dit gebied. Sterker nog, voor mij bestaat het hele sinterklaasfeest niet meer. Klaar, over en uit. Ik doe niet meer mee. Ik zag er toen nog geen levensmotto in, nu wel.

De aanleiding is het circus rond de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Met recht vraag ik me af wie hier nu op zit te wachten? Maar tot mijn verbazing zijn er hele stammen welopgevoede dames en heren die hun nachtrust opofferen om naar de slechtst geregisseerde C-movie te kijken om er de volgende ochtend opgetogen over te discussiëren. Met een nauwelijks verholen opwindingen duiden ze het tweegevecht tussen Trump en Clinton. Ze zoeken in allerlei discutabele onderzoekjes het gelijk van hun favoriet. De massale belangstelling in Amerika en ver daarbuiten geven de hoofdrolspelers het idee dat ze er toe doen. De Amerikaanse presidentsverkiezingen, daar gaat het dus over. Ik denk, ga gewoon slapen. Dit volledig mismaakte festijn, deze totale degradatie van de mensheid is het toch niet waard om bekeken te worden. Hoe meer mensen dit bekijken en belangrijk vinden, des te meer legitimatie deze finale ontmenselijk krijgt. Ik doe dus niet meer mee.

En wat steekt, of, nu ik niet meer mee doe moet ik zeggen stak, is het dedain van de zogenaamde watchers als ze praten over Tokkie-gedrag in eigen land. Wie kijkt er van deze mensen nu naar allerlei platte televisie bij de commerciëlen? Haagse Sjonnies en Anita’s die op vakantie gaan naar Griekenland waarbij hun hoeren en snoeren tot in detail wordt weergegeven. Ouders die meegluren met hun zuipende kroost in Spanje, Utupia of noem het arsenaal aan reallife-series maar op. Dit is voor het pleps, daar kijken ze niet naar. Ze hebben inmiddels hun eigen Tokkie-serie gevonden, de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Geen haar beter en bovendien nog op onmogelijke tijden om er bij te zijn.

Maar Amerika is toch het belangrijkste land in de wereld? Niet lang meer als dit gepruimd wordt. Ik denk dat de Russen niet erg onder de indruk zijn van het beschavingsniveau. China zal op oosterse wijze hun culturele suprematie niet tonen, maar wat zullen ze de Amerikanen en al hun meegenietende watchers heimelijk verachten. Als ik Mexico was zou ik zelf maar een muur bouwen om de Latijns-Amerikaanse culturele waarden te behouden. De Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn wat mij betreft van Zimbabwaans niveau waar Mugabe al jarenlang de absolute macht heeft. Zijn wijze om tegenstanders met succes te weren van het hoogste ambt is amper van een lager niveau dan de publiekelijke moddergevechten in de Verenigde Staten. Daar wil je toch niet naar kijken? Je wilt je toch niet verbonden voelen met een Trump of Clinton? Ik niet tenminste, want ik doe niet meer mee. This is not the time of my life.

 

DENK geïntegreerd

Eigenlijk had ik er helemaal geen zin in. Nadenken over een stuk in de Trouw van vrijdag 7 oktober jl. Het ging over de opbouw van de partij DENK. Alleen de naam is al ongelooflijk pretentieus. Denkend aan DENK, en nu komt er automatisch de neiging om Henri Marsman aan te halen, maar dat is te kaaskopperig, dus dat doe ik maar niet. Ik zie vooral een paar hele pedanterige mannetjes, welbespraakt weliswaar, maar ze hebben schijt aan de kunst der argumentatieleer, maar claimen een aanzienlijk deel van de Turks Nederlandse kiezers voor zich te kunnen winnen. Ja, en natuurlijk Silvana Simons is het uithangbord voor weer andere delen van de ontevreden allochtone kiezers. Het woord allochtoon mag ook niet meer, maar zo lang er geen nadrukkelijk verbod is, kies ik voor duidelijkheid. Silvana Simons dus, ik ga niet meedoen in het bashen van deze vrouw, dat is me te gratuit. Echter het lukt me ook niet om iets positiefs over haar te melden.

Het stuk in de Trouw, 24 uur sudderen mijn gedachten en ik kom tot de conclusie dat DENK een uitermate geïntegreerd bestanddeel vormt van onze samenleving. En dat wil ik wel even met jullie delen.

Allereerst lees ik dat er bewondering is voor de methode van Geert Wilders’ PVV. Zeggen waar het op staat wordt gewaardeerd. Een DENK-aanhanger zegt wel: ,,We zijn de tegenhanger van de PVV.” Ik durf dat te betwijfelen. DENK vist echter net als de PVV in de grote chagrijnige electorale vijver van het Nederlandse ongenoegen. Waarschijnlijk vissen ze op andere vissen, maar toch. De oproep van Mark Rutte om meer te lachen ten spijt, ze delen in ons hedendaagse ongenoegen. Inburgeringspuntje voor DENK.

Mijn geverifieerde feitenkennis over de structuur van de partij is te beperkt. Ze bouwen aan een partijstructuur en dat spreekt in hun voordeel. Dit riekt naar democratie. Maar met de kennis van nu en het zware vermoeden dat mijnheer Erdogan een vinger in de pap heeft, al dan niet via getrouwe vazallen die in Nederland wonen, is zwaar dubieus. Het spreekt natuurlijk boekdelen dat de splitsing van de kamerleden Öztürk en Kuzu gebeurde toen er kritische vragen werden gesteld over de (buitenlandse) financiering van Nederlands Turkse instelling. Op zich is dit kwalijk, maar ze krijgen er weer een inburgeringspuntje bij omdat zodra er een scheet dwars zit, richt men een one-issue partij op. Typisch hedendaags Nederlands waar de polderpolitiek echt definitief op zijn retour is. Geen bruggen bouwen meer, maar verdere polarisering. Lekker niet verder kijken dan je neus lang is typeert de gemiddelde Nederlandse politicus, maar ook de kiezer.

Als derde punt stip ik aan de geluiden van de DENK-bijeenkomst die wel heel nadrukkelijk de totale integratie inluiden. Heel populistisch wordt beweerd dat DENK ook 20 tot 30% aanhang heeft onder de ‘oer-Hollandse’ kiezer. Buiten het feit dat ik geen bespiegeling wil houden over wat nu oer-Hollands is in hun optiek. Ik zou wel eens kunnen roeren in louter discriminatiepraktijken. Wie is die oer-Hollander? Man? Middelbare leeftijd? Stampotminnend? Xenofoob? Ik zeg er maar niets over. Maar in de gelederen van DENK wordt geopperd om de ‘boeren’ in de Achterhoek te hervormen. Die hebben immers nog nooit een allochtoon gezien. En hebbes, het volgende integratiepuntje mag ik toekennen. De grachtengordel spreekt, de grachtengordel van niet oer-Hollandse komaf weliswaar, maar toch. In Doetinchem hebben ze nog nooit een allochtoon gezien. Ik zal niet ontkennen dat de concentraties niet oer-Hollandse medelanders in bijvoorbeeld Doetinchem minder is dan in Amsterdam of Den Haag. Maar misschien hoor je ze daar wat minder, omdat ze een deel van mentaliteit van de oosterling hebben meegekregen. Niet de grote bek en het belerende vingertje? Gewoon hun ding doen in de maatschappij waar ze geboren en opgegroeid zijn? Ik weet het niet zeker, hoor. Desalniettemin een sterk staaltje van het incorporeren van de hedendaagse Randstedelijke Nederlandse mentaliteit.

DENK is dus cum laude geslaagd voor hun Nederlands burgerschap, niets staat het uitdragen van hun beperkte boodschap meer in de weg. Populisme, wegkijken, Randstedelijke bevoogding en ontkenning dat 80% nog gewoon oer-Hollands is. We zullen het wel zien in maart 2017. Het politieke landschap zal met DENK gekleurder kunnen worden, niet constructiever.

Een gifgroene rochel

,,Ik heb het hart nu eenmaal op de tong liggen.”

Ze keek erbij alsof dit een verdienste is van de buitencategorie en daarom al haar gedragingen bij voorbaat gelegitimeerd zijn. Haar vriendinnen knikken meelevend. Ze durven haar niet tegen te spreken al vermoed ik enige gêne. Maar dat kan aan mij liggen, want ook ik was getuige van het betoog van de zichzelf uitgeroepen spontane en rechtdoorzee dame. Ze moet een jaar of vijfentwintig zijn, draagt een leren broek en een naveltruitje met bijbehorende piercing. Ondanks haar leeftijd kan het naveltruitje absoluut niet. Maar ik heb mijn hart niet op de tong, dus heb mijn esthetische wijsheden voor mezelf gehouden.

 

 

Ze had het uitgemaakt. Het slachtoffer was na de voetbalwedstrijd in de kantine blijven hangen en een biertje gedronken met zijn voetbalmaten. Buiten het ernstige feit dat hij niet mee was gekomen naar haar ouders, was hij volgens haar ook nog flink aangeschoten. Met zo’n kreng aan het handje zou ik iedere dag in de voetbalkantine zijn en de biertap rechtstreeks via een infuus in mijn bloedvaten laten vloeien. Ze kijkt gemeen, ze spreekt vals en is helemaal niet mooi. Maar ze heeft dus wel het hart op haar tong. Ze had hem de waarheid gezegd. Hij was een nietsnut die alleen maar aan werken en voetballen dacht. Hij had nooit tijd voor haar. Bovendien had ze tegen haar vriendinnen geroepen na een veelbetekenende stilte: ,, Hij is een loser in bed, hij kan er niks van. Al twee jaar zeg ik precies hoe ik het hebben wil, maar hij luistert niet.” Er volgen details die alleen vrouwen met elkaar en de VIVA delen. Voor mij als buitenstaander is het te intiem. En niet alleen voor mij, maar voor ieder weldenkend mens. De vriendinnen zetten hun empathische gezicht op en ondersteunen het verhaal met ach en wee’s.

Ik leef mee met de hardwerkende voetbalman. Ik ken hem niet, maar hij komt mij steeds sympathieker voor. Misschien is het geen prater en mogelijk een beetje dom. Wie zal het zeggen? Ik gun hem een lieve en zachte vrouw die dan best een beetje te dik mag zijn. Dat is niet zo erg als je lief bent, je mag van mij dan zelfs een vetrol aan de wereld tonen. Want ook te dikke meisjes van 25 mogen van mij een naveltruitje zolang ze het hart maar niet op de tong hebben.

Eenmaal in de trein zaten ze te ver van me af om de monoloog van de heks nog te kunnen volgen. Ik had dus tijd om na te denken of het goed is je hart op de tong te hebben? Ik heb geen eenduidig antwoord. Zelf heb ik mijn hart niet op de tong. Soms is dat lastig, maar vaak is dat ook prima zo. Als ik me bovenmatig inspan voel ik het hart wel eens in mijn keel. Eigenlijk is dat misschien wel de plek waar mijn hart figuurlijk het meeste zit. De keel kun je meer dan je tong beheersen. Als emoties opkroppen dan heb je de keus, je slikt het ongemak maar eens weg en heel af en toe, kun je de keuze maken om zo’n emotionele gifgroene rochel aan de openbaarheid te geven. Heel rationeel en overwogen maak je lucht door eens duidelijk te maken wat je ervan denkt. Niet dat gedoe van alles dat voor in je mond ligt delen met anderen en zeker niet te vaak. Daar komt alleen maar ellende van. En nog een voordeel, naveltruitjes zal ik niet dragen, een win-win situatie voor mijn omgeving.

De boot niet missen

Niemand wil dat, de boot missen, zeker niet als het essentiële zaken betreft. Dat kan een passie zijn, mogelijkheden voor een nieuwe baan of sowieso mee kunnen met de maalstroom van de maatschappij. Grote groepen witte mannen zijn de boot aan het missen. Tenminste dat wordt beweerd door het fundamentalistische gedeelte van de grachtengordel. Ze zijn benepen, niet pro Europees, zij koesteren tradities zoals die van de Zwarte Piet-figuur en als ze dan niet al te hoog opgeleid zijn en generaties lang aan de onderkant van de maatschappij verkeren dan kun je stellen dat ze de boot hebben gemist; of dreigen te missen; of bang zijn te gaan missen. Een verderfelijke, maar groeiende groep van bange witte mannen, die het immorele deel van de Nederlandse maatschappij vertegenwoordigd, staat tegenover de ethische superioriteit van de Jeroen Pauw’s, Mathijs van Nieuwkerken, Sylvana Simons’, Jürgen Raymanns of last but not least Freek de Jonges.

Erik van Muiswinkel beseft als geen ander dat je de Sinterklaasboot niet mag missen en heeft besloten zijn functie van Hoofdpiet vacant te stellen. Het vermeende discriminatoire karakter in het Sinterklaas-journaal wordt niet hard genoeg weggepoetst, dus door Zwarte Piet te blijven, staat van Muiswinkel symbool voor de de bange witte man die door de fundamentalistische roeptoeters zoals Quincy Gario groter en groter wordt gemaakt. Van Muiswinkel wil de boot niet missen, stelt zijn functie van Hoofdpiet beschikbaar en springt op de gondel van de grachtengordel. Een bootje dat vaart in een parallelle wereld, afgezonderd van de rest van Nederland. Een bootje dat fungeert als baantjesmachines voor Hilversum en als je er niet opspringt en lippendienst bewijst aan het verheven gedachtegoed van de grachtengordelgondel, dan kom je niet bij de wereld draait doorrrr, Pauw of andere types die losstaan van de dagelijkse werkelijkheid.

 

 

 

En het zal me een worst wezen of Van Muiswinkel ook meevaart in de verheven grachtengordelgondel van ‘wij zijn beter en zullen het wel even vertellen’. Ik gun hem zijn broodwinning, hij mag de boot dus niet missen en zal lippendienst moeten bewijzen. Zo zit de wereld in elkaar. Net zoals het me een worst is of antiracisme in de wij-zijn-beter-gondel tegenwoordig samengaat met Turks nationalisme en ander bedenkelijke ideeën, maar als Sylvana Simons denkt dat het doel de middelen heiligt, OK. Ze is niet de enige die Machiavelli heeft gelezen.

Waar ik me door de opstelling van, ook nu weer Van Muiswinkel ongelooflijk zorgen over maak is het ongeveer monopolie dat de reizigers van de grachtengordelgondel hebben in de traditionele media Door hun show van morele verhevenheid en het beschuldigende vingertje vanuit een parallelle wereld, geven zij steeds meer voeding aan onrust in de gewone wereld. Ik vraag me dan af hoeveel PVV stemmen zo’n actie van Van Muiswinkel gaat opleveren? Een moreel kompas hebben we nodig, maar laten we dan gegidst worden vanuit open communicatie en gelijkwaardigheid, niet vanuit een omgekeerde VOC-houding. Als de geest van slavernij en het kolonialisme nog door de grachten rondwaard, los het daar dan ook op en besprenkel niet Nederland met je giftige domineespraatjes die Geert Wilders alleen maar groter maakt. Sluit aan, stoot niet af.

Open brief aan de PvdA

Beste PvdA,

In mijn open brief spreek ik alle PvdA-ers maar aan. Zij die ons vertegenwoordigen, zij die nog actief lid zijn, maar vooral ook die PvdA-ers die in 2012 nog gestemd hebben op Diederik Samsom c.s. en nu als sneeuw voor de zon zijn verdwenen volgens de opiniepeilingen. Ik ben er een van en hoef me dus niet eenzaam te voelen, we zijn immers met velen – sterker nog, ‘mijn’ groep is groter dan de groep die nog wel PvdA zegt te zullen stemmen. En toch voel ik me politiek volledig dakloos. Mijn PvdA, mijn ‘dak’, is er immers niet meer, want onder het lekkende dak van de huidige PvdA kan en wil ik niet leven. Deze open brief is in eerste instantie dan ook een exercitie voor mezelf om deze politieke dakloosheid dragelijk te maken. Een geschikt onderdak heb ik niet gevonden de afgelopen jaren, maar een terugkeer naar het oude honk in mijn stemgedrag lijkt vooralsnog en waarschijnlijk langdurig uitgesloten. Het is daar immers killer dan erbuiten. Ik vraag me trouwens af hoeveel (open) brieven de PvdA de afgelopen jaren heeft ontvangen. Het doel van deze brief is mijn zorgen uit te spreken en zoals gezegd de ongerieflijkheid van de dakloosheid te verminderen.

Mijn PvdA-curriculum

Ik ben tussen 1984 en 2012 drie keer lid geweest van de PvdA. Allereerst tijdens mijn studententijd in Nijmegen, toen ik ook actief lid was van de Jonge Socialisten. Het was spielerei en de ambitie om de stap naar de echte politiek te maken was bij mij niet aanwezig, maar een actief volger was ik wel. In de jaren negentig verwaterde het een beetje. In eerste instantie had dat met huisje-boompje-beestje-perikelen te maken, maar de twijfel nam wel toe. De neoliberale tendensen, vooral ook binnen de PvdA, maakten dat ik het bedrag van de contributie liever aan andere zaken uitgaf. Eind jaren negentig verhuisde ik naar Duiven en dacht ‘misschien een nieuw begin ook binnen de PvdA’ en meldde me weer aan als lid. Een korte periode volgde ik de lokale politiek en vergaderde zelfs mee met de raadsfractie. De twijfel bleef als het ging om landelijke sociaaldemocratische ontwikkelingen en er was maar één smoes nodig om me weer af te melden. Op het moment dat ik een aanbod kreeg om freelance (politieke) stukjes te schrijven voor het Gelders Dagblad, en later De Gelderlander. Ik maakte misbruik van dit gegeven om zogenaamd onder het mom van politieke neutraliteit in de journalistiek me weer af te melden. De werkelijke oorzaak lag natuurlijk dieper. Dat is bijna tien jaar zo gebleven en bij iedere verkiezing twijfelde ik of ik op de PvdA moest stemmen, tot zelfs in het stemhokje. Meestal heb ik dat wel gedaan, niet altijd. Het poppentheater rondom de gedoogconstructie tussen CDA-VVD en Wilders overtuigde mij dat het anders moest. Ik meldde me weer aan als lid, sterker nog, ik heb me zelfs aangemeld als kandidaat-Tweede Kamerlid. Dit was vooral een geintje, maar onder de laag van humor of grapje zit altijd een hele serieuze lading. Ik was niet beledigd niet uitverkoren te worden voor de Tweede Kamer. Wel was ik blij met de relatief goede uitslag voor de PvdA, maar tijdens de formatie kwam de teleurstelling al: Is dit waarop ik heb gestemd? Gezien de campagne was ik er niet vanuit gegaan dat de PvdA juist met de VVD in zee zou gaan – en daarbij ook nog eens haar idealen zou verkwanselen. Een mailtje om me af te melden was snel gestuurd, een reden om andermaal op de PvdA te stemmen nog niet gevonden, en ik vrees dat met mij velen er zo instaan.
Mijn twijfels, die al meer dan vijfentwintig jaar duren en inmiddels zijn omgezet in een zekerheid om de PvdA af te schrijven, maar wel op zoek te gaan naar een sociaaldemocratisch alternatief, wil ik als volgt samenvatten. Vanaf de jaren tachtig is de PvdA kampioen in het zichzelf opnieuw uitvinden. Zelfanalyse en introspectie zijn voor een politieke partij heel belangrijk. Het blijven kijken naar veranderende sociale omstandigheden vereist om te zoeken naar antwoorden op nieuwe vragen en zelfs naar nieuwe antwoorden op oude vragen. Maar iedere keer als de PvdA zichzelf opnieuw uitvond, verdween een stuk van de sociaaldemocratische idealen mét de verandering. De verankering werd losgelaten onder het mom van mee moeten bewegen met de tijdsgeest. Het gevolg, de PvdA beweegt nu wel, maar heeft geen regie meer over de richting waarin zij beweegt.

Waarom nu de open brief?

De afgelopen periode zijn er tal van aanleidingen geweest om de PvdA te wijzen op haar sociaaldemocratische verantwoordelijkheden. En ik ben me ervan bewust dat er in een coalitie, zeker met een VVD die electoraal moet sparren met het populisme van de PVV, besluiten worden genomen die me niet welgevallig zijn. Ik wil niet reageren op iedere hype, ik wil zeker ook niet meedoen met de ketelmuziek van de waan van de dag om mijn ongenoegen te uiten. Ook wil ik de PvdA, en zelfs de VVD, niet de schuld geven van de economische- en/of de bankencrisis die we sinds 2008 hebben moeten doorstaan. Ik begrijp heel goed, ondanks de prominente rol van de minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem in de Europese crisis, dat de rol van de PvdA in dit dossier beperkt is. De huidige vluchtelingencrisis zal ik zeker niet bij de PvdA neerleggen. Er is de afgelopen periode mondiaal veel aan de hand geweest en het is te verwachten dat de onrust nog wel even aanhoudt.. Er is dus reden genoeg om een sterk sociaaldemocratisch geluid te ventileren. Ik hoor het echter niet, ik voel het niet en ik zie het niet in de Nederlandse politiek. Dit verwijt ik de PvdA. De toenemende onzichtbaarheid van de sociaaldemocratie is groot. ‘Relatief’ kleine issues zijn de aanleiding om naar de spreekwoordelijke pen te grijpen en deze open brief te schrijven. Voor mij zijn onderstaande zaken belangrijk genoeg.

1. De wijze waarop Otwin van Dijk van de PvdA heeft moeten leuren met de Wet Toegankelijkheid voor minder validen. Het betrof de ratificering van internationale verdragen die Nederland getekend heeft. Voor zoiets logisch als de weg vrij maken van het publieke domein voor rolstoelgebruikers, visueel gehandicapten en andere minder validen, was het nog spannend of coalitiepartner VVD voor zou stemmen. Uiteindelijk hebben de liberalen het wel gedaan. Met zulke vrienden heb je toch geen vijanden meer nodig?
2. De reorganisatie van de Nationale Ombudsman waarbij de kritische Kinderombudsman, Mark Dullaert, moet wijken, steekt me enorm. Dullaert zou niet passen bij de nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen lees ik in de media. Ik denk dat de nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen met name rondom de jeugdzorg niet passen bij de sociaaldemocratie en dat het goed is dat juist een Ombudsman hier de politiek op zou moeten wijzen. Een sociaaldemocraat zou als een wesp gestoken moeten zijn en alle middelen moeten aangrijpen zijn ongenoegen kenbaar te maken.
3. Heel recent: de politieke bemoeienis (lees: de bemoeienis van de VVD) met het omroepbestel door middel van benoemingen en misschien wel vriendjespolitiek om het relatief goedkope en pluriforme bestel definitief om zeep te helpen. Dit lijkt een eenmansactie van Sander Dekker van de VVD, maar ik hoor amper tegengeluiden bij de PvdA. Mogelijk kan de PvdA nog een aanpassing aanbrengen voordat ze onder kabinetsverantwoordelijkheid ook dit slechte besluit op haar conto kan schrijven.
4. Dit is meer een persoonlijk argument. Nu mijn ouders echt op leeftijd beginnen te geraken en een aantal zaken niet meer vanzelfsprekend is om allemaal zelf te doen, word ik geconfronteerd met de WMO die erop gericht lijkt te zijn om juist zo min mogelijk aan zorg te bieden. Het woud van instanties, keukentafelgesprekken en andere bureaucratische hindernissen is met name onder verantwoordelijkheid van de PvdA in het leven geroepen. En helaas naar het lijkt om vanzelfsprekende zorg niet meer te hoeven bieden. Het is die zelfde PvdA die het voortouw heeft genomen om thuiszorgorganisaties naar de afgrond te leiden.

Advies

Van mij hoeven de bomen niet in de hemel te reiken als het bijvoorbeeld gaat om zorg voor ouderen, maar het woord ‘vanzelfsprekend’ moet toch in veel van dit soort gevallen wel in het primaire vocabulaire van een sociaaldemocraat zitten. Dit zijn de kernwaarden van de sociaaldemocratie! Maar, ik hoor het niet, ik voel het niet en ik zie het niet.
De PvdA is verworden tot een machinerie die in het gunstigste geval de scherpe kantjes van VVD-beleid afhaalt – maar vaak lukt dat haar nog niet eens. Ik vind een dergelijke ‘ambitie’ de sociaaldemocratie onwaardig. De PvdA is toch niet bewust bezig zichzelf op te blazen vraag ik me wel eens af?
Welgemeend advies aan alle verantwoordelijke PvdA-ers in kabinet en parlement, jullie kunnen blijven wachten op betere tijden. Jullie kunnen geloven dat in het stemhokje toch nog veel spijtoptanten voor de PvdA zullen kiezen door gebrek aan alternatief. Jullie kunnen geloven, in navolging van Jan Peter Balkenende, dat na het zuur, het zoet komt. Ook ik heb immers mogen ervaren dat mijn loonzakje met een aantal tientjes beter is gevuld dit jaar, maar daarmee laat ik me niet lijmen. Het spreekwoord luidt dat je op je hoogtepunt moet stoppen, maar mijn welgemeende advies is om nu te stoppen met deze zinloze exercitie in Rutte 2, het levert slechts meer schade op. Ik weet het, het is vloeken in de kerk om nu te stoppen, want wie breekt, betaalt is de Haagse politieke logica. Maar heeft de PvdA al niet lang gebroken met de kiezer en de sociaaldemocratie? Ik denk van wel en dat veroorzaakt ook de politieke dakloosheid bij vele voormalige, zeer loyale, PvdA-stemmers.

50. HET KLOPT uit de serie de kabbelende 100

Kom maar op fotografen, wat is hier nu nog aan op te merken? De compositie is prachtig, er is goed gebruik gemaakt van de ochtendzon, de scherpte is okay en de foto is goed recht genomen. En dat allemaal met een gewone Samsung smartphone die al heel veel goedbedoelde, maar scheve foto’s heeft opgeleverd. Menig blogje op de sociale media heeft me al honend commentaar opgeleverd, maar vandaag denk ik niet. Op een zondagochtend in Hoenderloo klopt het helemaal. Een potentieel winnende foto, alleen weet ik nog niet voor welke wedstrijd. En dat allemaal zonder fotoshop of andere trucage. Een korte wandeling voor het ontbijt in het achterliggende hotel leverde deze foto op. Nog weinig mensen zijn op pad en de ochtendnevel is prachtig te zien en nu dus ook op de gevoelige plaat vastgelegd. Tien minuten later klopt het al niet meer, de zon is al feller, het licht anders. Maar dit moment klopt.

20150920_085810
Op weg naar het ontbijt in hotel Buitenlust, waar we met de familie neergestreken zijn om de vijftigjarige huwelijksdag van mijn ouders van 9 augustus jl. nog te vieren, vraag ik me af wanneer nu iets klopt? Wie bepaalt nu of een foto klopt, behalve ikzelf? Je kunt een foto mooi vinden of niet, maar kloppen is, ondanks allerlei fanatieke fotografen, toch maar een zeer betrekkelijk begrip. Deze foto klopt misschien omdat er voor een leek technisch niet zoveel op aan te merken is. Maar voor mij zal de foto voor altijd gelieerd zijn aan dat ene moment op zondag 20 september iets voor 9.00 uur ’s morgens, waarop alles bij elkaar komt, het licht, de paarden, de groene omlijsting en uiteraard het hotel op de achtergrond. Een hotel dat door mijn ouders is uitgekozen. En omdat ze vijftig jaar getrouwd zijn liep het etentje niet uit tot in de kleine uurtjes. Dat is dan ook misschien wel de reden dat ik fris en fruitig de ochtend in wandelde om het kloppende moment te ontmoeten. Vijftig jaar huwelijk, we hebben ze gisteren bevraagd hoe het gegaan is in die huwelijksjaren. Het achterste van de tong zullen ze zeker niet hebben laten zien en geef ze eens ongelijk. Maar vertrouwen, eerlijkheid en respect zijn de ingrediënten om het vol te houden gaven ze gisteren in gezamenlijkheid aan, om het huwelijk te laten kloppen. En het klopt dus nu al vijftig jaar en een beetje. Dat maakt voor mij deze foto voor eeuwig kloppend.